Welstandsnota november 2023 vaststelling
Tekst van het document
Beleidskeuzes waardering De woonwijk Stadshagen wordt in hoge mate gewaardeerd door de integrale stedenbouwkundige opzet, die volledig aansluit bij de hedendaagse woonwensen. Veelal ruime eengezinswoningen met grote tuinen en samenhangende woonbuurten. dynamiek Bij diverse woningtypen zijn mogelijke uitbreidingen als optie op voorhand aangegeven om de samenhang te kunnen handhaven. beleid • Het niveau van de welstandstoetsing voor bestaande bouw is regulier. Voor de nieuwbouw in de nog uit te leggen deelgebieden worden bij de uitwerkingsplannen aanvullende beeldkwaliteitseisen vastgesteld. • Respecteren van de ruimtelijke samenhang van de wijk met het omliggende landschap. • Behouden en versterken van de onderscheidende kenmerken van de diverse zones. • Respecteren van de stedenbouwkundige en architectonische samenhang in de wijk. De stedenbouwkundige structuur vormt de basis voor ruimtelijke accenten. • Respecteren van het architectonische concept door aan te sluiten bij de vorm en het kleur- en materiaalgebruik van
de woningen. Respecteren van de typerende samenhang tussen de bebouwing en de openbare ruimte. Een klein deel van Stadshagen, de driehoek tussen deelgebied Werkeren en de Stadshagenallee (Vrij Werkeren), is welstandsvrij. •
Overige voor welstand relevante beleidsstukken: bestemmingsplannen en reclamebeleid.
Welstandscriteria Om aan het beleid te voldoen moet de bebouwing zich voegen naar de beschreven kenmerken. Bij de welstandstoets van een bouwplan zijn de volgende criteria van belang. Plaatsing • Bij nieuwbouw zijn de perceellering, positie en oriëntatie van de bebouwing in de directe omgeving richtinggevend. • Bestaande verspringingen in de rooilijn zijn richtinggevend. • Waar zijgevels zich oriënteren op de openbare ruimte moet dat in de architectuur tot uiting komen. • De entreezijde van de woning is herkenbaar vormgegeven. Massa en vorm • De bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving is het uitgangspunt bij het uitbreiden of vervangen van de bebouwing. • Bij wijziging van de kapvorm de samenhang binnen de betreffende cluster van woningen bewaren. • In het bouwwerk moet samenhang bestaan tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk. • Massa en vorm reageren op de belendende bebouwing. • Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan de
46
hoofdmassa. Gevels • Bij verbouw en renovatie is de oorspronkelijke gevelopbouw het uitgangspunt. • Bij nieuwbouw zijn de stijlkenmerken, het materiaal en het kleurgebruik van bebouwing in de omgeving het uitgangspunt. • Er is eenheid in de architectuur van de gehele gevel. Detaillering, kleur en materiaal • Bij verbouw of renovatie krijgt de detaillering eenzelfde mate van aandacht als bij de bestaande architectuur. • Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijke kleurgebruik uitgangspunt. • Bij nieuwbouw is het oorspronkelijke kleurgebruik in de omgeving uitgangspunt. • Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijke materiaalgebruik uitgangspunt.
mooi
Westenholte en Berkum (8) Gebiedsbeschrijving
afzonderlijke architectonische clusters. De bebouwing bestaat overwegend uit één of twee lagen met een kap, uitgevoerd in baksteen en rode of zwarte dakpannen. De oorspronkelijke bebouwing en enkele oude lijnen zijn opgenomen in deze uitbreidingen. De oorspronkelijke bebouwing bestaat uit boerderijen van één laag met een dwarskap en wolfseind. De bebouwing langs de oude lijnen bestaat uit individuele woningen van één laag met een dwarskap uit de jaren dertig. Bijzondere voorzieningen, zoals een zorgcentrum, vormen vaak een contrast met de kleine schaal van deze dorpen.
Kenmerken De historische dorpskernen Westenholte en Berkum zijn ontstaan omstreeks de veertiende eeuw op zandruggen. De dorpen zijn vanouds agrarische nederzettingen met verspreide bebouwing op de hogere delen van het landschap. Beide dorpen worden gekenmerkt door het ontbreken van een echte dorpskern en uitbreidingswijken uit diverse periodes vanaf de jaren vijftig. Deze wijken hebben een ruime opzet en een groen karakter. Kenmerkend is enerzijds de bijzondere ligging in het agrarische landschap en anderzijds de aangrenzende uitbreiding van de stad Zwolle, die geleidelijk de ontwikkeling van deze dorpen heeft ingehaald.
Westenholte Westenholte is een agrarische nederzetting bestaande uit verschillende hoeven met elk een eigen kamp, die verspreid in de omgeving liggen (hoevenzwermdorp). Bij de ontwikkeling van het dorp heeft het kasteel Voorst (afgebroken in 1362) een rol gespeeld. Sommige hoeven zijn
Door de groei van de uitvalswegen van de stad Zwolle is de agrarische functie van de dorpen vanaf de zestiger jaren verschoven naar een woonfunctie aan de rand van de stad. De diverse kleine uitbreidingswijken bestaan uit eengezinswoningen van diverse typologieën en vormen 47
gebouwd op de aanwezige zandkoppen en zijn vanwege de hogere ligging in het dorp te herkennen. Het dorp bestaat uit een oud en een nieuw deel, gescheiden door een groen gebied met doorgaande fietspaden, scholen en het Stinspark. Het nieuwe deel heeft een woonervenstructuur. De overgang van Westenholte naar het landschap wordt gevormd door een parkrand. Berkum Berkum is een agrarische nederzetting, waarbij de boerderijen verspreid langs verscheidene essen liggen (essenzwermdorp). Naast de oude boerderijen zijn de oude
mooi
lijnen met individuele bebouwing herkenbaar aanwezig. De noordelijke rand wordt begrenst door de A28 en de Kranenburgweg, waar diverse kleinschalige bedrijven zijn gevestigd. De andere randen grenzen aan het landschap, waarbij de rivierdijk van de Nieuwe Vecht en het Oude - en Nieuwe Verlaat bijzondere elementen zijn. Bijzondere elementen: • Stinspark (voormalige kasteelplaats, archeologisch monument) • Ensemble Nieuwe Vecht met Schutsluis Nieuwe Verlaat • winkelcentra
Beleidskeuzes waardering Het landelijke karakter van de voormalige agrarische nederzettingen maken Westenholte en Berkum tot zeer gewaardeerde woondorpen aan de rand van de stad Zwolle. dynamiek De groei van de stad Zwolle veroorzaakt veranderingen aan de randen van Westenholte en Berkum. Daarnaast is er de behoefte om voor de eigen gemeenschap woningen te bouwen. beleid • Het niveau van de welstandstoetsing is regulier. • Respecteren van het dorpse karakter en de zelfstandige ligging aan de rand van de stad en het landschap. • Behouden van het ruimtelijke karakter en de oorspronkelijke kenmerken van de agrarische nederzettingen en de bebouwing. • Respecteren van de karakteristieken van de uitbreidingswijken uit diverse periodes vanaf de jaren vijftig. • Versterken van de overgang van de dorpsranden naar het landschap.
Overige voor welstand relevante beleidsstukken: bestemmingsplannen en reclamebeleid.
Welstandscriteria Om aan het beleid te voldoen moet de bebouwing zich voegen naar de beschreven kenmerken. Bij de welstandstoets van een bouwplan in de deelgebieden zijn de volgende criteria van belang. Plaatsing • De perceellering, de positie en de oriëntatie van de bebouwing in de directe omgeving zijn richtinggevend bij nieuwbouw. • Bestaande rooilijnen zijn richtinggevend. • Aan de dorpsranden dient de plaatsing bij te dragen aan het groene karakter van de omgeving. Massa en vorm • De schaal van de bestaande bebouwing in de omgeving is uitgangspunt bij het uitbreiden en vervangen van de bebouwing. • Bij verandering van kapvorm de samenhang binnen de complexen bewaren. • In het bouwwerk moet samenhang bestaan tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk. • Massa en vorm reageren op de belendende bebouwing. • De bestaande kapvorm en kaprichting zijn richtinggevend. Het toevoegen van een extra laag of een kap respecteert het straatbeeld en de architectuur van de hoofdmassa. • Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa.
