CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bestemmingsplan Zijdstraat_compleet

3.Raad (besluitvormend) 21 december 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zijdstraat39.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Voor de organisatie van het waterbeheer bevat het Waterbesluit de toedeling van oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk en regels over het verstrekken van informatie met betrekking tot het waterbeheer. Ook regelt het Waterbesluit procedurele en inhoudelijke aspecten van het nationale waterplan en het beheerplan voor de rijkswateren en enkele inhoudelijke aspecten van de plannen in verband met implementatie van de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisico's. Voorts bevat het besluit bepalingen over de wijze waarop de aanvraag om een watervergunning wordt gedaan, waaronder de gevallen waarin een elektronische aanvraag wordt ingediend. De Waterregeling bevat regels over de organisatie van het waterbeheer, een aantal kaarten over de toedeling van beheer, de begrenzing van oppervlaktewaterlichamen en de aanwijzing van de drogere oevergebieden, alsmede regels voor gegevensverstrekking aan het Rijk op grond van Europese verplichtingen. Verder regelt de Waterregeling een enkel inhoudelijk aspect van het regionaal waterplan en de beheerplannen. In de Waterwet is gekozen voor een systeem waarin iedere bestuurslaag haar beleid formuleert en dit vastlegt in plannen.

De plannen geven aan wat iedere bestuurslaag wil doen in een bepaalde planperiode om de doelstellingen van het waterbeheer te halen.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

Deze plannen zijn bindend voor de eigen bestuurslaag. De Waterwet sluit op dit punt zoveel mogelijk aan bij de sturingsvisie van de Wet ruimtelijke ordening. Bestuursakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: <0000> heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; <0000> beheersbaar programma voor de waterkeringen; <0000> doelmatig beheer van de waterketen, <0000> werkzaamheden slim combineren; <0000> het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een landelijk, gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het versnelt en intensiveert de aanpak van 4 thema’s: wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Het is plan is landelijk gepresenteerd op Prinsjesdag 2017. Het DPRA legt de gemeenten direct op om in 2020 over vastgesteld beleid per gemeente te beschikken over de 4 thema’s. In 2050 dienen alle Nederlandse gemeenten “klimaatrobuust” te zijn, d.w.z. alle maatregelen moeten dan zijn uitgevoerd.

Het Deltaplan is het leidende plan voor gemeenten voor het opstellen en uitvoeren van klimaatadaptieve inrichting. De voornemens van dit plan worden in nauwe afstemming met waterschappen en andere overheden en met particuliere partijen en inwoners, door de gemeenten ten uitvoer gebracht. Provinciale Watervisie 2016-2021 De Provinciale Watervisie is van kracht sinds 23 december 2015 en geldt tot 2021. Het plan geeft duidelijkheid over de strategische waterdoelen tot 2040 en de acties tot 2021. De volgende doelen worden nagestreefd: <0000> waarborgen van voldoende bescherming van mens, natuur en bedrijvigheid tegen <0000> overstromingsrisico’s; <0000> zorgen voor schoon en voldoende drinkwater; <0000> kader stellen voor regionale waterkeringen; <0000> beoordelen versterkingsplannen primaire waterkeringen en bevorderen ruimtelijke kwaliteit; <0000> waterrobuust inrichten bevorderen; <0000> bijdragen aan schoon en voldoende oppervlaktewater; <0000> zorgen voor schoon en voldoende grondwater. Een belangrijk middel voor het realiseren van deze waterdoelen is het via integrale gebiedsontwikkeling proactief zoeken naar kansrijke combinaties met veiligheid, economie, recreatie, landbouw, milieu, landschap, cultuur en natuur. Het Waterplan heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van een structuurvisie op basis van de Wro.

Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 Op 31 januari 2022 het Regionaal Waterprogramma Noord­Holland 2022­2027 vastgesteld door Provinciale Staten. Met dit programma wordt invulling gegeven aan het waterbeleid in Omgevingsvisie NH 2050 voor zover het uitvoering van Europese richtlijnen over water betreft. Een goede waterkwaliteit, duurzaam voorraadbeheer en bescherming tegen overstroming zijn de centrale elementen van het programma. Voor de deelprogramma’s oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico’s is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. vastgesteld toelichting Zijdstraat

