CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 30 mei 2024, gemeente aalsmeer26.685 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pagina 10 van 18

verkeersbestemmingen gelijk te houden. Ik denk dat ik dan zo'n overzicht heb gegeven van gevolgen die zo’n amendement zou kunnen hebben. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De bezweringsformule van het college is altijd uitvoerbaar of niet. Als ik het mag samenvatten, niet onuitvoerbaar, dat voegen we er dan nog even aan toe. Absoluut Aalsmeer, neem de ruimte om overal even op te reageren en dan gaan we kijken hoe we naar een tweede ronde gaan. De heer Koster: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, er is inderdaad zoals iedereen al heeft gememoreerd erg veel gesproken over het Waterfront. Ook in de beeldvormende, oordeelsvormde commissies en ook onderling is er heel veel contact geweest over het Waterfront. Ik ben het ten dele eens met wat collega Keessen naar voren heeft gebracht wat de procedure betreft die gevolgd is. Dat verdient geen schoonheidsprijs. De notitie beschermd dorpsgezicht die is min of meer hier ingefrommeld en daar hebben we uitvoerig bij stilgestaan of dat nou wel een juiste procesgang was. Daar zijn we, in principe hebben we daar wel grote problemen mee dat dat op deze manier is gegaan. Dat had ook anders gekund. Omwille van de nauwkeurigheid had dat misschien wel op een andere manier moeten plaatsvinden dan dat een onderdeel te maken van het Waterfront, het nieuwe bestemmingsplan.

Wat daarbij steekt is dat als je de notitie beschermd dorpsgezicht goed leest, dan is het doorspekt met allerlei zienswijzen over het groene karakter, het beschermde gezicht, de open lijnen, de cultuurhistorische waarde van het Plassenlint wordt echt heel hoog ingeschat. In de notitie staat ook herhaaldelijk dat de toekomstige ontwikkelingen daarbij dienen aan te sluiten. Wat dat betreft denk ik dat het bestemmingsplan zoals dat nu ligt, ja, eigenlijk de bewoordingen en de verbeelding van de notitie beschermd dorpsgezicht echt wel onder grote druk zet. Het is, dat zijn twee dingen die wat ons betreft niet erg goed bij elkaar passen. Als je aan de ene kant zo hoog opgeeft van het beschermd dorpsgezicht, vanaf het dorpscentrum tot aan de watertoren en nu uitgebreid ook aan de andere kant tot aan het Surfeiland, dan denk ik dat we daar zorgvuldiger mee zouden moeten omgaan. Het is met name die spanning die tussen enerzijds het bestemmingsplan en de andere kant de notitie beschermd dorpsgezicht, dat die ons erg bezighoudt. Waarbij je aan de ene kant via de notitie de bewoners aan de Stommeerweg en aan het dorpscentrumkant ook allerlei verplichtingen opstelt over de hoogte van erfafscheidingen, wat er wel en niet aan de openbare weg veranderd mag worden.

Als je daar hele hoge eisen aan stelt en aan de andere kant het oude bestemmingsplan zoals het er lag vertaalt naar de nieuwe situatie en daar niets aan afhaalt, ja, dan vinden wij dat net even te ver gaan. Dat is ook de reden geweest waarom we besloten hebben om het amendement in te dienen. Dat we daar in ieder geval dingen in het stuk over de regels van het bestemmingsplan Waterfront een aantal regels willen laten vervallen. Ik hoor net de wethouder zeggen dat het plaatsen van kunstwerken en andere reclame-uitingen niet onmogelijk wordt door deze regels te laten vervallen, het zal alleen procedureel wat lastiger worden. Dan vinden we dat een hele terechte uitkomst in de discussie die tot nu toe heeft plaatsgevonden en die ook recht doet aan de discrepantie tussen enerzijds de notitie beschermd dorpsgezicht en anderzijds het nieuwe bestemmingsplan. Ik denk dat het te ver gaat om heel erg op de details in te gaan en ik zou graag gebruik willen maken van een kleine schorsing om even met de andere partijen te overleggen over de technische aspecten van dit amendement. De voorzitter: Nou, met uw goedvinden gaan we eerst even toetsen. Ik vond de toelichting vrij helder.

Ik ga even bij GroenLinks polsen of u dat ook vindt? In ieder geval dat hetgeen het amendement beoogt en op welke onderdelen rondom verkeer en kunst en het doorgaan van de weg, dat helder over is gekomen wat de amendering daarop behelst. Maar ik geef u graag even het woord, de heer Fransen. De heer Fransen: Ja wel helderder maar eerlijk gezegd nog niet compleet duidelijk. Ik vroeg me even af of de interpretatie die de heer Koster aan de woorden van de wethouder gaf, of die juist waren? Want volgens mij, ik heb de wethouder iets anders horen zeggen. Dus ik ben even benieuwd of daar licht tussen schijnt of dat u het goed gehoord heeft of dat … Dus daar ben ik even benieuwd naar. Ik heb nog steeds wel behoefte aan die schorsing.

Pagina 11 van 18

De voorzitter: De heer Koster. De heer Koster: Ja, ik wil dat wel iets nader duiden, voorzitter. Kijk, het gaat bijvoorbeeld om het laten vervallen van artikel 4 lid 1 punt I, het plaatsen van kunstobjecten. Op basis van het huidige bestemmingsplan zoals het nu ligt, althans in de regels vastgelegd, mag de gemeente op elk moment daar kunstobjecten gaan plaatsen aan allebei de kanten van de wandelboulevards, aan beide kanten van de watertoren. Er is algehele vrijheid om daar, nou ja, iets te organiseren, grote kunstwerken te plaatsen, et cetera. Ja, dat rijmt natuurlijk niet met wat we vastgelegd hebben in de notitie beschermd dorpsgezicht. Het vrije uitzicht, het horizontale, de rust die daar gehandhaafd zou moeten worden. Als je dit punt laat vervallen dan wordt het de gemeente niet onmogelijk gemaakt om kunstobjecten daar te plaatsen maar dan moet het eerst even langs de commissie Ruimtelijke Kwaliteit, dan zijn er nog een aantal andere procedures. Dus de gemeente zal meer moeite moeten doen om daar iets te organiseren en zal op zijn minst ook de bewoners aan de Stommeerweg en de Kudelstaartseweg moeten meenemen in de plannen die er dan komen. Dus er wordt niet direct voorbijgegaan aan de uitgangspunten in de notitie beschermd dorpsgezicht en het wordt inderdaad iets moeilijker gemaakt voor de gemeente om daar zomaar aanpassingen door te voeren.