48
Gevels • Bij verbouw en renovatie is respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaal- en kleurgebruik. • Bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving voor wat betreft stijlkenmerken, materialisering en kleurgebruik het uitgangspunt. • De maat en de schaal van de gevelindeling wordt gerespecteerd. • Er is eenheid in de architectuur van de gehele gevel. • Bij verbouw en renovatie wordt zorgvuldig omgegaan met karakteristieken zoals hoekoplossingen, entreepartijen en erkers. Detaillering, kleur en materiaal • De detaillering bij aanpassing, verbouw of renovatie krijgt eenzelfde mate van aandacht als die bij de bestaande architectuur. • Bij aanpassing, verbouw of renovatie is het oorspronkelijke kleurgebruik uitgangspunt. • Bij nieuwbouw is het oorspronkelijke kleurgebruik in de omgeving uitgangspunt. • Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijk materiaalgebruik uitgangspunt. • Toe te passen materialen en kleuren aan de randen van de bebouwde kom mogen niet contrasteren met het groene landschap.
mooi
Wijthmen en Windesheim (9) Gebiedsbeschrijving
Wijthmen en Windesheim zijn kleine dorpskernen met kleine uitbreidingen in het landelijke gebied. Deze van oorsprong agrarische kernen zijn ontstaan op hoger gelegen zandruggen in het landschap. Tussen het ontstaan van de kernen en het landschap is een sterke relatie. De agrarische bebouwing is gelegen op de hogere delen, langs de randen liggen de wegen. De kern is ontstaan op de kruising van de wegen. De latere uitbreidingen zijn ontwikkeld langs de wegen en op lager gelegen delen. De dichtheid van de bebouwing is laag. Vanuit de kern is de zichtrelatie met het landschap zeer sterk en zijn de hoogteverschillen goed zichtbaar.
tot functieverandering binnen de kernen. De ligging aan respectievelijk de N35 en de N337 maken de kernen zeer geschikt als landelijke woonplaats. De oorspronkelijke bebouwing bestaat uit monumentale boerenhoeven van één laag met bijzondere kapvormen van riet of schilddaken met zwarte pannen en metselwerkdetails. De latere uitbreidingen bestaan, naast vrijstaande bebouwing, uit geschakelde - en rijenwoningen. De uitbreidingen vallen op door het planmatige karakter. Zij wijken duidelijk af van de landelijke bebouwing. Het landelijke karakter komt gedeeltelijk tot uiting door een groene inrichting van de openbare ruimte, die ontstaat door gerende (schuine) rooilijnen en de ruime voortuinen. De geschakelde - en rijenwoningen bestaan uit twee lagen met een zadeldak en baksteen met een sobere detaillering. De vrijstaande bebouwing bestaat uit één laag met zadeldak, met dakhellingen die afwijken van de historische bebouwing.
Kenmerken Wijthmen De oorspronkelijke concentratie van agrarisch bebouwing is ontstaan op een dekzandrug. Ter hoogte van de kruising van de Heinoseweg en de Kroesenallee is een kern ontstaan.
Verandering van het belang van de landbouw en van de rol van het vroegere klooster in Windesheim hebben geleid 49
Mede door het belang van deze wegen is de kern verder uitgegroeid tot een dorp. De grootste uitbreiding dateert uit de zestiger jaren en is ontwikkeld aan de rand van de kern op de Strampesch. In de afgelopen 10 jaar heeft er een beperkte uitbreiding plaatsgevonden. Windesheim De oorspronkelijk hoeven zijn gebouwd op een rivierduin. Ter plekke van een van de hoeven werd in de 14e eeuw een klooster gebouwd. De kern ontwikkelde zich direct aan de
mooi
een groeiende vraag om de woonfunctie van de kernen te versterken. beleid • Het niveau van de welstandstoetsing is regulier. • Respecteren van het landelijke karakter en de ligging in het landschap. • Behouden van de sterke zichtrelatie met het landschap en van de landschappelijke hoogteverschillen. • Behouden van de historische structuur en de karakteristieke bebouwing. • Bij nieuwbouw behouden van de individuele opzet van de bebouwing en de relatie met de openbare ruimte. Aandacht voor zorgvuldige detaillering en ambachtelijke materialen, waarbij de historische stijlkenmerken van de gebouwde omgeving de inspiratiebron vormen. Een eigentijdse vormgeving is hierbij zeker niet uitgesloten. hoofdweg. Ten westen van het rivierduin is op lager gelegen gronden in de jaren zestig een planmatige uitbreiding gerealiseerd. De afgelopen jaren heeft zich nog een heel beperkte uitbreiding van de kern plaatsgevonden Bijzondere elementen: • Ensemble NH kerk te Windesheim (rijksmonument)
Beleidskeuzes waardering De bijzondere ligging in het agrarische landschap maken Wijthmen en Windesheim tot gewaardeerde kleinschalige landelijke woonplaatsen in de nabijheid van de stad Zwolle. dynamiek De functieverandering van het agrarische landschap heeft geleid tot een ander gebruik van de bebouwing en tot
Overige voor welstand relevante beleidsstukken: bestemmingsplannen en reclamebeleid.
Welstandscriteria Om aan het beleid te voldoen moet de bebouwing zich voegen naar de beschreven kenmerken. Bij de welstandstoets van een bouwplan in de deelgebieden zijn de volgende criteria van belang. Plaatsing • De perceellering, de positie en de oriëntatie van de bebouwing in de directe omgeving zijn richtinggevend bij nieuwbouw. • Bestaande rooilijnen zijn richtinggevend. Massa en vorm • De schaal van de bestaande bebouwing in de omgeving
50
• • • •
•
is uitgangspunt bij het uitbreiden en vervangen van de bebouwing. Bij verandering van kapvorm de samenhang binnen de complexen bewaren. In het bouwwerk moet samenhang bestaan tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk. Massa en vorm reageren op de belendende bebouwing. De bestaande kapvorm en kaprichting zijn richtinggevend. Het toevoegen van een extra laag of een kap respecteert het straatbeeld en de architectuur van de hoofdmassa. Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa.
Gevels • Bij verbouw en renovatie is respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaal- en kleurgebruik. • Bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving voor wat betreft stijlkenmerken, materialisering en kleurgebruik het uitgangspunt. • De maat en de schaal van de gevelindeling wordt gerespecteerd. • Er is eenheid in de architectuur van de gehele gevel. • Bij verbouw en renovatie wordt zorgvuldig omgegaan met karakteristieken zoals hoekoplossingen, entreepartijen en erkers. Detaillering, kleur en materiaal • De detaillering bij aanpassing, verbouw of renovatie krijgt eenzelfde mate van aandacht als die bij de bestaande architectuur. • Bij aanpassing, verbouw of renovatie is het oorspronkelijke kleurgebruik uitgangspunt. • Bij nieuwbouw is het oorspronkelijke kleurgebruik in de omgeving uitgangspunt. • Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijk materiaalgebruik uitgangspunt.
mooi
Stedelijk landschap (10) Gebiedsbeschrijving
diverse vrijstaande woningen gesitueerd. De bebouwing is veelal gelegen langs de oude lijnen grenzend aan de landschapsparken en is architectonisch en landschappelijk ingepast.
omgeving Kanenburg/Agnietenberg De begraafplaats Kranenburg (voormalige havezate) is opgezet als landschapspark, waarin bebouwing als losse
De bebouwing bestaat deels uit cultuurhistorische complexen, boerderijen met rieten kap en wolfseind en monumentale vrijstaande villa’s in twee lagen met bijzondere kapvormen. Het kleur- en materiaalgebruik van de bebouwing is divers door de verschillende bouwstijlen.
