CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Zwolle - Nota van zienswijzen 20240523 v.1.0

Raad Besluitvormingsronde 15 juli 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg - Berkummerbroekweg15.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het nader onderzoek naar niet gesprongen explosieven kan op dit moment nog niet plaatsvinden, omdat het plangebied deels bebost is en/of omdat gronden nog niet betreden kunnen/mogen worden. Dit nader onderzoek komt dan ook bij vergunningverlening aan de orde.

2.3.7

Stikstof (ecologie) Samenvatting zienswijze: Er wordt aangeven dat het plan geen significant effect heeft op de Natura 2000gebieden ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie. Hiervoor heeft er

25/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

een toetsing plaats gevonden aan de hand van een Aerius-berekening. Er wordt uitgegaan van interne saldering middels de inzet van de rechten op de huidige bestemming van de gronden. Wij zien hier een aantal punten waarop gesteld kan worden dat dit niet mogelijk is: 1. Naar mening kan deze ruimte niet ingezet worden omdat deze gronden en grondrechten niet in bezit zijn van TenneT. De gronden moeten eerst in bezit zijn, voordat deze ingezet kunnen worden. Hierdoor is het niet mogelijk het bestemmingsplan te wijzigen danwel vast te stellen omdat niet aangetoond kan worden dat deze ruimte ook beschikbaar zal zijn. 2. Tevens merken wij op dat in de Aerius-berekeningen de stikstofruimte uit de referentie elke jaar opnieuw wordt benut. Als de bestemming is gewijzigd en hiervoor de ruimte is gesaldeerd voor dit doel dan kan deze naar onze mening maar één maal ingezet worden voor de totale ontwikkeling. In dit geval wordt deze jaarlijks gebruikt waardoor de ruimte niet meer beschikbaar is aangezien de referentiesituatie is gewijzigd na het eerste jaar. 3. In de emissieberekening is een gebruiksnorm van 320 kg/ha/jaar gehanteerd. In het rapport wordt aangegeven een gebruiksnorm van 170 kg/ha/jaar te hanteren. Deze laatste is overeenkomstig met de referentiesituatie. Waarom er dan een referentie van 2024 gehanteerd wordt is ons niet duidelijk.

Dit bevestigt ook het feit dat de gronden nog niet in bezit zijn, er een referentiesituatie is en nog niet duidelijk is welke toekomstige normen gehanteerd moeten worden. Deze kunnen veel lager zijn in de toekomst. 4. Er worden een aantal werkzaamheden niet meegenomen in de aanlegfase. Het verleggen en verplaatsen en slopen van de leidingen is niet in de onderdelen / deelprojecten opgenomen. De werkzaamheden zijn onvolledig beschreven en zouden in de berekeningen toegevoegd moeten worden. Dit zorgt ervoor dat er niet aangetoond kan worden dat er geen significante effecten kunnen optreden op Natura 2000-gebieden. Het plan is op dit punt dan ook niet uitvoerbaar. Reactie van de gemeente: Deze zienswijze wordt puntsgewijs beantwoord. 1. Voor de berekening maakt het niet uit wie de eigenaar is van de gronden. Het gaat puur om de functies in de referentie en de beoogde situatie. In dit geval wordt de bemesting op agrarische grond stopgezet. 2. Als de referentiesituatie (agrarische gewaspercelen) gehandhaafd blijft, blijft de bemesting ook jaarlijks doorgaan. Deze referentiesituatie mag elk jaar dus opnieuw worden gebruikt. Het is niet zo dat na 1 jaar de referentiesituatie gewijzigd is. 3. Bij de emissieberekening is uitgegaan van de maximale stikstofgebruiksruimte voor grasland van 320 kg N/ha/jaar. De maximale stikstofgebruiksruimte uit dierlijke mest is 170 kg N/ha/jaar.

De resterende 150 kg N/ha/jaar mag worden aangebracht door gebruik te maken van niet-dierlijke mest (kunstmest, compost). Toekomstige ontwikkelingen in de wet- en regelgeving zijn niet te voorspellen en hoeven niet te worden meegenomen in de beoordeling. Dit zou ook in tegenspraak zijn met het rechtszekerheidsbeginsel.

26/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

4. Voor de realisatie van het plan is op een grof schaalniveau een inschatting gemaakt van de benodigde materieelinzet. Dit kan betekenen dat bepaalde werkzaamheden niet expliciet zijn benoemd. Dit betekent niet dat de ingeschatte materieelinzet irreëel is. Wel is geconstateerd dat de realisatie van de kabel-/lijninlussingen per abuis niet zijn meegenomen in het stikstofonderzoek. Het stikstofonderzoek is/wordt op dit punt dan ook aangepast. 2.3.8

Trillingen en verkeersbewegingen Samenvatting zienswijze: Ten aanzien van de trillingen maken wij ons zorgen om het tijdelijke bouwverkeer en de werkzaamheden aan de leidingen direct langs en naast ons perceel. Tijdens de bouw zal er veel verkeer plaatsvinden. De snelheid en lading bepaalt de mate van trillingen en hinder. Er worden geen maatregelen getroffen om deze trillingen te beperken en/of de situatie vooraf vast te stellen. Wij voorzien dan ook schade door trillingen van de werkzaamheden, daar waar deze plaats vinden in de nabijheid van onze woning en de opstallen. Daarnaast voorzien wij hinder en schade door het toenemende bouwverkeer welke elkaar moeten passeren en moeten wachten. Ze rijden hier op dit moment al erg hard met busjes. Ook is er een enorme toename aan vrachtverkeer. Gezien de lange duur van het project zullen wij hier minimaal 4 jaar hinder ondervinden in de vorm van geluid, trillingen, laden- en lossen op ons bedrijf, en beperkte bereikbaarheid van onze locatie. Wij zien tevens een risico voor de veiligheid van onze kleinkinderen door het toenemende verkeer. Een afrit vanaf de Hessenweg heeft dan ook onze voorkeur. Er wordt aangegeven dat er nog een veiligheidsscherm gerealiseerd wordt naar aanleiding van de plannen. Dat impliceert dat het plan nadelige effecten geeft en dit het nodig is t.b.v. veiligheid.

