CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

2b.Commissie Maatschappij en Bestuur oordeelsvormend 13 maart 2025, gemeente aalsmeer26.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Artikel 3.19 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken, als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Indien de jeugdige langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname. 3. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid. Hoofdstuk 4 Afstemming met andere voorzieningen Artikel 4.1 Afstemming gezondheidszorg 1. Het college draagt zorg dat wanneer de lokale toegang een besluit neemt over de inzet van zorg die vanaf de 18e verjaardag valt onder het basispakket van de Zorgverzekeringswet en er de reële verwachting is dat deze zorg na de 18e verjaardag van de jeugdige door zal lopen, het besluit voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden door de zorgverzekeraars. 2.

Het college draagt zorg dat de lokale toegang zich in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en zijn ouders wijst op de consequentie dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet valt, en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. Artikel 4.2 Afstemming langdurige zorg 1. Het college draagt zorg dat de lokale toegang de jeugdige en/of zijn ouders ondersteunt richting het Centraal Indicatieorgaan Zorg, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg. 2. Indien de jeugdige en/of zijn ouders weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit van het Centraal Indicatieorgaan Zorg, is het college niet gehouden een individuele voorziening toe te kennen op grond van deze verordening. Artikel 4.3 Afstemming voorschoolse voorzieningen en het onderwijs 1. Het college draagt er zorg voor dat locaties voor voorschoolse educatie, primair en voortgezet onderwijs een contactpersoon/contactteam hebben bij de lokale toegang. 2. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen en onderwijszorg worden vastgelegd in het perspectiefplan voor de jeugdhulp van de jeugdige en zijn ouders. Artikel 4.4 Afstemming maatschappelijke ondersteuning 1.

Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de lokale toegang en aanbieders in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, indien een jeugdige en/of zijn ouders naast jeugdhulpvoorzieningen ook in aanmerking komen voor voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Pagina

2.

11 van 16

Het college draagt zorg dat wanneer de begeleiding van een jeugdige na het achttiende jaar voortgezet moet worden onder de Wet maatschappelijke ondersteuning, de continuïteit gewaarborgd wordt en de lokale toegang een besluit hiertoe zo nodig (mede)voorbereidt.

Artikel 4.5 Afstemming werk en inkomen Het college draagt zorg dat de lokale toegang en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, minimaregelingen te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen. Hoofdstuk 5 Waarborging verhouding prijs-kwaliteit Artikel 5.1 Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functies; c. een brancheconforme toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel, en; f. kosten voor indexering.

Hoofdstuk 6 Klachten en vertrouwenspersoon Artikel 6.1 Klachtregeling Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van hun ondersteuningsvraag als bedoeld in deze verordening. Artikel 6.2 Vertrouwenspersoon 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen en ouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Hoofdstuk 7 Beleidsparticipatie Artikel 7.1 Inspraak en medezeggenschap Het college geeft middels de ‘Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Aalsmeer 2017’ vorm aan inspraak en medezeggenschap ten aanzien van de voorbereiding van het jeugdhulpbeleid.

Pagina

12 van 16

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen Artikel 8.1 Hardheidsclausule Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening tot een bijzondere en onvoorziene hardheid leidt, ten gunste van de jeugdige en/of zijn ouders af te wijken van de bepalingen in deze verordening, indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken. Artikel 8.2 Inwerkingtreding 1. De verordening treedt in werking op de dag na publicatie. 2. Op het tijdstip genoemd in het eerste lid wordt de Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2022 ingetrokken. Artikel 8.3 Overgangsbepaling De rechten en verplichtingen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening gelden met betrekking tot een individuele voorziening waarvoor op grond van de verordening jeugdhulp Aalsmeer 2022 een besluit is afgegeven, blijven gelden gedurende de looptijd van het besluit, dan wel tot het moment dat er op basis van een gewijzigde ondersteuningsbehoefte een nieuw besluit wordt genomen. Meldingen die zijn gedaan voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening en waarop vóór de inwerkingtreding van deze verordening niet beslist is, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Artikel 8.4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 maart 2025. De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Pagina

13 van 16

Bijlage 1 Overzicht van ontwikkelingstaken, opvoedingsopgaven en ‘normale’ uitdagingen.

Onderstaand overzicht, uit ‘Opgroeien en opvoeden’ van het NJI, is niet uitputtend maar geeft voorbeelden van ontwikkelingstaken en opvoedingsopgaven die kenmerkend zijn voor de verschillende leeftijdsgroepen. Vaak begint de ontwikkeling al in een eerdere fase, maar staat het in het schema in de fase waarin dit het meeste speelt. Dit schetst een beeld van ‘normale’ uitdagingen die onder de ouderlijke verantwoordelijkheid vallen en waarbij in beginsel géén aanspraak bestaat op jeugdhulp.

Pagina

Leeftij Belangrijkste d milieus 0–2 jaar

14 van 16

Ontwikkelingstake Opvoedingsopgav n en

Normale uitdagingen • Voedingsproblemen ;

Gezin

• Veilige hechting;

Opvang

• Lichaamsbeheersing ; • Exploratie & spelen; • Autonomie en individuatie.

• Soepele verzorging; • Sensitief en responsief reageren op gedrag van het kind; • Letterlijk beschikbaar zijn; • Structuur bieden; • Ruimte geven voor exploitatie;

• Slaapproblemen; • Scheidingsangst; • Angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties; • Incidenteel huilen.

• Spelen en praten; • Ontwikkeling stimuleren. 2–4 jaar

Gezin

Buurt

Opvang

Media

• Representationele vaardigheid;

• Sensitiviteit voor cognitief niveau (praten, informatie • Taalvaardigheid en en uitleg geven, denkontwikkeling; ontwikkeling stimuleren); • Zelfsturing (enige mate kunnen • Respect voor beheersen van autonomie én emoties en grenzen stellen; gedrag); • Bevorderen • Constructieve zelfsturing omgang met (impulscontrole). leeftijdgenootjes;

• Angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties;

• Socialisatie;

• Druk gedrag;

• Zelfredzaamheid;

• Niet zindelijk zijn;

• Sekserolidentificatie

• Koppigheid; • Driftbuien; • Agressie; • Ongehoorzaamheid ;

• Zeuren/driftbuien om beeldschermgebruik.

Pagina

4–6 jaar

Gezin

Basisschool

Opvang

Verenigingen

Mediaomgevi ng

15 van 16

• Schoolse vaardigheden;

• Aanmoedigen sociaal gedrag;

• Taal- en denkontwikkeling;

• Gelegenheid geven • Ruzies met voor omgang met leeftijdgenoten; leeftijdsgenootjes; • Zindelijkheid; • Respectvol omgaan met • Schoolweigering; verschillen in etniciteit en gender; • Gebrek • Mediaopvoeding; zelfsturing.

• Executieve vaardigheden (zelfsturing); • Gezinsnormen eigen maken, houden aan regels; • Vriendschappen sluiten;

• Niet gegronde angsten;

• Regels en grenzen uitleggen en stellen (bv. Gedrag, mediagebruik, televisie);

• Ontwikkeling gewetensontwikkelin g / schaamte• Loslaten en gevoelens; vertrouwen geven. • Digitale vaardigheden (apparaten gebruik beheersen/ besturen). 6 – 12 jaar

Gezin

Opvang

School

Verenigingen

Peergroep

Mediaomgevi ng

• Vergroten zelfstandigheid; • Gebruik infrastructuren (geld, vervoer, vrijetijdsvoorziening en sociale media); • Schoolse vaardigheden; • Internet en sociale media vaardigheden; • Acceptatie door leeftijdgenoten; • Sociaal gedrag: Samenwerken, conflicten oplossen.

