CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

20250403 Gemeente Aalsmeer Raad - Besluitvormend

3.Raad (besluitvormend) 22 mei 2025, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de besluitvormende raad van 27 maart 2025 en 3 april 202516.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE AALSMEER 3 april 2025 Aanwezigen Voorzitter: Dhr. G.E. Oude Kotte Griffier: Mevr. H.R.E. Hofland Fractie AA Mevr. G. Holtrop, Mevr. D.M. Prent Bouten, Dhr. W.T.J.M. Koster en Dhr. D. Kuin Fractie CDA Mevr. M. van Diemen, Dhr. M.P. Buskermolen, Dhr. P.F. van den Nouland, Dhr. D. van Willegen en Dhr. G.J.H. Winkels Fractie D66 Mevr. M.J. Geisler en Dhr. J. van der Tol Fractie GroenLinks Mevr. P. Lakerveld, Dhr. R.P. Fransen Fractie PvdA Dhr. J.H. Buisma Fractie VVD Mevr. E.S.I. Mijwaart, Mevr. M. Vleghaar, Dhr. J.G.E. Bouwmeester, Dhr. J. de Vries en Dhr. D.G. van der Zwaag FlorAalsmeer Mevr. J. Keessen, Dhr. J. Biesheuvel Afwezig: Mevr. T. van der Meer (CDA) en Dhr. S.J.R. de Vries (D66) Raad (besluitvormend) Agendapunt

Onderwerp

Rb-7

Vaststellen Uitgangspuntennotitie Schinkelpolder De voorzitter: Een hele goedenavond en per hamerslag heropenen wij de raadsvergadering van vorige week donderdag. Inmiddels is het 3 april en wij hebben nog een aantal bespreekpunten op de agenda en een aantal moties vreemd aan de orde van de dag. Bij het heroppakken van een vergadering slaan we alle huiselijke gelegenheden over die wij in de vorige vergadering gehad hebben, behalve de berichtgeving dat vanavond de heer S. de Vries en mevrouw Van der Meer verhinderd zijn. Volgens de agenda zijn we aangekomen bij het vaststellen van de Uitgangspuntennotitie van de Schinkelpolder. En zoals mij net werd toegewenst, doe ik u ook de wens vanavond toekomen: Ik wens u een genoeglijke avond en hopelijk maken we het Pagina 1 van 25

vanavond qua tijd niet te bont. Ik had mijn dochter nog beloofd haar om 10 uur naar de WC te brengen, dus misschien als we elkaar daaraan kunnen houden, dan heel fijn. Goed. De spreekvolgorde brengt ons bij de … bij het CDA. De heer Winkels: Dank u wel, voorzitter. En dan hebben we het over de vaststelling uitgangspuntennotitie scheiding Schinkelpolder hè, voor alle zekerheid? Dat vervolg, ja. CDA heeft daar natuurlijk, ook daar lang over nagedacht en heeft nog meer tijd gekregen daarvoor omdat we dat eigenlijk vorige week hadden willen vertellen. Ten aanzien van de Schinkelpolder zijn we ernstig tevreden met hetgeen de wethouder ons heeft verteld, dat met name de ondernemers die daar wensen te blijven zitten, blijven lekker zitten en eventueel ondernemers die willen vertrekken kunnen vertrekken. Er is dus volledige vrijheid daarin. Wij zien dat graag op die manier ingeregeld. Voorafgaand aan, zeg maar een verdere ontwikkeling, dus een verdere opname in de uitgangspunten notitie, is het natuurlijk wel zo, dat de provincie is eerst aan zet. De provincie zal eerst de infrastructuur moeten aanpassen voor wat betreft de Bosrandweg en ook die brug die daar afgelopen zondag, hoorde ik net van mijn buurman, wel twee uur heeft opengestaan. We zijn het in ieder geval wel eens met deze uitgangspuntennotitie. De voorzitter: Dan gaat het woord naar Absoluut Aalsmeer.

De heer Koster: Ja, dank u, voorzitter. Er ligt een raadsvoorstel op tafel met een ingewikkelde aanloop. Een gebiedsagenda, een scenarioverkenning en tot slot een uitgangspuntennotitie. Geen visie, geen stip op de horizon, geen gedroomde toekomst, maar een raadsvoorstel waarin wordt gevraagd een uitgangspuntennotitie vast te stellen met daaraan toegevoegd een aantal uitgangspunten. En in die notitie staan zaken benoemd die opnieuw niet verder worden uitgewerkt. Wie en welke criteria gaan we hanteren voor circulaire en duurzame bedrijven? Hoe gaan we nu concreet diversifiëring van de economie vormgeven en de gewenste, innovatieve en circulaire bedrijvigheid? Het klinkt allemaal heel fraai. Hoe gaan we Aalsmeerse bedrijven stimuleren naar de Schinkelpolder te verhuizen? En ik begrijp dat dit allemaal verder uitgewerkt gaat worden in stukken die nog geschreven moeten worden, zoals de omgevingsvisie, een programmatische aanpak, het ruimtelijk afwegingskader en een beeld kwaliteitsplan. Maar het college vraagt wat ons betreft op basis van een magere argumentatie, teveel speelruimte voor de komende jaren. Wat de gebiedsdelen betreft, zijn we het eens met de invulling van het noordelijke deel. Groen, recreatief en aansluitend bij de plannen met betrekking tot de Westeinderscheg. Ook het zuidelijke deel in het lint is wat ons betreft akkoord.

Het bestaande karakter behouden en de leefbaarheid versterken. Voor het middengebied kiest het college echter voor een hoogwaardig bedrijventerrein, terwijl het lokale draagvlak voor gemengde bedrijvigheid groter is en minder sturing vraagt van de gemeente, dus goedkoper. En het zal geen nieuws zijn, dat voor ons, dat onze voorkeur uitgaat naar de Schinkelpolder als locatie voor grote en kleine ondernemers met de kenmerkende Aalsmeerse identiteit en variatie. Met de toevoeging dat door maatregelen in het verkeerscirculatieplan op te nemen, de ontsluiting goed geregeld kan worden en de verkeersveiligheid op de Oosteinderweg verbeterd kan worden. Wat de mogelijkheden met betrekking tot short stay betreft, is de notitie niet helder. Er staat in het raadsvoorstel dat woningbouw en arbeidsmigrantenhuisvesting in de polder niet wordt toegestaan, maar er liggen oude afspraken over huisvesting voor werknemers. En wat betekent het voor de toekomst als we hier maatwerk gaan leveren en is het juridisch haalbaar als we hier een uitzondering maken? Er lag nog heel kort een goede aanzet voor een amendement hierover van de kant van D66, maar dat is niet doorgezet. En als de coalitie de rij sluit op dit punt, dan is het initiatief van onze kant wat dat betreft … Bij de uitgangspuntennotitie knelt het voor ons ook, waar het gaat om de kavelgrootte.

Er worden nieuwe kavels toegestaan, variëren van 0,25 tot 2,5 hectare en deze harde eis lijkt ons geen haalbare kaart. De gemeente mag geen economische branches uitsluiten, omdat dit in strijd is met Europese richtlijnen en kiest daarom voor sturing op kavelgrootte, omdat dat aansluit bij het type bedrijvigheid dat wel welkom is. Maar wat doe je als een bedrijf zich meldt voor een kavel van 3 hectare? Laten we dan andere criteria prefereren, hoe en op basis waarvan maak je die afweging en wie maakt die afweging? Het college kiest er verder voor om de huidige situatie en planologische indeling te continueren en niet te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, zolang er geen afwegingskader is en een Pagina 2 van 25

akkoord van de provincie om het predicaat ‘’glastuinbouw concentratiegebied’’ van het gebied af te halen. En dit betekent feitelijk dat de huidige bedrijven in de Schinkelpolder de komende jaren geen duidelijkheid wordt geboden en het voornemen uit de collegeagenda sinds 2022 nog even blijft staan. Kortom, het college creëert voor zichzelf ruimte, door enerzijds het gesprek met de provincie af te wachten en te anticiperen op een nog te ontwikkelen afwegingskader, maar stelt anderzijds wel eisen en beperkingen aan de huidige en toekomstige bedrijven. Voorzitter, wat Absoluut Aalsmeer betreft kunnen we instemmen met het gesprek met de provincie Noord-Holland om het predicaat van het gebied af te halen. We zijn het ook eens met de invulling van het noordelijke deel van de polder, groen en recreatief en het zuidelijke deel, karakter behouden en leefbaarheid versterken. Vooralsnog gaat onze voorkeur voor het middengebied uit naar de Schinkelpolder als locatie voor grote en kleine ondernemers met de kenmerkende Aalsmeerse identiteit en variatie, aangevuld met maatregelen in verkeerscirculatieplannen. Onze fractie vindt het raadsvoorstel in de uitgangspuntennotitie onvoldoende houvast bieden voor de komende jaren en achten het niet opportuun en billijk om vooruitlopend op ontwikkelingen die in 2026 en 2027 gaan plaatsvinden, nu reeds aanvullende eisen te stellen.

