20201210 Verslag Raadsvergadering.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE AALSMEER d.d. 10 december 2020 Aanwezigen Voorzitter: G.E. Oude Kotte Griffier: O. van Kolck Fractie AA De dames C. van Hilst-Dekker en G. Holtrop en de heer D. Kuin Fractie CDA De dames A.M. Harte-Fokker, M. van Diemen-Kreeft en T. van der Meer en de heren M.P. Buskermolen, P.H.J.M. van Soelen, T.F.M. Verlaan, D. van Willegen en G.J.H. Winkels Fractie D66 De heer W. Kikkert Fractie GroenLinks Mevrouw P. Lakerveld en de heer R.P. Fransen Fractie Judith Keessen Mevrouw J. Keessen Fractie PvdA De heer J.H. Buisma Fractie René Martijn De heer R. Martijn Fractie VVD De dames N. Hauet en M. Vleghaar en de heren E.P. Abbenhues, J.G.E. Bouwmeester, J.J. van Leeuwen en D.G. van der Zwaag Raad (besluitvormend) Agendapunt
Onderwerp
Rb-1
Opening door de voorzitter de heer G.E. Oude Kotte
1.1.
De voorzitter: Wij openen de raadsvergadering van donderdag 10 december. Wij hebben vanavond 2 vergaderingen op het programma staan. Eerst die al ingepland stond vanavond en daarna de heropening van de vergadering van 3 december. Iedereen thuis van harte welkom bij deze vergadering. Als het goed is, is de livestream goed online en zijn we goed te horen. Voor vanavond nog even: let op de anderhalve meter, ook als we schorsen. Let er goed op. Niet alleen voor onszelf, maar we hebben met elkaar natuurlijk ook hier een goed voorbeeld neer te zetten. Wel even een kleine relativering: als we hier zitten en u loopt naar de katheder om te spreken hoeft u uw mondkapje niet om te doen. De rest zit, u loopt er naartoe, we moeten het ook wel praktisch houden. U mag het natuurlijk wel.
Pagina 1 van 37
1.2.
Vaststelling van de agenda De voorzitter: De vaststelling van onze agenda. Wij hebben 3 moties vreemd aan de orde van de dag, die zullen straks door de heer Fransen worden ingediend. Kan de agenda zo blijven zoals die nu is voorgesteld? De heer Van der Zwaag over de agenda. De heer Van der Zwaag: Voorzitter, dank u wel. Mijn oog viel op de vragen uit het vragenkwartier van Absoluut Aalsmeer en Fractie Keessen. Als ik ze bekijk denk ik: volgens mij kunnen ze ook gewoon schriftelijk gesteld worden. Daarbij denk ik: zijn we nu met besturen bezig of zijn we als bestuur weer aan het terugvallen en gaan we op stoeptegeltjesniveau met elkaar aan de gang? De voorzitter: Ik begrijp dat het de vraag is aan de indieners van de vragen. De heer Kuin. De heer Kuin: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mijnheer Van der Zwaag, voor uw oplettendheid. Wij willen deze vragen gewoon stellen vanavond in deze vergadering. De voorzitter: Ook duidelijk, dan blijven ze gewoon staan voor het vragenkwartier.
1.3.
Bekrachtigen geheimhouding De voorzitter: Wij gaan snel door, we hebben geen stukken te bekrachtigen in de geheimhouding.
1.4.
Mededelingen van het college De voorzitter: Maar wel vanuit het college 2 mededelingen. Eerst wil ik het woord geven aan wethouder Alink. Mevrouw Alink-Scheltema: Goedenavond, voorzitter en de raadsleden, want het is een mededeling aan de raad. Voor u ligt mijn nieuwjaarswens voor de zorg. Dat is niet mijn wens, maar ik heb wel een wens. Er waren vandaag weer meer dan 8700 positieve besmettingen gemeld door het RIVM en dat betekent weer een enorme druk op de zorg. Hiervoor ligt een kaart en ik verzoek u om deze in te vullen met uw wens, uw hartenkreet naar de zorg en in de betreffende brievenbussen bij de wensbomen te deponeren. Het is een lokaal initiatief, een fotograaf uit Aalsmeer, geproduceerd door een bedrijf hier in de Dorpsstraat, dus wij hebben voldaan aan de lokale wensen. Dus ik zou graag willen vragen: doe dat voor de zorg, om een fijn hart onder de riem te steken. Dank u wel. De voorzitter: Dank daarvoor. Dan de tweede mededeling, die komt van mijn kant. Ik denk dat u allen wel heeft kennisgenomen van de situatie die ons presenteerde afgelopen dinsdag, de ontploffing, de explosie op de Ophelialaan, waarvan we met elkaar kunnen constateren dat het niet een toevalligheid was, hoe die explosie tot stand is gekomen. Diezelfde nacht ook nog in een zuidelijke gemeente en de avond daarna ook nog in een noordelijke gemeente.
Ik heb vandaag besloten om ook het pand op basis van een bevoegdheid die ik als burgemeester heb te sluiten voor onbepaalde tijd, zolang het onderzoek loopt. Hier zullen waarschijnlijk nog wel meer informatieve momenten voor komen om hierover bij te praten, maar het leek mij wel gepast om u deze mededeling even te doen. Komende dinsdag, het moment waarop we informeel met elkaar praten, onder andere over de COVID-19-situatie. Pak ik ook even een moment om u hierover bij te praten en een nadere toelichting te geven hoe wij hier ervoor staan, wat de maatregelen zijn en wat wij aan de zijde van ons overheidsbestuur hier aan doen. Dan laat ik het voor nu even bij deze mededeling, want dan hebben we toch ook even de ruimte tot het stellen van vragen en dan kunnen we tot interactie komen.
Pagina 2 van 37
R-1.2
Toekomst dienstverlening Aalsmeer en samenwerking met gemeente Amstelveen De voorzitter: Goed, dan gaan we naar de inhoudelijke agenda en het eerste behandelstuk is de toekomstige dienstverlening van onze gemeente en de samenwerking met de gemeente Amstelveen. U als raad bespreekt het voorstel om het college de opdracht te geven om in overleg met de gemeente Amstelveen te komen tot herziene samenwerkingsafspraken. Wij als Aalsmeer willen onze bestuurlijke zelfstandigheid borgen en meer grip, invloed en sturing hebben op het beleid en dienstverlening, om zo meer nabijheid en zichtbaarheid van dienstverlening aan de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties te bieden. Er gaat ook een veranderproces volgen waarin onder andere een compacte, innovatieve Aalsmeerse organisatie zal worden opgebouwd. U als raad wordt voorgesteld een bedrag beschikbaar te stellen voor de voorbereiding van het transitieproces in de komende jaren. We gaan over naar de eerste termijn voor inspraak, inspreken, spreken. Het woord is daarvoor aan de PvdA, de heer Buisma. O, excuses, ik ga iets te snel, mijnheer Buisma. Ik zou graag eerst het woord willen geven aan de voorzitter van de Tijdelijke Commissie Toekomstige Dienstverlening, de heer Winkels. Als het goed is overval ik u niet met deze vraag. Nee, kijk. Het woord is aan de heer Winkels.
De heer Winkels: Voorzitter, in 2013 heeft de gemeenteraad van Aalsmeer ingestemd met het voorstel om op ambtelijk niveau samen te werken met de gemeente Amstelveen. Hiertoe is destijds de ambtelijke organisatie AA ingericht. In die tijd dacht men met samenwerking een groter voordeel en een gelijkblijvende of zelfs betere kwaliteit te halen voor de gemeentelijke diensten voor zowel Aalsmeer en de gemeente Amstelveen. Aalsmeer zou in die gedachte baat kunnen hebben van haar grotere buurgemeente. Uiteindelijk kwam dit erop neer dat het raadhuis van Aalsmeer voor het grootste deel leeg stond, zelfs een deel is verkocht, op een aantal loketten, een klein team ambtelijke ondersteuners van het college en de griffie na. De hierop volgende jaren manifesteerde de samenwerking zich met name bij de begrotingsbehandeling, waaruit bleek dat de ambtelijke AA-organisatie weer wat groter moest worden en dat bovendien de samenwerking weer wat duurder werd. Er kwamen barsten in de wijze van samenwerken en het werd duidelijk dat beide gemeentes een verschillend eindpunt hadden voor de toekomst. De gemeente Amstelveen dacht uiteindelijk Aalsmeer in te lijven, terwijl dit voor Aalsmeer absoluut onbespreekbaar was en is. Wat zeker zo belangrijk was: de Aalsmeerse burgers en ondernemers begrepen deze samenwerking niet. Het idee bestond dat Aalsmeer zichzelf had verkocht aan Amstelveen.