En maakt het dus niet, in principe, onmogelijk om daarmee door te gaan maar het maakt het de gemeente in ieder geval wel iets lastiger. De voorzitter: Ik begreep ook dat er behoefte was om nog even aan het college te vragen of er geen licht zit in die interpretatie. Het lijkt mij van zeer toegevoegde waarde omdat het een amendering betreft, het debat ook niet breder is, om meteen het college daar even op te laten reageren. De portefeuillehouder. De heer Kabout: Ja, heel goed want het ligt wel iets genuanceerder. Het is al zo dat het lastiger wordt met het voorstel wat het college al heeft gedaan. Want het is zo zeg maar dat er wat meer een drempel ligt om iets te wijzigen. Want het is juist zo dat omdat het bestemmingsplan geeft in de verbeelding op het gedeelte wat het beschermd dorpsgezicht zit zo'n aanduiding in de verbeelding, dat daar die extra eisen gelden, en er staat in het bestemmingsplan vervolgens in artikel 11 dat als er ontwikkelingen zijn, dat het getoetst moet worden aan het beschermd dorpsgezicht. Dus het is nu ook zo dat als bijvoorbeeld iemand een kunstwerk wil bouwen, dat daar dan een vergunning moet worden aangevraagd en die vergunning wordt getoetst aan het beschermd dorpsgezicht. Dus dat is in feite, dus zoals de heer Koster het net zei, om dat te bereiken, dat is juist al bereid met het voorstel zoals het college heeft neergelegd.

Als u nog een stap verder zou gaan door het ook categorisch weg te bestemmen, dus dat voorbeeld van kunstwerk, als u categorisch zegt, er mogen geen kunstwerken überhaupt daar worden gerealiseerd, dan is dus ook als er een aanvraag wordt gedaan is het gewoon nee. Dan zou je wel alsnog weer kunnen zeggen, we gaan het hele bestemmingsplan weer aanpassen op dit punt maar dan heb je een nog uitgebreidere procedure en dat werkt ook heel vertragend. Dus dat is een nog verdergaande uitsluiting dan de vorm waarin het college het al heeft voorgelegd. Dus ik hoop dat het zo duidelijk is. De voorzitter: Het woord is aan Absoluut Aalsmeer. De heer Koster: Ja, voorzitter, eerder hadden wij begrepen dat als je artikel 4 lid 1 onder I, die kunstobjecten, als je die laat vervallen uit de regels in het bestemmingsplan, dat het alsnog mogelijk was om via een andere route daar tijdelijke tentoonstellingen of kunstobjecten te plaatsen. Als je dit in het bestemmingsplan laat staan, dan is het ten alle tijden mogelijk om daar iets te doen tot op een bepaalde hoogte. Want er staat nu in dat het niet meer dan zes meter mag bedragen. Nou, zes meter lijkt me toch qua zichtlijn een behoorlijke inbreuk voor de bewoners daar aan de Stommeerweg.

Omdat het dus niet onmogelijk is om alsnog tijdelijk daar iets te doen met tentoonstellingen of objecten te plaatsen leek het ons gewoon verstandig om het gewoon a priori uit de regels van het bestemmingsplan te halen. Dan zal de gemeente toch maar een andere route moeten bewandelen om daar tijdelijk iets te doen. Dan wordt het iets lastiger gemaakt voor de gemeente, dat zal via de commissie Ruimtelijke Kwaliteit moeten. Misschien dat er een andere procedure moet gevolgd worden maar dat zij dan maar zo.

Pagina 12 van 18

De voorzitter: Ik kijk weer naar de heer Fransen, is het zo helderder geworden wat hier bedoeld wordt of is er nog steeds behoefte aan een schorsing? De heer Fransen: Ja, het is wel iets duidelijker. Met betrekking tot de verharding had de heer Winkels van het CDA een opmerking gemaakt en dan ben ik ook even benieuwd naar de reactie van AA. De wethouder gaf ook aan, dan moet alle verharding weg. Is dat wat AA beoogd? De voorzitter: Overigens ik vind het erg fijn dat we met elkaar dit gesprek proberen te voeren en ik probeer te voorkomen dat we in een schorsing het debat voortzetten. Als het dan echt super technisch gaat worden dat we de hulptroepen moeten inschakelen voor technisch toelichten, dan zou een schorsing op zijn plaats zijn. Maar laten we proberen het gesprek hier met elkaar wel in de raad te voeren. Dus hij gaat de hele goede kant op wat mij betreft. De heer Koster. De heer Koster: Nee, voorzitter, het is zeker niet de bedoeling dat de bouwwerken, de verharding en dergelijke weggehaald gaan worden. De situatie zoals die nu is die is er, het gaat alleen om dat je nu uit de regels bestemmingsplan Waterfront artikel 4 lid 1 weghaalt, de mogelijkheid om kunstobjecten plaatsen met daarbij behorende bouwwerken, verhardingen, et cetera, met een bouwhoogte van niet meer dan zes meter.

Het gaat er even om dat je de gemeente de mogelijkheid ontneemt om naar eigen goeddunken daar kunstobjecten te plaatsen tot een hoogte van zes meter. De voorzitter: Ondertussen de heer Van Willegen, u wilt reageren. De heer Van Willegen: Precies. De voorzitter: De heer Van Willegen. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik voel me niet helemaal senang bij dit soort discussies. We hebben commissievergaderingen om de details uitgebreid te gaan behandelen. We hebben nu een raadsvergadering om beslissingen gaan nemen en nu op het laatste moment komt AA met een amendement die we hier als een soort commissie gaan behandelen op detail dat ik denk van, daar gaat het niet over. Als je iets een richting wil geven met een amendement, prima, en artikelen schrappen maar dit soort detailoverwegingen die we nu meekrijgen, dit is gewoon een commissiebehandeling. Ik zou zeggen, laten we overgaan tot stemming en dan zien we wat het amendement gaat doen. De voorzitter: Ik neem het even mee in de overweging. Overigens een amendement dat is toegelaten tot de vergadering kan leiden tot deze discussie. Maar we brengen de oproep over aan de indieners, we kijken hoever we daarmee komen. De heer Fransen. De heer Fransen: Ja, ik heb toch de behoefte om daar even heel kort op te reageren. We hebben eerder met elkaar afgesproken moties en amendementen ruim van tevoren in te dienen.

