CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 14 juni 2023, gemeente aalsmeer24.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 17 van 46

Artikel 8

Wonen- 1

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen-1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen, zoals bedoeld in artikel 1.70, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf, zoals omschreven in lid 8.3.3, met dien verstande dat het totaal aantal woningen niet meer mag bedragen dan 256, zoals is aangegeven op de verbeelding; b. verkeersdoeleinden, met dien verstande dat hoofdontsluitingswegen uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'verkeer' zijn toegestaan; alsmede voor: c. groen ter plaatse van de functieaanduiding 'groen'; d. water ter plaatse van de functieaanduiding 'water'; met de daarbij behorende: e. bouwwerken; f. ontsluitingswegen en straten; g. voet- en fietspaden; h. tuinen en erven; i. water, in de vorm van vijvers, sloten en daarmee gelijk te stellen waterlopen, met inbegrip van bijbehorende oevers, beschoeiingen en vlonders; j. al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen met bijbehorende in- en uitritten; k. groenvoorzieningen; l. speelvoorzieningen; m. openbare nutsvoorzieningen. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b.

ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum twee-aaneen' mogen uitsluitend vrijstaande woningen en twee onder één kapwoningen worden gebouwd; c. ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld' mogen woningen uitsluitend gestapeld worden gebouwd; d. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven, waarbij geldt dat deze goothoogte per woning over een lengte van maximaal 30% van de lengte van de desbetreffende gevel mag worden doorsneden; e. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; f. vrijstaande woningen dienen aan één zijde minimaal 3 meter van de zijdelingse perceelgrens te worden gerealiseerd en aan de andere zijde minimaal 1 meter van de zijdelingse perceelsgrens; g. twee onder één kapwoningen dienen één zijde minimaal 3 meter van de zijdelingse perceelgrens te worden gerealiseerd; h. met uitzondering van de gronden ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld', bedraagt het maximum bebouwingspercentage per bouwperceel: 1. 50% voor vrijstaande woningen en twee onder één kapwoningen; 2. 60% voor overige woningen; j. hoofdgebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de dakhelling niet meer mag bedragen dan 60º. Deze contouren gelden voor tenminste twee dakvlakken; Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 18 van 46

k. bij woningen met een kap mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. de hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder is dan 1,5 meter; 2. zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw; 3. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 4. de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 5. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en maximaal 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 6. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan, indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten. 8.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. b. in afwijking van het bepaalde onder a.

mogen bij vrijstaande, twee onder één kap- en hoekwoningen garages worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. de lengte van een garage mag niet meer bedragen dan 6,50 meter; 2. de breedte van een garage mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; 3. de goothoogte van een garage mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; 4. de nokhoogte van een garage mag niet meer bedragen dan 5 meter; 5. een garage mag met ten hoogste 50% van de lengte als bedoeld onder 1. worden gesitueerd voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw. 8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter ; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum twee-aaneen' zijn gemetselde penanten in het voorerfgebied toegestaan, voor zover de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 meter; c. de breedte en bouwhoogte van een toegangspoort in het voorerfgebied die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelsscheiding, of die geplaatst wordt tussen een groene erfafscheiding, mag niet meer bedragen dan 4 respectievelijk 2 meter.

8.3 Specifieke gebruiksregels 8.3.1 Categorisering woningen Van de maximaal 256 woningen als bedoeld in lid 8.1 dient ten minste: a. 17% daarvan te worden gerealiseerd als sociale huurwoning conform de 'Verordening doelgroepen woningbouw Aalsmeer 2019'; b. 3% daarvan te worden gerealiseerd als middeldure huurwoning conform de 'Verordening doelgroepen woningbouw Aalsmeer 2019'. 8.3.2 Voorwaardelijke verplichting geluid Ter waarborging van een verantwoord woon- en leefklimaat is het bouwen van woningen binnen het plangebied uitsluitend toegestaan, indien kan worden aangetoond dat:

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 19 van 46

a. wordt voldaan aan de in de Wet geluidhinder geldende normen of vastgestelde hogere waarden en het gemeentelijke beleid hogere grenswaarden, waarbij is aangetoond dat de binnenwaarde voor de geluidgevoelige ruimten binnen de woningen niet meer bedraagt dan 33 dB; b. wordt voldaan aan de grenswaarden als genoemd in tabel 2.17a in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer geldende normen. Indien hieraan niet kan worden voldaan, dient de betreffende gevel te worden uitgevoerd als dove gevel waarbij aangetoond moet worden dat de karakteristieke geluidwering van de gevel ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 35dB(A). 8.3.3 Aan-huis-gebonden-beroep of bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft als primaire functie gehandhaafd; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik leidt niet tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep of bedrijf wordt alleen door de bewoner(s) uitgeoefend; e. horeca-activiteiten en detailhandel zijn niet toegestaan; f.

buitenopslag en beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen, zijn niet toegestaan. 8.3.4 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor-, bedrijf- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 20 van 46

Artikel 9

Wonen- 2

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen-2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen, zoals bedoeld in artikel 1.70, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf zoals omschreven in lid 9.3.3, met dien verstande dat het totaal aantal woningen niet meer mag bedragen dan 192, zoals is aangegeven op de verbeelding; b. verkeersdoeleinden, met dien verstande dat hoofdontsluitingswegen uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'verkeer' zijn toegestaan; met de daarbij behorende: c. bouwwerken; a. ontsluitingswegen en straten; b. parkeervoorzieningen; c. voet- en fietspaden; d. tuinen en erven; e. water, in de vorm van vijvers, sloten en daarmee gelijk te stellen waterlopen, met inbegrip van bijbehorende oevers en beschoeiingen; f. al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen op eigen terrein met bijbehorende in- en uitritten; g. groenvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de specifieke bouwaanduidingen - hoogteaccent 1 tot en met 3 mogen woningen uitsluitend gestapeld worden gebouwd; c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; d. in afwijking van het bepaalde onder c.