Zulke gedachten werden mede gevoed doordat er weer een inwoner was, of een hele reeks van inwoners waren die een envelop of een brief met het briefhoofd van Amstelveen kregen. Onzorgvuldig en niet netjes. Of wanneer zij de gemeente Aalsmeer nodig hadden, zich moesten melden in Amstelveen. De herkenbaarheid van de gemeente Aalsmeer werd hierdoor steeds kleiner en de afstand steeds groter. Desalniettemin moet gezegd worden dat de medewerkers van de AA-organisatie hun uiterste best deden beide gemeenten op juiste wijze te bedienen. Tegelijkertijd bleek ook dat de werkwijze en manier van rapporteren van de gemeente Amstelveen duidelijk anders was dan wij in Aalsmeer gewend zijn. Voorzitter, in de zomer van 2019 is er een onderzoek gedaan naar de mogelijkheid, mogelijkheden tot verbetering van de ambtelijke samenwerking tussen beide gemeenten. Het rapport ‘Tijd voor nieuw elan’ gaf scherp weer dat er verschil van inzicht bestond over de feitelijke invulling van de ambtelijke samenwerking, de sturing, de invloed en de grip. Maar ook over het verder liggende doel liepen de meningen uiteen. Aalsmeer wil haar zelfstandigheid behouden, maar vooral ook meer nabijheid en zichtbaarheid van kwalitatief goede en betaalbare dienstverlening voor haar inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. In Amstelveen is de gedachte van een bestuurlijk samengaan opportuun.
De Amstelveense werkwijze staat voorop als het gaat, evenals het beheer en de sturing van het gemeenschappelijk apparaat door Amstelveen zelf. Na de zomer 2019 spitste zich het probleem toe op de kosten van de modernisering van ICT. Aalsmeer was en is van mening dat daarvoor via de overhead al was betaald. Amstelveen verlangde een extra bijdrage voor de innovatie van dit onderdeel. Als vanzelfsprekend werden de stevige extra kosten die Aalsmeer zou moeten betalen ingeboekt als inkomsten in de begroting van de gemeente Amstelveen. Deze Aalsmeerse raad heeft daar geen enkele zeggenschap over gehad en dat deed pijn. Immers, en ik citeer een Aalsmeer-raadslid: “Als je gebruik maakt van een taxi hoef je ook niet apart te Pagina 3 van 37
betalen voor het olie verwisselen.” Deze raad besloot oktober 2019 te onderzoeken of het mogelijk was om afscheid te nemen van de samenwerking op ambtelijk niveau. Voorts zijn wij in Aalsmeer begonnen te onderzoeken wat de mogelijkheden waren om tot een nieuwe, efficiënte, innovatieve ambtelijke bezetting te komen. Voorzitter, het eerdergenoemde ICTgeschil werd voorgelegd aan een onafhankelijke geschillencommissie. Deze commissie heeft in maart jongstleden haar oordeel afgegeven, waarbij bleek dat zowel de gemeente Amstelveen als de gemeente Aalsmeer water bij de wijn zouden moeten doen. Zoals afgesproken werden de extra kosten van de ICT voor Aalsmeer door de gemeente Aalsmeer conform het raadsvoorstel netjes ingeboekt in de kadernota 2020. Tevens kraakte deze geschillencommissie harde noten over de werkwijze van de aansturing van de AA-organisatie. Zij deed stevige aanbevelingen, zoals duidelijke afspraken maken met elkaar, het dienstverleningshandvest onderhanden nemen en de centrumregeling aanpassen. Voorts constateerde deze commissie dat er verschil in ambitie en maatwerk mogelijk moet zijn tussen gemeenten van verschillende grootte, er rekening gehouden moet en kan worden met verschil in wensen. Tot slot – en niet onbelangrijk – heeft deze geschillencommissie de Aalsmeerse bijdrage in de ICT-modernisering teruggebracht tot een kleiner aandeel.
In het rapport van deze geschillencommissie zijn een groot aantal aanbevelingen gedaan die in Aalsmeer zijn meegenomen in de verdere gedachten over de toekomstige, nieuwe, compacte, flexibele ambtelijke bezetting. Na veel overleg tussen de Tijdelijke Commissie Toekomstige Dienstverlening en het college kwam er een duidelijke contour voor wat betreft de ambtelijke bezetting naar voren. Van missie en visie naar potloodschets van een droomscenario voor Aalsmeer en tussentijds mee vormgeven aan het opzetten van ambtelijke proeftuinen in het Aalsmeerse raadhuis sinds oktober jongstleden. Laatste bladzijde. Deze toekomst houdt in dat er op termijn in het raadhuis van Aalsmeer een grotere ambtelijke bezetting komt, zij het compact en wendbaar. Dit alles naast de huidige bezetting van de griffie en de ambtelijke ondersteuning van het college. Een bezetting van Aalsmeerse ambtenaren, die op hun beurt weer bepaalde werkgebieden gaan beheren. Zij sturen vervolgens weer anderen aan, die mogelijk niet tot onze vaste kring van personeel behoren, maar wel werken voor onze uitvoerder, bijvoorbeeld bij het opstellen of herijken van het bestemmingsplan voor een bepaald gebied of op het gebied van een woonagenda, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit enzovoorts. Dit werk wordt dan gedaan op basis van duidelijke afspraken en afbakening van kosten.
Dit kunnen gespecialiseerde bedrijven zijn, maar ook andere gemeentelijke diensten van buurgemeenten of andere samenwerkingsverbanden. Dus dat kan ook bij de gemeente Amstelveen zijn. Van het grootste belang is dat alles waarvoor een burger of een ondernemer de gemeente Aalsmeer nodig heeft, zij dat kunnen vinden in het raadhuis van Aalsmeer. Het raadhuis waar betrokken ambtenaren met nieuw elan op goede wijze vragen van burgers en ondernemers kunnen en zullen beantwoorden. Wij – en dan spreek ik nu namens de leden van de Tijdelijke Commissie Toekomstige Dienstverlening – zijn van mening, samen met het college, dat hetgeen ik eerder heb geschetst en is voorgesteld in dit raadsvoorstel de beste weg is naar een compacte, flexibele Aalsmeerse ambtelijke bezetting. Voorzitter, ik dank u wel. De voorzitter: De heer Winkels, dank voor deze toelichting. Dan gaan we nu over naar de eerste termijn en de heer Buisma, u bent nu echt aan het woord, de PvdA. De heer Buisma: Ik was er even gemakshalve van uit gegaan dat ik de eerste spreker zou zijn, want dat stond namelijk in de agenda. Voorzitter, ik neem u even mee naar vorig jaar. Vol bombarie startten wij in oktober 2019 met een motie waarin we een hele grote broek aantrokken. Met opgeheven vinger stelden wij, bestuurlijk Aalsmeer, die rare lui in Amstelveen de wacht aan.
Die waren namelijk te duur, te gemeen, ze deden volstrekt niet wat wij wilden en wilden ons ook nog even en passant opslokken in een bestuurlijke fusie. Nee, dat gingen wij als Aalsmeerders natuurlijk niet doen. We zouden die ambtelijke Amstelveense IT-knoeiers wel eens wat laten zien. De oproep in de motie: “Wij roepen het college op het college van B&W van de gemeente Amstelveen de aanzegging te doen dat de gemeente Aalsmeer voornemens is om met ingang van 1 januari 2022 over te gaan tot uittreding uit de centrumregeling ‘Ambtelijke samenwerking Aalsmeer-Amstelveen’. 2. De gemeenteraad een voorstel voor te leggen waarin de raad gevraagd wordt toestemming te verlenen conform artikel 1, lid 2 en lid 3 van de WGR om uiteindelijk met ingang van 1 januari 2022 tot uittreding uit de centrumregeling Pagina 4 van 37
‘Ambtelijke samenwerking Aalsmeer-Amstelveen’ over te gaan. 3. Tegelijk een verkenning te starten naar andere, gelijkwaardige samenwerkingsvormen.” Hier zit geen woord Spaans tussen, voorzitter. Aalsmeer zegt ambtelijk Amstelveen de wacht aan. Daarna? Daarna werd het stil. Heel stil, voorzitter. Na een jaar heel hard werken hebben we nu een raadsvoorstel. 2 A4’tjes. U ziet, voorzitter, kosten noch moeite lijken gespaard. Het hele voorstel is de volgende alinea: “De raad van Aalsmeer besluit vanavond om het college opdracht te geven om in overleg met de gemeente Amstelveen te komen tot nieuwe samenwerkingsafspraken met ingang van 1 januari 2022, via een gezamenlijke bestuurlijke opdracht. 2. Het college toestemming te verlenen om de wijziging van de centrumregeling ‘Ambtelijke samenwerking AalsmeerAmstelveen’ voor te bereiden. 3. De middelen beschikbaar te stellen ten behoeve van de initiële voorbereidingen en transitiekosten van de nieuwe Aalsmeerse organisatie ter hoogte van 3 miljoen voor de komende 2 jaar exclusief frictiekosten.
