Vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32.pdf
Tekst van het document
Buitengebied, M eenteweg 30,30a en 32 vaststelling
nr. NL.IMRO.0193.BP22001-0004
Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever Opdrachtnemer ECR Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP22001-0004 Datum:
september 2022
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Inhoudsopgave
TOELICHTING
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 7
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030" 2.3.2 Thematisch beleid
8 8 8 9 9 10
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Bestaande situatie 3.2 Uitgangspunten bestemmingsplan 3.3 Milieu
11 11 12 12
Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Handboek
17 17 20 20 21 22 22
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
23 23 23
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
25
Bijlage 1
26
Akoestisch onderzoek
REGELS
115
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
116 116 126
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Bedrijf Tuin Wonen Waarde - Archeologie
128 128 131 133 136
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 1 Algemene aanduidingsregels vrijwaringszone - dijk
138 138 139 140
2/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
142 144 145 146
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
147 147 149
BIJLAGEN BIJ DE REGELS
151
Bijlage 1
152
Staat van bedrijfsactiviteiten
3/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
4/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
TOELICHTING
5/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor de adressen Meenteweg 30, 30A en 32 is de planologische situatie niet in overeenstemming met de werkelijke- en de gewenste situatie. Het bedrijf Wildeman Motoren is gevestigd aan de Meenteweg 30 (bedrijfsbestemming). Dit zal ook zo bestemd blijven. Op het adres 30A is de bedrijfswoning gelegen, waarvoor de wens bestaat om die als burgerwoning te bestemmen. Op het adres Meenteweg 32 is een burgerwoning gesitueerd en als zodanig al meer dan 40 jaar in gebruik, maar is niet als zodanig bestemd (planologisch vormt het onderdeel van de bedrijfsbestemming). Met deze planherziening wordt die omissie gerepareerd en de gewenste omzetting van nummer 30A naar een burgerwoning mogelijk gemaakt door middel van een toekomstbestendige regeling in dit bestemmingsplan.
1.2
Plangebied
Meenteweg 30, 30A en 32 zijn gelegen in het buurtschap Spoolde. Spoolde ligt direct ten zuidwesten van Zwolle. Op de afbeelding is aan de noordzijde de Westenholterallee (N331) te zien en aan de westzijde het Zwolle-IJsselkanaal.
6/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Locatie plangebied
1.3
Geldende bestemmingsplannen
De locatie maakt deel uit van het bestemmingsplan Buitengebied-IJsselzone, Windesheim (vastgesteld op 24 juni 2013). Tevens geldt het bestemmingsplan Zwolle, parapluplan parkeren.
Ter plaatse geldt de bestemming "Bedrijf" en "Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg" (ter plaatse van het kruis) en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie". Voor een klein deel van het perceel geldt de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - dijk".
7/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Aard en omvang van deze planherziening is dusdanig dat de op 11 september 2020 vastgestelde Nationale Omgevingsvisie geen betekenis heeft. Ook is de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening, niet aan de orde. De ladder is van toepassing bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De planherziening maakt zo'n stedelijke ontwikkeling, zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 van het Bro, niet mogelijk.
2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel.
Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie en omgevingsverordening De planherziening ziet niet op een stedelijke, nieuwe ontwikkeling. Er is geen sprake van nieuwvestiging of een (grootschalige) uitbreiding van een bestaande functie. Er is slechts sprake van een planologische
8/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
functiewijziging van een tweetal woningen van bedrijfswoning naar burgerwoning. Daarnaast wordt de planologische mogelijkheid van een verkooppunt van motorbrandstoffen zonder lpg wegbestemd. Er is sprake van een dusdanige beperkte wijziging van het ter plaatse geldende planologische regime dat het provinciaal beleid en regelgeving zich hierover niet uitspreekt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging niet in strijd is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030"
Op 13 september 2021 is de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” vastgesteld. De omgevingsvisie is een integrale visie waarin een beeld wordt geschetst van een kwalitatief hoogwaardige, inclusieve en toekomstbestendige ontwikkeling van de gemeente Zwolle. De omgevingsvisie geeft gebiedsprofielen. De gebiedsprofielen geven een samenhangend toekomstbeeld voor de diverse gebieden binnen en buiten de stad. Het plangebied maakt deel uit van het gebiedsprofiel 'Gemengd landelijk gebied en buurtschappen'. In het gemengd landelijk gebied is er ruimte voor een mix aan functies, biologische- en stadslandbouw, verbreding van landbouwbedrijven, recreatie, hoogwaardige verblijfsaccommodaties, landschap, natuur, cultuurhistorie, wonen, klimaatadaptatie en kleinschalige niet agrarische bedrijvigheid en detailhandel passend bij het karakter van het buitengebied (kleinschalig, bijvoorbeeld in de vorm van ter plaatse geproduceerde producten en streekproducten). In het buitengebied van Zwolle liggen een aantal kleine buurtschappen zoals Spoolde. Het betreft hier veelal een kleinschalige clustering van woningen in het Zwolse buitengebied. Elk buurtschap kent zijn eigen identiteit. We zetten in op behoud van het kleinschalige karakter van de Zwolse buurtschappen.
