Verordening kwijtschelding Zwolle 2023
Tekst van het document
__________________________________________________________________________ verordeningsnummer: vastgesteld: datum bekendmaking: treedt in werking: 1 jan 2023 inwerkingtreding laatste wijziging: wettelijke grondslag art 255 gemeentewet en 26 Invorderingswet 1990 __________________________________________________________________________
VERORDENING KWIJTSCHELDING BELASTINGEN GEMEENTE ZWOLLE 2023
De raad van de gemeente Zwolle; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden; overwegende dat het gewenst is nadere regels te stellen voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen; Besluit vast te stellen de: Verordening kwijtschelding belastingen gemeente Zwolle 2023)
Artikel 1 Heffingen waarvoor kwijtschelding mogelijk is Bij de invordering van de volgende belastingen en rechten kan kwijtschelding worden verleend: a. Onroerende zaakbelastingen, eigenarenbelasting woningen; b. afvalstoffenheffing; c. begraafplaatsrechten voor de nummers 2, 7.1, 7.3, 7.4, 7.5, 7.6, 8.2 en 8.3 van de bij de verordening behorende tarieventabel d. rioolheffing, eigenarenheffing woningen. Artikel 2 uitgesloten van kwijtschelding De gemeente Zwolle verleent geen kwijtschelding voor: a. toeristenbelasting; b. precariobelasting; c. begrafenisrechten anders dan de nummers onder artikel 1 van deze verordening noemde nummers van de bij de verordening begraafplaatsrechten behorende tarieventabel; d. rioolheffing, gebruikersdeel; e. marktgelden; f. havengelden; g. leges; h. BIZ bijdragen. Artikel 3 berekeningswijze kosten van bestaan 1. Bij de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen wordt in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de uitvoeringsregeling invordering 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100% 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt overeenkomstig artikel 3 van de regeling kwijtscheldingbelasting mede overheden voor de vaststelling van de kosten van het bestaan van pensioengerechtigden in plaats van de bijstandsnorm het netto ouderdomspensioen gehanteerd.
Artikel 4 netto kosten kinderopvang Als uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990 worden mede in aanmerking genomen de in artikel 28, derde lid, van de genoemde regeling bedoelde netto kosten van kinderopvang. Artikel 5 Extra toegestane financiële middelen
In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met: a. € 2.000,00 voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot; b. 75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, en; c. 90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder. Artikel 6 Kwijtschelding aan ondernemers (privéschulden) Met inachtneming van het overigens in dit besluit bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Artikel 7 Inwerkingtreding Deze bepalingen treden in werking op 1 januari 2023.
Toelichting Algemeen Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is een onderdeel van het minimabeleid. Mensen met een laag inkomen kunnen minder bijdragen aan de gemeentelijke middelen. Op grond van landelijke regelgeving mag kwijtschelding worden verleend aan mensen met een inkomen tot 100% van het sociaal minimum en geen vermogen heeft. In deze verordening zijn de voorwaarden verder uitgewerkt overeenkomstig de centrale regelgeving en het model van de VNG.
Artikelgewijze Toelichting Artikel 1 en 2 Kwijtschelding en uitsluitingen Gemeenten hebben de beperkte mogelijkheden om afwijkende regels te hanteren voor kwijtschelding. Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. De wet zegt namelijk dat gehele of gedeeltelijke kwijtschelding kan worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De raad bepaalt of en zo ja, van welke belasting(en) kwijtschelding wordt verleend. Artikel 3 Berekeningswijze kosten van bestaan De landelijke Uitvoeringsregeling stelt onder andere regels over het netto-inkomen van de belastingschuldige. Eerste lid De Uitvoeringsregeling stelt de kosten van bestaan op 90% van de bijstandsnorm. Op grond van artikel 255, vierde lid, van de Gemeentewet hebben gemeenten echter de mogelijkheid om dit percentage hoger vast te stellen. Aan een hoger percentage zijn wel grenzen gesteld. Gemeenten mogen het percentage voor de kosten van bestaan vaststellen op maximaal 100% van de bijstandsnorm. Dit percentage is niet verplicht en kan per belastingsoort verschillen. Als de raad een hoger percentage heeft vastgesteld dan geldt dit percentage voor alle belastingschuldigen.