Hoogheemraadschap Rijnland De hoofdambitie van het hoogheemraadschap Rijland is schoon water en droge voeten. met oog voor natuur en landschap. Hierbij wordt rekening gehouden met klimaatverandering. Dit wordt bereikt door: <0000> Zorgen voor waterveiligheid door het beschermen van het leefgebied van inwoners en bedrijven tegen overstromingen. Door preventie, adviseren over het beperken van de gevolgen van overstromingen (gevolgbeperking) en voorbereiden op een calamiteit; <0000> Zorgen voor schoon en gezond water in de sloten en plassen. Voor de recreatie, bedrijven en natuur; <0000> Zuiveren van het afvalwater van huishoudens en bedrijven; <0000> Zorgen voor voldoende water: niet te veel, niet te weinig, passend bij het gebruik. Keur2020 Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Sinds 1 juli 2020 heeft het Hoogheemraadschap een nieuwe Keur. In de keur staan regels ter bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken (zoals stuwen en gemalen). Zo is in de keur geregeld welke handelingen en activiteiten in en nabij watergangen, waterkeringen en waterbergingsgebieden niet zijn toegestaan zonder vergunning. In de keur staat voorts vermeld dat vanaf een toename van verhard oppervlak van 500 m2 of meer compensatie moet worden toegepast.

Bij een toename in verharding van 5.000 m2 of meer geldt een vergunningplicht. In principe moet voor elke nieuw aangelegde verharding compenserend oppervlaktewater worden gegraven. Dit moet minimaal 15% van de toename aan verharding zijn. Tevens hanteert Rijnland het dempingenbeleid: water dat wordt gedempt moet volledig worden teruggebracht binnen het poldersysteem of bij een boezemsysteem binnen een straal van 5 km vanaf de demping. Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2021-2026 Het Gemeentelijk Rioleringsplan Aalsmeer 2021­2026 (GRP) is begin 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het borgt het beheer en onderhoud van het bestaande rioleringsstelsel en gaat in op de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, zowel voor bestaande bouw, als ook voor nieuwe ontwikkelingen. Ook beschrijft het de ambities hoe we in de toekomst klimaatbestendig, duurzaam en zorgzaam met de afvoer van afvalwater, het vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater en het reguleren van het grondwater omgaan. Tevens is het GRP de basis voor de hoogte van de jaarlijkse rioolheffing. Het rioleringsbeheer voor de periode 2021­2026 sluit direct aan op de eisen die gesteld zijn in het Actieplan Klimaatadaptatie. Beheer, onderhoud en nieuw aanleg van riolering en drainage moeten bijdragen aan de eisen uit het Actieplan Klimaatadaptatie.

Achtergronden en nadere technische zijn eisen terug te vinden in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021­2026. Inspelen op herontwikkeling en nieuwbouw In Aalsmeer vinden in de komende periode ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Bij herontwikkeling en nieuwbouw bouwen we zoveel mogelijk klimaatadaptief, energieneutraal en aardgasvrij. Tegelijkertijd brengen we vroegtijdig in beeld wat uitbreiding betekent voor ons stedelijk watersysteem en de bestaande structuur van het riool. We streven naar meer waterveiligheid door het versterken van de sponsfunctie van (nieuw én oud) stedelijk gebied en optimale grondwaterniveaus. De ruimtelijke ontwikkelingen hebben invloed op de bestaande afvoerstructuur. Kosten voor extra maatregelen aan het bestaande stelsel als gevolg van belasting door stedelijke ontwikkelingen komen in principe voor rekening van ontwikkelaars. De gemeente stelt wanneer nodig een afvoerstructuur op. Hierin houden wij rekening met toekomstige ontwikkelingen, maar ook met het verwachte vervangingsregime en ontwikkelingen op het gebied van afvalwatertransport. Het afvoerstructuurplan kan vastgesteld toelichting Zijdstraat

gebruikt worden als onderlegger om ontwikkelaars op de hoogte te brengen van de gevolgen van uitbreidingen en daar gezamenlijk het gesprek over aan te gaan. Grondwaterbeheer Grondwaterbeheer is een wettelijk verplichte taak voor gemeenten en is in Aalsmeer primair functiegericht grondwaterbeheer: het richt zich op de afstemming van het stedelijk grondwater op de grondgebruiksfuncties in de gemeente voor zover dit technisch mogelijk is en voor zover het andere doelen niet schaadt. Grondwaterbeheer is een complexe opgave, waarvoor de gemeente een separaat Grondwaterzorgplan Aalsmeer 2020­2025 heeft opgesteld, als bijlage bij het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021­2026. In dit grondwaterzorgplan staan de eisen beschreven die de gebruiksfuncties stellen aan het stedelijk grondwater; en hoe deze eisen invulling gegeven kan worden. Onder meer is beschreven welke maximale en minimale grondwaterstanden voor gebruiksfuncties gelden. Relevantie plangebied en conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk in het plangebied. Het betreft een beperking van de huidige mogelijkheden met betrekking tot wonen. Bij herontwikkeling en nieuwbouw dienen we zoveel mogelijk klimaatadaptief, energieneutraal en aardgasvrij te bouwen, waarbij rekening dient te worden gehouden met het beleid en gemaakte afspraken omtrent water.