Kenmerken Het stedelijke landschap bestaat uit de landschappen van het Engelse Werk, de Kranenburg/Agnietenberg, het landgoed Zandhove en de Vechtcorridor Noord. De gebieden zijn gelegen op de relatief hogere delen in het landschap aan de stadsrand van Zwolle en de Vechtcorridor Noord in het bijzonder in het Vechtdal De gebieden bestaan grootdeels uit een landschapspark met historische relicten. Zij hebben een hoge cultuurhistorische waarde. Rondom deze landschapsparken, in de randen, zijn diverse stedelijke en recreatieve functies gelegen. De gebieden worden gekenmerkt door een groen karakter van hoge kwaliteit. Zij worden intensief gebruikt voor recreatieve doeleinden.
omgeving Engelse Werk Het Engelse Werk is aangelegd als Engels Landschapspark op de voormalige schans, Het Nieuwe Werck. Door de aanleg van het Spoolderbos is het Engelse Werk verbonden met de Spoolderberg. De westrand van het gebied wordt gevormd door een natuurontwikkelingsproject en de IJssel, de noordzijde door de bomenlaan langs de Oude Veerweg, met vrijstaande monumentale bebouwing.
objecten is opgenomen. Kranenburg wordt geleidelijk uitgebreid met nieuwe delen. De begraafplaats Bergklooster kent een lange geschiedenis, die teruggaat tot het klooster wat hier ooit stond. Het is ook een groene begraafplaats, maar met de soberder uitstraling van de traditionele
Naast de oorspronkelijke bebouwing, waaronder uit boerderijen en gebouwen met bijzondere functies, zijn er
51
mooi
dodenakker. De Agnietenberg is een op een rivierduin gelegen bos met diverse recreatieve functies. De oostelijke rand wordt gevormd door het buurtschap Berkum Bruggenhoek, gelegen op een hoge dekzandrug. De oorspronkelijke lintbebouwing, bestaande uit boerderijen, wordt afgewisseld met gevarieerde vrijstaande bebouwing. omgeving Landgoed Zandhove Het voormalige Landgoed Zandhove is ontstaan op een hoger gelegen deel in het landschap, grenzend aan de laaggelegen weidegrond, de Zwolse Mars. Het landgoed is omgevormd in de Engelse landschapsstijl en de monumentale bebouwing is nu in gebruik als verpleeghuis. Rondom het landgoed staan diverse jaren dertig boerderijen, waaronder rijksmonument
de luiken in de kleuren blauw en geel. De gronden bij de voormalige boerderij De Oude Mars zijn bestemd voor de bouw van 100 vrijstaande woningen in het topsegment. De inrichting van de openbare, groene ruimte sluit aan op het landgoed. omgeving Vechtcorridor Noord De huidige stedenbouwkundige opbouw van het plangebied wordt gekenmerkt door allerhande ontwikkelingen sinds de industriële revolutie, die diepe sporen heeft achtergelaten in het oorspronkelijke slagenlandschap ter weerszijden van de oorspronkelijke Hessenweg, die één van de oudste grote oost-west verbindingen in ons land was. Vanaf 1810 werd gegraven aan de Dedemsvaart. Door dit kanaal werden de grote veengebieden op de grens van Overijssel en Drenthe ontsloten. Tussen Berkum en De Lichtmis werd in 1832 het Lichtmiskanaal gegraven, waardoor Zwolle een aansluiting kreeg op de Dedemsvaart. De negentiende-eeuwse sluis- en brugwachterswoning is nog aanwezig. De spoorverbinding naar Groningen, de ombouw tot drukke N 340, de nieuwe A 28 en de komst van Hessenpoort brachten het plangebied in een landschappelijk isolement, waarbij het stroomgebied van de Vecht en de resterende percelen een onsamenhangende corridor vormt tussen de zich ontwikkelende stad Zwolle en Hessenpoort. Het agrarisch gebruik is hierbij grotendeels in
handen gekomen van hobbyboeren en oude boerderijen zijn in gebruik als woonhuis. Er is gepoogd meer landschappelijk samenhang in de corridor te brengen door de aanleg van boscoulissen. De staat van onderhoud hiervan is voor verbetering vatbaar. De op 10 maart 2014 vastgestelde structuurvisie VCN beoogt, dat het plangebied de nieuwe entree tot het Vechtdal en de stad Zwolle en Hessenpoort wordt. De te verleggen N340 doorsnijdt het gebied tussen de oude Hessenweg en Hessenpoort en wordt zorgvuldig in het landschap ingepast. Hiermee ontstaan er nieuwe ontwikkelkansen, zoals versterking van landschap, recreatie en natuur in de periode 2015 (start aanleg struinwaard) tot uiterlijk 2023 (oplevering N340 en af te schalen Hessenweg). Bijzondere elementen • Katerveersluis • Landgoed Zandhove • De Oude Mars • Het Engelse Werk • Begraafplaats Bergklooster • Begraafplaats Kranenburg • Huize Dijkzicht • Beeldenpark Anningahof • Dijkmoment Kromme Kolk (camping Vecht &Zo)
de Oude Mars (gesloten hoevetype). Kenmerkend voor de vroegere boerderijen behorend bij het landgoed waren
52
mooi
Beleidskeuzes waardering De bijzondere combinatie van landschapspark, de cultuurhistorische waarden, alsmede de bestaande en toekomstige recreatieve functies aan de rand van de stad, maken de gebieden tot zeer hoog te waarderen verblijfsgebieden. dynamiek Het intensieve gebruik van de gebieden legt druk op de bestaande waarden van het gebied. Neuwe natuur- & landschapsbouw, zoals in de Vechtcorridor Noord, zorgt voor meervoudige waardencreatie met meer samenhang, herkenbaarheid en verscheidenheid. beleid • Het niveau van de welstandstoetsing is hoog. • Behouden van de landschapsparken met historische relicten en de cultuurhistorische bebouwing. • Behouden van het openbare en groene karakter van het stedelijke verblijfsgebied. • Versterken park- of boskameropzet van de gebieden met bijzondere architectonische en landschappelijke elementen. • Respecteren van de typerende kenmerken van de bestaande woonbebouwing. Overige voor welstand relevante beleidsstukken: Bestemmingsplannen, Beeldkwaliteitplan Oude Mars en reclamebeleid.
Welstandscriteria
Om aan het beleid te voldoen moet de bebouwing zich voegen naar de beschreven kenmerken. Bij de welstandstoets van een bouwplan zijn de volgende criteria van belang.
Plaatsing • De plaats van de bebouwing draagt bij aan het groene dan wel bosachtige karakter van de omgeving • Bij nieuwbouw zijn de perceellering, positie en oriëntatie van de bebouwing in de directe omgeving richtinggevend. alsmede in het bestemmingsplan gegeven rooilijn en richting van een bebouwingsvlak. • Bestaande rooilijnen zijn richtinggevend. Massa en vorm • De bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving en het groene karakter van de gebieden zijn het uitgangspunt bij het uitbreiden of vervangen van de bebouwing. • In het bouwwerk moet samenhang bestaan tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk. • Massa en vorm reageren op de belendende bebouwing. • Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa. Gevels • Bij verbouw en renovatie zijn de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaal- en kleurgebruik het uitgangspunt. • Er is eenheid in de architectuur van de gehele gevel. • Bij verbouw en renovatie wordt zorgvuldig omgegaan met karakteristieken als hoekoplossingen, entreepartijen en erkers. Detaillering, kleur en materiaal • Bij verbouw of renovatie krijgt de detaillering eenzelfde mate van aandacht als bij de bestaande architectuur. • Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijke kleurgebruik uitgangspunt. • Bij nieuwbouw is het kleurgebruik in de omgeving uitgangspunt.
• Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijke materiaalgebruik uitgangspunt.
53
Erfafscheidingen Gebouwde erfafscheidingen respecteren de relatie met de groene omgeving.
mooi
Gemengde zones (11) Gebiedsbeschrijving
bebouwing is divers in gebruik en oriëntatie en wisselt sterk in grootte en hoogte. De schaal van de bebouwing, zowel horizontaal als verticaal, wordt bepaald door de ligging in de totale stedelijke structuur. Belangrijk is de identiteit en uitstraling van het gebouw en de relatie met de openbare ruimte.