• Bevorderen zelfsturing (taakgerichtheid); • Bewust leren omgaan met media (tijd, inhouden, contacten);

• Ruzies, pesten; • Concentratie problemen; • Laag prestatieniveau;

• Niet naar school • Gelegenheid geven willen; voor omgang met leeftijdgenootjes; • Incidenteel stelen of vandalisme; • Respectvol omgaan met • Overmatig verschillen in gamen/ televisie/ etniciteit en gender; Netflix; • Ondersteunen bij onderwijs; waardering voor schoolprestaties.

• Cyberpesten.

Pagina

12 – 16 jaar

Gezin

School

Verenigingen

Peergroep

Mediaomgevi ng

Werkkring

• Emotionele en praktische zelfstandigheid; • Ontwikkeling waardensysteem; • Afstand nemen van ouders peergroep wordt referentiekader; • Sociale contacten en vriendschappen leggen en onderhouden;

16 van 16

• Ruimte bieden om te experimenteren en zich seksueel te kunnen ontwikkelen;

• Onzekerheid over bijvoorbeeld uiterlijk;

• Toezicht houden;

• Onderschatting of soms overschatting van zichzelf;

• Emotionele beschikbaarheid;

• Wisselend humeur;

• Tolerantie voor experimenten;

• Incidenteel spijbelen;

• leeftijdsadequaat structuur bieden en grenzen stellen;

• Incidenteel gebruik van alcohol en drugs;

• Voorbeeldfunctie vervullen m.b.t. leefstijl en gedrag.

• Twijfels over identiteit of toekomst;

• Seksualiteit; • Omgang met sociale media en gevaren onderkennen; • Onderwijs en beroepsvoorbereidin g.

16 – 23 jaar

Gezin

School

Verenigingen

Peergroep

Internetgroep

Werkkring

• Overgang van jeugd naar volwassenheid;

• Problemen met autoriteiten; • Overmatig gamen/mediagebru ik, cyberpesten, sexting (dader en slachtoffer).

• Meer • Stemmingssymmetrische relatie wisselingen; aan gaan met de jongere; • Incidenteel • Loskomen van gebruik van alcohol ouderlijk gezag; • Emotionele, en drugs; financiële en • Ontwikkeling eigen praktische steun; • Twijfels over waarden en identiteit of normen; • Eigen keuzes en toekomst; beslissingen laten • maken; • Problemen met Onafhankelijkheid; autoriteiten. • Accepteren • Duurzame relaties seksuele keuzes. aangaan.

Was-wordt lijst verordening Jeugdhulp 2025 Artikel gewijzigde verordening Artikel 1.1

Was

Wordt

Toelichting

Niet opgenomen

Artikel 1.1

Niet opgenomen

Begrip stond in de beleidsregels. Legt de nadruk op het zelfstandig oplossen van problemen door ouders/netwerk. Maakt duidelijk wat onder de jeugdhulpplicht valt. Uitleg van definitie

Artikel 2 lid b

Informatie en advies

Artikel 2.2 lid 1

Artikel 3.2

De jeugdhulpverleners van de lokale toegang hebben de volgende taken: a. het bieden van kortdurende ondersteuning bestaande uit opvoed – en opgroeiondersteuning; b. monitoring van jeugdhulptrajecten; c. casusregie als de jeugdige en/of ouders hierbij ondersteuning nodig hebben. Niet opgenomen

eigen kracht: het vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om zelf, of samen met het sociale netwerk, oplossingen te vinden voor de problemen van de jeugdige of het gezin, en invulling te geven aan deze oplossingen sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de jeugdige en/of de ouders een sociale relatie onderhouden; Informatie en advies door gemeentelijke jeugdhulpverlenersdoor gemeentelijke jeugdhulpverleners De jeugdhulpverleners van de lokale toegang voeren procesregie waaronder het monitoren van jeugdhulptrajecten en het bieden van casusregie als de jeugdige en/of ouders hierbij ondersteuning nodig hebben.

Nieuw artikel

Artikel 3.3

Niet opgenomen

Nieuw artikel

Artikel 3.4

Niet opgenomen

Nieuw artikel

Ouders behoren de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden (uitspraak Centrale Raad van Beroep (CrvB)). Een zorgvuldig onderzoek tot toegang van jeugdhulp vereist het doorlopen van stappen en is hiermee gedetailleerder beschreven (uitspraak CrvB). De rechtspraak verlangt dat een duidelijke hoofdrichting wordt neergelegd voor de eigen mogelijkheden en probleemoplossend

Verduidelijking De werkwijze van de jeugdhulpverleners is veranderd.

Artikel 3.5 lid 1

Artikel 3.2, lid 1 Een aanvraag voor een individuele voorziening kan door of namens een jeugdige of ouders schriftelijke worden ingediend bij het college. Artikel 3.2, lid 2

Artikel 3.5

Artikel 3.6

Artikel 3.6

Artikel 3.6 Artikel 3.7 Artikel 3.7

Artikel 3.5, lid 1 Een aanvraag voor een individuele voorziening wordt schriftelijk en ondertekend ingediend bij het college door of namens een jeugdige of diens ouder(s). Weggelaten

Artikel 3.2, lid 7 Degenen die een aanvraag indienen voor een individuele voorziening, verstrekken het college in ieder geval een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Artikel 3.3, lid 2 Artikel 3.3, lid 3 Artikel 3.3, lid 4 Artikel 3.3, lid 5 Artikel 3.3, lid 6 Artikel 3.3, lid 2: … dat door de professional van de lokale toegang, de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt. Artikel 3.3, lid 7 Het ondertekende perspectiefplan

Weggelaten

Artikel 3.4, lid 1b of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving Niet opgenomen

Toegevoegd aan artikel 3.7, lid 1b of met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn sociaal netwerk Artikel 3.7, lid 1.e er geen sprake is van jeugdhulp met terugwerkende kracht. De gemeente verstrekt geen voorzieningen voor jeugdhulp, onderzoeken, trainingen of andere interventies die door ouders, verzorgers, of jeugdigen op eigen initiatief is ingezet, zonder voorafgaande goedkeuring of indicatie van de gemeente.

vermogen van ouder(s), waaronder de draagkracht en belastbaarheid van de ouders (uitspraak CrvB). Aanvragen moeten schriftelijk worden ingediend en ondertekend door de belanghebbende. Komt terug in 3.12, lid 1 over het persoonsgebonden budget (pgb) Controle vindt via de Basisregistratie Personen (BRP) plaats

Artikel 3.6, lid 5 Artikel 3.6, lid 6 Artikel 3.6, lid 2 Artikel 3.6, lid 3 Artikel 3.6, lid 4 Weggelaten

Veranderd naar chronologische volgorde

Artikel 3.6, lid 7 Het perspectiefplan

Bij de jeugdhulpaanvraag wordt alleen een handtekening gevraagd van één belanghebbende. Verduidelijking

De ondertekening van het perspectiefplan vervalt.

Uit de praktijk bleek dat dit voorkwam en dit is nu opgenomen in de verordening.

Artikel 3.10

Artikel 3.4, lid 3 Het gesprek, zoals bedoeld in artikel 3.3, kan achterwege gelaten worden, wanneer: a. de huisarts, jeugdarts of medisch specialist conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet, verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp; b. er sprake is van een crisissituatie waar de onmiddellijke uitvoering van jeugdhulp geen uitstel duldt; c. de basisschool een vermoeden heeft van ernstige enkelvoudige dyslexie. Artikel 3.7, lid 1 Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg in het geval het vermoeden van ernstige enkelvoudige dyslexie.

Weggelaten

Er is geen uitzondering vereist voor gesprekken met betrekking tot dyslexie of medische verwijzing. En volgens de Jeugdwet treft het college onverwijld een voorziening in crisissituaties.

Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) is ernstige dyslexie geworden. Diagnostiek en behandeling volgen landelijke richtlijnen voor dyslexiezorg.

Artikel 3.11

Artikel 3.8: Vervoer

Artikel 3.10, lid 1, 2a, 2b, 3 Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg in het geval van het vermoeden van ernstige dyslexie en baseert zich daarbij op het landelijk geldende protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling. Geheel nieuw artikel

Artikel 3.12

Artikel 3.9, lid 1

Artikel 3.12, lid 1a, 1b, 1c.

Artikel 3.12

Artikel 3.9, lid 2

Artikel 3.12

Artikel 3.9, lid 2d de kwalificaties van de uitvoerder.

Toegevoegd aan artikel 3.9, lid 2b: een motivering waaruit blijkt dat de ouder(s) het persoonsgebonden budget kunnen beheren Toegevoegd aan artikel 3.12, lid 2e de kwalificaties en deskundigheid van de uitvoerder.

Artikel 3.13

Artikel 3.9, lid 3 en 4 Artikel 3.10, lid 2a en 2b

Weggelaten Toegevoegd aan artikel 3.13, lid 2a en 2b en op basis van het Kwaliteitskader Jeugd ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet

De strekking van het artikel is van de beleidsregels naar de verordening verplaatst, daarmee uitgebreid. Wanneer de ouders in staat zijn de jeugdige zelf te vervoeren, is er sprake van ‘eigen kracht’ (uitspraak CRvB). Artikel is uitgebreid met informatie uit de Jeugdwet met betrekking tot pgb. Dit is gewenst in de praktijk Het is van belang expliciet vast te leggen wat de deskundigheidseisen zijn voor uitvoerders voor nalevering van de Jeugdwet (uitspraak CrvB). Komt terug in 3.12, lid a. Professionals die hulp verlenen – ook vanuit een pgb – moeten geregistreerd zijn in het SKJ of BIG. Dat is een kwaliteitseis voor jeugdhulpverleners.

Artikel 3.13 Artikel 3.14

Artikel 3.10, lid 2c personen die ingeschreven staan in het register Artikel 3.11

Artikel 3.14

Artikel 3.11

Artikel 3.14

Artikel 3.11

Artikel 3.15

Artikel 3.12, lid 3 € 20,00 per uur voor informele hulp, met uitzondering voor kortdurend verblijf door informele hulp. Het tarief hiervoor bedraagt € 30,00 per etmaal met een maximum van € 130,00 per kalendermaand. Artikel 3.12, lid 4a: indien de jeugdige per auto wordt vervoerd, € 0,19 per kilometer; Artikel 3.12, lid 5: Het college publiceert minimaal jaarlijks de tarieven. Artikel 4.3, lid 1: Het college draagt zorg dat locaties voor kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs een contactpersoon/contactteam hebben bij de lokale toegang.

Artikel 3.15

Artikel 4.3

(SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp, of; Artikel 3.13, lid 2c personen die op basis van het Kwaliteitskader Jeugd ingeschreven staan in het register Toegevoegd aan artikel 3.14, lid 1a zorg verleent, zoals genoemd in artikel 3.1, uitgezonderd dyslexiezorg en jeugdbescherming/-reclassering; Toegevoegd aan artikel 3.14, lid 1c voldoet aan de minimale kwaliteitseisen voor een voorziening voor een jeugdhulpaanbieder, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 Jeugdwet en artikel 5.1.1 Besluit Jeugdwet; Toegevoegd aan artikel 3.14, lid 4 Ondersteuning kan niet worden geboden als er sprake is van buitenlands hulpaanbod buiten de EU, die niet voldoet aan het afsprakenkader buitenlandse jeugdhulp van het Platform Jeugdhulp in het buitenland, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Artikel 3.15, lid 3 €22,82 per uur voor informele hulp, met uitzondering voor kortdurend verblijf door informele hulp. Het tarief hiervoor bedraagt €30,00 per etmaal met een maximum van €130,00 per kalendermaand.

Artikel 3.15, lid 4a indien de jeugdige per auto wordt vervoerd, €0,23 per kilometer; Artikel 3.15, lid 5 Het college indexeert jaarlijks de tarieven Artikel 4.3, lid 1 Het college draagt er zorg voor dat locaties voor voorschoolse educatie, primair en voortgezet onderwijs een contactpersoon/contactteam hebben bij de lokale toegang.

Verduidelijking Hiervoor kan geen pgb worden aangevraagd Het opnemen waarborgt juridische overeenstemming met de Jeugdwet.

Uit de praktijk bleek dat dit voorkwam en dit is nu opgenomen in de verordening.

Tarief aangepast.

Tarief aangepast. Het is een plicht om de tarieven jaarlijks te beoordelen. Verduidelijking

Artikel 5.1

Artikel 4.6 Gebruik Multisignaal als verwijsindex Artikel 5, lid c een redelijke toeslag

Artikel 5.1 Artikel 7.2

Artikel 7.2: Right to challenge

Artikel 8.1

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Bijlage 1. Overzicht van ontwikkelingstaken, opvoedingsopgaven en ‘normale’ uitdagingen.

Niet opgenomen

Weggelaten

De verwijsindex gaat uit de wet.

Artikel 5, lid c een brancheconforme toeslag Toegevoegd lid f: kosten voor indexering. Weggelaten

Verduidelijking

Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening tot een bijzondere en onvoorziene hardheid leidt, ten gunste van de jeugdige en/of zijn ouders af te wijken van de bepalingen in deze verordening, indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken. Nieuwe bijlage

Toevoeging die volgt uit de Jeugdwet Er is geen verplichting vanuit de Jeugdwet om het uitdaagrecht op te nemen. De wet is sterk gericht op deskundigheid en de kwaliteit van zorg. De haalbaarheid en uitvoering van het uitdaagrecht zijn hierin niet uitgewerkt. Verduidelijking

Definities van "normale uitdagingen" om de rol van ouders te verduidelijken.

{{signer1}} 11/03/2025 16:43:22 CET

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 0e46bd8c-3458-455c-9c38-575267135d3f Auth: Scribble

MEMO RAAD

{{signer2}} 11/03/2025 14:53:58 CET

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 0e46bd8c-3458-455c-9c38-575267135d3f Auth: Scribble

{{signer3}}

{{signer4}} Registratienr. Aan Afkomstig van Datum Afschrift aan

Betreft

Z25-030385 leden raad Burgemeester en wethouders 11 maart 2025 college, griffie, voorlichting

Afhandeling toezegging behandeling Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 in de beeldvormende commissie Maatschappij en Bestuur van 27 februari 2025

Tijdens de Beeldvormende Commissie Maatschappij en Bestuur van 27 februari 2025 heeft de portefeuillehouder (Kabout) toegezegd terug te komen op de door de VVD gestelde vraag over de Verordening Jeugdhulp 2025: In artikel 3.19 wordt vermeld dat het college opschorting van betaling bij de SVB kan aanvragen. Is dit al eens gebeurd en zo ja: hoe vaak? (een verzoek tot) Opschorting van betaling van een Jeugdwet-PGB is in de afgelopen drie jaar niet voorgekomen. Voorafgaand aan het afgeven van een PGB wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar de aanvraag en middels een PGB plan wordt de kwaliteit geborgd (voldoet de aanbieder aan kwalificaties en kunnen ouders het pgb beheren). De aard en omvang van de hulp worden exact berekend aan de hand van het plan, de levering van de zorg wordt gecontroleerd door de PGB houder, de gemeente vraagt de prestatielevering uit bij verlengingen én interviewt PGB houders (bij toestemming) over de geleverde zorg. Fraude bij JeugdwetPGB’s is daardoor in onze gemeente nagenoeg niet mogelijk.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga mr. G.E. Oude Kotte Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx]