Bij een aanvraag omgevingsvergunning dienen te plannen hieraan te worden getoetst. Het aspect water staat de uitvoerbaarheid van het bestemminsplan niet in de weg.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Project: Auteur: Versie: Datum:

Zijdstraat e.o., Aalsmeer Laura Hilhorst Definitief 13 juli 2023

1. Aanleiding Om de uitgangspunten uit de Centrumvisie Aalsmeer en de Gebiedsvisie 2020 planologisch uit te werken wordt een bestemmingsplanwijziging doorlopen. Het plangebied heeft betrekking op het centrum van Aalsmeer en betreft de Zijdstraat en delen van de aansluitende straten en pleinen. In het bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten van de Centrumvisie Aalsmeer uitgewerkt: 1. Het toevoegen van de functie ‘wonen’ op de begane grond in winkelstraten en pleinen in het kernwinkelgebied is niet toegestaan. In het aanloopgebied is dit wel het geval; 2. Het toevoegen van de functie ‘wonen’ op de begane grond aan de achterzijde van de winkelstraten en pleinen in het kernwinkelgebied is toegestaan wanneer de ontsluiting en entree zich ook aan die zijde bevindt; 3. Het transformeren van winkeloppervlak in de functie ‘wonen’ moet voldoen aan parkeernormen en beeldkwaliteit. Indien extra parkeerplaatsen zijn benodigd, dient dit op eigen terrein plaats te vinden (tenzij dit aantoonbaar op een ander terrein mogelijk wordt gemaakt). Er worden voor de extra te realiseren parkeerplaatsen geen ontheffingen in de openbare ruimte afgegeven. 2.

Beoordelingskader De milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer (Wm) verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In de Wm en in het Besluit m.e.r. wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die m.e.r. plichtig zijn (bijlage C‐activiteiten) en activiteiten die m.e.r.‐beoordelingsplichtig zijn (bijlage D‐ activiteiten). M.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten zijn activiteiten waarvoor de beslissing of de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag moet worden genomen. Het bevoegd gezag moet bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, die het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.-procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.-plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.-beoordeling.

Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In die gevallen moet het bevoegde gezag er zich van vergewissen dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Voor deze ‘vergewisplicht’ gelden geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wel moet in de vormvrije m.e.r.-beoordeling getoetst worden aan de bijlage III van de EEGRichtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG) getoetst. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel. De gemeente dient op basis van een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling een besluit te nemen of het opstellen van een milieueffectrapportage benodigd is.

3. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De voorgenomen activiteit is opgenomen in bijlage D van het Besluit m.e.r. onder D11.2. Artikel 11.2 luidt: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein.’ De volgende drempelwaarden worden hierbij gehanteerd: ▪ een oppervlakte van 100 hectare of meer; ▪ een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen; of ▪ een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De bebouwingsmogelijkheden van het plangebied worden met het nieuwe bestemmingsplan niet gewijzigd. Ook wordt het gebruik van de gronden en bebouwing, anders dan het uitsluiten van wonen op de begane grond, niet gewijzigd. De activiteit blijft dus ruim onder de bovengenoemde drempelwaarden. Om die reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r. Dit moet op grond van artikel 2 lid 5 sub b van het Besluit m.e.r. 4. Opzet aanmeldnotitie In artikel 7.16 Wm is beschreven waar een aanmeldnotitie aan moet voldoen. Deze beoordelingscriteria zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn. In een aanmeldnotitie moet aandacht worden besteed aan de volgende criteria: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect. In de richtlijn zijn bovenstaande criteria onderverdeeld in diverse sub-criteria.

Deze worden in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. 1. kenmerken van het project De omvang van het project

De cumulatie met andere projecten Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen De productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën 2. Plaats van het project Ligging van het plangebied

Kenmerken van het plangebied

De bebouwingsmogelijkheden van het plangebied worden met dit bestemmingsplan niet gewijzigd. Ook wordt het gebruik van de gronden en bebouwing, anders dan het uitsluiten van wonen op de begane grond, niet gewijzigd. Er is geen sprake van een cumulatie van effecten gezien de omvang van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Afvalstromen van winkels zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Zie ‘Kenmerken van potentiële effecten’ Niet van toepassing

Het plangebied is gelegen in het centrum van Aalsmeer en betreft de Zijdstraat en delen van de aansluitende straten en pleinen. De Zijdstraat is samen met het Praamplein, Molenpad en Raadhuisplein en alles wat hier tussen ligt het kernwinkelgebied. Gedeelten van de Van Cleeffkade, Stationsweg, Drie Kolommenplein, Dorpsstraat, Marktstraat, Weteringstraat en Schoolstraat zijn aanloopstraten. Samen behoren ze tot het hoofdwinkelgebied in Aalsmeer. De Zijdstraat is een ruimtelijke en functionele drager van de winkelstructuur en daarmee van groot belang voor het gehele winkelgebied. Daarom is het van belang dat deze straat ook voor de toekomst zijn functie blijft behouden.

