20241107 Gemeente Aalsmeer Verslag Raadsvergadering - Besluitvormend
Tekst van het document
De voorzitter: Ik denk dat we hier een mooi gesprek daarover gehad hebben. Het stuk komt nog bij de raad, ik denk dat dit wel een vervolg aldaar krijgt, maar we hebben hier even kunnen voorproeven wat mogelijk de discussie gaat worden. Wethouder, kunt u vervolgen met uw verdere beantwoording? Wethouder Kikkert : Ja, u had het over een dashboard Wmo, althans, zo heb ik het begrepen en de heer Fransen had het over raadsdeskundigheid op het gebied van een aantal zorgelementen: ouderenzorg, zorg, Wmo. Daar kunnen wij u natuurlijk best bij faciliteren om de deskundigheid in de gemeenteraad te vergroten. We kunnen best sessies organiseren rondom de Wmo en rondom wonen, welzijn en zorg. Die handschoen pak ik gewoon op en we gaan sessies organiseren. Ik ga nog even door. Absoluut Aalsmeer, u had het over de werking van de democratie en wat u eigenlijk zei: laten we nou oprecht naar elkaar luisteren. Niet alleen horen, maar oprecht naar elkaar luisteren. Dat is uit mijn hart gegrepen. Dat is eigenlijk het enige wat ik ten aanzien van uw inbreng kan zeggen. D66 heb ik eigenlijk geen vragen gehoord. Ik heb wel een persoonlijke ontboezeming gehoord. Nou, ik bied u aan om u te helpen om af en toe een glaasje wijn met u te drinken. De voorzitter: Goed. Dit leidt, voor de kijkers thuis, tot enige commotie hier. Maar wethouder, gaat u verder.
Wethouder Kikkert: Dan moet ik ook gaan letten op mijn jasje, moet ik dan eerlijk zeggen. GroenLinks, Partij van de Arbeid, u had het over die raadsdeskundigheid. Nou, daar heb ik u net een antwoord op gegeven. U had het ook over duurzaamheid. Wanneer krijgt dat een vervolg? Nou hebben we een klimaatbeleid. Dat beleid zijn we nu aan het analyseren, maar we zijn daarbij ook aan het kijken: wat maken we nou waar van dat beleid? Dat gaan we vatten in een duurzaamheidsprogramma of een agenda, of hoe u dat mogen noemen. Daar hebben we al een eerste sessie over gehad met woordvoerders uit de gemeenteraad. Het was jammer dat u daar niet was en ook de Partij van de Arbeid niet, maar we gaan met die sessies door en dan hoop ik dat u aanwezig bent bij die sessies. U had het over aardig zijn en vrede. Nou, daar ben ik het ook helemaal mee eens. Maar u vroeg waarom is het geld voor de bibliotheek Kudelstaart, de bibliotheekvoorziening, niet opgenomen in de begroting na 2026? Nu is het nou juist dat dit met tijdelijk geld gefinancierd is en het dient er nou juist toe om te kijken wat voor effect zo'n bibliotheekvoorziening nou heeft op de bibliotheek in de Marktstraat. Dus laten we gewoon dit experiment voeren. Het is overigens zo, maar we weten het nooit met dit kabinet, dat die SPUKgelden omgezet gaan worden in structureel geld. Althans, dat is het beeld dat we nu hebben.
Maar dan komt er onmiddellijk een korting op, dus ja, in die zin moeten we ook altijd voorzichtig zijn met het uitgeven van geld, want onze begroting moet wel structureel blijven sluiten. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Ja, dan om hem even helder te maken. Maar dan kan het dus zijn dat, als het succesvol is, dat het stopt omdat ze er geen geld voor hebben. Klopt dat? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Kikkert: Dat is altijd de mogelijkheid. Tegelijkertijd, en dat is dan weer het positieve, zijn we ook bezig met de gebiedsvisie Kudelstaart en zijn we bezig met te kijken hoe moeten we dat centrum nou op een zodanige manier inrichten dat we het voorzieningenniveau voor Kudelstaart omhoog kunnen tillen, om het zo maar te zeggen. Daar zit ook een bibliotheek in, maar daar komt ook een investeringsprogramma bij. Dus dat wil zeggen, we hebben opbrengsten en we hebben kosten, en die opbrengsten worden vooral gevoed door potentiële woningbouw, ook in het centrum. Dus in die zin kunnen we daar ook de afweging maken. Daar zitten dit soort type voorzieningen ook in als mogelijkheid. U had het ook over toon moed en lef, stel kantoorpanden beschikbaar voor huisvesting voor starters. U merkte op dat de toekomst in onze handen ligt. En met ons bedoelde u de gemeenteraad en het college. Dat klopt.
Op zichzelf is dat natuurlijk zo, maar die toekomst is niet altijd maakbaar. En ik ga iemand citeren en u gaat heel gelukkig worden: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. En wat ik daarmee bedoel, kijk, de voorbeelden die u geeft, dat zijn panden die liggen in LIB-zone, LIB-3 en 4. En u weet dondersgoed dat daar enorme beperkingen op liggen. Daar mogen we niet permanent wonen, daar mogen we helemaal niet wonen. Feitelijk mogen we daar alleen verblijven, en dat is verblijven voor een beperkte tijdduur. Dus in die zin, dat kan helemaal niet. Pagina 27 van 39
De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Ik ben altijd blij als Wilmink aangehaald wordt, dat is de tweede keer vandaag, want ik begon uiteraard ook met een gedicht van Wilmink. Maar mijn oproep is, want ik vind het prima dat u zegt, iets kan niet, maar doe uw best. Ga kijken wat mogelijk is, ga eromheen. We bouwen voor arbeidsmigranten op een plek waar dat eigenlijk niet kan en daar rekken we de regels op van hoe lang mensen daar verblijven, want die mensen verblijven er echt gedurende het jaar. Niemand zet een hotel neer om te zeggen: ik doe maar de helft van het jaar mijn kamers vol, die gaan echt een poging doen om hem helemaal vol te zetten. Dus ga kijken. Als u zegt, dat kan niet, dan begint u al met 3-0 achter. Dus mijn oproep is: denk er over na en als u zegt: ik heb alles geprobeerd maar het lukt niet, prima, maar ik heb niet het gevoel dat u alles geprobeerd heeft. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Kikkert: Ja, wat kan ik daarop zeggen? Wij doen ons uiterste best, maar we lopen natuurlijk ook tegen die wetgeving aan, die regelgeving die wordt vooral uitgevoerd door het ministerie. Nou, we lopen daar gewoon op een dood spoor, kan ik u zeggen. Dus wat dat betreft komen we niet verder, ondanks onze best. Ja, van FlorAalsmeer had ik eigenlijk geen opmerkingen en geen vragen gehoord. Dan ga ik over naar de moties en de amendementen.
Laat ik beginnen met het amendement versterking raadstoezicht bij strategische aankopen. Ja, wij vinden het niet wenselijk, als college, dat dit amendement wordt aangenomen. En waarom niet? Omdat je dan de snelheid van handelen mist, maar ook omdat je feitelijk dan aansluit bij het reglement van orde, die die zeven dagen termijn kent. Ja, dan hoeven we deze hele notitie niet vast te stellen, als ik hem heel plat sla, want dan kunnen we de reguliere weg volgen terwijl er nou juist soms zaken zich voordoen waar je heel snel op moet kunnen inspelen. Dus vandaar dat wij als college zeggen dat het ons zou helpen als deze notitie wordt vastgesteld. Daarmee doen we het budgetrecht van de raad geen geweld, want u stelt gewoon budget beschikbaar en er staan allerlei criteria in op basis waarvan wij moeten handelen en u kunt ons achteraf altijd ter verantwoording roepen. De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: Als de raad u achteraf ter verantwoording roept over iets dergelijks, draait u de koop dan terug? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Kikkert: Dat denk ik niet, nee. Want we hebben feitelijk binnen alle criteria die vastgesteld zijn toch min of meer ook wel een stukje vrijheid van handelen, maar die criteria zijn wel gewoon heel erg scherp. De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: U heeft het over een stukje vrijheid van handelen voor vijf miljoen.