{{signer1}} 04/02/2025 09:31:49 CET

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: d0ecf568-44d4-41d5-b869-0035ebb8bd2f

RAADSVOORSTEL

Auth: Scribble

{{signer2}} 04/02/2025 09:10:52 CET

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: d0ecf568-44d4-41d5-b869-0035ebb8bd2f Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z25-005353

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

Renée van Vlaardingen / Paul van Welzenis 06-1870 9708 r.van.vlaardingen@amstelveen.nl Sociale Voorzieningen

28 januari 2025 wethouder W. Kikkert

Onderwerp

Beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2028, “Van stress naar kracht: integrale schuldhulpverlening in Aalsmeer” Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

Het beleidsplan schuldhulpverlening 2025 -2028, “Van stress naar kracht: integrale schuldhulp in Aalsmeer” vast te stellen. Hierin wordt het volgende besloten: 1.De schuldhulpverlening heeft de volgende doelstellingen: a.Problematische schulden zoveel mogelijk voorkomen (preventie) b.Betalingsachterstanden zo vroeg mogelijk signaleren (vroegsignalering) c.Problematische schulden duurzaam oplossen (integrale schuldhulpverlening). 2.De looptijd van gemeentelijke schuldenregelingen en WSNP is verkort van 36 naar 18 maanden. Hiermee wordt de begeleidingsperiode ook korter. De begeleiding en coaching wordt hierop aangepast en de uitgangspunten gevolgd van de menselijke maat: inwoners voelen zich gezien, gehoord en geholpen. 3.Het continueren van de volgende ondersteuning die is ontwikkeld sinds 2021, namelijk: a.aanpak voor vroegsignalering van betalingsachterstanden in samenwerking met vaste lasten leveranciers; b.schuldhulpverlening op maat voor ondernemers. 4. de financiële meerjarenraming uit het beleidsplan vast te stellen. De totale kosten ad € 615.600 worden voor € 562.600 gedekt uit de programmabegroting, verhoogd met € 31.000 rijksbijdrage voor de aanpak van armoede en schulden (structureel). Deze middelen van het Rijk worden aangevuld met € 22.000 structureel in de begroting, dit is besloten bij de vaststelling van de programmabegroting 2025 in de gemeenteraad.

In de 1e bestuursrapportage 2025/Kadernota 2026 wordt dit verwerkt. Samenvatting

Met de uitvoering van het vorige beleidsplan schuldhulpverlening 2021 – 2024 is veel nieuwe dienstverlening in gang gezet. In de eerste plaats is de vroegsignalering van schulden samen met vaste lasten leveranciers uitgegroeid tot een onmisbaar onderdeel van onze schuldhulpverlening. We hebben verder schuldhulpverlening op maat ontwikkeld voor ondernemers. Deze ondersteuning blijkt in een behoefte te voorzien en biedt een aanpak op maat die past bij hun situatie. De komende periode zetten wij in op contintuïteit. In het beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2028 bieden we duidelijkheid aan inwoners door de ondersteuning te continueren die we hebben opgestart in de periode 2021 t/m 2024.

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 5

Doel

Schulden en gebrek aan perspectief kunnen mede een oorzaak zijn van langdurige stress. Als deze zorgen langere tijd aanhouden, kan dat leiden tot ergere problemen en sociale uitsluiting. We blijven dan ook onze integrale hulpverlening doorontwikkelen en verbeteren om schulden duurzaam op te lossen. Via begeleiding en coaching bevorderen we gezond financieel gedrag, zodat inwoners zich structureel beter kunnen redden. We houden rekening met de leefsituatie van de inwoner en gevolgen van levensgebeurtenissen zoals verlies van werk en echtscheiding en de effecten die dit kan hebben op de mentale weerbaarheid. We werken hierin samen met andere teams in het sociaal domein. We zetten preventief aanbod in om de drempel te verlagen en om schulden te voorkomen. We vinden het belangrijk dat inwoners weten waar ze terecht kunnen en kunnen rekenen op deze hulpverlening. We bieden ook hier continuïteit in het aanbod van het financiële café, hulp van vrijwilligers bij de financiële administratie en budgetlessen op scholen. Prestatie

In de strategienota Sociaal Domein 2024 – 2027 is opgenomen dat er een beleidsplan schuldhulpverlening 2025 –2028 wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Hierbij voldoen we aan deze verplichting. Eén van de drie kernopgaven in de Strategienota Sociaal Domein is bestaanszekerheid bevorderen: “We bieden ondersteuning aan inwoners zonder werk en/of inkomen. We streven ernaar inwoners met financiële zorgen in beeld te krijgen en te helpen. Door een mensgerichte benadering voorkomen we onnodig leed en oplopende kosten. We stimuleren (keten)samenwerking en een domein overstijgende aanpak bij multiproblematiek om dreigende onveiligheid tegen te gaan.” De doelstelling die voor schuldhulpverlening is geformuleerd: “Inwoners met (voor hen onbeheersbare) schulden hebben voldoende perspectief eruit te komen” Vanuit de schuldhulpverlening wordt mede bijgedragen aan het realiseren van de andere twee kernopgaven, namelijk “verhogen van kansengelijkheid” en “Gezond en gelukkig leven makkelijker maken”. Bijvoorbeeld omdat erop wordt toegezien dat inwoners gebruik maken van alle inkomensvoorzieningen waar ze recht op hebben. Door de schulden aan te pakken ervaren inwoners meer rust. Dit komt ook de opvoeding van kinderen ten goede. Vermindering van de chronische stress als gevolg van schulden kan o.a. de mentale weerbaarheid ten goede komen. Voorgeschiedenis en context

Aalsmeer voert schuldhulpverlening uit in eigen beheer met een team schuldhulpverleners van de afdeling Sociale Voorzieningen. Gemeenten voeren sinds 2012 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit. Door deze wet hebben gemeenten de verplichting om inwoners met schulden te helpen en ze hebben een regierol in het voorkomen en oplossen van (problematische) schulden bij inwoners. De Wgs is een kaderwet waarin gemeenten de ruimte hebben om binnen de kaders een eigen aanpak te formuleren. Dit betekent dat de toegankelijkheid van de schuldhulpverlening sterk kan verschillen per gemeente. Meerdere landelijke partijen zoals de Nationale Ombudsman, maar ook de commissie Sociaal Minimum vinden dit onwenselijk. Het landelijke plan 'Basisdienstverlening Schuldhulpverlening' is een reactie op deze constateringen. Het plan heeft tot doel de dienstverlening aan inwoners effectiever te maken en leidt tot een hulpaanbod dat toegankelijker is en in iedere gemeente bestaat uit minimaal dezelfde elementen. In

Pagina

3 van 5

maart 2024 is dit plan gelanceerd door het kabinet, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de branchevereniging voor financiële hulpverleners NVVK en de vereniging van directeuren in het sociaal domein Divosa. Wij zullen gebruik maken van deze ontwikkeling om onze dienstverlening verder te verbeteren. Voor een groot deel werken we al volgens deze uitgangspunten. In de “Basisdienstverlening Schuldhulpverlening” is o.a. opgenomen dat gemeenten hun aanbod toespitsen op ondernemers en jongeren zodat op maat op specifieke kenmerken van deze doelgroepen wordt ingespeeld. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Gemeenten voeren sinds 2012 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit. Hierin is vastgelegd dat de gemeenteraad voor een periode van ten hoogste vier jaar een (beleids)plan vaststelt dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan haar inwoners. Keuzemogelijkheden/alternatieven