Het toevoegen van mogelijk een enkele woning of andere bebouwing moet passen binnen het karakter en de kwaliteiten van een buurtschap. De visie zet in op het behouden, beschermen en ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. De belangrijkste fysieke structuren van Zwolle zijn in de visie benoemd als raamwerk. De ontwikkeling van Zwolle gaat hand in hand met het behouden en versterken van die raamwerken en dus de fysieke hoofdstructuur van Zwolle. Het plangebied ligt binnen het raamwerk zeer waardevol landschap. Inzet is dat deze structuur in essentie behouden blijft of, waar nodig, aangeheeld wordt. Er wordt in principe een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing. Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het in de omgevingsvisie verwoorde gemeentelijke ruimtelijk beleid.
9/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
2.3.2
Thematisch beleid
2.3.2.1 Milieubeleid 2.3.2.1.1
Algemeen beleid
Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). De volgende milieuaspecten kennen milieuzones: geluid, trillingen, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bodem, ondergrond en tenslotte geur. Op diverse thema's is separaat beleid geformuleerd in Zwolle. Het beleid voor de aspecten die relevant zijn voor het plangebied wordt hierna beschreven. 2.3.2.1.2
Bedrijvigheid
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” (2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven c.q. voorzieningen en woningen. 2.3.2.1.3
Conclusie milieubeleid
Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in de milieuparagraaf (hoofdstuk 3).
10/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.
3.1
Bestaande situatie
Op het adres Meenteweg 30 is het bedrijf Wildeman Motoren gevestigd. Op het adres Meenteweg 30A woont de eigenaar van het bedrijf. Deze woning fungeert als bedrijfswoning. Op het adres Meenteweg 32 woont een andere familie. De bebouwing is aaneengesloten en de bewoners zijn familie van elkaar. De woning met nummer 30A bevindt zich aan de voorzijde van de straat. De woning met nummer 32 bevindt zich aan de achterzijde. De motorzaak op nummer 30 is bouwkundig verbonden met de woning op nummer 30A. De huidige juridisch-planologische situatie is weergegeven in de onderstaande figuur, alsmede hoe het gebruik op de locatie zich verhoudt. Op basis van het geldende bestemmingsplan is ter plaatse de bestemming 'Bedrijf' aanwezig. Op deze bestemming zijn ambachtelijke en verzorgende bedrijven toegestaan in categorie 1 en 2 van de VNG-publicatie 'bedrijven en milieuzonering' en bedrijfswoningen. Per bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan. Op de locatie (aan de zuidoostzijde) is volgens het bestemmingsplan een verkooppunt motorbandstoffen zonder LPG toegestaan, deze is niet meer aanwezig.
11/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Foto's van het plangebied (augustus 2021): linksboven, Wildeman Moteren (nummer 30); rechtsboven, de bedrijfswoning op nummer 30a, linksonder, de woning op nummer 32; rechtsonder, de tuin van nummer 32.
3.2
Uitgangspunten bestemmingsplan
Aanleiding voor de planherziening is het reparen van een aantal omissies in de geldende bestemmingsregeling. Uitgangspunt hierbij is het vanuit de bestaande bestemmingsregeling vastleggen van duidelijke planregels. Hierbij rekening houdend met de feitelijk bestaande situatie, de planologische rechten en met een duurzame toekomstige bedrijfsvoering van het motorbedrijf en de woningen op het perceel. Concrete uitgangspunten bij deze planherziening zijn: het toestaan van twee woningen (op nummer 30a en 32) met een reguliere bestemming 'Wonen'. de motorzaak op nummer 30 houdt de bestemming de bestemming 'Bedrijf'. de bestemming 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG' verdwijnt.
3.3
Milieu
Inleiding Het omzetten van de bedrijfsbestemming naar woonbestemming kan belemmerend werken op de bedrijfsvoering van de motorzaak. Een burgerwoning is immers gevoelig voor milieuhinder, waar een bedrijfswoning behorend tot de inrichting niet gevoelig is voor milieuhinder van die inrichting. Bij de
12/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
burgerwoning dient dus ook sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Een goede ruimtelijke ordening houdt in dit geval dus onder andere in dat: ter plaatse van de te realiseren burgerwoning sprake is van een goed/aanvaardbaar woon- en leefklimaat; omliggende bedrijven door de realisatie van de burgerwoning niet gehinderd worden in hun bedrijfsvoering. Om te bepalen of sprake is/kan zijn van een goede ruimtelijke ordening wordt gebruikt gemaakt van de VNG richtlijn 'bedrijven en milieuzonering' (zie ook paragraaf 2.3.2.1.2). Bedrijven en milieuzonering De VNG heeft in samenwerking met de Ministeries van VROM en Economische Zaken in 2009 de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" opgesteld. In deze handreiking zijn richtafstanden voor verschillende bedrijfstypen opgesteld welke aanvaardbaar worden geacht ten opzichte van milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals woningen), waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In de handreiking zijn bedrijven ingedeeld in verschillende milieucategorieën, waarbij geldt: hoe hoger de milieucategorie, hoe zwaarder de milieubelasting. De richtafstanden tussen bedrijven en milieuhinder gevoelige bestemmingen nemen dus toe naarmate een bedrijf in een hogere milieucategorie wordt ingedeeld.