De besteding van die 3 miljoen af te stemmen met de TCTD – even voor alle duidelijkheid: dat is de Toekomstige Commissie Tijdelijke Dienstverlening, of Commissie Stiekem, ik laat me graag corrigeren – en dit in de eerstkomende begrotingswijziging op te nemen.” Voorzitter, het raadsbesluit geeft het college de opdracht om te komen tot een nieuwe samenwerkingsafspraak per 1 januari 2022 en dat via die opgezegde centrumregeling. Dat is natuurlijk een beetje verwarrend, voorzitter, want die centrumregeling hadden we opgezegd. Uiteraard, het college gaat dit allemaal doen en de raad – ik hoor het u vragen, voorzitter – de raad kan via de TCTD kijken of dit allemaal wel goed besteed wordt. Dus voorzitter, in onze publieke uitingen als raad zeggen we eerst in oktober 2019 Amstelveen de wacht aan. Nadat we er een jaar over nagedacht hebben toch een soortement van niet, december 2020. Daarmee, voorzitter, doen we onszelf wat te kort. Want voorzitter, dit raadsbesluit dekt eigenlijk niet wat we afgelopen jaar gedaan hebben. Dan heb ik het niet over die zaken waar deze raad geheimhouding opgelegd heeft tot 2099. Nee, voorzitter, het punt wat de Partij van de Arbeid wil maken is het volgende: er ontstaat niet magisch morgen een nieuwe Aalsmeerse ambtelijke organisatie en we krijgen ook niet morgen 300 ambtenaren in dienst. We zouden zelfs niet weten waar we ze moesten huizen, voorzitter.
Misschien bij iemand thuis? Dat houdt in dat dit proces de nodige tijd, geld en moeite gaat kosten. Daarbij kan de dienstverlening naar de inwoners van Aalsmeer onder druk worden gezet. Die Aalsmeerder, voorzitter, is precies degene waar wij dit nou allemaal voor doen. Want soms vergeten we nog wel eens dat we als overheid een dienstverlenende organisatie zijn. De gemeente doet een hoop, meer dan enkel een rijbewijs of een paspoort afgeven. Aalsmeer zorgt er bijvoorbeeld voor dat je een traplift krijgt om langer thuis te blijven wonen of je parkeerplaats voor de deur. Aalsmeer is een gemeente die zorgt voor haar inwoners en of het nou woningbouw, zorg, milieu, afvalvoorziening of boetes voor de blauwe zones is, allemaal ten dienste van diezelfde Aalsmeerders. Die gemeente Aalsmeer, voorzitter, die doet eigenlijk nog veel meer als dat je denkt. Voorzitter, wij zetten vanavond een voorzichtige stap naar de nieuwe gemeente 2.0, waar de Aalsmeerder centraal staat en waar we samen op een moderne manier mee gaan communiceren. Dat doen we met partners, bijvoorbeeld met Amstelveen. Hebben we dan het afgelopen jaar het goede voorbeeld gegeven, met moderne communicatie? Nee, in het geheel niet. Wellicht hebben we onze geuzennaam als Commissie Stiekem wel een beetje te serieus genomen, voorzitter, want het verkopen van ons gezamenlijk verhaal, dat hebben we een beetje laten liggen.
Dus voorzitter, een lang verhaal kort: er komt een nieuwe organisatie, anders als dat we het nu geregeld hebben. Een organisatie met de Aalsmeerder centraal. Dat hebben we niet morgen, dat hebben we niet volgende week en dat hebben we ook niet volgend jaar. Daarvoor hebben we tijd nodig, voorzitter. Sommige dingen zullen niet zo goed gaan als dat het nu gaat en sommige dingen zullen beter gaan als dat het nu gaat. Om dat uit te leggen, voorzitter, hebben we misschien wel iets meer nodig dan 2 A4’tjes. De voorzitter: D66, de heer Kikkert. De heer Kikkert: Voorzitter, ik ben eigenlijk wel blij dat dit past op 2 A4’tjes. Ik zou u bijna willen uitdagen om elke raadsvoorstel op maximaal 2 A4’tjes aan ons voor te leggen, want dat maakt het compact – dat woord is al genoemd vanavond – en beknopt en dat komt ook to the point, om het zo maar te zeggen. In die zin vraag ik me wel af of jouw bijdrage vanavond op 2 A4’tjes had gepast.
Pagina 5 van 37
De heer Buisma: Dat kan ik laten zien. De heer Kikkert: Ik ga ook geen bespiegelingen geven over het verleden, want volgens mij, het verleden is heel erg interessant, het is goed om daar kennis van te nemen, maar wat we moeten doen is vooral naar de toekomst kijken. Van uit het verleden neem je je leerervaringen mee. Ik denk dat we voldoende leerervaringen hebben opgedaan om een eigen sterke, niet een compacte wendbare organisatie, maar ik zou zeggen meer een nabije wendbare organisatie. Want volgens mij is dat waar het om draait: een organisatie ambtelijk die nabij is, die zichtbaar is in onze eigen gemeenschap, waarmee we recht doen aan de identiteit van onze gemeenschap. Wat we eigenlijk willen bereiken is dat we grip en sturing krijgen en dat we meetbare prestaties krijgen geleverd. Ik denk dat dat gewoon in het heel kort de essentie is waar dit ook om draait. Dat we dat als gemeente niet alleen kunnen, laat dat ook gewoon helder zijn, daar zijn we te klein voor. Dus we zullen een samenwerkende gemeente moet zijn, waarbij we de partners eigenlijk zelf genereren, kiezen, uitkiezen, in ieder geval die partners die met ons bereid zijn om onze maatschappelijke opgave te lijf te gaan, tegen een goede prijskwaliteitsverhouding.
Ik denk dat dit voorstel met zich meebrengt dat we weer een perspectief hebben voor de toekomst van een bestuurlijk zelfstandig en een ambtelijk samenwerkende gemeente. De voorzitter: Het woord is aan GroenLinks, de heer Fransen. De heer Fransen: Bedankt. Er is een uitspraak en die is: scheiden is een feest. Maar dat geldt wat mij betreft alleen als het om afval gaat en verder is het meestal niet zo leuk. Verder is het vooral pijnlijk eigenlijk. We hebben een aantal jaren geleden met Amstelveen een ambtelijke samenwerking opgestart en in de loop van de jaren hebben we regelmatig geconstateerd met elkaar dat meetbare resultaten over die samenwerking ontbreken. Dat er geen grip is, geen sturing en dat is pijnlijk om te constateren. Tijdens de vorige bestuursperiode heeft de oppositie gepoogd aan te geven dat het ontbreekt aan concrete en meetbare doelstellingen. Helaas in de vorige periode heeft de toenmalige coalitie steeds gesproken over zogenaamd ‘gerechtvaardigd vertrouwen’, wat dat ook precies was. Maar er was gerechtvaardigd vertrouwen. Dat bleek dus niet gerechtvaardigd, achteraf, en dat is pijnlijk. Het is een goede zaak om die samenwerking nu opnieuw vorm te gaan geven en om wijzigingen in die centrumregeling aan te gaan passen. GroenLinks gaat akkoord met het voorstel en scheiden is geen feest. De voorzitter: Fractie René Martijn.