Het is dan ook de vraag of de veiligheid nu voldoende binnen het plan is geborgd. Is er dan sprake van goede ruimtelijke ordening c.q. ETFAL. Reactie van de gemeente: Deze zienswijze heeft met name betrekking op het tijdelijke bouwverkeer en wij hebben begrip voor deze zorg. Op dit moment zit de planontwikkeling echter nog in de bestemmingsplanfase en nog niet in de uitvoeringsfase. Het bestemmingsplan is geen instrument om afspraken over bouwverkeer en -werkzaamheden vast te leggen. Zoals bij alle bouwplannen van dergelijke omvang dient initiatiefnemer (of de aannemer) een plan te maken in overleg met de gemeente met betrekking tot de inrichting van de bouwplaats, bouwveiligheid en de afwikkeling van bouwverkeer. Dit komt bij de aanvraag omgevingsvergunning aan de orde. Wat betreft het veiligheidsscherm het volgende. Hoewel daar in de toelichting van het bestemmingsplan kort op ingegaan wordt, maakt dit scherm geen onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan. Het betreft hier overigens een veiligheidsscherm voor TenneT zelf om hun assets te beschermen. Het gaat niet om een scherm, die dient ten behoeve van het beperken van eventueel nadelige effecten van het hoogspanningsstation op de omgeving.

27/41

41

Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

2.3.9

Elektromagnetische velden

Datum

Samenvatting zienswijze: Door het nieuwe plan wordt de capaciteit verhoogd van het gehele transformatorstation en de leidingen, maar ook waar de kabels uit de grond komen. Er worden diverse boven- en ondergrondse leidingen aangebracht en vervangen welke ervoor kunnen zorgen dat het huidige elektromagnetische veld verhoogd wordt. Daarnaast liggen er nu al diverse leidingen rond ons perceel en langs de weg. Wij maken ons grote zorgen over ons woon- en leefklimaat en met name de gezondheidsgevolgen welke deze straling met zich mee brengt. Zowel de leidingen apart als de leidingen in samenhang (cumulatief) met elkaar. De onlangs uitgevoerde metingen geven gemiddeld hogere waarden aan dan norm van 0,4 micotesla. Dit betreft een incidentele meting. Als hier langdurig gemeten zou worden is het mogelijk dat de norm overschreden wordt. Deze metingen zijn nog niet uitgevoerd danwel als effectmeting voor de nieuwe situatie doorgerekend. Er is getracht, tijdens de bijeenkomsten en in gesprek met TenneT, hierover duidelijkheid te krijgen en langdurige meting uit te voeren als ijkpunt. Helaas is hier tot op heden nog geen gehoor aan gegeven. Wij verwachten echter een verhoging van de straling. Er is een voorzorgbeleid magneetvelden vastgesteld door de Rijksoverheid naar aanleiding van een onderzoek over de gezondheidseffecten in de nabijheid van hoogspanningsmasten door de Gezondheidsraad.

Het is niet duidelijk of deze wordt gehanteerd. Op dit moment kan niet uitgesloten worden dat het elektrisch magnetisch veld in ons woon- en leefgebied gemiddeld over een jaar sterker is dan 0,4 microtesla en tevens kan niet aangetoond worden dat de nieuwe situatie voldoet, gelijk blijft en/of verslechtert. In de voortoets wordt ook dit risico door de Omgevingsdienst IJsselland onderkend en benoemd. Hierop wordt ontkennend en ontwijkend geantwoord. Hierin wordt een verwijzing gemaakt naar de onderzoeken i.h.k.v. ProRail waarvoor wel het nodige onderzoek uitgevoerd wordt. Hierin wordt het risico van leidingen welke elkaar beïnvloeden wel onderkend en metingen uitgevoerd/gemonitord. Het is nu onzorgvuldig onderzocht en onbekend welke effecten het plan heeft op de omgeving, ons leef- en woongebied, onze gezondheid en dierenwelzijn. Het plan kan dan ook geen doorgang krijgen voordat deze risico’s duidelijk zijn en uitgesloten kan worden dat onze situatie verslechterd. Dit betreft namelijk de gezondheid van ons gezin. Reactie van de gemeente: Zie de beantwoording onder punt 2.1.6. 2.3.10

Milieueffectrapportage Samenvatting zienswijze: De grootte van het plan zit aan de bovenzijde van de MER-plicht. Er is wel een MERbeoordeling gemaakt. De beide gemeenten hebben besloten geen MER verplichting te hanteren. Echter gezien de grootte van het project maar ook de vele losse eindjes op gebied van milieu, ecologie woon- en leefklimaat zou dit naar onze mening wel nodig zijn. Ook het aspect laagfrequent geluid en elektromagnetische straling moeten in de m.e.r. meegenomen worden. Dit is tevens een aanbeveling van de commissie m.e.r. om

28/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

deze aspecten mee te beoordelen. In de RIVM-studie ‘Gezondheid in milieueffectrapportage en strategische milieubeoordeling’ uit 2007 zijn de milieuaspecten geselecteerd die een relatie hebben met de volksgezondheid en door m.e.r.- (beoordelings)plichtige initiatieven beïnvloed kunnen worden. In een dergelijk project als dit, waar dit de hoofdzaak is, wordt hier nu niet op ingegaan. De gemeente zou vanuit het zorgvuldigheidsprincipe juist moeten besluiten om wel een m.e.r. uit te voeren daar waar het project juist tegen en/of over de grenzen zit en een dergelijke impact heeft op het leefgebied en milieu. Wij verzoeken u dan ook als gemeente alsnog een m.e.r.-plicht op te dragen voor dit voorgenomen plan. Reactie van de gemeente: Indiener geeft aan dat de grootte van het project en de vele losse eindjes op het gebied van milieu, ecologie, woon- en leefklimaat aanleiding zou moeten zijn om een MER op te stellen. In de aanmeldingsnotitie is in tabel 3.1 aangegeven bij welke omvang voor dit project een MER nodig is. Het project blijft ruim onder de genoemde drempelwaarden van 5 en 15 km (in het project wordt circa 1 km 220kV hoogspanningsleiding aangelegd/gewijzigd en circa 1,2 km 380kV aangelegd/gewijzigd) en 75 ha (het totale terrein waar wijzigingen plaatsvinden is circa 17 ha).