Om die reden zullen we het voorstel niet steunen. Dank u. De voorzitter: De VVD. Sorry, de heer Fransen, een vraag aan de heer Koster. De heer Fransen: Ja dank u wel. Ik heb volgens mij De heer Koster horen zeggen dat hij geen amendement indient, omdat hij inschat dat dat amendement het politiek gezien niet zal halen. En ik heb daar een vraag over, want ik vind dat politiek gezien best wel jammer dat iemand niet gewoon zegt wat hij vindt en ja, boeien of het het haalt of niet, maar ik wil een punt maken van waar ik een punt van wil maken, dus ik ben even benieuwd hoe u daarin zit. Want u, ja, u onthoudt de anderen ook de mogelijkheid om daar dan een gesprek over te voeren en iets van te vinden. En wellicht zitten er argumenten in waar coalitie, oppositie, wat dan ook, toch iets van vindt. Dus ik vind dat jammer en zonde en ik ben benieuwd naar uw argumentatie daarachter. De voorzitter: De heer Koster. De heer Koster: Ja, dank u, voorzitter. Ja, de heer Fransen, ik ben het helemaal met u eens. Het is jammer en zonde dat we die tijd daar niet ingestoken hebben. Er was even een kort berichtje van D66 over een initiatief om daarover iets op papier te zetten. Maar ja, dat werd al snel ingetrokken. Toen hadden ze zoiets van, ja, kijk, als de coalitie zal instemmen met deze uitgangspuntennotitie, dan hadden we daar geen zin, om daar tijd en energie in te steken.

Maar ik ben het met u eens, spijtig dat dat niet gebeurd is. De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: Ja, want zoals u nu kiest, vind ik dat een soort, ja, slachtofferpolitiek. Ik ga alvast op mijn rug liggen en ik zie daarna wel hoe het misschien had kunnen lopen, dus ik heb toch echt een pleidooi naar u toe, van kom op met wat u vindt en leg het op tafel in de vorm van een motie, een amendement. Knap voorstellen op. Dat is in ieder geval de lijn die wij kiezen en, ja, al zijn we de enige die daar voor stemmen, dat is dan jammer, maar we hebben wel neergelegd wat we ervan vinden. De voorzitter: De heer Koster nog een reactie? Goed, dan gaan we naar de VVD, de heer De Vries. De heer J. de Vries: Ja, dank u, voorzitter. De Schinkelpolder. De onderwerpen uit de uitgangspuntennotitie Schinkelpolder zijn goed en helder besproken in de beeldvormende en oordeelsvormende vergaderingen. De insprekers en de vragen die gesteld zijn, zijn voor ons voldoende beantwoord. De ontwikkelingen in deze polder passen. Wel blijven we aandacht vragen over de ontsluiting van dit gebied. Het verkeer dient behandeld te worden over de Bosrandweg en niet over de Oosteinderweg. De VVD Aalsmeer is voor dit voorstel, dank u wel.

Pagina 3 van 25

De voorzitter: FlorAalsmeer. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben niet een heel lang betoog. Wij hebben bij de beeldvormende commissie aan de wethouder gevraagd wat er zou gebeuren als de visie niet, of de notitie niet werd aangenomen. Toen zei de wethouder: ‘niets’. En dat vinden we eigenlijk een heel goed idee. Wij vinden het geen goed idee dat de bestemming glastuinbouw eraf wordt gehaald. De grond wordt voor de kwekers die er zitten, gaat meer opleveren en die hebben nu al aangegeven te willen stoppen. Maar onze grootste zorg ziet, los van alle mooie woorden die er in de notitie worden gebruikt, dat dit gewoon een tweede Green Park wordt en dat moge duidelijk zijn dat wij daar tegen zijn. Dus wij stemmen ook tegen deze notitie. Dank u wel. De voorzitter: GroenLinks, mede namens PvdA, gok ik zo. De heer Fransen: Alstublieft. In de commissiebehandeling van dit onderwerp hebben wij al aangegeven dat we op zichzelf vinden dat deze uitgangspuntennotitie goed in elkaar zit, maar dat het niet onze uitgangspunten zijn. Een concreet inhoudelijk punt waar we ons zorgen om maken, is dat… Het vorige wat er was voor dit gebied, dat heette dan een gebiedsvisie geloof ik, maar die is na 4 jaar gewoon ja, een mooie dood gestorven.

Daar is niks van terechtgekomen en we hebben van dit van dit voorstel ook het idee dat het, ja, wat je hierna ook gaat doen, het past bijna altijd. Dus het is onvoldoende richtinggevend. Dus wat de vorige spreker ook zegt, wat de wethouder gezegd heeft, of je het nou wel of niet aanneemt, dat maakt niet zo heel veel verschil. Ik denk, dan vind ik het ook een beetje zonde van onze tijd, wat we hier zitten te doen. Maar, omdat wij, als we uitgangspunten zouden vaststellen en die heb ik de vorige keer beschreven, in de commissie echt met iets anders zouden komen en een inhoudelijke opmerking, gaan wij niet akkoord met dit met dit voorstel. De voorzitter: Tot slot D66. De heer Tol: Dank u wel, voorzitter. Zoals we tijdens de behandeling van de commissievergadering al hebben aangegeven, kunnen wij in voldoende mate instemmen met deze uitgangspuntennotitie en zullen we dus instemmen met het voorstel. Zoals wij dit voorstel zien, is dat het de opmaat vormt voor uiteindelijke verwerking in de omgevingsvisie van de gemeente Aalsmeer. Daarmee is het een met een visie vergelijkbaar document, met vergelijkbare ambities. Dat betekent dat er een toekomstbeeld geschapen wordt, dat met name de gemeente bindt en dat er daarmee dus ook voldoende ruimte zal blijven bestaan om op een later moment eventuele aanpassingen te plegen, mocht de praktijk of het verloop van de tijd dat uitwijzen.

We hebben tijdens de commissiebehandeling al aangedragen dat we enige vragen hadden met betrekking tot short stay huisvesting voor arbeidsmigranten en de opmerkingen richting de vestiging van kantoren. Voor beide geldt dat we na enig overleg, kunnen leven met de huidige tekst, in voldoende mate. Met de aantekening dat we in de toekomst mogelijk wel akkoord zouden kunnen gaan met de vestiging van kantoren van beperkte omvang en dat we wel de mogelijkheden van uitdrukkelijk kleinschalige short stay verblijfsvoorzieningen zouden willen kunnen toestaan. Maar dan uiteraard wel op de schalen en met de intentie die in deze notitie naar voren wordt gebracht. Door akkoord te gaan met de huidige tekst weten we dat we beperkingen opleggen, wat beide onderwerpen betreft. Maar we weten ook dat er gemotiveerd kan worden afgeweken van de huidige tekst en dat deze richtlijnen nog moeten worden uitgewerkt in het omgevingsplan. De lat wordt dus hoog gelegd, maar er kan nog steeds overheen gesprongen worden. Uiteraard zolang de plannen dan niet af zullen wijken van de achtergrondgedachte van de bredere uitgangspunten van deze notitie. Verder zien we in de reactie van de provincie dat zij kritisch staan ten opzichte van de volledige verwijdering van de glastuinbouw uit dit gebied.