De heer Martijn: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik heb ook geen 2 A4’tjes nodig, bij mij is het wat korter. Ik kan mij helemaal vinden in het voorstel van het college. Ik dank het college voor alle informatie die ik heb gekregen en niet alleen van het college, maar in een aparte bijpraatsessie via Teams ook met de ondersteuning die daarbij hoort. Omdat ik natuurlijk niet in de tijdelijke commissie zit werd ik dus op een andere manier wel op de hoogte gehouden. Belangrijk vind ik toch nog een paar puntjes, voorzitter. Dat is in het verleden niet meer het geval geweest, maar dat moet zeker weer gaan gebeuren overal: burgers en bedrijven, als die een afspraak hebben met de gemeente, dan gebeurt het hier in dit huis en nergens elders in Amstelveen of op wat voor locatie dan ook. Dat geldt niet alleen voor burgers en bedrijven, maar ook voor iedereen die in de politiek zit. Ook die worden in principe niet meer verwacht in Amstelveen, dat gebeurt hier. Verder, voorzitter, ben ik het eens met het voorstel om ook met andere partijen als de gemeente Amstelveen te gaan samenwerken. Belangrijk dat Amstelveen in de samenwerking met Aalsmeer geen monopoliepositie meer krijgt.
Voorzitter, dan, ik heb het met de begroting al gezegd en verfoeilijk de bijdrage voor IT, zoiets mag nooit weer gebeuren, dat wij gaan bijdragen aan panden, aan stenen waar dan ook, die eigendom zijn van Amstelveen. Zij zorgen zelf voor hun eigen verhaal en wij voor het onze. Voorzitter, daar wil ik het bij laten en ik hoop van Amstelveen alleen nog maar een bescheiden stukje dienstverlening af te nemen en voor de rest met heel veel andere partijen zaken te kunnen doen. Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan de VVD, de heer Van der Zwaag.
Pagina 6 van 37
De heer Van der Zwaag: Dank u, voorzitter. Mooi, die stilte. Dat typeert waar we het afgelopen jaar keihard mee bezig zijn geweest. Met de raad, met de Tijdelijke Commissie Toekomstige Dienstverlening. Gerard, je moet het nog wel even vloeiend proberen uit te spreken, want dat lukt nog niet, merk ik. Er is via stille diplomatie heel veel werk verzet vanuit het college. Er zijn in mijn ogen strategische hoogstandjes toegepast in de relatie met Amstelveen. Het was allemaal prematuur, het heeft geleid tot dit resultaat. Daar is de VVD buitengewoon content mee. De auto van Aalsmeer heeft in de vrije loop gestaan, is dit afgelopen jaar in onze ogen in zijn één gezet. Met het accorderen van dit voorstel hopen wij dat we in zijn twee kunnen gaan rijden. Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan de fractie Judith Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ik hou het kort, want ik denk dat alles al gezegd is en ik hoef niet in de herhaling te vallen. Ik vond het wel een leuk gevoel voor drama van de heer Van der Zwaag net, die stilte. Ik wil de tijdelijke commissie hartelijk danken voor het vele werk en het harde werk van het afgelopen jaar.
Ik wil zeker ook de heer Winkels danken voor zijn inleidende woorden zojuist, ik denk dat menig luisteraar hierdoor een duidelijk kijkje in de keuken heeft gehad of gekregen, wat er het afgelopen jaar is gebeurd en wat er nog gaat gebeuren. Uiteraard ondersteun ik dit voorstel van harte. Dank u wel. De voorzitter: Fractie Absoluut Aalsmeer, mevrouw Holtrop. Mevrouw Holtrop: Dank u wel, voorzitter. Absoluut Aalsmeer kijkt uit naar een benaderbare, zichtbare, bestuurlijk zelfstandige organisatie, waarbij de menselijke maat voorop staat. Wij kunnen ons ook vinden in dit raadsbesluit. We hebben nog wel een vraag aan het college. Refererend aan het persbericht van 13 november vanuit Amstelveen, met de reactie op het raadsbesluit van Aalsmeer willen wij het college vragen wat de mening is op het ingenomen standpunt vanuit het college van Amstelveen en indien er een schriftelijke reactie volgt hierop: gaat deze dan ook nog eerst via de raad? Dat was het, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Wellicht is het even goed het persbericht nog kort voor te lezen, de tekst waar het over gaat. Heeft u dat bij de hand? Misschien goed om dat nog even op te zoeken, tenzij het college direct kan oplepelen wat het persbericht is. Maar goed, we hebben nog even de tijd om dat ook hier na te gaan aan deze kant van de tafel, denk ik, want het woord is nu eerst aan het CDA. De heer Winkels.
De heer Winkels: Mijnheer de voorzitter, ik hoef hier niet veel meer aan toe te voegen, ik heb hiervoor al wat gezegd. Ik ben ook blij met de reacties van de diverse fracties en mag ook melden namens mijn fractie, het CDA, dat wij graag akkoord gaan met dit raadsvoorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dat was een vrij korte voorbereiding voor het college. We gaan toch het woord geven aan één van de portefeuillehouders. De heer Van Rijn, aan u het woord. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Laat ik namens het college nog een reactie geven in de zin van toch wat informerend, beschouwend toch nog een paar woorden van waardering ook in de samenwerking. Het zijn de besturen van Aalsmeer en Amstelveen die op een gegeven moment hebben geconcludeerd, toch alweer in deze bestuursperiode: de samenwerking vertoont wel wat aandachtspunten, laat ik het zo verwoorden. Het zijn ook de gezamenlijke besturen geweest die hebben gezegd: die samenwerking vraagt onderhoud. Die samenwerking, qua stip op de horizon, vraagt ook wel dat we in een goede dialoog met elkaar blijven, maar de manier waarop we samenwerken of hoe we dat hebben vastgelegd, dat vraagt aandacht, want we kunnen niet op dezelfde voet verder. Dat zijn de woorden eigenlijk van onze gezamenlijke besturen Amstelveen en Aalsmeer.
Dat heeft in een constructieve zin geleid dat we met het eerste onderzoek zijn gestart, waar al aan gerefereerd werd – ik geef er toch wat woorden aan, ook voor de mensen die luisteren, omdat het toch een belangrijk onderwerp is voor de Aalsmeerse/Kudelstaartse gemeenschap – is dat we een rapport hebben gehad, ‘Tijd voor Pagina 7 van 37
nieuw elan’. In opdracht van beide besturen, wat is uitgevoerd door de heer Vellenga. Daarin werd eigenlijk al duidelijk dat de stip op de horizon voor beide besturen bij het begin van deze samenwerking, daar is al aan gerefereerd, toch een diverse was. Dat vraagt ook tijd om daaraan te wennen, want het is de intentie van Aalsmeer geweest – en dat is het geweest en dat is het op dit moment en dat zal het voorlopig blijven – dat de bestuurlijke zelfstandigheid er is. Dus die komt niet, die is er al en die moet eigenlijk verder versterkt worden. Maar toen heeft Amstelveen eigenstandig – heeft Aalsmeer niet aan meegewerkt – een rapport door Berenschot laten, een onderzoek laten doen met conclusies die voor rekening zijn van Amstelveen. Eigenlijk de derde rapportage die kwam, vrij snel, was eigenlijk een rapportage, een uitspraak van een onafhankelijke geschillencommissie, zoals onze samenwerkingsregeling dat neerlegt als het gaat om als je een geschil hebt in de samenwerking, wat betrof dat we een verschil van inzicht hadden over het financieren van de ICT. Daar is een uitspraak op gekomen, eigenlijk met die drie lijnen in de hand en met u in het gesprek zijn we de weg opgegaan dat we de bestuurlijke zelfstandigheid van Aalsmeer verder versterkt moet worden. Dat verdient, denk ik, Aalsmeer ook.
Want voor velen zeggen: ja, Aalsmeer, gemeenschap van 32.000 inwoners, een dorp, wat is dat nou? Nou, het is wel een werelddorp, hè? Waar gewoon wereldeconomie wordt bedreven, waar de naam Aalsmeer wereldwijd bekender is dan andere plaatsennamen – waar ik geen voorbeelden zal noemen – en wat ook een hele belangrijke geografische ligging heeft. Een ligging die historisch al, door de eeuwen heen, een scharnierpunt is tussen de tegenwoordige verstedelijkingsopgave, de stad Amsterdam, Groot-Amsterdam en hierachter het Groene Hart. Dat is ook wel mooi, want volgens mij kenmerkt dat ook wel gewoon onze Aalsmeerse gemeenschap, zowel in de gemeenschap, maar ook als daarbuiten, dat we verbindend zijn, dat we met alle partijen willen samenwerken, dat we niet partijen willen uitsluiten, maar dat we ook niet te afhankelijk willen worden van een bepaalde partij. Ik denk dat dat hier ook gewoon aan de hand was. We hebben eigenlijk sinds begin dit jaar heel sterk ook verder de regie ingezet. Daarvoor hebben we ook in het proces met verschillende experts die we dan wel of niet inhuurden ook de weg gezocht: hoe krijgen we meer grip, sturing en invloed? Een weg van verkenning. Want eigenlijk, er zijn twee modellen in dit land. Een model: u gaat bestuurlijk fuseren. En er is een model: u bent het niet met elkaar eens, dus u gaat uit elkaar.