Diverse partijen hebben daar de afgelopen tijd de hand mee gelicht door toch tijdens raadsvergaderingen moties en amendementen in te dienen, ook coalitiepartijen. Dus ik heb toen geconstateerd, die regel is dus afgeschaft en wat mij betreft is die er dus ook niet meer. Dus als we … De voorzitter: Ik pak hem even terug. Deze discussie die sluiten we eventjes, de opmerkingen zijn gemaakt. Wat mij betreft is dit geen onderdeel van het debat. Overigens ga ik als voorzitter daarover en we hebben het amendement in behandeling en die behandelen we gewoon verder. Dus ik geef het woord even terug aan de heer Koster, wenst u nog verder uw woord af te maken of zijn we aangekomen bij de vraagstelling nog van de heer Fransen? De heer Fransen. De heer Fransen: Ja, ik denk dat we nu voldoende weten, in ieder geval wat mij betreft. Maar ik heb wel behoefte om met de eigen fractiegenoten twee minuten te overleggen van, wat betekent dit?

Pagina 13 van 18

De voorzitter: Daar zijn schorsingen zeer geschikt voor. Maar de heer De Vries wenst ook nog even te reageren. De heer De Vries: Ja, dank, voorzitter. Ja, ik wilde even reageren omdat natuurlijk wij in eerste instantie in de vorige cyclus ook een amendement wilden voorstellen. Daar hebben wij vervolgens van afgezien nadat we het gewoon die discussie inderdaad achter de schermen hebben voortgezet omdat het in de commissievergadering niet gegeven was. Voor ons was de crux het beschermd dorpsgezicht en de bouwwerken die ten noordzijde van de watertoren uitgevoerd zouden kunnen worden. Voor ons ligt er ook een fundamenteel verschil tussen de noord- en de zuidzijde wat dat betreft. We hebben natuurlijk de kunstgalerie tegenover zitten aan de zuidzijde, we hebben een bekken strandje gecreëerd met een lange pier waarbij het vrije uitzicht op het water al ontnomen wordt. Dat is allemaal aan de noordzijde niet het geval maar de noordzijde wordt daarmee beschermd door het beschermd dorpsgezicht. Zoals net al gerefereerd werd onder artikel 11, 1 en 2, worden er al, is er al een vergroeningsplicht ten opzichte van alles wat je daar wil uitvoeren. Dat is voor ons destijds de reden geweest dat we hebben gezegd van, nou, die bescherming is voor ons voldoende.

Ook gezien de toezegging die het college uitdrukkelijk heeft gegeven om altijd in overleg met omwonenden te gaan om van dat amendement af te zien en akkoord te gaan met alleen de toezegging. De voorzitter: Helder. Is het misschien … De heer Winkels, de heer Winkels. De heer Winkels: Ja, ik had toch nog even een vraag aan AA, mijnheer Koster. De bedoeling is dus eigenlijk met dit amendement dat u het de gemeente lastiger maakt om zeg maar dit soort zaken te plaatsen of weg te laten of iets te doen. Lastiger. Maar ik dacht toch dat wij als raad de gemeente zijn en dat het college dingen uitvoert. Als wij hier als gemeenteraad aangeven, nou, tot hier en niet verder, en dat hebben we in wezen al gedaan middels de plannen die er nu liggen, ja, dan hoef je dit soort amendementen niet aan te nemen naar mijn idee. Dus uw toelichting is nog steeds interessant, wellicht in de pauze of in de schorsing, dat maakt mij niet uit. Ik wil ook nog even zeggen dat wanneer je er iets zou willen neerzetten als je dat in je hoofd wil halen, dan heb je er een bouwvergunning voor nodig. Dan zal je toch ergens weer diezelfde gemeente aan het werk moeten zetten en dan zijn wij ook nog aan zet. Dus ik ben nog niet overtuigd. De voorzitter: Goed. Ik geef het laatste woord even aan de heer Koster.

Overigens wat mij betreft gaan we niet samenzitten maar het is goed om even te consulteren in eigen gelederen. Want tot op heden is de telling ook nog wel helder. Maar de heer Koster. De heer Koster: Dank u, voorzitter. Nee, ik wil graag even reageren op de woorden van de heer Winkels. Natuurlijk zijn we er niet op uit om het de gemeente lastiger te maken. Waar we wel op uit zijn is waar de heer De Vries aan appelleerde, dat is dat er vaker en beter in overleg met de bewoners iets tot stand gaat komen. Dat is met name een van de pijnpunten die natuurlijk nu naar voren zijn gekomen is dat de participatie, nou, geen schoonheidsprijs verdient. Dat daar een aantal dingen fout is gegaan in het verleden. Nou, dat ligt achter ons, prima. Gaan we een volgende stap nemen. Maar het neemt niet weg dat je dan gewoon wel je les kunt leren uit het verleden en zeggen van, nou, dat horen we nu dan op een betere manier en op een andere manier vorm te geven. We besteden niet voor niets zoveel aandacht aan participatie en nu heb je alle mogelijkheid om dat in gang te zetten. Er zijn in het verleden natuurlijk wel een aantal aanpassingen aan de tekeningen gedaan in het bestemmingsplan van het Waterfront waar de bewoners niet bij zijn betrokken en wel verrast waren door hoe het in de praktijk heeft vorm gekregen. Dat moet je naar mijn idee nu gaan voorkomen.

Hoe we dat proberen is door nu de verandering in de regels van het bestemmingsplan, daar alvast de verandering aan te brengen dat het niet meer zo makkelijk is en dat het overleg met bewoners en omwonenden in ieder geval een stuk beter gaat. Dat is de intentie. Dank. De voorzitter: Tot slot de heer Winkels.