De gemeenteraad beslist over de mate waarin we vroegsignalering inzetten. Vroegsignalering is een wettelijke verplichting, maar gemeenten krijgen ruimte om dit lokaal in te vullen. Het aantal signalen van betalingsachterstanden door schuldeisers snel is gegroeid tot ruim 1.000 per jaar in Aalsmeer. We zetten voor vroegsignalering gespecialiseerde medewerkers in. We kunnen nu effectief persoonlijk contact met de inwoner leggen om ergere problemen voorkomen. De gemeenteraad kan ook keuzes maken in de doelgroepen waarvoor extra maatwerk wordt ingezet. Dit geldt ook voor het aanbod van preventie. Bij de schuldhulpverleningstrajecten bieden we maatwerk aan ondernemers. In het preventieve aanbod hebben we specifiek aanbod voor jongeren en ondernemers. Verminderen van de huidige inzet heeft als consequentie dat we inwoners met problematische schulden minder goed kunnen ondersteunen, wat ook negatieve consequenties heeft voor de participatie, gezondheid en kinderen in deze huishoudens. Minder inzet op schuldhulpverlening kan leiden tot hogere kosten elders in het sociaal domein, bijvoorbeeld voor uitkeringen en minimaregelingen. Participatie

Er is een clientervaringsonderzoek uitgevoerd door een externe partij. Dit is bijgevoegd als bijlage drie. Vier op de vijf respondenten geeft aan dat ze door de hulp positiever zijn over de toekomst, minder stress hebben en beter weten hoe ze schulden kunnen voorkomen. Er is een verkennend gesprek gevoerd met de ASD voorafgaand aan het opstellen van het beleidsplan. We hebben de volgende aandachtspunten meegenomen in het beleidsplan: *Het duurt lang voordat inwoners met schulden hier voor uit durven te komen. Inwoners zullen niet zo snel naar de gemeente stappen met hun zorgen. Daarom is inzetten op vroegsignalering belangrijk. *Zet actief in op huisbezoek bij betalingsachterstanden huur, zorg en of energie, en zet een professional in die de skills heeft om op de juiste manier iemand te benaderen. * Bij ondernemers en ZZP-ers die in de schulden raken is vaak de boekhouding niet goed bij gehouden of relevante regelgeving is onvoldoende bekend. *Het is goed dat vrijwilligers inwoners helpen met hun financiële administratie. Begeleidt inwoners indien nodig langere tijd, zodat de vrijwilliger de vinger aan de pols kan houden om terugval te voorkomen. *Geef aandacht aan de schulden in familiaire kring. Deze zetten vaak de relatie onder druk. Wellicht kunnen deze bevroren worden en later terugbetaald.

Pagina

4 van 5

Kanttekeningen en risico’s

1. De aanpak van schulden vergt een lange adem en vasthoudendheid. Daarom vinden wij het van groot belang om langdurig een compleet veelzijdig aanbod in te blijven zetten. Dit draagt bij aan het bereik en de effectiviteit van de schuldhulpverlening. Juist de combinatie van preventie, vroegsignalering en maatwerk voor specifieke doelgroepen maakt dat we op tijd er bij zijn en dat inwoners duurzaam hun schulden kunnen oplossen. 2.De bestaanszekerheid staat onder druk De Commissie Sociaal minimum heeft in 2023 inzichtelijk gemaakt dat het wettelijke sociaal minimum niet meer toereikend is. Hierdoor is de kans dat deze doelgroep problematische schulden ontwikkelt aanzienlijk. Daarnaast neemt het aantal ZZP-ers toe en is er een groot tekort aan betaalbare huisvesting. De schuldhulpverlening kan deze achterliggende oorzaken voor schulden niet oplossen. Financiële hulpverlening helpt Financiële hulpverlening verbetert het leven van hulpvragers op alle leefgebieden. Uit onderzoek blijkt dat hulpvragers in het derde jaar van hun schuldenregeling vooral op de thema’s werk en inkomen, dagbesteding, geestelijke gezondheid, huisvesting en gezinsstabiliteit er significant beter voor stonden dan bij de start van het schuldhulpverleningstraject.

Uit een maatschappelijke kostenbatenanalyse blijkt dat elke euro die wordt geïnvesteerd in financiële hulpverlening de maatschappij minimaal € 1,40 - € 2,00 oplevert. Financiën

We stellen de financiële meerjarenraming uit het beleidsplan vast. De totale kosten ad €615.300 worden gedekt voor een bedrag van € 562.600 uit de programmabegroting, verhoogd met € 31.000 rijksbijdrage voor de aanpak van armoede en schulden (structureel). Wij vullen deze middelen van het Rijk aan met € 22.000 structureel in de begroting t.b.v. vroegsignalering. In de 1e bestuursrapportage 2025/ Kadernota 2026 verwerken we dit. De capaciteit van team schuldhulpverlening is afgestemd op het huidige aantal aanvragen. Als het aantal aanvragen sterk stijgt, bv omdat we inwoners beter bereiken of vanwege een economische recessie, dan is er meer capaciteit nodig om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen, zoals het voeren van het eerste gesprek binnen vier weken en binnen drie werkdagen contact opnemen bij crisissituaties. De afgelopen jaren is het werkproces met de inwoners doorontwikkeld en efficiënter georganiseerd. De schuldenregelingen zijn sinds 2023 verkort van 36 naar 18 maanden. Dit betekent dat het aantal begeleidingsgesprekken dat eerst in een periode van 36 maanden werd gedaan nu binnen 18 maanden moet worden gerealiseerd. Deze wijziging kunnen we naar verwachting binnen de huidige capaciteit uitvoeren. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

We continueren de huidige inzet van de schuldhulpverlening. Op basis van de fases in het schuldhulpverleningstraject zijn er kritische prestatie indicatoren ontwikkeld die de resultaten per onderdeel inzichtelijk maken. Op basis daarvan monitoren en verbeteren we continu de ondersteuning. Evaluatie

We laten tweejaarlijks een cliëntervaringsonderzoek doen door een extern onderzoeksbureau en rapporteren tweejaarlijks middels een verslag van de werkzaamheden en behaalde resultaten aan de gemeenteraad.

Pagina

5 van 5

Duurzaamheidsaspecten

Er zijn geen duurzaamheidsaspecten verbonden aan dit besluit. Bijlagen

1.Beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2028, “Van stress naar kracht: integrale schuldhulpverlening in Aalsmeer.” 2.Raadsbesluit en raadsvoorstel Beleidsplan schuldhulpverlening 2025 – 2028, “Van stress naar kracht: integrale schuldhulpverlening in Aalsmeer 3.Clientervaringsonderzoek schuldhulpverlening Aalsmeer 2024 4.Rapportage schuldhulpverlening 2022- 2023 5.Praatplaat schuldhulpverlening Aalsmeer

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}}

{{signer2}}

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 28 januari 2025, zaaknummer Z25-005353; gelet op artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, waarin is vastgelegd dat: - de gemeenteraad een plan vaststelt dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente; - de gemeenteraad het plan telkens voor een periode van ten hoogste vier jaren vaststelt;

Besluit

Het beleidsplan schuldhulpverlening 2025 -2028, “Van stress naar kracht: integrale schuldhulp in Aalsmeer” vast te stellen. Hierin wordt het volgende besloten: 1.De schuldhulpverlening heeft de volgende doelstellingen: a.Problematische schulden zoveel mogelijk voorkomen (preventie) b.Betalingsachterstanden zo vroeg mogelijk signaleren (vroegsignalering) c.Problematische schulden duurzaam oplossen (integrale schuldhulpverlening). 2.De looptijd van gemeentelijke schuldenregelingen en WSNP is verkort van 36 naar 18 maanden. Hiermee wordt de begeleidingsperiode ook korter. De begeleiding en coaching wordt hierop aangepast en de uitgangspunten gevolgd van de menselijke maat: inwoners voelen zich gezien, gehoord en geholpen. 3.Het continueren van de volgende ondersteuning die is ontwikkeld sinds 2021, namelijk: a.aanpak voor vroegsignalering van betalingsachterstanden in samenwerking met vaste lasten leveranciers; b.schuldhulpverlening op maat voor ondernemers. 4. de financiële meerjarenraming uit het beleidsplan vast te stellen. De totale kosten ad € 615.600 worden voor € 562.600 gedekt uit de programmabegroting, verhoogd met € 31.000 rijksbijdrage voor de aanpak van armoede en schulden (structureel). Deze middelen van het Rijk worden aangevuld met € 22.000 structureel in de begroting, dit is besloten bij de vaststelling van de programmabegroting 2025 in de gemeenteraad.