Kenmerken Park De Wezenlanden en omgeving: stedelijke dynamiek De landschappelijk ondergrond is de basis voor het karakter van het gebied. Het park is gelegen in de voormalige uiterwaarden. Rond het park op de overgangen naar de In de gemengde zones van de stad bevinden zich kantoren, bijzondere gebouwen en voorzieningen, groengebieden en woonbebouwing. Deze zones zijn overwegend nattere gebieden of overgangszones van droog naar nat (waterlopen en weteringen). De dynamiek is sterk afhankelijk van de ligging aan de netwerken van spoor, water en hoofdontsluitingswegen. De ontsluitingskwaliteit van deze netwerken bepaalt het belang van deze zones: van nationaal, regionaal, of stedelijk belang. Door de veranderende betekenis van deze netwerken veranderen de gebouwen en de functies mee. De randen van deze gebieden vormen overgangszones, waar de dynamiek vaak een contrast vormt met de aangrenzende gebieden.
hogere gebieden zijn diverse gebouwen in een groene omgeving gesitueerd. Het overgangsgebied naar de Assendorperdijk bestaat uit bijzondere bebouwingsvormen, zoals de Zaagtandwoningen, in een groene omgeving met doorzichten naar het park. De overgangszone naar de Wipstrik wordt gekenmerkt door de lineaire ruimtewerking van de Nieuwe Wetering en het Koelwaterkanaal. De overgang naar het historische centrum wordt gekenmerkt door grootschalige gebouwen met publieke functies. Ceintuurbaan / N35/Oosterenk/Vrolijkheid: dynamiek op nationaal, regionaal en stedelijk niveau Deze zone wordt bepaald door de ligging aan de rand van de stad en vormt hierdoor deels de overgang naar het landschap. Het gebied is goed ontsloten vanaf de A28 en de N35 (stadsring). Kenmerkend zijn de bijzondere stedelijke voorzieningen, zoals stadion en ziekenhuis, welke vanwege het veranderende ruimtegebruik een plek in deze zone hebben gekregen.
De context van de individuele gebouwen en functies bepaalt veelal de ruimtelijke structuur en het gebruik van het gebied. De samenhang in het gebied is afhankelijk van de ontsluitingsroute en het gebruik van de openbare ruimte. De 54
mooi
duidelijk de zichtlocatie aan de A28 en vormen bakens langs de hoofdinfrastructuur. Typerend voor deze zone is de concentratie van onderwijsinstellingen. Hanzeland en Spoorzone: dynamiek op nationaal, regionaal en stedelijk niveau De ligging aan de N337 (IJsselallee) en het treinstation maakt van deze zone een bijzonder goed ontsloten locatie. Zones Blaloweg / A28: dynamiek op nationaal, regionaal en stedelijk niveau Deze zone ligt ingeklemd tussen de A28 en de Blaloweg (stadsring). De gebruikskwaliteit is sterk bepaald door de toename van het autogebruik. Sommige gebouwen benutten
De laatste jaren is geïnvesteerd in een hoogwaardig plan voor kantoorgebouwen. De inrichting van de openbare ruimte en de bebouwing zijn op elkaar afgestemd en hebben een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit. Binnenstadschil Noord (Burg Drijbersingel en omgeving): dynamiek op regionaal, en stedelijk niveau. De binnenstadschil Noord is gelegen op de overgang van droog naar nat gebied. Deze zone kent vooral publieksgerichte dienstverlening en kantoren. De grote schaal van deze gebouwen vormt een sterk contrast met de historische bebouwing van de binnenstad en de kleinschalige bebouwing van Diezerpoort. Bijzondere elementen: • Station (rijksmonument)en omgeving • Provinciehuis/ park de Wezenlanden • Zaagtand- en etagewoningen • Groene singelring (zie ook gebiedsbeschrijving 2)
Beleidskeuzes waardering De gebieden hebben een bijzondere ruimtelijke kwaliteit, vanwege de ligging in de stad en de goede ontsluitingsmogelijkheden. Grootschalige stedelijke instellingen, voorzieningen en bedrijven gebruiken deze gebieden als representatieve en functionele vestigingsplaatsen. dynamiek Door de schaalvergroting van de diverse functies en het veranderende belang van de diverse ontsluitingsroutes, transformeren de functies en/of de gebouwen in de gemengde zones regelmatig.
55
mooi 14
beleid • Het niveau van de welstandstoetsing is regulier. • Versterken van de kwaliteit van de gebieden als hoogwaardig stedelijk verblijfsgebied. • Respecteren van de diversiteit aan gebouwen en gebouwenensembles. • Versterken van de relatie van gebouwen en gebouwenensembles met de stedelijke structuur, de wegen en de langzaam verkeersroutes. Overige voor welstand relevante beleidsstukken: Bestemmingsplannen, Beeldkwaliteitplan Oosterenk/ Watersteeg, Beeldkwaliteitplan Zaagtandwoningen en etagewoningen, Beeldkwaliteitplan Campus Windesheim, Beeldkwaliteitplan de Vrolijkheid, beeldkwaliteitplan Binnenstad + schil, Kwaliteitshandboek Spoorzone, beleidslijn en welstandscriteria zonnepanelen beschermd stadsgezicht en monumenten Zwolle en reclamebeleid. Als beschreven in hoofdstuk 2.2.2. worden bouwwerken op het raakvlak van twee gebieden, of op het raakvlak met een hoofdroute eveneens getoetst aan de algemene criteria voor redelijke eisen van welstand.
Welstandscriteria Om aan het beleid te voldoen moet de bebouwing zich voegen naar de beschreven kenmerken. Bij de welstandstoets van een bouwplan in de gemengde zones zijn de volgende criteria van belang. Proces Bij het opstellen van een ruimtelijk plan moet de procedure gevolgd worden zoals beschreven in paragraaf 2.2 (blz 21) ‘Aan de slag in 8 stappen’ uit het beeldkwaliteitplan Binnenstad + schil voor zover het gelegen is in het gebied zoals aangegeven op de zone beeldkwaliteitplan. Deze
stappen zijn opgenomen in de gebiedsbeschrijving voor de Binnenstad (1) Plaatsing • De gebouwen of de gebouwenensembles oriënteren zich meerzijdig op de openbare ruimte. • De entreezijde van de bebouwing is herkenbaar vormgegeven en oriënteert zich op de openbare ruimte. 7
Massa en vorm • In het bouwwerk bestaat samenhang tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk. • Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa. Gevels • Bij verbouw en renovatie is respect voor de 8 13 materiaal- en oorspronkelijke gevelopbouw en het kleurgebruik. • De maat en schaal van de gevelindeling wordt gerespecteerd. • Er is eenheid in architectuur van de gehele gevel.
Erfafscheidingen 13 • Erfafscheidingen worden terughoudend toegepast; • Erfafscheidingen zijn transparant, bij voorkeur uitgevoerd als groen; • Bij de toepassing van hekwerken is het gebruik van stijlenhekwerken het uitgangspunt. Collectoren en/of panelen op een dak 5 Voor het plaatsen van collectoren of panelen voor 5 warmteopwekking of elektriciteitsopwekking op een dak binnen het Beschermd Stadsgezicht gelden de criteria zoals aangegeven in de ‘beleidslijn en 4 welstandscriteria zonnepanelen beschermd stadsgezicht en monumenten Zwolle’.
10
12
3
11 12
Detaillering, kleur en materiaal • De detaillering bij aanpassing, verbouw of renovatie krijgt13 13 eenzelfde mate van aandacht als die bij de bestaande architectuur. • Bij aanpassing, verbouw of renovatie is het oorspronkelijke kleurgebruik uitgangspunt. • Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijk materiaalgebruik uitgangspunt. • Bij nieuwbouw zijn het materiaal- en het kleurgebruik zorgvuldig afgestemd op de architectonische verschijningsvorm.
2
2
13 11
1
3
11 2 11 3
Zone beeldkwaliteitplan
10
12
6 13
10
56
mooi
Bedrijventerrein (12) Gebiedsbeschrijving
Zwolle kent vijf bedrijventerreinen: Voorst/Westenholte, De Vrolijkheid, Berkum, Marslanden en Hessenpoort. Schaalvergroting van bedrijven en van het goederenvervoer leidden tot de ontwikkeling van deze grootschalige bedrijventerreinen. Zij zijn aangelegd in de lagere en veelal natte gebieden in de directe nabijheid van de netwerken van spoor, water en wegen. De bedrijventerreinen zijn sterk afhankelijk van de ontsluitingskwaliteit en betekenis van deze netwerken.
functies en de individuele gebouwen bepalen het gebruik van de openbare ruimte. De ruimtelijke structuur wordt sterk bepaald door de inrichting van het openbare gebied en de groenstructuur, die veelal gekoppeld is aan de ontsluitingsstructuur. De randen van de bedrijventerreinen, die grenzen aan het landelijk gebied, vormen een contrast door het verschil in schaal en materiaal.
