CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 17 september 2024, gemeente aalsmeer18.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Op basis van de gestelde uitgangspunten van de parkeernota van de gemeente Aalsmeer bedraagt de huidige parkeernorm 2,2 per woning (> 140 m2). Dit houdt in dat er per blad 23 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

vrijstaande woning 2,2 parkeerplekken moeten worden gerealiseerd. In totaal zijn dat 6,6 parkeerplekken voor drie vrijstaande woningen van > 140 m2. De huidige parkeerbehoefte bedraagt op dit moment nog 0 voor het perceel. Voor de parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkeling geldt dat deze 6,6 parkeerplaatsen bedraagt. De ontwikkeling resulteert in 9 parkeerplaatsen op eigen erf. Dit is 2,4 meer dan de benodigde hoeveelheid volgens de nota van de gemeente Aalsmeer. Hier is voor gekozen omdat er in het omliggend gebied geen parkeermogelijkheden zijn voor bijvoorbeeld bezoekers. Het plan voorziet daarmee in ruim voldoende parkeerplaatsen incl. bezoek. Toekomstige situatie verkeersgeneratie Voor de nieuwe situatie wordt weer uitgegaan van de drie vrijstaande woningen.

Op basis van de gestelde uitgangspunten bedraagt de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie minimaal 23 voertuigen per weekdag en maximaal 26. Om de verkeersgeneratie per werkdag te berekenen, moet de verkeersgeneratie met factor 1,33 worden vermenigvuldigd (conform CROW). De totale verkeersgeneratie per werkdag bedraagt minimaal 26 en maximaal 29 motorvoertuigbewegingen. Conclusie Voor de verkeersgeneratie geldt dat de huidige verkeersgeneratie 0 motorvoertuigbewegingen per weekdag bedraagt. Op basis van CROW-publicatie 381 is berekend dat de toekomstige verkeersgeneratie maximaal 26 motorvoertuigbewegingen per weekdag bedraagt. Dit is een dusdanig lage verkeersgeneratie dat de effecten op de omgeving nauwelijks merkbaar zullen zijn en dat het niet aannemelijk is dat de toename van het verkeer tot hinder zal leiden. Het plan voldoet aan de gemeentelijke parkeernormen. Verkeer en parkeren vormen hiermee geen belemmering voor het beoogde plan.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie Toetsingskader De erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is een primair gemeentelijke opgave. In het proces van ruimtelijke ordening moet tijdig rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor de overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Rijk, provincies en gemeenten (laten) bepalen welke archeologische waarden bedreigd worden bij ruimtelijke plannen. Tijdens de voorbereiding van deze plannen is (vroeg)tijdig archeologische (voor)onderzoek belangrijk. De keuze voor een andere bouwlocatie voorkomt de verstoring van belangrijke bodemvondsten. Als dit geen optie is, bestaat de mogelijkheid om binnen de bouwlocatie zelf naar een archeologievriendelijke aanpak te streven. In het uiterste geval wordt een archeologische opgraving uitgevoerd.

blad 24 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Beleidsnota Archeologie Aalsmeer 2016 In de Nota Archeologie Aalsmeer 2016 staat dat de gemeente 5 verschillende categorieën hanteert voor archeologie. Hieronder zijn de categorieën weergegeven in een tabel.

Onderzoek Op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Nieuw Oosteinde' geldt geen archeologische verwachtingswaarde voor het plangebied. In onderstaande figuur is een uitsnede te zien van de Archeologiekaart van Aalsmeer. Het plangebied bevindt zich in categorie 5.

Figuur 10. Archeologiekaart Aalsmeer (Bron: Beleidsnota Archeologiekaart Aalsmeer) Cultuurhistorie Het plangebied is gelegen op een regionale wandelroute. Rijks, provinciale en gemeentelijke monumenten bevinden zich allemaal in het westen en noorden van Aalsmeer. Er bevinden zich geen monumenten in en rondom het plangebied. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

blad 25 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

4.4

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Milieuaspecten worden geregeld via de daartoe geëigende wetgeving, maar daar waar het de ruimtelijke ordening raakt, dient met deze aspecten rekening te worden gehouden. Het gaat dan om de situering van milieugevoelige objecten ten opzichte van milieuhinderlijke elementen. De toelaatbaarheid van gevoelige functies nabij bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Hiervoor geldt onderstaande afstandstabel ten aanzien van geluid, stof, gevaar en geur.

Onderzoek Hornweg 293 en de huidige woningen op de Hornweg worden aangemerkt als zijnde 'gemengd gebied'. Er is sprake van matige tot sterke functiemenging met agrarische en andere bedrijvigheid, veelal gelegen aan de achterzijde van het woonlint. Door de komst van Green Park Aalsmeer (bedrijventerrein voor sierteelt en logistiek) en de rustige woonwijk 'Nieuw Oosteinde' heeft de Hornweg zijn oorspronkelijke agrarische functie verloren. Volgens vigerend bestemmingsplan 'Nieuw Oosteinde' zijn er in de omgeving van het gehele plangebied (Nieuw Oosteinde) geen bedrijven gevestigd waarvoor vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening met richtafstanden tot de nabijgelegen woonbebouwing rekening moet worden gehouden. In het bestemmingsplan aan de zuidelijke kant van Hornweg 293 – 309, 'Landelijk Gebied Oost', bevinden zich enkele bedrijven met milieucategorie 1 en 2. Voor de betreffende beoogde woningen op het perceel tussen Hornweg 293 en 309 (gemengd gebied) moet een afstand worden aangehouden van 10 meter. Deze afstand is in overeenstemming met het besluit Glastuinbouw, waarin ook een afstand van 10 meter wordt genoemd. In een gemengd gebied als de Hornweg zijn tuinbouwbedrijven tot en met de milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter goed verenigbaar met het woonlint.

In de kaart hieronder is te zien dat het gebied ten zuiden van de Hornweg bestaat uit glastuinbouwbedrijven. De afstand van het plangebied tot de zuidelijke kant van de Hornweg bedraagt meer dan 10 meter.

blad 26 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Figuur 11. Glastuinbouw gebied ten zuiden van Hornweg en plangebied Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Alle (glastuin)bedrijven bevinden zich op meer dan 10 meter afstand van het plangebied.