Tweede lid Voor pensioengerechtigden bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet kan de raad bepalen dat bij de berekening van de kosten van bestaan in plaats van de bijstandsnorm het nettoouderdomspensioen in aanmerking wordt genomen. Het tweede lid voorziet daarin. Hierbij geldt hetzelfde percentage als in het eerste lid. Deze maatregel voorkomt dat pensioengerechtigden minder aanspraak kunnen maken op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Artikel 4 Netto kosten kinderopvang Eigen bijdrage kinderopvang Gemeenten mogen bij het verlenen van kwijtschelding rekening houden met de kosten van kinderopvang. Op grond van artikel 28, derde lid, van de Uitvoeringsregeling kan de gemeente - als de raad daartoe besluit - bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor de kwijtschelding rekening houden met de netto-kosten van kinderopvang. De netto-kosten worden dan aangemerkt als uitgaven als bedoeld in artikel 15 van de Uitvoeringsregeling. Netto-kosten Het gaat om de kosten die huishoudens voor kinderopvang moeten maken, na aftrek van ontvangen kinderopvangtoeslag. Als het huishouden een tegemoetkoming in de te betalen kosten van kinderopvang van de gemeente dan wel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ontvangt, gaat het om de kosten van kinderopvang na aftrek van deze tegemoetkomingen.
Voor de berekening van de kosten van kinderopvang mag maximaal worden gerekend met de maximum-uurprijs zoals vermeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang. De maximale uurprijzen worden jaarlijks geïndexeerd. Artikel 5 Extra toegestane financiële middelen De landelijke Uitvoeringsregeling stelt onder andere regels over de vaststelling van het vermogen. In artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling is geregeld welk bedrag aan financiële middelen bij het verlenen van kwijtschelding niet tot de bezittingen wordt gerekend. In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling kan de raad besluiten dat het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen,
op een hoger bedrag wordt vastgesteld. De maximale verhoging is afhankelijk van de leefsituatie van de belastingschuldige. Artikel 6 Kwijtschelding aan ondernemers Privé belastingschulden Natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé belastingschulden. Voorwaarde is dat de raad de kwijtschelding voor deze groep heeft opengesteld. In de praktijk gaat het om rioolheffing en afvalstoffenheffing. De voorwaarden waaronder kwijtschelding aan een ondernemer wordt verleend, zijn gelijk aan de voorwaarden die voor natuurlijke personen/niet-ondernemers gelden. Dat wil zeggen dat van dezelfde betalingscapaciteit en van hetzelfde vermogen wordt uitgegaan. Op het moment dat een ondernemer om kwijtschelding verzoekt, is het netto besteedbare inkomen doorgaans nog niet in te schatten. De gemeente zou dit kunnen oplossen door de belanghebbende van wie zij vermoedt dat hij voor kwijtschelding in aanmerking komt, te vragen te zijner tijd een inkomensverklaring van de Belastingdienst over de betrokken periode te overleggen aan de hand waarvan dan definitief op het kwijtscheldingsverzoek kan worden beslist. In de tijd die ligt tussen indiening en beslissing kan de gemeente uitstel van betaling verlenen.
In de praktijk kan er ruime tijd zijn gelegen tussen het moment waarop een ondernemer om kwijtschelding verzoekt en het moment waarop het netto besteedbare is in te schatten. Belastingschuldigen die hun onderneming in een rechtspersoon (B.V. of N.V.) hebben ondergebracht, zijn in loondienst van hun onderneming. Zij oefenen dus geen bedrijf of zelfstandig beroep uit. Als de vermogens- en inkomenstoets dat toelaten, kunnen ook deze belastingschuldigen als natuurlijk persoon/niet-ondernemer in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé belastingschulden. Als hoofdregel geldt dat ondernemers voor zakelijke belastingschulden niet in aanmerking komen voor kwijtschelding. Als reden hiervoor wordt wel aangedragen dat kwijtschelding voor ondernemers als een verkapte overheidssubsidie kan worden gezien die de concurrentiepositie verstoort. Voor zakelijke belastingschulden komen ondernemers uitsluitend voor kwijtschelding in aanmerking als de kwijtschelding wordt verleend in het kader van een akkoord met alle schuldeisers. Artikel 7 Inwerkingtreding De verordening is een algemeen verbindend voorschrift en moet dus worden bekendgemaakt voordat zij in werking kan treden (artikel 8 Bekendmakingswet). Bekendmaking vindt plaats door plaatsing van de integrale tekst van de verordening in het elektronisch gemeenteblad.
Op grond van artikel 10, tweede lid, van de Bekendmakingswet treedt het bekendgemaakte besluit in werking met ingang van de achtste dag na de dag van de bekendmaking, tenzij in het besluit een ander tijdstip is aangegeven (vroeger of later).