Pagina 14 van 18

De heer Winkels: Ja, ik hoor toch nog steeds het woord lastiger maken. Links- of rechtsom, niet zo makkelijk maken is toch lastiger maken? Dan noemt u ook vervolgens het verkeerde, wat ons betreft het verkeerde argument en dat is de participatie. Wij blijven van mening, en ik zal het hier nog een keer zeggen en gelukkig PvdA is het op dat front met ons eens, de participatie in dit geval is uitermate goed gelopen, uitermate goed gelopen. Wij waren erbij, we zagen het allemaal. Dat niet iedereen is gehoord, niet iedereen zijn gedachte is meegenomen in het plan, ja, dat kan ook voorkomen. Dat zullen we wel vaker mee gaan maken, hebben we ook al vaker meegemaakt. Dus het voorbeeld wat u aanneemt om dingen lastiger te maken, dat … Maar goed, ik ben nog steeds bereid tot een klein overleg. De voorzitter: Overleg lijkt me niet nodig. Ik wil voor twee minuten schorsen. Ik denk dat u het op de plaats af kunt, we hoeven niet denk ik te verplaatsen naar de buitenruimte hè? Dus ik zal vooral zeggen, blijf in de buurt. We schorsen voor twee minuten. Overigens ben ik van mening dat er genoeg argumenten zijn uitgewisseld tot de besluitvorming te komen. Dus als een schorsing terugkomt gaan we meteen over tot besluitvorming. Ja? De heer Fransen. De heer Fransen: Ik neem een kleine vrijheid om de pauze bij de koffieautomaat, de schorsing bij de koffieautomaat te doen.

De voorzitter: Ja, ik zou haast zeggen, dat betekent dat u uw bakje koffie mee terugneemt. Daar kan ik mee leven. We schorsen voor twee minuten. De voorzitter: Wij heropenen de vergadering. Schorsing was afdoende? Ik kijk even naar de heer Fransen. Prima. Zoals gezegd ligt voor de behandeling van het bestemmingsplan Waterfront en de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht. Dat is geamendeerd door de fractie Absoluut Aalsmeer. Daar hebben we net de verhandeling met elkaar over gehad, die is voldoende besproken dus wat mij betreft gaan we over tot stemming van eerst het amendement en daarna het voorstel. Wenst iemand een stemverklaring op het amendement te geven? De heer Fransen. De heer Fransen: Dank u wel. We hebben de discussie met veel interesse gevolgd. En ja, we zijn uiteindelijk ervan overtuigd dat het de reactie zoals die gegeven is toch te veel uitademt het lastig maken om iets te bereiken en dat lijkt ons niet de juiste manier. Dus we snappen de intentie maar we denken niet dat dit de goede manier is om iets voor elkaar te krijgen. Dus we gaan niet mee met het amendement. De voorzitter: Heel even voor de kijkers thuis want het beeld ging iets later aan dan we de vergadering startten. We zijn de vergadering weer begonnen en we zijn overgegaan tot stemming van het amendement en van het voorstel.

De raadsleden kunnen een eerste reactie geven middels een stemverklaring op het amendement voordat we tot stemming overgaan. Daarvan heeft de heer Fransen van GroenLinks gebruik gemaakt. Zo, zijn we weer even met zijn allen op dezelfde golflengte aanbeland. Zijn er nog andere stemverklaringen? Dat is niet het geval. Wie is er voor het amendement? Dat is de fractie of gezegd de halve fractie Absoluut maar het is de hele fractie van Absoluut Aalsmeer, daarmee is het amendement verworpen. Dan ligt voor het voorstel met betrekking tot het Waterfront en het beschermd dorpsgezicht. Wie is er voor dit voorstel? Dat zijn allen, dat zijn de fracties van het CDA, D66, GroenLinks. Mijn excuses. Ik had nog zo afgesproken met mevrouw Keessen om eerst de stemverklaringen aan te horen. U mag de handen nog even laten zakken. Nogmaals oprecht excuses, mevrouw Keessen. Zijn er stemverklaringen voor dit voorstel? Ja, dat is mevrouw Keessen, aan u het woord. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben zojuist iedereen gehoord en wederom werd weer gezegd hoe fantastisch het Waterfront is. Het staat buiten kijf dat FlorAalsmeer dat ook vindt. Het Waterfront is fantastisch en wij zien het hele jaar door, door weer en wind, inwoners en ook mensen van buiten Aalsmeer genieten van het Waterfront.

Echter is FlorAalsmeer van mening dat het Plassenlint in het bestemmingsplan Waterfront is gerommeld en dat hiermee het college de fout die zij bij de vaststelling van het definitief ontwerp van het Waterfront willen goedmaken. De fout het Plassenlint niet mee te nemen in het ontwerp, het Pagina 15 van 18

niet te toetsen en niet te delen met de raad. Nu het Waterfront er ligt moet de verbeelding met het Plassenlint worden aangepast. Vreemd toch dat wij dit zomaar zonder controle van onze eigen vastgestelde document doen. De voorzitter: Mevrouw Keessen, mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Ja. De voorzitter: Even kijken, het is een korte stemverklaring denk ik. U bent er bijna doorheen? Mevrouw Keessen: Nou, ik had wel begrepen dat mijn stemverklaring zo lang mag duren als ik dat zelf wil maar ik zal even doorgaan. Ik ga even … De voorzitter: We houden het meestal bij een korte stemverklaring. Mevrouw Keessen: Ik ga even naar het laatste onderdeel. FlorAalsmeer is van mening dat dit nooit zo op de agenda had mogen komen. Het is hierom dat wij ons onthouden van stemming. Wij stemmen niet voor en wij stemmen niet tegen. Wat wij hebben als FlorAalsmeer is de morele plicht ons te houden aan het woord als raadslid en doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Onze vraag aan de voorzitter is of dit betekent dat wij de zaal nu moeten verlaten vanwege onze stemonthouding of dat dit als zodanig genoteerd kan worden door de griffie? Dank u wel. De voorzitter: Ja, dit brengt een wat complexe situatie met zich mee omdat we afgesproken hebben dat we eigenlijk altijd stemmen.