4.5

Water Onderzoek (Antea Group, Watertoets Hornweg Aalsmeer, 30 juni 2023) Het plangebied bevindt zich in Aalsmeer, tussen de Hornweg 293 en 309. Het plangebied ligt oostelijk van de N201 en westelijk van de N231. Het maaiveld varieert van ca. NAP -3,9 m tot ca. NAP -3,7 m. De bodem bestaat conform REGIS en GeoTOP tot ca. NAP -11 m uit een Holocene deklaag (HLc). De Holocene deklaag tot een diepte van ca. NAP -10,75 m uit kleiig zand, zandige klei en leem. Daaronder ligt tot ca. NAP -11,25 m een laag veen. Onder de Holocene deklaag liggen zandlagen behorende tot de formaties van Boxtel en Kreftenheye tot een diepte van ca. NAP -28 m. Deze zandlagen hebben een doorlatendheid variërend van 2,5 m/d tot 50 m/d. Vervolgens zijn tot een diepte van NAP -35 m gestuwde afzettingen aanwezig, deze bestaan uit fijn, midden en grof zand, en kleiig zand, zandige klei en leem. Daaronder zijn zandlagen behorende tot de formaties van Urk en Sterksel aanwezig tot een diepte van NAP -60 m, met doorlatendheden variërend van 10 m/d tot 50 m/d. Van NAP -60 m tot NAP -65 m is een slecht doorlatende laag behorende tot de formatie van Waalre aanwezig, met een weerstand variërend van 100 tot 1000 dagen. Conform lokale ondiepe boringen bestaat de bovengrond uit een kleilaag variërend in dikte van 1 tot 5 meter. Bij de twee oostelijke boringen ligt boven de kleilaag een veenlaag met een dikte van 2 meter.

Onder de kleilaag ligt een zandlaag variërend in dikte van 2 tot 4 meter, bij de meest westelijke boring is een kleilaag aanwezig tussen de zandlagen. Onder de zandlaag zijn vervolgens een kleilaag, veenlaag en zand aanwezig. Conform lokale diepe boringen bestaat de diepe ondergrond voornamelijk uit zand, van wisselende categorie. In de zuidelijke boring zijn enkele kleilagen aanwezig,

blad 27 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

zowel in de bovengrond als in de diepere ondergrond. De grondwaterstanden worden grotendeels bepaald door de oppervlaktewaterpeilen rondom het plangebied. De grondwaterpeilen fluctueren snel en hebben een bolling onder het perceel. In de huidige situatie is drainage aanwezig. Waterberging In het plangebied zullen drie woningen gerealiseerd worden. Elke woning heeft een bouwvlak van 125 m2 . Daarnaast zullen er negen parkeerplaatsen komen van elk 6 m2 , dit bedraagt in totaal 54 m2 . Dit betekent dat in ieder geval 430 m2 van het plangebied verhard is. Het totale plangebied bedraagt 2.660 m2 , waarvan 240 m2 water. Het Hoogheemraadschap van Rijnland gaat uit van 25% verharding van het plangebied (557 m2) naast de 430 m2 aan bebouwing en parkeerplaatsen. Dit tezamen komt neer op 987 m2 extra verharding. Hiervan dient 15%, te weten 148 m2, als compensatie van versnelde afvoer als open water uitgevoerd te worden, een en ander conform het beleid van Rijnland in het plangebied of daarbuiten. De hoeveelheid watercompensatie is afhankelijk van de hoeveelheid toegenomen verharding. Er wordt daarom gerekend met drie scenario's, deze scenario's betreffen de hoeveelheid verharding naast de woning en parkeerplaatsen. Het is namelijk aannemelijk dat er extra verharding zal komen op de kavels, dit in de vorm van bijvoorbeeld schuurtjes, terrassen of paden.

Hiervoor wordt gerekend met een scenario zonder extra verharding, en met een extra verharding ter grootte van 60%, 75% of 90% van het oppervlak van de kavels minus de huizen. De benodigde watercompensatie voor deze scenario's bedraagt 64 m2 tot 341 m2 . Vanuit de gemeente Aalsmeer geldt als waterbergingseis dat 70 mm geborgen moet kunnen worden, primair in het oppervlaktewater. Dit gaat om minimaal 10% van de planoppervlakte. Dit komt overeen met 267 m2 . De waterbergingseis van het waterschap resulteert in een groter benodigd compensatie oppervlak, daarom is deze waterbergingseis maatgevend. Deze compensatie kan gerealiseerd worden door water te graven op de uiteindes van de kavels, met ca. 7,2 m wordt aan de waterbergingseis voldaan. Watersysteem De ontwikkeling heeft invloed op de watergangen nabij het plangebied. Hemelwater wordt afgevoerd naar de watergangen, wat kan zorgen voor peilstijging. Vanwege de benodigde watercompensatie vanuit de gemeente zal er extra water gegraven worden, dit zorgt voor uitbreiding van het bestaande watersysteem. De verwachting is dat dit extra wateroppervlak de afstromende hemelafvoer kan opvangen, dus dat er geen peilstijging plaats zal vinden. Grondwater Om het risico op grondwateroverlast te beperken dient de drooglegging voldoende te zijn.