Omgeving van het plangebied

Natuur(gebieden) nabij het plangebied

Kenmerken van de potentiële effecten

Aan de noordzijde wordt het plangebied begrenst door het Molenpad en de Dorpsstraat, aan de oostzijde door de Gedempte sloot, aan de zuidzijde door de Van Cleeffkade en Uiterweg en aan de westzijde door de Grundelweg, Praamplein en het Molenpad. Het plangebied is niet gelegen in een van de volgende bijzondere gebieden: wetlands, kustgebieden, bosgebieden of reservaten en natuurparken. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, nationaal park, Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied is Botshol en ligt op circa 10,5 km afstand (hemelsbreed). Verder wordt het plangebied niet gekenmerkt met een bijzonder rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Geluid Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidbronnen mogelijk. Om deze reden is er geen noodzaak voor het uitvoeren van een nieuw geluidsonderzoek. Voor wat betreft het onderwerp luchtvaartlawaai is het plangebied gelegen in het beperkingengebied, maar niet gelegen binnen het afwegingsgebied voor geluid en externe veiligheid (LIB 5). Een deel van het plangebied ligt binnen het beperkingsgebied voor geluidsgevoelige gebouwen (LIB 4) op grond van bijlage 3 van het LIB Schiphol. Daarnaast ligt een deel binnen de geluidzone-industrie Schiphol.

Een geluidsgevoelige bestemming mag slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde. Aangezien geen extra geluidgevoelige objecten ten opzichte van de bestaande situatie zijn vanuit akoestisch oogpunt geen planologische beperkingen van kracht. Archeologie en cultuurhistorie De Dorpsstraat aan de rand van het plangebied ligt binnen het gemeentelijk dorpsgezicht 'De Dorpskern'. De cultuurhistorische waarden worden beschermd door het opnemen van de dubbelbestemming WaardeCultuurhistorie binnen dit gedeelte van het plangebied. Daarnaast zijn er binnen het plangebied een aantal Gemeentelijke- en Rijksmonumenten. De bescherming van deze monumenten wordt geregeld via aanvragen omgevingsvergunning die nodig zijn voor het (gedeeltelijk) slopen of wijzigen van monumenten. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en daarom is geen archeologisch vooronderzoek, in de vorm van een bureauonderzoek, en cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd. Het plan heeft geen negatieve effecten heeft op de aanwezige Landschappelijke- en Cultuurhistorische waarden en voldoet hiermee aan het voorgenomen beleid.

Flora en fauna Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000 gebied en is niet gelegen in de directe nabijheid van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) of andere beschermde natuurgebieden. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een nadere beoordeling van de significante gevolgen voor de omgeving nodig maakt. Voor wat betreft het onderdeel soortenbescherming: het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een nadere beoordeling van de aanwezige dier- en plantensoorten nodig maakt. Indien een ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt zullen de aanwezige natuurwaarden in acht genomen moeten worden. Bodem Het bestemmingsplan bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. Water Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk in het plangebied. Het betreft een beperking van de huidige mogelijkheden met betrekking tot wonen. Bij herontwikkeling en nieuwbouw dienen we zoveel mogelijk klimaatadaptief, energieneutraal en aardgasvrij te bouwen, waarbij rekening dient te worden gehouden met het beleid en gemaakte afspraken omtrent water. Bij een aanvraag omgevingsvergunning dienen te plannen hieraan te worden getoetst. Milieuzonering In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende bestemmingen aanwezig, waaronder wonen, gemengd, maatschappelijk en horeca.

In het plangebied zijn bedrijven tot en met categorie 2, detailhandel, dienstverlenende bedrijven, maatschappelijke voorzieningen, kantoren, woningen en daghoreca toegestaan. Het plangebied en de directe omgeving daarvan kunnen daarom worden beschouwd als een gemengd gebied. Locaties met de bestemming 'Bedrijven' liggen op een afstand van circa 300-500 meter, zoals het scheepsreparatiebedrijf bij de jachthaven. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is daar thans een bedrijf tot en met categorie 3.2 toegestaan. Op basis van de VNG-bedrijvenlijst heeft een dergelijk bedrijf in een gemengd gebied als het onderhavige een richtafstand van 50 meter en valt de richtafstand buiten het plangebied. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en derhalve staat het aspect bedrijven en