Dus wenst u niet te stemmen dan hoort u ook niet bij de stemming aanwezig te zijn en dat laat ik aan uw eigen morele oordeelsvorming over. Zijn er nog andere stemverklaringen? Dat is niet het geval. Dan gaan we nogmaals over tot stemming van het voorstel. Toch nog een stemverklaring van mevrouw Holtrop. Uw microfoon doet het weer? Kijk, aan u het woord. Mevrouw Holtrop: Dank u wel, voorzitter. Zoals gebruikelijk kunnen wij met een hoofdelijke stemming ook bepalen of wij ergens voor of tegen stemmen. Voor mij persoonlijk is dit, ben ik hartstikke blij met de plannen zoals het er ligt. Waterfront, prachtig mooi. Alleen het amendement was dermate belangrijk dat aangezien dat niet aangenomen wordt ik niet voor kan stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Heel even controlerend, u vraagt niet om een hoofdelijke stemming toch hè? Nee, goed, nee, goed, ik werd even afgeleid, dan hebben we dat even helder. Goed, de stemverklaring geweest. Nog een laatste ronde, nog andere stemverklaringen? Niet. Dan hebben we het heel spannend met elkaar gemaakt maar gaan we toch echt over tot stemming. Wie is er voor dit voorstel? Dat zijn de fracties van het CDA, D66, PvdA, GroenLinks, de VVD en bij de fracties Absoluut Aalsmeer raadslid Koster en raadslid Prent Bouten en tegen zijn raadslid Holtrop en Van Hilst-Dekker.

Ik kijk even, dan zijn we met 21 stemmen aan het einde gekomen van de stemming en daarmee is het voorstel aangenomen. Zo. Goed. Nou, dat was een heel avontuur maar we hebben het tot een goed einde gebracht dit agendapunt. Rb-10

Motie vreemd aan de orde van de dag De voorzitter: Dat brengt ons bij de motie vreemd aan de orde van de dag en die is op de agenda gezet en ingediend door GroenLinks. Dat gaat over het vaststellen van kaders voor de bouw van een nieuw zwembad. Ik geef graag het woord aan GroenLinks om even wat meer context te geven aan de motie, om iedereen ook even mee te nemen in waar we staan en de ondertekenaars. Dan vragen we daarna het college om reactie. De heer Fransen, ik heb geprobeerd de tijd vol te kletsen want u was zoekende naar iets op uw iPad. Is dat gelukt? De heer Fransen: Nee, ik kan niet meer in iBabs op de een of andere manier, ik moet alle wachtwoorden weer opnieuw gaan invoeren geloof ik. Dus. Pagina 16 van 18

De voorzitter: Maar dat is goed nieuws want dat betekent dat u de beknopte … De heer Fransen: Maar ik ken de motie een klein beetje uit mijn hoofd. De voorzitter: Precies, dan kunt u het beknopt samenvatten. De heer Fransen: Dus ik probeer het zo wel. Nou, we hebben … Dit wordt als we het zwembad gaan verbouwen wordt het een groot project. Dat wordt waarschijnlijk ook een project wat over, wat zomaar meerdere raadsperiodes zal beslaan. Dus leek het ons heel erg goed om het kader wat we aan het begin meegeven heel expliciet en duidelijk vast te stellen. Daar roept deze motie toe op. Dan heb je altijd een document, dan kan je even terugpakken van, wat vonden we toen ook alweer belangrijk toen we het besluit namen om het te gaan doen? Het kan best zijn dat een volgende raadsperiode er anders over dingen gedacht wordt maar dan pas je dat expliciet aan. Daarom hebben wij de behoefte om dat expliciet vast te leggen en dat is de oproep die deze motie doet. Die motie die noemt een aantal dingen van, zorg dat je dit betrekt, zorg dat je dat betrekt. Nou, en daar kan creatief mee omgegaan worden, dat kan nog wat meer worden. De motie geeft ook aan dat dat ergens in de zomer moet gebeuren. Ik kan me voorstellen dat die planning nog een beetje anders gaat worden om praktische redenen maar daar gaat het college misschien nog wel iets van zeggen en dat is op zich prima.

Dus dat is wat de motie behelst. De voorzitter: En de indieners? De heer Fransen: De indieners zijn voor zover ik het nu begrijp alle fracties. De voorzitter: Ik kijk even rond of dat het geval is. Kijk, ja. Ja, ik ben wel zo snel in het concluderen als de namen eronder staan dat alle fracties het indienen dus ik denk nu maar even controleren. Dat is het geval. Dan vragen we meteen het college even om reactie als u dat goed vindt. De portefeuillehouder, wethouder Kabout. De heer Kabout: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, in dit geval zal ik iets meer dan over de uitvoerbaarheid iets zeggen als u mij dat toestaat. Want die uitvoerbaarheid kan ik kort over zijn, dat is uitvoerbaar. Maar het college is eigenlijk heel blij met dit initiatief van u, dat u ook zelf hier ook uit eigen beweging raadsbreed de aandacht hierop vestigt. Ik denk dat dat heel mooi is en zeker zo'n aangelegenheid als het zwembad voor al onze inwoners een grote maatschappelijke rol vervult, dat u dat op deze manier doet, daar zijn we eigenlijk heel blij mee. Dus dat even in algemene zin. Dan inhoudelijk over de motie. Ja, wij gaan dat, wij willen dat ook zo gaan doen. Wij hebben u vorige week een memo gestuurd met ook een nadere uitleg hoe we dat aan willen pakken. Want de vorige keer dat hier de presentatie over het zwembad was waren ook wat, het was wel erg voortvarend.

Dat we ook echt de beslissing al voor de zomer wilden nemen. Nou, dat hebben we wat uitgesteld, dat heeft u ook in de memo kunnen lezen. Wat wij gaan doen is dat wij op 2 juni u weer heel uitvoerig informeren over waar we staan en dan komen ook al die punten die in de motie worden genoemd uitvoerig aan bod. Dan heeft u ook zoals in de motie ook wordt gevraagd de belangrijke informatie beschikt u dan over om ook in de Kadernota, waar u wel ook echt voor de zomer natuurlijk een besluit over kan nemen, om daar dan ook een goed afgewogen beslissing over te nemen. Dus eigenlijk op die wijze, dat als we de motie zo kunnen interpreteren in lijn met zoals we dat ook de marsroute om het zomaar te zeggen in onze eigen memo van vorige week hebben aangegeven, dan zitten we wat mij betreft voor het college en raad op één lijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Fransen, ga ik te kort door de bocht als ik zeg, we kunnen overgaan tot stemming? De heer Fransen: Nee, het is wel scherp maar prima zo door de bocht, ja.