De bebouwing is divers in gebruik en oriëntatie. De schaal van de bebouwing, zowel horizontaal als verticaal, wordt bepaald door de bedrijfsonderdelen en wisselt sterk in grootte en hoogte. De grote volumes worden getypeerd door de toepassing van plaatmateriaal. Markante elementen aan de gevels zijn de reclame-uitingen en het daaraan gekoppelde kleurgebruik. Kenmerkend zijn de diverse en duidelijke erfafscheidingen middels grote hekwerken en waterlopen.
De gebouwen bestaan veelal uit meerdere volumes waarin de diverse bedrijfsonderdelen zijn ondergebracht. Deze onderdelen zijn te verdelen in publieksgerichte functies, kantoren, productie en opslag. De ruimtelijke verschijningsvorm op de bedrijventerreinen is veelal functioneel en een representatie van de ruimtelijke eisen van deze onderdelen. Bijzonder locaties, zoals knooppunten van de hoofdinfrastructuur, vormen strategische plekken waar de bedrijven zich presenteren middels bijzondere ruimtelijke en architectonische accenten.
Kenmerken Voorst Voorst werd ontwikkeld na de aanleg van het ZwolleIJsselkanaal en wordt vooral gekenmerkt door grootschalige, aan het water gerelateerde bedrijven. Deze bedrijven hebben
De bedrijventerreinen kenmerken zich door een planmatige, functionele en geometrische opzet. De opzet wordt vooral bepaald door de noodzakelijke infrastructuur en de milieuregelgeving. De ligging ten opzichte van de infrastructuur dient vaak als uitgangspunt voor de opzet van het gebouw. De context van de 57
mooi
veelal een karakteristieke industriële verschijningsvorm. Verandering van de betekenis van het vervoer over water heeft geleid tot een ander gebruik van het gebied. Voorst A is vanwege zijn bijzondere ligging aan het Zwartewater en het Zwolle-IJsselkanaal een ruimtelijk karakteristiek gebied. Berkum Bedrijvenpark Berkum is ontwikkeld als een lokaal bedrijventerrein bij het dorp Berkum. Het is kleinschalig van opzet en gericht op de Kranenburgerweg. Marslanden A t/m G De Marslanden is regionaal goed ontsloten door de ligging aan de Ceintuurbaan (N35) en de IJsselallee (N337). Het gebied bestaat uit een grote verscheidenheid aan bedrijvigheid, waarbij de nadruk ligt op kleinschalige en publieksgerichte bedrijven. Opvallend is de naar binnen gerichte ruimtelijke opzet van de diverse gebieden.
Beleidskeuzes
Hessenpoort Hessenpoort is het meest recente bedrijventerrein, waarbij vooral de relatie met de rijksweg A28 van belang is. Het gebied is gelegen in de jonge en grootschalige polders aan de noordrand van Zwolle. De schaal van het landschap komt overeen met de grootschalige bedrijvigheid. De kwaliteit van de openbare ruimte is hoogwaardig en de moderne gebouwen tonen een samenhang in volume en materiaal, gebaseerd op de eisen van het beeldkwaliteitplan voor de Hessenpoort.
waardering De strategische ligging in de stedelijke structuur en de regio maken de bedrijventerreinen tot zeer geschikte vestigingsplaatsen voor een grote verscheidenheid aan bedrijfsactiviteiten. De doorgaande wegen en de knooppunten van de hoofdwegen zijn de “etalages” van de bedrijfsterreinen. Functies die veel publiek trekken zijn vooral hier te vinden. dynamiek Economische factoren en veranderingen in de betekenis van de ontsluitingen bepalen in belangrijke mate de dynamiek van deze gebieden. De functies en/of de gebouwen kunnen hierdoor sterke wisselingen doormaken. beleid • Het niveau van de welstandstoetsing is regulier. • Het beleid is er op gericht de bedrijventerreinen duurzaam te laten functioneren.
58
mooi
•
Respecteren van de groenstructuur en de openbare ruimte als dragers van de ruimtelijke kwaliteit. • Verbeteren van de relatie van de entrees van de gebouwen en de erfafscheidingen met het openbare gebied. • Verbeteren van de samenhang tussen de reclameuitingen en de architectuur, met inbegrip van het daaraan gekoppelde kleurgebruik. • Verbeteren van de ruimtelijke en architectonische verschijningsvorm van gebouwen langs de doorgaande wegen. • Respecteren van de cultuurhistorische kenmerken van het industriële erfgoed. • Respecteren van de ruimtelijke karakteristiek van aangrenzende gebieden bij bebouwing en inrichting van de kavels aan de randen. Overige voor welstand relevante beleidsstukken: Bestemmingsplannen, Beeldkwaliteitplan Hessenpoort (Rust, samengang en duurzaamheid) en het reclamebeleid.
Gevels • Er is eenheid in architectuur van de gehele gevel. Detaillering, kleur en materiaal • De detaillering bij aanpassing, verbouw of renovatie krijgt eenzelfde mate van aandacht als die bij de bestaande architectuur. • Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijk materiaalgebruik uitgangspunt. • Bij nieuwbouw is het oorspronkelijk kleur- en materiaalgebruik in de omgeving uitgangspunt. Erfafscheidingen Bij de toepassing van hekwerken is het gebruik van stijlenhekwerken het uitgangspunt.
Welstandscriteria Om aan het beleid te voldoen moet de bebouwing zich voegen naar de beschreven kenmerken. Bij de welstandstoets van een bouwplan zijn de volgende criteria van belang. Plaatsing • Het gebouw oriënteert zich op de openbare ruimte. • Bestaande verspringingen in de rooilijn zijn richtinggevend. • De entreezijde van de bebouwing is herkenbaar vormgegeven. Massa en vorm • In het bouwwerk bestaat samenhang tussen de samenstellende delen. • Massa en vorm reageren op de belendende bebouwing. 59
mooi
Buitengebied (13) Gebiedsbeschrijving
veengebieden zijn later ontgonnen en kennen pas bebouwing vanaf het begin van de twintigste eeuw. De verkaveling is regelmatiger en er is een geringe bebouwingsdichtheid. Deze gebieden hebben een grote mate van openheid, ook omdat er weinig opgaande beplanting is. De geschiedenis van de nederzettingen is in het landschap zichtbaar en bepaalt de cultuurhistorische waarde van de diverse bebouwing. In de uiterwaarden, rivierklei- en dekzandgebieden ligt de oorspronkelijke bebouwing op strategische, meestal de hoogste, plekken in het landschap. In de lage zand- en veengebieden zijn deze strategische plekken meer bepaald door de verkaveling en de infrastructuur van waterlopen en wegen.
De groei van de stad heeft er toe geleid dat de buitengebieden steeds meer in de invloedssfeer van de stad zijn komen te liggen. De gebieden worden veelal doorsneden door netwerken van spoor, water, wegen en hoogspanningsleidingen. Deze doorsnijdingen hebben grote gevolgen voor de beleving van de gebieden en leiden soms tot andere functies en ander ruimtegebruik. De overgang naar de stad wordt veelal bepaald door randen van de diverse woonwijken, hoofdwegen en recreatieve voorzieningen. Het gebruik van deze gebieden verandert door onder andere agrarische schaalvergroting en de groeiende recreatieve betekenis van het landschap. Oorspronkelijke boerderijen krijgen steeds meer alleen een woonfunctie en er ontstaan nieuwe typen agrarische bedrijfsbebouwing (bijvoorbeeld door intensieve veehouderij en glastuinbouw). De bebouwing in het buitengebied wordt gekenmerkt door overeenkomstige stijlreferenties.
• De (woon)boerderijen bestaan overwegend uit éénlaagse bebouwing met een kap van riet of zwarte/rode dakpannen met wolfseind en de nokrichting haaks op de weg; • Herenboerderijen en villa’s bestaan overwegend uit tweelaagse bebouwing met een schilddak met zwarte dakpannen en de nokrichting evenwijdig aan de weg en haaks op de opstallen; • Villa’s en landgoederen van tweelaagse bebouwing met een rijzige kap van riet of zwarte/rode dakpannen met wolfseind en verschillende nokrichtingen en goothoogtes.