Voor wat betreft de milieuinformatie biedt de aanmeldingsnotitie voldoende inzicht in de te verwachten effecten om te kunnen concluderen dat er geen belangrijk nadelige effecten zullen optreden. Op basis daarvan is het besluit genomen dat er geen MER nodig is. Dat neemt niet weg dat we in het kader van goede ruimtelijke ordening in het bestemmingsplan voor de relevante thema’s onderzoek hebben uitgevoerd en hebben afgewogen of de te verwachten effecten acceptabel zijn. Bij een mer-beoordeling kan op basis van bestaande informatie een inschatting worden gemaakt of als gevolg van een project belangrijk nadelige effecten te verwachten zijn. In de aanmeldingsnotitie is ingegaan op laagfrequent geluid. Daarvoor is gebruik gemaakt van de rapportage van Peutz hierover. Het akoestisch onderzoek zal met betrekking tot maximale geluidniveaus en laagfrequent geluid wel worden aangepast. De toelichting op deze onderwerpen wordt aangevuld in het akoestisch onderzoek. Wat betreft elektromagnetische velden wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 2.1.6. Op basis van die informatie is er geen aanleiding om belangrijk nadelige effecten te verwachten. 2.3.11

Economische en algehele uitvoerbaarheid Samenvatting zienswijze: Vanuit de voorgenoemde risico’s en onzorgvuldigheden zien wij dat het plan juist niet economisch haalbaarheid is. Er zijn veel onzekerheden welke zorgen voor kostenverhoging op gebied van onder andere de uitvoering van nadere onderzoeken, bodemverontreiniging, lucht, geluid en stralingsverontreiniging, grondeigendom en ecologie. De algehele uitvoerbaarheid van het plan is volgens ons dan ook niet haalbaar in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Art. 3.1.6 Bro.

29/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

Reactie van de gemeente: Met TenneT is een anterieure overeenkomst gesloten, waarin onder andere het kostenverhaal, planschadeverhaal en eventuele andere kosten die door de uitvoering van het plan ontstaan is geregeld. Deze kosten worden door TenneT vergoed. Het bestemmingsplan wordt daarmee economisch uitvoerbaar geacht. 2.3.12

Toekomstige verwezenlijking Samenvatting zienswijze: Er zijn een aantal zaken beschreven als een toekomstige verwezenlijking. Zoals de landschappelijke inpassingen en veiligheidsscherm maar ook mogelijke verplichte compensatie en mitigatie t.b.v. van natuur en ecologie. Er is op dit moment teveel onduidelijk hoe groot deze opgaven zijn en hoe dit geborgd wordt. Indien dit niet gerealiseerd wordt kan het plan niet uitgevoerd worden. Hierover is tevens jurisprudentie ECLl:NL:RVS:2023:2904. Ook kan er door de uitwerkingen meer ruimtegebruik nodig zijn en het plangebied mogelijk vergroot worden waardoor er een m.e.r.-plicht aan de orde is. De algehele uitvoerbaarheid van het plan is niet haalbaar in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Art. 3.1.6 Bro. Reactie van de gemeente: In verband met de wenselijkheid van realisering van dit plan heeft een aantal gronden de aanduiding ‘verwezenlijking in naaste toekomst’ gekregen. Het betreft hier gronden die niet in eigendom zijn van de gemeente of TenneT. De landschappelijke inrichtingsmaatregelen en de omvang hiervan zijn beschreven in het landschapsplan. Het landschapsplan biedt voldoende ruimte voor de benodigde boscompensatie. Zie tevens de beantwoording onder zienswijze 2.1.11 en 2.3.3. Hier wordt ook nader ingegaan op beschermde soorten en (bos)compensatie.

In het bestemmingsplan is door middel van een ‘voorwaardelijke verplichting’ geborgd dat de landschappelijke inrichtingsmaatregelen uit het landschapsplan worden gerealiseerd én in stand gehouden. Het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming (nu: Omgevingswet) maakt geen onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure. Het veiligheidsscherm maakt ook geen onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan. In voorliggend bestemmingsplan is het benodigde ruimtegebruik geborgd binnen het plangebied. Een m.e.r.-plicht is niet aan de orde. Zie hiervoor tevens de beantwoording van zienswijze 2.1.15 en 2.3.10. In de toelichting van het bestemmingsplan is gemotiveerd dat het bestemmingsplan uitvoerbaar wordt geacht.

2.3.13

Waardevermindering woning en bedrijf Samenvatting zienswijze:

30/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

Door de negatieve effecten op onze woon- en leefomgeving, welke dit plan met zich meebrengt, zien wij een grote waardedaling van onze woning en bedrijf. Er is geen zekerheid dat er veilig en gezond gewoond en gewerkt kan worden. Daarnaast wordt er weer een inbreuk op het landschap en uitzicht gedaan waar de ontwikkelingen steeds meer op ons perceel afkomen. Reactie van de gemeente: Indien indiener van mening is dat er sprake is van planschade, dan kan een aanvraag tot verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Op grond van artikel 4.19, lid 2, Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht (ofwel: de Wet ruimtelijke ordening) van toepassing tot 5 jaar na van kracht worden van het bestemmingsplan. 2.3.14