En dan zegt u: voor vijf miljoen is een termijn van zeven dagen te kort, want het kan soms sneller. Ik vermoed dat u, het is uiterlijk zeven dagen, het kan ook zes of vijf, maar ik vermoed dat u in die tussentijd ook een collegevoorstel moet maken. Als je een collegevoorstel maakt en je streept het woordje college door en daar schrijf je raad, heb je precies hetzelfde. Dus volgens mij kan dat in één afwas door en hoeft dat helemaal geen tijd te kosten. Dat aan de ene kant. En aan de andere kant, op het moment dat je zo'n dergelijk voorstel doet en de raad zegt: dat is een goed idee, het is een goed idee, doe maar, dat is toch vele malen sterker als gemeente dat de raad er op voorhand achterstaat dan op achterhand een discussie te hebben waar je niets meer aan het fenomeen kunt doen. En als u zegt van ja, dan hoef je in feite de notitie niet aan te nemen als argument om een motie af te wijzen, dat is natuurlijk een rare redenering. Dat zou kunnen, dan is de motie overbodig, prima. Amendement, sorry. Maar nu vraagt u om vijf miljoen te mogen uitgeven op voorhand, met een aantal criteria, waarbij de raad achteraf geïnformeerd wordt. Ja, dat raakt zo fundamenteel ons budgetrecht, dat wij echt vinden dat dat fout is. En dat argument van die tijd, ik heb graag dat u nog eens een keer uitlegt waarom zeven dagen te kort zou kunnen zijn om dit te doen.
De voorzitter: Ik constateer geen vraag. Daarbij is dit debatje heeft ten einde. Misschien nog uw tweede termijn ... Ja, er zit een retorische vraag in, natuurlijk, in dat opzicht. Maar goed, om in uw tweede termijn hier wellicht even op terug te komen. Wat dat betreft zitten de inzichten ver uit elkaar. De wethouder. Wethouder Kikkert: Ja, dan ga ik door naar de motie gastvrij gemeentehuis. Ik kijk even naar het dictum, naar punt twee. Punt één, daarvan denk ik dat we dat al doen, maar punt twee gaat Pagina 28 van 39
heel specifiek over een koffie- en theeautomaat. Laat ik u zeggen dat we dat gewoon gaan doen. Dan de motie over boden in dienst van de gemeente. Dat vinden wij als college niet wenselijk, omdat je dan weer kwetsbaarheid in huis haalt. Er zitten overigens ook de aannames in dat we het niet goed doen, terwijl we het volgens mij hartstikke goed doen. We zijn een hartstikke welkome gemeente. Mensen worden goed geholpen aan de balies en bij de receptie en door de boden. Dus in die zin is het niet nodig om de bodes in eigen dienst te nemen. En het maakt kwetsbaar. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Een van de argumenten om dit te doen, is dat we het idee hebben dat er vanuit de AA-organisatie af en toe niet geleverd wordt, maar we betalen daar wel op door. Dus daar graag dan een argumentatie op over de kwetsbaarheid. Als we dus betalen voor een dienst die we niet geleverd krijgen, hoe we dat dan zien. De voorzitter: Wethouder, misschien kunt u even de systematiek uitleggen hoe dat zit met de gastheren die wij hier krijgen, hoe dat precies werkt. Wethouder Kikkert: Nou, laat ik het zo zeggen: wij hebben niet die signalen dat het niet werkt. Wat wij zien is dat we juist heel erg gastvrij zijn. Mensen worden goed geholpen, worden hun plaats gewezen, krijgen straks nog een kopje koffie die ze zelf kunnen tappen.
Dus wij zijn de mening toegedaan dat we heel erg dienstverlenend zijn. De voorzitter: De vraag van de heer Buisma en misschien kan ik u even goed bij helpen, op het gevaar af dat we wel even op het systeem blijven en niet op personen komen, is dat we eigenlijk maar één bode in dienst hebben van de AA-organisatie. Die is ook vanavond aanwezig. Met de rest is veelal een contract met een extern bureau afgesloten dat moet leveren op het aantal fte's dat we bij elkaar afspreken. Ik begrijp dat daar wisselende tevredenheid over is en dat is misschien de achterliggende gedachte. Volgens mij is de vraag van de heer Buisma hoe de wethouder daartegen aankijkt. Niet zozeer over de ontevredenheid, maar of het dan goed werkt met het externe bureau. Wethouder Kikkert: Nou, ook dat vinden wij dat het goed werkt. Laten we niet over personen spreken, maar met die mensen hebben we ook gewoon een gesprek over hoe bejegen je nou mensen, hoe ben je gastvrij? Dus in die zin nemen we ook die mensen mee in de manier waarop wij het hier in Aalsmeer doen. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Voorzitter, dit snap ik. Ik snap dat op het moment dat je iets op een bepaalde manier inregelt, maar waar ik naar op zoek ben, is dat we kijken of het beter kan. En als u zegt: ik vind het fantastisch gaan, het kan niet beter, top, dan weten we genoeg.
Maar ik zou u willen uitdagen om te kijken of we op een andere manier die systematiek kunnen inregelen. We hebben hier weer een ambtelijk apparaat in huis genomen en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we een klein deel van ons personeelsbestand daarbij vergeten zijn en dat die bodes echt gekoppeld willen hebben aan het gemeentehuis van Aalsmeer, niet aan het gemeentehuis van Amstelveen of aan een extern bureau. Dus ik wil u uitdagen om daar eens over na te denken en of u daar mogelijkheden in ziet. En als u zegt: ik vind het allemaal fantastisch zoals het gaat, ook goed, maar dan weten we dat. De voorzitter: De wethouder, tot slot. Wethouder Kikkert: Nou, ik ben dan aanhanger van die laatste stelling die u poneert, het gaat gewoon goed gaat. Los van de systematiek waarop we werken met Amstelveen en met de dienstverleningsovereenkomst. Dan de telefonische afspraakverplichting. Het is al niet meer zo dat mensen alleen maar telefonisch een afspraak kunnen maken. Zij kunnen ook gewoon hier in het gemeentehuis komen en hier aan de receptie een afspraak maken. En als het even kan en er is iemand beschikbaar, worden die personen gelijk geholpen. Maar dat kunnen we natuurlijk niet beloven, omdat niet altijd de desbetreffende ambtenaar aanwezig is. Ja, dan moet je toch later terugkomen, maar je kunt hier dus al komen om een afspraak te maken.
De voorzitter: Volgens mij bent u aan het einde gekomen van uw beantwoording. We vragen wethouder Kabout nog even terug voor onder andere de resterende vragen over grondwater. Wethouder Kabout: Voorzitter, dank u wel. Volgens mij zijn er nog twee vragen van het CDA, die waren ons niet ontgaan. Een opmerking over het grondwater en ook over de wet kwaliteitsborging in de bouw, maar we hadden die meer als oproep geïnterpreteerd in plaats van een specifieke vraag, maar dan bij deze alsnog. Als het om grondwater gaat, raakt dat natuurlijk eigenlijk alle portefeuilles. Het kan vanuit klimaatadaptatie worden gezien, maar het Pagina 29 van 39
is natuurlijk ook openbare ruimte, maar zeker ook bij de woningbouwprojecten. Het woningbouwproject wat CDA noemde, de heer Van Willegen, nou, in het bestemmingsplan is daar natuurlijk aandacht voor geweest. Maar inderdaad, de praktijk wijst uit dat het niet heel goed is gegaan, om het zo maar even te zeggen. Ik kan u aangeven, we hebben bijvoorbeeld bij het woningbouwproject bij de Roerdomplaan, Meervalstraat daarna nog fors geld bijgelegd om nog extra maatregelen te nemen. Het was heel prijzig, kan ik u vertellen. Heeft u in de grex allemaal toen terug kunnen lezen. Gelukkig is dat een heel winstgevend project, maar dat drukt dat wel weer, juist ook vanuit die waterproblematiek. Dus dat zijn wel degelijk zaken waar scherp naar gekeken wordt en wat zeker in onze gemeente uitdagend is. Ook de waterparagraaf die altijd wordt vastgesteld samen met het waterschap, ook bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dus vanuit verschillende portefeuilles is er aandacht voor en we nemen de oproep ter harte. Dan tenslotte nog de wet kwaliteitsborging in de bouw. Ja, het is ons niet ontgaan dat u daar wat kritisch over bent. Maar goed, wij hebben als gemeente deze wet in ontvangst mogen nemen vanuit Den Haag en de teksten die daarbij staan, zijn de teksten zoals de wet is aangeprezen, wat dat allemaal voor voordelen gaat bieden.
