CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

2b.Commissie Maatschappij en Bestuur oordeelsvormend 13 maart 2025, gemeente aalsmeer26.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel - 2b.Commissie Maatschappij en Bestuur oordeelsvormend van 13 maart 2025 0.1 1 2 3 4 5

6

7

Afsprakenlijst oordeelsvormende commissie Maatschappij en Bestuur van 13 maart 2025 AFSPRAKENLIJST Oordeelsvormende Commissie Maatschappij en Bestuur 13-03-2025 Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, mevrouw G. Holtrop Vaststellen van de agenda Agenda Oordeelsvormende commissie M&B 13-03-2025 Actieve informatie uit het college Mededelingen vanuit de fracties Nieuwbouw brandweerkazerne Portefeuillehouder: G.E. Oude Kotte Het doel van dit voorstel is het realiseren van een moderne, duurzame brandweerk__azerne in Aalsmeer die voldoen aan alle wettelijke eisen. Het ontwerp is sober en doelmatig, met aandacht voor kostenbeheersing en een efficiënte exploitatie. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 27 maart 2025. 20250128 Raadsvoorstel nieuwbouw brandweerkazerne Raadsbesluit nieuwbouw brandweerkazerne Bijlage 1 Voorlopig ontwerp nieuwe brandweerkazerne 20250311 MEMO 30 beantwoording vragen beeldvormende commissie M&B van 27-02-2025 inzake nieuwe brandweerkazerne Aalsmeer Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 Portefeuillehouder: L.B.

Kabout Het doel van dit voorstel is het herzien van de verordening Jeugdhulp 2022 om te voldoen aan de jurisprudentie, met nadruk op het versterken van de eigen kracht van ouders en jeugdigen, en het gerichter afbakenen van jeugdhulpvoorzieningen. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 27 maart 2025. 20250128 Getekend raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 Raadsbesluit Verordening Jeugdhulp 2025 Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 Was-wordt lijst verordening Jeugdhulp 2025 20250311 MEMO 28 afhandeling toezegging beeldvormende commissie M&B 27 februari 2025 inzake de Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 Beleidsplan Schuldhulpverlening Portefeuillehouder: W. Kikkert Het doel van dit voorstel is het, via begeleiding en coaching, bevorderen van gezond financieel gedrag zodat inwoners zich structureel beter kunnen redden. Hierbij wordt rekening gehouden met de leefsituatie van de inwoner en de gevolgen van levens__gebeurtenissen en het effect van deze gebeurtenissen op de mentale weerbaarheid.

Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 27 maart 2025. 20250128 Getekend raadsvoorstel beleidsplan schuldhulpverlening 2025 - 2028 Van stress naar kracht integrale schuldhulpverlening inAalsmeer 20250203 raadsbesluit beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2028 Van stress naar kracht integrale schuldhulpverlening in Aalsmeer CM 1. ALS_schuldhulpverlening_beleidsnota-2025_ 2. clientervaringsonderzoek schuldhulpverlening Aalsmeer 2024 3. ALS_Rapportage schuldhulpverlening-2025_v3 4. praatplaat schuldhulpverlening Aalsmeer

8 9 10

Resterende vragen uit de beeldvormende Commissie Maatschappij en Bestuur bij het agendapunt Schuldhulpverlening 20250311 Memo 29 afhandeling toezegging beeldvormende commissie M&B 27-02-2025 inzake beleidsplan schuldhulpverlening 2025 - 2028 Regionale samenwerking Vragenkwartier Sluiting

AFSPRAKENLIJST OORDEELSVORMENDE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR D.D. 13 MAART 2025

Aanwezig: Voorzitter: mevrouw G. Holtrop Griffier: mevrouw B. Kemp-de Jong CDA: VVD: Absoluut Aalsmeer: D66: GroenLinks: PvdA: FlorAalsmeer:

de dames M. van Diemen, T. van der Meer en A.M. Harte-Fokker en de heren M.P. Buskermolen, P.F. van den Nouland, D. van Willegen, G.J.H. Winkels en B.P. Adema de dames E.S.I. Mijwaart, M. Vleghaar en C.A.M. Simon-van Oosterhout en de heren J. de Vries en E.P. Abbenhuës mevrouw D.M. Prent Bouten en de heren W.T.J.M. Koster en D. Kuin de heer S.J.R. de Vries mevrouw J.I. Koopmann-Trawinski en de heer R.P. Fransen de heren J.H. Buisma en F.A. Nisters mevrouw J. Keessen en de heer D.J. Biesheuvel

Portefeuillehouders: de heren G.E. Oude Kotte, L.B. Kabout, W. Kikkert en S.A.S. Spaargaren Agenda punt 1.

2.

Onderwerp

Afspraak

Opening door de voorzitter, mevrouw G. Holtrop Griffier: B. Kemp-de Jong

Vaststelling van de agenda

Conform vastgesteld

3.

Actieve informatie uit het college

Er is geen actieve informatie uit het college

4.

Mededelingen vanuit de fracties

Er zijn geen mededelingen vanuit de fracties

5.

Nieuwbouw brandweerkazerne Aalsmeer Portefeuillehouder: G.E. Oude Kotte

Door naar de raadsvergadering van 2703-2025 als akkoordstuk

Toezeggingen: 6.

Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 Portefeuillehouder: L.B. Kabout

Door naar de raadsvergadering van 2703-2025 als bespreekstuk op verzoek fracties GL/PvdA

Toezeggingen: Wethouder Kabout zegt toe vóór de raadsvergadering van 27 maart een persbericht aan de raad te doen toekomen. Hij wijst er op dat in formele zin dit persbericht geen onderdeel uitmaakt van de besluitvorming. 7.