mag ter plaatse van de: 1. bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 1' de hoogte niet meer bedragen dan 25 meter; 2. bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 2' de hoogte niet meer bedragen dan 19 meter; 3. bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 3' de hoogte niet meer bedragen dan 22 meter; e. met uitzondering van de gronden ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld' en gronden waarop woningen aansluitend op een parkeerdek worden gebouwd, bedraagt het maximum bebouwingspercentage per bouwperceel: 1. 50% voor vrijstaande woningen en twee onder één kapwoningen; 2. 60% voor overige woningen; f. hoofdgebouwen ter plaatse van de bouwaanduidingen 'specifieke bouwaanduiding hoogteaccent 1', 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 2' en 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 3', dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de dakhelling niet meer dan 60º mag bedragen. Deze contouren gelden voor tenminste twee dakvlakken; g. indien hoofdgebouwen worden voorzien van een kap, mag de dakhelling niet meer bedragen dan 60º. Deze contouren gelden voor tenminste twee dakvlakken. 9.2.2 Bijbehorende bouwwerken

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 21 van 46

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. 9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van gemetselde penanten in het voorerfgebied mag niet meer dan 2 meter bedragen; 9.3 Specifieke gebruiksregels 9.3.1 Categorisering woningen Van de maximaal 192 woningen als bedoeld in lid 9.1 dient ten minste: a. 32% daarvan te worden gerealiseerd als sociale huurwoning conform de 'Verordening doelgroepen woningbouw Aalsmeer 2019'; b. 5% daarvan te worden gerealiseerd als middeldure huurwoning conform de 'Verordening doelgroepen woningbouw Aalsmeer 2019'. 9.3.2 Voorwaardelijke verplichting geluid Ter waarborging van een verantwoord woon- en leefklimaat is het bouwen van woningen binnen het plangebied uitsluitend toegestaan, indien kan worden aangetoond dat: a.

wordt voldaan aan de in de Wet geluidhinder geldende normen of vastgestelde hogere waarden en het gemeentelijke beleid hogere grenswaarden, waarbij is aangetoond dat de binnenwaarde voor de geluidgevoelige ruimten binnen de woningen niet meer bedraagt dan 33 dB; b. wordt voldaan aan de in het Activiteitenbesluit (Wm) geldende normen. Indien hieraan niet kan worden voldaan, dient de betreffende gevel te worden uitgevoerd als dove gevel waarbij aangetoond moet worden dat de karakteristieke geluidwering van de gevel ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 35dB(A). 9.3.3 Aan-huis-gebonden-beroep of bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep of bedrijf alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f.

er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 9.3.4 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend:

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 22 van 46

a. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor-, bedrijf- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 23 van 46

Artikel 10

Wonen- 3

10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen, zoals bedoeld in artikel 1.70, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf zoals omschreven in lid 10.3.3, met dien verstande dat het totaal aantal woningen niet meer mag bedragen dan 404, zoals is aangegeven op de verbeelding; b. verkeersdoeleinden, met dien verstande dat hoofdontsluitingswegen uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'verkeer' zijn toegestaan; alsmede voor: c. groen ter plaatse van de functieaanduiding 'groen'; met de daarbij behorende: d. bouwwerken; e. ontsluitingswegen en straten; f. parkeervoorzieningen; g. voet- en fietspaden; h. tuinen en erven; i. water, in de vorm van vijvers, sloten en daarmee gelijk te stellen waterlopen, met inbegrip van bijbehorende oevers en beschoeiingen; j. al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen op eigen terrein met bijbehorende in- en uitritten; k. groenvoorzieningen; l. speelvoorzieningen; m. openbare nutsvoorzieningen. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrij' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd. c.

ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximum twee-aaneen' mogen uitsluitend vrijstaande woningen en twee onder één kapwoningen worden gebouwd; d. ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld' mogen woningen uitsluitend gestapeld worden gebouwd; e. ter plaatse van de specifieke bouwaanduidingen - hoogteaccent 4 en 5 mogen woningen uitsluitend gestapeld worden gebouwd; f. vrijstaande woningen dienen aan één zijde minimaal 3 meter van de zijdelingse perceelgrens te worden gerealiseerd en aan de andere zijde minimaal 1 meter van de zijdelingse perceelsgrens; g. twee onder één kapwoningen dienen één zijde minimaal 3 meter van de zijdelingse perceelgrens te worden gerealiseerd; h. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; i. in afwijking van het bepaalde onder h. mag: 1. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 4' de hoogte niet meer bedragen dan 20 meter; 2. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 5' de hoogte niet meer bedragen dan 19 meter; Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 24 van 46