Nadelige schade onvoldoende voorkomen Samenvatting zienswijze: Wij snappen dat TenneT een belangrijke rol vervult in de maatschappij. Ook de noodzaak van de energietransitie en de netcongestie zijn wij ons van bewust. Echter betekent dat niet dat hierdoor onderzoeken niet uitgevoerd hoeven te worden en er geen zorgvuldige afweging plaats hoeft te vinden. Met name op gebied van milieu en gezondheid is dit belangrijk. Daarbij moet er gezorgd worden dat de omgeving geen (blijvende) nadelige schade ondervindt voor nu en in de toekomst. Hiervoor moeten de juiste maatregelen getroffen worden om deze te voorkomen danwel te beperken. Dit is op dit moment onvoldoende geborgd in de plannen. Reactie van de gemeente: De benodigde onderzoeken ten behoeve van voorliggend plan zijn uitgevoerd en in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. Ook de landschappelijke inpassing is zorgvuldig afgewogen. In de toelichting is gemotiveerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

2.3.15

Verzoek tot niet vaststellen bestemmingsplan Samenvatting zienswijze: lk verzoek u, op grond van het bovenstaande, het ontwerpbestemmingplan niet definitief vast te stellen en niet verder in procedure te brengen. Graag worden wij nader geïnformeerd over de afdoening van onze zienswijze. Wij gaan ervanuit dat u ons over het verdere verloop van de procedure op de hoogte houdt. Reactie van de gemeente: De indieners van een zienswijze hebben een brief toegezonden gekregen met daarin een beschrijving van de nadere procedure. Daarnaast worden zij nog schriftelijk geïnformeerd over de beantwoording van hun zienswijze en de inspraakmogelijkheden.

2.3.16

Advies 1. De ingekomen zienswijze is tijdig ontvangen. Wij stellen daarom voor om reclamant in haar zienswijze te ontvangen.

31/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

2. Voorgesteld wordt om gedeeltelijk tegemoet te komen aan de zienswijze van de bewoners van Hooislagen 3, Dalfsen. Ambtshalve: 3. Het akoestisch onderzoek van Peutz is aangepast. Bijlage 10 van de Toelichting is vervangen door het aangepaste akoestisch onderzoek. In het akoestisch onderzoek zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: - Op pagina 11 is in de voettekst een verwijzing opgenomen naar de Omgevingswet; - Op pagina 12/13 is aan paragraaf 3.3 een alinea toegevoegd m.b.t. de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus; - Op pagina 13 is aan paragraaf 3.4 een alinea toegevoegd m.b.t. piekgeluiden; - Op pagina 14 is aan paragraaf 3.5 een alinea toegevoegd m.b.t. laagfrequent geluid; - Op pagina 21 is aan paragraaf 4.6 een zin toegevoegd m.b.t. piekgeluiden; - Op pagina 22 is in paragraaf 5.1 de tweede alinea aangepast en uitgebreid (betreft tekst over Hooislagen5, Dalfsen); - Op pagina 22 is paragraaf 5.2 aangepast; - Op pagina 23 is aan paragraaf 5.3 een alinea toegevoegd m.b.t. piekgeluiden. 4. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: - In paragraaf 3.7.1, in de tweede alinea is de datum “oktober 2023” gewijzigd in “april 2024”. - In paragraaf 3.7.2 is bij afbeelding 3.5 de datum “juli 2023” vervangen door “april 2024”.

- In paragraaf 3.7.2, onder het kopje ‘situatie plangebied’, is de vijfde alinea als volgt aangepast: Ter plaatse van een tweetal één woningen (De Hooislagen 5 en Hessenweg 1, beide te Dalfsen) worden langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus berekend van 42 dB(A) (inclusief toeslag voor tonaal geluid) gedurende zowel de dag-, de avond- als de nachtperiode. Dit komt overeen met een etmaalwaarde van etmaalwaarden berekend van 52 dB(A) respectievelijk 51 dB(A). In de dag- en avondperiode wordt hiermee voldaan aan de toelaatbaar geachte waarden van respectievelijk 50 dB(A) en 45 dB(A). In de nachtperiode wordt een overschrijding van de 40 dB(A) met circa 2 dB berekend. Voor deze woning De Hooislagen 5 geldt dat op grond van het vigerende bestemmingsplan en de daarin vastgestelde geluidzone voor het hoogspanningsstation een hogere geluidbelasting ten gevolge van het hoogspanningsstation reeds mogelijk is. Ter plaatse van de zonegrens geldt een grenswaarde van 50 dB(A) exclusief toeslag voor tonaal geluid. Dit komt overeen met een etmaalwaarde van 55 dB(A) inclusief toeslag. De woning ligt op grotere afstand van het station dan de zonegrens en daarmee is ook een lager geluidniveau toegestaan (te weten: een etmaalwaarde van circa 54 dB(A)). De voor de toekomstige situatie berekende etmaalwaarde bij deze woning is circa 2 dB lager.

Dit wordt vastgelegd middels de nieuwe zonegrens waarmee de woning meer

32/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

bescherming zal genieten. Gelet hierop op de lagere waarde ten opzichte van de huidige toelaatbare waarde, wordt de berekende geluidbelasting toelaatbaar geacht. Voor de woning Hessenweg 1 geldt dit niet. Hiervoor wordt een afweging op grond van de cumulatieve geluidbelasting gemaakt. Berekend wordt een niet meetbare/waarneembare toename van de cumulatieve geluidbelasting (circa 0,3 dB). Het hoogspanningsstation leidt niet tot een duidelijk waarneembare toename van de cumulatieve geluidbelastingen. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de voor het hoogspanningsstation berekende geluidniveaus toelaatbaar worden geacht. Ook laagfrequente geluiden geven binnen de woningen geen onaanvaardbare hinder. Ook met betrekking tot de maximale geluidniveaus bij de woningen wordt voldaan aan de normaliter gehanteerde grenswaarden. 5. Het stikstofonderzoek van Sweco is geactualiseerd. Bijlage 11 is vervangen door het aangepaste stikstofonderzoek. In het stikstofonderzoek zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: - In hoofdstuk 1 is na de eerste alinea een tweede alinea toegevoegd m.b.t. aanpassing aan de lijnen; - In paragraaf 3.1 Fasering is de eerste alinea gewijzigd m.b.t. de fasering. Ook tabel 1 is gewijzigd; - In paragraaf 3.3 Verkeersbewegingen is de tweede alinea gewijzigd m.b.t.