Pagina 17 van 18

De voorzitter: Dan zou ik zeggen, het gaat over de, ik pak hem er heel even bij, de motie heet, vaststellen van kaders voor de bouw van een nieuw zwembad. Zoals we doen gebruikelijk lees ik hetgeen voor wat u verzoekt en dat is, verzoekt het college voor het zomerreces en bij voorkeur voor de behandeling van de Kadernota een voorstel voor de kaders van de bouw van een nieuw zwembad aan de gemeenteraad voor te leggen. Als kaders minimaal de volgende aspecten aan bod te laten komen, de locatie van het nieuwe zwembad rekening houdend met bereikbaarheid, ruimtebehoefte en eventuele milieueffecten, de omvang en faciliteiten van het zwembad inclusief maar niet beperkt tot zwembadafmetingen, recreatieve voorzieningen, kleedkamers en parkeergelegenheid, duurzaamheidsmaatregelen die moeten worden geïmplementeerd bij de bouw en de exploitatie van het zwembad met het oog op energieefficiëntie en milieubewustzijn, financiële kaders en budgetten voor de bouw, exploitatie en onderhoud van het nieuwe zwembad. Verzoekt het college in het voorstel voor kaders de mogelijkheid van burgerparticipatie en inspraak te integreren zodat de gemeenschap van Aalsmeer actief betrokken wordt bij het proces van besluitvorming en planning.

Verzoekt het college samen te werken met relevante stakeholders, de zwemverenigingen, recreatieve zwemmers, doelgroepzwemmers om ervoor te zorgen dat het nieuwe zwembad aan de diverse behoeften van de gemeenschap voldoet. En verzoekt het college de behoeften, wensen en eisen van de relevante stakeholders aan de raad kenbaar te maken. En tot slot verzoekt u het college de gemeenteraad diverse uitwerkingen voor te leggen van bovengenoemde aspecten zodat de raad een duidelijke keuze kan maken. Nou, we hoeven ons geen zorgen te maken dat de wethouder om werk verlegen zit komende weken en maanden maar het voorstel ligt voor en ik verzoek u uw stem uit te brengen. Wie is er voor dit voorstel? Daarmee is de motie unaniem aangenomen. Rb-11

Vragenkwartier Er zijn geen vragen ingediend voor het vragenkwartier.

Rb-12 Rb-13

Besloten deel Lakenblekerstraat Sluiting De voorzitter: Brengt ons tevens bij het einde van de vergadering want er zijn geen vragen ingediend voor het vragenkwartier. Wat wel zo is, is dat er nog een besloten raadsvergadering in de planning staat dus ik wil de vergadering schorsen voor tien minuten zodat de niet raadsen commissieleden, ja, zoals dat heet, het pand rustig kunnen verlaten. En om vijf voor half tien zetten wij de vergadering voort. We schorsen.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 mei 2024.

, voorzitter

, griffier

Pagina 18 van 18

{{signer1}} 03/04/2024 15:07:53 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 502cd442-ddf0-4fdc-a2c1-f086e7a80177

RAADSVOORSTEL

Auth: Scribble

{{signer2}} 03/04/2024 15:05:04 CEST

Signed By: Simonse, P. (Petra) <petra.simonse@aalsmeer.nl> ID: 502cd442-ddf0-4fdc-a2c1-f086e7a80177 Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z23-102101

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

Esther Schutter - Bos 0627924870 e.schutter-bos@amstelveen.nl Stedelijke Ontwikkeling

2 april 2024 wethouder mr. L.B. Kabout

Onderwerp

Vaststellen bestemmingsplan “Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024” Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

1. Over de beantwoording van de ingediende zienswijze te besluiten overeenkomstig de bijgevoegde Nota van Beantwoording en Staat van Wijzigingen; 2. Het bestemmingsplan “Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024”, met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatienummer NL.IMRO.0358.BP01-VG01, gewijzigd vast te stellen conform de bijlage ‘Nota van Beantwoording en Staat van wijzigingen’ bij dit raadsbesluit; 3. Te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond welke is ontleend aan de Topografische Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) met datum 25 november 2023. Samenvatting

Met dit bestemmingsplan worden omissies in de regels en op de planverbeelding in twee vigerende bestemmingsplannen hersteld. Doel

Het herstellen van omissies in twee vigerende bestemmingsplannen. Prestatie

Het bestemmingsplan “Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024” vaststellen. Voorgeschiedenis en context

Op dit moment zijn diverse omissies aanwezig in de vigerende bestemmingsplannen “Uiterweg Plasoevers 2021” en “Oosteinderweg 2020”. Te weten de volgende: In het bestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2021 ontbreken voor drie percelen de aanduiding ‘scouting’. Deze aanduiding is voor de actualisatie van het vigerend bestemmingsplan wel aanwezig geweest en wordt middels onderhavig veeg- en herstelplan weer teruggebracht. Aan de Uiterweg 377 ws4 ligt een woonark al ruim 10 jaar een kwartslag gedraaid. Middels onderhavig veeg- en herstelplan wordt de ligplaats ook op de verbeelding een kwartslag gedraaid. In het bestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2021 zijn per abuis verwijzingen opgenomen in de planregels van de bestemmingen ‘recreatie – jachthaven 1’ en ‘recreatie – jachthaven 2’. Middels onderhavig veeg en herstelplan worden de onjuiste verwijzingen in de planregels hersteld. Het bestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2021 en Oosteinderweg 2020 kennen beiden een bijlagelijst voor afwijkende maatvoering van woonarken. Voor enkele locaties geldt dat deze ten onrechte op deze lijst staan. Namelijk, er zijn in tussentijd vergunningen verleend, of in