Vaststellen Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025 - 2028 Portefeuillehouder: Toezeggingen: -

Door naar de raadsvergadering van 2703-2025 als bespreekstuk op verzoek van de fracties GL/PvdA Tijdens de tweede termijn in de vergadering is er een discussie geweest over de vier, door de fractie PvdA ingediende, vragen, te weten: Erkenning voor het effect van schaarstestress: Het beleidsplan benoemt de impact van schulden op stress en gedrag, maar zou het nog sterker kunnen ingaan op hoe chronische stress leidt tot minder goede financiële beslissingen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat schuld-

hulpverlening hier beter op aansluit? Aandacht voor het ‘boete-effect’ van armoede Mensen met lage inkomens betalen vaak relatief meer voor basisbehoeften, zoals energie en boodschappen. Het plan erkent dat schulden een vicieuze cirkel kunnen vormen, maar biedt nog weinig structurele oplossingen hiervoor. Zouden maatregelen zoals schuldkwijtschelding of een fonds voor de meest kwetsbaren hier een rol in kunnen spelen? Balans tussen financiële zelfredzaamheid en systeemverandering Educatie en coaching zijn waardevol, maar is het realistisch om te verwachten dat dit voldoende is als mensen structureel te weinig inkomen hebben? Zou het beleid sterker kunnen inzetten op inkomensverbetering, bijvoorbeeld via automatische kwijtschelding van gemeentelijke belastingen of een lokaal armoedefonds? Vroegsignalering zonder stigma en wantrouwen De drempel om hulp te vragen is vaak hoog, mede door wantrouwen richting instanties. Hoe kunnen we vroegsignalering zo inrichten dat het mensen helpt

zonder dat ze bang hoeven te zijn voor kortingen of terugvorderingen? 8.

Regionale samenwerking

Er zijn geen mededelingen inzake de Regionale Samenwerking

9.

Vragenkwartier

Er zijn geen vragen voor het vragenkwartier ingediend

10.

Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 21.00 uur

AGENDA VOOR DE VERGADERING VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR op donderdag 13 MAART 2025, 20.00 uur OORDEELSVORMEND Doel van oordeelsvormende bespreking is dat de raadsfracties de voor- en nadelen van het voorgestelde raadsbesluit hebben verkend en afgewogen en dat het inzichtelijk is voor de commissie aan welke voorwaarden het besluit moet voldoen voor een fractie om hier mee in te kunnen stemmen.

Tijd 20.00

Agenda Onderwerp punt 1. Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, mevrouw G. Holtrop Griffier: B. Kemp-de Jong

20.02

2.

Vaststelling van de agenda

3.

Actieve informatie uit het college

4.

Mededelingen uit de fracties

5.

Nieuwbouw brandweerkazerne Aalsmeer Portefeuillehouder: G.E. Oude Kotte Het doel van dit voorstel is het realiseren van een moderne, duurzame brandweerKazerne in Aalsmeer die voldoen aan alle wettelijke eisen. Het ontwerp is sober en doelmatig, met aandacht voor kostenbeheersing en een efficiënte exploitatie.

20.05

Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 27 maart 2025. 20.35

6.

Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit voorstel is het herzien van de verordening Jeugdhulp 2022 om te voldoen aan de jurisprudentie, met nadruk op het versterken van de eigen kracht van ouders en jeugdigen, en het gerichter afbakenen van jeugdhulpvoorzieningen. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 27 maart 2025.

21.05

7.

Beleidsplan schuldhulpverlening Portefeuillehouder: W. Kikkert Het doel van dit voorstel is het, via begeleiding en coaching, bevorderen van gezond financieel gedrag zodat inwoners zich structureel beter kunnen redden. Hierbij wordt rekening gehouden met de leefsituatie van de inwoner en de gevolgen van levensgebeurtenissen en het effect van deze gebeurtenissen op de mentale weerbaarheid. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 27 maart 2025.

21.35

Regionale samenwerking

21.45

Vragenkwartier

22.00

Sluiting

{{signer1}} 28/01/2025 17:41:06 CET

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 0e5dba15-e864-43df-8828-b2ed3f840c3c

RAADSVOORSTEL

Auth: Scribble

{{signer2}} 28/01/2025 15:51:30 CET

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 0e5dba15-e864-43df-8828-b2ed3f840c3c Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z-2016/01336

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

Rommert Mulder 0634559842 r.mulder@amstelveen.nl

28 januari 2025 Burgemeester mr. G.E. Oude Kotte

Onderwerp

Nieuwbouw brandweerkazerne Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

1. De Veiligheidsregio een nieuwe brandweerkazerne aan de Zwarteweg te laten bouwen. 2. Na afronding bouw aan de Veiligheidsregio een jaarlijkse maatwerkbijdrage van € 580.000 te verstrekken ter dekking van de lasten van de nieuwe brandweerkazerne. Samenvatting

De gemeente wil de Veiligheidsregio een nieuwe, duurzame brandweerkazerne laten bouwen naast de huidige locatie aan de Zwarteweg in Aalsmeer, die voldoet aan moderne veiligheids- en ARBO-eisen. Het gebouw krijgt duurzame voorzieningen zoals zonnepanelen en wateropvang. De Veiligheidsregio voert de bouw uit, en de gemeente draagt na oplevering jaarlijks € 580.000 bij door middel van een maatwerkbijdrage. De huidige locatie is gekozen vanwege optimale bereikbaarheid en lagere kosten. De start van de bouw staat gepland voor eind 2025 met oplevering in 2027. Doel

Het realiseren van een moderne, duurzame brandweerkazerne in Aalsmeer die voldoet aan alle wettelijke eisen. Het ontwerp is sober en doelmatig, met aandacht voor kostenbeheersing en een efficiënte exploitatie. Prestatie

Bouw van een nieuwe brandweerkazerne door de Veiligheidsregio. Voorgeschiedenis en context

De huidige brandweerkazerne aan de Zwarteweg 77 is in eigendom van de gemeente en wordt verhuurd aan de brandweer. Het pand is gedateerd (bouwjaar 1991) en aan vernieuwing toe. Het voldoet niet meer aan de huidige gebruiksbehoeften en aan brandveiligheidseisen. Het pand is momenteel ARBO technisch en veiligheidstechnisch niet geschikt als brandweerkazerne. De Veiligheidsregio heeft volgens haar strategisch vastgoedplan het beleid om verhuurconstructies te verminderen en kazernes in eigendom te hebben indien er een verandering of verbouwing plaatsvindt. De gemeente heeft drie scenario’s onderzocht om de huidige situatie te verbeteren: 1. Vernieuwen huidige locatie 2. Alternatieve locatie 3. Nieuwbouw op de huidige locatie

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 5

In de commissievergadering van 19 september hebben wij u een toelichting gegeven op de drie scenario’s en toegelicht waarom het scenario nieuwbouw op de huidige locatie de voorkeur heeft. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Beslispunt 1 De gemeente heeft de wettelijke verplichting om de taken van de Veiligheidsregio te faciliteren en financiert door middel van de jaarlijkse maatwerkbijdrage aan de Veiligheidsregio de volledige (bouw)kosten en kosten voor het bouwrijp maken. Het scenario nieuwbouw op de huidige locatie heeft de voorkeur van de gemeente en de Veiligheidsregio. Hierbij wordt de nieuw te bouwen kazerne beperkt verplaatst naar de vijverzijde zodat de huidige kazerne in gebruik kan blijven tot dat de nieuwe kazerne is gerealiseerd en is er geen tijdelijke huisvesting noodzakelijk. De huidige locatie is voor wat betreft de aanrijtijden van de vrijwilligers uit huis de juiste locatie. Door hier te blijven wijzigt er niets in de aanrijtijden van de kazerne naar calamiteiten, welke al optimaal was en daarmee blijft. Per saldo is dit scenario goedkoper dan het scenario vernieuwen van de huidige locatie. Bij nieuwbouw op de huidige locatie wordt de grond middels een erfpachtovereenkomst uitgegeven aan de Veiligheidsregio conform het huidige grondprijzenbeleid van de gemeente.