Wij interpreteren dat stuk echter zo dat glastuinbouw mogelijk blijft voor die ondernemers die hier nog toekomst in zien en interpreteren de tekst van het stuk als zodanig, dat dit niet verwacht wordt. Verder, zoals we ook tijdens de commissiebehandeling aangaven, zijn we blij dat er ingezet gaat worden op het hoogwaardige duurzame bedrijfsterrein en interpreteren de tekst dan ook in die richting, waar deze meerdere opties openlaat en zoveel mogelijk vrijheid toestaat. Dit is dus zowel een kans als een beperking. Gezien de inherente flexibiliteit van deze notitie, kunnen we leven met de overige conclusies in dit document, waar Pagina 4 van 25

deze niet volledig exclusief zijn wat betreft de mogelijkheden in de toekomstige ontwikkeling. Zolang er dus maar voldoende motivering bestaat. Voor nu een goede basis als opmaat naar de omgevingsvisie. Wij zijn akkoord. De voorzitter: Ik denk, als ik zo beschouw, dat een tweede termijn niet nodig is. Er zijn geen vragen gesteld aan het college. Goede beschouwing gehad in de eerste termijn. Zullen we overgaan tot stemming? De heer Winkels. De heer Winkels: Omdat dit punt een relatie heeft met het punt wat wij vorige week in dezelfde vergadering hebben besproken, de gebiedsvisie Kudelstaart, wilde het CDA toch een zaak aan de orde stellen en een vraag stellen aan FlorAalsmeer. Vorige week werden wij vrijdag redelijk, nou ja, verrast door hetgeen wat op internet verscheen aangaande die avond, wat wij met elkaar allemaal besproken hebben. Ik wil eigenlijk weten namens het CDA welke flauwekul krijgen we morgen weer te zien op het internet, voor wat betreft dit agendapunt? Vorige week werd er opeens in… De voorzitter: De heer Winkels, ik snap dat u er een punt van wil maken, maar inhoudelijk heeft het niet zoveel met dit agendapunt te maken, dus ik denk dat het punt gemaakt is, maar als u verder hierop in gaat, kan ik dit in deze vergadering niet toestaan. De heer Winkels: Dat is toch heel jammer. De voorzitter: Goed, we gaan over tot besluitvorming.

Wie is er voor dit voorstel? Dat zijn de partijen CDA, D66 en VVD en daarmee is het voorstel aangenomen. Rb-8

Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 De voorzitter: Wij gaan naar het agendapunt van de Verordening Jeugdhulp Aalsmeer 2025 en de spreekvolgorde brengt ons bij GroenLinks PvdA. De heer Fransen: Dank u wel, voorzitter. Tijdens de commissiebehandeling van dit punt hebben wij aan de wethouder gevraagd, of aan het college gevraagd, of hij alvast, of het college alvast een soort concept persbericht wilde maken hierover. Dat is gebeurd. Dank daarvoor. Terwijl wij dat stuk lazen, overkwam ons dat daar toch iets stond van dat het schraler gaat worden. Dat de jeugdhulp schraler gaat worden. Dat was nou juist niet het gesprek wat we gevoerd hadden, dus het kan zijn dat wij het helemaal verkeerd gelezen hebben, maar het was wel in ieder geval de indruk die wij kregen van dat stuk. Nu willen wij ons absoluut niet bemoeien met het persbericht wat het college gaat maken, maar ik zou de wethouder wel willen vragen van, zou die nog eens op die manier heel creatief naar het stuk willen kijken om die indruk, die, als wij hem hebben, wellicht op andere plekken ook ontstaat, om die weg te nemen, dat als eerste punt. Als tweede punt, wij hebben het toch goed begrepen, dat het totale budget wat er is voor dit werk, zeg maar, in feite verhoogd wordt en dat we proberen om het geld zo goed mogelijk op de goede plek terecht te laten komen? Dus even die twee vragen eerst.

De voorzitter: Absoluut Aalsmeer. Ja, u denkt misschien, we slaan wat over, maar wij hanteren volgorde zoals in de commissie dat is aangedragen. Het wordt vakkundig door de griffie genoteerd, dus, Absoluut Aalsmeer. Mevrouw Prent Bouten: Dank u wel, voorzitter. De Verordening Jeugdhulp Aalsmeer is opgesteld om te voldoen aan de wettelijke verplichting om de uitvoering van de jeugdwet lokaal vast te leggen, met focus op de rechten die ouders aan de Jeugdwet kunnen ontlenen en hoe Aalsmeer deze uitvoert. De fractie Absoluut Aalsmeer is van mening dat iedereen die hulp nodig heeft, daar ook toegang toe moet krijgen. Jongeren, jeugdigen en kinderen zijn daarin kwetsbaar en afhankelijk van hun omgeving. Een omgeving waarvan deze verordening meer nadruk legt op het versterken van de eigen kracht, van zowel ouders, als de jeugdigen. De ontwikkeling dat steeds meer beroep wordt gedaan op de jeugdhulp, leidt ertoe dat het leveren van gerichte zorg onder druk komt te staan. Er is minder geld beschikbaar, de vraag wordt Pagina 5 van 25

groter en de problematiek verandert door onder andere maatschappelijke ontwikkeling. Dat vraagt van de gemeente Aalsmeer een aanpak die niet alleen gericht is op de meest kwetsbare kinderen, maar ook inzet op preventie en het versterken van de eigen kracht gecombineerd met een andere aanpak, bijvoorbeeld groepsaanpak in plaats van individuele aanpak. Onze fractie heeft waardering om te lezen dat met deze aanpassingen op de verordeningen participatie heeft plaatsgevonden met de werkgroep jeugd van de Adviesraad Sociaal Domein, met een positief advies tot gevolg. Voorzitter, jeugdhulp is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Daarin hebben we met elkaar te zorgen voor een omgeving waarbinnen kinderen en jeugdigen veilig kunnen opgroeien en met de juiste hulp richting een evenwichtige volwassene kunnen opgroeien. Veilig en beschermd, gesteund en ondersteund waar nodig. De fractie van Absoluut Aalsmeer kan dan ook instemmen met dit voorstel. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De VVD. Mevrouw Mijwaart: Dank u wel, voorzitter. We hebben in de twee commissies uitgebreid over gesproken, de VVD vindt het een goede verordening. Het is een aanpassing van wettelijke zaken en alleen maar verbeteringen. Een goede was-wordtlijst was het. En onze vraag is ook heel goed beantwoord. Duidelijke uitleg, dus wij kunnen er volmondig mee instemmen. Dank u wel. De voorzitter: FlorAalsmeer.

Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ja, een duidelijk voorstel. We zijn alleen wel heel erg benieuwd naar de reactie van de wethouder op de vragen van GroenLinks PvdA. Dank u wel. De voorzitter: D66. Mevrouw Geisler: Dank u wel, voorzitter. De Verordening Jeugdhulp 2022 was aan de herziening toe. Tevens heeft iedere gemeente de uitdaging zich voor te bereiden op het ravijnjaar 2026, waar jeugdzorg één van de kinderen van de rekening lijkt te worden. De herziening die vandaag ter beoordeling voorligt, heeft uitbreidingen en herzieningen die deze versie scherper en duidelijker maakt dan die uit 2022, door het doorvoeren van aanpassingen als antwoord op nieuwe ontwikkelingen en jurisprudentie. De Adviesraad Sociaal Domein heeft hier een positief advies over uitgebracht. Vooral de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van ouders en de eigen kracht van jongeren springen eruit. D66 vindt dat iedereen altijd gerespecteerd moet worden in wat men zelf kan. Zo neem je mensen serieus. Echter, deze verordening is juist opgesteld om de meest kwetsbaren te beschermen. Dus daar waar men klem loopt, door de eigen zelfstandigheid, is deze verordening juist bedoeld om de kwetsbare jongeren veilig te laten zijn. Zoals het in de commissievergadering door mevrouw Van der Meer zo mooi werd verwoord: ‘verantwoordelijkheid waar het kan, maar hulp waar het moet’.