3. maximaal 20% van de aaneengebouwde woningen worden voorzien van een vierde bouwlaag, waarbij de maximum bouwhoogte van desbetreffende woning niet meer mag bedragen dan 13 meter; j. hoofdgebouwen ter plaatse van de bouwaanduidingen 'specifieke bouwaanduiding hoogteaccent 4', en 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 5', dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de dakhelling niet meer dan 60º mag bedragen. Deze contouren gelden voor tenminste twee dakvlakken; k. indien hoofdgebouwen worden voorzien van een kap, mag de dakhelling niet meer bedragen dan 60º. Deze contouren gelden voor tenminste twee dakvlakken. 10.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen bij vrijstaande, twee onder één kap- en hoekwoningen garages worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. de lengte van een garage mag niet meer bedragen dan 6,50 meter; 2. de breedte van een garage mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; 3. de goothoogte van een garage mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; 4. de nokhoogte van een garage mag niet meer bedragen dan 5 meter; 5.

een garage mag ten hoogste 50% van de lengte als bedoeld onder 1. worden gesitueerd voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw. 10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen. 10.3 Specifieke gebruiksregels 10.3.1 Categorisering woningen Van de maximaal 404 woningen als bedoeld in lid 10.1 dient ten minste: a. 26% daarvan te worden gerealiseerd als sociale huurwoning conform de 'Verordening doelgroepen woningbouw Aalsmeer 2019'; b. 6% daarvan te worden gerealiseerd als middeldure huurwoning conform de 'Verordening doelgroepen woningbouw Aalsmeer 2019'. 10.3.2 Voorwaardelijke verplichting geluid Ter waarborging van een verantwoord woon- en leefklimaat is het bouwen van woningen binnen het plangebied uitsluitend toegestaan, indien kan worden aangetoond dat: a. wordt voldaan aan de in de Wet geluidhinder geldende normen of vastgestelde hogere waarden en het gemeentelijke beleid hogere grenswaarden, waarbij is aangetoond dat de binnenwaarde voor de geluidgevoelige ruimten binnen de woningen niet meer bedraagt dan 33 dB; b. wordt voldaan aan de in het Activiteitenbesluit (Wm) geldende normen.

Indien hieraan niet kan worden voldaan, dient de betreffende gevel te worden uitgevoerd als dove gevel waarbij aangetoond moet worden dat de karakteristieke geluidwering van de gevel ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 35dB(A). 10.3.3 Aan-huis-gebonden-beroep of bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 25 van 46

a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep of bedrijf alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 10.3.4 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor-, bedrijf- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 26 van 46

Artikel 11

Wonen - Lintbebouwing

11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Lintbebouwing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen, zoals bedoeld in artikel 1.70, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf zoals omschreven in lid 11.4.1; met de daarbij behorende: b. bouwwerken; c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming; e. openbare nutsvoorzieningen; f. groenvoorzieningen. 11.2 Bouwregels 11.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag niet worden overschreden; c. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. de maximum goothoogte mag per dakvlak voor maximaal 30% worden doorsneden; e. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; f. de voorgevel van het hoofdgebouw dient in dan wel niet meer dan 5 meter achter de op de verbeelding aangeduide gevellijn te worden gebouwd evenwijdig aan de weg; g.

de voorgevelbreedte van het hoofdgebouw van een vrijstaande woning, met inbegrip van aan- en uitbouwen, mag niet meer dan 12 meter bedragen en van een twee-onder-een-kapwoning niet meer dan 10 meter; h. de bouwdiepte van het hoofdgebouw mag niet meer dan 15 meter bedragen; i. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient niet minder dan 3 meter te bedragen bij elke vrijstaande zijgevel; j. bij woningen met een kap mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw; 2. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 3. de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 4. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en niet meer dan 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 5. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten; j.

gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw zijn niet toegestaan; k. de regels onder a. tot en met i. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 14.1 van deze planregels.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 27 van 46

11.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. 11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 3 meter, met dien verstande dat er slechts 1 overkapping per bouwperceel gerealiseerd mag worden en tot maximaal 30 m²; c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter; d. het bepaalde onder a. tot en met c. is niet van toepassing op bestaande bouwwerken.

11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2.1 voor het toestaan van een grotere voorgevelbreedte, ingeval twee twee onder 1 kapwoningen worden vervangen door één vrijstaande woning, met dien verstande dat de voorgevelbreedte maximaal 15 meter mag bedragen en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens in ieder geval 3 meter. 11.3.2 Erkers Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.1 ten behoeve van het bouwen van een aan- en/of uitbouw aan de voorgevel (erker), met dien verstande dat: a. deze afwijkingsbevoegdheid alleen mag worden toegepast indien de diepte van de betreffende voortuin 2,5 meter of meer bedraagt; b. de maximum diepte van de erker 1 meter bedraagt; c. de maximum breedte van de erker 3/5 deel van de voorgevelbreedte van de woning bedraagt; d. de bouwhoogte van de erker niet hoger is dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning; e. de erker bedoeld is om de woonkamer of de keuken te vergroten. 11.3.3 Entreeportalen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.1 ten behoeve van het bouwen van een entreeportaal aan de voorgevel, met dien verstande dat: a.

een entreeportaal mag worden opgericht ter plaatse van en aansluitend op de toegang van een hoofdgebouw; b. de maximum oppervlakte van een entreeportaal 5 m² bedraagt; c. de hoogte van een entreeportaal ten hoogste gelijk mag zijn aan die van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; d. een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht dient te worden genomen ten opzichte van de gronden bestemd voor verkeer en groen; e. een entreeportaal niet wordt toegestaan, indien door het realiseren van een bouwwerk als bedoeld in lid 11.3.2 al een overschrijding van de bouwgrens heeft plaatsgevonden of is vergund.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 28 van 46