De voordelen van de nieuwbouw brandweerkazerne versus vernieuwing op de huidige locatie: • Bij nieuwbouw wordt het gebouw volgens nieuwste normen en behoeften ontworpen, met aandacht voor energie-efficiëntie, duurzaamheid, veiligheid en ruimtegebruik; • Bij nieuwbouw is er flexibiliteit in indeling en infrastructuur, zoals moderne communicatie- en technologische vereisten; • Bij nieuwbouw zijn de onderhoudskosten de eerste jaren waarschijnlijk lager; • Garantievoorwaarden in de 1e periode na de bouw bij nieuwbouw; • Vernieuwing van de huidige locatie heeft als risico dat het gebouw grote gebreken kent die tot onvoorziene kosten kunnen leiden als tot vernieuwing wordt overgegaan. Ambulancedienst en Stichting islamitisch centrum Aalsmeer In het huidige pand zijn naast de brandweer twee andere huurders aanwezig, de Ambulance dienst en de Stichting islamitisch centrum Aalsmeer. De Ambulancedienst gaat in de nieuwbouw direct huren van de Veiligheidsregio. Voor de Stichting moet een andere locatie worden gevonden, waarbij de gemeente kan assisteren in hun zoektocht en huuronderhandelingen. De Veiligheidsregio realiseert de integrale bouw van de nieuwe brandweerkazerne en het bouwrijp van maken van de kavel. Het ontwerp van de nieuwe brandweerkazerne is functioneel, hedendaags en zichtbaar.

Daarnaast vraagt de Veiligheidsregio alle benodigde omgevingsvergunningen aan en voert alle onderzoeken uit. Beslispunt 2 De nieuwbouw is begroot op € 8.950.000. De jaarlijkse maatwerkbijdrage van de gemeente aan de Veiligheidsregio voor deze kosten bedraagt € 580.000. De bouwkosten zijn taakstellend voor de Veiligheidsregio hetgeen betekent dat tegenvallers boven de € 8.950.000 dienen te worden opgevangen binnen het project.

Pagina

3 van 5

Keuzemogelijkheden en alternatieven

Vernieuwen huidige locatie Om het huidige pand te vernieuwen is een aanzienlijke verbouwing noodzakelijk, zeker gezien de huidige (technische) eisen aan een brandweerkazerne. De verbouwingskosten van bedragen in dit scenario circa € 6,6 mln. Tevens is de verbouwing dermate ingrijpend dat brandweer een tijdelijke locatie moet betrekken tijdens de verbouwing. De kosten van de tijdelijke locatie zijn aanzienlijk nog afgezien van de vermindering van de inzetbaarheid van de brandweer bij tijdelijke huisvesting. Per saldo zijn de kosten van het vernieuwen van de huidige locatie hoger dan de nieuwbouwkosten. Alternatieve locatie De gemeente heeft onderzocht of de brandweerkazerne naar een locatie in omgeving kan worden verplaatst. Een eventuele verplaatsing van de kazerne heeft niet de voorkeur van de Veiligheidsregio omdat de huidige locatie voldoet aan het dekkingsplan voor de regio Aalsmeer en bijbehorende uitruktijden. Een alternatieve locatie heeft een nadeel voor de Veiligheidsregio vanwege deze uitruktijden en derhalve wil de Veiligheidsregio bij voorkeur op huidige locatie blijven. Daarnaast is aantal alternatieve locaties in de omgeving zeer beperkt (waar de gemeente/Veiligheidsregio eigenaar van is of kan worden), derhalve is dit scenario niet mogelijk. Participatie

De Veiligheidsregio organiseert het participatie proces en informeert de inwoners en organisaties over de (voortgang van de) bouw van de nieuwe brandweerkazerne. Kanttekeningen en risico’s

De bouwkosten zijn gebaseerd op kostenramingen en nog niet op een aanbesteding. De aanbesteding kan leiden tot lagere of hogere bouwkosten. Eventueel hoger bouwkosten dienen binnen het project te worden opgevangen (taakstellend). Omdat nog niet alle onderzoeken zijn uitgevoerd is het er het risico van kostenstijgingen (bodemonderzoek, verleggen kabels etc.). Ook deze kosten dienen binnen de huidige bouwkosten te worden opgevangen. Financiën

De nieuwbouw is begroot op € 8.950.000. De jaarlijkse maatwerkbijdrage van de gemeente aan de Veiligheidsregio voor deze kosten bedraagt € 580.000. De Veiligheidsregio rekent voor de maatwerkbijdrage met een jaarlijkse index genaamd iboi (gemiddelde prijsstijging van de bruto investeringen van de collectieve sector). In 2024 was deze 2,3% en deze geldt voor alle onderdelen en dus de gehele maatwerkbijdrage. Deze index wordt bepaald door investeringen die onder meer bestaan uit infrastructuur, vervoermiddelen, software etc. De lastenkant van de kapitaallasten blijft na de investering gelijk (bij gelijke rente) voor de Veiligheidsregio. Echter, voor de bijdrage van de gemeenten van de kapitaallasten hanteert de Veiligheidsregio ook de jaarlijkse iboi omdat daarmee alvast extra budget wordt gereserveerd in de kapitaallastenvoorziening voor toekomstige investeringen zoals installaties etc. Mocht de rente stijgen/dalen na een aantal jaren dan muteert de maatwerkbijdrage hiervoor. Per 1 januari 2026 stijgt de rekenrente naar verwachting van huidig 1,25% naar 1,75%. Dit is aangegeven in de kadernota 2026 Veiligheidsregio. Omdat in een eerdere versie van de berekening vanuit de bijdrage Aalsmeer voorzichtigheidshalve met 3% is gerekend, zou dit betekenen dat ten opzichte van de eerder gecommuniceerde maatwerkbijdrage de rentelasten ca. € 55.000 lager zouden zijn.