De drooglegging is de afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld, voor het plangebied is dit ca. 1,2 m. Met een opbolling van ca. 30 à 40 cm resulteert dit in een grondwaterstand van ca. 0,8 tot 0,9 m -mv. Het is onbekend of er kelders of kruipruimtes gerealiseerd gaan worden. Eventuele kelderconstructies zullen te allen tijd waterdicht aangelegd moeten worden. Het advies is om het bouwpeil te relateren aan de drooglegging. Hemelwaterafvoer Vanuit de gemeente wordt voor de omgang met hemelwater de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren gehanteerd. Bij voorkeur wordt water vast gehouden, dit kan middels doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen, etc. Pas daarna wordt water geborgen in het stedelijk watersysteem. Pas bij volledige benutting van blad 28 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

de berging wordt het overtollige hemelwater afgevoerd naar het regionale watersysteem. Daarom wordt aangeraden om zo veel mogelijk oppervlak van het plangebied onverhard te laten, zodat hemelwater kan infiltreren. Indien infiltratie- of bergingsvoorzieningen aangelegd zullen worden, dienen deze boven de GHG aangelegd te worden. Vuilwaterafvoer De nieuwe bebouwing kan worden aangesloten op de bestaande riolering. Voor het aansluiten van de nieuwe bebouwing op de bestaande riolering moet een rioleringsplan worden opgesteld. Hierover dient met de gemeente Aalsmeer te worden afgestemd. Waterkwaliteit Bij het verwerken (infiltreren of afvoeren) van afstromend hemelwater dient rekening te worden gehouden met de kwaliteit van het water. Tevens dient gewerkt te worden met niet-uitlogende materialen. Dit beide om te voorkomen dat de waterkwaliteit verslechtert. Bij het graven van de watercompensatie moet de aanleg van de natuurvriendelijke oevers worden overwogen. Een natuurvriendelijke oever komt door de zuiverende werking ten goede aan de waterkwaliteit en bevordert de biodiversiteit. Waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op primaire of regionale waterkeringen. Klimaatadaptatie Er zijn vanuit de gemeente en het waterschap geen eisen gesteld aan het realiseren van waterberging middels infiltratie of berging in de bodem. Omtrent klimaatadaptatie is dit echter wel aangeraden.

Wegens klimaatverandering en toenemende periodes van droogte in de zomer is het waardevol om hemelwater te infiltreren of bergen in de bodem. Dit kan middels specifieke voorzieningen (bijv. groene daken of infiltratiekratten), maar het helpt ook al aanzienlijk om zo weinig mogelijk oppervlak in de tuinen verhard te maken. Tevens neemt de hittestress toe vanwege de toename aan verharding. Om dit te verlichten is het raadzaam om vegetatie aan te leggen in de tuinen. Vegetatie heeft daarnaast ook een positief effect op de biodiversiteit. Conclusie Het plangebied heeft voldoende ruimte om de benodigde watercompensatie in de vorm van extra oppervlaktewater te realiseren. Er zijn vanuit de waterhuishouding beschouwd geen redenen om bezwaren te hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. De primaire watergang wordt op de plankaart aangeduid met de enkelbestemming oppervlaktewater. De overige watergangen worden niet als enkelbestemming op de plankaart opgenomen. Het aanleggen van water en waterhuishoudkundige voorzieningen wordt in de regels mogelijk gemaakt op alle gronden.

4.6

Bodem Toetsingskader Volgens artikel 3.1.6., van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in

blad 29 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. De bodem moet geschikt zijn voor het beoogde woongebruik. Onderzoek Met de ontwikkelende partij is een 'schone grond verklaring' overeengekomen op basis waarvan de woningen kunnen worden gerealiseerd. Conclusie Ten aanzien van bodem zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Stikstof Toetsingskader In het kader van de Wet natuurbescherming moet beoordeeld worden of een plan/ project leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden. Hiervoor is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de bouw- en gebruiksfase met het rekenprogramma AERIUS Calculator (Stikstofberekeningen woningbouw Hornweg Aalsmeer, november 2023). Onderzoek De ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden is weergegeven in figuur 12. De ontwikkeling ligt op 7,5 kilometer van het Natura 2000-gebied 'Botshol'. Het natuurgebied is stikstof overbelast en heeft de status: Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming (Wnb) schrijft voor dat voor alle (nieuwe) activiteiten die significante (negatieve) gevolgen kunnen hebben op de beschermde habitats in de Natura 2000-gebieden een beoordeling uitgevoerd moet worden. Om deze reden is de bijdrage van het voornemen aan de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in beeld gebracht en beoordeeld.

blad 30 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Figuur 12. Ligging van stikstofgevoelige natuurgebieden ten opzichte van het plangebied (AERIUS, 2023) Uit de berekeningen van de realisatiefase en gebruiksfase blijkt dat het voornemen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van enig Natura 2000-gebied. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming derhalve niet in de weg. Conclusie Ten aanzien van stikstof zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.8

Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Onderzoek Het project betreft een kwetsbaar object met woningen maar ligt niet binnen het invloedsgebied van een risicobron. Ten aanzien van calamiteiten is het gebied voldoende bereikbaar voor hulpverleningsvoertuigen.

blad 31 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Conclusie Ten aanzien van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.9

Geluid De wet geluidhinder bevat geluidnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Op grond van de Wet geluidhinder gelden zones rond geluidbronnen met een grote geluiduitstraling, zoals (spoor)wegen en industrieterreinen. Toetsingskader De nieuw te bouwen woningen liggen binnen de zone van de Hornweg en de N231 Legmeerdijk. De N231 is gelegen in buitenstedelijk gebied en heeft twee rijstroken, de Hornweg ligt in binnenstedelijk gebied en heeft 1 rijstrook. In de zin van de Wet geluidhinder is de zonebreedte van deze wegen respectievelijk 250 en 200 meter. Op de N231 geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur voor een groot gedeelte, voor een kleiner deel is de maximumsnelheid ook 50 km/u. Voor de Hornweg geldt een maximumsnelheid van 50 km/u . De aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt derhalve 5 dB voor beide wegen. De nieuw te bouwen woningen zijn gelegen in het stedelijk gebied. Op de bebouwing zijn de volgende grenswaarden van toepassing, weergegeven in onderstaande tabel. Tabel: Grenswaarden plansituatie na aftrek ex artikel 110g Wgh