de route van het bouwverkeer; - In hoofdstuk 5 is de tweede zin gewijzigd, het jaartal 2029 is toegevoegd. Tevens is tabel 3 gewijzigd; - In hoofdstuk 6 is de tweede zin gewijzigd, het jaartal 2029 is toegevoegd; - Bijlage 1 is gewijzigd; - Bijlage 3 is gewijzigd; - Bijlage 4 is gewijzigd; - Bijlage 5 is gewijzigd; - Bijlage 6 is gewijzigd; - Nieuwe bijlage 7 is toegevoegd; 6. In de toelichting van het bestemmingsplan is in paragraaf 3.7.5 de zin m.b.t. de fasering als volgt aangepast: De berekeningen zijn gedaan voor de werkzaamheden in de periode 2024 tot en met 2027 en 2029. 7. In de toelichting van het bestemmingsplan is in paragraaf 3.7.9 een extra alinea toegevoegd m.b.t. magneetveeldzones (in het algemeen en niet alleen i.r.t. ProRail). Zie punt 2.1.19 van deze nota voor de exacte tekst van de extra alinea. Daarnaast is in de bijlagen van de toelichting de nieuwe bijlage 16 “Notitie magneetveldzone ZL-MEE380 ZYV-HSW220” toegevoegd. De bijlagen die hierna komen zijn vernummerd.

2.4

Bewoners Hooislagen 5, Dalfsen

2.4.1

Aanleiding zienswijze Samenvatting zienswijze:

33/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

Hierbij maak ik onze zienswijze kenbaar met betrekking tot het Ontwerpbestemmingsplan Chw bestemmingsplan Buitengebied gemeente Dalfsen, 25e herziening, Hoogspanningsmasten. Wij zijn woonachting aan de Hooislagen 5 te Dalfsen en wonen sinds 1982 op deze locatie. In de omgeving is afgelopen jaren al veel veranderd. Ook de aankomende jaren zijn er nog veel plannen in ontwikkeling zoals windmolens, uitbreiding van industrie maar ook de toenemende vraag aan energie waarvoor nu de hoogspanningsstations en -masten moeten worden aangepast. Het voorgenomen plan en plangebied grenst aan onze locatie. Wij verwachten zowel tijdens de aanlegfase als in definitieve gebruiksfase een grote verslechtering van ons woon- en leefklimaat en een aantal ontoelaatbare risico's op onze leefomgeving, onze gezondheid en dierenwelzijn. Voor de volledigheid zien wij ons woon- en leefklimaat zowel binnen als buitenhuis, in en op ons erf en bedrijf. Wij, ons gezin, willen gezond en veilig oud worden. De voorgenomen ontwikkeling met de gevolgen daarvan maken dit zeer onzeker omdat er onvoldoende is aangetoond dat de situatie voor ons gelijkwaardig blijft.

Wij gaan in op de verschillende aspecten en houden hierin zoveel mogelijk de opbouw van de planomschrijving aan zoals deze is gepubliceerd: In de paragraaf Milieu 3.7 zijn een aantal aspecten benoemd waarbij wij grote zorgen hebben en niet zorgvuldig en voldoende zijn beschreven. Reactie van de gemeente: Deze is bijna identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3. 2.4.2

Bodemkwaliteit en archeologie Samenvatting zienswijze: Er worden een aantal risico's aangemerkt ten aanzien van de bodemkwaliteit. Er is een bureauonderzoek gedaan maar tevens worden er een aantal verdachte aspecten benoemd welke kunnen zorgen voor verontreinigen. Genoemd worden bijvoorbeeld de hoogspanningsmasten, maar ook wordt er verwacht dat het spoor en het terrein verontreinigd zijn. Er is tevens geen Pfas onderzoek uitgevoerd. Hiermee wordt de conclusie getrokken dat er geen nader onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Dit vinden wij een onjuiste conclusie en vanuit zorgvuldigheid zou een overheid dit juist wel moeten eisen. Ook de Omgevingsdienst IJsselland benoemd dit aspect als een voorlopige conclusie. Dit zien wij als een tekortkoming. Daarnaast dient er nog onderzoek uitgevoerd te worden naar archeologie. Er zijn op delen hogere verwachtingswaarden. Ook op gebied van zorgvuldigheid zien wij hierin een tekortkoming dat dit niet is onderzocht. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3.

2.4.3

Ecologie

34/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

Samenvatting zienswijze: Vanuit de ecologische onderzoeken wordt geconcludeerd dat er een aantal beschermde soorten aanwezig zijn danwel er een mogelijke verblijfsplaats is in het plangebied. Onder andere de steenmarter, buizerd (nest), vleermuizen en een modderkruiper. Dit betekent dat naast de soorten zelf ook de verblijfsgebieden zoals sloten, bosgebieden en foerageergebieden beschermd zijn. Er is nog geen ontheffing verleend en hier moet nader onderzoek naar gedaan worden. Er moet dan mogelijk ook een activiteitenplan opgesteld worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld worden. Er is veel onzekerheid of de ontheffing verleend wordt. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is dan ook onvoldoende zeker gesteld. Het plan ligt gedeeltelijk binnen de hoofdgroenstructuur. Voor het kappen van deze beschermde houtopstanden wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. De gekapte houtopstanden worden elders binnen het plangebied herplant conform het landschapsplan. Het is echter onduidelijk in welke mate deze worden gecompenseerd en of deze voldoen. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3. 2.4.4