D66 dankt het college voor deze nieuwe verordening en vertrouwt erop dat de kaders die hier geschetst zijn voldoende zijn voor ons om voor onze kwetsbare jongeren nu, in het ravijnjaar 2026 en daarna, stevige randvoorwaarden te geven voor een veilige omgeving. D66 stemt voor dit voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Tot slot het CDA, de heer Van Willegen. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Vooraf wil ik nog even meedelen dat mevrouw Van Diemen zo meteen bij de stemming de zaal zal verlaten in verband met eventuele… De voorzitter: U bent mij voor. Ik dacht ik doe dat bij de besluitvorming, maar zeer ordentelijk, aan u het woord. De heer Van Willegen: Het is maar dat u het weet. Maar inhoudelijk nog even over het voorstel, zoals in de commissie is besproken door mevrouw Van der Meer heeft ze ook gezegd dat er een goede intentie zat in deze nieuwe vernieuwde jeugdhulp verordening en zoals D66 net al zei. En ik ga natuurlijk mijn eigen fractie daarin steunen, wat mevrouw Van der Meer zei: ‘een eigen verantwoordelijkheid waar het kan en hulp waar het moet’. Dus dat betekent inderdaad dat er

Pagina 6 van 25

meer aandacht komt voor de meest kwetsbaren en daarom is het CDA akkoord met dit wijzigingsvoorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dan zijn er twee vragen voor het college, we vragen de portefeuillehouder die te beantwoorden. Wethouder Kabout. De heer Kabout: Ja, dank u wel, voorzitter. Misschien om te beginnen met de tweede vraag van de heer Fransen, over het budget? Hij vroeg nog om even te memoreren hoe het ook weer zat met het budget, of dat verhoogd is. Ja, dat klopt. Om nog even de situatie te schetsen, in 2022 gingen we in een keer wat omlaag in de uitgaven, maar in 23 en 24 zijn we heel hard gestegen. En het klopt dat we bij de begroting van… Dus dat we in november ongeveer, hier in de raadsvergadering, dat, ja toen hebben we ook nog het budget fors opgehoogd. Dus dat klopt. En eigenlijk is het zo dat wij als college de lijn hebben, van nou het niveau wat we zeg maar vorig jaar hebben aangetikt, het mag niet meer worden dan dat. En eigenlijk proberen we dus een verdere groei, willen we eigenlijk voorkomen. Dus het is niet zozeer het doel om te gaan verschralen, in de zin van dat wij veel minder hulp willen gaan bieden dan we afgelopen jaar zeg maar hebben gedaan.

Het gaat er juist om dat we het beschikbare budget, maar dus de beschikbare hulp, gerichter willen inzetten en dan kom ik op uw eerste vraag, van wat betekent dat dan inhoudelijk? Het is zeker zo dat en dat staat in feite ook in de Nota Sociaal Domein die u heeft vastgesteld, dat… Wij willen de hulp inzetten voor wie het echt nodig heeft, dat werd net ook aangegeven door mevrouw Geisler en mevrouw Van der Meer natuurlijk eerder van, eigen verantwoordelijkheid waar het kan en hulp waar het moet. En dat waar het moet, dat gaat zeker om kinderen en gezinnen in een kwetsbare positie, of dat nou gaat om kwetsbaar vanuit een veiligheidssituatie, dus dat er echt een onveiligheid is waar kinderen in verkeren en ook als gewoon de levensomstandigheden gewoon kwetsbaar zijn voor mensen, om welke reden ook. Dus dat is zeker de intentie om juist daar te helpen. Maar er wordt natuurlijk, zoals u weet, ook door heel veel mensen, ja, een beroep op jeugd gedaan, terwijl eigenlijk daar ook veel meer een taak bij de ouders ligt. Dus dat is wel inderdaad de intentie die wij hebben, dus volgens mij zitten we daar wel, ja, op één lijn, denk ik. Maar wij zullen inderdaad met dit in het achterhoofd nog even het persbericht daar nog wat op verduidelijken, want kennelijk was dat niet helemaal goed uit de verf gekomen en dan gaan we dat op dat punt nog graag nog aanvullen.

Ten slotte zou ik nog eigenlijk willen, nog even willen zeggen dat misschien hoe mevrouw Prent Bouten het verwoordde nou, ik zou eigenlijk willen zeggen, ik had het zelf niet beter kunnen samenvatten. U gaf eigenlijk een mooie opsomming van, dat de jeugd beschikbaar moet zijn voor degenen die het meest kwetsbaar zijn. Nou, dat zijn we helemaal met u eens. Er moet ook veel aandacht zijn voor preventie en eigen kracht, nou en ook dus vanuit bijvoorbeeld… en ook meer met collectief aanbod werken noemt u, groepsaanbod en uiteindelijk vooral ook de oproep dat de zorg van onze kinderen juist ook een oproep is aan de samenleving, dat we daar allemaal een belangrijke een rol in hebben. Nou, dat vond ik een hele mooie, dus die wilde ik graag nog even herhalen op deze wijze. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: GroenLinks, zijn de vragen afdoende beantwoord? De heer Fransen. De heer Fransen: Ja, dank u, voorzitter. Ja, fijn en hier had ik ook op gehoopt op dit antwoord. Ook fijn dat de wethouder aangeeft het conceptpersbericht nog even te bekijken. En daar gaan we ons niet mee bemoeien, dat vertrouwen we dat dat in orde komt. Dus wij zullen straks, mochten we tot een stemming komen, akkoord gaan met dit voorstel. De voorzitter: Ik zou zeggen laten we overgaan tot stemming. Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Ja, ik wilde toch ook nog even reageren op de woorden van wethouder.

Wij zijn daar heel blij mee, met die uitleg en die onderbouwing, geeft vertrouwen en neemt zorg weg. En ja, wij zijn altijd blij met het woord preventie. Dus wij stemmen van harte in met dit voorstel. Dank u wel.

Pagina 7 van 25

De voorzitter: Goed. Gaan we naar de stemming. Iemand een stemverklaring? Nee. Wie is er voor dit voorstel? Dat is een ieder en daarmee is het voorstel aangenomen. Ik vraag even aan de bode om mevrouw Van Diemen naar binnen te halen. Hartelijk dank. Rb-9

Beleidsplan Schuldhulpverlening De voorzitter: wij gaan ondertussen verder, we gaan naar het beleidsplan schuldhulpverlening en het woord is aan GroenLinks PvdA. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Ja. Wij hebben dit eigenlijk voor behandeling geagendeerd omdat we de vorige keer in de commissiebehandeling een paar vragen hadden van onze collega's en dat leek ons toch wel goed om nog een keer uit te leggen waarom we ons hier zo druk over maken en waar wij tegenaan lopen. Dus onze worsteling eigenlijk met dit voorstel van wat wij hebben, nog een keer te benoemen. Dus we hebben gepoogd om ons constructief op te stellen ten opzichte van dit stuk. We willen schuldhulpverlening versterken en we willen eigenlijk zorgen dat inwoners niet tussen wal en schip vallen, maar tegelijkertijd hebben we een worsteling met de uitgangspunten van de schuldhulpverlening, zoals het college dit voorstelt. Het bevat goede punten, zoals de inzet op vroegsignalering en maatwerk voor specifieke doelgroepen. Maar het fundament schiet in onze ogen nog te kort. Wat onze voorstelling is, is dat de visie die hieronder ligt, anders is dan de onze. Het legt de verantwoordelijkheid te veel bij de persoon in de schulden. Het idee is dat vooral mensen gecoacht moeten worden en dat hun eigen inzet doorslaggevend is. Dit miskent in onze ogen de realiteit.

Schulden zijn vaak het gevolg van structurele problemen, zoals te laag inkomen, te hoge woonlasten of een bureaucratische overheid die mensen eerder afstraft, dan ondersteunt. Het beleid erkent dus ook dat bestaanszekerheid onder druk staat, maar vertaalt dat niet in structurele maatregelen. Dat wringt voor ons. Wij geloven in een overheid die actief helpt en ondersteunt, eigenlijk wat we in het vorige onderwerp ook benoemden, niet in een overheid die verwacht dat mensen met schulden zelf de juiste weg weten te vinden in een systeem dat al ingewikkeld genoeg is. Maar dan roept dat vervolgens de vraag op, kan je akkoord gaan met dat voorstel? Want nee betekent dat we nee zeggen tegen de veranderingen die dit voorstel in zich heeft en het verkorten van het traject naar 18 maanden. Maar ja zeggen voelt dat we akkoord gaan met een beleid dat onvoldoende ambitie toont om het probleem wat bij ons de kern is, echt aan te pakken. Dat vinden we dus een hele lastige positie. Wat we positief vinden, is de vroegsignalering en het maatwerk voor ondernemers en jongeren. Maar wat we dus minpunten vinden is de individuele verantwoordelijkheid en de structurele missende aanpak van armoede. Wij staan voor een sterke schuldhulpverlening, maar we willen dat een overheid niet alleen signaleert en coacht, maar ook daadwerkelijk ingrijpt en mensen beschermd tegen financiële afgronden.