Een bestuurlijke fusie is voor Aalsmeer een no-go en als je kijkt naar volledige ontvlechting, waar ook beelden van zijn in onze samenleving en gevoelens, en die begrijpt het college ook en die begrijpt u ook als raad, maar daar hangt wel een prijskaartje aan. Dus wij hebben gezegd: we moeten de weg van de geleidelijkheid, we moeten de weg van de financiële verstandigheid ook bewandelen om die bestuurlijke zelfstandigheid vol te houden en daarnaast ook te kijken: hoe blijf je ook met Amstelveen voor toch, ik zeg het maar even, een groot deel samenwerken? Want ook een deel van die dienstverlening zijn we ook tevreden over. Waar het veel meer om gaat is dat we veel meer grip willen krijgen op onze Aalsmeerse opgave, je wil daar regie op hebben. Dat betekent dat je toch wel vanuit hier meer moet regisseren. Dat vraagt ook tijd, dat hebben we ook aan u verteld, dat vertellen we ook aan de Aalsmeerse gemeenschap. Dat vraagt meer tijd dan dat we deze samenwerking zijn aangegaan. Het college is van mening dat dat ook de weg van de zorgvuldigheid vraagt, dus dat moet je ook goed voorbereiden. Daarom hebben we ook gezegd: laten we die stip op de horizon op het jaartal 2020-2026 zetten, omdat we het dan ook goed kunnen voorbereiden. Ook overeenkomstig uw wens als gemeenteraad om te zeggen: dan kunnen we ook modulair opbouwen.
Dan kun je ook gewoon bouwen aan een organisatie waarvan je zegt: het bestaat nog niet in Nederland. Dat is juist ook wel gewoon enorm gaaf, als ik het dan maar even minder bestuurlijk zeg, gewoon iets ontdekken. Op die weg van die ontdekking proberen wij het Amstelveense bestuur ook voortdurend te enthousiasmeren, hoe leuk deze weg is, om ook met elkaar iets nieuws te ontdekken. Omdat de ene weg echt nooit gaat gebeuren wat ons betreft en de andere weg best een flink prijskaartje vraagt. Ik ga richting een einde, hoor, voorzitter. Dan zou ik zeggen, als je het dan hebt over 2026, 5 jaar vanaf nu, betekent het ook als je het hebt over coronatermen, dat vraagt ook: we moeten dat volhouden. Dus hou het ook vol. Maar ik zou ook willen zeggen namens het college: houd geen afstand. Want we willen juist een zichtbaar en benaderbaar en nabij bestuur zijn. Dus aan de ene kant gaan we het wel volhouden, maar we hebben daar wel wat geduld bij nodig. Dan is het verder een heel compact raadsvoorstel, het is bijna een advies voor het college om, als je veel euro’s vraagt, om dat altijd compact en krachtig voor te leggen, want dat heeft misschien wel de meeste kans op succes. Maar even zonder gekheid: het college Pagina 8 van 37
wil ook haar waardering uitspreken voor de goede samenwerking met de TCTD, de Tijdelijke Commissie Toekomstige Dienstverlening. Ik val er ook wel eens over, hoor, ik zeg het tegen de voorzitter van de TCTD, ik verspreek me daar ook wel eens op. Het blijft een lastige term. Een Commissie Stiekem is ook wel gezegd. We doen daar niks stiekem, maar we doen het wel onder geheimhouding, omdat het gaat om strategische en financiële continuïteit van onze gemeente. Dat moet je ook gewoon heel vertrouwelijk behandelen, dus ik wil ook die commissie bedanken en natuurlijk ook de constructieve houding van onze collega’s in Amstelveen, want ook daarin zullen we gewoon de samenwerking met elkaar moeten blijven vinden, teneinde 1 januari 2022 ook een nieuw contract te kunnen voorleggen en ook op een vruchtbare manier samenwerking in te richten. Dus ook namens het college dank ook voor de samenwerking, waardering ook voor de commissie en ook voor u als raad. Dan moet ik nog één vraag beantwoorden, de vraag van Absoluut Aalsmeer. Laat ik dan namens dit college een bestuurlijke reactie geven, dat is namelijk: wij communiceren op onze eigen manier en wij zijn met Amstelveen, het bestuur en directie, ook op onze wijze goed in gesprek. Wij nemen verantwoordelijkheid voor onze eigen persuitingen en dat doet Amstelveen ook voor haar uitingen. Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter: Is er behoefte aan een tweede termijn of kunnen wij overgaan tot besluitvorming? Dat is het geval. Ik denk dat het goed is om met elkaar deze besluitvorming te memoreren, dus ik zal ook het besluit kort voorlezen wat u wordt gevraagd. Het college opdracht te geven om in overleg met de gemeente Amstelveen te komen tot nieuwe samenwerkingsafspraken, met ingang van 1 januari 2022 via een gezamenlijke bestuurlijke opdracht. Het college toestemming te verlenen om de wijziging van de centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen voor te bereiden, de middelen beschikbaar te stellen ten behoeve van de initiële voorbereidings- en transitiekosten van een nieuwe Aalsmeerse organisatie ter hoogte van 3 miljoen euro voor de komende 2 jaar, exclusief eventuele frictiekosten en de besteding van bovengenoemde initiële kosten af te stemmen met de Tijdelijke Commissie Toekomstige Dienstverlening en deze middelen te verwerken in de begroting bij de eerste begrotingswijziging. Kan dit voorstel rekenen op uw instemming? Dat is eenieder en daarmee unaniem aangenomen. R-1.3
Regionale samenwerking De voorzitter: Gaan wij over naar het agendapunt Regionale samenwerking, agendapunt 3. Gisterenavond is er volgens mij een raadsledenplatform samengekomen. Ik kijk even naar de heer Abbenhues, of u misschien nog namens uw rol kort de raad wil toespreken hierover. Dat is het geval, het woord is aan de heer Abbenhues. De heer Abbenhues: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, gisterenavond is er een bijeenkomst geweest van de Amstellanden-Meerlanden, een raadsledenbijeenkomst waarin het één en ander besproken is over de regionale samenwerking. Eén van de dingen die spelen en die ook actueel wordt begin volgend jaar is de verstedelijkingsstrategie van de MRA, de Metropool Regio Amsterdam, waarin 30, 40 jaar vooruit wordt gekeken: als Amsterdam groeit, hoe zou Amsterdam dan moeten groeien en hoe kan de grotere regio daarin meegenomen worden? Het is best een lastig onderwerp, waarin keuzes gemaakt moeten worden. Komend voorjaar staat het op de agenda, die stukken zijn beschikbaar via de MRA en ik denk dat we nog pittige discussies gaan krijgen over hoe we als Aalsmeer in deze discussie staan. De voorzitter: Ik kijk even rond of er nog vragen zijn aan de heer Abbenhues. De heer Kuin, Absoluut Aalsmeer. De heer Kuin: Dank u, voorzitter. Ik begrijp van de heer Abbenhues dat het een pittige discussie zou kunnen worden.
Als je kijkt naar de MRA-strategie die men uit wil rollen denk ik dat het voor Aalsmeer behoorlijke consequenties zou kunnen hebben, mits – en dan kom ik – mits we hier met elkaar, maar dan wel met elkaar, over gaan praten en een gezamenlijk standpunt kunnen formuleren. In deze wil ik u oproepen, mijnheer Abbenhues, doet uw best, haal de raad bij elkaar en zorg dat we het erover hebben.