Geluid en bedrijvigheid Samenvatting zienswijze: Door de uitbreiding van het hoogspanningsstation en het verhogen van de activiteit vindt er een toename van geluid plaats. Er wordt aangegeven dat het hoogspanningsstation op grond van de Wet geluidhinder een zogenaamde ‘grote lawaaimaker’ is. Daarnaast is er sprake bij een hoogspanningsstation (transformatoren) van laagfrequent geluid. In de berekeningen wordt aangegeven dat op onze locatie het geluid toeneemt. Tevens in relatie tot de beoordeling van het laagfrequent geluid zijn de verwachtingen op onze locatie het hoogste. In de beoordelingen wordt aangegeven dat op onze locatie een hogere geluidszone van toepassing is, ten gevolge van het huidige transformatorstation, en dat dit is vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan. Een dergelijke zonering is ons niet bekend en graag zouden we dit aangetoond willen zien. Ten aanzien van laagfrequent geluid vindt er een beoordeling plaats welke in ons geval tegen de referentiewaarde zit. Echter is dit gebaseerd op een verschil tussen de binnenen buitenwaarde op basis van een Deens onderzoek. Dit is mede afhankelijk van het type en gevel (isolatie) van de woning. Ook zijn er andere methoden zoals het NSGrichtlijnen te hanteren.

Juist in ons geval kunnen de waarden verschillen omdat de uitgangspunten anders zijn en dit moet naar ons idee per situatie onderzocht worden en maatwerk zijn. Ook het risico van geluid wordt door de Omgevingsdienst IJsselland onderkend. Gezien deze kleine onder-/overschrijdingen t.o.v. van de toelaatbare referentiewaarden vinden wij dat er onvoldoende is aangetoond dat geluidshinder op onze locatie in de nieuwe situatie is uitgesloten. Het plan behelst ook het vervangen en

35/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

verplaatsen van een bovengrondse en een ondergrondse leiding. De capaciteiten van deze leidingen worden verhoogd waardoor er een andere situatie ontstaat. De leidingen kunnen hogere geluiden produceren. Deze effecten en de gevolgen hiervan zijn naar onze mening niet meegenomen in de berekeningen waardoor deze niet volledig zijn. Op grond van deze punten kan niet de conclusie getrokken worden dat er, aan de hand van het onderzoek uitgevoerd door Peutz, sprake is van een toelaatbare en inpasbare situatie. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3. 2.4.5

Luchtkwaliteit Samenvatting zienswijze: Zoals wij ook in de bewonersavonden hebben aangegeven hechten wij veel waarde aan luchtkwaliteit. Dit met name voor het welzijn van ons pluimvee. Door het realiseren van water kan dit andere vogelsoorten aantrekken en ziektes met zich meebrengen. Dit zou dan ook zo ver mogelijk van ons perceel af gerealiseerd moeten worden. De afgelopen jaren is er sprake van toenemend verkeer op de Hooislagen. Dit brengt een groot risico met zich mee voor ons pluimvee. Door de toename van het verkeer kunnen ziektes overspringen op en richting het bedrijf. Mocht zich een uitbraak voordoen van bijv. vogelgriep kan dit gevolgen hebben voor onze bedrijfsvoering. Hier dient rekening mee gehouden te worden en is nu niet benoemd. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2,3.

2.4.6

Milieuzonering Samenvatting zienswijze: Vanuit de VNG Milieucategorie 5.1. is aangegeven dat er sprake is van ‘gemengd gebied’. Voor ‘gemengd gebied’ geldt een richtafstand van 300 meter. Er wordt gesteld dat de dichtstbijzijnde woning binnen een afstand van circa 300 meter van de rand van het station liggen. Echter als wij de grens van het plangebied aanhouden zit onze locatie op ca. 200 meter. Er moet dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gemotiveerd worden. Daarnaast moet ter motivering m.b.t VNG- richtafstanden met kwantitatief onderzoek vanuit het milieuspoor worden aangevuld, om daarmee ook (of alsnog) een acceptabel woon- en leefklimaat te kunnen betogen. Vanuit de onderzoeken zijn er verwachtingen voor de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Hier moet nog nader onderzoek gedaan worden om het verdachte gebied af te bakenen. Dit is nog onvolledig onderzocht en dient vanuit zorgvuldigheidsprincipe nader onderzocht worden. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3.

2.4.7

Stikstof (ecologie)

36/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

Samenvatting zienswijze: Er wordt aangeven dat het plan geen significant effect heeft op de Natura 2000gebieden ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie. Hiervoor heeft er een toetsing plaats gevonden aan de hand van een Aerius-berekening. Er wordt uitgegaan van interne saldering middels de inzet van de rechten op de huidige bestemming van de gronden. Wij zien hier een aantal punten waarop gesteld kan worden dat dit niet mogelijk is: 1. Naar mening kan deze ruimte niet ingezet worden omdat deze gronden en grondrechten niet in bezit zijn van TenneT. De gronden moeten eerst in bezit zijn, voordat deze ingezet kunnen worden. Hierdoor is het niet mogelijk het bestemmingsplan te wijzigen danwel vast te stellen omdat niet aangetoond kan worden dat deze ruimte ook beschikbaar zal zijn. 2. Tevens merken wij op dat in de Aerius-berekeningen de stikstofruimte uit de referentie elke jaar opnieuw wordt benut. Als de bestemming is gewijzigd en hiervoor de ruimte is gesaldeerd voor dit doel dan kan deze naar onze mening maar één maal ingezet worden voor de totale ontwikkeling. In dit geval wordt deze jaarlijks gebruikt waardoor de ruimte niet meer beschikbaar is aangezien de referentiesituatie is gewijzigd na het eerste jaar. 3. In de emissieberekening is een gebruiksnorm van 320 kg/ha/jaar gehanteerd.