Het buitengebied van de stad Zwolle wordt gekenmerkt door de volgende landschappelijke eenheden: de uiterwaarden, rivierkleigebieden, dekzandgebieden en lage zand- en veengebieden. De verschillen in ondergrond en de daarbij behorende methoden van landbouw zijn in de vorming van het landschap tot uitdrukking gekomen. Het landschap is eveneens sterk beïnvloed door de ontwikkeling van de stad Zwolle. Het buitengebied is ontgonnen vanaf de landschappelijk hoger gelegen gebieden. De hoger gelegen gebieden kennen een rijke cultuurhistorie. Deze gebieden worden gekarakteriseerd door een onregelmatige verkaveling en verspreide bebouwing en buurtschappen. Het landschap heeft een grote ruimtelijke diversiteit, mede door de verschillende beplantingselementen. De lager gelegen zand- en
Verdere kenmerken zijn authentieke details, zoals luiken en de toepassing van IJsselstenen en witte kalkvoegen.
60
mooi
Belangrijk is de compositie van het hoofdgebouw ten opzichte van de bijgebouwen en erfbeplanting als erfafscheiding. De agrarische erven hebben een belangrijke plek in het landschap. De erfbeplantingen rondom de bebouwing zijn opvallende groenelementen in het landschap. De bebouwing bestaat uit meerdere opstallen van verschillende afmetingen. De oorspronkelijke opstallen sluiten aan bij de karakteristiek van de boerderij. Modernere opstallen hebben een ander
dan de van oudsher lager gelegen gebieden. De historische bebouwing van landgoederen heeft soms een agrarische functie gekregen. De bossen, boomgroepen, lanen en dienstwoningen/boerderijen behorende bij de (voormalige) landgoederen typeren delen van het landschap.
Kenmerken Uiterwaarden De uiterwaarden van de IJssel, Vecht en Zwartewater zijn natuurlijke gebieden met beperkte verkaveling en bebouwing, en met karakteristieke meidoornhagen. Er komen verschillende typisch aan het water gebonden
karakter en een grotere schaal. De woonbebouwing is gericht op de weg. Kenmerkend is de wijze waarop de bebouwing in het landschap is ingepast. Elk landschap heeft zijn eigen ruimtelijke karakteristieken, die om een zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwing vragen. De hogere gebieden hebben een grotere cultuurhistorische waarde
zaken voor: (jacht)havens, kleine scheepswerven, voormalige steenfabrieken en recreatieve dagvoorzieningen. Bijzondere elementen zijn de bruggen en sluizen met bijbehorende bedieningsgebouwen.
61
Rivierkleigebieden De gebieden Westenholte-Spoolderenk, Spoolde, SchelleOldeneel, Harculo-Windesheim/Hoog Zuthem liggen aan de noordelijke oever van de IJssel en grenzen aan de zuidwest kant van de stad Zwolle. Dit zijn reeds lang bewoonde gebieden met min of meer uitgesproken hoogteverschillen en een oude onregelmatige verkaveling. Kleine buurtschappen zijn gesitueerd op rivierduinen en verspreide bebouwing ligt op de relatief hogere gronden daar omheen. De verbindingswegen lopen over de hogere gronden, parallel aan de IJssel. De verbindingswegen naar de stad lopen in noord-zuid richting. De dijkwoningen hebben overwegend een A-kap evenwijdig aan de dijk en bakstenen gevels.
Dekzandgebied Het dekzandgebied bestaat uit de gebieden: Soeslo, Wijthmen, Zalné en Herfte, Berkum Veldhoek, Langenholte
mooi
en Haerst. In de rijksnota Belvedère is het dekzandgebied met zijn karakteristieke essen en oude saksische boerderijen als cultuurhistorisch zeer waardevol aangemerkt. Het gebied heeft een onregelmatige verkaveling mede door het grillige verloop van de dalvormige laagten. De agrarische
bebouwing, oude bouwlandcomplexen en de historische wegen liggen op de dekzandruggen. De bebouwing ligt vanouds aan de randen van de dekzandrug op de overgang van hoog naar laag. Op de lage gronden is soms bebouwing ter plaatse van een zandopduiking of op een terp. De verschillende landgoederen zijn gelegen op lagere dekzandruggen, mede ten behoeve van de aanleg van grachten en waterpartijen. De dekzandruggen zijn vanwege het groene karakter en de nabijheid van de stad zeer aantrekkelijk als woongebied. De niet-agrarische bebouwing bestaat uit villa´s, landhuizen en bungalows nabij of in hakhoutbossen. De dekzandruggen worden gekenmerkt door de beslotenheid van erf- en wegbeplanting, de beplanting van landgoederen en kavelscheidende beplanting van woonbebouwing. In de natte dalvormige laagten, waarin de waterlopen zijn gegraven, bestaan de kavelscheidende beplantingen uit elzen, knotwilgen en populieren, soms als houtwallen. Lage zand- en veengebieden De laaggelegen en natte gebieden Sekdoorn, Dijklanden en De Marsen/Marshoek, hadden vanouds geen bebouwing.
62
In samenhang met de verbeterde waterbeheersing en de planmatige opzet, kennen deze gebieden een regelmatige verkaveling en verspreide bebouwing met erfbeplantingen langs de hoofdontsluiting. Het landschap wordt gekenmerkt door open weidegebied met weinig opgaande beplanting. Bijzonder is de functie als stadslandschap aan de noordelijke rand van Zwolle en de inpassing van het grootschalige bedrijventerrein Hessenpoort langs de A28. Bijzondere elementen: • Campings Agnietenberg en Terra Nautic • Sluis Zwolle-IJsselkanaal • Landgoeden Schellerberg, Windesheim, Nieuw Vreugderijk, Dijkzicht, Boschwijk, Landwijk en Soeslo • Havezate Zuthem • Arnichem • Ensemble RK kerk Wijthmen • Den Doorn • De Helmhorst (Herfte) • Zwols buiten
mooi
Beleidskeuzes waardering De leesbaarheid van de verschillende landschapstypes met hun cultuurhistorische waarde wordt in hoge mate gewaardeerd. De nabijheid en bereikbaarheid van het buitengebied is van grote betekenis voor de stad. Het buitengebied, als uniek ommeland van de stad, heeft naast de oorspronkelijke agrarische functie een groeiende betekenis als recreatiegebied. dynamiek In de buitengebieden zijn nieuwe typen bebouwing en beplanting ontstaan als gevolg van veranderingen in de agrarische sector en de groei van de stad Zwolle. beleid • Het niveau van de welstandstoets is regulier. In het als Belvedèregebied en als Waardevol Cultuur Landschap aangewezen dekzandgebied langs de Vecht is het niveau hoog. • Het beleid is gericht op het behouden van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het buitengebied, met oog voor de bedrijfseconomische belangen van de agrarische sector. • Behouden van de karakteristieke agrarische erven in het landschap. Kenmerkend zijn de erfindeling en de erfbeplanting. • Respecteren van de oorspronkelijke bebouwingstypologie van het agrarische erf en de landgoederen. Historisch materiaal en kleurgebruik vormt de basis voor noodzakelijke veranderingen en vernieuwingen aan de bebouwing. • Bij nieuwbouw dient de stijl van bestaande bouw als referentie. Nieuwe agrarische bebouwing zorgvuldig inpassen in het omringende landschap.
•
Ter plaatse van de woningbouwlocatie Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten) is het beeldkwaliteitplan ‘Welstandskader Het Buyten van Zwolle, Wijthmen’ bepalend.
Overige voor welstand relevante beleidsstukken: Bestemmingsplannen, Beeldkwaliteitplan ‘Beter met Bos, inrichtingsvoorstel fase 2’, Beeldkwaliteitplan Dijkverlegging Westenholte, reclamebeleid.
