Wethoudersmemo V. Willigen- Toelichting art 3, vijfde lid, Verordening Jeugdhulp Zwolle 2025
Tekst van het document
bericht
Wethoudersmemo Aan
Gemeenteraad van Zwolle
Van
Wethouder Michiel van Willigen
Datum
6 februari 2025
Onderwerp
Toelichting artikel 3, vijfde lid, ontwerp Verordening Jeugdhulp Zwolle 2025
Maatschappelijke Ontwikkeling
Toezegging In het raadsdebat op 27 januari 2025 is naar aanleiding van een vraag van de fractie van het CDA toegezegd een nadere toelichting te geven op artikel 3, vijfde lid, van de ontwerp Verordening Jeugdhulp Zwolle 2025. Gevraagd is waarom het bieden van een beschermende woonomgeving in deze bepaling expliciet genoemd wordt en hoe dit meespeelt in de besluitvorming. Reactie Artikel 3 gaat over de weging van de draagkracht die het gezin heeft ten opzichte van de draaglast die een gezin te verwerken krijgt vanwege bepaalde opvoed- en opgroeiproblemen of psychische problemen. Per hulpvraag zal de concrete situatie besproken en beoordeeld moeten worden, om te kunnen bepalen in hoeverre sprake is van voldoende draagkracht om de problemen zelf het hoofd te bieden en of wellicht een vorm van ondersteuning, hulp of zorg noodzakelijk is. Bij het opvoeden van kinderen hoort de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind (zie ook de artikelen 1:247 en 1:248 van het Burgerlijk Wetboek). Indien vanwege een te grote draaglast een vorm van jeugdhulp nodig is, wordt dit ingezet. Daarbij wordt ook meegewogen of sprake is van een langdurende of kortdurende situatie (zie artikel 3, derde lid).
Vervolgens bepaalt artikel 3, vijfde lid, het volgende: Het bieden van een beschermende woonomgeving door ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties. Er zijn veel voorbeelden te noemen van wat onder de verantwoordelijkheid van ouders of verzorgers valt inzake het opvoeden van hun kinderen. Maar het bieden van een beschermende woonomgeving is in dit kader een bijzondere verantwoordelijkheid. Gezond en veilig opgroeien gaat namelijk in beginsel het beste bij de eigen ouders of verzorgers en eventuele broertjes of zusjes. Pas als uiterste middel kan een uithuisplaatsing aan de orde zijn, indien andere oplossingen ontoereikend zijn om de veiligheid in de thuissituatie te verbeteren.1
1 Zie ook de richtlijn Uithuisplaatsing en terugplaatsing.
bericht
Datum
6 februari 2025
Louter overbelasting van de ouders of verzorgers vormt geen grondslag om over te gaan tot een uithuisplaatsing, ook niet als sprake is van een langdurende situatie. Er zal dan wel onderzocht moeten worden hoe de belasting verminderd kan worden, maar het kind uithuisplaatsen is hiervoor niet de oplossing. Daarom regelt artikel 3, vijfde lid, expliciet dat het bieden van een beschermende woonomgeving voor hun minderjarige kinderen hoort bij de verantwoordelijkheid van de ouders of verzorgers. Hierbij is aangesloten bij de eerder genoemde artikelen 1:247 en 1:248 in combinatie met artikel 1:12 van het Burgerlijk Wetboek alsmede de Beleidsregels indicatiestelling Wlz, die het Centrum Indicatiestelling Zorg hanteert in het kader van de Wet langdurige zorg.2 Daarin is nadrukkelijk opgenomen dat het bieden van een veilige thuisomgeving beschouwd wordt als gebruikelijke zorg die door ouders wordt geboden. Correctie verschrijving Hierbij maak ik van de gelegenheid gebruik om aan te geven dat op twee plaatsen in de toelichting bij de verordening een kennelijke verschrijving is geconstateerd. Bovenaan pagina 6 mist na ‘Artikel’ het nummer 25 en op pagina 8 zijn in de zinsnede “Indien sprake is van een draagkracht die de draaglast overstijgt,” de woorden draagkracht en draaglast per abuis omgewisseld.
Beide verschrijvingen zullen na vaststelling van de Verordening Jeugdhulp Zwolle 2025 door de gemeenteraad, voorafgaand aan de publicatie in het Gemeenteblad worden hersteld.
2 Zie de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2025
2/2