We hebben dus geworsteld met dit voorstel, maar we kunnen het wel steunen. Uiteindelijk zien we de verbeteringen, maar ook de tekortkomingen en daarom zullen we het beleid kritisch blijven volgen en aandringen op sommige verbeteringen, als we die zien. Dat is voor ons dus geen eindstation, maar dit is de eerste stap voor het traject. Dank u wel. De voorzitter: Absoluut Aalsmeer. Pardon, VVD. Mevrouw Vleghaar: Dank u wel, voorzitter. De VVD-fractie is verheugd dat we zien dat de campagne is begonnen langs de wegen van gemeente Aalsmeer, dat via reclameborden aandacht wordt gevraagd en dat je je niet hoeft te schamen als je schulden hebt en dat je hulp kunt vragen. Wij stemmen voor dit beleidsplan. De voorzitter: FlorAalsmeer. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is ons ook opgevallen dat er veel reclame is voor dit item, voor de schuldhulpverlening en dat vinden wij ook heel goed om te zien. We komen het echt overal tegen. Waar we ons nog wel een beetje zorgen over maken is toch wel de drempel, dat bij een aantal mogelijkheden om hulp te vragen mensen ernaartoe moeten gaan en daarom hebben wij nog een vraag aan de wethouder. Wij kregen van een inwoner van Aalsmeer, een tip dat de gemeente Haarlemmermeer gebruikmaakt van schuldhulpmaatje en Pagina 8 van 25

wij vroegen ons af of de wethouder hiermee bekend is en of dit eventueel ook iets is waar de gemeente mee zou kunnen werken. Er wordt dan gewerkt met vrijwilligers, die persoonlijk dus mensen helpen, met een financiële achtergrond uiteraard, waardoor misschien de drempel nog iets lager wordt. Dus dat is onze vraag nog aan de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: D66. Mevrouw Geisler: Dank u wel, voorzitter. Zoals eerder gesteld is D66 blij met een mooi stuk, met mooie ambities. We zijn ook blij met de overwegend positieve reacties uit het klanttevredenheidsonderzoek. Eén van de belangrijke overwegingen voor het aanpassen van beleid op dit onderwerp, is het gevolg van de landelijke keuzes om de looptijd van het schuldsaneringstraject te verkorten van 36 naar 18 maanden. Dit betekent dat mensen minder lang in de schulden zitten. Dat mensen minder lang met een minimaal leefgeld een huishouden in stand hoeven te houden en dat kinderen sneller weer een normaal leven kunnen leiden. De gemeente laat zien dat het op de hoogte is van de vele kanten die bij de problematiek een rol spelen en zet ook in op vroegsignalering en preventie. Gezien de veranderingen in de samenleving, zal preventie nog een hele opgave worden. En hierin hebben wij als inwoners van Nederland en dus ook van de gemeente Aalsmeer, zelf ook een belangrijke taak.

Er bestaat immers een grote vrijheid voor commerciële partijen om ons te verleiden om ook naar zaken te streven die buiten ons financiële bereik liggen en het kan soms moeilijk zijn om die verleiding te weerstaan. En dat kan een hele uitdaging zijn, voor wie dan ook. Daarmee is preventie een enorme opgave. Bij vroegsignalering komt men als vanzelf in aanraking met grenzen die gesteld worden door bijvoorbeeld het recht op privacy. Ook hier kan het beleidsplan zelf uiteraard geen volledige regels stellen en oplossingen bieden, maar het is wel belangrijk te stellen dat er met veel andere partijen wordt samengewerkt om te voorkomen dat mensen in de problemen raken. Er is een ambitie waar we ook al tijdens de commissie behandeling op hebben gewezen: De samenwerking tussen de verschillende afdelingen binnen het gemeentelijk apparaat. We willen hier nogmaals herhalen dat schuldhulpverlening zowel als begrip, als afdeling, altijd voorrang dient te krijgen op overige hulpverlening en ondersteuningstrajecten. Denk hierbij vooral aan de samenwerking en coördinatie met de dienst werk en inkomen. Financiële problemen zorgen voor meer dan financiële zorgen alleen. Ze hebben een invloed op de interactie met de sociale omgeving, zowel binnenshuis als buitenshuis. Ze zorgen voor stressklachten, niet alleen met invloed op de persoonlijke gezondheid, maar ook op het maken van rationele keuzes.

En ze kunnen leiden tot verregaande isolatie en vaker dan gemiddeld. Ze kunnen leiden tot alcohol-, drugs- en geneesmiddelenmisbruik. En dit is niet eens een uitputtende opsomming. Maar deze laat wel zien waarom voorrang voor het oplossen van schulden zo een grote voorrang verdient. Bij de toepassing van de conflicterende regels moeten er voorrangsregels worden afgesproken. En bij deze voorrangsregels staat de schuldhulpverlening wat ons betreft vooraan. Dank u wel. De voorzitter: Het CDA. De heer Van den Nouland: Ja, dank u wel, voorzitter. Het CDA vindt het beleidsplan schuldhulpverlening een mooi stuk. De titel geeft het mooi weer: ‘van stress naar kracht’. Daaruit spreekt vroegsignalering en eigen verantwoordelijkheid, waarbij stress door financiële zorgen ook hoog op de agenda staat. Door dat op te lossen verdwijnt ook een deel van de oorzaak van de schulden. Goed dat hier in Aalsmeer zoveel aandacht voor is, wat andere partijen ook aangaven. Ook op een laagdrempelige manier is dat belangrijk. Dank u wel. De voorzitter: En dan tot slot Absoluut Aalsmeer. Mevrouw Prent Bouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Het nadeel van laatste zijn is dat veel gezegd is, tegelijkertijd hebben wij het een en ander wel uitgeschreven met wat verstopte vragen voor de wethouder, dus dat vraagt enige oplettendheid, denk ik. Want we hebben ze niet helemaal geduid.

Voor ons ligt het beleidsplan schuldhulpverlening van stress naar kracht, integrale schuldhulp in Aalsmeer. Deze schuldhulpverlening zet in op preventie, vroegsignalering en het integraal en duurzaam oplossen van schulden van inwoners. Daartoe wordt onder andere Pagina 9 van 25

ingezet op het verkorten van de looptijd van de regeling, waar de begeleiding en de coaching dan op wordt aangepast. En Absoluut Aalsmeer ziet daarin een spanningsveld. Immers, het verkorten van het traject maakt dat inwoners sneller uit de schuldhulpverlening zijn en dat is positief. Tegelijk vraagt het oplossen van de schuldproblematiek een lange adem en aandacht. Dat lijkt elkaar tegen te spreken. We vragen de portefeuillehouder daarom niet altijd voor snelheid te gaan en het halen van de deadline, maar vooral om het menselijke maatwerk in te zetten wanneer dat nodig blijkt. Het halen van een termijn van afwikkeling is dan van ondergeschikt belang. De inzet op vroegsignalering van schulden zien wij als een onmisbare schakel in het geheel schulden en gebrek aan perspectief kunnen inderdaad mede een oorzaak zijn van langdurige stress. Tegelijk kan een inwoner ook vanuit een stressvolle situatie in de schulden belanden. Het verlagen van drempels om hulp te vragen, actieve informatie, zoals we die inmiddels zichtbaar zien en het vroegtijdig signaleren van problemen is hierin cruciaal. Dan gaat het niet alleen om het vroegtijdig signaleren van alleen schulden, maar juist om een breder inzicht.

Dat dit voorstel andere beleidsterreinen raakt, is dan ook onmiskenbaar en Absoluut Aalsmeer vraagt met klem hierin versterking te zoeken of te blijven zoeken, vanuit verschillende disciplines en beleidsterreinen. Te denken daarin aan het aansluiten, mede bij het armoedebeleid en de strategienota sociaal domein. De samenwerking met aansluitende teams vanuit het sociaal domein zien wij ook als cruciaal en positief, ofwel blijf dat vooral volhouden. De doelstellingen die voor schuldhulpverlening zijn geformuleerd, ondersteunen wij. Perspectief bieden voor inwoners om uit de schulden te komen. En dit voorstel draagt wat ons betreft daaraan bij, waarbij we het college, de portefeuillehouder blijven vragen de menselijke maat hierin altijd voorop te zetten. Niet alle situaties laten zich oplossen door dit voorstel en het proces. Perspectief voor inwoners, preventie waar mogelijk en maatwerk waar het kan, is hier voor ons van belang. Als laatste blijft Absoluut Aalsmeer de portefeuillehouder vragen te kijken naar de lopende pilots in de gemeente, wat we eerder al hebben aangegeven, waar de meest kwetsbare inwoners in schulden perspectief krijgen, doordat de gemeente alle schulden kwijtscheldt, niet alleen die van de gemeente. En waarbij deze inwoners niet in een schuldhulptraject belanden maar onmiddellijk schuldenvrij zijn en begeleid worden om hun leven weer op de rit te krijgen.