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 3

een enkel geval is er een omissie ontstaan. Middels onderhavig veeg- en herstelplan worden de bijlagelijsten geactualiseerd. Middels voorliggend bestemmingsplan worden de onjuistheden in de planregels en op de planverbeelding hersteld. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Op dit moment zijn er enkele omissies aanwezig in de planregels van de vigerende bestemmingsplannen “Uiterweg Plasoevers 2021” en “Oosteinderweg 2020”. Dit kan leiden tot nadelen voor de eigenaren van de betrokken percelen, zoals het onnodig moeten aanvragen van vergunningen bij kleine ingrepen, terwijl dit eigenlijk in het vigerend bestemmingsplan mogelijk had moeten worden gemaakt. Middels onderhavig veeg- en herstelplan worden deze omissies in de regelset en de planverbeelding hersteld. Op het ontwerpbestemmingsplan is één zienswijze ingediend. Een samenvatting en beantwoording van de zienswijze is terug te vinden in de ‘Nota van Beantwoording en Staat van Wijzigingen’ (zie bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan). Keuzemogelijkheden/alternatieven

Dit aspect is niet van toepassing. Participatie

Gedurende de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft een ieder 6 weken de tijd gehad een zienswijze naar voren te brengen. Er is één zienswijze ingediend, waaraan deels is tegemoetgekomen (zie Nota van Beantwoording). Kanttekeningen en risico’s

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat het ontwerp van het bestemmingsplan voor die datum ter inzage is gelegd, is op grond van artikel 4.6 lid 2 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (de Wro) van toepassing. Het vastgestelde (vast te stellen) plan gaat onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Financiën

Niet van toepassing. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Na besluitvorming door uw raad wordt het besluit bekend gemaakt door publicatie in het digitale Gemeenteblad en de Nieuwe Meerbode. Daarnaast wordt het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening en op de gemeentelijke website. De analoge versie van het plan wordt ter inzage gelegd in het raadhuis van Aalsmeer en het raadhuis van Amstelveen. Gedurende zes weken na publicatie van het besluit kunnen belanghebbenden hiertegen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Indien binnen de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. Evaluatie

Dit aspect is niet van toepassing. Duurzaamheidsaspecten

Pagina

3 van 3

Dit aspect is niet van toepassing. Bijlagen

1) Concept raadsbesluit Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 2) Bestemmingsplan Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 (regels, verbeelding, toelichting en bijlagen) 3) Nota van Beantwoording en Staat van Wijzigingen (zie bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan)

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}} 30/05/2024 20:34:20 CEST

Signed By: Matheijsen, O.F. (Onno) <onno.matheijsen@aalsmeer. ID: f9689342-fa65-4ee2-a4f0-cc83ba2cdcfb Auth: Scribble

{{signer2}} 30/05/2024 21:05:09 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: f9689342-fa65-4ee2-a4f0-cc83ba2cdcfb Auth: Scribble

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 2 april 2024, zaaknummer Z23-102101; gelet op artikel 3.8 en 6.12 van de Wet; Wet ruimtelijke ordening;

Besluit

1. 2.

3.

Over de beantwoording van de ingediende zienswijze te besluiten overeenkomstig de bijgevoegde Nota van Beantwoording en Staat van Wijzigingen; Het bestemmingsplan “Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024”, met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatienummer NL.IMRO.0358.BP01VG01, gewijzigd vast te stellen conform de bijlage ‘Nota van Beantwoording en Staat van wijzigingen’ bij dit raadsbesluit; Te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond welke is ontleend aan de Topografische Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) met datum 25 november 2023.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 30 mei 2024. De plv. griffier,

De voorzitter,

drs. O.F. Matheijsen

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

REGELS

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch - Tuinbouw Artikel 4 Agrarisch met waarden Artikel 5 Recreatie - Jachthaven 1 Artikel 6 Recreatie - Jachthaven 2 Artikel 7 Water - 2 Artikel 8 Water - Verblijfsrecreatie Artikel 9 Waarde - Archeologie 2 Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 10 anti-dubbeltelregel Artikel 11 algemene bouwregels Artikel 12 algemene afwijkingsregels Artikel 13 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.1 nr. 4 Artikel 14 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2 Artikel 15 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a Artikel 16 Luchtvaartverkeerszone - LIB artikel 2.2.3 Artikel 17 Overige regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 18 overgangsrecht Artikel 19 slotregel

3 4 10 11 12 13 14 15 16 18 21 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024" van de gemeente Aalsmeer; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0358.BP01-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsvlak: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van en/of fokken met dieren, met dien verstande dat onder meer: a. een paardenhouderij, manege, kennel en dierenasiel niet worden aangemerkt als een agrarisch bedrijf; b. een paardenfokkerij en het houden van paarden voor de melkproductie wordt aangemerkt als agrarisch bedrijf.

1.7 agrarisch recreatief medegebruik: vormen van agrarische recreatie waarbij gronden met een agrarische bestemming mede gebruikt (voor derden) worden voor agrarisch recreatieve activiteiten; 1.8 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.9 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden);

1.12 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.13 belemmerde strook: geprojecteerde zone ter weerszijde van de leiding ter waarborging van een veilig en bedrijfszeker gastransport en ter beperking van gevaar voor personen en goederen in de directe omgeving van de leiding(en). Op deze gronden is het oprichten van bebouwing en het uitvoeren van een aantal werkzaamheden niet zondermeer toegestaan. De belemmerde strook dient in principe obstakelvrij te blijven; 1.14 beschermd stads-dorpsgezicht: aanwijzing als beschermd stads- en dorpsgezicht zoals bedoeld in de Monumentenwet en de Monumentenverordening van de gemeente Aalsmeer; 1.15 bestaand gebruik of bouwwerk: een gebruik of een bouwwerk, zoals dat rechtmatig aanwezig is op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel bebouwing zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.16 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.17 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.19 boeiboord: de opstaande kant van een dakgoot, of opstaande kant bij

platte daken; 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.23 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.25 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.26 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.27 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft achtergelaten danwel gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 1.28 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.29 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.30 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak, al dan niet voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.31 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.32 dienstverlenend bedrijf: bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten,

fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen; 1.33 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.34 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.35 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.36 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.37 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.38 hoofdverblijf:

het verblijf waar iemand woont, zijnde het woonadres zoals bedoeld wordt in de Wet basisregistratie personen; 1.39 huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; 1.40 karakteristiek: panden, objecten en gronden die genomineerd zijn als Rijksmonument en welke voorbescherming genieten in het kader van de Monumentenwet; 1.41 kruin: hoogste punt van het wegbaangedeelte dat is ingenomen door rijbanen, veiligheidsstroken en bermen; 1.42 kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen,waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.43 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur; 1.44 langzaam-verkeerszone: een begrensd gebied ter bundeling van fiets-, ruiter- en/of voetpaden; 1.45 ligplaats: een gedeelte van het water door een woonark of woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; 1.46 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.47 natuur- en landschapsontwikkeling: ingrepen teneinde

natuurlijke processen in gang te zetten, die de natuurlijke en landschappelijke waarden dienen te versterken; 1.48 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, hydrologische elementen, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang zoals beschreven in de Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN; 1.49 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.50 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.51 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken;

1.52 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.53 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.54 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil.

