CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 7 februari 2023, gemeente aalsmeer30.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Verschillende partners stellen eisen ten aanzien van het watersysteem. Primair zijn dit gemeente en waterbeheerder, maar ook de drinkwatersector kan eisen stellen of wensen aangeven, die moeten worden meegenomen. De eisen en uitgangspunten van de Aalsmeerse waterbeheerders, het hoogheemraadschap van Rijnland (Aalsmeer) zijn separaat beschreven. De Keur, de Legger, de geldende Waterbeleidsplanen en watergebiedsplannen omvatten al een groot deel van het geldende beleid. Actuele eisen zijn bij het waterschap verkrijgbaar. De gemeente zelf stelt eisen over klimaatadaptatie, riolering (afvalwaterverwerking, hemelwaterverwerking) en grondwaterbeheer. Hieronder is dat per thema aangegeven. 3.10.7 Klimaatadaptatie In maart 2021 is door de gemeente de Agenda en Actieplan Klimaatadaptatie Aalsmeer 2021-2026 vastgesteld. Het actieplan geeft invulling aan de thema’s die zijn benoemd in het Deltaplan Klimaatadaptatie en sluiten op hoofdlijnen aan bij de normen die zijn opgesteld van de metropoolregio Amsterdam (MRA). In de gemeentelijke agenda en actieplan worden naast beleid en maatregelen in de bestaande buitenruimte ook kaders en randvoorwaarden gegeven voor nieuwe ontwikkelingen. De thema’s waar het stedelijk gebied van Aalsmeer aan moet voldoen zijn: A. Wateroverlast: inrichting voor verwerking van extreme buien en bestrijding van extreme grondwaterstanden B.

Hitte: beperking van de impact C. Droogte: vergroten sponswerking D. Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking In onderstaand overzicht is op hoofdlijnen per thema aangegeven waar bij de planontwikkeling rekening mee moet worden gehouden. Verdere achtergrond en eisen zijn terug te vinden in de Agenda en Actieplan Klimaatadaptatie Aalsmeer. A. Wateroverlast: inrichting voor extreme buien;

Ambitie: Bij een bui van 70 mm in één uur (die gemiddeld 1x per 100 jaar voorkomst) stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd (invulling van de drietrapsstrategie Vasthouden-BergenAfvoeren) Nieuwbouw: Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 70 mm voor het te ontwikkelen gebied. Deze waterberging moet primair een plaats vinden in oppervlaktewater (minimaal 10% van het plangebied). De openbare ruimte en privaat terrein moeten zo zijn ontworpen en ingericht dat de resterende berging hier plaatsvindt en het water zonder schade kan worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd. Dit moet worden aangetoond in het ontwerp. B. Hitte, beperken van de impact Ambitie: De hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen.

De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. Nieuwbouw: Bij nieuwbouwontwikkeling streeft de gemeente naar een zodanige inrichting van het gebied dat de gevoelstemperatuur binnen aanvaardbare normen blijft. Koele verblijfsplekken van minimaal 200 m2 zijn aanwezig op maximaal 300 m loopafstand om (de gevolgen van) hitte voor mens en natuur te beperken. Verblijfsplekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht (bomen tellen voor beide). Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de bestaande Flora en Fauna en voor nieuwe beplanting keuzes worden gemaakt voor gebiedseigen Flora en Fauna. C. Droogte: vergroten sponswerking; Ambitie: Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur. Nieuwbouw: Een gebied bij een nieuwbouwontwikkeling wordt neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water worden voorzien. Daarom wordt het principe van de verdringingsreeks gehanteerd: vasthouden, bergen en afvoeren. Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 30 jaar worden in het ontwerp opgenomen, zoals langdurige voorbelasting om restzetting te beperken. D.

Waterveiligheid: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking. Ambitie: Om de waterveiligheid blijvend te borgen draagt de gemeente actief bij aan de regionale samenwerking. Het waterschap is leidend bij dijkversterkingen en de Veiligheidsregio bij gevolgbeperking van overstromingen. Nieuwbouw: Inpassing van waterkeringen en gevolgbeperking van overstromingen zijn onderdeel van het ontwerpproces van de gebouwen en nieuwe inrichting. Conclusie