In de 1e bestuursrapportage 2025/Kadernota 2026 wordt dit verwerkt. Aldus besloten in de openbare vergadering van 27 maart 2025. De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

Van stress naar Kracht integrale schuldhulpverlening in Aalsmeer

Beleidsplan schuldhulpverlening

2025 - 2028 1

Inhoudsopgave H1 Inleiding H 2 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening H 3 Ontwikkelingen in het werkveld H 4 Landelijke beleidsprioriteiten H 5 Waar staan we nu in Aalsmeer H 6 Uitvoering schuldhulpverleningstrajecten H 7 Ontwikkelopgave 2025 t/m 2028 H 8 Vroegsignalering betalingsachterstanden H 9 Voorkomen van schulden door preventie H 10 Indicatoren en KPI’s H 11 Meerjarenraming

Bijlage A Voorgestelde maatregelen Interdepartementaal Beleids Onderzoek Bijlage B De stappen in het ondersteuningsproces nader toegelicht Bijlage C Basishulpverlening schuldhulpverlening in Aalsmeer Bijlage D realisatie actiepunten beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2024

2

Samenvatting Met de uitvoering van het beleidsplan schuldhulpverlening 2021 – 2024 is veel nieuwe hulpverlening in gang gezet. In de eerste plaats is de vroegsignalering van schulden samen met vaste lasten leveranciers uitgegroeid tot een onmisbaar onderdeel van onze ondersteuning. We hebben verder schuldhulpverlening op maat ontwikkeld voor ondernemers. Deze ondersteuning blijkt in een behoefte te voorzien en biedt een aanpak die past bij hun situatie.

om schulden duurzaam op te lossen. Via begeleiding en coaching bevorderen we gezond financieel gedrag, zodat inwoners zich structureel beter kunnen redden. We houden rekening met de leefsituatie van de inwoner en gevolgen van levensgebeurtenissen zoals verlies van werk en echtscheiding en de effecten die dit kan hebben op de mentale weerbaarheid. We werken hierin samen met andere teams in het sociaal domein. Het rijk heeft de basisdienstverlening schuldhulpverlening geïntroduceerd. Dit landelijke initiatief beoogt de kwaliteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening te verhogen. Voor een groot deel werken we al volgens deze uitgangspunten. Wij zullen gebruik maken van deze ontwikkeling om onze hulpverlening verder te verbeteren.

Het rijk kwam ook met een belangrijke verbetering. De looptijd van de WSNP is sinds 1 juli 2023 verkort van 36 naar 18 maanden, het rijk beoogt hiermee dat mensen sneller weer hun leven op kunnen pakken. Wij hebben in lijn hiermee de gemeentelijke schuldenregelingen ook verkort naar 18 maanden. De afgelopen jaren zijn er goede stappen vooruit gezet. Daar zijn we blij mee. Maar dat betekent niet dat we klaar zijn. De aanpak van schulden vergt een lange adem en vasthoudendheid. Wij geloven in de kracht van continuïteit. In het beleidsplan 2025 – 2028 bieden we duidelijkheid aan inwoners door de ondersteuning te continueren die we hebben opgestart in de periode 2021 t/m 2024.

We zetten preventief aanbod in om de drempel te verlagen en om schulden te voorkomen. De kracht van continuïteit geldt ook voor ons preventieve aanbod. We vinden het belangrijk dat inwoners weten waar ze terecht kunnen en kunnen rekenen op deze hulpverlening. Bij het Sociaal Loket kunnen inwoners terecht met vragen over geldzaken en schuldhulpverlening, waarbij ook gekeken wordt naar overige hulpvragen op het gebied van wonen, werk, zorg, welzijn en jeugdzorg.

Schulden en gebrek aan perspectief kunnen mede een oorzaak zijn van langdurige stress. Als deze zorgen langere tijd aanhouden, kan dat leiden tot ergere problemen en sociale uitsluiting. We blijven dan ook onze integrale hulpverlening door ontwikkelen en verbeteren

We blijven ook inzetten op hulp bij geldzaken in de wijk zoals het financieel café, hulp van vrijwilligers bij de financiële administratie, en budgetlessen op scholen.

3

LEESWIJZER In de inleiding wordt de link gelegd met de doelen uit de Strategienota Sociaal Domein 2024 2027 die betrekking hebben op de schuldhulpverlening. Daarna volgt in hoofdstuk 2 een toelichting op wettelijke taken van de gemeente in de schuldhulpverlening en in hoofdstuk 3 komen de ontwikkelingen in de problematiek aan bod. Daarna maken we een vergelijking tussen de landelijke beleidsprioriteiten voor |de schuldhulpverlening (hoofdstuk 4) en de stand van zaken in Aalsmeer (hoofdstuk 5). Vervolgens gaan we in op de verschillende onderdelen in de schuldhulpverlening, namelijk de uitvoering van schuldhulpverleningstrajecten (hoofdstuk 6 en 7), vroegsignalering (hoofdstuk 8) en preventie (hoofdstuk 9). In hoofdstuk 10 gaan we in op het monitoren van de resultaten en in hoofdstuk 11 gaan we in op het financiële meerjarenbeeld. Om inzichtelijk te maken wat schuldhulpverleners in hun werk tegen komen hebben we drie praktijkvoorbeelden samengesteld. De verhalen van de persona’s Rosa, Mariam en Danny zijn gebaseerd op veel voorkomende situaties. Dit zijn uiteraard geen cliënten die echt bestaan.

4

1 Inleiding Het belang van het voorkomen en oplossen van problematische schulden wordt in de landelijke politiek steeds meer onderkend, onder andere door de energiecrisis in de afgelopen jaren en de gestegen woonlasten. Aalsmeer voert integrale schuldhulpverlening uit in eigen beheer met een team schuldhulpverleners van de afdeling Sociale Voorzieningen. Gemeenten voeren sinds 2012 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uit. Hierin is vastgelegd dat de gemeenteraad voor een periode van ten hoogste vier jaar een (beleids)plan vaststelt dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan haar inwoners. In het beleidsplan schuldhulpverlening, van stress naar kracht: integrale schuldhulpverlening in Aalsmeer” leest u hoe de gemeente Aalsmeer de komende vier jaar vorm geeft aan de schuldhulpverlening en preventie van schulden.

Mede door de toeslagenaffaire wordt het belang van de menselijke maat en het bieden van perspectief aan kwetsbare burgers steeds meer benoemd. Dit werkt ook door in de landelijke wet- en regelgeving voor de schuldhulpverlening. Zo is in 2023 de verkorting van schuldenregelingen van 36 naar 18 maanden doorgevoerd. Het Rijk wil zo mensen sneller uit de schulden helpen zodat zij hun leven sneller kunnen oppakken. Verder is de vroegsignalering van schulden in samenwerking met vaste lasten leveranciers uitgegroeid tot een onmisbaar onderdeel van onze hulpverlening.