De richtafstanden uit de VNG-handreiking zijn indicatief voor een goede ruimtelijke ordening. Dat wil zeggen dat er van kan worden afgeweken mits zorgvuldig voorbereid en onderbouwd. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden per milieucategorie weergegeven, waarbij opvalt dat onderscheid wordt gemaakt in twee gebiedstypes: de rustige woonwijk/buitengebied en gemengd gebied. Verondersteld wordt dat in een gemengd gebied al een hogere milieubelasting aanwezig is waardoor een kleinere richtafstand gerechtvaardigd wordt. Milieu categorie
Richtafstand tot 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied' in meters
Richtafstand tot 'gemengd gebied' in meters
1
10
0
2
30
10
Op basis van de kenmerken van het gebied valt het gebied als een 'gemengd gebied' te typeren. De functie wonen is in de directe omgeving weliswaar het meest vertegenwoordigd, plaatselijk zijn direct grenzend aan woningen ook kleine bedrijven aanwezig. Verder komen er agrarische activiteiten voor in de directe omgeving en ligt het gebied nabij hoofdinfrastructuur zoals de A28 en de N331. Op iets grotere afstand zijn grotere bedrijven gesitueerd. Verder moet onderscheid worden gemaakt tussen wat toegestaan is op basis van planologische rechten (het bestemmingsplan) en het daadwerkelijke gebruik (zoals nu aanwezig). Het daadwerkelijk gebruik kan afwijken van het wat maximaal toegestaan is, en dus lichter of zwaarder zijn, met een kleinere of grotere richtafstand tot gevolg. Richtafstand op basis van geldend bestemmingsplan Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied – IJsselzone, Windesheim' zijn binnen de bestemming 'Bedrijf' ambachtelijke en verzorgende bedrijven toegestaan in categorie 1 en 2 van de VNG-publicatie 'bedrijven en milieuzonering' en bedrijfswoningen. Uitgaande van een gemengd gebied en categorie 2 bedrijven is dan een richtafstand van maximaal 10 meter van toepassing. Uitgaande van de bestemmingsgrens overlapt deze richtafstand met de woningen op nummer 30A en 32. Richtafstand op basis van daadwerkelijk gebruik
13/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Het daadwerkelijk gebruik op de locatie betreft een showroom/winkel, kantoor en werkplaats. Het testen van motoren in de werkplaats vindt incidenteel plaats en betreft alleen het starten van de motor. Vanuit de motorzaak kunnen klanten proefritjes maken in de omgeving. De motorzaak zou op basis van de VNG richtlijn als milieucategorie 2 bedrijf worden beschouwd, waarbij de richtafstanden uit de meest rechter kolom in de onderstaande tabel gelden.
Bedrijf
Milieu-categorie
Aspect
Richtafstand voor Richtafstand voor 'rustig gebied' 'gemengd gebied'
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
2
Geur Stof Geluid Gevaar
10 meter 0 meter 30 meter 10 meter
0 meter 0 meter 10 meter 10 meter
De aspecten geluid en gevaar vormen dus het grootste aandachtspunt voor de beoordeling van de situatie vanuit het daadwerkelijke gebruik. Voor geur en stof zijn in beginsel geen belemmeringen te verwachten. Hinder door geluid en gevaar zal vooral gerelateerd zijn aan de werkplaats en eventuele opslag van gevaarlijke stoffen. Een kantoor/winkel/showroom is normaal gesproken namelijk als categorie 1 bedrijfsactiviteit te beschouwen, met een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Wanneer om de werkplaats een richtafstand van 10 meter wordt getrokken dan is geen sprake van overlap met de woningen op nummer 30A en 32. Dit is weergegeven in onderstaande figuur.