11.4 Specifieke gebruiksregels 11.4.1 Aan-huis-gebonden-beroep of bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. het beroep of bedrijf alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 11.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor-, bedrijf- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. b.

het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; c. het plaatsen of geplaatst hebben van onderkomens; d. het gebruik ten behoeve van detailhandel; e. het gebruik ten behoeve van horeca.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 29 van 46

Artikel 12

Waterstaat - Waterkering

12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, naast de op de verbeelding aangegeven andere bestemmingen, mede bestemd voor: a. primaire en secundaire waterkeringen; b. sluizen; c. overige waterstaatkundige werken; 12.2 Bouwregels 12.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op of in deze gronden mogen ten behoeve van de primaire bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. 12.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 12.2.1 voor bebouwing toegestaan in de samenvallende bestemmingen, mits; a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de waterkering en de veiligheid daarvan; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de Waterbeheerder omtrent het onder a. gestelde. 12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waterstaat – Waterkering zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen; c. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting. 12.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod van lid 12.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 12.4.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 12.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de waterstaatskundige functie van de waterkering niet onevenredig wordt of kan worden aangetast.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 30 van 46

12.4.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 12.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de beheerder van de waterkering of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 12.4.3 wordt voldaan.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 31 van 46

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 32 van 46

Artikel 13

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 33 van 46

Artikel 14

Algemene bouwregels

14.1 Algemene regels ten aanzien van bestaande maten Ten aanzien van bestaande maten van bouwwerken gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die meer bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die minder bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; c. het bepaalde onder a. en b. van deze planregels is uitsluitend van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. voorts is in geval van herbouw het bepaalde onder a. en b. van dit artikel slechts van toepassing indien de herbouw geschiedt op dezelfde plaats en de afwijking van de bestemmingsregels niet wordt vergroot. 14.2 Toegelaten overschrijdingen Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings-, bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden: a.

ten behoeve van toegangen van bouwwerken, luifels, stoepen, stoeptreden, reclame-uitingen, vrijhangende balkons (al dan niet ondersteund door kolommen) bij woongebouwen, gaanderijen en funderingen en daarmee gelijk te stellen onderdelen van gebouwen, voor zover de bouwgrens met niet meer dan 2.50 meter wordt overschreden en deze onderdelen van gebouwen niet worden opgericht op gronden, bestemd voor verkeer en tevens een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht wordt genomen ten opzichte van de gronden, bestemd voor verkeersdoeleinden; b. vrijhangende balkons, gaanderijen, luifels en reclame-uitingen boven een verkeersbestemming is mogelijk indien er een vrije hoogte aanwezig is van 4,20 m boven de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,50 m breedte ter weerszijden van die rijweg en een minimale vrije hoogte van 2,20 m boven een ander deel van de weg; c. ten behoeve van plaatselijke verhogingen op gebouwen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, trappenhuizen, hijsinrichtingen en lichtkappen, alsmede technische voorzieningen, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 25% van de oppervlakte van het dak(vlak) bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 5 meter van de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw.

14.3 Algemene regels met betrekking tot ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van voorzieningen van algemeen nut; b. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil; c. bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen;

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 34 van 46

d. het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op de bodem- en waterhuishouding. Hiertoe dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder. 14.4 Parkeren en laden en/of lossen 14.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor bouwen kan slechts worden verleend, indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de in de 'Nota Parkeernormen Aalsmeer' opgenomen normering, zoals deze geldt op het moment dat de aanvraag om omgevingsvergunning is ontvangen. 14.4.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 14.4.3 Afwijken van de parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 14.4.1 omgevingsvergunning verlenen, indien: a. deelmobiliteit in het plan wordt gerealiseerd, waarbij geldt dat: 1. één deelauto equivalent is aan 5 parkeerplaatsen; 2. van de totale parkeerbalans maximaal 5% kan worden toegeschreven aan deelmobiliteit; b.

uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening wordt gehouden met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, indien: 1. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; 2. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 14.4.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 14.4.3 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 14.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 35 van 46

Artikel 15

Algemene gebruiksregels

15.1 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden de in Hoofdstuk 2 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving. 15.2 Algemene gebruiksregels Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en bebouwing ten dienste van: a. het in gebruik nemen en gebruik van gronden en bouwwerken als niet aan alle volgende voorwaarden is voldaan: 1. de watercompensatie bedraagt tenminste 8,5% (22.426 m2); 2. de watercompensatie wordt gerealiseerd voordat de verharding plaatsvindt; 3. de watercompensatie vindt plaats in hetzelfde peilgebied als de verharding; 4. het plangebied bestaat voor tenminste 23% (61.000 m2) uit groen; 5. ontsluitingswegen op de Legmeerdijk en de Aalsmeerderweg zijn aangelegd en worden in stand gehouden, waarbij geldt dat: I. de ontsluitingsweg op de Legmeerdijk wordt aangesloten op een rotonde, gelijksoortig aan de rotonde zoals opgenomen in bijlage 2; II. de onder I. bedoelde rotonde moet zijn aangelegd en in gebruik zijn genomen, voordat een omgevingsvergunning voor de bouw van de 257ste woning kan worden verleend; III.

de ontsluitingsweg op de Aalsmeerderweg wordt aangesloten op een kruispunt als bedoeld in bijlage 3. b. het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. het opslaan en verwerken van extramurale afvalstoffen met opslag of verwerking; e. het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van automatenhallen, seksinrichtingen, raam- respectievelijk straatprostitutie en prostitutiebedrijven; f. het aanleggen van ligplaatsen voor een woonschip, bedrijfsvaartuig, passagiersvaartuig, pleziervaartuig en/of stationerend vaartuig. g. zelfstandige kantoren; h. het gebruik van gronden als staan- of ligplaats, landingsplaats of voor de ruitersport, alsmede voor kampeermiddelen/kamperen; i. het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 36 van 46