Dus dat zijn in die zin niet onze teksten, maar eigenlijk meer de weergave van de bedoeling van die wet. Nou, hij is natuurlijk ingevoerd dit jaar met de eerste fase. De tijd zal moeten leren of de voordelen de nadelen zullen overtreffen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan wethouder Spaargaren. We hebben nog twee vragen en de motie met betrekking tot de Meerlanden. Aan u het woord. Wethouder Spaargaren: Voorzitter, dank. Allereerst de zichtlocaties van het CDA. U weet, daar staat niets over vermeld op bladzijde 51 van de programmabegroting waarin we aangeven dat we als college in 2025 met een bestedingsplan komen waar we extra groen, met name bomen, graag zouden willen aanplanten om deze gemeente te vergroenen, bij voorkeur op zichtlocaties. Dan is uw terechte vraag: zichtlocaties, wat zijn dat dan? Dat zijn, zoals ik dat in de antwoorden heb mogen geven, plekken waar veel Aalsmeerders eens langs komen fietsen en aanwezig zijn. Wij hebben daar geen lijst van, maar u kunt zich een beetje voorstellen, we gaan niet een weelderige bossage aanleggen aan het eind van een doodlopende weg, maar meer op plekken waar veel mensen komen, zodat zoveel mogelijk mensen kunnen genieten van dat extra groen dat we dan gaan aanplanten. Dus ja, ik laat dat vakmanschap graag bij de ambtenaren om even te kijken welke plekken in de gemeente we graag versterkt willen zien.
Maar ik zal daar scherp op toezien, dat weet u, als portefeuillehouder. Ik hoop dat ik hiermee uw vraag beantwoord heb. Ik ga snel door. Nog een motie van GroenLinks en PvdA over het onderzoek naar het opdrachtgeverschap in relatie tot de uitvoering van groenbeheer door Meerlanden. Nou, daarvan vraagt u ook om dat onderzoek te doen, maar ook of het optimaal is georganiseerd, kosteneffectiviteit, kwaliteitsverbetering, met name naar het opdrachtgeverschap. Nou, hoe kijken wij als college hier tegenaan? Kijk, een onderzoek kan natuurlijk altijd, alleen, wat is het probleem met groen, even platgeslagen in twee dingen. We hebben ooit afgesproken om dat frequentie gestuurd te doen. Dus als we hebben afgesproken dat we daar zeven keer per jaar willen schoffelen, dan gaan ze daar zeven keer per jaar schoffelen, in plaats van dat we een bepaalde beeldkwaliteit daar graag willen zien. Hoe ze dat dan regelen, dat maakt ons dan niet uit. Dus dat is even, maar dat is even contractwerk. Dus daar is wel een aandachtspunt dat we graag anders willen zien. Ja, en het andere is dat de kwaliteit die we zien aan de onderkant is van wat we met elkaar hebben afgesproken. En ja, dat is een constatering. Er is ook een onderzoek geweest. Dat is ook gedeeld met u. Dus ik denk dat in de kern dit de twee, nou ja, problemen zijn waar we tegenaan komen.
Daar zijn we nu mee bezig hoe we dat kunnen optimaliseren. In die zin vinden we dit extra onderzoek niet de toegevoegde waarde hebben en dus niet wenselijk. De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: Dank u, voorzitter. Wij hebben, ik weet niet meer precies wanneer, maar in mei of juni hebben we schriftelijke vragen over dit onderwerp gesteld. Als u nog eens een keer naar de antwoorden kijkt die u toen zelf gegeven heeft, daar geeft u aan dat u het eigenlijk ook allemaal niet weet, of wij het juiste bedrag betalen, of we de juiste opdracht gegeven hebben. Want al deze vragen hebben we gesteld en de antwoorden op deze vragen was dat u dat ook niet weet. Vandaar de motie, laten we dat dan eens uitzoeken. Nu loop ik een beetje vooruit op een reactie straks op de andere partijen, een van de partijen zei van ja, daar is de portefeuillehouder al mee bezig. Ik denk dat het onjuist is om iemand die onderdeel is van wat onderzocht Pagina 30 van 39
moet worden, het te laten onderzoeken. Want het gaat niet om of Meerlanden het werk goed doet of, sorry, moet ik zeggen, of Meerlanden het werk niet goed doet. Je moet kijken naar de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Dan kun je net zo goed zeggen: laat Meerlanden dan dit onderzoek doen, die is ook onderdeel ervan. Dus ik denk niet dat een van die twee partijen dat onderzoek zou moeten doen. We hebben ook gevraagd van, dat was een van de schriftelijke vragen: is er een benchmark wat wij betalen voor dit groen? Het antwoord was nee, dus we weten helemaal niet, misschien betalen we wel veel te weinig. Dat is ook een aspect van opdrachtgever-opdrachtnemerschap. Nou, op het moment dat je dat allemaal niet weet en je zegt: we zijn ontevreden met het groen, en dat delen wij, dat we ontevreden zijn met het groen. Maar je gaat dan eenzijdig zeggen: de schuld ligt daar, zonder dat echt uitgezocht te hebben, dan kon je wel eens het verkeerde besluit nemen. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Spaargaren: Of ik een echte vraag hoorde, weet ik niet, maar laat ik even ingaan op uw opmerkingen. Kijk, we hebben natuurlijk een onderzoek gedaan, dat is met u gedeeld. Daar zijn een aantal constateringen uitgekomen. Natuurlijk hebben wij ook gekeken naar andere gemeenten vergelijkbaar met Aalsmeer en geprobeerd uit te vinden wat zij uitgeven aan groenbeheer.
Nou, dat is wel een lastige oefening, want de een heeft een onderdeel van het groenbeheer uitbesteed en de rest in huis en andersom. Maar laat ik zeggen, nou ja, ongeveer wat het beeld is, is dat wij wel bovengemiddeld betalen aan groenbeheer als je kijkt naar de kosten per inwoner. Dus omgerekend met dat als referentiepunt. Nou, dat is al een constatering waarvan we zeggen, kennelijk betalen we meer dan gemiddeld, maar dan wil je ook graag meer kwaliteit zien. U kunt ook kijken in andere gemeenten hoe daar het groen georganiseerd is en hoe dat eruitziet. Daar hoef ik u verder geen antwoord op te geven, daar heeft u zelf ook een conclusie bij. Het kan echt beter in Aalsmeer. Maar goed, dat is het sentiment wat ik in deze raad nadrukkelijk proef. Dus ja, daar zijn we mee aan de slag gegaan. Dan kunnen we natuurlijk wel gaan onderzoeken van goh, hoe hebben we het in dit gemeentehuis georganiseerd, dat toezicht en de aansturing richting Meerlanden. Dat zou ook een goede vraag zijn, alleen we hebben wel gezegd: we zien twee zaken niet goed optimaal ingericht. Eén frequentie versus beeldkwaliteit en twee, kijk maar naar buiten, het ligt aan de onderkant van wat we hebben afgesproken en dat wordt onderhouden door Meerlanden. Er zijn nog heel veel achterliggende redenen wat wij hebben onderzocht. Alleen vinden we het, laat ik zeggen, niet chic om dat hier in openbaarheid te delen.
Want ja, dat gaat even over wat Meerlanden gepresteerd heeft of waar ze zaken hebben laten liggen. Er is onderzoek voor geweest, dat is met u gedeeld. Daar wil ik het graag bij laten. De voorzitter: Voor de tweede keer de heer Fransen. De heer Fransen: Een van de vragen die wij ook in die schriftelijke ronde gesteld hebben is: wordt de Meerlanden hier op aangesproken? Toen was het antwoord: nee, er zijn geen verslagen van, van dat soort gesprekken. Dus wij missen daar toch echt iets van de verantwoordelijkheid die de opdrachtgever neemt richting de opdrachtnemer en dat samenspel. Nogmaals, is het een vraag, een opmerking: hoe kan je nou als onderdeel van het spel het spel gaan beoordelen? De voorzitter: Volgens mij hebben we hier voldoende met elkaar over gesproken. Tot slot de wethouder. Wethouder Spaargaren: Ja, u zegt dat de Meerlanden daar niet op wordt aangesproken. We hebben periodiek overleg met de Meerlanden over het groenbeheer. We hebben ook onze ambtenaren rondlopen. Die hebben ook contact met de uitvoerders van Meerlanden. Dus dat contact is er. Even ter aanvulling. De voorzitter: We ronden deze nu af, want we gaan nu echt over naar de discussie over opdrachtgever-opdrachtnemerschap en dat gaat even verder dan deze motie strekt. Omwille van de tijd wil ik daar nu streng op zijn. Dus ik dank de wethouder voor de beantwoording.