Mogelijk aandachtspunt vormt nog het parkeren van bezoekers en uitstallen van motoren op het voorterrein en de eventuele geluidhinder die hierbij ontstaat. Beoordeling woning nummer 32 De wens is de woning op nummer 32 een reguliere bestemming 'Wonen' te voorzien. Aspecten die
14/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
meespelen in de beoordeling: De woning op nummer 32 bevind zich achter de woning op nummer 30a en is daardoor niet direct bouwkundig verbonden aan de motorzaak. De buitenruimte grenst deels aan de motorzaak, maar ligt grotendeels buiten de richtafstand. Geluidhinder vanuit het voorterrein en de werkplaatst wordt afgeschermd door de bebouwing (motorzaak en woning op nummer 30A). Op basis van de richtafstanden is voldoende afstand tussen de werkplaats (waar de meeste hinder vandaan komt) en de woning. Op basis van bovenstaande is de verwachting dat geen sprake is van hinder door geluid en gevaar bij de woning op nummer 32 als gevolg van de motorzaak. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Beoordeling woning nummer 30A De wens is ook de woning op nummer 30A een reguliere bestemming 'Wonen' te voorzien. Aspecten die meespelen in de beoordeling: Deze woning is direct bouwkundig verbonden aan de motorzaak (aan de showroom/kantoorruimte) en grenst deels aan het voorterrein waar de ingang van de motorzaak zit, klanten kunnen parkeren en uitstalling van motoren plaatsvindt. De buitenruimte/tuin grenst grotendeels aan de motorzaak en ligt dan ook deels binnen de richtafstand. Op basis van de richtafstanden is voldoende afstand tussen de werkplaats (waar de meeste hinder vandaan komt) en de woning. Geluidhinder vanuit het voorterrein wordt niet afgeschermd.
Op basis van bovenstaande is het aannemelijk dat hinder door geluid kan ontstaan bij de woning op nummer 30A als gevolg van de motorzaak. Een kwantitatieve beoordeling (=akoestisch onderzoek op basis van representatieve bedrijfssituatie) moet hier meer inzicht in bieden. Akoestisch onderzoek Omwille het voorgaande is onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting als gevolg van de bestaande inrichting van Wildeman Motoren welke aanpandig is gelegen met de woning Meenteweg 30A. Dit onderzoek is door het Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV uitgevoerd: Onderzoek geluidsuitstraling Wildeman Motoren naar woning Meenteweg 30a in Zwolle - Onderzoek industrielawaai; wijziging naar woonbestemming, d.d. 28 januari 2022 en is als Bijlage 1 van de toelichting opgenomen. De conclusie van het akoestisch onderzoek is dat op grond van de aangehouden maximaal representatieve bedrijfssituatie van Wildeman Motoren, de door de inrichting veroorzaakte geluidbelasting, en bij toetsing aan de gehanteerde richt- en grenswaarden, kan worden gesteld dat er bij de woning Meenteweg 30A sprake is van een acceptabele geluidssituatie. Er is sprake van een acceptabele geluidskwaliteit en er is geen sprake van hinder die ‘onevenredig belastend’ zou zijn. Hierbij is het wel van belang dat ten aanzien van de maximale geluidsniveaus een afscherming wordt geplaatst tussen de woning en het bedrijf.
Ook dient in het bestemmingsplan te worden opgenomen dat het dak aan de oostzijde van de uitbouw van de woning als dove gevel uitgevoerd dient te worden of te blijven. Beide zijn als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen (zie artikel 5.5.2). Aangezien na maatregelen voldaan kan worden aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit zal het bedrijf niet verder beperkt worden in zijn geluidsruimte. Wel is het zo, dat in noordelijke richting door het bestemmen van de woning Meenteweg 30A naar wonen, er een woning dichter bij de inrichting komt te liggen. Hierdoor zal eventuele uitbreiding van het bedrijf in deze richting moeilijker inpasbaar zijn. Bedrijvenlijst De bovengenoemd maatregelen en de beoogde nieuwe situatie zijn gebaseerd op de huidige bedrijfsactiviteiten. Voor het behouden van een aanvaardbaar leefklimaat is het daarom vereist om de huidige milieuplanologische situatie te handhaven door bedrijven te selecteren op basis van milieuhinder en de regels in het bestemmingsplan 'Buitengebied – IJsselzone, Windesheim'. Door het handhaven van de huidige situatie worden de mogelijkheden voor de bestemming 'Bedrijf' beperkter voor het perceel 15/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Meenteweg 30. Op basis van deze redenering zijn voor het perceel Meentweg 30 bedrijven van eenzelfde milieuplanologische aard en omvang geselecteerd welke vallen onder de omschrijving 'ambachtelijke en verzorgende bedrijven' met milieucategorieën van 1 of 2 en met een verkeersgeneratie die kleiner of gelijk is aan de huidige bedrijfsactiviteit. Voor het selecteren van de bedrijven is gebruik gemaakt van de VNG-lijst 'gebied met functiemenging' omdat de (bedrijfs)woning 30A tegen het bedrijf aangebouwd is en daardoor feitelijk één pand delen. Met het toepassen van de staat van bedrijven voor functiemenging wordt het beter mogelijk om functiemenging toe te staan.
16/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische aspecten
Inleiding
Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32 zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32.
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.
Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving:
17/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'overige bouwwerken'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'overige bouwwerken'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen.
De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen.
De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 12 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan.
18/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen.
Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 8. Wijzigingsbevoegdheid: Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen: Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied. Het betreft in dit plan: Artikel 6 Waarde - Archeologie; Deze bestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen. De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd.
De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan. Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 7 Anti-dubbeltelregel; Artikel 8 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 1; Artikel 9 Algemene aanduidingsregels vrijwaringszone - dijk; Artikel 10 Algemene afwijkingsregels; Artikel 11 Algemene wijzigingsregels; Artikel 12 Algemene procedureregels.
19/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels: In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.
4.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.
4.3
Bestemmingsregels
Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Bedrijf In de bestemmingsomschrijving wordt aangegeven welke bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Hierbij wordt verwezen naar Bijlage 1 bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Daarin staat aangegeven welke bedrijfsactiviteiten wel en welke niet zijn toegestaan. In paragraaf 3.3 is een nadere omschrijving van de toegestane bedrijven De Staat van bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van maart 2009. De staat maakt onderdeel uit van de regels en daardoor heeft zij rechtstreekse werking. Een niet in de staat genoemd bedrijf kan dus niet worden gevestigd, evenmin als een wel genoemd bedrijf, dat als niet toelaatbaar staat aangegeven. Een zodanig bedrijf kan in een concreet geval qua aard en invloed op de omgeving toch wel aanvaardbaar zijn. Daarom is voorzien in een afwijking voor gelijkwaardige bedrijven. De formulering is afgestemd op de eisen die de jurisprudentie daaraan stelt. Artikel 4 Tuin Binnen deze bestemming mogen uitsluitend overige bouwwerken als bedoeld in 1.71 worden gebouwd. Artikel 5 Wonen Deze bestemming is bedoeld voor de eengezinshuizen. Dit zijn gebouwen, welke één woning omvatten. Uitgangspunten: Alle bestaande eengezinshuizen in het plangebied worden als zodanig bestemd.
De bestaande bebouwing wordt conform het huidige legale gebruik en volume bestemd. Indien het geldende plan ruimere mogelijkheden geeft dan er gerealiseerd zijn, wordt volgens die ruimere mogelijkheden bestemd, indien realisatie nog aanvaardbaar is qua licht- en luchttoetreding. Binnen het bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken worden gebouwd. Op het erf binnen deze bestemming, dat buiten het bouwvlak is gelegen, mogen bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken worden gebouwd, maar geen zelfstandige hoofdgebouwen, waarvan situering niet ondenkbaar wordt bij het toestaan van grotere oppervlakten. Halve meters bij hoogtebepalingen worden in het kader van de deregulering afgerond naar boven. In het kader van de deregulering mag het erf binnen deze bestemming aan de zijkant en de achterkant van het bouwvlak zonder afwijking worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken tot maximaal 50%
20/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
en 100 m². Ter wille van de openheid in het stedenbouwkundig beeld blijft het uitgangspunt waar mogelijk van toepassing om bijbehorende bouwwerken in de zijtuin achter de voorgevel van het hoofdgebouw te plaatsen. Bij de bepaling van de voorzijde wordt gekeken waar de naar de weg toegekeerde grens van een bouwvlak en de naar de weg toegekeerde grens van de gevel van een hoofdgebouw is gelegen. Hierbij is de zijde van de hoofdtoegang van het hoofdgebouw bepalend. Zo nodig kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat bij het ontwikkelen van ongewenste situaties nog kan worden ingegrepen. Beroep aan huis: Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan huis verbonden beroep worden toegelaten. Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van 'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'. Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan huis verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is.
De beperking van het ruimtebeslag van de woning met inbegrip van de bijgebouwen tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden. Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken. In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan huis verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep. De definitie van beroep aan huis is gelijk aan de landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen kan er eerder sprake zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is. Overige bouwwerken: Bij de regeling van deze bouwwerken is geen verschil gemaakt tussen verschillende soorten bouwwerken. Elk bouwwerk dat functioneel past in de bestemming kan worden toegelaten. Volstaan is met algemene bepalingen omtrent de maximum hoogte.
Daarbij is voor erf- of perceelafscheidingen aansluiting gezocht bij het criterium voor vergunningvrij bouwen van het Bor en voor de afwijking bij het criterium van de Bouwverordening. Artikel 6 Waarde - Archeologie Uitgangspunten voor deze dubbelbestemming zijn: De gebieden die volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart een grote vondstkans hebben (50% of meer) zijn mede bestemd tot archeologisch waardevol gebied. Bij de regeling voor de dubbelbestemming is nauwe aansluiting gezocht bij de Wet op de archeologische monumentenzorg. Bij verstoringen in de bodem met een grotere diepte dan 0,5 meter en een grotere oppervlakte dan 100 m² zijn specifieke bouwregels en een omgevingsgunningenstelsel conform de regeling uit de Wet op de archeologische monumentenzorg van toepassing.
4.4
Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om
21/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de “Regeling Parkeernormen 2016”. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn.
Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Deze regel maakt het mogelijk de bestemmingen 'Tuin' en 'Wonen' onder in deze regel omschreven voorwaarden zodanig te wijzigen dat de situering en de vorm van de in het plan aangegeven bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden gewijzigd dan wel nieuwe bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden aangegeven. Artikel 12 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven.
4.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 14 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 15 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.
4.6
Handboek
Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.
22/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Met deze planherziening wordt geen bouwplan mogelijk gemaakt waarvoor een exploitatieplanplicht bestaat.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Aard en omvang van deze planherziening beperkt zich in hoofdzaak tot het repareren van een aantal omissies in de geldende bestemmingsregels. De herziening voorziet niet in (grootschalige) nieuwe ontwikkelingen. Er wordt gelegenheid geboden aan een ieder een zienswijze over het ontwerp van het bestemmingsplan in te dienen. Met het plan worden geen nationale-, provinciale- of het omgevingsaspect 'water' belangen geschaad. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg conform artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening.
23/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
24/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING
25/157
september 2022 bestemmingsplan Buitengebied, Meenteweg 30,30a en 32
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek
26/157
ONDERZOEK GELUIDUITSTRALING WILDEMAN MOTOREN NAAR WONING MEENTEWEG 30A IN ZWOLLE Onderzoek industrielawaai; wijziging naar woonbestemming
ONDERZOEK GELUIDUITSTRALING WILDEMAN MOTOREN NAAR WONING MEENTEWEG 30A IN ZWOLLE Onderzoek industrielawaai; wijziging naar woonbestemming
Opdrachtgever
Wildeman Motoren Meenteweg 30 8041 AV Zwolle
Contactpersoon
de heer M. Wildeman
Uitgevoerd door
Noordelijk Akoestisch Adviesburo BV
Behandeld door
A. Donker H.H. Wolterman
Datum
28 januari 2022
Kenmerk
6625/NAA/hw/ft/2
Noorderstaete 26
Postbus 339
(0592) 340 630
iban
9402 XB Assen
9400 AH Assen
naa@naa.nl
btw
NL41 RABO 0382 8383 35 NL006719028B01
www.naa.nl
kvk
04029676
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding ..................................................................................................................................................................... 3
2
Situatie ...................................................................................................................................................................... 4 2.1 Het onderzoeksgebied 4 2.2 Wildeman Motoren (Meenteweg 30) 4
3
Beoordeling geluidsniveaus ..................................................................................................................................... 5 3.1 Gehanteerde toetsingscriteria 5 3.2 Te beoordelen bedrijfssituaties 5 3.3 Beoordelingsplaatsen 6 3.4 Vigerende geluidseisen bestaande inrichting 6 3.5 Afweging geluidsgrenswaarden nieuwe woningen 6
4
Uitgevoerde metingen en berekeningen.................................................................................................................. 8 4.1 Algemeen 8 4.2 Geluidsoverdrachtsmodel 8
5
Uitgangspunten onderzoek ...................................................................................................................................... 9 5.1 Situatie en activiteiten Wildeman Motoren 9 5.2 Inventarisatie en geluidsvermogensbepaling afzonderlijke bronnen 10 5.3 Representatieve bedrijfssituatie 11 5.4 Indirecte hinder 12
6
Vastgestelde geluidsniveaus .................................................................................................................................. 13 6.1 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 13 6.2 Maximale geluidsniveaus 14 6.3 Indirecte hinder 16
7
Samenvatting en conclusies ................................................................................................................................... 17
Begrippenlijst ................................................................................................................................................................... 19
BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Overzicht van de situatie Beoordelingskaders Gebruikte meetapparatuur Berekeningen geluidsvermogenniveaus Invoergegevens overdrachtsberekeningen Grafische weergaven overdrachtsmodel Berekende equivalente geluidsniveaus Berekende maximale geluidsniveaus Berekende maximale geluidsniveaus na maatregelen Berekening indirecte hinder
28 januari 2022 | 6625/NAA/hw/ft/2
.
Blad 2 van 22
1
INLEIDING
In opdracht van Wildeman Motoren te Zwolle is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de woning aan de Meenteweg 30a in Zwolle. De woning is op dit moment een bedrijfswoning bij het bedrijf Wildeman Motoren aan de Meenteweg 30. Vanwege de mogelijke afsplitsing van de woning van het bedrijf is het plan om de bedrijfsbestemming van de woning te wijzigen in een woonbestemming. Het huidige uit te voeren onderzoek zal zich richten op de geluidbelasting als gevolg van de bestaande inrichting van Wildeman Motoren welke aanpandig is gelegen met de woning Meenteweg 30a. In eerste instantie moet worden vastgesteld hoeveel de geluidbelasting ten gevolge van de genoemde inrichting in de representatieve bedrijfssituatie op de woning bedraagt. Het doel van het onderzoek is ten eerste om na te gaan of bij de woning Meenteweg 30a een aanvaardbaar woonmilieu wordt geboden in relatie tot de bestaande inrichting van Wildeman Motoren. Ten tweede is nagegaan of de betreffende inrichting niet in de bedrijfsvoering wordt belemmerd door de wijziging van de bestemming van bedrijf naar wonen voor de woning Meenteweg 30a. De geluidbelasting en maximale geluidsniveaus die de bestaande inrichting veroorzaakt zijn vastgesteld door de afzonderlijke geluidsbronnen te inventariseren en daarvan de geluidsoverdracht naar de woning te berekenen.