Schuldhulpverlening is een integraal onderdeel van het sociaal domein. Bij het Sociaal Loket en het team schuldhulpverlening is er daarom niet alleen aandacht voor financiële problemen van een inwoner, maar ook voor de andere leefgebieden, zoals de woonsituatie, werk en dagbesteding, gezondheid, sociale relaties en opvoeding. Tijdens het schuldhulpverlening traject is er steeds meer oog voor de gevolgen van chronische stress op het vermogen om financieel verstandige beslissingen te nemen. Een goede integrale aanpak stimuleert inwoners om meer te participeren.

Door de verbeterde regelgeving kunnen we inwoners met (risico op) problematische schulden eerder en beter helpen. Met vroegsignalering kunnen we inwoners eerder hulp bieden. Door de verkorting van de schuldenregelingen van 36 naar 18 maanden zijn inwoners sneller uit de schulden. Maar er zijn ook uitdagingen. Nu de looptijd van regelingen korter is, is de periode om een stabiele leefsituatie en financieel gezond gedrag te borgen ook korter. Het belang van nazorg is groter geworden, omdat het niet altijd haalbaar is om die doelen volledig in anderhalf jaar te realiseren. En dat is juist zo belangrijk om nieuwe schulden te voorkomen. In dit beleidsplan geven we aan hoe we onze hulpverlening de komende vier jaar doorontwikkelen.

STRATEGIENOTA SOCIAAL DOMEIN 2024 - 2027 Eén van de drie kernopgaven in de Strategienota Sociaal Domein 2024 – 20271 is bestaanszekerheid bevorderen: “We bieden ondersteuning aan inwoners zonder werk en/of inkomen. We streven ernaar inwoners met financiële zorgen in beeld te krijgen en te helpen. Door een mensgerichte benadering voorkomen we onnodig leed en oplopende kosten. We stimuleren (keten)samenwerking en een domein overstijgende aanpak bij multiproblematiek om dreigende onveiligheid tegen te gaan.”

1 Document aalsmeer - 3. 20231212 Strategienota SD 2024-2027 (def) - iBabs Publieksportaal

5

De doelstelling die voor schuldhulpverlening is geformuleerd: “Inwoners met (voor hen onbeheersbare) schulden hebben voldoende perspectief eruit te komen” Vanuit de schuldhulpverlening wordt mede bijgedragen aan het realiseren van de andere twee kernopggaven, namelijk “verhogen van kansengelijkheid” en “Gezond en gelukkig leven makkelijker maken”. Wij zien er op toe dat inwoners gebruik maken van alle inkomens­ voorzieningen waar ze recht op hebben. Door de schulden aan te pakken ervaren inwoners meer rust. Dit komt ook de opvoeding van kinderen ten goede. Vermindering van de chronische stress als gevolg van schulden kan o.a. de mentale weerbaarheid ten goede komen. In de strategienota Sociaal Domein is aangekondigd dat er een beleidsplan schuld­ hulpverlening 2025 –2028 wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.

6

2W  et gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) De wettelijke taken van gemeenten op het gebied van schuldhulpverlening zijn vastgelegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs 2012). Door deze wet hebben gemeenten de verplichting om inwoners met schulden te helpen en ze hebben een regierol in het voorkomen en oplossen van (problematische) schulden bij inwoners. Gemeenten kunnen de schuldhulpverlening zelf vormgeven binnen het (brede) kader van de wet.

Schuldhulpverlening richt zich op:  Een duurzame aanpak van schulden  Een oplossing voor schulden  Het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners

Problematische schulden zijn daarmee sterk afhankelijk van de inkomsten en uitgaven. Uit de jurisprudentie komt naar voren dat de hoogte van de schuldenlast moet worden afgezet tegen de inkomsten, het vermogen, de huishoudsituatie en de leeftijd, gezondheid, opleiding en verdiencapaciteit van de inwoner met schulden.3

Sinds 2021 geeft de Wgs gemeenten een wettelijke grondslag voor vroegsignalering. Gemeenten ontvangen signalen over achterstallige betalingen in de vaste lasten van schuldeisers. Dankzij deze signalen kunnen gemeenten eerder contact leggen met inwoners en worden problematische schulden voorkomen.

Een schuldensituatie wordt als problematisch gezien wanneer een persoon niet in staat is om binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen af te betalen. Deze norm, opgesteld door de NVVK, is een richtlijn waarvan afgeweken kan worden op basis van de persoonlijke situatie. Er wordt bijvoorbeeld ook meegewogen hoe veel schuld­eisers er zijn en over welke financiële competenties iemand beschikt.

De afgelopen jaren is in de schuldhulpverleningswereld het besef toegenomen dat het wegnemen van chronische stress bij inwoners een randvoorwaarde is om financieel verstandige beslissingen te kunnen nemen en dat gedrag ook vol te houden.

In Aalsmeer is onze insteek dat we zo snel mogelijk schuldenrust bieden aan inwoners. We sluiten zoveel mogelijk aan bij het landelijke beleid dat je na 18 maanden aflossen weer je leven op moet kunnen pakken. De consequentie van langere schuldenregelingen is namelijk dat inwoners dan ook langer met weinig leefgeld rond moeten komen, wat hun participatie niet ten goede komt.

WANNEER IS ER SPRAKE VAN PROBLEMATISCHE SCHULDEN? In de Faillissementswet wordt het begrip problematische schulden omschreven (art. 284 lid 1). Er is sprake van problematische schulden als voor een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Dit komt voort uit een belangenafweging: op welk moment is een schuldsituatie zo problematisch en uitzichtloos, dat van een schuldeiser mag worden verwacht dat hij afstand doet van zijn recht op volledige betaling van een vordering?2

2 Naar een beter werkende schuldenketen - met bijlagen 1 t/m 10 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 3 KG:207:2023:6 Problematische schuldensituatie en kwijtschelding | Kennisgroepen (belastingdienst.nl)

7

Volgens de brancheorganisatie NVVK4 melden mensen zich gemiddeld met € 38.735 aan schulden bij de schuldhulpverlening . Bij particulieren ging het gemiddeld om € 36.201. De gemiddelde schuld van ondernemers is hoger, nl. € 72.244. Het gemiddelde aantal schuldeisers bedroeg 13. De top 5 van meest voorkomende schuldeisers zijn de rijksbelastingdienst, zorgverzekeraars, incasso organisaties, het CJIB en deurwaarders. Incassobedrijven vertegenwoordigen een breed scala van schuld­ eisers, waaronder ook overheidsschuldeisers. Aalsmeerse inwoners die zich in 2023 bij ons aanmeldden hadden gemiddeld € 42.925 schuld bij 12 schuldeisers. Ondernemers hadden gemiddeld € 86.730 schuld. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het gemiddelde inkomen in Aalsmeer hoger is en men dus hogere leningen kan aangaan.5 Een kanttekening is wel dat deze data gebaseerd zijn op een aantal van minder dan 10 ondernemers, waardoor dit geen betrouwbaar gemiddelde is.

4 De cijfers - Jaarverslag 2023 5 BRON

8

3O  ntwikkelingen in het werkveld Problematische schulden hebben een grote impact op het leven van mensen en zorgen voor hoge maatschappelijke kosten. Het hebben van problematische schulden kan leiden tot langdurige stress, fysieke en mentale gezondheidsproblemen, gevoelens van schaamte, eenzaamheid en uitsluiting. De redenen waarom mensen in een situatie van problematische schulden komen, zijn divers en complex. Het kan komen door een laag inkomen, maar ook door een samenloop aan levensgebeurtenissen, zoals het verlies van werk of een echtscheiding. Ook kan er sprake zijn van andere problematiek, zoals laaggeletterdheid of (psychische) gezondheidsproblemen.