Geluidbeleid gemeente Aalsmeer De wettelijk maximaal verleenbare hogere waarden worden in de Beleidsnota geluid van de regio Amstelland – de Meerlanden aangehouden. De regio Amstelland – de Meerlanden hanteert een toetsingskader dat aansluit bij het voorkeursprincipe voor geluidreducerende maatregelen uit de Wet geluidhinder, namelijk: bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger. Voor aanvullende maatregelen, motivatie en procedures wordt er verwezen naar het hogere waardenbeleid Regio Amstelland – Meerlanden. Resultaten Met behulp van het geluidrekenmodel is op alle beoordelingspunten de geluidbelasting vanwege de meegenomen wegen voor het richtjaar 2033 berekend. De resultaten zijn in eerste instantie per weg weergegeven. Daarnaast is op iedere zijde van het bouwvlak de geluidbelasting berekend (Antea Group, Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Hornweg te Aalsmeer, 16 juni 2023). Berekeningsresultaten per beoordelingspunt en hoogte zijn per bron weergegeven in het onderzoeksrapport. Geluidbelasting per weg Hornweg In onderstaande tabel zijn de maatgevende rekenresultaten weergegeven voor de blad 32 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

geluidbelasting ten gevolge van de Hornweg op de gevels van de woningen. Tabel: Rekenresultaten geluidbelasting Hornweg, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de Hornweg ten hoogste 55 dB inclusief aftrekt ex artikel 110g Wgh bedraagt. De geluidbelasting voldoet hiermee niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. N231 Legmeerdijk In onderstaande tabel zijn enkele maatgevende rekenresultaten weergegeven voor de geluidbelasting ten gevolge van de Legmeerdijk op de gevels van de woningen. Tabel: Rekenresultaten geluidbelasting N231 Legmeerdijk , inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de weg Legmeerdijk ten hoogste 44 dB inclusief aftrekt ex artikel 110g Wgh bedraagt. De geluidbelasting voldoet hiermee aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Verder onderzoek naar maatregelen vanwege de Legmeerdijk kan daarom voor deze weg achterwege blijven. Cumulatie Indien een geluidgevoelige bestemming waarvoor, ten gevolge van meerdere geluidbronnen, eenhogere grenswaarde wordt vastgesteld, dient inzichtelijk gemaakt te worden hoe hoog degecumuleerde geluidbelasting is, zie onderstaande tabel. Tabel: Rekenresultaten gecumuleerde geluidbelasting Hornweg, exclusief aftrek ex artikel 110g Wgh

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de gecumuleerde geluidbelasting ten hoogste 60 dB exclusief aftrek ex. artikel 110g Wgh bedraagt. De geluidbelasting voldoet hiermee aan de grenswaarde van 68+3 dB, welke volgt uit het beleid van Aalsmeer. Conclusie Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de Hornweg ten hoogste blad 33 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

55 dB inclusief aftrekt ex artikel 110g Wgh bedraagt. De geluidbelasting voldoet hiermee niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de weg Legmeerdijk ten hoogste 44 dB inclusief aftrekt ex artikel 110g Wgh bedraagt. De geluidbelasting voldoet hiermee aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de gecumuleerde geluidbelasting ten hoogste 60 dB exclusief aftrek ex. artikel 110g Wgh bedraagt. De geluidbelasting voldoet hiermee aan de grenswaarde van 68+3 dB, welke volgt uit het beleid van Aalsmeer. De woningen beschikken aan de achterzijde en geluidluwe zijde, waarbij de geluidbelasting ten hoogste 32 dB is, op basis van de uitgangspunten voor de woningen. In verdere dimensionering dient rekening te worden gehouden met de situering van de verblijfsruimten. Gezien bovengenoemde zal er voor dit plan een hogere waarde aangevraagd moeten worden voor alle drie de woningen van 55 dB voor de zuidoostelijke gevel ten gevolge van de Hornweg.

4.10

Ecologie Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden of beschermde houtopstanden (Wet natuurbescherming (Wnb), Natuurnetwerk Nederland (NNN) en overig (provinciaal) beleid). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in deze natuurtoets. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van natuurwaarden genoemd. Toetsingskader Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of in het kader van de Wnb als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.

Onderzoek Voor de beoogde ontwikkeling is er een onderzoek uitgevoerd voor beschermde soorten, gebiedsbescherming en houtopstanden (Antea Group, Natuurtoets Hornweg Aalsmeer, 24 april 2023). Beschermde soorten In het plangebied in het directe omgeving is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: Vogels met een jaarrond beschermd nest, algemene broedvogels, vleermuizen en amfibieën. In onderstaande tabel zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn te vinden in de natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de

blad 34 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht.

In onderstaande tabel is aangegeven dat een overtreding van de Wnb voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk.

Gebiedsbescherming (natura 2000) In onderstaande tabel zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen.

blad 35 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

In onderstaande tabel zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNN-gebieden opgenomen. Tabel: Conclusies NNN-gebieden

Beschermde houtopstanden Er is bij voorliggend planvoornemen geen sprake van aantasting van onder de Wnb beschermde houtopstanden. Er zijn voor wat de Wnb betreft geen vervolgstappen aan de orde. Conclusie De effecten van het project worden, op basis van de resultaten en de uitgangspunten getoetst aan de verbodsbepalingen uit de wet natuurbescherming. Negatieve effecten zijn uit te sluiten, omdat op de planlocatie geen verblijfsplaatsen of functioneel leefgebied aanwezig is. Voor dit project is geen ontheffing nodig om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Voor onderhavig planvoornemen geldt dat de Wet natuurbescherming, gelet op de mogelijkheid van het nemen van adequate maatregelen, de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg staat. Bij de werkzaamheden zal ten allen tijde de zorgplicht in acht worden genomen. Ecologie vormt hiermee geen belemmering voor het beoogde plan.

4.11

Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet

blad 36 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

milieubeheer. Dit onderdeel van de Wetmilieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen 'Niet In Betekenende Mate' (NIBM) bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.

In dit besluit niet in Berekende Mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grensvoorwaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: Een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (=1,2 ìg/m³); Een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek In feite is voorliggend plan met 3 woningen vrijgesteld van toetsing. De totale verkeersgeneratie door de plantontwikkeling neemt toe, met een totale verkeersgeneratie van ca. 26 voertuigen per gemiddelde weekdag, zie paragraaf 4.2. Op basis van de NIBM-berekening betekent dit dat het plan Niet In Betekende Mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

blad 37 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het initiatief.

4.12

Vormvrije m.e.r. beoordeling Kader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. 2. 3.

plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden; plannen en activiteiten die op grond van een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig.

Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze blad 38 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke onder andere de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Toets In onderhavige situatie is er sprake van de realisatie van 3 woningen. Dit betreft geen activiteit die voorkomt op de C-lijst. Wat betreft het eerste criterium geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. De activiteit komt wel voor op de D-lijst, namelijk onder categorie D 11.2, de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De grenswaarde betreft hier gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op o.a. een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling ver beneden de drempelwaarde uit de D-lijst ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er geldt derhalve geen verplichting tot het uitvoeren van een formele m.e.r.-beoordeling, waardoor enkel een vormvrije m.e.r.-beoordeling resteert.

Op basis van een aanmeldnotitie heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden (Antea Group, Aanmeldnotitie vormvrije-m.e.r. beoordeling, 29 juni 2023). Hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de provinciale verordening. Conclusie Zoals beschreven is er voor het plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de provinciale omgevingsverordening. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent. Hiermee vormt dit aspect geen belemmering voor het beoogde plan.

blad 39 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

blad 40 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Hoofdstuk 5

5.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding BNVB Projects is voornemens om op een braakliggend perceel aan de Hornweg in Aalsmeer drie vrijstaande woningen te realiseren. Het perceel bevindt zich tussen Hornweg 293 en 309 in en bestaat uit kavel 6423 en 8784. De richtlijnen voor de herontwikkeling zijn vastgesteld in het lintenbeleid van de gemeente Aalsmeer. Het plan is getoetst aan rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid en aan verschillende milieu- en omgevingsaspecten. BNVB Project heeft tevens reeds een principeverzoek ingediend voor het plan (Reactie principeverzoek Hornweg, email gemeente Amstelveen d.d. 11 januari 2023). Uit reactie van de gemeente blijkt dat er tegen de realisatie van de drie woningen geen bezwaren zijn, mits wordt voldaan aan de gestelde eisen, zoals opgenomen in par. 2.2. van deze toelichting. Het plan voldoet aan deze eisen. Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening waarin wordt aangesloten bij de verschillende beleids- en milieukaders.

5.2

Actuele regionale behoefte Binnen het bestemmingsplan wordt geen ontwikkeling mogelijk gemaakt die van dien aard is dat deze als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt. De actuele regionale behoefte van dit bestemmingsplan hoeft dus niet te worden aangetoond.

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier zijn doorlopen. Vooroverleg In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg moet worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro is het (concept) ontwerp bestemmingsplan om reactie verstuurd naar o.a. de omgevingsdienst, het waterschap en de veiligheidsregio. Naar hiervan is een reactie binnengekomen van het Hoogheemraadschap van Rijnland (email 3 april 2024). Het verzoek van Rijnland is om in paragraaf 4.5 van de toelichting de waterbergingscapaciteit te wijzigen. In de reactie wordt het volgende gesteld: "in par. 4.5 Water onder het hoofdje Waterberging worden allerlei getallen genoemd. Rijnland gaat hier echter uit van 25% verharding van het plangebied (557 m2) naast de 430 m2 aan bebouwing

blad 41 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

en parkeerplaatsen. Dit tesamen komt neer op 987 m2 extra verharding. Hiervan dient 15%, te weten 148 m2, als compensatie van versnelde afvoer als open water uitgevoerd te worden, eea conform Rijnland beleid in het plangebied of daarbuiten". Naar aanleiding hiervan is paragraaf 4.5 van de toelichting gewijzigd. Tevens is de het ondeliggende onderzoek (Watertoets in bijlage 2) aangepast. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is door het college van burgemeester en wethouders voor zes weken ter inzage gelegd inclusief het ontwerpbesluit hogere waarden. De ter inzagelegging heeft plaatsgevonden van 15 december 2023 t/m 25 januari 2024. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan en/of het ontwerpbesluit hogere waarden.

5.4

Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economische uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor particuliere ontwikkelingen. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De kosten worden gedekt uit de opbrengst van de verkoop van de drie vrijstaande woningen. Hiermee kan het bestemmingsplan financieel haalbaar worden geacht. Daarnaast hebben de gemeente Aalsmeer en ontwikkelaar samen een overeenkomst gesloten. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatie regeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

blad 42 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische toelichting

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de planverbeelding en de planregels nader toegelicht voor zover dat noodzakelijk is voor een juiste interpretatie van het bestemmingsplan.

6.2

Voorgeschreven standaarden Met de inwerkingtreding van de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 is de systematiek van bestemmingsplannen grotendeels vastgelegd. In de regeling worden nadere regels gesteld over vormgeving, inrichting, authenticiteit, methodes en technieken en beschikbaarstelling van digitale instrumenten. De bij de regeling behorende Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2008 (SVBP 2008) bevat de richtlijnen voor de opzet en verbeelding van bestemmingsplannen. De regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 en de bijbehorende SVBP 2008 zijn in 2013 vervangen door de nieuwe Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 en moeten verplicht met ingang van 1 juli 2013 worden toegepast. Het onderhavige bestemmingsplan is in overeenstemming met de SVBP 2012 tot stand gebracht. Voor zover (geoorloofd) van de standaarden wordt afgeweken of deze standaarden een bepaalde interpretatieruimte laten bij de toepassing daarvan, wordt hieronder de plansystematiek toegelicht.

6.3

Systematiek van de planregels De bestemmingen en aanduidingen zoals weergegeven in de verbeelding van het GML-bestand dienen in samenhang met de regels te worden gelezen. In opvolging van de voorschriften van artikel 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening zijn standaardregels opgenomen. De SVBP 2012 schrijft voor op welke wijze de regels dienen te zijn ingedeeld en hoe elke planregel moet worden opgebouwd. Daarnaast heeft de gemeente een bepaalde vaste werkwijze voor het toepassen van de SVBP 2012 die bij de vormgeving van het bestemmingsplan is gevolgd. In overeenstemming met de SVBP 2012 zijn de planregels neergelegd in vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgang- en slotregels zijn opgenomen. 6.3.1 Inleidende regels In overeenstemming met de SVBP bevat het eerste hoofdstuk van de planregels de inleidende regels van het bestemmingsplan. Deze regels hebben tot doel duidelijkheid te bieden over de interpretatie van de in het bestemmingsplan gehanteerde begrippen en termen. Dit zijn de in artikel 1 neergelegde begripsbepalingen. Een aantal van de gegeven definities wordt bindend voorgeschreven in de SVBP. Voor zover de regels bepalingen bevatten over aan te houden maatvoeringen, wordt in de inleidende regels aangegeven hoe deze maten moeten worden bepaald. Dit zijn de meetvoorschriften.