Voor de toetsing van de ruimtelijke inpassing is aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Ten aanzien van de genoemde planwijzigingen is door de gemeente Zwolle een memo opgesteld genaamd “Meenteweg 30/30A/32 – Bedrijven en milieuzonering – opgesteld door J. Osinga, 25-8-2021”. Deze memo is als uitgangspunt gehanteerd bij het onderhavige onderzoek. De geluidsniveaus als gevolg van het in werking zijn van de inrichting, zijn vastgesteld conform de procedures van de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai” van 1999, in het vervolg van dit rapport de Handleiding genoemd. De daarin genoemde methoden en procedures mogen als ‘standaard’ worden gezien. De indirecte hinder is mede beoordeeld volgens de “Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer” d.d. 29 februari 1996, die hierna wordt aangeduid als de “Circulaire indirecte hinder”. Op bladzijde 19 tot en met 22 worden enkele akoestische begrippen nader toegelicht.
28 januari 2022 | 6625/NAA/hw/ft/2
.
Blad 3 van 22
2
SITUATIE
2.1
Het onderzoeksgebied
De woning Meenteweg 30a en het bijbehorende bedrijf van Wildeman Motoren zijn gesitueerd in het westelijke deel van Zwolle, ten noordwesten van de Rijksweg A28. Beiden zijn gelegen aan de rand van Zwolle. De woning Meenteweg 30a is aanpandig gesitueerd met het bedrijf Wildeman Motoren. In de huidige situatie is de eigenaar van het bedrijf woonachtig in de woning. In de toekomst zal het bedrijf overgenomen worden door zijn zoon waarna de woning in principe geen deel meer uitmaakt van het bedrijf. Aanpandig aan de woning Meenteweg 30a is ook de woning Meenteweg 32 gelegen. Deze woning behoeft op basis van de memo van de gemeente Zwolle niet nader te worden onderzocht. Figuur 1 geeft een overzicht van de situatie. Figuur 1: Overzicht van de situatie (bron PDOK viewer)
2.2
Wildeman Motoren (Meenteweg 30)
Aan de Meenteweg 30 bevindt zich Wildeman Motoren. In het vigerende bestemmingsplan is voor het betreffende perceel de bestemming ‘bedrijf’ opgenomen. Bij de Kamer van Koophandel staat de inrichting ingeschreven met SBI-code: 45402 – Detailhandel in en reparatie van motorfietsen en onderdelen daarvan. Een dergelijk bedrijf valt, op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering, onder milieucategorie 2 met een afstand voor geluid van 30 meter tot woningen. Bij gemengd gebied mag deze een stap verkleind worden naar 10 meter.
28 januari 2022 | 6625/NAA/hw/ft/2
.
Blad 4 van 22
3
BEOORDELING GELUIDSNIVEAUS
3.1
Gehanteerde toetsingscriteria
In deze paragraaf wordt uiteengezet aan welke waarden de geluidsniveaus veroorzaakt door de inrichting op de woning Meenteweg 30a, zijn getoetst. In de volgende paragrafen van dit hoofdstuk wordt een verdere algemene toelichting gegeven op het toetsingskader. De geluidsniveaus zijn beoordeeld op de gevels van de betreffende woning op 1.5 meter (dagperiode) en 5.0 meter (avondperiode). Bij de aanbouw van de woning richting het bedrijf is op verdiepingsniveau (gedeelte met rode dakpannen) sprake van een dakvlak zonder te openen delen. Een dergelijke constructie staat bekend als een ‘dove’ gevel. De geluidbelasting op een dove gevel wordt niet beoordeeld. Wel zal dit opgenomen moeten worden in het bestemmingsplan en dient het dak een minimale isolatie van 20 dB te realiseren conform het Bouwbesluit. In de nachtperiode vinden geen activiteiten plaats binnen de inrichting. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bij een representatieve bedrijfssituatie van de inrichting wordt getoetst aan een geluidbelasting van 50 dB(A) voor de betreffende woning gelegen in een gemengd gebied (zie ook hoofdstuk 3.5 verderop) en aan 70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau. Voor de indirecte hinder wordt getoetst aan 50 dB(A). Ten slotte wordt opgemerkt dat de beoordeling van de situatie uiteindelijk aan het bevoegd gezag is.