Dat is pas stress reduceren, waarbij het als gemeente uiteindelijk ook minder kost en meer oplevert. Op die vragen en het verzoek zien wij graag reactie of horen we het liefst zelfs een toezegging van de wethouder. De voorzitter: We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn, vanuit FlorAalsmeer en Absoluut Aalsmeer zijn er vragen aan het college. Het woord is aan de portefeuillehouder, wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Ja, dank u wel. Eerst de vraag van FlorAalsmeer, kennen wij schuldhulpmaatje. Ja, dat kennen wij hebben zelfs iets vergelijkbaars, dat heet Thuis Administratie van Amstelland. Dat zijn ook vrijwilligers, die komen thuis en die helpen mensen met hun administratie, in ieder geval om die op orde te krijgen. En dat zijn mensen die kijken naar mogelijkheden voor toeslagen en helpen ze ook met het aanvragen van formulieren. Dus in die zin hebben wij een vergelijkbaar traject. Dan Absoluut Aalsmeer. U vraagt met name om toepassen van de menselijke maat. Dat passen wij toe. U noemde als voorbeeld dat het traject verkort is naar 18 maanden. Ja, dan zou dat, dat is mooi, want dan is de schuld opgelost. Maar daarna, ja, valt herhaling misschien, ligt misschien in de rede, laat ik het zo zeggen, wij laten mensen niet los. Wij blijven ze begeleiden een tijdje om vooral te voorkomen dat mensen opnieuw in een schuldentraject terechtkomen.

Wat wij ook doen is natuurlijk integraal werken met verschillende afdelingen binnen onze gemeente. Om een casus van meerdere kanten te beschouwen, zodat we ook van meerdere kanten hulp kunnen bieden. Ook dat is de menselijke maat. En u vroeg of wij pilots blijven volgen. Dat gaan we zeker doen. En wat we vooral gaan volgen is: welk effect hebben die pilots eigenlijk? Ja, op degene die in de schulden zit en met name voor de toekomst van degene die in de schulden zit. De voorzitter: Kijk eerst even naar FlorAalsmeer, voldoende beantwoord? Of heeft u nog nadere vragen?

Pagina 10 van 25

Mevrouw Keessen: Ja, dank u wel, voorzitter. Nee. Wij danken de wethouder voor dit antwoord. We zijn heel blij dat er een vergelijkbare mogelijkheid is voor inwoners, om dus laagdrempeliger en niet in het openbaar in het gemeentehuis, bijvoorbeeld. Top, dank u wel. En wij zijn voor het voorstel. De voorzitter: Absoluut Aalsmeer. Mevrouw Prent Bouten: Met dank aan de antwoorden van de wethouder kunnen wij instemmen met het voorstel. De voorzitter: Goed, gaan we over naar de besluitvorming. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen? Dat is niet het geval. Wie is er voor dit voorstel? Zijn alle partijen. Daarmee is het voorstel unaniem aangenomen. Rb-10

Notitie Beeldende Kunst Aalsmeer De voorzitter: Zijn we bij de volgende het volgende agendapunt. Dat is de notitie beeldende kunst Aalsmeer 2025 en de spreekvolgorde brengt ons bij Absoluut Aalsmeer. Mevrouw Holtrop: Dank u wel, voorzitter. Bij de fractie Absoluut Aalsmeer staat kunst en cultuur hoog in het vaandel. Toch willen wij ook onze bezorgdheid uitspreken over de notitie Beeldende Kunst Aalsmeer 2025. Het is ons opgevallen dat er sinds 2017 sprake is van achterstallig onderhoud en kunstwerken in onze gemeente. Ook de inhaalactie die in 2020 had moeten plaatsvinden, is niet uitgevoerd. In de notitie wordt voorgesteld om jaarlijks maximaal 50.000 euro uit de reserve voor kunstzinnige verfraaiing te halen, wat een verdubbeling is met de door de Raad eerder afgesproken 25.000 euro en daarbij ook nog eens een extra 50.000 euro en 187.000 euro in 2025. Dit roept bij ons vragen op, vooral gezien de bedragen die in het meerjaren onderhoudsplan zijn opgenomen. Dank aan de portefeuillehouder voor het toesturen van dit plan na onze vraag in de commissievergadering. Wij constateren dat de bedragen die daarin staan van 2023 tot 2025, uitgerekend neerkomen op een totaalbedrag van 14.704 euro. Nogal een verschil met de nu gevraagde 50.000 of 187.000.

Wij vragen ons ook af of deze bedragen voor het onderhoud transitorisch zijn meegenomen in de huidige begroting, want als dat het geval is, zou extra financiering voor dit achterstallig onderhoud niet nodig hoeven te zijn. Bovendien vinden wij dat de voorgestelde bedragen te hoog zijn, vooral gezien de andere prioriteiten die onze inwoners te wachten staan. Met het oog op het verwachte ravijnjaar in 2026, waarin bezuinigingen onvermijdelijk zijn, moeten we onze aandacht en financiële middelen onder andere richten op sociaal domein, jongeren, ouderenzorg, woningbouw en nog veel meer. Wij begrijpen het belang van kunst in Aalsmeer en erkennen dat het onderhoud aan kunstwerken aandacht verdient. Echter, in de huidige situatie van toch beschamend achterstallig onderhoud en de voorgestelde bedragen, is dit voor ons een niet acceptabel voorstel. Tot slot willen we opmerken dat ook het tijdstip van dit raadsvoorstel, ons enige zorgen baart. Het lijkt erop dat de urgentie van deze notitie mogelijk samenvalt met de naderende verkiezingen. Het is belangrijk dat beslissingen over cultuur en kunst in Aalsmeer oprecht en niet opportunistisch worden genomen. Laten we ons richten op de werkelijke behoefte van onze inwoners en om deze reden kunnen wij niet instemmen met de notitie Beeldende Kunst Aalsmeer 2025. Dank u wel. De voorzitter: De VVD. Mevrouw Vleghaar: Dank u wel, voorzitter.

Eerst willen we als VVD-fractie aangeven dat we zeker van kunst houden. Tegelijkertijd staan we voor een financieel uitdagend jaar, waarin we als gemeente verstandig met onze middelen om moeten gaan. Dat vraagt om duidelijke keuzes

Pagina 11 van 25

en prioriteiten stellen. Voor de VVD heeft deze uitgave op dit moment geen prioriteit. Daarom stemmen wij tegen. De voorzitter: FlorAalsmeer. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden dat de kunstwerken die op dit moment in Aalsmeer staan, wat meer aandacht mogen krijgen en dat die ook wel opgeknapt mogen worden. Alleen zijn wij van mening dat dit voorstel daar niet over gaat. Wij zijn voor verfraaiing van de buitenruimte en bovendien vinden wij dat wij de afgelopen tijd vrij makkelijk besluiten hebben genomen over veel grotere bedragen met veel meer nullen, dus wij zien de dit niet in verhouding tot eerder genomen beslissingen. Wij stemmen dan ook voor dit voorstel. Dank u wel. De voorzitter: GroenLinks PvdA. De heer Buisma: Voorzitter. Ja, politiek is soms net een slecht geschreven toneelspel. Je weet welke rol iedere partij hoort te spelen. Het decor wiebelt zo nu en dan gevaarlijk en ergens aan de zijkant van het podium staat een raadslid vrolijk te knipogen naar het publiek. Zo ook vanavond, waar partijen opeens een hele andere toon aanslaan dan dat we daarvoor bij andere besluiten gehoord hebben. En daar zitten we dan.