Pagina

4 van 5

Het vervallen van de kosten voor onderhoud en afschrijving van de huidige brandweerkazerne (€ 180.000 per jaar) geeft als resultaat voor de gemeente begroting dat de netto maatwerkbijdrage € 400.000 per jaar bedraagt (€ 580.000 minus € 180.000). Deze bijdrage wordt via de gemeentelijke begroting gedekt vanaf 2027 (oplevering kazerne). Na de afronding van de bouw draagt de gemeente zorg voor de sloop van de huidige kazerne, evenals voor eventuele beperkte grondsanering. Ook moet de boekwaarde van huidige kazerne worden afgeschreven. In de Kadernota 2025 (zie pagina 42 van deze nota) is voorgesteld deze kosten ten laste van de algemene reserve te brengen. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Na goedkeuring van raad wordt de concept erfpacht overeenkomst aangeboden aan de Veiligheidsregio en begint zij met voorbereiding van de bouw (aanbesteding, participatie, aanvraag omgevingsvergunning). Afhankelijk van aanbesteding en vergunningen kan de brandweer aanvangen met de bouw van de nieuwe kazerne in het 4de kwartaal van 2025 en is het gebouw gereed voor ingebruikname in het 2de kwartaal van 2027. Daarna volgt de sloop van de huidige kazerne en is het gebied beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen. Evaluatie

De raad wordt jaarlijks geïnformeerd met een raadsbrief over de voortgang van de bouw en kosten. Duurzaamheidsaspecten

De nieuwe brandweerkazerne wordt gerealiseerd met een groot duurzaamheidsmaatregelen, zoals zonnepanelen, wateropvang en vergroening. Bijlagen

1. Voorlopig ontwerp nieuwe brandweerkazerne; 2. Bouwkostenraming.

Pagina

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

5 van 5

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}}

{{signer2}}

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 28 januari 2025, zaaknummer Z-2016/01336; gelet op artikel 189 van de Gemeentewet;

Besluit

1. De Veiligheidsregio een nieuwe brandweerkazerne aan de Zwarteweg te laten bouwen. 2. Na afronding bouw aan de Veiligheidsregio een jaarlijkse maatwerkbijdrage van € 580.000 te verstrekken ter dekking van de lasten van de nieuwe brandweerkazerne.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 27 maart 2025 De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

{{signer1}} 11/03/2025 16:43:38 CET

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 42bd93d0-c253-429c-b3ce-f255ca08280c Auth: Scribble

MEMO RAAD

{{signer2}} 11/03/2025 15:17:16 CET

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 42bd93d0-c253-429c-b3ce-f255ca08280c Auth: Scribble

{{signer3}}

{{signer4}} Registratienr. Aan Afkomstig van Datum Afschrift aan

Betreft

leden raad Burgemeester en wethouders 11 maart 2025 college, griffie, voorlichting

Beantwoording vragen uit de beeldvormende commissie Maatschappij en Bestuur van 27 februari 2025 van de fractie Absoluut Aalsmeer inzake de nieuwe brandweerkazerne Aalsmeer

Tijdens de behandeling in de beeldvormende commissie Maatschappij en Bestuur van 27 februari 2025 heeft de fractie Absoluut Aalsmeer onderstaande vragen gesteld met betrekking tot de nieuwe brandweerkazerne in Aalsmeer: 1. Per wanneer gaat de gemeente wat betalen? De gemeente gaat de maatwerkbijdrage betalen na oplevering van de nieuwbouw. Deze oplevering is gepland in het tweede kwartaal van 2027. De maatwerkbijdrage is gebaseerd op de bouwkostenraming (afschrijving en rente), beheer en onderhoud, bouwrijp maken en overige kosten (minus huuropbrengsten). Na afronding van de nieuwbouw wordt de afrekening opgemaakt en wordt de maatwerkbijdrage definitief bepaald. Hierbij is de opdracht aan de Veiligheidsregio taakstellend (eventuele kostenstijgingen dienen binnen het project te worden opgevangen). Daarom is het maatwerkbijdrage bepaald op €580.000 waarbij gezien de gebruikte rekenrente van 3% versus de huidige rente van 1,75% van de Veiligheidsregio nog voldoende marge zit om eventuele kostenstijgingen op te vangen. 2. Is de conclusie juist dat de totale kosten voor de gemeente de komende jaren jaarlijks met ongeveer 5% stijgen? Nee, deze conclusie is niet juist. Jaarlijks wordt de hele bijdrage aan de VRAA geïndexeerd `volgens de IBOI index waaronder ook de maatwerkbijdrage. Voor 2025 is dit 2%.

Voor de maatwerkbijdrage zal dat gaan gelden 1 januari na realisatie van de nieuwbouw. 3. Waarom is de maatwerkbijdrage vastgesteld op €580.000, terwijl deze netto op €400.000 is bepaald? De Veiligheidsregio huurt op dit moment de huidige, verouderde brandweerkazerne van de gemeente. Het saldo van de kosten (onderhoud en beheer minus huuropbrengsten) bedraagt circa €180.000 per jaar. Wanneer de Veiligheidsregio de nieuwe brandweerkazerne in gebruik neemt en de huidige kazerne verlaat, vervallen deze kosten. Dit betekent dat de extra kosten (netto) van de nieuwe kazerne (maatwerkbijdrage) circa €400.000 per jaar hoger zullen uitvallen dan de huidige kosten. Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

[.docx]

Pagina

2 van 2

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}} 04/02/2025 09:31:24 CET

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 026c7370-6aae-4bfa-ad24-a5d92fd081d4 Auth: Scribble

RAADSVOORSTEL

{{signer2}} 04/02/2025 09:11:02 CET

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 026c7370-6aae-4bfa-ad24-a5d92fd081d4 Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z24-131871

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Behandelend ambtenaar:

L. Kregting/S. de Weerd l.kregting@amstelveen.nl / s.de.weerd@amstelveen.nl Jeugd & Onderwijs

Datum: Portefeuillehouder:

28 januari 2025 wethouder mr. L.B. Kabout

Onderwerp

Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. 2.

De Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 vast te stellen. De Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2022 in te trekken.