Daar komt bij dat de bestaanszekerheid onder druk staat in onze samenleving. Mensen kunnen sneller in financiële problemen komen door de flexibilisering van de arbeidsmarkt, het grote tekort aan betaalbare huisvesting en gestegen zorgkosten. We houden daar rekening mee door in het Sociaal Loket hulpvragen integraal te benaderen en naar alle leefgebieden te kijken. We zetten stress sensitieve hulpverlening in. In hoofdstuk zes wordt dit toegelicht.

Financiële hulpverlening blijkt het leven van hulpvragers op alle leefgebieden te verbeteren.6 Uit onderzoek blijkt dat hulpvragers in het derde jaar van hun schuldenregeling vooral op de thema’s werk en inkomen, dagbesteding, geestelijke gezondheid, huisvesting en gezinsstabiliteit er significant beter voor stonden dan bij de start van het schuldhulpverleningstraject. Uit een maatschappelijke kostenbatenanalyse blijkt dat elke euro die wordt geïnvesteerd in financiële hulpverlening de maatschappij minimaal € 1,40 - € 2,00 oplevert.

6 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening: een nieuw perspectief

9

4 Landelijke beleidsprioriteiten REGEERPROGRAMMA In het Interdepartementaal Beleids Onderzoek (IBO, 2024)7 is een integrale analyse gemaakt die schuldhulpverlening, invordering en preventie met elkaar verbindt. Het kabinet gaat de uitkomsten van het IBO uitwerken tot een integraal pakket aan maatregelen om de schuldhulpverlening te verbeteren. Voor gemeenten betekent dit dat de kwaliteitseisen voor de schuldhulpverlening worden aangescherpt. Men wil zo de verschillen in bereik en aanbod tussen gemeenten verkleinen.

BELEIDSPRIORITEITEN IN HET REGEERPROGRAMMA VOOR GEMEENTEN: 1. Voor de verbetering van de (gemeentelijke) schuldhulpverlening bouwt het kabinet voort op de Basisdienstverlening schuldhulpverlening.8 2. Mensen met (beginnende) problematische schulden komen sneller in beeld en ontvangen een passend hulpaanbod. 3. De samenwerking tussen publieke en private partijen moet worden versterkt, waardoor bijvoorbeeld meer mensen met geldzorgen sneller geholpen worden en versnippering van initiatieven wordt tegengegaan.

BELEIDSPRIORITEITEN IN HET REGEERPROGRAMMA VOOR HET RIJK In de begroting 2025 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat dat het kabinet de landelijke wet- en regelgeving als volgt wil verbeteren: 1.

Schuldenproblematiek bij de bron aanpakken, bijvoorbeeld met ondersteuning bij beginnende betalingsachterstanden en het strenger reguleren van ‘Buy Now, Pay Later’ constructies. 2. De invordering van rekeningen door het rijk bij inwoners beter op elkaar afstemmen. 3. Verbetering van het stelsel van publieke en private invordering door schulden zoveel mogelijk in een vroeg stadium op te lossen. Het kabinet zal daarbij steeds een afweging maken tussen de belangen van mensen met schulden en schuldeisers. De kosten voor invordering moeten minder snel oplopen en schuldeisers moeten intensiever samen gaan werken met ketenpartners. 4. Het kabinet heeft de ambitie om een integraal schuldenoverzicht in te voeren zodat mensen meer inzicht in hun financiën krijgen en sneller hulp kunnen krijgen bij het oplossen van hun schulden.

In hoofdstuk zeven gaan we in op wat dit voor de schuldhulpverlening in Aalsmeer betekent.

7 Meer informatie hierover staat in bijlage 1. 8 Zie voor uitleg basishulpverlening schuldhulpverlening hoofdstuk 7

10

5W  aar staan we nu in Aalsmeer? Het beleidsplan schuldhulpverlening 2021 – 2024 “De kracht van Balans” heeft een belangrijke impuls gegeven aan de versterking van de schuldhulpverlening. Vooral in de vroegsignalering zijn grote stappen vooruit gezet in de samenwerking met schuldeisers. We investeren in persoonlijk contact met inwoners met betalingsachterstanden. De vroegsignalering is uitgegroeid tot een wezenlijk onderdeel van onze hulpverlening aan inwoners.

We hebben schuldhulpverlening op maat ontwikkeld voor verschillende doelgroepen, namelijk:

Voor de inzet van saneringskredieten hebben een afwegingskader ontwikkeld dat we sinds 2021 gebruikten. Het uitgangspunt is dat er een krediet wordt ingezet tenzij. Een saneringskrediet is duidelijker voor inwoners, omdat ze dan 18 maanden lang een vast bedrag aflossen bij de Kredietbank Amsterdam. De Kredietbank Amsterdam heeft zich aangesloten bij het landelijks waarborgfonds, waardoor borgstellingen van de gemeente niet meer nodig zijn. De gemeente loopt dus geen financieel risico als een inwoner het saneringskrediet niet kan afbetalen.

1. S  chuldhulpverlening voor ondernemers. Inmiddels is de schuldhulpverlening voor ondernemers onderdeel van de reguliere hulpverlening omdat hier structureel vraag naar is. Dit heeft mede te maken met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt met een toenemend aantal ZZP-ers. 2.We hebben een convenant met beschermings­ bewindvoerders gesloten om beter samen te werken in de hulpverlening aan cliënten. Een ontwikkeltaak is het versterken van nazorg bij uitstroom uit het bewind.

We zijn hiermee goed voorbereid op initiatieven van het rijk om kwaliteit en bereik van de gemeentelijke schuldhulpverlening te vergroten. In bijlage D worden de afzonderlijke actiepunten uit het beleidsplan 2021-2024 weergegeven en en hoe deze zijn gerealiseerd.

11

6 Uitvoering schuldhulpverleningstrajecten

DOELEN VAN DE SCHULDHULPVERLENING De schuldhulpverlening heeft als doel problematische schulden zo veel mogelijk te voorkomen en zo vroeg mogelijk te signaleren. Waar problematische schulden toch zijn ontstaan is het doel om inwoners te ondersteunen met een integraal aanbod op maat. Dit betekent dat de hulpverlening veel meer omvat dan de ‘technische’ ondersteuning bij financiën en schulden. We zetten ook in op hulp bij de overige leef­gebieden als dat nodig is. Het beoogde maatschappelijke effect is een duurzame oplossing van de schulden zodat mensen hun leven weer op de rit krijgen en kunnen deelnemen aan de maatschappij. We voorkomen zo veel mogelijk dat inwoners weer opnieuw problematische schulden ontwikkelen.

IN DE PROBLEMEN DOOR DE SCHEIDING De ex-partner van Mariam (fictieve inwoner) is verhuisd naar het buitenland en heeft haar achtergelaten met schulden. Ze heeft contact opgenomen met de gemeente omdat ze met haar opgroeiende kinderen niet rond kan komen van haar parttimebaan. Mariam heeft goed overzicht over haar financiën. Ze wist alleen niet dat ze recht heeft op regelingen voor mensen met een laag inkomen. Hierdoor kan het gezin niet alles betalen. Mariam krijgt aanvankelijk begeleiding van het sociaal team, maar dat wordt later voortgezet door het steunpunt toeslagenaffaire omdat Mariam zich heeft aangemeld als gedupeerde. Er is een plan van aanpak gemaakt in goed overleg met Mariam. Hierbij waren de professionals van het sociaal team, team minimaregelingen, het steunpunt Toeslagenaffaire en het team schuldhulpverlening betrokken. Zo kreeg Mariam ondersteuning en adviezen die bij haar situatie pasten. Hierdoor heeft ze aan al haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Na twee jaar is het schuldhulpverleningstraject afgerond. Mariam kan nu bouwen aan een toekomst zonder schulden. De gemeente zal haar met een nazorgtraject zolang ondersteunen als nodig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=cf5659d2-e7cf-47f7-905e-5e4d4d59f2b0