Voordat ik zelf de beantwoording ga doen, we hebben het goede gebruik inmiddels met elkaar dat we om elf uur even met elkaar polsen hoe we in de vergadering zitten, omdat we er met elkaar altijd naar streven voor elven klaar te zijn. Lukt ons niet altijd. Soms wel voor half negen, maar dat is vanavond niet het geval. Ik denk dat als ik de beantwoording gehad heb, we misschien een paar minuten schorsen om de benen te strekken, kunt u de tweede termijn voorbereiden. Maar volgens mij hebben wij niet heel lang meer nodig in de tweede termijn om tot besluitvorming te komen. Dus dan heb ik met elkaar goede hoop dat we dit wellicht voor Pagina 31 van 39
half twaalf tot een goed einde kunnen brengen. Ik sla de piketpaal eventjes voor half twaalf, geef ik u richting mee voor uw tweede termijn. Duurt het iets langer, dan zei dat ook zo, maar is er iemand die daar ... Kan iedereen zich hier een beetje in vinden? Ja? In het presidium hebben we afgesproken dat we daar even bij stilstaan. Goed. Ik vraag aan de heer Van Willegen om de vergadering even waar te nemen terwijl ik daar ga staan. De plaatsvervangend voorzitter: Dan mag ik nu het woord geven aan de portefeuillehouder en ik heb net gehoord dat we heel streng in de tijd moeten zitten. Dus u bent gewaarschuwd. Het woord is aan portefeuillehouder de heer Oude Kotte. Burgemeester Oude Kotte: Dank daarvoor, voorzitter. Ja, er waren toch nog twee vragen gesteld. Een was van de zijde van de VVD en dat ging eigenlijk over de motie bootnomaden noemde u dat, maar dat was de motie ligplaatsen. Ik begrijp ook dat er inmiddels contact is geweest met raadslid Vleghaar om precies de locaties te identificeren. Dit roept bij ons de vraag op wat we nu moeten doen, gaat het echt om breed beleid of kunnen we oplossingsgericht iets toevoegen? Het lijkt erop dat de oplossing zit in een kleine aanpassing van de APV, waarin we mogelijkheden creëren om actie te ondernemen. Ik verwacht eigenlijk dat begin volgend jaar, in Q1, wat richting u als raad komt, om daar iets mee te doen.
Dat is bij deze APV-wijziging, die nu op het programma staat, niet gelukt, omdat het met ter inzagelegging te maken heeft, enzovoort. Dus dat zit in de pijplijn. Dat komt er echt aan. Ja, en de tweede, er was ook wel een kritische opmerking, even van Absoluut Aalsmeer over het vervolg van de kazerne. U heeft natuurlijk daar een heel goed punt, maar ik dacht dat het misschien goed is om nog even in herinnering te roepen hoe dat gesprekje ging bij de presentatie. Dit was de presentatie over de kazerne en de feitelijkheden over de kosten. Wat is de brandweer nu van plan zijn en hoe hebben ze dat sober en doelmatig weten op te pakken? Ze noemen dat zelf iets anders, maar dat komt eigenlijk hierop neer. Daarmee is toegezegd dat in Q1 het besluit eigenlijk in de raad gaat komen, zodat u kunt bepalen of hetgeen in de presentatie naar voren is gebracht, daar ligt dan het collegevoorstel. Dus daar staat de concrete informatie in en toen is door u als raad gevraagd: als er nou eerder informatie is, kunt u dat dan ons eerder doen toekomen? Nou, dan wil het geval dat vorige week het concept collegevoorstel bij mij in de staf is geweest en zodra dat in het college besproken is, ik verwacht volgende week hopelijk daar wat te kunnen doen, dan zend ik u dat vast toe en dan nodig ik u uit om ons uit te nodigen in uw fractie als u daar nadere toelichting over wilt.
Dan kunt u vast in december meer informatie krijgen voordat het in januari in de cyclus komt. Dus die toezegging doe ik daarbij alvast. En waarom dan dit bedrag in de begroting? Dat is natuurlijk altijd een beetje gek, want volgend jaar moeten we pas dat besluit nemen. En nu ligt die begroting al daar. Dat zit hem toch wel in die begrotingssystematiek. Zodra je de begroting arresteert, moet je de bedragen die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid of naar verwachting een grote impact gaan hebben op de bredere financiën, enigszins begroten. Dat kun je niet met een PM-post doen. Dat moet je echt concreet invullen en het college moet dan een soort van in de glazen bol kijken van wat voor bedrag dat gaat worden. Dat proberen we in te schatten en zo kom je op een bedrag voor het ziekenhuis, excuses, voor het zwembad, laten we de ambities niet te hoog leggen, voor het zwembad, maar ook voor de kazerne, ik zat met mijn hoofd al bij de EHBO-post die daar in moet komen, kom je tot een bedrag. Dat heb je van tevoren enigszins met elkaar natuurlijk in presentaties proberen we feiten te tonen, maar dat kan afwijken. Daar hebben we natuurlijk de systematiek van bestuursrapportages voor en de begrotingswijziging. U moet zich niet laten verleiden te denken dat deze begroting in beton gegoten is. Als raad kunt u dat gewoon, als u die ambitie verlegt, ook aanpassen.
U kunt ons als college ook de opdracht meegeven om daar met u mee te denken over de bijpassende dekking. Dus daarover blijven we altijd met elkaar in gesprek, voorzitter. Dan heb ik nog twee moties, één amendement, die heeft u besproken. Dat ging over die extra middelen met betrekking tot Schiphol. Even voor de systematiek: dat gaat dus om de intensivering van 50.000 euro in ’25 en ‘26 waarvan het tweede deel in de begrotingscyclus van ‘26 meegenomen. Het bedrag dat we met elkaar beschikbaar hebben, is natuurlijk iets meer, want we schuiven van dit jaar ook een deelbedrag nog door naar volgend jaar. Ik kan ook wel zeggen dat we dat bedrag ook wel hard nodig hebben om die paar dingen die we met elkaar besproken hebben te kunnen effectueren. Dan het college, die stelt zich in wat meer bescheidenheid op waar het gaat om de motie over de flexibele inzet van die bedragen. Want daar zitten natuurlijk drie vragen in verstopt. Twee, ik denk dat we heel flexibel met elkaar in gesprek moeten blijven over waar we die bedragen gaan uitgeven. Want we zien de juridische Pagina 32 van 39
zaken op ons afkomen. Daarvan hebben we gezegd: als gemeente gaan we niet procederen, maar zijn we dan wel ontvankelijk om bijvoorbeeld een RBV te steunen? Die vraag komt op ons af. We hebben de onderzoeken die we wellicht moeten financieren. Dus het college staat zeker positief daarin, natuurlijk moeten we daar flexibel in blijven, als portefeuillehouder zeg ik dat ook toe. Alleen daar waar het gaat om het advies om meer budget beschikbaar te stellen, is het natuurlijk lastig voor het college om daar iets over te zeggen, want u gaat daar gewoon als raad over. Het is uw budgetrecht. Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Interruptie voor de heer Fransen, GroenLinks. De heer Fransen: Heeft u gelezen dat er in die motie staat dat er meer geld beschikbaar gesteld moet worden nu? Want dat staat er niet. De plaatsvervangend voorzitter: De portefeuillehouder. Burgemeester Oude Kotte: Er staat natuurlijk in: bereid om op een later moment te overwegen extra middelen beschikbaar te stellen indien dat noodzakelijk blijkt. Daar zult u als raad zich over moeten uitlaten. Als portefeuillehouder stel ik me daarin heel bescheiden op. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat er geen vragen zijn, dus ik denk dat ik weer heel snel klaar ben en het voorzitterschap weer overgegeven.