Samenvatting

De Verordening Jeugdhulp Aalsmeer is opgesteld om te voldoen aan de wettelijke verplichting om de uitvoering van de Jeugdwet lokaal vast te leggen, met focus op de rechten die ouders aan de Jeugdwet kunnen ontlenen en hoe Aalsmeer deze uitvoert. Naar aanleiding van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en eerdere bezwaarprocedures bij Jeugd is het noodzakelijk om begrippen als eigen kracht en afbakening van jeugdhulpvoorzieningen expliciet vast te leggen in de verordening in plaats van in nadere regels of beleidsregels. Doel

De verordening jeugdhulp is herzien om te voldoen aan jurisprudentie, met nadruk op het versterken van de eigen kracht van ouders en jeugdigen, en het gerichter afbakenen van jeugdhulpvoorzieningen. Prestatie

De verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 wordt vastgesteld. Voorgeschiedenis en context

Op 1 januari 2022 is de verordening jeugdhulp Aalsmeer 2022 ingegaan. Naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen en jurisprudentie is herziening van de verordening 2022 nodig. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Het scheppen van duidelijke kaders over wat wel en niet onder Jeugdhulp valt en definities als ‘eigen kracht’ omschrijven in de verordening. Er zijn nieuwe artikelen toegevoegd over ouderlijke verantwoordelijkheid, kwaliteitseisen voor de lokale toegang, het afwegingskader met betrekking tot eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, en vervoer. Daarnaast zijn een aantal verduidelijkingen doorgevoerd in de werkwijze. Dit zorgt ervoor dat de jeugdhulp toegankelijk blijft voor de meest kwetsbare inwoners van Aalsmeer. Keuzemogelijkheden/alternatieven

Voor nog meer afbakening binnen de jeugdhulp dan nu wordt voorgesteld, is aanvullend onderzoek nodig. Dit vraagt eerst om verdere afstemming met VNG, juristen, uitvoering, beleid en contractmanagement. [.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 2

De meeste wijzigingen zijn een gevolg van recente jurisprudentie. Als deze wijzigingen niet worden doorgevoerd, ontstaat ruimte voor discussie met mogelijke rechtszaken tot gevolg. Participatie

De aanpassingen in de conceptverordening zijn besproken met de werkgroep jeugd van de Adviesraad Sociaal Domein (ASD). De ASD heeft daarna een positief advies uitgebracht. Kanttekeningen en risico’s

Uitgangspunt is dat de gemeenten Amstelveen en Aalsmeer dezelfde afspraken vastleggen in hun verordening. Aalsmeer en Amstelveen hebben gezamenlijk de jeugdhulp ingekocht en één ambtelijke uitvoeringsorganisatie jeugdhulp werkt voor zowel Aalsmeer als Amstelveen. Financiën

N.v.t. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Na besluitvorming door de raad wordt de verordening gepubliceerd. Het wijzigen van de verordening kan ook leiden tot wijzigingen van de beleidsregels. Deze worden in een later stadium behandeld. Evaluatie

Het effect van deze aanpassingen op de lokale uitvoering wordt gemonitord. Duurzaamheidsaspecten

N.v.t. Bijlagen

1. 2.

Verordening Jeugdhulp Aalsmeer Aalsmeer 2025 Was-wordt overzicht Inhoudelijke Verordening Jeugdhulp 2025

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}}

{{signer2}}

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 28 januari 2025, zaaknummer Z24-131871; gelet op artikel 2.9, 2.10, 2.11 en 8.1.1, derde lid van de Jeugdwet;

Besluit

1. de Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 vast te stellen; 2. de Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2022 in te trekken.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 27 maart 2025. De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Verordening Jeugdhulp 2025

Zaaknummer: Z24-131871

De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 januari 2025; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.11 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet; gezien het advies van de afdeling Jeugd en Onderwijs van Aalsmeer; besluit vast te stellen de: Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:  algemene voorziening: voorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling;  andere voorziening: voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, niet vallend onder de wet;  eigen kracht: het vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om zelf, of samen met het sociale netwerk, oplossingen te vinden voor de problemen van de jeugdige of het gezin, en invulling te geven aan deze oplossingen;  individuele voorziening: de op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden voorziening die door het college in natura of bij persoonsgebonden budget wordt verstrekt op basis van een besluit;  lokale toegang: professionals (jeugdhulpverleners) die door het college aangewezen zijn om de gemeentelijke toegang naar de individuele voorzieningen te verzorgen;  ondersteuningsvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;  ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt;  persoonsgebonden budget (pgb): het persoonsgebonden budget

als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;  perspectiefplan: het document waarin de ondersteuningsbehoeften van de jeugdige en/of zijn ouders zijn vastgelegd samen met de resultaten en hoe deze te bereiken en waarin op verschillende levensgebieden de gezinssituatie in kaart gebracht wordt om een effectieve ondersteuning van de jeugdige mogelijk te maken;

Pagina

  

2 van 16

professional: een hulpverlener die op grond van de Jeugdwet of Wet publieke gezondheid zorg verleent en in de regel geregistreerd staat in en voldoet aan het Kwaliteitsregister Jeugd of het register Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG); sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de jeugdige en/of de ouders een sociale relatie onderhouden; wet: de Jeugdwet; zorg in natura: jeugdhulp geleverd door een, door de gemeente, gecontracteerde aanbieder.

Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen Artikel 2.1 Algemene voorzieningen 1. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. Jeugdgezondheidszorg; b. Informatie en advies door gemeentelijke jeugdhulpverleners; c. Opvoedspreekuren; d. (School)maatschappelijk werk; e. Jongerenwerk; f. op preventie gerichte informatie en activiteiten. 2. Het college kan bij nadere regeling vaststellen welk aanbod onder algemene voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar is. Artikel 2.2 Jeugdhulpverleners (lokale toegang) 1. De jeugdhulpverleners van de lokale toegang voeren procesregie waaronder het monitoren van jeugdhulptrajecten en het bieden van casusregie als de jeugdige en/of ouders hierbij ondersteuning nodig hebben. 2. De lokale toegang neemt namens het college besluiten met betrekking tot het toekennen van individuele voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. Artikel 2.3 Cliëntondersteuning 1. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. 2. Het college wijst de jeugdige en/of ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning.