De SVBP schrijft voor een aantal maatvoeringen de wijze van meten dwingend voor.

blad 43 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

6.3.2 Bestemmingsregels Na de inleidende regels volgen de bestemmingsregels. Hierin zijn in overeenstemming met de SVBP achtereenvolgens en in alfabetische volgorde de planregels opgenomen van de voorkomende bestemmingen. De bestemmingen zijn gekozen in overeenstemming met de richtlijnen van de SVBP voor wat betreft de hoofdgroepen van bestemmingen en de daarbinnen vallende functies. Het gaat in dit bestemmingsplan om de volgende enkelbestemming: 'Wonen- Lintbebouwing'. 6.3.3 Algemene regels Volgens de SVBP worden de algemene regels ondergebracht in hoofdstuk 3 van de planregels. De algemene regels moeten worden opgevat als de afsluitende regels van het bestemmingsplan. Zij vormen het voorwaardenscheppende kader van het bestemmingsplan als geheel. Hoewel de SVBP wel de volgorde van de algemene regels bepaalt, laat deze de keuze vrij om de algemene regels in één artikel samen te nemen, of deze geordend per onderwerp in verschillende artikelen neer te leggen. Vanwege de grote verscheidenheid van zaken die in de algemene regels aan de orde komen, wordt in de gemeentelijke werkwijze de voorkeur gegeven aan de tweede variant, waarbij aan elk onderwerp een artikel wordt gewijd. 6.3.4 Overgangs- en slotregels Volgens de SVBP dienen in hoofdstuk 4 van de planregels de overgangs- en slotregels te worden ondergebracht.

Hier vinden de wettelijk voorgeschreven bepalingen met betrekking tot het overgangsrecht een plaats. De slotregel bevat de citeertitel van het bestemmingsplan.

6.4

Artikelgewijze toelichting De planverbeelding in samenhang met de planregels geeft aan welk gebruik volgens het bestemmingsplan op een bepaalde locatie is toegestaan. Bij geval van twijfel over de uitleg van de regels, biedt de plantoelichting uitkomst om te achterhalen welke bedoeling de wetgever met de planregeling had. Teneinde aan te geven op welke wijze de planregels dienen te worden geïnterpreteerd, wordt hieronder per afzonderlijke bestemming de planregeling voor zover noodzakelijk nader toegelicht. Wonen - Lintbebouwing De planregeling voor de bestemming 'Wonen – Lintbebouwing' is zoveel mogelijk in overeenstemming met de standaardregels die in de actuele bestemmingsplannen van de gemeente worden gebruikt voor de woonlinten. De voor 'Wonen - Lintbebouwing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

het wonen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf; b. tuinen en erven; met de daarbij behorende: c. d. e. f.

blad 44 van 45

bouwwerken; waterhuishoudkundige voorzieningen; ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming; groenvoorzieningen.

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

blad 45 van 45

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Bestemmingsplan

Hornweg tussen 293 en 309

Bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309

Projectnummer 0485059.100 Revisie 00 Datum 3 oktober 2024

Auteur(s)

Opdrachtgever

datum vrijgave beschrijving revisie vastgesteld

goedkeuring

vrijgave

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Gemeentelijke beoordeling principeverzoek

5

Bijlage 2

Watertoets

9

Bijlage 3

Stikstofdepositie

39

Bijlage 4

Akoestiek

65

Bijlage 5

Natuurtoets

91

Bijlage 6

Aanmeldnotitie vormvrije-m.e.r. en besluit

125

Bijlage 7

Besluit hogere waarden

143

Bijlagen bij toelichting

blad 3 van 146

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

blad 4 van 146

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Bijlage 1

blad 5 van 146

Gemeentelijke beoordeling principeverzoek

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Hornweg tussen 293 en 309 Gemeente Aalsmeer Projectnummer 0485059.100

Bijlage 2

blad 9 van 146

Watertoets

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Watertoets Hornweg Aalsmeer

projectnummer 0485059.100 10 juni 2024

www.anteagroup.nl

Watertoets Hornweg Aalsmeer projectnummer 0485059.100 10 juni 2024

Auteurs M.J. de Boer

Opdrachtgever BNVB Projects B.V. Dorpsstraat 31 1182 JA Amstelveen

Gecontroleerd A. Schuphof

datum 10 juni 2024

beschrijving watertoets

vrijgave Antea Group

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Doel Leeswijzer

4 4 4

2.

Huidige situatie

5

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13

Locatie Maaiveldhoogte Bodemopbouw Regionale bodemopbouw op basis van REGIS II Regionale bodemopbouw Holocene deklaag Lokale bodemopbouw Oppervlaktewater en waterkeringen Grondwater Peilbuisgegevens Kwel/Infiltratie Grondwateronttrekkingen Drinkwaterwinning Bodemdaling Kans grondwateroverlast bij de ontwikkeling Wateroverlast Overstromingen Riolering Hittestress

5 5 6 6 7 7 8 10 10 11 12 12 12 13 13 14 15 15

3.

Beleid en wetgeving

16

3.1 3.2 3.3 3.4

Europees en nationaal Provincie Noord-Holland Hoogheemraadschap van Rijnland Gemeente Aalsmeer

16 18 18 20

4.

Toekomstige situatie

22

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Voorgenomen ontwikkeling Waterberging Watersysteem Grondwater Hemelwaterafvoer Vuilwaterafvoer Waterkwaliteit Waterkeringen Klimaatadaptatie Conclusie Juridische borging

22 22 23 24 24 24 24 24 24 25 25

5.

Voorstel waterparagraaf

26

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding BNVB Projects is voornemens om een perceel aan de Hornweg te ontwikkelen. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van drie woningen (nieuwbouw). De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Nieuw Oosteinde” en heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch - Tuinbouw’. De beoogde woningbouwontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan, daarom dient het bestemmingsplan te worden herzien. Hierbij wordt rekening gehouden met actuele wet- en regelgeving, het vastgestelde gemeentelijk beleid en de wensen van de gemeente. Hiervoor worden verschillende omgevingsonderzoeken uitgevoerd, waaronder het doorlopen van het Watertoetsproces.