De gemeente heeft ervoor gekozen om de uitwerking van klimaat adaptieve eisen met de programmering van reconstructies en herinrichtingen en de SO-projecten mee te nemen (“meekoppelkansen benutten”). 3.10.8 Rioleringsbeheer Het Gemeentelijk Rioleringsplan Aalsmeer 2021-2026 (GRP) is begin 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het borgt het beheer en onderhoud van het bestaande rioleringsstelsel en gaat in op de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, zowel voor bestaande bouw, als ook voor nieuwe ontwikkelingen. Ook beschrijft het de ambities hoe we in de toekomst klimaatbestendig, duurzaam en zorgzaam met de afvoer van afvalwater, het vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater en het reguleren van het grondwater omgaan. Tevens is het GRP de basis voor de hoogte van de jaarlijkse rioolheffing. Het rioleringsbeheer voor de periode 2021-2026 sluit direct aan op de eisen die gesteld zijn in het Actieplan Klimaatadaptatie. Beheer, onderhoud en nieuw aanleg van riolering en drainage moeten bijdragen aan de eisen uit het Actieplan Klimaatadaptatie. Achtergronden en nadere technische zijn eisen terug te vinden in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026. Inspelen op herontwikkeling en nieuwbouw In Amstelveen vinden in de komende periode ruimtelijke ontwikkelingen plaats.

Bij herontwikkeling en nieuwbouw bouwen we zoveel mogelijk klimaat adaptief, energieneutraal en aardgasvrij. Tegelijkertijd brengen we vroegtijdig in beeld wat uitbreiding betekent voor ons stedelijk watersysteem en de bestaande structuur van het riool. We streven naar meer waterveiligheid door het versterken van de sponsfunctie van (nieuw én oud) stedelijk gebied en optimale grondwaterniveaus. De ruimtelijke ontwikkelingen hebben invloed op de bestaande afvoerstructuur. Kosten voor extra maatregelen aan het bestaande stelsel als gevolg van belasting door stedelijke ontwikkelingen komen in principe voor rekening van ontwikkelaars. De gemeente stelt wanneer nodig een afvoerstructuur op. Hierin houden wij rekening met toekomstige ontwikkelingen, maar ook met het verwachte vervangingsregime en ontwikkelingen op het gebied van afvalwatertransport. Het afvoerstructuurplan kan gebruikt worden als onderlegger om ontwikkelaars op de hoogte te brengen van de gevolgen van uitbreidingen en daar gezamenlijk het gesprek over aan te gaan. 3.10.9 Grondwaterbeheer Grondwaterbeheer is een wettelijk verplichte taak voor gemeenten en is in Amstelveen primair functiegericht grondwaterbeheer: het richt zich op de afstemming van het stedelijk grondwater op de grondgebruiksfuncties in de gemeente voor zover dit technisch mogelijk is en voor zover het andere doelen niet schaadt.

Grondwaterbeheer is een complexe opgave waarvoor de gemeente een separaat Grondwaterzorgplan Amstelveen 2021-2026 heeft opgesteld, als bijlage bij het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026. In dit grondwaterzorgplan staan de eisen beschreven die de gebruiksfuncties stellen aan het stedelijk grondwater; en hoe deze eisen invulling gegeven kan worden. Onder meer is beschreven welke maximale en minimale grondwaterstanden voor gebruiksfuncties gelden. 3.11

Onderzoeken met betrekking tot uitvoerbaarheid

Om de gewenste woningbouwontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te kunnen maken dient in de te doorlopen planologische procedure de uitvoerbaarheid te worden aangetoond. Hieronder wordt vooruitgeblikt om welke benodigde onderzoeken het in dit geval gaat. 3.11.1 Ladder duurzame verstedelijking

Op basis van het landelijke Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) dient bij woningbouwplannen de ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen. Dit geldt alleen in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Bij woningbouw zijn projecten vanaf 12 woningen een stedelijke ontwikkeling. Of de stedelijke ontwikkeling nieuw is, hangt af van de vraag of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Bij een functiewijziging moet ook de aard en omvang van de wijziging betrokken worden. In het vervolgtraject moet nagegaan worden of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het kader van een ruimtelijke ordening moet, los van de Ladderverplichting, bij de uitvoerbaarheid sowieso aandacht worden besteed aan de behoefte van het plan. De verwachte conclusie is dat er een behoefte aan woningen bestaat en dat in die behoefte binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. 3.11.2 Milieueffectenrapportage (m.e.r.) Voor het plangebied dient met oog op de beoogde ontwikkeling van ca. 26 woningen een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.