Welstandscriteria Om aan het beleid te voldoen moet de bebouwing zich voegen naar de beschreven kenmerken. Bij de welstandstoets van een bouwplan in de deelgebieden zijn de volgende criteria van belang. Plaatsing • De perceellering, de positie en de oriëntatie van de bebouwing in de directe omgeving zijn richtinggevend bij nieuwbouw. • Bestaande rooilijnen zijn richtinggevend. Massa en vorm • De schaal van de bestaande bebouwing in de omgeving is uitgangspunt bij het uitbreiden en vervangen van de bebouwing. • Bij verandering van kapvorm de samenhang binnen de complexen bewaren. • In het bouwwerk moet samenhang bestaan tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk. • Massa en vorm reageren op de belendende bebouwing. • De bestaande kapvorm en kaprichting zijn richtinggevend. Het toevoegen van een extra laag of een kap respecteert het straatbeeld en de architectuur van de hoofdmassa. • Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa. 63
Gevels • Bij verbouw en renovatie is respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaal- en kleurgebruik. • Bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving voor wat betreft stijlkenmerken, materialisering en kleurgebruik het uitgangspunt. • De maat en de schaal van de gevelindeling wordt gerespecteerd. • Er is eenheid in de architectuur van de gehele gevel. • Bij verbouw en renovatie wordt zorgvuldig omgegaan met karakteristieken zoals hoekoplossingen, entreepartijen en erkers. Detaillering, kleur en materiaal • De detaillering bij aanpassing, verbouw of renovatie krijgt eenzelfde mate van aandacht als die bij de bestaande architectuur. • Bij aanpassing, verbouw of renovatie is het oorspronkelijke kleurgebruik uitgangspunt. • Bij nieuwbouw is het oorspronkelijke kleurgebruik in de omgeving uitgangspunt. • Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijk materiaalgebruik uitgangspunt. Erfafscheidingen Gebouwde erfafscheidingen respecteren de relatie met het omringende landschap. Ter plaatse van de woningbouwlocatie Erfgenamenweg 16 e.o. (Het Buyten) is het beeldkwaliteitplan ‘Welstandskader Het Buyten van Zwolle, Wijthmen’ bepalend.
mooi
Polder Mastenbroek (14) Gebiedsbeschrijving
openheid van het landschap. Aan de randen van de polder staan de boerderijen aan de dijken van de grote waterlopen. Veranderingen in de agrarische sector en uitbreidingen van omliggende stedelijke gebieden leggen een druk op het gebied. Nieuwe wegen snijden dwars door de polder. Langs oudere dwarswegen is later bebouwing en beplanting ontstaan, die het open karakter doorbreken.
Mastenbroek is een middeleeuwse polder. In de rijksnota Belvedère is de polder als cultuurhistorisch zeer waardevol aangemerkt. De polder is een rationele ontginning met een geometrische en grootschalige opzet. Het landschap wordt bepaald door het open en laaggelegen weidegebied. De belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische elementen zijn: de hoger gelegen zandkoppen, de kronkelige dijk om de polder, de rationele verkaveling en de boerderijen op terpen. De ruimtelijke oriëntatie wordt sterk bepaald door de noordzuid richting van de weteringen. Verspreid langs weteringen op verhoogde woonplaatsen (terpen) is bebouwing ontstaan. De bebouwing bestaat uit meerdere opstallen, waarbij de woonbebouwing is gericht op de weg. De toegang tot het erf is via een brug of dam over de wetering. De erfbeplanting rondom de bebouwing zijn opvallende groenelementen in het landschap en vormen een contrast met de karakteristieke
Voorgevels zijn voorzien van metselwerkdetails als sierbanen en blokjes. Belangrijk is de compositie van het hoofdgebouw ten opzichte van de bijgebouwen en erfbeplanting als erfafscheiding.
Kenmerken Overgang Zwartewater De lange lijnen van de rationele polder lopen over in kronkelige lijnen met een onregelmatig verkavelingpatroon vanaf de dijk langs het Zwartewater. De rand van de polder heeft hier een duidelijk eigen landschappelijk karakter. De bebouwing is gelegen langs en aan de dijk. Overgang Stadshagen Een belangrijke overgang wordt gevormd door de nieuwe wijk Stadshagen. Bij het ontwerp van de wijk wordt aandacht besteed aan de inpassing van de landschappelijke kenmerken van de polder en behoud van de open ruimten. De rand vormt een duidelijke beëindiging van het polderlandschap.
De oorspronkelijke bebouwing wordt gekenmerkt door twee types: • éénlaagse woonbebouwing met een kap van riet of zwarte keramische dakpannen met wolfseind en de nokrichting haaks op de wetering. • éénlaagse woonbebouwing met een schilddak met zwarte keramische dakpannen en de nokrichting evenwijdig aan de wetering en haaks op de opstallen. Verdere kenmerken zijn authentieke details, zoals luiken en de toepassing van IJsselstenen en witte kalkvoegen. 64
mooi
Beleidskeuzes waardering De landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken van de polder Mastenbroek bepalen de bijzondere ruimtelijke kwaliteit, welke hoog gewaardeerd wordt. dynamiek De ontwikkelingen in de agrarische sector en stedelijke ontwikkelingen leiden tot verandering aan de randen van de polder, de erfindeling van de terpen en de bebouwing. beleid • Het niveau van de welstandstoetsing is hoog. • Behouden van de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken, • Respecteren van de oorspronkelijke bebouwingstypologie, historisch materiaal- en kleurgebruik als basis voor noodzakelijke veranderingen en vernieuwingen. • Behouden en versterken van de erfindeling, erfbeplanting en verhoogde woonplaatsen (terpen). Overige voor welstand relevante beleidsstukken: Bestemmingsplan, Ontwikkelingsvisie Polder Mastenbroek, reclamebeleid.
Welstandscriteria Om aan het beleid te voldoen moet de bebouwing zich voegen naar de beschreven kenmerken. Bij de welstandstoets van een bouwplan in de deelgebieden zijn de volgende criteria van belang. Plaatsing • De perceellering, de positie en de oriëntatie van de bebouwing in de directe omgeving zijn richtinggevend bij nieuwbouw.
• •
De bebouwing is geplaatst binnen een singelbeplanting. Bestaande rooilijnen zijn richtinggevend.
Massa en vorm • De schaal van de bestaande bebouwing in de omgeving is uitgangspunt bij het uitbreiden en vervangen van de bebouwing. • Bij nieuwbouw of vernieuwbouw van de hoofdmassa zijn de oorspronkelijke bebouwingstypologieën uitgangspunt. • Bij verandering van kapvorm de samenhang binnen de complexen bewaren. • In het bouwwerk moet samenhang bestaan tussen de samenstellende delen van dat bouwwerk. • Massa en vorm reageren op de belendende bebouwing. • De bestaande kapvorm en kaprichting zijn richtinggevend. Het toevoegen van een extra laag of een kap respecteert het oorspronkelijke beeld en de architectuur van de hoofdmassa. • Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa. Gevels • Bij verbouw en renovatie is respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaal- en kleurgebruik. • Bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving voor wat betreft stijlkenmerken, materialisering en kleurgebruik het uitgangspunt. • De maat en de schaal van de gevelindeling wordt gerespecteerd. • Er is eenheid in de architectuur van de gehele gevel. • Bij verbouw en renovatie wordt zorgvuldig omgegaan met karakteristieken zoals hoekoplossingen, entreepartijen en erkers.
65
Detaillering, kleur en materiaal • De detaillering bij aanpassing, verbouw of renovatie krijgt eenzelfde mate van aandacht als die bij de bestaande architectuur. • Bij aanpassing, verbouw of renovatie is het oorspronkelijke kleurgebruik uitgangspunt. • Bij nieuwbouw is het oorspronkelijke kleurgebruik in de omgeving uitgangspunt. • Bij verbouw of renovatie is het oorspronkelijk materiaalgebruik uitgangspunt. • Dakbedekkingmaterialen zijn niet glimmend.
mooi
4. Specifieke criteria Dakkapellen in het voorerfgebied (aan de voorzijde en de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant), artikel 3, lid 3, sub a, van bijlage II van het Bor Voor de volgende gebieden geldt, dat indien de dakkapellen aan de voorzijde en de naar het openbaar toegankelijk gekeerde zijdakvlak, voldoen aan het gestelde in artikel 3, lid 3, van bijlage II van het Bor, deze vergunningvrij kunnen worden geplaatst: • Holtenbroek (4) • Aa-landen (5) • Zwolle-Zuid (6) • Stadshagen (7) • Westenholte en Berkum (8) • Wythmen en Windesheim (9) • Gemengde zones (11) • Bedrijventerrein (12) • Buitengebied (13) met uitzondering van de gebieden waar een hoog welstandsniveau geldt.