1.2

Doel Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders (hier: Waterschap Aa en Maas) in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Hierbij wordt gekeken naar de huidige en toekomstige situatie en worden eventuele knelpunten in beeld gebracht en oplossingen aangedragen. Dit leidt tot een voorstel voor de waterparagraaf voor het bestemmingsplan.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de huidige situatie in het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft het vigerende beleid dat geldt voor het plangebied. Vervolgens is in hoofdstuk 4 de toekomstige situatie toegelicht, en in hoofdstuk 5 is de concept waterparagraaf opgenomen.

blad 4 van 29

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

2.

Huidige situatie

2.1

Locatie Het plangebied is gelegen tussen de Hornweg 293 en 309 te Aalsmeer. Het plangebied ligt oostelijk van de N201 en westelijk van de N231. In figuur 2-1 is de begrenzing van het plangebied in rood weergegeven. In de huidige situatie is het plangebied geheel onverhard en heeft het een agrarische functie.

Figuur 2-1: De locatie van het plangebied (bron: Luchtfoto NL 2022 © CycloMedia Technologie B.V.)

2.2

Maaiveldhoogte Om de maaiveldhoogtes in het plangebied te analyseren is de AHN4-viewer geraadpleegd. Het plangebied is nagenoeg geheel vlak, het maaiveld varieert tussen NAP -3,9 m en NAP -3,7 m. In figuur 2-2 is een overzicht van de maaiveldhoogtes weergegeven.

blad 5 van 29

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

Figuur 2-2: Maaiveldhoogtes rondom het plangebied (wit omlijnd) (bron: AHN-viewer)

2.3

Bodemopbouw

2.3.1

Regionale bodemopbouw op basis van REGIS II De diepere bodemopbouw is in figuur 2-3 weergegeven als hydrogeologisch profiel volgens REGIS II v2.2. In dit profiel zijn de lagen aangeduid als de stratigrafische eenheid waartoe zij behoren en de aard van de afzettingen waaruit zij bestaan. Het plangebied is gelegen tussen punten B en B’.

Figuur 2-3: Geohydrologische bodemopbouw (bron: DINOloket)

In figuur 2-3 is te zien dat de ondergrond ter plaatse van het plangebied tot ca. NAP -11 m uit een Holocene deklaag (HLc) bestaat. De Holocene deklaag bestaat uit afwisselende lagen van zand en klei, deze laag heeft dus wisselende doorlatendheden. Onder de Holocene deklaag liggen zandlagen behorende tot de formaties van Boxtel en Kreftenheye tot een diepte van ca. NAP -28 m. Deze zandlagen hebben een doorlatendheid variërend van 2,5 m/d tot 50 m/d. Vervolgens zijn tot een diepte van NAP -35 m gestuwde afzettingen aanwezig. Daaronder zijn zandlagen behorende tot de formaties van Urk en Sterksel aanwezig tot een diepte van NAP -60 m, met doorlatendheden variërend van 10 m/d tot 50 m/d. Van NAP -60 m tot NAP -65 m is een slecht doorlatende laag behorende tot de formatie van Waalre aanwezig, met een weerstand variërend van 100 tot 1.000 dagen.

blad 6 van 29

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

2.3.2

Regionale bodemopbouw Holocene deklaag Uit figuur 2-3 blijkt dat de bovenste laag tot ca. NAP -11 m uit een Holocene deklaag bestaat. BRO GeoTOP v1.5 is geraadpleegd op DINOloket om de bodemopbouw in deze Holocene deklaag te analyseren, deze is weergegeven in figuur 2-4. Het plangebied is gelegen tussen punten B en B’.

Figuur 2-4: Bodemopbouw van de Holocene deklaag (bron: DINOloket)

Uit het figuur blijkt dat de Holocene deklaag ter plaatse van het plangebied tot een diepte van ca. NAP -10,7 m bestaat uit kleiig zand, zandige klei en leem. Daaronder ligt tot ca. NAP -11,2 m een laag veen. De gestuwde afzettingen ter plaatse van het plangebied bestaan uit fijn, midden en grof zand, en kleiig zand, zandige klei en leem.

2.3.3

Lokale bodemopbouw Voor de bodemopbouw zijn in DINOloket verschillende grondboringen geraadpleegd. De locaties van de boringen zijn weergegeven in figuur 2-5, het plangebied is rood omkaderd. Ondiepe boringen (tot ca. NAP -11 m) zijn weergegeven in groen, diepe boringen (tot ca. NAP -140 m) zijn weergegeven in oranje.

Figuur 2-5: Locaties van de grondboringen (bron: DINOloket)

blad 7 van 29

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

De bodemprofielen van de grondboringen zijn weergegeven in figuur 2-6, met links de ondiepe boringen en rechts de diepe boringen. In de ondiepe boringen is te zien dat de bovengrond bestaat uit een kleilaag variërend in dikte van 1 tot 5 meter. Bij de twee oostelijke boringen (B25D0728 en B25D1316) ligt boven de kleilaag een veenlaag met een dikte van 2 meter. Onder de kleilaag ligt een zandlaag variërend in dikte van 2 tot 4 meter, bij de meest westelijke boring (B25D0724) is een kleilaag aanwezig tussen de zandlagen. Onder de zandlaag zijn vervolgens een kleilaag, veenlaag en zand aanwezig. In de diepe boringen is te zien dat de diepe ondergrond voornamelijk bestaat uit zand, van wisselende categorie. In de zuidelijke boring (B25D0730) zijn enkele kleilagen aanwezig, zowel in de bovengrond als in de diepere ondergrond.

Figuur 2-6: Bodemprofielen van de lokale boringen (bron: DINOloket)

2.4

Oppervlaktewater en waterkeringen Aan drie zijden van het plangebied zijn oppervlaktewateren gelegen, zie figuur 2-7. In de figuur is het plangebied zwart omkaderd. Ten noorden van het plangebied ligt een primaire watergang, aan de oost- en westzijde van het plangebied liggen overige watergangen.

blad 8 van 29

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

Figuur 2-7: Oppervlaktewateren nabij het plangebied (bron: Legger Hoogheemraadschap van Rijnland)

Het plangebied is niet gelegen binnen een primaire of regionale waterkering. Wel is ca. 200 m ten zuidoosten van het plangebied een polderkade aanwezig, zie figuur 2-8. In de figuur is het plangebied zwart omkaderd.