Het opstellen van een aanmeldnotitie zal de eerste stap in de procedure zijn voor het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn er twee uitkomsten mogelijk: 1. Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden, er dient een m.e.r.procedure doorlopen te worden. 2. Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op: er wordt gemotiveerd aangegeven dat het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet nodig is. 3.11.3 Archeologie Het is voor gemeenten verplicht om bij bodemingrepen van enige omvang het behoud van archeologische waarden af te wegen tegen andere belangen. In de Beleidsnota Archeologie gemeente Amstelveen uit 2013 wordt hier een uitvoeringskader aan gegeven. In de Beleidsnota is uitgezocht welke archeologische waarden reeds bekend zijn en welke waarden verwacht worden. Op basis hiervan is de gemeente verdeeld in verschillende archeologiegebieden, met elk zijn eigen ‘spelregels’, die bepalen bij welke planomvang en diepte rekening gehouden moet worden met archeologie. Het plangebied De Hoeksteen ligt in het gebied met de archeologische waarde 5. Dat houdt in dat de archeologische verwachtingswaarde dusdanig laag is, dat er in dit gebied geen afweging van het archeologisch belang noodzakelijk is.

3.11.4 Stikstof Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000 gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ook is het plangebied niet gelegen in een van de door de provincie aangewezen stiltegebieden. De nabijgelegen Westeinderplassen behoren tot het Natuurnetwerk Nederland. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden zijn Botshol en de Nieuwkoopse Plassen en de Haeck. Deze liggen respectievelijk op ca 9 en 11 km van het plangebied De Hoeksteen. Een onderzoek zal verricht moeten worden om de effecten van de planontwikkeling op de stikstofdepositie in beeld te brengen. 3.11.5 Flora en Fauna Ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden aan het voormalige schoolgebouw en de overige panden is een Quick Scan in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. In de Quick Scan is voor de soortgroepen vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaatsen (huismus en gierzwaluw) vervolgonderzoek geadviseerd. Uit het vervolgonderzoek is gebleken dat een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd dient te worden voor de gewone dwergvleermuis en ransuil. De ontheffing wordt aangevraagd.

3.11.6 Bodem In het kader van de voorgestane ontwikkeling zal bepaald moeten worden of een verkennend onderzoek (NEN 5740) nodig is om aan te tonen dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde (gewijzigde) gebruik. Uit het beperkt historisch onderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van deze startnotitie blijkt dat er geen verdenking op ernstige bodem-of grondwaterverontreiniging bestaat. Een verkennend bodemonderzoek zal verricht worden voor het opstellen van het bestemmingsplan. 3.11.7 Luchtkwaliteit De ontwikkeling van voorgestelde woningbouwlocatie is ingevolge de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” aangewezen als een categorie die niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging, aangezien er minder dan 1.500 woningen gebouwd zullen worden. Een luchtkwaliteit onderzoek is daarom niet nodig. Uit de zogenaamde monitoringstool van de Rijksoverheid blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse voldoet aan de normen uit de Wet milieubeheer. 3.11.8 Geluid Voor de geluidbelasting zijn in de Wet Geluidshinder voorkeursgrenswaarden opgenomen. Ook kan er cumulatie van geluid optreden, maar dat is afhankelijk van de hoogte van deze waarden en of er meer geluidsbronnen aanwezig zijn (bijv. wegverkeer en vliegverkeer en/of industriegeluid etc.).

Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of aan de voorkeursgrenswaarden wordt voldaan. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere waarden vast te stellen. Daarnaast hebben we beleid waaraan getoetst moet worden. Dat geluidbeleid is vastgelegd in de Deelnota Hogere Waarden uit 2007 voor de Regio Amstelland – Meerlanden. In het beleid is een aantal aspecten opgenomen die een rol spelen in de afweging voor een hogere grenswaarde. Deze aspecten zijn: het heersende geluidsniveau, het toetsingskader om af te wijken van het heersende geluidsniveau en cumulatie en compensatie. 3.11.9 Externe veiligheid Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van de dichtstbijzijnde hogedruk aardgasleiding. Er is geen LPG-tankstation, Bevi-inrichting of route gevaarlijke stoffen in de buurt waarmee rekening moet worden gehouden. Wel ligt het plangebied binnen het LIB5 gebied (voorheen de 20Ke contour). Vanwege het Luchthavenindelingbesluit Schiphol dient bij nieuwe ontwikkelingen in dit gebied te worden gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijkheid van een vliegtuigongeval. 3.11.10 Niet gesprongen explosieven (NGE) Uit de NGE Risicokaart Aalsmeer blijkt dat er binnen het plangebied geen sprake is van een aantoonbaar verhoogde kans op het aantreffen van achtergebleven niet-gesprongen explosieven (NGE).

Dit betekent dat werkzaamheden binnen dit gebied regulier doorgang kunnen vinden.