De voorzitter: Ja, ik moet constateren dat de voorzitter het niet gelukt sinds om de spreker het kort te laten houden, maar goed, het zij u vergeven. Zullen wij voor 5 minuten schorsen? Heeft u daar voldoende aan om even op de tweede termijn in de voorbereiding terug te komen? Ja? Strekken we onze benen. Vijf minuten korte pauze. Schorsing De voorzitter: Wij heropenen de vergadering. We zijn bijna compleet, de fractievoorzitters zijn er. Dat betekent dat we in ieder geval aan de tweede termijn kunnen beginnen. Ik denk, gelet op hoe we vanavond toch uitvoerig het gesprek hebben gevoerd, dat we niet een heel uitvoerige tweede termijn nodig hebben. Maar voelt u zich vooral niet belemmerd om ook het woord te nemen als u daar nog wat dingen aan wilt toevoegen waarvan u zegt: dit moet zeker gezegd worden. In eerste termijn hebben de meeste fracties zich al uitgelaten over moties en amenderingen. Ik zou zeggen: alleen als u een afwijkende stellingname heeft, ga er dan op in, en anders hebben wij goed genoteerd wat er in eerste termijn is gezegd. Het CDA, de heer Van Willegen, mag ik u als eerste het woord geven? De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. U zegt het zelf al. We hebben eigenlijk wel heel veel in de interrupties besproken, ook de uitleg van de moties hier en daar. Dus het CDA heeft op dit moment geen behoefte om nog uitgebreid in debat te gaan met onze collega's.
Als er eventueel vragen zijn voor het CDA, ben ik altijd bereid om namens het CDA ons standpunt weer te geven. Maar anders zijn wij gewoon akkoord met het voorstel. De voorzitter: De VVD. Mevrouw Mijwaart: Dank u wel, voorzitter. Gezien het tijdstip en omdat al onze vragen zijn beantwoord, is het goed zo. Dank u wel. De voorzitter: Absoluut Aalsmeer. De heer Koster: Dank u, voorzitter. Ja, ik wil graag even heel kort reageren. Het antwoord van de portefeuillehouder wat betreft de ESA is de mededeling dat het in de auditcommissie komt. Natuurlijk staat het iedereen vrij is om bij die auditcommissie op de tribune te gaan zitten. Mensen hebben daar ook zitting in, maar ik was nog steeds van mening, en wij zijn nog steeds van mening, dat de ESA ook gewoon de aandacht van de voltallige raad verdient. Dus hoe we dat na de auditcommissie, hij stond in eerste instantie voor 20 november gepland, ik geloof dat die verplaatst is. Maar we zullen nog steeds een keer kijken of we het niet één keer kunnen upgraden naar de bespreking in de raad. De voorzitter: De heer Buisma, interruptie. De heer Buisma: Voorzitter, even een heel korte opmerking en ik laat me graag corrigeren door de voorzitter als het niet het geval is. Maar dit soort besprekingen over organisaties, zijn die openbaar in de auditcommissie of niet? De voorzitter: In principe niet. De heer Van der Zwaag.
Pagina 33 van 39
De heer Van der Zwaag: Dank u wel, voorzitter. In principe is de auditcommissie besloten, maar voor specifieke onderwerpen kunnen we de raad uitnodigen om ook op de tribune plaats te nemen en ook kennis te nemen en eigenlijk ook mee te doen aan de discussie. De voorzitter: Mooi intermezzo, zo. De heer Koster. De heer Koster: Het meedoen aan de discussie, dat is nieuw voor mij is. Ik heb altijd begrepen dat we wel welkom zijn bij een tijdelijke open vergadering van de auditcommissie, maar als we daadwerkelijk ook mee kunnen doen, dan is dat misschien ook een tussenoplossing. Maar dan nog pleit ik ervoor om dit onderwerp nog eens een keer voltallig met de raad te bespreken. Ik heb goede dingen gehoord over de Aalsmeerpas, daar ben ik heel erg tevreden over. Ook wat het effect is van de verhoging van de BTW op de sportabonnementen. Tot slot nog een opmerking over het opdrachtgeverschap met de Meerlanden en die hele discussie. Daar hoor ik enerzijds de wethouder zeggen van: we geven opdracht en kijken vervolgens naar buiten en dan zien we het beeld. Dus daar hoeven we geen aanvullend onderzoek naar te doen. De heer Fransen benadrukt dus juist steeds dat aanvullend onderzoek. En ik denk dat, de waarheid zit natuurlijk zit tussen die trajecten, tussen dat wat je op straat ziet en de opdracht die je geeft als gemeente.
Precies om die reden, om nou eens te kijken wat daartussen gebeurt met allerlei onderaannemers en gebrekkig toezicht en controle, lijkt het ons verstandig om toch dat onderzoek te doen. Dank u wel. De voorzitter: D66. De heer De Vries: Dank, voorzitter. U heeft van ons nog tegoed een onderbouwing waarom wij voor of tegen amendementen en moties zijn. Maar ik wil toch ook nog een beetje recht doen aan de woorden die zijn gewijd aan de verschillende bijdrages van de verschillende fracties aan dit debat. Het CDA stelde een vraag bij de noodzaak van de uitbreiding van bedrijfsterreinen en wees op de eventuele effecten op het verkeer. Daar sluiten wij ons volkomen bij aan. Maar we hebben die discussie natuurlijk binnenkort hopelijk Q1 ’25 wanneer we het over het verkeerscirculatieplan gaan hebben. De discussie over bedrijfsterreinen komt ook later nog een keer terug bij een andere fractie. De opmerking van het CDA over Fort Kudelstaart, staan wij ook geheel achter. Wij zijn er tegen dat er verdere investering volgt als dat gaat betekenen dat bij het eerste beste plan wat doorgevoerd gaat worden, alles weer ingetrokken gaat worden. Dus laten we zo min mogelijk investeren anders dan strikt noodzakelijk. De VVD uit zijn zorgen over de betaalbaarheid van woningen. Daar sluiten we ons ook bij aan. Gaan we het volgende week uitgebreid over hebben, denk ik.
Samen met AA hebben we ook een amendement ingediend om duidelijk te maken dat we de sociale sector willen blijven ondersteunen. Dat gaat dus over die betaalbare huur. De portefeuillehouder zei ook al dat we heel kleine woningen kunnen gaan bouwen, maar er is ook de opmerking gemaakt, en dat was ook de aanleiding natuurlijk voor de voorgestelde wijziging, te constateren dat woningen nu zo klein worden dat ze eigenlijk bijna niet meer bewoonbaar zijn. Dus wij zitten met een probleem, en dat is een marktprobleem. En wat kunnen we dan doen? Ja, eigenlijk was de conclusie alleen nog maar sociale huur. Dat is de enige oplossing, maar daar gaan we het volgende week verder over hebben. VVD, opmerking masterplan energie. Ja, er is een grote windmolen discussie, ook daar gaan we het volgende week over hebben, gelukkig. Maar ik wil er wel even op wijzen dat zowel in het raadsprogramma, als in de college-agenda er geen verbod is opgenomen voor windmolens. Dat is een misvatting. Ik heb de tekst zojuist nog even gecheckt en dat staat er zeker niet. Dus dat er niet een verkeerde indruk ontstaat. AA maakte een opmerking over ESA. Nou, ik krijg van mijn rechterzijde te horen dat die er ook helemaal mee eens is over die opmerkingen, dat jullie al aansluiting hebben gevonden en dat inderdaad dat in de auditcommissie wordt besproken. Dus die discussie is ook geweest.