Figuur 2-8: Regionale waterkering nabij het plangebied (bron: Legger Hoogheemraadschap van Rijnland)

Het plangebied is in een peilgebied gelegen. Het peilgebied betreft PBS_GH-170.00 en heeft een zomerpeil van NAP -5,02 m en een winterpeil van NAP -5,12 m. In figuur 2-9 is het peilgebied weergegeven, met daarin zwart omkaderd het plangebied.

blad 9 van 29

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

Figuur 2-9: Peilgebied van het plangebied (bron: Hoogheemraadschap van Rijnland)

2.5

Grondwater

2.5.1

Peilbuisgegevens Via DINOloket en Waternet zijn peilbuisdata in de nabije omgeving geraadpleegd. Binnen het plangebied bevinden zich geen peilbuizen, de dichtstbijzijnde peilbuizen bevinden zich op ca. 500 m tot 1.400 m van het plangebied. In figuur 2-10 zijn de locaties van de peilbuizen weergegeven, het plangebied is zwart omkaderd. Op basis van de peilbuisdata zijn de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG), Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddelde Grondwaterstand (GG) berekend, hiervoor is het programma Menyanthes gebruikt.

blad 10 van 29

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

Figuur 2-10: Locaties van de peilbuizen nabij het plangebied (bron: DINOloket en Waternet)

De peilbuisgegevens zijn in tabel 2-1 weergegeven. Peilbuizen B25D0580 en B25D3514 zijn gelegen buiten de grens van het waterschap, daarom wordt er vanuit gegaan dat daar andere streefpeilen gelden. De overige peilbuizen liggen in hetzelfde peilgebied als het plangebied en geven daarom een goede indicatie van de grondwaterfluctuaties. Ter plaatse van het plangebied zal het grondwater beïnvloed worden door het omliggende oppervlaktewater, met wat opbolling onder het perceel. De grondwaterstanden fluctueren heel snel. De minimale drooglegging (afstand tussen maaiveld en oppervlaktewaterpeil) bedraagt ca. 1,2 m. Met een opbolling van ca. 30 à 40 cm is de resulterende grondwaterstand ca. 0,8 à 0,9 m -mv. Tabel 2-1: Meetgegevens en grondwaterstatistieken van de peilbuizen (bron: DINOloket en Waternet)

Peilbuis

Maaiveld [m+NAP]

Meetreeks

Filterstelling [m+NAP]

GLG [m+NAP]

GG [m+NAP]

GHG [m+NAP]

B25D3497

-3,64

2016-2020

-4,58 tot -5,58

-4,58

-4,38

-4,17

B25D3498

-3,97

2016-2019

-4,77 tot -5,77

-5,04

-4,96

-4,87

B25D3499

-4,04

2016-2020

-6,11 tot -7,11

-4,96

-4,73

-4,49

B25D3500

-3,97

2016-2018

-4,45 tot -5,45

-4,85

-4,63

-4,43

B25D3501

-3,45

2016-2020

-5,47 tot -6,47

-4,85

-4,51

-4,2

J03001

-3,87

1980-2022

-8,48 tot -9,48

-4,95

-4,74

-4,56

Op de luchtfoto zijn uitstroom pijpen zichtbaar aan de noordzijde van het perceel. Dit duidt op de aanwezigheid van drainage.

2.5.2

Kwel/Infiltratie In de klimaateffectatlas is een kaart beschikbaar van kwel- en infiltratiegebieden, zie figuur 2-11 voor deze kaart van de regio rond Aalsmeer. Hieruit blijkt dat het plangebied in een gebied met enige kwel ligt, met een flux van 0,1 tot 0,5 mm/d.

blad 11 van 29

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

Figuur 2-11: Kwel en infiltratie (bron: klimaateffectatlas)

2.6

Grondwateronttrekkingen Op basis van de WKO-tool is in de omgeving van het plangebied één grondwateronttrekking aanwezig, deze bevindt zich ca. 225 m ten oosten van het plangebied. Daarnaast zijn er gesloten bodemenergiesystemen en een open bodemenergiesysteem aanwezig ca. 75 tot 275 m oostelijk van het plangebied. In figuur 2-12 zijn de locaties weergegeven.

Figuur 2-12: Grondwateronttrekkingen nabij het plangebied (bron: WKO-tool)

2.7

Drinkwaterwinning Het plangebied is niet in een grondwaterbeschermings- of waterwingebied gelegen op basis van de grondwaterbeschermingsgebieden kaart van de Atlas Leefomgeving.

2.8

Bodemdaling Op basis van de bodemdalingskaart van de Atlas Leefomgeving bedraagt de bodembeweging in het plangebied 0,5 tot -1 mm/j, er is dus geringe bodemdaling in het plangebied. Dit is weergegeven in figuur 2-13.

blad 12 van 29

datum 10 juni 2024 projectnummer 0485059.100 betreft Watertoets

Figuur 2-13: Bodembeweging in de regio nabij Aalsmeer (bron: Atlas Leefomgeving)

2.9

Kans grondwateroverlast bij de ontwikkeling In de klimaateffectatlas van Nederland is een overzicht weergegeven van het risico van grondwateroverlast bij ontwikkelingen. Deze kaart toont de mate waarin de kans op grondwateroverlast voor stedelijke functies (gebouwen, infrastructuur, tuinen en groenvoorziening) toeneemt tussen nu en 2050. De kaart zegt alleen iets over de verandering tot 2050 en niets over het voorkomen van overlast in de huidige situatie. In figuur 2-14 is de kans van voorkomen van grondwateroverlast in de regio nabij het plangebied opgenomen. Hierin is te zien dat ter plaatse van het plangebied een kleine toename van de kans op grondwateroverlast aanwezig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=fb8150c4-5624-428d-90c0-137490cfc09f