Bijlage 3: Onderbouwing project specifieke randvoorwaarden

4. Randvoorwaarden wonen nabij en met de luchthaven Rekenschap geven: geluid De wijk Stommeer is een geluid belast gebied als gevolg van het vliegtuiggeluid. Voor de geluidproductie van Schiphol gelden normen die in het Luchthavenverkeersbeslu it (LVB) zijn opgenomen. Deze geluidsnormen zijn gerelateerd aan de jaargemiddelde geluidbelasting per etmaal (Lden) en per nacht (Lnight). Stommeer kent een geluidsbelasting Lden van tussen de 55 dB(A) en 60dB(A). De Lnight is lager dan 50 dB(A). Afbeelding 10: Geluidsbelastingkaarten luchthaven Schiphol voor het gebruiksjaar 2016

Deze normen geven echter geen inzicht in de piekbelasting op bepaalde momenten. Door jaargemiddelden te hanteren is daar geen specifiek inzicht in. Inzicht in gemeten geluidsbelasting is te vinden op de website van NOMOS. In de omgeving van Schiphol bevinden zich verspreid meetpunten, met behulp waarvan gegevens worden verzameld over de geluidsbelasting, de hoogte van passerende vliegtuigen, het aantal waarnemingen en bijvoorbeeld de bestemming van de vliegtuigen.

Afbeelding 11: Geluidsmetingen NOMOS-meetpunt 10, periode januari – december 2019

Aangezien in 2020 en 2021 als gevolg van de Corona pandemie beduidend minder gevlogen is dan de jaren ervoor, is via de website van NOMOS het rapport geraadpleegd van de geluidsmetingen over het jaar 2019. Op basis van een meetpunt in de wijk Stommeer (Clusiusstraat) blijkt dat hier frequent een piekbelasting gemeten is van meer dan 70 dB(A). Ondanks deze piekbelasting is het onder voorwaarden toestaan van woningbouw ruimtelijk inpasbaar en verdedigbaar. 1.

Op de eerste plaats kan met de woonfunctie een nieuwe, permanente invulling worden gegeven aan een terrein dat in de loop der tijd zijn onderwijsfunctie verloren heeft. Aangezien leegstand van gebouwen omwille van het op peil houden van de leefbaarheid in de wijk voorkomen moet worden, is het van belang dat het terrein van het schoolgebouw een nieuwe bestemming krijgt. En dat de bijbehorende buitenruimte wordt opgewaardeerd.

2.

Verder wordt het terrein reeds omsloten door bestaande woningen. De woonfunctie voegt zich daarmee in de bestaande ruimtelijk-functionele opzet van de buurt. Het plangebied bevindt zich bovendien in de directe nabijheid van groenvoorzieningen, zoals het Seringenpark. Voor de beleving van de woonomgeving is dit een positieve omgevingskwaliteit.

3.

Rekening houdend met het geluid en de ligging van de startroute voor vliegtuigen wordt bij de stedenbouwkundige opzet van het nieuwbouwplan uitgegaan van bebouwing parallel aan die route. Daarmee ontstaat aan één kant van de bebouwing een geluidsluwere zijde. Bouwkundig gezien gaat het ontwerp van de woningen uit van een overkraging waardoor de buitenruimte onder die overkraging zoveel mogelijk afgeschermd wordt van het vliegtuiggeluid. Het oppervlak aan (collectieve) buitenruimte blijft beperkt. Daarnaast zullen eisen worden gesteld aan de isolatie van de woningen, daarbij ook rekening houdend met de gemeten piekbelasting.

4.

Het woningbouwplan richt zich op een- en tweepersoonshuishoudens. De behoefte aan dit soort woningen is groot. Het is de bedoeling dat toevoeging van dit type woningen aan de lokale woningvoorraad van Aalsmeer bijdraagt aan de door de gemeente gewenste doorstroming op de woningmarkt. De woningen bieden bijvoorbeeld kansen voor inwoners uit Stommeer zelf, die hun eengezinswoning willen verruilen voor een kleinere woning.

Alles afwegend is er aanleiding genoeg om woningen toe te voegen in geluid belast gebied, maar wordt bij de ruimtelijke opzet expliciet rekening gehouden met de in het gebied optredende geluidshinder. 5.

Tot slot zullen de kopers van de woningen geïnformeerd worden over het feit dat zij gaan wonen in geluid belast gebied. Deze informatie wordt ook via privaatrechtelijke overeenkomsten vastgelegd.