Effectieve vergroening laat ik even zitten. Ik ben blij met GroenLinks, met een toch wel brede blik op de wereld. Daar sluiten we ons graag bij aan, natuurlijk. Effecten van de wereld hebben nu eenmaal invloed op wat er hier in Aalsmeer gebeurt, en daar moeten we aandacht aan blijven besteden. Ook al om een beetje te relativeren waar wij nu eigenlijk mee bezig zijn. De expertondersteuning van de gemeenteraad, uitstekend idee. Helemaal mee eens. Laten we vooral heel veel experts uitnodigen om onze kennis te verbreden, zijn wij een warm voorstander van. Even kijken, de PvdA heb ik nog staan, blij met de positieve grondhouding van de woorden. Erg blij dat we nu ook op positieve basis met elkaar kunnen samenwerken. Ja, die woningbouw, dat is door de portefeuillehouder al besproken, op zijn minst. Dat laat ik dus verder maar even in het midden, want wij hebben veelal dezelfde uitleg. Ja, FlorAalsmeer verzoek om visie, die hebben we ook Pagina 34 van 39
inderdaad eerder gehoord. Dat gaf ze zelf ook al aan. Ja, de omgevingsvisie is daar voor. De opmerking was van: die is niet volledig, dat klopt. We hebben een raads- en collegeprogramma, daar staat ook een visie in, die spreken we elk vier jaar af, dus daar ligt ook een visie in besloten. En vervolgens, ja, is het aan de individuele partijen natuurlijk om een visie naar voren te brengen. Dat is nou juist de taak van een politieke partij. Dus in die zin zou ik FlorAalsmeer willen aanmoedigen om vooral heel veel visie naar voren te brengen en daarmee over twee jaar de verkiezingen in te gaan. Dat is waar die discussie ook plaats hoort te vinden en ik denk niet dat we hier elk jaar over visies over 30- of 40-jarige termijnen moeten gaan hebben, maar dat we dat gewoon onderling doen met onze achterban en de mensen op straat. Ja, en dan de bedreiging van essentiële zorg, dat vond ik nogal een boute bewering. Ik denk niet dat het zo is, maar daar ga ik nog zo in de toelichting op de moties even op in. Daar ga ik nu naar over. Amendementen versterking raadstoezicht bij strategische aankopen, daar zijn wij dus op tegen.
Onder ad B, bevoegdheid van het college onder 4 wordt gesteld: het krediet voor strategische aankopen mag alleen worden gebruikt indien het traject van een normale besluitvorming voor het beschikbaar stellen van kredieten door de raad niet kan worden gevolgd en specifieke omstandigheden snel schakelen door het college noodzakelijk maken. Het amendement voorziet in het verplicht doorlopen van een snelle goedkeuringsprocedure door de gemeenteraad, maar gaat daarmee dus in tegen de genoemde uitzonderlijke toestand die in de toelichting wordt genoemd. Daarmee wordt het instrument dus of ineffectief en overbodig, of is het per definitie in strijd met de eigen voorwaarden. Conclusie is dus dat het amendement overbodig c.q. tegenstrijdig is aan het voorstel. Eigenlijk was dat ook de mening van de portefeuillehouder al. Als wij een normale procedure kunnen doorlopen binnen zeven dagen en daarmee kan de aankoop nog steeds plaatsvinden, dan gaat het ook gebeuren. Maar hier is uitdrukkelijk vastgesteld dat dit alleen maar geldt voor die zaken die die procedure niet kunnen dragen. De voorzitter: De heer Fransen heeft een korte interruptie. De heer Fransen: Ja, dan heb ik naar aanleiding hiervan een vraag aan de portefeuillehouder of deze conclusie van de heer De Vries klopt.
Want volgens mij stelt de heer De Vries van D66 stelt dat als het binnen zeven dagen kan, we gewoon die procedure moeten doorlopen. Dat staat al in het voorstel. Dat heb ik zo niet begrepen, maar als dat de uitleg is, dan verandert dat de boel nogal. Dus die vraag even. De voorzitter: We vragen straks het college nog even te reageren. Dan kan het ondertussen even uitgezocht worden. Gaat u verder, de heer De Vries. De heer De Vries: Dank, voorzitter. Ik zou adviseren: kijk onder ad B naar de tekst die ik zojuist letterlijk heb voorgelezen, ik denk dat dat het antwoord bevat. Het tweede amendement … De voorzitter: Even kort, de heer Fransen. Op het gevaar af dat het chaotisch wordt vanaf de collegebank begrijp ik dat de redenering van de heer De Vries klopt. Dus die geef ik vast even mee. De heer Fransen. De heer Fransen: Dan vervalt mijn vraag even. De voorzitter: Goed. De heer De Vries, gaat u verder. De heer De Vries: Het tweede amendement: beschikbaar stellen van de twee maal € 50.000. Daar zijn we het mee eens. Dit amendement is een uitvloeisel van de laatste discussies die er zijn gevoerd binnen de commissie luchtvaartzaken, in het bijzonder de constatering dat er in opvolgende jaren nog geen budget gereserveerd is voor het onderwerp.
De hoogte van het bedrag komt overeen met de inschatting van het minimaal noodzakelijke bedrag door een meerderheid van de raad, dus wij zijn het ermee eens. Dan de moties. De motie flexibele inzet en mogelijke noodzaak tot extra budget voor Schipholbeleid, zijn wij tegen. De gemeenteraad heeft te allen tijde de mogelijkheid om extra budget vrij te maken, op welke punten ook, wanneer een meerderheid hiermee instemt. Het is onduidelijk wat de kracht of noodzaak is van deze motie. De motie stelt dat de gemeenteraad in staat gesteld zal worden om van zijn recht gebruik te maken, en dat is een overbodige stellingname omdat de gemeenteraad hier sowieso te allen tijde gebruik van kan maken. Dit is de kerngedachte van het concepten democratie en budgetrecht. Dus wat ons betreft onnodig. Wat betreft de motie over het behoud van verantwoorde jeugdzorg zijn wij tegen. Er is geen sprake van een koerswijziging. De focus op de lichtere zorg als alternatief voor onnodig zwaardere verwijzing, heeft geen relatie met de gevoerde discussie over het eventueel afschalen van het totale pakket van lichte zorg. De beperking zoals die ter sprake is gekomen in het licht van de grote tekorten op de jeugdzorg, is Pagina 35 van 39
een andere dan de preferente aanpak op de lichtere zorg bij de overweging van het type zorg dat op maat wordt aangeboden. Er lijkt dus sprake van een spraakverwarring. Er is geen sprake van een beleidswijziging of koerswijziging, maar een manier van het binnen de perken houden van een uit de hand lopende zorgvraag die de ondersteuning richting hen die de meeste zorg nodig hebben, in de weg zit. Oftewel, hoe kunnen we de vermijdbare, lichtere zorgvraag voorkomen om degenen die de zorg het meest nodig hebben te garanderen? Dus dat is ons oordeel van waarom wij tegen deze motie zijn. De motie met die hele lange titel, zeg maar, de opvolgende motie, voor het gemak, daar zijn wij ook tegen. Het gaat over het groenbeheer. Dat het groenbeheer nog steeds niet aan de wensen van de gemeenten en inwoners voldoet, is geen discussie. Daar is iedereen het over eens. Hoe dit wel goed voor elkaar te krijgen, is veelvuldig met elkaar overlegd. Kort geleden is hier uitgebreid over gesproken, waaronder in beslotenheid, om alle details in alle openheid met alle fracties te kunnen overleggen. Hieruit zijn afspraken met het college voortgekomen die een pad voor de komende jaren uitstippelen. PvdA en GroenLinks zijn volledig op de hoogte gesteld van deze voor een deel strategische afspraken, en het is dus niet duidelijk waarom deze motie wordt voorgesteld.
Deze motie gaat dwars door het strategisch pad heen dat eerder is afgesproken. De voorzitter: De heer Buisma, interruptie. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Dan heb ik wel even de opmerking dat als wij in besloten overleggen afspraken maken over hoe wij met elkaar omgaan en hoe het college uitvoering gaat geven aan beleid, dan hebben we wel een serieus probleem met elkaar. We kunnen niet langer naar een besloten overleg komen als dat zo blijft. Dus ik wil wel even opmerken dat ik dat heel ingewikkeld vind als dat het geval is. De voorzitter: De heer Koster. De heer Koster: Dank u, voorzitter. Ook in mijn herinnering was dit gewoon een woordvoerdersoverleg waarin we een aantal opties met elkaar hebben doorgenomen en heeft er zeker geen besluitvorming plaatsgevonden. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries: Goed, dan zou ik daar direct vanuit ons oogpunt op redeneren. Wij hebben het gehad over een aantal strategische beslissingen die wij moeten nemen en opties die het college heeft in het pad voorwaarts. We zijn op dit moment gebonden aan het bestaande contract. Daar is net door de portefeuillehouder al een toelichting op gegeven hoe wij daarmee omgaan. Maar wij hebben in beslotenheid ook een aantal andere opties overwogen en daar is iedereen bij betrokken geweest.