We hebben vorige week een gebiedsvisie doorgeworsteld, waar eerst een coalitiepartij tegen was en daarna weer voor, vermoedelijk omdat ze een politieke tegenwind hadden, en nu een paar agendapunten later, heeft diezelfde partij hun innerlijke Spartaan gevonden. Dit is de heuvel waarop ze willen sterven. Niet op 50 miljoen voor een zwembad, dat ging erdoorheen alsof we het collectief in onze achterzak hadden zitten. Niet op 10 miljoen voor een brandweerkazerne, nee, deze werd zonder discussie goedgekeurd alsof het de prijs van een kop koffie was. Nee, voorzitter, de ware financiële catastrofe, de diepe afgrond waarin Aalsmeer zal wegzinken. De ongecontroleerde maalstroom van economische ondergang is kunst in de politieke ruimte. 50.000 euro per jaar. Eigenlijk 25.000, maar we moeten nog wat inhalen van de afgelopen paar jaar. Een bedrag dat zo bescheiden is dat het ergens tussen twee verkeersdrempels en een derde wethoudersalaris invalt. En dit, voorzitter, is het moment dat sommige partijen besluiten dat de financiële discipline ineens heel belangrijk is. Dat noemen wij boter op ons hoofd. Niet een klein klontje, maar de complete zuivelindustrie van Nederland. Kijk, kunst in de openbare ruimte is niet alleen leuk meegenomen. Het maakt de gemeente mooier, socialer en levendiger.

Het zorgt ervoor dat Aalsmeer niet alleen een verzameling gebouwen en wegen is, maar een plek waar mensen zich thuis voelen. En het is niet alsof we hier in Aalsmeer aan het geld smijten zijn, voorzitter. We hebben het namelijk al jaren laten afweten. Het is een investering in de leefbaarheid van onze gemeente. Dus, voorzitter, als je net 50 miljoen aan een zwembad goedkeurt, als je zonder morren 10 miljoen aan een brandweerkazerne uitgeeft, dan kan je nu niet de besparingsridder lopen uithangen op een bedrag wat minder is dan de jaarlijkse koffieconsumptie van deze gemeente. Of doe ik nu een club een idee aan de hand? Dank u wel. De voorzitter: D66. Mevrouw Geisler: Dank u wel, voorzitter. Van al onze kunst en cultuur is kunst in de buitenruimte misschien wel de meest zichtbare. Inwoners geven aan dat zij genieten van kunst en vragen actief om meer en andere kunst en geven zelfs suggesties over waar goeie plaatsen zijn. Sinds 2017, als je niet oppast is dat al bijna 10 jaar, is er geen nieuwe kunst in de buitenruimte geplaatst en D66 betreurt dat zeer. Daarom zijn we blij dat in deze notities concrete bedragen en procedures worden aangegeven om te komen tot nieuwe kunst in de buitenruimte. Helaas worden nog geen concrete termijnen genoemd, dat zouden we ook graag zien. Zelfs in een reservering voor onderhoud van de kunstwerken is voorzien, zodat onze kunst ook mooi blijft.

D66 is blij met deze notitie en hoopt dat de inwoners van de gemeente Aalsmeer op korte termijn van meer mooie kunst kunnen genieten. D66 is voor dit voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Tot slot het CDA. Pagina 12 van 25

De heer Van den Nouland: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, het CDA kan redelijk kort zijn. Wij kunnen ons goed vinden in de inhoud van de notitie en we zullen daarom ook akkoord gaan. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb wat suggesties gehoord aan het college, niet echt vragen. Volgens mij kunnen wij overgaan naar de besluitvorming. Dat is het geval. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen? Dat is niet het geval. Wie is voor dit voorstel? Dat is het CDA, D66, GroenLinks PvdA, FlorAalsmeer en met de telling is daarmee het voorstel aangenomen. Rb-11

Geluidbeleid bij nieuwe ontwikkelingen De voorzitter: Agendapunt 11: Geluidsbeleid bij nieuwe ontwikkelingen. We gaan lekker vlot door. Ik geef het woord graag aan GroenLinks PvdA, de heer Buisma. De heer Buisma: Ja, wij hebben iets goed gedaan de vorige keer, dus wij openen iedere keer. Even in kort bestek waar het over gaat. Het is het nieuwe geluidsbeleid en op het eerste gezicht lijkt dit een prima actualisatie. Oude regels eruit, nieuwe regels erin en een mooie verwijzing naar de omgevingswet. De aanzet is goed, maar er ontbreekt iets essentieels. Duidelijke kaders voor hoe en wanneer er mag worden afgeweken van deze regels. En eigenlijk hebben we maar één vraag aan het college: ‘Kan het college de zorg wegnemen dat Klaas hier straks niet mag bouwen, maar Jan wel’? Dit beleid, namelijk, stelt normen en richtlijnen vast, maar geeft het college tegelijk de vrijheid om daar gemotiveerd van af te wijken. Dat klinkt redelijk, maar in praktijk betekent dat dat de regels niet hard zijn. En als de raad straks vraagt waarom er in een omgeving toch gebouwd mag worden, hoeft het college straks alleen maar te verwijzen naar dit voorstel. We hebben het gemotiveerd. Waarom zou de raad akkoord gaan met het beleid, waarin het college zonder heldere criteria kan afwijken? We hebben hier drie grote zorgen over. Het college mag afwijken, maar legt nergens uit wanneer en op welke gronden.

Dat betekent dus dat de ene ontwikkelaar nee te horen kan krijgen, terwijl de andere wel een uitzondering krijgt. Dat is geen beleid, maar dat is gewoon een blanco cheque. Kan het college zich hier toch niet eens over buigen? Hoe zorgen we er nou voor dat er duidelijke kaders komen, dat niet de ene bouwer straks voorrang krijgt boven de andere. En hoe zorgen we ervoor dat we als raad niet volledig buitenspel komen te staan? Want zonder duidelijke kaders kunnen we als raad niet controleren. Als straks een besluit genomen wordt om te bouwen waar de norm eigenlijk te hoog is, kan de raad protesteren wat hij wil, maar het college zal wederom verwijzen naar deze nota. Dus hoe garanderen we nou dat we in ieder geval geïnformeerd worden, of op een manier meegenomen worden bij dergelijke besluiten? En als laatste, nou zal het als de PvdA niet heel erg verbazen dat we hier ons druk over maken, maar hoe zorgen we er nou voor dat dit beleid niet straks wordt gebruikt om goedkope woningen juist te frustreren? Terwijl de dure appartementen soepel door het proces lopen.

Dus wat betekent dit beleid concreet voor sociale huur en middenhuur? Wordt daar dan net zo soepel mee omgegaan, als bij de luxere projecten? Dus ons standpunt vooralsnog is, we kunnen eigenlijk nog niet akkoord gaan zonder dat we op deze vraag iets van antwoord of een tegemoetkoming zien van het college, dus denk met ons mee dat er iets van een kader kan komen, waarop u gemotiveerd mag afwijken. En dat wij het kunnen volgen als raad. Dank u wel. De voorzitter: D66. De heer Tol: Dank u wel, voorzitter. Het beleidsstuk is er één in een lange reeks van aanpassingen om de omgevingswet vorm te geven. Ook dit beleidsstuk is niet zozeer bedoeld om nieuwe normen neer te leggen of nieuwe afspraken te maken. Het is in wezen een vertaling van het nu al bestaande beleid, maar opnieuw vormgegeven naar de standaarden van de omgevingswet. Er staan dus niet zozeer nieuwe normen in, maar bestaande normen uit verschillende bronnen worden weergegeven in één overzichtelijk stuk. Wat ook al bij de commissiebehandeling bleek, dit zet daarmee wel een paar onderwerpen in de schijnwerper. Bijvoorbeeld de manier van bouwen. D66 is er blij mee, met de erkenning dat de manier van bouwen en de voorwaarden die daarbij worden gesteld, nu een vaste plaats krijgen wat betreft Pagina 13 van 25

geluidsdemping en absorberen. Tot voorkort was dat nog een discussie en deze wordt nu vastgelegd. Daar zijn we erg blij mee. De manier van meten, wat D66 betreft is het vervelend dat de gemiddelde geluidsnormen worden gemeten over irrelevante tijdsbestekken en dat momenten van piekbelasting in dit stuk afwezig zijn. Dit komt ook niet binnen de meting van gemiddelde geluidsnormen naar voren. We begrijpen dat de weergave van de normen in dit beleidsstuk het gevolg zijn van de landelijke manier van normeren, maar dat deze twee aspecten bij de behandeling van onderwerpen waar deze raad een rol spelen, wel degelijk naar voren gebracht kunnen worden. Zolang het duidelijk is dat de raad daar een rol in kan blijven spelen, kunnen wij leven met het voorgestelde beleidsstuk. Hogere grenswaarden, daar geldt toch een vergelijkbare wijze een discussiepunt dat tijdens de commissie behandeling naar voren is gebracht, het toestaan van zo'n hogere grenswaarde. Uiteindelijk gaat het hierbij over het uitvoeren van beleid en het beleid wordt ook in een stappenplan voorgelegd aan de raad. Het beschreven proces is wat ons betreft op orde, daarmee zijn er twee mogelijke toekomstige routes. Eén waarbij een hogere grenswaarde betrokken is bij een gangbaar vergunningsproces wat langs de gemeenteraad komt en waar de gemeenteraad op dat moment zijn mening over kan geven.