In het rapport wordt aangegeven een gebruiksnorm van 170 kg/ha/jaar te hanteren. Deze laatste is overeenkomstig met de referentiesituatie. Waarom er dan een referentie van 2024 gehanteerd wordt is ons niet duidelijk. Dit bevestigt ook het feit dat de gronden nog niet in bezit zijn, er een referentiesituatie is en nog niet duidelijk is welke toekomstige normen gehanteerd moeten worden. Deze kunnen veel lager zijn in de toekomst. 4. Er worden een aantal werkzaamheden niet meegenomen in de aanlegfase. Het verleggen en verplaatsen en slopen van de leidingen is niet in de onderdelen / deelprojecten opgenomen. De werkzaamheden zijn onvolledig beschreven en zouden in de berekeningen toegevoegd moeten worden. Dit zorgt ervoor dat er niet aangetoond kan worden dat er geen significante effecten kunnen optreden op Natura 2000-gebieden. Het plan is op dit punt dan ook niet uitvoerbaar. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3. 2.4.8

Trillingen en verkeersbewegingen Samenvatting zienswijze: Ten aanzien van de trillingen maken wij ons zorgen om het tijdelijke bouwverkeer en de werkzaamheden aan de leidingen direct langs en naast ons perceel. Tijdens de bouw zal er veel verkeer plaatsvinden. De snelheid en lading bepaalt de mate van trillingen en hinder. Er worden geen maatregelen getroffen om deze trillingen te beperken en/of de situatie vooraf vast te stellen. Wij voorzien dan ook schade door trillingen van de werkzaamheden, daar waar deze plaats vinden in de nabijheid van onze woning en de opstallen.

37/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

Daarnaast voorzien wij hinder en schade door het toenemende bouwverkeer welke elkaar moeten passeren en moeten wachten. Ze rijden hier op dit moment al erg hard met busjes. Ook is er een enorme toename aan vrachtverkeer. Gezien de lange duur van het project zullen wij hier minimaal 4 jaar hinder ondervinden in de vorm van geluid, trillingen, laden- en lossen op ons bedrijf, en beperkte bereikbaarheid van onze locatie. Wij zien tevens een risico voor de veiligheid van onze kleinkinderen door het toenemende verkeer. Een afrit vanaf de Hessenweg heeft dan ook onze voorkeur. Er wordt aangegeven dat er nog een veiligheidsscherm gerealiseerd wordt naar aanleiding van de plannen. Dat impliceert dat het plan nadelige effecten geeft en dit het nodig is t.b.v. veiligheid. Het is dan ook de vraag of de veiligheid nu voldoende binnen het plan is geborgd. Is er dan sprake van goede ruimtelijke ordening c.q. ETFAL. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3. 2.4.9

Elektromagnetische velden Samenvatting zienswijze: Door het nieuwe plan wordt de capaciteit verhoogd van het gehele transformatorstation en de leidingen, maar ook waar de kabels uit de grond komen. Er worden diverse boven- en ondergrondse leidingen aangebracht en vervangen welke ervoor kunnen zorgen dat het huidige elektromagnetische veld verhoogd wordt. Daarnaast liggen er nu al diverse leidingen rond ons perceel en langs de weg. Wij maken ons grote zorgen over ons woon- en leefklimaat en met name de gezondheidsgevolgen welke deze straling met zich mee brengt. Zowel de leidingen apart als de leidingen in samenhang (cumulatief) met elkaar. De onlangs uitgevoerde metingen geven gemiddeld hogere waarden aan dan norm van 0,4 micotesla. Dit betreft een incidentele meting. Als hier langdurig gemeten zou worden is het mogelijk dat de norm overschreden wordt. Deze metingen zijn nog niet uitgevoerd danwel als effectmeting voor de nieuwe situatie doorgerekend. Er is getracht, tijdens de bijeenkomsten en in gesprek met TenneT, hierover duidelijkheid te krijgen en langdurige meting uit te voeren als ijkpunt. Helaas is hier tot op heden nog geen gehoor aan gegeven. Wij verwachten echter een verhoging van de straling.

Er is een voorzorgbeleid magneetvelden vastgesteld door de Rijksoverheid naar aanleiding van een onderzoek over de gezondheidseffecten in de nabijheid van hoogspanningsmasten door de Gezondheidsraad. Het is niet duidelijk of deze wordt gehanteerd. Op dit moment kan niet uitgesloten worden dat het elektrisch magnetisch veld in ons woon- en leefgebied gemiddeld over een jaar sterker is dan 0,4 microtesla en tevens kan niet aangetoond worden dat de nieuwe situatie voldoet, gelijk blijft en/of verslechtert. In de voortoets wordt ook dit risico door de Omgevingsdienst IJsselland onderkend en benoemd. Hierop wordt ontkennend en ontwijkend geantwoord. Hierin wordt een verwijzing gemaakt naar de onderzoeken i.h.k.v. ProRail waarvoor wel het nodige onderzoek uitgevoerd wordt. Hierin wordt het risico van leidingen welke elkaar beïnvloeden wel onderkend en metingen uitgevoerd/gemonitord.

38/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

Het is nu onzorgvuldig onderzocht en onbekend welke effecten het plan heeft op de omgeving, ons leef- en woongebied, onze gezondheid en dierenwelzijn. Het plan kan dan ook geen doorgang krijgen voordat deze risico’s duidelijk zijn en uitgesloten kan worden dat onze situatie verslechterd. Dit betreft namelijk de gezondheid van ons gezin. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3. 2.4.10

Milieueffectrapportage Samenvatting zienswijze: De grootte van het plan zit aan de bovenzijde van de MER-plicht. Er is wel een MERbeoordeling gemaakt. De beide gemeenten hebben besloten geen MER verplichting te hanteren. Echter gezien de grootte van het project maar ook de vele losse eindjes op gebied van milieu, ecologie woon- en leefklimaat zou dit naar onze mening wel nodig zijn. Ook het aspect laagfrequent geluid en elektromagnetische straling moeten in de m.e.r. meegenomen worden. Dit is tevens een aanbeveling van de commissie m.e.r. om deze aspecten mee te beoordelen. In de RIVM-studie ‘Gezondheid in milieueffectrapportage en strategische milieubeoordeling’ uit 2007 zijn de milieuaspecten geselecteerd die een relatie hebben met de volksgezondheid en door m.e.r.- (beoordelings)plichtige initiatieven beïnvloed kunnen worden. In een dergelijk project als dit, waar dit de hoofdzaak is, wordt hier nu niet op ingegaan. De gemeente zou vanuit het zorgvuldigheidsprincipe juist moeten besluiten om wel een m.e.r. uit te voeren daar waar het project juist tegen en/of over de grenzen zit en een dergelijke impact heeft op het leefgebied en milieu. Wij verzoeken u dan ook als gemeente alsnog een m.e.r.-plicht op te dragen voor dit voorgenomen plan. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3.