1.55 permanente bewoning: het gebruik van een kampeermiddel, woonark, recreatieverblijf of recreatiewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen, op een wijze die ingevolge de Wet basisregistratie personen noopt tot inschrijving van bewoners(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Aalsmeer, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.56 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.57 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen.

Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.58 recreatie op het grondgebied van de gemeente Aalsmeer gerelateerde activiteiten gericht op ontspanning en vrijetijdsbesteding; 1.59 recreatief nachtverblijf: het kortdurend verblijf van één of meerdere personen met of zonder overnachting die elders hun hoofdverblijf hebben, waarmee in ieder geval geen sprake is van permanente bewoning; 1.60 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.61 talud:

het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.62 verblijfsrecreatie: het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats waarbij recreatief nachtverblijf centraal staat, anders dan met gebruikmaking van een hotel, pension of woning dan wel een vaartuig; 1.63 vrij beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel; 1.64 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen.

Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.65 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.66 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.67 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.68 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden en daardoor is aan te merken als wooneenheid, niet zijnde een bijzondere woonvorm, dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast de

huishouding dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht; 1.69 woonark drijvend object, in algemene zin niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans bestaande uit een onderschip of een betonbak met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning zowel ten behoeve van permanente bewoning als verblijfsrecreatie; 1.70 woongebouw: een hoofdgebouw dat één of meer woningen bevat; 1.71 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden;

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de nok van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen;

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3

Agrarisch - Tuinbouw

Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het bestemmingsplan "Uiterweg Plasoevers 2021" (NL.IMRO.0358.19-VG02) en zijn bestemd voor 'Agrarisch - Tuinbouw' (artikel 3) wordt de bestemming als volgt gewijzigd: 3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.3 Strijdig gebruik b. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; vervangen door: b. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens, uitgezonderd binnen de aanduiding 'scouting'.

Artikel 4

Agrarisch met waarden

Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het bestemmingsplan "Uiterweg Plasoevers 2021" (NL.IMRO.0358.19-VG02) en zijn bestemd voor 'Agrarisch met waarden' (artikel 4) wordt de bestemming als volgt gewijzigd: 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.2 Strijdig gebruik b. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; vervangen door: b. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens, uitgezonderd binnen de aanduiding 'scouting'.

Artikel 5

Recreatie - Jachthaven 1

Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het bestemmingsplan "Uiterweg Plasoevers 2021" (NL.IMRO.0358.19-VG02) en zijn bestemd voor 'Recreatie - Jachthaven 1' (artikel 14) wordt de bestemming als volgt gewijzigd: 14.4 Specifieke gebruiksregels 14.4.3 Strijdig gebruik a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning, met uitgezondering van het bepaalde in artikel 15.1 onder g; Vervangen door: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning, met uitzondering van het bepaalde in artikel 14.1 onder g;

Artikel 6

Recreatie - Jachthaven 2

Voor zover de gronden zijn gelegen binnen het bestemmingsplan "Uiterweg Plasoevers 2021" (NL.IMRO.0358.19-VG02) en zijn bestemd voor 'Recreatie - Jachthaven 2' (artikel 15) wordt de bestemming als volgt gewijzigd: 15.4 Specifieke gebruiksregels 15.4.1 Strijdig gebruik a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning met uitgezondering van het bepaalde in artikel 15.1 onder g; Vervangen door: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning met uitzondering van het bepaalde in artikel 15.1 onder h; EN 15.4.1 Strijdig gebruik c. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens met uitgezondering van het bepaalde in artikel 15.1 onder j; Vervangen door: c. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens met uitzondering van het bepaalde in artikel 15.1 onder k;

Artikel 7

Water - 2

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen, waterplassen en recreatiewater; b. water als netwerk voor de waterhuishouding, waaronder waterberging, wateraanvoer en waterafvoer; c. de ontwikkeling en het beheer van natuur en landschap waaronder de natuurverbindingen en de natuurwaarden; d. (dras)oevers en groenvoorzieningen langs de oevers, zoals rietkragen; e. bruggen en landhoofden; f. verkeer te water; alsmede: g. ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' de uitoefening van een jachthavenbedrijf of het water; met de daarbij behorende: h. bouwwerken; i. al dan niet gebouwde voorzieningen met het oog op het beheer en onderhoud; j. keermuren, oeverbeschoeiingen, duikers en andere bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.2.2 Bruggen Voor het bouwen van bruggen gelden de volgende regels: a. het bouwen van nieuwe bruggen is niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a. is per woonperceel één (duiker)brug toegestaan; c. een bestaande brug die als zodanig aanwezig was op het moment van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, mag worden herbouwd, waarbij de op dat moment bestaande breedtemaat als maximaal toelaatbaar mag worden aangehouden.

7.2.3 Aanlegsteigers Het bouwen van steigers is uitsluitend toegestaan: a. ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven'; met dien verstande dat: b. een bestaande steiger, die niet is gelegen binnen een aanduiding zoals genoemd in lid a. van dit lid, en die als zodanig aanwezig was op het moment van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, mag worden herbouwd; c. het bouwen op een steiger is niet toegestaan. 7.2.4 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan bruggen en aanlegsteigers, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen, (licht-)masten en kunstwerken mag niet meer dan 6 meter bedragen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=85b56902-a41a-4063-9993-653a1f3aa3e7