En één waarbij er op incidentele basis een discussie ontstaat over een individuele casus. Dat is echter een typische omstandigheid waar de raad per definitie geen rol speelt. Het college kan de gemeenteraad in dat geval natuurlijk op de hoogte houden. Maar strikt genomen is dat een voorbeeld waarbij een rechter, in de meeste gevallen de Raad van State, uitsluitsel geeft. Alles overwegend kan de fractie van D66 zich scharen achter het voorstel. Dank, voorzitter. De voorzitter: Het CDA. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Het CDA is daar iets korter over. We hebben het er in de commissie over gehad en toen hebben we geconstateerd dat het inderdaad een wijziging is voor de omgevingswet. De omgevingswet, daar was het CDA nooit een voorstander van, maar daar hebben we niks over te zeggen hier in Aalsmeer. Daar moeten we gewoon aan voldoen. Dus dit geluidsbeleid, dat komt gewoon in de nieuwe omgevingswet terecht en voor het CDA is dat akkoord. De voorzitter: Absoluut Aalsmeer. De heer Koster: Ja, dank, voorzitter. We hebben al eerder aangegeven in commissieverband dat we instemmen met het voorstel, maar het laat onverlet dat ik op dit moment toch ook even aansluit bij de woorden van de heer Buisma, omdat in de notitie staat opgenomen dat er enkel maatregelen worden toegepast die financieel doelmatig zijn.

Dat is het enige aspect waar op gelet wordt met deze maatregel en als er bezwaren zijn van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of technische aard kan er afgeweken worden. Nou, ik vind die verhouding tussen die twee groepen financieel en die overige groep, dat is dat is wel een erg ruime interpretatie. Dus ik ben net als de heer Buisma erg nieuwsgierig naar welk kader het college hierbij wil hanteren. Dank u. De voorzitter: De VVD. De heer De Vries: Ja, dank u, voorzitter. Het geluidbeleid bij nieuwe ontwikkelingen. Alle vragen zijn beantwoord, de VVD heeft geen vragen en we kunnen meegaan in het voorgestelde beleid. De voorzitter: Tot slot, FlorAalsmeer. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. FlorAalsmeer is er niet van overtuigd dat inwoners voldoende beschermd worden tegen geluidsoverlast en dan hebben we het met name over het feit dat wij in Aalsmeer een hele aparte situatie hebben omdat er tussen de woningen, tussen de linten, steeds meer bedrijven verschijnen die geluidsoverlast veroorzaken door het weerkaatsen van geluiden. In sommige gevallen hebben mensen driedubbel last van geluidsoverlast, door Schiphol, door een tunnel en door een bedrijventerrein wat in hun achtertuin verschijnt. En wij zijn er gewoon niet van overtuigd dat dat voldoende wordt Pagina 14 van 25

meegenomen in dit stuk, dus daar zouden wij dan nog wel heel graag een… Nou ja, als de wethouder ons daar wel van kan overtuigen, dan zouden we wellicht voor kunnen stemmen. Maar dat zijn we op dit moment gewoon niet. Wij hebben ook wat moeite met het gecumuleerde geluid en dat er heel ver wordt gekeken naar gemiddelde, jaargemiddelde, zeker als het over Schiphol gaat, terwijl we natuurlijk met elkaar allemaal weten dat wij dagelijks veel meer overlast hebben dan het gemiddelde uitwijst. Dank u wel. De voorzitter: Er zijn nog een paar vragen gesteld aan het college. Ik vraag de portefeuillehouder hierop in te gaan. Het woord is aan wethouder Kabout. De heer Kabout: Ja, dank u wel, voorzitter. Laat ik dan beginnen met de vraag van Mevrouw Keessen, FlorAalsmeer. Ja, u vraagt, hoe zit dat met de verschillende soorten van geluid, nou, we hebben dat ook geprobeerd vorige keer uit te leggen, maar ik snap, de wetgeving zit behoorlijk ingewikkeld in elkaar, dus ik kan me voorstellen dat dat niet makkelijk te doorgronden is. Het is zo, dat dit beleid zoals dat hier voor u ligt, dat gaat dus alleen om als er nieuwe woningen worden gemaakt, dus daar heeft het betrekking op. Als er nieuwe woningen worden aangevraagd hoe dan het geluid wordt beoordeeld van wegen, spoor en industrie. Nou, dat is, zo moeten wij dat op deze manier doen, dus daar heeft dit beleid specifiek betrekking op.

Het is zo dat daarnaast zijn er ook nog, is er ook nog andere regelgeving het zogenaamde BAL, dat is het Besluit Activiteiten Leefomgeving. Dat gaat weer over allerlei andere vormen van geluid, waarop ook grenswaarden vastgesteld kunnen worden. En dan ten slotte is het inderdaad ook nog zo, dat wij moeten als gemeente ook nog een zogenaamde cumulatietoets doen. Dus wij moeten ook nog als gemeente en dus ook bij een nieuwe woning, moeten wij ook altijd nog die zogenaamde cumulatietoets doen. Ook weer een ingewikkeld woord, maar dat komt er eigenlijk op neer dat alle vormen van geluid bij elkaar opgeteld, moeten wij dan gewoon uitleggen waarom wij vinden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu. Dus dat is wel wat allemaal ook gebeurt op het moment dat wij zo'n ja, zo'n vraag moeten toetsen. Dus dat in reactie op de vraag van mevrouw Keessen. Ja, dan de heer Buisma, die heeft vooral moeite met eigenlijk de uitzonderingsclausule in het stuk. Wij kunnen het beleid wat wij aan u voorleggen, dat geeft eigenlijk een mogelijkheid om daarvan af te wijken. En ja, u noemt een aantal zorgen, hoe wordt nou voorkomen dat het voor, u noemde Klaas wel en Jan niet, als voorbeeld van als iemand iets aanvraagt. Nou, laat ik daar proberen nog een paar dingen over mee te geven. Kijk, zoals u zelf al zegt, hebben we in de eerste plaats dan een motiveringsplicht.

Dat is natuurlijk hoe het werkt. We proberen eerst natuurlijk het beleid helemaal toe te passen en als dat niet lukt en we vinden toch wenselijk dat die woning wordt gerealiseerd, dan moeten we dat gemotiveerd aangeven. Dus dat is inderdaad hoe het werkt. En dat is een heel gebruikelijke constructie die in heel veel beleidsstukken, ook bijvoorbeeld, in het sociaal domein heb je bijvoorbeeld ook altijd een hardheidsclausule, om maar een voorbeeld te geven. En dat nou juist per definitie gaat om datgene wat je aan de voorkant niet helemaal kan uitschrijven in kaders, dat hebben we hier gedaan. Dat is nou juist bedoeld voor die situaties waarin, ja, die moeilijk in kaders te vatten zijn en waar je alles afwegende toch vindt dat je het zou moeten verlenen. En hoe vindt de toets daarop plaats? Hoe kunt u daar een vinger aan de pols houden? Hoe kunt u daar een mening over vormen ook in de komende jaren? Normaal gesproken zal moeten blijken dat bij alle aanvragen die hierop getoetst gaan worden, moet ook die toepassing van deze clausule een uitzondering zijn. Als zou blijken dat in de meerderheid van de gevallen we iedere keer deze zouden toepassen, dan zou dat, denk ik, een goed signaal voor u zijn om te zeggen volgens mij moet het beleid worden aangepast. Dat zou ik nog willen… En ten slotte als… Nou ja, ik zie een interruptie, de heer Buisma. De voorzitter: De heer Buisma.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=14a43da0-50a1-4893-8491-6ec4987fce65