Pagina 9 van 37
De voorzitter: De heer Abbenhues. De heer Abbenhues: Dank u wel, voorzitter. Absoluut, ik denk dat dit niet iets is wat partijpolitiek moet zijn, maar waar we als gemeente een gezamenlijk standpunt moeten formuleren. Aan de andere kant moeten we ons ook realiseren dat we onderdeel zijn van de zuidflank, Amstelland-Meerlanden, en dat die weer onderdeel is van een groter geheel, de Metropool Regio Amsterdam. Maar absoluut, we moeten ons eigen standpunt hebben en er zijn absoluut best zaken waar we het met elkaar over moeten hebben. Dus begin volgend jaar, beloof ik u, gaan we daarover praten. De voorzitter: Dat kan ik samenvatten als een ‘ja’, geloof ik, hè? In ieder geval dank voor uw antwoord. De heer Abbenhues: Ik dank de voorzitter voor deze kernachtige samenvatting. De voorzitter: Dank u, mijnheer Abbenhues. R-1.4
Moties Vreemd aan de orde van de dag De voorzitter: We gaan naar het volgende agendapunt, de moties vreemd aan de orde van de dag. GroenLinks, u heeft er even op moeten wachten voordat we met elkaar dit verband willen, dank voor uw geduld daarin. Het woord is aan de heer Fransen, u zal kort, kernachtig de moties indienen, waarna we een eerste termijn gaan hebben met elkaar met vragen aan de indiener, betreffende de moties ‘Overlast Schiphol’. Het woord is aan de heer Fransen. De heer Fransen: Dank u wel, en bedankt voor de creativiteit hoe dat vandaag geagendeerd is, dat ziet er goed uit. Ik kies ervoor om eerst de motie ‘Maatschappelijke kosten-batenanalyse’ in te dienen en na de stemming daarover eventueel, ik denk het wel, de andere twee in te dienen. Deze motie wordt ingediend namens diverse andere partijen en die partijen dat zijn de VVD, Absoluut Aalsmeer, D66, Partij van de Arbeid, Fractie René Martijn en Fractie Judith Keessen. Wat is een maatschappelijke kosten-batenanalyse? Dat is een meting van het effect van een beleidsvoorstel, dus dat brengt de effecten van beleid in kaart. Dat gaat in euro’s en daar worden dingen in kaart gebracht, zowel gezondheid, geluidshinder, gevoel van onveiligheid, dat soort dingen, en ook natuurlijk economie. Maar alles wordt uiteindelijk gepoogd in euro’s uit te drukken.
Een maatschappelijke kosten-batenanalyse moet, om een formeel document te zijn wat politieke waarde heeft, moet worden getoetst nadat het is opgesteld door het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving. Dat is door, ik weet niet precies welk ministerie zelf bepaald, dus daarmee krijgt het ook formele kracht. Er is behoefte aan een dergelijk rapport, waar de voor- en nadelen van het effect van Schiphol in kaart gebracht worden. Het zou heel mooi zijn als andere organisaties, andere gemeentes zich ook hier achter gaan stellen. Dus daar roept de motie zeker ook toe op. De MKBA kan in Aalsmeer, maar ook in andere gemeentes, maar specifiek in Aalsmeer, ondersteunend zijn op verschillende vlakken, verschillende discussies. Dan noem ik er een paar, bijvoorbeeld bouwen in de Hornmeer, transformatie van een verouderd kassengebied, transformatie van het proefstation en de acties die de stichting Recht op Bescherming tegen Vlieghinder in gang heeft gezet. Dus de concrete oproep is richting het college om uit te zoeken wat het kost om zo’n MKBA uit te voeren en de voorbereidende handelingen te verrichten. Dat over wat de bedoeling is. Dank u wel. De voorzitter: Wie van u als fracties wil hierop reageren of heeft een vraag aan de indiener? Ik ga eerst even inventariseren. Dat is mevrouw Holtrop. Wie nog meer? Dat is de heer Verlaan. De heer Abbenhues.
Dan is het woord eerst aan mevrouw Holtrop, Absoluut Aalsmeer. Mevrouw Holtrop: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, Absoluut Aalsmeer ondersteunt en heeft ook mede deze motie ondertekend. We willen in elk geval onze dank uitspreken voor de moeite die de heer Ronald Fransen hiervoor gedaan heeft. Daarbij stellen wij voor om die maatschappelijke kosten-batenanalyse te laten uitvoeren door de heer Manshanden, een specialist en bewezen deskundige. Zijn presentatie op de informatieavond was indrukwekkend en hij is al Pagina 10 van 37
jarenlang een vooraanstaand economisch specialist op dit gebied. Daarbij wil ik nog even aanhalen het rapport van Manshanden, ‘Luchtvaart uit balans’, als een zeer goede ondersteuning om mijnheer Manshanden hiervoor in te schakelen. Dat was het, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan is het woord aan de heer Verlaan, CDA. De heer Verlaan: Voorzitter, allereerst, mijnheer Fransen, volgens mij vergat u ons te noemen, maar is het raadsbreed en staan wij ook op die motie. Dus wat dat betreft, kijk maar in die stukken. Dus dat is één. Ten tweede zijn wij voor deze motie, omdat wij van mening zijn dat gedegen onderzoek naar de voors en tegens van een grote luchthaven als Schiphol wat ons betreft niet exact genoeg bekeken kunnen worden en goed genoeg bestudeerd kunnen worden, zeker niet omdat er heel veel mensen in Aalsmeer hinder van hebben en ook heel veel mensen profijt van hebben, dus hoe meer hoe beter. Of dat mijnheer Manshanden moet zijn of iemand anders, dat laat ik graag aan de deskundigheid van het college over. De voorzitter: De heer Abbenhues, VVD. De heer Abbenhues: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij graag aan bij de woorden van mijnheer Verlaan en uiteraard ook bij de woorden van de heer Fransen.
Gedegen onderzoek naar de maatschappelijke kosten en baten van Schiphol, in hoeverre we daar overlast van hebben en wat het uiteindelijk allemaal kost, daar zijn we helemaal voor en dat gaan wij ook steunen. Wij gaan niet steunen het voorstel van mevrouw Holtrop van AA, dat het door de heer Manshanden gedaan moet worden. Uiteraard zijn we het helemaal met haar eens dat mijnheer Manshanden daar uiterst deskundig in is, alleen we laten het aan het college over om te bepalen wie daar de meest geëigende partij voor is. De voorzitter: Dat was de eerste. U heeft een interruptie op de heer Abbenhues, mevrouw Holtrop. De heer Abbenhues, blijft u nog even bij het katheder staan. Mevrouw Holtrop, aan u het woord. Mevrouw Holtrop: Dank u wel, voorzitter. Nou zou ik heel graag willen weten van de heer Abbenhues waarom hij dat voorstel om mijnheer Manshanden in te schakelen niet kan ondersteunen. Wat is daar de reden voor? De voorzitter: De heer Abbenhues. De heer Abbenhues: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk heb ik het antwoord al gegeven in de eerste termijn. Wij denken dat mijnheer Manshanden daar uiterst deskundig is en het ook prima zou kunnen doen, alleen ik denk dat er nog andere partijen in Nederland zijn die wellicht even deskundig zijn en het ook prima zouden kunnen doen. We laten het aan het college om uit te zoeken voor welke partij zij kiezen.
De voorzitter: Dank voor het antwoord. Ik denk ook, om dit gesprek even in die zin te neutraliseren, het ligt niet voor in het voorstel wie dit moet gaan uitvoeren, dat is per definitie dus aan het college. Het is een oproep vanuit de fractie Absoluut Aalsmeer, daar kan het college kennis van nemen. De heer Abbenhues, dank voor uw bijdrage. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn. Ik kijk naar het college, naar de portefeuillehouder. Wethouder Kabout, aan u het woord. De heer Kabout: Dank u wel, voorzitter. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse, dat kosten en baten dat gaat in feite ook over de balans en dat is natuurlijk waar we het hier vaak over gehad hebben in het Schipholdossier: de balans tussen welvaart en welzijn. Waarin wij ook hier in deze raad herhaaldelijk hebben uitgesproken dat die balans zoek is, dat er meer aandacht moet komen voor het welzijn. Het college staat uiteraard positief tegenover deze motie, er wordt ons gevraagd met een voorstel te komen. Dat gaan we uiteraard doen, dus ik zal nog een paar punten eruit lichten. We zullen wel proberen om die analyse zoveel mogelijk toe te spitsen Pagina 11 van 37
op onze gemeente. Dat zullen we in het voorstel ook nog uitleggen. De eerste indrukken van andere gemeentes, om daarbij aan te sluiten, zijn niet positief. Maar goed, daar zullen we in het voorstel verder op komen, wellicht hoe we dat verder kunnen gaan uitwerken. Dat zullen we allemaal nog met u bespreken. Voor de vraag welk bureau het moet zijn, wij gaan in ieder geval meerdere bureaus benaderen. Dus wij gaan gewoon meerdere bureaus benaderen en ook het bureau van mijnheer Manshanden, ook omdat u ons ook heeft gevraagd: doe een voorstel van een kostenplaatje. Ook in dat kader zullen we een aantal bureaus benaderen en dat zullen we gewoon netjes in dat voorstel ook laten terugkomen en met u bespreken in de klankbordgroep. Dus dat is niet iets waar we nu al een beslissing over hoeven te nemen of een voorkeur over hoeven uit te spreken, dat gaan we gewoon netjes inventariseren en dit bureau is ook zeker daarbij in beeld. Dus dat voor wat betreft de partijen. Dan wordt er in de motie ook nog gewezen op de richtlijnen die zijn opgesteld voor het opstellen van zo’n MKBA. Daar wijs ik er ook alvast op dat uitgerekend heel recent het ministerie bij de nota van antwoord op de luchtvaartnota heeft aangegeven dat ze de leidraad MKBA nog gaan herzien. Maar goed, dat nemen we ook nog mee in dat voorstel, hoe we daarmee om willen gaan.