Kenmerken van de effecten

Conclusie

milieuzonering de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Uit bovenstaande blijkt dat er geen effecten op het gebied van geluid, flora en fauna, bodem, milieuzonering en water zijn. Aan de hand van de toetsing aan de selectiecriteria uit Bijlage III (EU-richtlijn 2014/52/EU) maakt deze aanmeldnotitie duidelijk dat er geen sprake is van belangrijke nadelige effecten op het milieu. Het bestemmingsplan dat mogelijk wordt gemaakt is, gelet op de kenmerken en plaats van de activiteit en de kenmerken van potentiele effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage doorlopen dient te worden. Voor de verdere bestemmingsplanprocedure is derhalve geen MER noodzakelijk conform het vigerende Besluit milieueffectrapportage.

49

t (sgd-wbg) a a r t s ps r Do

d Pa

9

7 -4 1

20

5 1

5

145

a 13

8b 1 81

6a -1 16

13

4 7

10

WR-CG

9 2/ 2-

2A

9

12

d -4 4a

8

6

4

11

2 1 6-

4 2

11

1

WR-CG

5 5

Plangebied 3

5A

7A 1

4 2-

4

7B 7-

11

22 2-

WR-A3

Plangebiedgrens

1

3 -2 1

6

9

B 10

9A 9-

11

Bestemmingen

85 91

GD

raf t

78 3-

at ra t ns ze Ro

A -1 1

8

LEGENDA

46 01

7

4

d a np e l Mo

6

10

at ra st ol ho Sc

8a 6-

2a -2 22

8

7a 1

2b -1 12

ng i l l He

er ab Br J. C.

7 1

4

4A -2 24

Dubbelbestemmingen

GD (su)

4

13

GD

9

13

1 10 1-

4

WR-A2

6

11

8 10

6

8 4

2 1

WR-A2 9 -2 23 6 6 h 2 62 9

d 33

WR-A2 3c

8

3

1a -3 11 31

8 2

3

8

at tra ds j Zi

t oo l rs ve ne Je

b3 0 -3 0 3

b 42 A32

8

8

WR-A3 (su)

90 6-

GD

(sgd-wbg)

t a a r t s ng i r e t We

6 1

4 1

1 1

8 6

4 1

4 -7 72

1a -6 61

6

8a -6 68

4

0a -7 70

7

n ei l mp aa Pr

28

at tra ds j Zi

4b -2 20

3a -6 63

5a -6 65

4 -7 72

WR-A2

9 1

t oo l ns j wi de an Br

8a -7 78

2a -3 32

5 -4 15

21

4a -3 34

0 -7 56

GD

5a -7 75

0a -8 80

7 1

1

6

5a 5-

VASTGESTELD DOOR DE RAAD

0A -4 40

VAN DE GEMEENTE AALSMEER OP __ __ 2023

2a -4 42

5

9a -7 79

23

6a -3 36 8a -3 38

f a r t

(h≤2)

7b -7 77

4 -8 82

maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)

28

8

6b -7 76

B

30

11

12

A

maximum bouwhoogte (m)

26

g 71 b71

WR-A2

3a -7 71

8 7

4a -2 22

6 8

7b -6 67

12

specifieke bouwaanduiding - loopbrug

Maatvoeringaanduidingen

B

A 20

9a -5 57

(sgd-wbg) 6

[sba-lb]

onderdoorgang

maatvoeringsvlak

(sgd-wbg)

4a -6 64

[ond]

24

20 81

t oo sl

n ei l mp aa Pr

GD

Bouwaanduidingen

7 1

6 1

te mp de Ge

12

5 1

2 1

2a -6 62

(h=4)

3 1

0 1

supermarkt

bouwvlak

c 22

9

6

at ra st rkt Ma

9

specifieke vorm van gemengd - woning BG

Bouwvlak

b 22

7

4

5 -5 53

60

horeca van categorie 4

(su)

a 22

5

2

3 -5 51

7

(h=4) (sgd-wbg)

22

3

4

12

horeca tot en met categorie 2

3 1

20

1

2u

17

8b 9 5 85 12

1 1

4 1

(h=2)

8 1

A8

54

9

2 1

8a 8-

WR-A2

8 50

Functieaanduidingen 7

0 1

2 1 01

2t

11

69 3-

8 1

12

6 2-

5

8

ng i er et rkw Ke

n ei l mp aa Pr

49

vrijwaringszone - molenbiotoop 3

6

5A 5-

6

GD 10

14 8-

1

4

4

10 s 2 2-

t a a r t s r e t n Pu

luchtvaartverkeerzone - lib art 223

2

6 1

1a 1-

9 1-

luchtvaartverkeerzone - lib art 222 toetshoogtes luchtvaartverkeerzone - lib art 222A toetshoogtes radar