Artikel 16

Algemene aanduidingsregels

16.1 Geluidzone - industrie Schiphol 50 tot 55 dB(A) 16.1.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie Schiphol 50 tot 55 dB(A)' gelden, in verband met het gezoneerde industrieterrein Schiphol, beperkingen vanwege het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege bedrijfslawaai op geluidsgevoelige gebouwen en terreinen. 16.1.2 Toelaatbaarheid geluidgevoelige gebouwen en terreinen a. Nieuwe geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder, zijn uitsluitend toegestaan op de gronden met de aanduiding 'Geluidzone - Industrie' als de geluidbelasting op de gevels van deze gebouwen en/of op deze terreinen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde; b. geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder zijn eveneens toegestaan, indien daarvoor een hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder is verleend. 16.2 Luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2 16.2.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.2 toetshoogtes', gelden beperkingen met betrekking tot toetshoogten van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.

16.2.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.2 toetshoogtes' gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 16.2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16.2.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart. 16.3 Luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.2a 16.3.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.2a toetshoogtes radar' gelden beperkingen van hoogten ter bescherming van het functioneren van radarapparatuur als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 16.3.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone-lib artikel 2.2.2a toetshoogtes radar' gelden beperkingen met betrekking tot de hoogte van gebouwen, andere bouwwerken geen gebouwen zijnde en objecten, zoals gesteld in artikel 2.2.2a van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 37 van 46

16.3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16.3.2 indien uit een advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer. 16.4 Luchtvaartverkeerzone-LIB artikel 2.2.3 16.4.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaarverkeerzone-LIB artikel 2.2.3', gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking als bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 16.4.2 Specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaarverkeerzone-LIB artikel 2.2.3' gelden beperkingen met betrekking tot de vogelaantrekkende werking zoals gesteld in artikel 2.2.3 van het 'Luchthavenindelingbesluit Schiphol'. 16.4.3 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 16.4.2 indien de minister van Infrastructuur en Milieu een verklaring van geen bezwaar afgeven zoals bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart.

16.5 Veiligheidszone - niet gesprongen munitie 16.5.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - niet gesprongen munitie' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in verband met de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven in de bodem. 16.5.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden -in aanvulling op het hierover gestelde in de overige bestemmingsregels- de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk, dient de aanvrager een rapport in de vorm van een (beperkte) risicoanalyse te overleggen, waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat de bescherming van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in voldoende mate gewaarborgd is; b. het rapport als bedoeld onder a kan bestaan uit informatie over de naoorlogse (graaf)werkzaamheden op de locatie, waaruit blijkt welke grond al zodanig geroerd is dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein wordt. Deze informatie behoeft niet te zijn verkregen van een gecertificeerd bedrijf; c.

indien uit het onder b genoemde rapport blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat niet in voldoende mate is vastgesteld, dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet gedaan worden. Dit kan door het indienen van: 1. een Projectgebonden Risicoanalyse (PRA-NGE), indien nodig gevolgd door; 2. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een; 3. benadering; d. alle onder c genoemde onderzoeken moeten worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE als bedoeld in bijlage XII Arbeidsomstandighedenregeling met inbegrip

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 38 van 46

van eventuele wijzigingen van deze regeling zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning; e. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die mogen worden opgericht krachtens een reeds verleende vergunning. 16.5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.5.3.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - niet gesprongen munitie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken of werkzaamheden uit te voeren. 16.5.3.2 Toetsingscriteria Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning dient de aanvrager aan te geven op welke wijze de risico's teniet worden gedaan. Dit kan door het indienen van: a. een Projectgebonden Risicoanalyse (PRA-NGE), indien nodig gevolgd door; b. detectieonderzoek, en indien nodig gevolgd door een; c. benadering. 16.5.3.3 Voorwaarden Ter bescherming van het woon- en leefklimaat dienen alle in 16.5.3.2 genoemde onderzoeken te worden uitgevoerd conform de WSCS-OCE als bedoeld in bijlage XII Arbeidsomstandighedenregeling met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling, zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

16.5.3.4 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden wordt verleend, indien uit de onder 16.5.3.2 ingediende bescheiden en gegevens blijkt dat de bescherming van het woon- en leefklimaat in voldoende mate is gewaarborgd.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 39 van 46

Artikel 17

Algemene afwijkingsregels

1. Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om in afwijking van de desbetreffende bepalingen van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen voor: a. afwijkingen van de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen met een bouwhoogte van ten hoogste 5,5 meter en een bruto vloeroppervlakte van ten hoogste 55 m2; c. bouwwerken die geen gebouwen zijn, en die om waterstaatkundige of verkeerstechnische redenen noodzakelijk zijn, zoals duikers, bruggen en loopplanken; d. vlonders, gelegen in een achtererfgebied, in de bestemming water met dien verstande dat: I. geen enkele vorm van constructie in het water wordt aangebracht; II. de maximum hoogte van de vlonder ten opzichte van het water 0,3 meter bedraagt: III. de maximale breedte van de vlonder 50% van het bouwperceel bedraagt, maar in geen geval breder is dan 6 meter, uitgezonderd vlonders gelegen in de bestemming 'Wonen 2' IV. de vlonder maximaal 0,5 meter boven het water mag oversteken; d.