Er is in ieder geval in duidelijkheid naar voren gekomen waarom wij beslissingen nemen en hoe wij ook straks als raad worden ingelicht en welk pad het college nu bewandelt. Dat is de achtergrond van mijn antwoord. De voorzitter: Op het gevaar af dat we hier verder op ingaan, wil ik deze discussie even beëindigen. Misschien kunnen we straks even met elkaar bepalen wat in beslotenheid en niet beslotenheid is gezegd. Het doet er niet aan af, uw stellingname, waarom u wel of niet de motie ondersteunt. Dus misschien is het goed om daar even bij stil te staan. Dan glijden we hier even van weg, terug naar de motie. De heer De Vries: Dat was dan al afgesloten bij dezen. De motie gastvrij gemeentehuis voor Aalsmeer, oftewel de motie koffie, zijn wij voor. Wij zijn mede-indieners, de bewoording spreekt voor zichzelf. Als gastplaats van de gemeente dient het raadhuis een zo aangenaam mogelijke plaats te zijn om te vertoeven en zich welkom te voelen. Dan de motie uitfasering telefonische afspraakverplichtingen en directe afspraakmogelijkheden in het gemeentehuis. Daar zijn wij tegen. De regel dat er telefonische afspraken gepland wordt om te komen tot een fysieke afspraak, is niet direct verbonden met de coronamaatregelen, maar hebben te maken met een beperkte financiële en personele mogelijkheden die de gemeente heeft.
Het is niet zo dat een telefonische afspraak de enige mogelijkheid is. Er is ook ruimte om langs te komen op het raadhuis en een persoonlijke afspraak te maken. En volgens onze informatie is er wel degelijk de mogelijkheid direct een afspraak te beleven als er toevallig ruimte is op datzelfde moment. De digitale omgeving is kortgeleden aangepast en de hoop is dat daarmee de verschillende soorten interactie met de gemeente een stukje beter zijn geworden. Een snelle test die onze fractie uitvoerde met betrekking tot het verlengen van een rijbewijs bewees dat in ieder geval. Zoals bekend is D66 een warm voorstander is van het verbeteren van de digitale omgeving van de gemeente op alle vlakken, maar wij zien die verbeteringen graag in een breder verband wat betreft het geheel van die digitale omgeving. Dus niet alleen wat het maken van afspraken Pagina 36 van 39
betreft, maar ook de discussies die deze raad al heeft gevoerd over de digitale loketten op diverse deelgebieden. Wij zien die brede discussie als een punt van doorlopende aandacht, maar deze wordt niet gevoed door deze specifieke motie. Dat is de onderbouwing voor onze redengeving. De voorzitter: Hartelijk dank daarvoor. Dan gaan wij naar GroenLinks. Misschien goed als GroenLinks ons even meeneemt in of alle amendementen en één motie overeind blijven, of hoe u daarnaar kijkt? De heer Fransen, aan u het woord. De heer Fransen: Dank u wel, voorzitter. Een algemene reactie op de fracties. Wij herhalen eigenlijk met elkaar nu hoe we naar verkeer en vervoer kijken, dat daar serieus naar gekeken moet worden. De vrachtwagens moeten we goed naar kijken in de woonwijken, te snel rijden, moeten we goed naar kijken hoe we dat kunnen organiseren. Dus daar zijn we blij mee. Daar lijken we behoorlijk dezelfde kant op te denken. Dus dat stemt me heel tevreden. Ik ben even heel benieuwd wat er nu ter inzage is gelegd op dat gebied. Dus dat even in algemene zin. Even specifiek een vraag aan D66: u gaf aan ook blij te zijn met het wereldbeeld dat geschetst wordt. Dat vinden we mooi dat dat er is.
U gaf volgens mij aan dat, u sprak snel, dus dat is soms wat moeilijk te volgen, maar de financiële discipline, moeten we die op blijven brengen de komende jaren of moeten we lenig zijn in de tekorten die ontstaan? Dus ja, dat vinden we een heel interessante discussie die we niet nu moeten voeren, maar ik wil wel even benoemen dat ik hem gehoord heb en dat ik hem belangrijk vind om te gaan voeren. Want ik begreep ook dat er, volgens mij, een wethoudersvereniging of zo is waar ook stemmen klinken van: laten we het maar gewoon op het tekort aan komen en dan gaan we daarmee terug naar de overheid en dan zoeken ze het maar uit, hoe ze met die tekorten omgaan. Dat kun je ook als gemeentes collectief doen. Dus het is belangrijk om deze discussie te voeren. Ik zeg hier nu niet hoe wij hier in zitten, maar ik geef wel aan: een belangrijke discussie om met elkaar te voeren. Wij zijn blij met de toezegging van het college om ons nadrukkelijker te informeren over de verschillende aspecten van de zorg. Daar zijn we erg tevreden mee. Dan loop ik even de amendementen langs. Versterking raadstoezicht strategische inkoop. Ik wil straks even schorsen om even te overleggen hoe dit nu precies geïnterpreteerd moet worden, dus daar wil ik straks even naar kijken. Beschikbaar stellen van geld voor de Commissie Luchtvaartzaken blijft gewoon in stand.
De motie flexibele inzet blijft ook in stand, waarbij nadrukkelijk, de heer De Vries had volkomen gelijk had in hoe hij redeneerde. Dat klopte helemaal. Maar waar het hier om gaat, is dat je gewoon laat horen: wij stellen wel geld beschikbaar, maar daarmee zijn we nog niet klaar. En ik weet wel dat dat ons recht is, maar ik vind het belangrijk om uit te spreken, richting Schiphol, dat we best verder durven gaan als we daar goede redenen voor hebben met elkaar vanuit de luchtvaartcommissie. De heer De Vries had volkomen gelijk dat dat ons recht al is, dus daar wil ik niets aan afdoen. Dan de motie behoud van verantwoorde jeugdzorg. Naar aanleiding van de discussie, zoals we die met de portefeuillehouder gehad hebben, trekken we deze motie in. Dan onderzoek naar het opdrachtgeverschap, die houden wij in stand, want wij vinden echt dat dat een spel is tussen twee waarbij niet één van de twee het oordeel mag vellen. Dan de drie moties over, ik noem ze maar even, gastvrijheid. Het belangrijkste punt, en zo begonnen wij ook aan deze drie moties, is dat het toch te gek is dat hier geen koffie- en theevoorziening is. Die gaat er komen, want die toezegging is er, dus dan kan de rest van die drie moties wat ons betreft van tafel. De voorzitter: Helder. Ja, zeker. We gaan zo nog even twee minuten schorsen om over het amendement af te stemmen. Ik kijk even naar de heer Buisma, PvdA.