Verder staat in de motie ook nog dat bij punt vier, dat wordt opgeroepen om zoveel mogelijk partijen te betrekken die ook overlast ervaren. Ook daar wijs ik erop: dat zullen we natuurlijk in balans doen, daar zullen we natuurlijk ook kijken naar partijen die het voordeel ervan genieten. Dat moet natuurlijk bij die analyse, om dat zo evenwichtig mogelijk te doen. Dus ja, positief en we gaan dit graag voor u uitwerken en dan verder bespreken in de klankbordgroep. Dank u wel. De voorzitter: Is er behoefte aan de indieners om hierop te reageren? De heer Fransen. De heer Fransen: Dank u. Een hele korte reactie. Excuses aan het CDA voor het niet noemen, dat was een vergissing van mijn kant. De voorzitter: Is er behoefte aan een tweede termijn? Nee, voldoende beantwoord, de vragen? Dan gaan we over tot stemming op deze motie. Ik lees ook dit dictum even voor. U als raad wordt verzocht in te stemmen met een voorstel en een opdracht aan het college om te komen voor het opstellen en laten uitvoeren van een maatschappelijke kosten-batenanalyse met betrekking tot het vliegverkeer van Schiphol. In dit voorstel inzicht te geven in de kosten van een dergelijk onderzoek en inzicht te geven in de concept-onderzoeksopdracht voor de MKBA. Deze zaken vervolgens voor te leggen aan de klankbordgroep Schiphol.
Deze MKBA te laten voldoen aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het CPB en het Planbureau Leefomgeving. Zoveel mogelijk gemeenten, instanties en organisaties die eveneens flinke overlast van vliegverkeer hebben of zich tegen toename van vliegverkeer verzetten zich achter deze MKBA te laten scharen, om gezamenlijk een krachtig signaal uit te laten gaan. Bij deze MKBA het gesprek aan te gaan met de minister van infrastructuur en Waterstaat in de fracties in de Eerste en Tweede Kamer. Wie is er voor deze motie? Dat is eenieder, daarmee unaniem aangenomen. Dan gaan we naar de tweede motie, motie ‘Steunbetuiging stichting Recht op Bescherming tegen Vlieghinder’. Ik zou de heer Fransen willen vragen deze kort in te dienen. Aan u het woord. De heer Fransen: Dank u wel. Ik zou graag nu twee moties in willen dienen. Dat is de motie ‘Steunbetuiging stichting Recht op Bescherming tegen Vlieghinder’ en de motie ‘Financiële stichting Recht op Bescherming tegen Vlieghinder’. De eerste, ‘Steunbetuiging’, die wordt ingediend – ik hoop dat ik het nu goed doe – door PvdA, Absoluut Aalsmeer, D66, Fractie Judith Keessen, Fractie René Martijn en GroenLinks. De heer Fransen: De tweede motie wordt door dezelfde partijen ingediend.
Voorzitter, ter introductie van de motie wil ik graag een ingezonden brief in de Nieuwe Meerbode van vandaag voorlezen en dat wordt dus interessant, hoe de Nieuwe Meerbode hier dan verslag van doet. Ik lees hem voor. “Code rood vanwege groeiplannen voor de luchtvaart. Het kabinet heeft de luchtvaartnota officieel naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de inspraak op de nota is echter helemaal niets gedaan. De kernboodschap is nog altijd: luchtvaart mag groeien, als de hinder maar afneemt. Dit betekent dat de inwoners van Aalsmeer en Kudelstaart qua bedreiging van gezondheid en woongenot in fase coderood zijn beland. Want één ding hebben wij de Pagina 12 van 37
afgelopen tien, vijftien jaar echt wel geleerd: op vermindering van de hinder kun je lang wachten, maar de groei van het vliegverkeer gaat geheel vanzelf. Daar gaat corona maar een tijdelijke verandering in brengen. Wij, de bewonersvereniging, het BWA, VLGW en VHW gaan niet zitten wachten op de afname van de hinder, we gaan op volle kracht door met de voorbereiding voor de rechtszaak tegen het ministerie dat onze gezondheid en ons woongenot niet serieus wil nemen.” Nou, het gaat nog een poosje verder, maar dit is even de inleiding van waar deze moties op gebaseerd zijn. Dus de eerste motie die zegt, om steun uit te spreken naar de stichting Recht op Bescherming tegen Vlieghinder. De tweede motie die zegt: als we dan die steun uitspreken, laten we daar dan ook de portemonnee voor trekken. Dat zijn de twee moties. Ik dank u wel. De voorzitter: Dan inventariseren we even wie er wil reageren in de eerste termijn. Dat zijn – even kijken – Fractie René Martijn, de heer Abbenhues, mevrouw Holtrop, Fractie Judith Keessen, de heer Verlaan. Dan gaan we eerst naar Fractie René Martijn. De heer Martijn: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik ondersteun beide de moties, zowel voor de steunbetuiging als financiële bijdrage voor het voeren van een proces.
Ik heb al eerder aangegeven met de kadernota dat ik het juist goed zou vinden als er ook geprocedeerd werd en ik had toen al het idee: kunnen we dat niet zelf doen als gemeente, om te gaan procederen? Immers, bij de Belastingdienst zijn ze ook tegen hun eigen ministerie aan het procederen, dus waarom zouden wij als gemeente niet tegen een landelijke overheid een proces kunnen beginnen? Ik zou het betreuren als de VVD en het CDA hierin niet meegaan met de steunbetuiging en ook niet financieel willen bijdragen, want wat is makkelijker om in deze raadzaal een grote mond te hebben over Schiphol en vervolgens de portemonnee niet te durven trekken? Ik zou dat schandalig vinden, daarmee laat je alle burgers die last hebben van Schiphol en die graag willen dat er geprocedeerd wordt gewoon in Aalsmeer in de kou staan. Voorzitter, laat dat voor die burgers een goede leer zijn met de landelijke verkiezingen in maart. De voorzitter: De heer Abbenhues, VVD. De heer Abbenhues: Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met het danken van de heer Martijn voor deze opbeurende woorden. Iedereen die zich inzet voor het verbeteren van de leefomgeving van de Aalsmeerse en de Kudelstaartse inwoners die draagt de VVD Aalsmeer natuurlijk een warm hart toe. In die zin is de VVD absoluut niet tegen de stichting Recht op Bescherming van de Vliegtuighinder.
Om al meteen met de deur in huis te vallen: uiteraard gaan wij daarom ook de motie voor de steunbetuiging steunen. Echter, de VVD is redelijk principieel in haar standpunt dat de gemeente haar eigen middelen of eigen wegen heeft om op te komen voor haar inwoners. Daarbij past niet het procederen tegen een andere overheid met gebruik van gemeenschapsgeld. Dus daarmee kom ik meteen op de tweede motie: de VVD gaat de motie voor het geldelijk steunen van de stichting niet steunen. De voorzitter: Absoluut Aalsmeer, mevrouw Holtrop. Mevrouw Holtrop: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad mooie woorden van de heer René Martijn, daar kunnen we ons ook in vinden. Wat betreft de motie ‘Steunbetuiging Stichting Recht op Bescherming tegen Vlieghinder’, het spreekt voor zich dat wij hier steun aan geven. De motie ‘Financiële steun Stichting Recht op Bescherming tegen Vlieghinder’, de daad bij het woord voegen, dus ook voor financiële ondersteuning. Niet alleen onze inwoners laten opdraaien voor de kosten bij deze rechtszaak, die in ons aller belang is. Het gaat hier tenslotte om onze gezondheid, om woongenot, om veiligheid en niet in de laatste plaats om de toekomst van onze kinderen. Wij voelen de verantwoordelijkheid om vanuit de gemeente dit belangrijke initiatief dus ook financieel te moeten ondersteunen.