afwijkingen van deze regels voor gedenktekens, beeldende kunstwerken, geluidwerende en windhinderbeperkende voorzieningen, riool-overstortkelders, informatie- en reclameborden, en plastieken en vrijstaande muren; e. overschrijding van de maximale bouwhoogte met ten hoogste 1 meter ten behoeve van een technisch beter verantwoorde realisering van bouwwerken; f. overschrijding van de maximale bouwhoogte, anders dan bedoeld onder e., voor liften trappenhuizen, glazenwasserinstallaties, (centrale) verwarmingsinstallaties, ventilatie-inrichtingen, schoorstenen, (schotel)antennes, antenne-installaties en vergelijkbare bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie zoals zonnepanelen, met ten hoogste 3 meter; g. overschrijding van de bebouwingsgrenzen en/of bestemmingsgrenzen met ten hoogste 3 meter voor balkons, met ten hoogste 2 meter voor bordessen, dakoverstekken, overstekende verdiepingen, galerijen, luifels, gevelversieringen, buitentrappen en lift- en trappenhuizen en andere ondergeschikte delen van gebouwen, met ten hoogste 1 meter voor dakoverstekken; h.

overschrijding van bestemmings- en bebouwingsgrenzen, voor zover dat van belang is voor een technisch beter verantwoorde realisering van bestemmingen of van bouwwerken, dan wel voor zover dat noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 2 meter bedragen; i. overschrijding van de maximale bouwhoogte ten behoeve van het realiseren van groene daken op hoofdgebouwen, dan wel bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: I. de overschrijding van de voorgeschreven goot- en/of bouwhoogte niet meer bedraagt dan 10%; II. deze overschrijding met 10% heeft slechts betrekking op de extra (constructieve) opbouw op een dak dat nodig is om een groendak te kunnen toepassen, exclusief beplanting; III.groene daken niet als dakterras of daktuin mogen worden gebruikt als deze worden toegepast op woningen. Bij andere gebouwen dan woningen wordt het gebruik van een groendak als dakterras of daktuin per geval beoordeeld, waarbij vooral de privacy van naburige woonpercelen niet nadelig mag worden beïnvloed. 2. Geen omgevingsvergunning wordt verleend indien: a. daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. dit leidt tot aantasting van de ruimtelijke karakteristiek ter plaatste.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 40 van 46

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 41 van 46

Artikel 18

Overige regels

18.1 Wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling niet zijnde de 'Nota Parkeernormen Aalsmeer', dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling, zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan. 18.2 Voorrangsregels In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, gaat het belang van de dubbelbestemming voor.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 42 van 46

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 43 van 46

Artikel 19

Overgangsrecht

19.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 19.2 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan eenmalig worden afgeweken van lid 19.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 19.1 met maximaal 10%. 19.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 19.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 19.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

19.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, als bedoeld in lid 19.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 19.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 19.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 19.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 19.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 44 van 46

Artikel 20

Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Oosteindedriehoek'. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 13 juli 2023 De griffier, de voorzitter,

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 45 van 46

Regels bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 46 van 46

Bijlage bij regels Bijlage 1 Profielen

Bijlage 2 Voorbeelduitwerking rotonde Legmeerdijk

Bijlage 3 Voorbeelduitwerking aansluiting Aalsmeerderweg

Planverbeelding Planverbeelding in PDF

Regels Regels in PDF

Toelichting Toelichting in PDF

VP 3.45-

2,0%→

3.57-

TEL1 TEL2

ZIGGO

OV

3.53-

3.67-

3.77-

←3,0%

3.70-

3,0%→

←2,0%

2e grootte boom

LS

3.71-

3.67-

3.77-

LS

HUISAANSLUITING

OV

ZIGGO

VP 3.45-

3.55-

←2,0%

3.60-

3.67-

3.74-

←2,5%

2,5%→

3.67-

3.60-

2,0%→

3e grootte boom

TEL2 TEL1

LS

MS

MS

2.28

3.69

4.80

MS

WATER

1.73

2.60

12.50

1.39

OV

ZIGGO

VP 3.45-

TEL2 TEL1

HUISAANSLUITING

HUISAANSLUITING WATER

3.56-

0.80 4.98

WATER

2.37

9.95

2.30

PROFIEL 1.1B

OVERZICHTKAART

WIJKENTREE BUURT 1: DORPS

SCHAAL: 1 : 2000

PROFIEL 1.2A

OVERZICHTKAART

WOONSTRAAT BUURT 1: DORPS

SCHAAL: 1 : 2000

schaal: 1:100 BUURT 1

68

BUURT 3

formaat: A3 datum:

BUURT 2

20-12-2021

schaal: 1:100 BUURT 1

BUURT 3

formaat: A3 datum:

20-12-2021

Stedenbouwkundig plan deelgebied 1 Oosteindedriehoek Aalsmeer BUURT 2

69

VP 3.45-

3.60-

3.67-

2,5%→

←2,5%

3.74-

3.67-

3.60-

←2,0%

3.56-

VP 3.45-

VP 3.45-

3.60-

3.67-

2,5%→

←2,5%

3.74-

3.67-

3.60-

←2,0%

VP 3.46-

3.56-

3 grootte boom LS

OV

ZIGGO

TEL2 TEL1

LS

HUISAANSLUITING MS

VP 3.56-

e

OV

ZIGGO

TEL2 TEL1

HUISAANSLUITING

WATER

MS

bomensubstraat

WATER

wortelscherm

0.15 0.80

0.80 4.21

0.15 0.80

2.39 7.55

0.80 4.21

2.31

2.50

7.55

PROFIEL 1.2B

OVERZICHTKAART

WOONSTRAAT BUURT 1: DORPS

SCHAAL: 1 : 2000

PROFIEL 1.2C

OVERZICHTKAART

WOONSTRAAT BUURT 1: DORPS

SCHAAL: 1 : 2000

schaal: 1:100 BUURT 1

70

BUURT 3

formaat: A3 datum:

BUURT 2

20-12-2021

schaal: 1:100 BUURT 1

BUURT 3

formaat: A3 datum:

20-12-2021

Stedenbouwkundig plan deelgebied 1 Oosteindedriehoek Aalsmeer BUURT 2

71

VP 3.45-

VP 3.45-

3.60-

2,5%→

3.72-

ZIGGO

OV

houtwal

LS

HUISAANSLUITING WATER

0.88

4.12

1.55

4.80

5.12

0.30

ZIGGO

2,0%→

OV

3.70-

3.75-

houtwal

LS

OV

ZIGGO

TEL2 TEL1

WATER

VP 3.45-

1:1,5

1:1,5

LS

OV

ZIGGO

TEL2 TEL1

HUISAANSLUITING

4.70-

MS

3.60-

←2,0%

3.65-

3.70-

3.80-

HUISAANSLUITING

4.70-

1.20

3.60-

TEL1 TEL2

LS

MS

3.60-

VP 3.45-

1:1,5

1:1,5 TEL1 TEL2

3.65-

3.70-

3.80-

←2,0%

MS

WATER

HUISAANSLUITING MS

WATER

3.68

1.50

1.07

2.38

2.87

3.00

5.28

2.98

4.74

1.07

2.38 2.98

13.00

13.00

PROFIEL 1.3A

OVERZICHTKAART

WOONPAD / ERF BUURT 1: DORPS

SCHAAL: 1 : 2000

WOONPAD / ERF BUURT 1: DORPS

SCHAAL: 1 : 2000

schaal: 1:100 BUURT 1

PROFIEL 1.3B

OVERZICHTKAART

BUURT 3

72

formaat: A3 datum:

BUURT 2

20-12-2021

schaal: 1:100 BUURT 1

BUURT 3

formaat: A3 datum:

20-12-2021

Stedenbouwkundig plan deelgebied 1 Oosteindedriehoek Aalsmeer BUURT 2

73

3.40-

3.45-

3.50-

3.58-

3.20-

3.68-

3.82-

3.75-

2.40

6.00 11.00

2.00

4.00 6.00

19.40

5.02-

5.02-

4.92-

1:3

1:3

3.60

6.02-

1.90

3.50

5.50

10.00

3.25-

3.28-

3.40-

3.20-

3.25-

3.40-

2,0%→

2e grootte boom

1:4

1:4

4.92-

5.00

3.72-

3.72-

2e grootte boom

2.40

P2.3A

3.92-

5.00

6.00

0.30

9.40

0.30

6.00

5.00

22.00

12.40

PROFIEL 2.1A

OVERZICHTKAART

WIJKENTREE BUURT 2: URBAN

SCHAAL: 1 : 2000

PROFIEL 2.2A

OVERZICHTKAART

WOONSTRAAT BUURT 2: URBAN

SCHAAL: 1 : 2000

schaal: 1:100 BUURT 1

74

BUURT 3

formaat: A3 datum:

BUURT 2

20-12-2021

schaal: 1:100 BUURT 1

BUURT 3

formaat: A3 datum:

20-12-2021

Stedenbouwkundig plan deelgebied 1 Oosteindedriehoek Aalsmeer BUURT 2

75

VP 3.45-

3.55-

TEL1 TEL2

ZIGGO

2,0%→

OV

3.60-

3.70-

3.803.79-

2,5%→

3.70-

3.70-

1e grootte boom

LS

3.803.79-

3.70-

3.60-

1e grootte boom

LS

HUISAANSLUITING

VP 3.45-

3.55-

2,0%→

OV

ZIGGO

VP 3.45-

TEL2 TEL1

TEL1 TEL2

HUISAANSLUITING WATER

MS

MS

2,0%→

3.55-

ZIGGO

OV

3.60-

3.50-

2,5%→

3.77-

3.70-

3,0%→

3.77-

2,0%→ 3.60-

3.67-

2e grootte boom smalle kroon

LS

HUISAANSLUITING

WATER

←3,0%

WATER

MS

3.55-

LS

OV

ZIGGO

VP 3.45-

TEL2 TEL1

HUISAANSLUITING MS

WATER

wortelscherm

2.33

4.00

7.34

4.00

2.33

2.33

20.00

2.00

5.10

3.14

2.28

14.86

PROFIEL 3.1A

OVERZICHTKAART

WIJKENTREE BUURT 3: SUBURBAN

SCHAAL: 1 : 2000

PROFIEL 3.1B

OVERZICHTKAART

WIJKENTREE BUURT 3: SUBURBAN

SCHAAL: 1 : 2000

schaal: 1:100 BUURT 1

76

BUURT 3

formaat: A3 datum:

BUURT 2

20-12-2021

schaal: 1:100 BUURT 1

BUURT 3

formaat: A3 datum:

20-12-2021

Stedenbouwkundig plan deelgebied 1 Oosteindedriehoek Aalsmeer BUURT 2

77

VP 3.45VP 3.45-

A

2,0%→

3.55-

TEL1 TEL2

ZIGGO

OV

3.60-

3.70-

2,5%→

3.77-

←2,5%

3.62-

VP 3.45-

3.55-

P3.2B

3e grootte boom

LS

HUISAANSLUITING WATER

2.33

MS

2.00

0.30

4.27

0.80

0.15

9.85

PROFIEL 3.2A

OVERZICHTKAART

WOONSTRAAT BUURT 3: SUBURBAN

SCHAAL: 1 : 2000

schaal: 1:100 BUURT 1

78

BUURT 3

formaat: A3 datum:

BUURT 2

20-12-2021

3.60-

TEL1 TEL2

ZIGGO

3.68-

OV

2,5%→

3.82-

3.92-

2e grootte boom

LS

HUISAANSLUITING WATER

1:4

4.92-

MS

1.80

4.20

1.80

4.20

2.50

5.02-

4.00 6.50

12.50

PROFIEL 3.2B

OVERZICHTKAART

WOONSTRAAT BUURT 3: SUBURBAN

SCHAAL: 1 : 2000

schaal: 1:100 BUURT 1

BUURT 3

formaat: A3 datum:

20-12-2021

Stedenbouwkundig plan deelgebied 1 Oosteindedriehoek Aalsmeer BUURT 2

79

VP 3.45-

3.55-

TEL1 TEL2

ZIGGO

2,0%→

OV

3.62-

LS

3.72-

←2,5%

3.77-

←2,5%

3.70-

2,5%→

3.77-

WATER

2.33

MS

1.00

2.00

0.30

4.40

5.33

5.50

0.80

VP 3.45-

P3.2D

2e grootte boom

3e grootte boom

HUISAANSLUITING

VP 3.35-

3.55-

3.55-

3.62 3.62

14.45

PROFIEL 3.2C

OVERZICHTKAART

WOONSTRAAT BUURT 3: SUBURBAN

SCHAAL: 1 : 2000

3.58-

TEL1 TEL2

ZIGGO

3.63-

OV

3.70-

3,0%→

←3,0%

3.77-

3.70-

←2,5%

3.58-

1e grootte boom

LS

2e grootte boom

LS

HUISAANSLUITING WATER

2.18 2.33

80

BUURT 3

formaat: A3 datum:

BUURT 2

20-12-2021

OV

ZIGGO

TEL2 TEL1

HUISAANSLUITING MS

WATER

MS

0.15

2.50

1.00

2.50

4.50 10.50

0.70

1.00

9.79

2.43

11.49

2.43

PROFIEL 3.2D

OVERZICHTKAART

WOONSTRAAT BUURT 3: SUBURBAN

SCHAAL: 1 : 2000

schaal: 1:100 BUURT 1

VP 3.35-

3.45-

←2,0%

3.50-

3.50-

schaal: 1:100 BUURT 1

BUURT 3

formaat: A3 datum:

20-12-2021

Stedenbouwkundig plan deelgebied 1 Oosteindedriehoek Aalsmeer BUURT 2

81

A

3.77-

3.72-

2,0%→

3.65-

3.65-

2e grootte boom

1:4

LS

5.22-

5.221:3

1:3

6.02-

10.00

OV

ZIGGO

P4.3B

TEL2 TEL1

HUISAANSLUITING MS

5.02-

3.60-

2,0%→

WATER

5.02-

4.00

1.50

3.50

5.50

1.12

2.28

6.90 12.40

PROFIEL 4.3A

OVERZICHTKAART

WOONERF / FIETSPAD RAAMWERK

SCHAAL: 1 : 2000

3.72-

3.92-

2,0%→

3.65-

3.65-

2e grootte boom 5.02-

1:3

6.02-

LS

3.40

MS

82

BUURT 3

formaat: A3 datum:

BUURT 2

20-12-2021

ZIGGO

TEL2 TEL1

10.10

3.50

WATER

2.28

1.12

20.40

PROFIEL 4.3B

OVERZICHTKAART

WOONERF / FIETSPAD RAAMWERK

SCHAAL: 1 : 2000

schaal: 1:100 BUURT 1

OV

HUISAANSLUITING

1:4

4.92-

3.60-

2,0%→

schaal: 1:100 BUURT 1

BUURT 3

formaat: A3 datum:

20-12-2021

Stedenbouwkundig plan deelgebied 1 Oosteindedriehoek Aalsmeer BUURT 2

83

TOELICHTING Bestemmingsplan Oosteindedriehoek

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 1 van 68

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Crisis­ en herstelwet 1.5 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie en omgeving 2.2 De ontwikkeling HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 De planregels en bestemmingen HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3 Handhaving HOOFDSTUK 5 BELEIDSKADER EN REGELGEVING 5.1 Inleiding 5.2 Rijksbeleid en regelgeving 5.2.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (2002) 5.3 Provinciaal en regionaal beleid 5.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 6 OMGEVINGSKWALITEIT 6.1 Archeologie en cultuurhistorie 6.2 Bedrijven en milieuzonering 6.3 Bodem 6.4 Duurzaam bouwen en energie 6.5 Ecologie 6.6 Externe veiligheid 6.7 Geluid 6.8 Kabels en leidingen 6.9 Luchtkwaliteit 6.10 Verkeer en parkeren 6.11 Vormvrije m.e.r­beoordeling 6.12 Water

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=02565081-5a77-47f1-bae4-aa96a9ebaa9f