Met de inwerkingtreding van de Wabo op 1 oktober 2010 is er in veel gevallen geen omgevingsvergunning meer vereist voor veel voorkomende kleine bouwwerken. Het betreft hier kleine bouwwerken zoals dakkapellen, erfafscheidingen, en bijbehorende bouwwerken. Met de nieuwe term bijbehorende bouwwerken wordt in de Wabo een verzamelbegrip geïntroduceerd waar uitbreidingen van een hoofdgebouw, aan- en uitbouwen en bijgebouwen onder vallen. Toch blijven er situaties waarin deze bouwwerken wel om een omgevingsvergunning vragen; aan een monument bijvoorbeeld of in veel gevallen aan de voorkant van een woning. Of, in sommige gevallen, wanneer het niet binnen het bestemmingsplan past. Ten behoeve van de toetsing van deze omgevingsvergunningplichtige kleine bouwplannen zijn toetscriteria geformuleerd. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van deze toetscriteria. In paragraaf 4.1.1 wordt eerst een overzicht gegeven van bouwwerken die in het kader van het Besluit omgevingsrecht (Bor) door de gemeenteraad als welstandsvrij en daarmee ook als vergunningvrij zijn aangemerkt. In paragraaf 4.1.2 wordt een overzicht gegeven van bouwwerken die in het kader van de Woningwet als welstandsvrij zijn aangewezen.
In gebieden met een hoog niveau van welstandstoetsing: de Binnenstad, de oude wijken (Assendorp, Kamperpoort en Diezerpoort), het stedelijk landschap en de polder Mastenbroek en delen van het buitengebied, zijn dakkapellen aan de voorzijde en de naar het openbaar toegankelijke gebied gekeerde zijkant niet welstands- en vergunningvrij. Ditzelfde geldt voor de oudere uitbreidingswijken (Veerallee/Katerveer, Pierik, Wipstrik en Dieze Oost en West), woonboten en in Stadshagen waar aanvullende beeldkwaliteitseisen gelden.
4.1 Welstandsvrije bouwwerken 4.1.1 Welstandsvrije bouwwerken in het kader van het Besluit omgevingsrecht Naast de categorie bouwwerken welke vergunningvrij is geworden met de nieuwe wetgeving, geeft het Besluit omgevingsrecht (Bor) de mogelijkheid om bouwwerken bij het laten vervallen van de welstandscriteria ook vergunningvrij te maken. De gemeente kan er voor kiezen om voor deze categorie geen welstandscriteria meer te laten gelden. In dit geval is het bouwwerk ook vergunningvrij. Bij de vaststelling van onderhavige welstandsnota heeft de raad besloten om gebruikmakend van de bepalingen uit het Bor een aantal bouwwerken welstandsvrij en daarmee vergunningvrij te maken. Als er gebouwd wordt op, aan of bij een monument of in het beschermd stadsgezicht, is het raadzaam om bij de gemeente navraag te doen of het bouwen welstandsvrij en/of vergunningvrij kan worden uitgevoerd.
Erf- en perceelafscheidingen, artikel 2, lid 12, sub b, onder 3, van bijlage II van het Bor Voor erf- en perceelafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied achter de voorgevel tot een hoogte van 2 meter gelden geen welstandscriteria. Daarmee zijn deze erf- en perceelafscheidingen vergunningvrij. Bijbehorende bouwwerken op het achtererfgebied, artikel 2, lid 3, sub c, van bijlage II van het Bor Voor bijbehorende bouwwerken of een uitbreiding daarvan in het achtererfgebied binnen 1 meter van het openbaar toegankelijk gebied gelden geen welstandscriteria als bedoeld in artikel 2, lid 3, sub c van bijlage II van het Bor. Het bouwen binnen 1 meter van het openbaar toegankelijk gebied is daarmee vergunningvrij mogelijk, mits het bouwplan voldoet aan de overige criteria die zijn gesteld in artikel 2, lid 3 van bijlage II van het Bor.
66
mooi
4.1.2 Welstandsvrije bouwwerken in het kader van de Woningwet Op grond van artikel 12, lid 2, van de Woningwet kunnen één of meer categorieën van bestaande of nog te bouwen bouwwerken worden aangewezen, waarop de redelijke eisen van welstand niet van toepassing zijn. Voor die aangewezen categorieën bouwwerken is de welstandstoets (artikel 2.10, eerste lid, onder d van de Wabo) dan geen onderdeel van de beoordeling van de bouwaanvraag.
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied, artikel 3, lid 1, sub b, van bijlage II van het Bor Voor bijbehorende bouwwerken of een uitbreiding daarvan in het achtererfgebied binnen 1 meter van het openbaar toegankelijk gebied gelden geen welstandscriteria als bedoeld in artikel 3, lid 1, sub b van bijlage II van het Bor. Het bouwen binnen 1 meter van het openbaar toegankelijk gebied is daarmee vergunningvrij mogelijk, mits het bouwplan voldoet aan de overige criteria die zijn gesteld in artikel 3, lid 1 van bijlage II van het Bor.
In de gemeente Zwolle zijn de volgende categorieën bouwwerken als zodanig aangewezen: 1. Beeldende kunst; 2. Attracties in de buitenruimte van een amusementscentrum of –park; 3. Het plaatsen van een vlaggenmast zonder reclame-uitingen.
Artikel 3 bepaalt overigens alleen dat bouwwerken die voldoen aan de criteria, vergunningvrij zijn voor de activiteit bouwen (artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo). Het bouwplan moet ook worden getoetst aan het geldende bestemmingsplan. Als het bouwplan daaraan niet voldoet, moet er een omgevingsvergunning worden aangevraagd om af te wijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo).
Toelichting: 1. Beeldende kunst in de openbare ruimte wordt beoordeeld door de Adviespool Beeldende Kunst. Een extra (welstands)toets heeft geen toegevoegde waarde. Daarnaast kennen we beeldende kunst welke bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd, zoals Landgoed Anningahof. Ook in die situaties heeft een welstandstoets, net als voor beeldende kunst op particuliere terreinen, geen toegevoegde waarde. 2. De welstandscriteria zijn niet geschreven en toegesneden op attracties in een amusementscentrum of –park, zoals de dinosaurussen in Dinoland. Voor die bouwwerken, waarbij duidelijk is dat het bouwwerk zelf de attractie is, heeft een welstandstoets geen toegevoegde waarde. Gebouwen en bijbehorende of andere bouwwerken op het terrein, die niet zelfstandig kunnen worden aangemerkt als attractie, zoals een kiosk, restaurant of een entreegebouw, dienen wel te voldoen aan de redelijke eisen van welstand. 3. Voor het enkel plaatsen van een vlaggenmast heeft een welstandstoets geen toegevoegde waarde. Indien de vlaggenmast(en) worden geplaatst ten behoeve van en met een reclame-uiting, dan heeft een welstandstoets toegevoegde waarde voor het onderdeel reclame. Er zal dan een welstandstoets plaatsvinden op de reclame.
Dakramen, daklichten, lichtstraten of soortgelijke daglichtvoorzieningen die maximaal 60 cm uit het dakvlak steken kunnen vergunningvrij worden aangebracht in de volgende gebieden: • Holtenbroek (4) • Aa-landen (5) • Zwolle-Zuid (6) • Stadshagen (7) • Westenholte en Berkum (8) • Wythmen en Windesheim (9) • Gemengde zones (11) • Bedrijventerrein (12) • Buitengebied (13) met uitzondering van de gebieden waar een hoog welstandsniveau geldt In gebieden met een hoog niveau van welstandstoetsing: de Binnenstad, de oude wijken (Assendorp, Kamperpoort en Diezerpoort), het stedelijk landschap, delen van het buitengebied en de polder Mastenbroek zijn uitstekende daglichtvoorzieningen tot 60 cm aan de voorzijde en de naar het openbaar toegankelijke gebied gekeerde zijkant niet welstands- en vergunningvrij. Ditzelfde geldt voor de oudere uitbreidingswijken (Veerallee/Katerveer, Pierik, Wipstrik en Dieze Oost en West), woonboten en in Stadshagen waar aanvullende beeldkwaliteitseisen gelden.