In de constateringen van deze motie blijkt dat de gemeenteraad eerder heeft ingestemd met rechtszaken die de gemeente Aalsmeer heeft gevoerd tegen de staat, in 1992 en 1994. Het bevreemdt mij dat de VVD dat dus dan principieel nu niet doet. In dit geval gaat het om ondersteuning van een burgerinitiatief en nu kan de gemeenteraad ook laten zien dat zij hier unaniem achter staat. In woord heeft de raad dit al meerdere keren laten blijken, nu de daadkracht. De inwoners betalen hier al aan mee, de Pagina 13 van 37
gemeente Aalsmeer-Kudelstaart kan nu ook niet achterblijven. Het verhaal wordt bovendien krachtiger als ook de gemeente financieel bijdraagt en naar onze mening verwachten de burgers van Aalsmeer en Kudelstaart terecht dat deze gemeente mede financiert. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Het woord is aan de Fractie Judith Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. De motie steunbetuiging staat wat mij betreft buiten kijf. De motie voor financiële steun, we hebben met zijn allen gezegd: genoeg is genoeg. Samen en lokaal tegen Schiphol. Landelijk worden we in de steek gelaten, maar landelijke politiek mag geen lokale politiek zijn. Kijk naar de luchtvaartnota, geschreven eind 2019, die gewoon is aangenomen. Een luchtvaartnota die niet is aangepast of herschreven, rekening houdend met de huidige crisis en de te verwachten economische achteruitgang de komende jaren. In tegendeel: er wordt ingezet naar een groei tot wel 800.000 vliegbewegingen per jaar. Dat maakt Aalsmeer onleefbaar en we hebben met elkaar afgesproken dat leefbaarheid op 1 staat. In de jaren 90 – en mevrouw Holtrop haalde dat net al even aan – heeft de gemeente tot 2 keer toe een kort geding tegen Schiphol gewonnen. Nu hoeft de gemeente het niet zelf te doen, maar kunnen we een fantastisch initiatief wel steunen. Dit signaal naar onze inwoners is geen politiek, maar menselijk besluit.
Ik steun deze motie dan ook van harte, het is hoog tijd dat we de daad bij het woord voegen en actie ondernemen voor en samen met onze inwoners. Dank u wel. De voorzitter: Het wordt is aan de heer Verlaan, CDA. De heer Verlaan: Voorzitter, ook het CDA draagt de stichting een warm hart toe. Deze stichting heeft ook haar eigenstandige verantwoordelijkheid om hiermee om te gaan. Daar zijn we blij mee. Toch zegt het CDA: die moeten wij niet financieel steunen. Overigens vind ik het een beetje bizar dat we zeggen: of de burgers betalen of de gemeente betaalt. Als de gemeente betaalt betalen burgers net zo goed mee, dus dat is de discussie niet in dit punt. Ik vind het veel principiëler, het CDA is dat samen met de VVD hartgrondig eens. We hebben een verschil in verantwoordelijkheden. De gemeente, de raad, het college hebben hun verantwoordelijkheid om langs bestuurlijke weg op een fatsoenlijke manier keer op keer, al lopen we elke keer weer tegen een muur op, de belangen van onze burgers in Den Haag te blijven bepleiten. U kunt het ook de VVD, maar zeker ook het CDA niet meer zeggen dat we dat keer op keer ook aan het doen zijn. Wat er in de afgelopen jaren misschien wel eens een keer aan een rechtszaak door de gemeente Aalsmeer gedaan is, dat is niet dit bestuur, daar hebben wij op dit moment ook niet de verantwoordelijkheid voor.
Wij moeten hier de keuze maken: op welke manier gaan we hiermee verder? Het is ook niet zo dat ik als CDA’er dan zeg: weet je wat, laten we dan een ton overmaken, of laten we een halve ton overmaken en dan leunen we achterover, want dan hebben we een dik advocatenkantoor wat met een aantal burgers dat gaat doen en dan hoeven wij vervolgens niks meer te doen. Nee, wij zijn op een fatsoenlijke manier in Den Haag vertegenwoordigd, wij zijn het ook vaak oneens als het om Schiphol gaat met de landelijke lijn, maar dat ontslaat ons niet van de verplichting om er op een fatsoenlijke manier mee in gesprek te blijven. Vandaag, morgen en als het nodig is in 2025 nog steeds. Ik gun de stichting van harte dat zij zoveel mogelijk – en dat schijnt ook heel goed te gaan op dat punt – zoveel mogelijk geld onder de burgers en de ondernemers ophalen, waardoor zij kunnen aangeven dat zonder tussenkomst van gemeentelijke gelden dit geheel vanuit verschillende gemeentes is georganiseerd. Maar wat ons betreft niet met geldelijke steun, wel met heel veel samenwerking en met ondersteuning van hun initiatieven. Tot zover het CDA. De voorzitter: Dan is het woord aan het college. Wethouder Kabout. Sorry, de heer Fransen, u heeft een reactie? Mijn excuses. De heer Fransen nog even, voordat de wethouder reageert. De heer Fransen: Dank u, voorzitter. Mooi dat er zo’n discussie over ontstaat.
Principes zijn zelfgekozen leefregels. Maar er zijn ook wetten. Eén van de wetten – dat is uit het wetboek van strafvordering, artikel 160, lid 1 – dat dat zegt dat iedereen die kennis draagt van een misdrijf moet daar aangifte van doen. Ik vat het nu even populair samen. Wat de landelijke overheid Pagina 14 van 37
richting ons doet is gewoon een misdaad. Het is gewoon misdadig om zoveel vliegverkeer over ons dak te sturen en daarmee het leefgenot te verpesten. Dus het is gewoon een misdaad en een misdaad moet aan de orde worden gesteld. En dat is het principe van GroenLinks. Er is een misdaad begaan door iemand, dat is dan toevallig de landelijke overheid, dus moet dat beetgepakt worden. Dank u wel. De voorzitter: Dat beschouw ik even als een korte reactie alvast in tweede termijn. Het woord is nu even aan de wethouder om te beantwoorden. Daarna heeft u ook nog de gelegenheid om te reageren. Wethouder Kabout. De heer Kabout: Dank u wel, voorzitter. Twee moties. De eerste gaat over steunbetuiging. Uiteraard, ook het college heeft heel veel begrip voor de mensen achter deze stichting, die dit optuigen. Dat hebben we ook gezegd in het statement wat we gezamenlijk als raad en college een aantal weken geleden hebben gemaakt, hebben we daar ook in verwoord. Dit sluit daarbij aan, dus dat steunen wij uiteraard, daar geven we uiteraard een positief advies over aan u. Dan staat er ook nog in de motie, onder het tweede punt, dat we regelmatig met deze stichting afstemmen. Goed, hoe we dat verder doen is meer aan het college, de wijze waarop we dat doen.
Maar wij willen in ieder geval ook het onderwerp waar we het zojuist over hadden, die MKBA, daar willen we ook over met de stichting in ieder geval over in gesprek gaan. Verder staat het natuurlijk ook altijd de klankbordgroep vrij om de stichting uit te nodigen wanneer dat gewenst is. Dus dat nog even qua uitvoering over dat punt. Maar dus een positief advies. Dan kom ik op de motie over financiële steun. Daarop geeft het college een negatief advies. Het college wil de bestuurlijke weg bewandelen. Dit zou betekenen dat wij een civiele rechtszaak gaan financieren, waarbij wij indirect partij worden in een civiele procedure tegen de overheid in Den Haag. Ik hoor de heer Fransen zojuist zeggen dat er zelfs nog een dimensie bijkomt, dat we ook nog strafrechtelijk gaan optreden tegen de overheid in Den Haag. Ook dat zien wij als college niet zitten. Privaatrechtelijk, strafrechtelijk, gaan we niet doen. Wij bewandelen daar de bestuurlijke weg in. Wij hebben hier in september een bijeenkomst gehad ook met inwoners en experts, zoals bijvoorbeeld ook mijnheer Manshanden waar u zojuist op gewezen hebt. Maar ook op die avond weer werd ook benadrukt, werd ook de oproep weer aan ons gedaan dat wij ons verenigen ook als overheden en dat we samen optrekken en één sterke boodschap afgeven.