Hoofdstuk 3 Individuele voorzieningen Artikel 3.1 Beschikbare individuele voorzieningen De volgende niet-limitatief opgesomde individuele voorzieningen zijn in de vorm van een in natura voorziening beschikbaar:  Ambulante opvoedhulp (thuis en op locatie aanbieder);  Ambulante begeleiding van verstandelijk/lichamelijk beperkte jeugd (thuis en op locatie van aanbieder);  Ambulante GGZ-hulp (thuis en op locatie aanbieder);  Dyslexiezorg;  Pleegzorg;  Gezinshuizen;  Overige verblijfsvormen, inclusief begeleiding en behandeling;  Jeugdbescherming en -reclassering. Artikel 3.2 Ouderlijke verantwoordelijkheid 1. Ouders hebben een eigen verantwoordelijkheid bij het in staat stellen van hun kinderen om gezond en veilig op te groeien. Ouders zijn immers primair verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Ouders moeten zorgen voor het lichamelijke en geestelijke

Pagina

2. 3.

4.

3 van 16

welzijn van het kind en hun kinderen helpen bij hun persoonlijke ontwikkeling (artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek). De gemeente is slechts verplicht om jeugdhulp en ondersteuning aan te bieden indien ouder(s) deze hulp en ondersteuning niet zelf kunnen leveren. Van ouders wordt verwacht dat zij de zorg en ondersteuning voor hun kinderen bieden, ongeacht de leeftijd van de jeugdige of omvang van de hulpvraag. Ouders moeten beschikbaar zijn om hun kinderen te ondersteunen en op te voeden. Als het gaat om de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen wordt tenminste van ouders verwacht dat: a. ouders opvang en toezicht van hun kind realiseren, op de volgende momenten: i. Buiten schooltijden en/of dagbesteding om; ii. Tijdens de nacht, en; iii. Gedurende het weekend. b. ouders hun kind begeleiden bij het deelnemen aan sociaal-recreatieve activiteiten zoals een (sport)vereniging, zwemles of buitenspelen; c. ouders alle benodigde hulp bieden aan hun kind voor de periode van in ieder geval 6 maanden, uitgezonderd behandeling; d. ouders de benodigde ondersteuning zelf bieden als de hulpvraag behoort tot de opvoedingsopgaven en/of normale uitdagingen zoals omschreven door het Nederlands Jeugdinstituut in de uitgave ‘Opgroeien en opvoeden’ en waarvan een samenvattend overzicht is opgenomen in bijlage 1 van deze verordening.

Ouders zijn verantwoordelijk een alternatieve oplossing te realiseren als ze niet beschikbaar zijn om de ondersteuning zoals beschreven in lid 3 te bieden.

Artikel 3.3 Kwaliteitseisen lokale toegang jeugdhulp 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van relevante deskundigheid met betrekking tot: a. opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; b. opvoedingssituaties waardoor jeugdigen mogelijk in hun ontwikkeling worden bedreigd; c. taal- en leerproblemen; d. somatische aandoeningen; e. lichamelijke- of verstandelijke beperkingen, en; f. kindermishandeling en huiselijk geweld. 2. Indien het college besluit over het verzoek om een individuele voorziening gelden de navolgende kwaliteitseisen: a. het onderzoek dient te worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een professional die beschikt over een registratie bij Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd, een registratie bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen, of een registratie op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register; b. de geregistreerde professional beschikt bij de aanvraag over de passende deskundigheid en/of ervaring conform de indeling genoemd in lid 1. 3. Voor de besluitvorming kan informatie van gecontracteerde aanbieders worden gebruikt, de besluitvorming is aan de gemeente en mag niet aan deze aanbieders worden overgedragen.

Artikel 3.4 Afwegingskader eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen 1. Een individuele voorziening voor jeugdhulp wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen voorzien in of kunnen bijdragen aan het oplossen van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. 2. Bij het beoordelen van de eigen kracht heeft het college als uitgangspunt dat de ouders en andere verzorgers en opvoeders in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het verzorgen en opvoeden van de jeugdige en het houden van toezicht. Zij doen alles wat binnen hun mogelijkheden past om ervoor te zorgen dat de jeugdige gezond en veilig kan opgroeien. Deze verantwoordelijkheid geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening of beperking heeft.

Pagina

3.

4.

4 van 16

Om te bepalen wat de jeugdige en de ouders op eigen kracht kunnen oplossen, beoordeelt het college in ieder geval: a. de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige; b. de voor de jeugdige benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan; c. de mogelijkheden, de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; d. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; e. het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen, waarbij geen financiële draagkrachtmeting wordt gedaan; f. de mogelijkheden van het sociale netwerk om de jeugdige en de ouders te ondersteunen; g. de mogelijkheid om gebruik te maken van voorliggende (wettelijke) voorzieningen; h. overige relevante omstandigheden van de jeugdige en de ouders die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de benodigde hulp zelf te bieden. Van ouders wordt verwacht de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen te versterken door: a. oorzaken van overbelasting waar mogelijk weg te nemen; b. het belang van hun kind voor het belang van de (werk)carrière te stellen; c. zorgverlof en andere soorten verlof in te zetten; d. werktijden aan te passen; e. gebruik te maken van de opvang mogelijkheden van de Wet kinderopvang, zowel voor de jeugdige met een hulpvraag als voor eventueel andere kinderen; f. het sociale netwerk in te zetten en te werken aan het vergroten van het netwerk; g.

de jeugdige voltijds onderwijs te laten volgen; h. de eigen psychische of relationele problematiek te verminderen indien ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning nodig hebben.

Artikel 3.5 Aanvraag 1. Een aanvraag voor een individuele voorziening wordt schriftelijk en ondertekend ingediend bij het college door of namens een jeugdige of diens ouder(s). 2. Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige: a. die jonger is dan 12 jaren, of; b. die ouder is dan 12 jaren en niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar van diens wettelijke vertegenwoordiger(s). 3. Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige die de leeftijd van 12 maar nog niet die van 16 jaren heeft bereikt, dan behoeft de aanvraag de instemming van zowel de minderjarige als de wettelijke vertegenwoordiger, mits de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Weigert de wettelijke vertegenwoordiger in te stemmen met de aanvraag, dan zal het college de aanvraag toch in behandeling nemen als de jeugdhulp voor de minderjarige kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de minderjarige te voorkomen, alsmede indien de minderjarige ook na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen. 4. Heeft de aanvraag betrekking op een jeugdige met de leeftijd van 16 of 17 jaar, dan behoeft de aanvraag géén instemming van de wettelijk vertegenwoordiger, mits de jeugdige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. 5.