Heeft u daar nog wat aan toe te voegen? Sluit u zich daarbij aan? Bij dezen, goed. Dan gaan we tot slot naar FlorAalsmeer. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Vooropgesteld dat ik het wel jammer vind dat het zo gaat. Volgens de agenda hadden we eigenlijk al eerder een tweede termijn gehad. Maar goed, ik heb het een en ander opgeschreven waar ik toch gewoon aan toe wil komen. Wij waren heel blij met de woorden van het CDA dat er gekeken moet worden naar hoe vol Aalsmeer is. Vol is vol, dus in die zin kunnen wij ons daar helemaal in vinden. Ook wat betreft de uitgave van het Fort Kudelstaart. Wat betreft de motie van Schiphol, waar de heer Van den Nouland op reageerde, hij gaf aan dat er mensen zijn die voor of tegen Schiphol zijn. Ja, wat ons betreft doet dat er helemaal niet toe of je voor of tegen bent. De commissie houdt zich bezig met leefbaarheid en gezondheid van iedereen, met name van kinderen die hier nog helemaal niet over kunnen beslissen. Dus dat eventjes over die motie en de reactie van het CDA. De VVD dan, ik wil mevrouw Mijwaart vanaf deze plaats feliciteren met haar eerste betoog. We zijn het geheel met Pagina 37 van 39
de VVD eens als het gaat over zonnepanelen en windmolens. We willen nog wel zeggen dat in onze optiek echte VVD'ers in een auto rijden. Als laatste vind ik het heel fijn dat het presidium is aangevuld met een dame. Even kijken, wat betreft Absoluut Aalsmeer zijn we heel blij dat u de motie van de hub over het overslagcentrum heeft aangehaald. Want wij wachten eigenlijk nog steeds op de uitwerking daarvan. D66, het is voor ons heel duidelijk dat u en ik het woord visie heel anders uitleggen. Wij zijn wel degelijk van mening dat het college met een overkoepelende visie zou moeten komen. Nu komt er een visie over Schinkelpolder, terwijl er eigenlijk eerst moet worden gekeken waar we naartoe willen met heel Aalsmeer. Dat gebeurt ook in de regio, de MRA doet het, maar bijvoorbeeld ook VNO-NCW met TristateCity. Dus ik denk dat het heel goed is als de gemeente dat wel doet, maar uiteraard wil ik daar heel graag bij helpen. Even kijken. Ja, dan GroenLinks-PvdA. Ik heb eigenlijk niet zo heel veel, maar de heer Kikkert kwam met een gedichtje en mijnheer Jelle komt ook altijd met een gedichtje. Ik wil eigenlijk afsluiten met een gedichtje, als dat mag. Maak van je dromen een plan. Dat maakt die wens niet direct waar. Maar ik ga, ik zal, ik kan, biedt meer kans dan had ik maar. Dank u wel. De voorzitter: Een heel mooie afsluiting van deze termijn. Ik kijk naar de tijd.
Het gaat ons voor twaalf uur lukken. We schorsen voor twee minuten. Blijf op uw plaats zitten, verzoek ik, want er moet even kort wat afgestemd worden over de amendering. We blijven elkaar aankijken om dit in twee minuten op te lossen. We schorsen voor echt max twee minuten en blijf even zitten. Als u vertrekt, wees dan binnen die twee minuten terug. Schorsing De voorzitter: Wij heropenen de vergadering. De heer Fransen, misschien kunt u even kort toelichten wat u besproken heeft in de schorsing? De heer Fransen: Ja, dank u wel. Nou, wat we besproken hebben, is of het klopt wat de heer De Vries stelde in zijn reactie op de motie. Hij geeft nog steeds aan dat dat klopt, zo ken ik hem ook, maar dan ben ik ook even benieuwd of het college dat bevestigt. De voorzitter: We stellen de vraag, even kort. Wethouder Kikkert: Ik hoor al kort. Bij ad B onder 4 staat precies dat als de normale weg kan worden gevolgd, we gewoon de normale weg volgen. Dus het zal incidenteel zijn. De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: En dat betekent dus dat voor u de normale weg ook die zeven dagen is? Wethouder Kikkert: Dat is de reguliere procedure via de gemeenteraad. Ja. De voorzitter: Hetgeen betekent? De heer Fransen: Dan spijt het mij dat ik daar toch weer heel even tijd voor nodig heb met de fractie.
Maar we wilden eerst even weten of dit klopt, en nu wil ik het even over de consequentie daarvan hebben. De voorzitter: Kan dat aan tafel wellicht? Dan laat ik de vergadering aanstaan en beraadt u even goed. Ik zie dat u eruit bent, de heer Fransen. De heer Fransen: Dank u wel, voorzitter. Ja, bedankt dat wij even de kans krijgen. Er zijn voor ons twee aspecten waarom we het amendement in stand houden. De eerste reden is dat we ons nauwelijks kunnen voorstellen dat er zich een spoedgeval gaat voordoen wat echt binnen zeven dagen moet. Binnen zeven dagen kunnen wij reageren, dus dat zou gewoon helemaal via de raad kunnen. Het tweede is dat we geïnformeerd hebben bij zowel de partij van de PvdA als de partij van GroenLinks, en gevraagd hebben aan de juridische afdeling wat dit betekent voor het budgetrecht voor een gemeente. Zij zeggen: dat kun je niet met zulke bedragen gaan weggeven. Waar moet je dan aan denken, met bedragen die je dan weggeeft? Anderhalf, twee ton. Daar moet je dan aan denken wat redelijk is om, zeg maar, aan het college mee te geven zonder goedkeuring. Wij schrokken heel erg van de uitleg van de wethouder van ja, als je het niet leuk vindt achteraf, heb je pech gehad. Dus die verantwoording doet helemaal niets. Dan kun je achteraf wel ter verantwoording roepen.
Dus wij houden het amendement in stand, waarbij we wel door de discussie een stukje gerustgesteld zijn dat alles wat binnen zeven dagen kan, zal dus worden voorgelegd. Dat is mooi, maar er blijft de mogelijkheid bestaan dat als het college zegt: het moest echt binnen zes dagen, dan wordt het gewoon uitgegeven. Dat vinden wij fundamenteel fout. De voorzitter: Helder. En dan even voor de administratie: het betekent dat ze twee amenderingen overeind blijven en de motie met betrekking tot Schiphol en de Meerlanden. Pagina 38 van 39
Vier. Kunt u zich erin vinden dat we overgaan tot besluitvorming? Dat is het geval. Dan gaan wij eerst stemmen over de amenderingen en als u het goed vindt ga ik niet alle dictums voorlezen en houd ik me bij de titels. Het eerste amendement gaat over waar we net over gesproken hebben, de versterking raadstoezicht bij strategische aankopen. Zijn er stemverklaringen? Wie is voor dit amendement? Dat zijn de partijen GroenLinks, PvdA, FlorAalsmeer en Absoluut Aalsmeer, daarmee is het amendement verworpen. Dan het amendement beschikbaar stellen van twee keer 50.000 euro voor de werkzaamheden van de commissie luchtvaartzaken. Zijn daar stemverklaringen? Wie is voor dit amendement? Dat is een ieder. Daarmee is dit amendement aangenomen. Dan gaan we over naar de besluitvorming. Voor ons ligt de programmabegroting 2025. Zijn er stemverklaringen? De heer Fransen. De heer Fransen: Dank u wel. Ja, wij zullen tegen de begroting stemmen omdat we vinden dat vijf miljoen buiten de begroting laten, in de zin van daar gaan we niet meer over, vinden we fundamenteel onjuist. Daarom stemmen we tegen deze begroting. De voorzitter: Andere stemverklaringen. Goed, dan gaan we over naar de stemming. Wie is er voor het vaststellen van deze programmabegroting? Dat zijn alle partijen, met uitzondering van GroenLinks, PvdA en FlorAalsmeer. Daarmee is de begroting aangenomen. Dan hebben we nog twee moties.
De eerste motie is de flexibele inzet en mogelijke noodzaak tot extra budget voor Schipholbeleid. Zijn daar stemverklaringen? Dat is niet het geval. Wie is er voor deze motie? Dat zijn de partijen GroenLinks, PvdA, FlorAalsmeer, Absoluut Aalsmeer, daarmee is de motie verworpen. Dan tot slot de motie onderzoek naar het opdrachtgeverschap in relatie tot de uitvoering van groenbeheer door de Meerlanden. Zijn daarover stemverklaringen? Dat is niet het geval. Wie is voor deze motie? Dat zijn de partijen GroenLinks, PvdA, FlorAalsmeer, Absoluut Aalsmeer en daarmee is deze motie verworpen. Rb-3
Septembercirculaire 2024
Rb-4
De voorzitter: Dat brengt ons bij het laatste agendapunt, de septembercirculaire. Dat doen wij in één besluitvorming af. Wie is er voor dit voorstel? Dat is een ieder, daarmee is de septembercirculaire ten besluitvorming behandeld. Sluiting De voorzitter: Wat ons brengt bij de sluiting van deze vergadering, nog voor twaalf uur, dat is natuurlijk prachtig. We waren net even in discussie, volgens mij kunnen wij in onze gezamenlijkheid alle vergaderingen die over twaalf uur zijn gegaan in de afgelopen zes jaar op één hand tellen. Maar ik wou toch even benadrukken de goede harmonie en goede sfeer waarin we deze beraadslaging over de begroting weer hebben mogen doen. Daar ben ik u ontzettend dankbaar voor. Grote betrokkenheid. En ik wil u ook uitnodigen om beneden het nog even na twaalven het te maken en ik zorg dat u weer veilig thuiskomt. Fijne avond. We sluiten deze vergadering.