Rekenschap geven: externe veiligheid De kans op een vliegtuigongeval binnen het plangebied is zeer klein te noemen. Deze is in ieder geval kleiner dan 1 op de 1 miljoen per jaar, gelet op de ligging buiten de LIB 3 zone. Een dergelijke kans wordt in het algemeen (bij andere risicobronnen) als zo gering gezien dat het risico aanvaardbaar wordt geacht. Er wordt uiteraard alles aan gedaan om het vliegverkeer zo veilig mogelijk te laten verlopen. De (rijks)overheid stelt strenge eisen aan luchthavens, de verkeersleiding en luchtvaartmaatschappijen. De eisen gelden voor vliegtuigen (technische veiligheid) maar ook voor persoonlijke veiligheid. Er zijn regels voor bemanningen, voor mensen die op of in de buurt van een luchthaven werken en voor reizigers. De rijksoverheid controleert of de organisaties aan de gestelde eisen voldoen. De gemeente kan geen maatregelen treffen om ongelukken met vliegverkeer te voorkomen (bronmaatregelen).

Beschrijving maatregelen 1. De noord- en hulpdiensten treden in het geval van een vliegtuigongeval volgens het hiervoor geldende protocol op. De kwaliteit van de nood- en hulpdiensten wordt door intensieve monitoring steeds verbeterd. Sinds de Bijlmerramp zijn de lokale rampenplannen verbeterd. Lokale bestuurders zijn en worden getraind in het leiding geven tijdens crisissituaties. 2. Voor een snelle en adequate hulpverlening in geval van een ramp is het van belang dat de locatie voor hulpdiensten goed bereikbaar is en dat mensen de mogelijkheid hebben om te vluchten. Het plangebied is voor hulpdiensten goed bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer. Daar komt bij dat de uitrijpost van brandweer en ambulance hemelsbreed op nog geen kilometer afstand van de locatie ligt. Hulpdiensten kunnen daardoor zeer snel ter plaatse zijn. 3. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door veel openheid. Het Seringenpark, de begraafplaats en het sportpark zijn open gebieden waar inwoners in geval van een ramp naartoe kunnen vluchten dan wel opgevangen worden. Bijkomend voordeel is dat zowel

in het park als aan de rand van de begraafplaats zich oppervlaktewater bevindt. In geval van een ramp kan dit gebruikt worden als bluswater. 4. Door de type bebouwing in de Ophelialaan en de Jac. P. Thijsselaan en de aanwezigheid van de onbebouwde gebieden wordt de omgeving van het plangebied gekenmerkt door een lage bebouwingsdichtheid. Ook het bouwplan zelf is bescheiden van aard. Het gaat om 26 woningen. Daardoor zijn er in het gebied relatief weinig mensen woonachtig. Ook dit verkleint de kans op dodelijke slachtoffers op de grond in geval van een vliegtuigongeluk. Gelet op de ligging van de woningen nabij de uitrijpost van hulpdiensten, (blus)water en groen, het lage woningaantal in combinatie met de zeer lage kans op een vliegtuigongeval, wordt deze ontwikkeling aanvaardbaar geacht. Zoals beschreven in hoofdstuk 3.2 en 3.8 (in bijlage 3) resulteert de ligging van het plangebied in Lib-4 gebied zich onder andere in beperkingen voor woningbouw en geluidsoverlast. Lang is gedacht dat tegen vliegtuiggeluid ‘van boven’ niets te doen is. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat dit mogelijk onterecht is. Een slimme inrichting van de bebouwde omgeving kan helpen de impact van het geluid te verminderen. Dit wordt geluidadaptief bouwen genoemd. In de verdere uitwerking van het plan dient met de volgende voorwaarden rekening gehouden te worden.

In overeenstemming met het Luchthavenindelingbesluit is er ruimte voor maximaal 26 woningen in het plangebied. In het op te stellen stedenbouwkundig plan, de herinrichting van de buitenruimte (deels openbare ruimte), bij het ontwerp van de woningen en de materialisatie dient de geluidsbelasting van vliegverkeer in ogenschouw genomen te worden. Aan de hand van enkele schetsmatige verkavelingen die zijn voorgelegd aan “Soundscaping Consulting” (adviseur betrokken bij provincie in het kader van geluidadaptief bouwen) op basis van dat advies zijn de uitwerkingspunten van toepassing zoals opgenomen in hoofdstuk 4.1. van de startnotitie

Bijlage 4: Verkavelingsschets en impressies hoofdgebouw voormalige school

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=ebbfeea7-651b-4935-8a58-92fdc72c33c1