Als de jeugdhulp betrekking heeft op een ander dan de aanvrager, behoefte de aanvraag de instemming van de jeugdige of zijn ouders waarop de aanvraag betrekking heeft. Artikel 3.6 Het gesprek en perspectiefplan 1. De lokale toegang onderzoekt in een gesprek of gesprekken met de jeugdige of zijn ouder of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder ontoereikend zijn om hulp, zorg en ondersteuning aan de jeugdige te bieden naar aard en omvang voor de tijdens het gesprek of gesprekken vastgestelde problemen en stoornissen. 2. Als de jeugdige en/of zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt de lokale toegang dat als eerste bij het gesprek. 3. De lokale toegang verzamelt voorafgaand aan of tijdens het gesprek met de jeugdige of zijn ouders de noodzakelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie.

Pagina

4.

5. 6.

7. 8.

5 van 16

De jeugdige en/of zijn ouders verstrekken aan de lokale toegang voorafgaand aan of tijdens het gesprek alle overige gegevens, die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de uitkomsten van het gesprek en eventuele andere informatie vast in een perspectiefplan. In het perspectiefplan kunnen afspraken worden opgenomen over de wijze en het moment waarop de resultaten van het perspectiefplan met de jeugdige en/of zijn ouders, de lokale toegang en de jeugdhulpaanbieder worden geëvalueerd. Het perspectiefplan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, wordt door de lokale toegang opgeslagen in de eigen administratie. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van het perspectiefplan en de wijze waarop het gesprek zoals bedoeld in dit artikel gevoerd wordt.

Artikel 3.7 Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning van individuele voorzieningen 1. Het college kent een individuele voorziening toe indien en voor zover in het gesprek en perspectiefplan zoals bedoeld in artikel 3.6 vastgesteld is dat: a. een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de ondersteuningsvraag; b. de jeugdige op eigen kracht, of met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn sociaal netwerk, geen afdoende oplossing voor zijn ondersteuningsvraag kan vinden zoals bedoeld in artikel 3.4; c. een algemene voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de ondersteuningsvraag; d. de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere (voorliggende) voorziening om de ondersteuningsvraag te beantwoorden; e. er geen sprake is van jeugdhulp met terugwerkende kracht. De gemeente verstrekt geen voorzieningen voor jeugdhulp, onderzoeken, trainingen of andere interventies die door ouders, verzorgers, of jeugdigen op eigen initiatief is ingezet, zonder voorafgaande goedkeuring of indicatie van de gemeente. 2. Het college neemt het besluit op grond van het gesprek over de ondersteuningsvraag met de jeugdige en/of zijn ouders en het opgestelde perspectiefplan zoals bedoeld in artikel 3.6, en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan zoals bedoeld in artikel 3.12. 3.

Het college kan nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria zoals genoemd in het eerste lid of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde individuele voorzieningen. Artikel 3.8 Toegang en besluit 1. Het college neemt het besluit tot het verlenen van een individuele voorziening op grond van de aanvraag en het perspectiefplan en legt dit vast in een beschikking. 2. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 3. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering. Tevens draagt het college zorg voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, de officier van justitie, de directeur van de justitiële jeugdinrichting (JJI) of de selectiefunctionaris van de JJI nodig acht bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing. Artikel 3.9 Inhoud beschikking individuele voorziening 1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. 2. Bij het verstrekken van een individuele voorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: a.

welke individuele voorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat hiervan is. b. de termijn waarvoor de beschikking van kracht is; c. welke rechtsmiddelen tegen de beschikking kunnen worden aangewend.

Pagina

3.

4.

5. 6.

6 van 16

Bij het verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van een pgb vermeldt de beschikking in ieder geval: a. voor welke individuele voorziening het pgb moet worden besteed en wat het beoogde resultaat hiervan is; b. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; c. de termijn waarvoor de beschikking van kracht is; d. de voorwaarden voor en wijze van uitbetaling van het pgb; e. de kwaliteitseisen die gelden voor de besteding van het pgb, en; f. welke rechtsmiddelen tegen de beschikking kunnen worden aangewend. Bij het besluit wordt aan de belanghebbende informatie verstrekt over de rechten en de plichten van de jeugdige en zijn ouders op grond van de Jeugdwet, de verordening en de nadere regels. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en kan hieromtrent nadere regels stellen. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van de beschikking.

Artikel 3.10 Dyslexiezorg 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg in het geval van het vermoeden van ernstige dyslexie en baseert zich daarbij op het landelijk geldende protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling. 2. De dyslexiezorg die door het college wordt toegekend bestaat uit: a. diagnostiek bij een vermoeden van ernstige dyslexie; b. behandeling van ernstige dyslexie indien de diagnose ernstige dyslexie is vastgesteld via een diagnostisch onderzoek uitgevoerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. 3. Dyslexiezorg is alleen beschikbaar voor leerlingen van 7 tot 13 jaar, waarbij op de school voor primair onderwijs het vermoeden van ernstige dyslexie is geconstateerd. 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening tot dyslexiezorg, de werkwijze van de toegang tot dyslexiezorg en de eisen waaraan het leerlingendossier dient te voldoen. Artikel 3.11 Vervoer 1. Uitgangspunt is dat ouder(s) in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het (regelen van) vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. 2.

Bij de individuele voorzieningen kan vervoer worden toegekend van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, voor zover het naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de eigen kracht van de betreffende jeugdige, en mits niet vanuit andere regelingen of instanties vergoed. 3. Er is sprake van een medische noodzaak of beperkingen in de eigen kracht in de volgende situaties: a. De jeugdige kan niet reizen met het openbaar vervoer, ook niet onder begeleiding van een volwassene, en ouders beschikken niet over passend vervoer om de jeugdige naar de jeugdhulplocatie te vervoeren; b. Er door ouders is aangetoond dat ouders of andere personen uit het sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor de begeleiding en het vervoer, en; c. De afstand naar de jeugdhulplocatie is meer dan 6 kilometer, gemeten over de weg met behulp van de ANWB-routeplanner met als geselecteerde optie de kortste route per fiets. 4. Er is geen sprake van een medische noodzaak of beperking in de eigen kracht in de volgende situaties: a. Ouders kunnen hun kind niet naar de jeugdhulplocatie vervoeren vanwege werkverplichtingen; b. Ouders hebben gekozen voor een jeugdhulpaanbieder buiten de gemeente, terwijl een vergelijkbaar aanbod binnen de gemeente beschikbaar is; c.

Ouders geven aan onvoldoende financiële middelen te hebben voor de reiskosten, hiervoor zijn de regelingen binnen de Participatiewet voorliggend;

Pagina

d. e.