7

b 1

7a -4 45

11

3 -3 1 1

23

3

A 46

4

luchtvaartverkeerzone - lib art 221 nr 4

9 8 1

c 1

3a -4 43

Waarde - Cultuurhistorie Gemeente

geluidzone - industrie schiphol

1 1

6 1

4

WR-A2

8

4A 2-

21

1 -4 a 39 1a -4 41

WR-CG

t a a r t gs n i r e t We

20

7a -3 35

Waarde - Archeologie 3

Gebiedsaanduidingen

3 1

4 1

GD

3b -3 33

WR-A3

0 -5 20

9 1

t oo sl

WR-A3

Waarde - Archeologie 2

5 1

7 1

6

te mp de Ge

t oo l ns j wi de an Br

1a -2 21

f a r /t 5A 1

WR-A2

24

0 1

4

2 (sgd-wbg)

6

at ra st ol ho Sc

d pa en l Mo

9

5 1

4

5a -1 15 c 19 A17 a 19

6

[sba-lb] 9

en so t an pl ng i er t We

2b -1 12

9

Gemengd

4 -5 44

DE GRIFFIER,

3B 3-

DE VOORZITTER,

4

g we l de un Gr

83

8

6

10

(sgd-wbg)

c -2 1

12

an v

12

7 -8 85

Raadhuisbrug

e [ond] ad

9

4c 4-

Bestemmingsplannen

Stedelijke Ontwikkeling

k f f ee Cl

[ond]

1 Raadhuispleinplein 1, Postbus 253, 1430 AG Aalsmeer, T 0297-38 75 75, F 020-540 45 59

t oo l rs ve ne Je

90

BESTEMMINGSPLAN

9

12

ZIJDSTRAAT

6 8 4

4 1 B 32

2 1

n i e pl s i hu d a Ra

Schoutensebrug

17

datum

: 17 10 2023 g

g

formaat

:

A2

operator :S. Kho gecontr. : plan IDN :NL.IMRO.0358.16E-VG01

schaal : 1 : 1000 plcfg : imro-2012 v8i.tbl

ek.nr. t

O:\st\BESTPLAN AALSMEER\ONTWERP-RO-PLAN 2012�A-Zijdstraat\Plotbestanden en PDF

REGELS Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Gemengd Artikel 4 Waarde - Archeologie 2 en 3 Artikel 5 Waarde - Cultuurhistorie Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene bouwregels Artikel 8 Algemene gebruiksregels Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Overige regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel

vastgesteld regels Zijdstraat

2 3 9 10 11 14 17 19 20 21 24 25 28 29 30 31 32

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

vastgesteld regels Zijdstraat

Artikel 1

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Zijdstraat" van de gemeente Aalsmeer; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand 1.3 aan-huis-gebonden bedrijf het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

Detailhandel, met uitzondering van een internetwinkel zonder fysieke bezoekmogelijkheid, wordt niet gerekend tot een aan-huis-gebonden-bedrijf; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsvlak: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.8 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 1.11 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen van diensten. Daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden;

vastgesteld regels Zijdstraat

1.12 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.13 bestaand gebruik of bouwwerk: een gebruik of een bouwwerk, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel een bouwwerk welke mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.14 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.17 boeiboord: de opstaande kant van een dakgoot, of opstaande kant bij platte daken; 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale

balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.25 bruto vloeroppervlakte b.v.o:

vastgesteld regels Zijdstraat

de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.26 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft achtergelaten danwel gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 1.27 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.28 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.29 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak, al dan niet voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.30 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde een supermarkt en/of het bedrijfsmatig te koop aanbieden uitsluiten via internet; 1.31 dienstverlenend bedrijf: bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen

kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen; 1.32 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.33 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.34 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.35 erfafscheiding: een scheiding tussen erven, tuinen en/of openbare ruimten in de vorm van een bouwwerk, dan wel beplanting; 1.36 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.37 geluidgevoelige functies: bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen;

vastgesteld regels Zijdstraat

1.38 geluidgevoelige gebouwen: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.39 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone (50 dB (A) contour Zonebesluit) moet worden vastgesteld; 1.40 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.41 hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q.

het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.42 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.43 hoogtescheidingslijn: een aangegeven lijn welke de grens vormt van een gedeelte van een bebouwingsvlak waar een bepaalde hoogte is toegestaan; 1.44 horeca 1, daghoreca: horecabedrijven zoals lunchrooms, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.45 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en shoarmazaken: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken.

Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; 1.46 horeca 3, cafés, eetcafe's, bars: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van kleine etenswaren; het accent ligt op de verkoop van dranken dan wel op het verstrekken van kleine etenswaren; 1.47 horeca 4, dancings, discotheken, nachtclubs: een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen al dan niet in combinatie met het verstrekken van alcohol en niet alcohol-houdende dranken, zoals een dancing of discotheek; 1.48 huishouden: persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen; 1.49 kantoor met baliefunctie: en kantoor met een publiek aantrekkende hoofdfunctie waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

vastgesteld regels Zijdstraat

1.50 loopbrug: een (overdekte) brug voor voetgangers tussen gebouwen; 1.51 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.52 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht, dan wel reeds is opgericht; 1.53 mantelzorg: het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.54 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.55 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water; 1.56 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.57 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.58 peil: a.

voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil; 1.59 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen. Onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.60 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen. Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.61 seksinrichting:

vastgesteld regels Zijdstraat

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.62 sociaal-culturele doeleinden: sociaal-culturele doeleinden, zoals onderwijs, ontwikkeling, welzijn, cultuur, religie, geïnstitutionaliseerde zorg en therapeutische doeleinden; 1.63 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.64 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.65 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q.

het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.66 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.67 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden en daardoor is aan te merken als wooneenheid, niet zijnde een bijzondere woonvorm, dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast de huishouding dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht; 1.68 woongebouw: een hoofdgebouw dat één of meer woningen bevat; 1.69 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden.

vastgesteld regels Zijdstraat

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de nok van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijgebouwen, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en

wasruimten en loggia's; 2.7 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.8 verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 2.9 horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel.

vastgesteld regels Zijdstraat

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

vastgesteld regels Zijdstraat

Artikel 3

Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven die zijn genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2, zoals opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze regels (met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen); b. ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca tot en met categorie 2' is horeca van categorie 1 en 2 toegestaan; c. ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca categorie 4' is horeca van categorie 4 toegestaan; d. ter plaatse van de functieaanduiding 'supermarkt' is een supermarkt toegestaan met bijbehorende kantine; e. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' is een onderdoorgang toegestaan; f. detailhandel; g. dienstverlenend bedrijf; h. maatschappelijke voorzieningen; i. kantoren met baliefunctie; j. wonen in woningen op de verdieping, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-gebonden bedrijf zoals omschreven in lid 3.3.1; k. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd -woning BG' zijn woningen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan met vergunning aanwezig of in uitvoering zijn, dan wel gerealiseerd kunnen worden krachtens een omgevingsvergunning, op de begane grond toegestaan; met de daarbij behorende: l. terrassen; m. bouwwerken geen gebouw zijnde; met daaraan ondergeschikt: n.

ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; o. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. de bouwhoogte en de goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60°. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. de hoogte van palen en masten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de hoogte voor lichtmasten en voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.

vastgesteld regels Zijdstraat

3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-gebonden bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep en/of een aan-huis-gebonden bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep of bedrijf alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 3.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten; c.

het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantooren/of praktijkruimte ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-gebonden bedrijf; d. het gebruiken van de daken van aan- en uitbouwen van woningen dan wel van bijgebouwen als dakterras; e. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Afwijken voor daghoreca Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 voor het toestaan van daghoreca, mits: a. de functie niet leidt tot een onevenredigee aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld; b. de functie niet leidt tot een onevenredige hoeveelheid van extra autoverkeer; c. de functie niet leidt tot een onevenredige schade aan het woonmilieu en de gebruiksmogelijkheden van de aanngrenzende gronden en bouwwerken. 3.4.2 Afwijken voor woningen op de begane grond Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.1 voor het toestaan van wonen op de begane grond, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de woning wordt gerealiseerd aan de achterzijde van de winkelstraten en pleinen; b.

er aan de voorzijde van het pand een vloeroppervlake overblijft van minimaal 50 m2 winkelvloeroppervlakte of b.v.o. voor de in lid 3.1 opgenomen functies; c. de ontsluiting en entree van de woning zich ook aan de achterzijde van het pand bevindt; en

vastgesteld regels Zijdstraat

d. de transformatie voldoet aan de beeldkwaliteiteisen zoals deze zijn opgenomen in het vigerende beeldkwaliteitsplan; e. in afwijking van de parkeernormen zoals opgenomen in lid 7.5.1geldt voor extra parkeerplaatsen bij het realiseren van woningen op de begane grond dat de parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden, tenzij de parkeerplaatsen aantoonbaar op een ander terrein mogelijk worden gemaakt op een loopafstand van maximaal 250 meter vanaf het plangebied; f. in afwijking van de afwijkingen van de parkeernormen zoals opgenomen in lid 7.5.3 en in afwijking van de geldende ‘Nota Parkeernormen’ wordt voor extra te realiseren parkeerplaatsen voor woningen op de begane grond, geen ontheffing voor het realiseren van parkeerplaatsen in de openbare ruimte afgegeven.