2.4.11

Economische en algehele uitvoerbaarheid Samenvatting zienswijze: Vanuit de voorgenoemde risico’s en onzorgvuldigheden zien wij dat het plan juist niet economisch haalbaarheid is. Er zijn veel onzekerheden welke zorgen voor kostenverhoging op gebied van onder andere de uitvoering van nadere onderzoeken, bodemverontreiniging, lucht, geluid en stralingsverontreiniging, grondeigendom en ecologie. De algehele uitvoerbaarheid van het plan is volgens ons dan ook niet haalbaar in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Art. 3.1.6 Bro. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3.

2.4.12

Toekomstige verwezenlijking Samenvatting zienswijze: Er zijn een aantal zaken beschreven als een toekomstige verwezenlijking. Zoals de landschappelijke inpassingen en veiligheidsscherm maar ook mogelijke verplichte

39/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

compensatie en mitigatie t.b.v. van natuur en ecologie. Er is op dit moment teveel onduidelijk hoe groot deze opgaven zijn en hoe dit geborgd wordt. Indien dit niet gerealiseerd wordt kan het plan niet uitgevoerd worden. Hierover is tevens jurisprudentie ECLl:NL:RVS:2023:2904. Ook kan er door de uitwerkingen meer ruimtegebruik nodig zijn en het plangebied mogelijk vergroot worden waardoor er een m.e.r.-plicht aan de orde is. De algehele uitvoerbaarheid van het plan is niet haalbaar in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Art. 3.1.6 Bro. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3. 2.4.13

Waardevermindering woning en bedrijf Samenvatting zienswijze: Door de negatieve effecten op onze woon- en leefomgeving, welke dit plan met zich meebrengt, zien wij een grote waardedaling van onze woning en bedrijf. Er is geen zekerheid dat er veilig en gezond gewoond en gewerkt kan worden. Daarnaast wordt er weer een inbreuk op het landschap en uitzicht gedaan waar de ontwikkelingen steeds meer op ons perceel afkomen. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3.

2.4.14

Nadelige schade onvoldoende voorkomen Samenvatting zienswijze: Wij snappen dat TenneT een belangrijke rol vervult in de maatschappij. Ook de noodzaak van de energietransitie en de netcongestie zijn wij ons van bewust. Echter betekent dat niet dat hierdoor onderzoeken niet uitgevoerd hoeven te worden en er geen zorgvuldige afweging plaats hoeft te vinden. Met name op gebied van milieu en gezondheid is dit belangrijk. Daarbij moet er gezorgd worden dat de omgeving geen (blijvende) nadelige schade ondervindt voor nu en in de toekomst. Hiervoor moeten de juiste maatregelen getroffen worden om deze te voorkomen danwel te beperken. Dit is op dit moment onvoldoende geborgd in de plannen. Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3.

2.4.15

Verzoek tot niet vaststellen bestemmingsplan Samenvatting zienswijze: lk verzoek u, op grond van het bovenstaande, het ontwerpbestemmingplan niet definitief vast te stellen en niet verder in procedure te brengen. Graag worden wij nader geïnformeerd over de afdoening van onze zienswijze. Wij gaan ervanuit dat u ons over het verdere verloop van de procedure op de hoogte houdt.

40/41

41

Datum Titel

23-5-2024 Zienswijzennota bestemmingsplan Buitengebied, Hessenweg – Berkummerbroekweg

Reactie van de gemeente: Deze is identiek aan zienswijze 2.3. Zie beantwoording bij zienswijze 2.3.

2.4.16

Advies 1. De ingekomen zienswijze is tijdig ontvangen. Wij stellen daarom voor om reclamant in haar zienswijze te ontvangen. 2. Voorgesteld wordt om gedeeltelijk tegemoet te komen aan de zienswijze van bewoners Hooislagen 5, Dalfsen. Ambtshalve: 3. Verwezen wordt naar zienswijze 2.3, onder 2.3.16 voor de exacte wijzigingen.

2.5

Drents Overijsselse Delta

2.5.1

Aanleiding zienswijze Samenvatting zienswijze: Op 18 december 2023 hebben we een brief ontvangen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Hessenweg— Berkummerbroekweg. In deze brief wordt verwezen naar een perceel van het waterschap, kadastraal bekend gemeente Zwolle, sectie X nummer 1060 en naar het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijzen 1. Het perceel kadastraal bekend gemeente Zwolle, sectie X, nummer 1060 levert geen resultaat op bij onderzoek in het Kadaster. 2. De link/verwijzing naar de bronbestanden werkt niet. Om eventuele gevolgen van het ontwerpbestemmingsplan voor eigendommen van het waterschap te kunnen beoordelen ontvangen we graag de juiste gegevens. Reactie van de gemeente: De gemeente heeft naar aanleiding van deze zienswijze alsnog de juiste gegevens toegestuurd.

2.5.2

Advies 1. De ingekomen zienswijze is tijdig ontvangen. Wij stellen daarom voor om reclamant in haar zienswijze te ontvangen. 2. Voorgesteld wordt om tegemoet te komen aan de zienswijze Drents Overijsselse Delta.

41/41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=2f8e76f9-907b-4e30-9811-30ca0d43de93