7 van 16

Ouders die op basis van een andere wet of verzekering in aanmerking komen voor een vergoeding van de vervoerskosten; Ouders die een aangepast vervoermiddel voor de jeugdige hebben ontvangen op grond van onder andere de Wmo of de verordening leerlingenvervoer.

Artikel 3.12 Persoonsgebonden budget 1. Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: a. de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; b. de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een gecontracteerde aanbieder, niet passend achten, en; c. naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en aan de gestelde voorwaarden voldoet zoals gesteld in artikel 3.14. 2. De jeugdige en/of zijn ouders moeten hiervoor in aanvulling op het perspectiefplan een pgbplan op stellen waarin is opgenomen: a. de motivatie waarom zorg in natura niet toereikend is en een persoonsgebonden budget gewenst is; b. een motivering waaruit blijkt dat de ouder(s) het persoonsgebonden budget kunnen beheren; c. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening; d.

de kosten (uitgedrukt in aantal eenheden en tarief) van de uitvoering; e. de kwalificaties en deskundigheid van de uitvoerder. 3. Beheer van het pgb is niet toegestaan door de persoon of organisatie die ook de ondersteuning levert aan de pgb-houder, tenzij het een ouder in de eerste graad is of hiervoor door het college schriftelijk toestemming is verleend. 4. De jeugdige of zijn ouder zijn verplicht tot het gebruik van de zorgovereenkomsten van de Sociale Verzekeringsbank voor het vastleggen van afspraken over de te leveren jeugdhulp in het kader van het pgb. 5. Het college kan nadere regels stellen over de voorwaarden die worden gesteld aan het pgbplan en het pgb budgetbeheer. Artikel 3.13 Onderscheid formele en informele hulp 1. Bij het vaststellen van de soort hulp die benodigd is, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a.

personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn vooruitoefening van de desbetreffende taken en op basis van het Kwaliteitskader Jeugd ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp, of; b. personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel of personen die ingeschreven staan in het register. Daarnaast moeten zij beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende jeugdhulptaken, moet de onderneming van deze persoon ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden, en op basis van het Kwaliteitskader Jeugd ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele

Pagina

3. 4. 5.

8 van 16

gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. c. personen die op basis van het Kwaliteitskader Jeugd ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIGregister) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder is er altijd sprake van informele hulp. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 2 onder a, b of c, is sprake van informele hulp. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van formele en informele hulp en de uitwerking daarvan.

Artikel 3.14 Verstrekken persoonsgebonden budget formele hulp en informele hulp 1. Het college kent een persoonsgebonden budget voor formele hulp die wordt geleverd door een professionele ondersteuner enkel toe indien de zorgverlener: a. zorg verleent, zoals genoemd in artikel 3.1, uitgezonderd dyslexiezorg en jeugdbescherming/-reclassering; b. voldoet aan het Kwaliteitskader Jeugd, wat onder andere een registratie bij het SKJ of een inschrijving in het BIG-register inhoudt; c. voldoet aan de minimale kwaliteitseisen voor een voorziening voor een jeugdhulpaanbieder, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 Jeugdwet en artikel 5.1.1 Besluit Jeugdwet; d. werkt op basis van een hulpverleningsplan; e. werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; f. de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp hanteert; g. een vertrouwenspersoon in staat stelt zijn taak uit te voeren. 2. Het college kent een persoonsgebonden budget voor informele hulp die wordt geleverd vanuit het sociale netwerk enkel toe: a. als wordt gemotiveerd waarom de inzet van informele hulp aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is hulp dan de inzet van formele hulp; b. indien de persoon die de informele hulp verleent voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria: i.

De zorgverlener beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, beschikbaarheid, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden; ii. De zorgverlener is meerderjarig; iii. De zorgverlener beschikt over een VOG (behalve als de zorgverlener een ouder in de eerste graad is); iv. De zorgverlener neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij bij voorkeur gebruik van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; v. De zorgverlener meldt calamiteiten direct aan de lokale toegang; vi. De zorgverlener werkt op basis van een plan. c. als de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders niet leidt tot overbelasting bij de persoon die deze informele hulp verleent. 3. Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional. 4. Ondersteuning kan niet worden geboden als er sprake is van buitenlands hulpaanbod buiten de EU, die niet voldoet aan het afsprakenkader buitenlandse jeugdhulp van het Platform Jeugdhulp in het buitenland, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Pagina

9 van 16

Artikel 3.15 Vaststellen hoogte van persoonsgebonden budget 1. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt berekend aan de hand van het aantal uren, dagdelen of etmalen dat de individuele voorziening nodig is vermenigvuldigd met een vast tarief per zorgvorm. 2. De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt 90% van het laagste tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura. 3. De tarieven op basis waarvan de hoogte van het persoonsgebonden budget berekend wordt, bedragen € 22,82 per uur voor informele hulp, met uitzondering voor kortdurend verblijf door informele hulp. Het tarief hiervoor bedraagt € 30,00 per etmaal met een maximum van € 130,00 per kalendermaand. 4. Het maximale tarief voor een vervoersvoorziening wordt als volgt bepaald: a. indien de jeugdige per auto wordt vervoerd, € 0,23 per kilometer; b. indien de jeugdige per (rolstoel)taxi wordt vervoerd conform de bedragen zoals in de zorgverzekeringswet worden gehanteerd. 5. Het college indexeert jaarlijks de tarieven. Artikel 3.16 Van het pgb uitgesloten kosten De volgende kosten zijn uitgesloten van vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor begeleiding en bemiddeling van de aanvraag; b. kosten voor coördinatie; c. kosten voor crisishulp/crisisopvang; d. kosten voor een vrij besteedbaar bedrag en vrijwilligersvergoeding; e. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; f.

kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; g. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; h. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb. Artikel 3.17 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen een maand, aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een individuele voorziening. 2. Het college kan een besluit aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige en/of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget, of; e.

de jeugdige en/of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a heeft ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. 4. Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel 3.18 Bestrijding oneigenlijk gebruik en misbruik 1. Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een

Pagina

2.

3. 4.

10 van 16

individuele voorziening of persoonsgebonden budget zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Het college kan personen aanwijzen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij de wet, dan wel deze verordening, ten aanzien van de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van het bepaalde bij de wet, dan wel deze verordening. Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen in natura en pgb met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=cf5659d2-e7cf-47f7-905e-5e4d4d59f2b0