vastgesteld regels Zijdstraat

Artikel 4

Waarde - Archeologie 2 en 3

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 4.2 Bouwregels Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd indien deze bouwwerken voldoen aan de volgende regels: a. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' reiken de bodemingrepen niet verder dan een maximale diepte van 0,40 meter, tenzij de oppervlakte van (de bodemingreep ten behoeve van) het bouwwerk niet meer dan 50 m2 bedraagt; b. ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' reiken de bodemingrepen niet verder dan een maximale diepte van 0,40 meter, tenzij de oppervlakte van (de bodemingreep ten behoeve van) het bouwwerk niet meer dan 500 m2 bedraagt; c. het bepaalde onder a.en b. is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en de inrichting van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik. 4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 4.2 onder a. en b. voor het bouwen ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 4.4.2 Voorwaarden Indien uit het onder 4.4.1 van dit lid genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voowaarden verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

vastgesteld regels Zijdstraat

b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.4.3 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; c. het bebossen van gronden; d.

het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; g. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; h. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; i. het door- of vergraven van historische kades; j. voor de onder a t/m i genoemde werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig wanneer sprake is van grondbewerkingen dieper dan 0,40 meter, tenzij: I. Ter plaatse van de aanduiding ‘Waarde – Archeologie 2’ de oppervlakte van de werkzaamheden niet meer dan 50 m2 bedraagt; II. Ter plaatse van de aanduiding ‘Waarde – Archeologie 3’ de oppervlakte van de werkzaamheden niet meer dan 500 m2 bedraagt. 4.5.2 Toegestane werkzaamheden Het onder in lid 4.5.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. op archeologisch onderzoek gericht zijn; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan.

4.5.3 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5.1 kan worden verleend indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of;

vastgesteld regels Zijdstraat

c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 4.5.4 Voorwaarden Indien uit het onder 4.5.1 van dit lid genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voowaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de uitvoering van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.5.5 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5.1wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan met toepassing van artikel 3.6 lid 1, sub a Wro te wijzigen door de bestemming 'Waarde-Archeologie' te wijzigen in een ander regime, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de betreffende gronden een hogere of lagere archeologische verwachting aanwezig is.

vastgesteld regels Zijdstraat

Artikel 5

Waarde - Cultuurhistorie

5.1 Bestemmingsomschrijving De als 'waarde - cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische en/of geografische waarden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ingevolgd de bestemmingsomschrijving mogen worden gebouwd, geldt een maximale bouwhoogte van 3 meter. 5.2.2 Weigeringsgrond omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien door de bouwwerken of bouwwerkzaamheden, het belang van de cultuurhistorische en/of geografisch waarden onevenredig worden geschaad. 5.2.3 Onderzoeksplicht Burgemeester en wethouders dienen voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen ten behoeve van de primaire bestemming of de eveneens voorkomende bestemming advies in te winnen bij een cultuurhistorisch adviseur. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Verbodsregel Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken of werkzaamheden, niet zijnde bouwen, uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepgewortelde beplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c.

het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal onderhoud; d. het aanbrengen van gesloten verharding; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het aanbrengen van waterlopen of het vergraven of verruimen van bestaande waterlopen. 5.3.2 Uitzondering verbodsregel Het verbod als bedoeld in lid 5.3.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning. 5.3.3 Weigeringsgrond omgevingsvergunning voor het aanleggen De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 kan worden geweigerd indien door de werken of werkzaamheden, het cultuurhistorische en geografische belang onevenredig wordt geschaad.

vastgesteld regels Zijdstraat

5.3.4 Onderzoeksplicht Burgemeester en wethouders winnen voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 advies in bij een cultuurhistorisch adviseur.

vastgesteld regels Zijdstraat

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS

vastgesteld regels Zijdstraat

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

vastgesteld regels Zijdstraat

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Algemene regels ten aanzien van bestaande maten Ten aanzien van bestaande maten van bouwwerken gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, enbouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die meer bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en c. bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die minder bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; d. het bepaalde onder a. en b. van deze planregels is uitsluitend van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; e. voorts is in geval van herbouw het bepaalde onder a. en b. van dit artikel slechts van toepassing indien de herbouw geschiedt op dezelfde plaats en de afwijking van de bestemmingsregels niet wordt vergroot. 7.2 Toegelaten overschrijdingen Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings-, bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=16722119-67c3-484f-9051-e71ec504300b