3.2
Te beoordelen bedrijfssituaties
De geluidsniveaus veroorzaakt door activiteiten van een inrichting op de omgeving worden beoordeeld in drie beoordelingsperioden (etmaalperioden): de dagperiode van 07:00 tot 19:00 uur; de avondperiode van 19:00 tot 23:00 uur; de nachtperiode van 23:00 tot 07:00 uur. De geluidsniveaus worden in de avond- en nachtperiode in principe respectievelijk 5 en 10 dB strenger beoordeeld dan in de dagperiode. Voor de vaststelling van de geluidssituatie dient primair te worden uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie: de toestand waarbij de inrichting volledig gebruik maakt van de vergunde capaciteit in de betreffende beoordelingsperiode. Het kan toelaatbaar worden geacht om een hogere grenswaarde te verlenen voor bepaalde activiteiten die met een beperkte frequentie plaatsvinden (regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie). In principe wordt daarbij uitgegaan van maximaal circa één dag-, avond- of nachtperiode per week. Verder is het regelmatig geaccepteerd, dat ontheffing wordt verleend om maximaal twaalfmaal per jaar activiteiten uit te voeren, die meer geluid veroorzaken dan de geluidsgrenzen voor de representatieve bedrijfssituatie. Dit worden incidentele bedrijfssituaties genoemd. Daarvoor is het uitgangspunt dat het per keer gaat om één aaneengesloten periode van maximaal een etmaal.
Dit wil niet zeggen dat voor deze incidentele situaties geen limiet gesteld kan worden. Voor zowel de regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie als de incidentele bedrijfssituaties dient het bevoegd gezag een belangenafweging te maken.
28 januari 2022 | 6625/NAA/hw/ft/2
.
Blad 5 van 22
3.3
Beoordelingsplaatsen
De geluidsniveaus worden beoordeeld ter plaatse van de gevels van de woning Meenteweg 30a. In de regel wordt het geluidsniveau beoordeeld exclusief gevelreflectie. Het geluidsniveau wordt beoordeeld op de plaats waar de hinder kan worden ondervonden. Dit betekent voor bijvoorbeeld de standaard eengezinswoningen dat het geluidsniveau in de dagperiode beoordeeld wordt op begane grondniveau (1.5 meter). In de avond- en nachtperiode kan dat een hoogte zijn van 5 meter ter bescherming van slaapruimten.
3.4
Vigerende geluidseisen bestaande inrichting
De inrichting van Wildeman Motoren valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Hoofdstuk 2 van het besluit geeft de ‘inrichtinggerelateerde aspecten’. Afdeling 2.8 (art. 2.16b t/m 2.22) geeft de voorschriften voor het aspect geluidhinder. De tekst van deze artikelen is opgenomen in bijlage 2 blad 3 tot en met 10. Voor deze inrichting zijn hiervan met name van belang: art. 2.17, voor de inrichting geldt lid 1, art. 2.18 en art. 2.20. In artikel 2.17 worden voor elke periode van het etmaal standaard grenswaarden gesteld voor: het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), dat is het gemiddelde geluidsniveau en het maximale geluidsniveau (LAmax), dat is het hoogste geluidsniveau dat op enig moment kan optreden (de hoogste geluidspiek). In artikel 2.17 worden een aantal aspecten genoemd, die niet hoeven te worden beoordeeld. Voor deze inrichting betreft dat het LAmax veroorzaakt door laad- en losactiviteiten in de dagperiode. Het bevoegd gezag kan op grond van artikel 2.20 bij maatwerkvoorschrift onder voorwaarden andere grenswaarden vaststellen. Het karakter van de omgeving kan daarvoor aanleiding zijn.
3.5
Afweging geluidsgrenswaarden nieuwe woningen
Een woning is een geluidsgevoelige bestemming, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Bij ruimtelijke ordening moet naast het wettelijk kader ter voorkoming van geluidhinder op grond van de Wet milieubeheer tevens in het kader van een “goede ruimtelijke ordening” worden gezorgd voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij de besluitvorming omtrent een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning is een goede belangenafweging volgens artikel 3.4 Algemene wet Bestuursrecht (AWB) een vereiste, dat is ook conform jurisprudentie. Bij de nieuw te bestemmen woning zal, ten gevolge van de activiteiten van Wildeman Motoren, moeten worden voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Daarnaast dient beoordeeld te worden in hoeverre de berekende geluidsniveaus bij de te bestemmen woning aanvaardbaar zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” en buitenplanse inpassing. De toelaatbare geluidbelasting kan in dit geval worden afgewogen en afgestemd op de omgevingskenmerken van de nieuw te bestemmen woning. De woning Meenteweg 30a is gelegen in een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Het bestemmingsplan “Buitengebied – IJsselzone, Windesheim” geeft hier ook de verscheidenheid aan bestemmingen weer.
Conform de VNG-publicatie kan de omgeving dan aangemerkt worden als ‘gemengd gebied’. De publicatie zegt over gemengd gebied het volgende: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.”
28 januari 2022 | 6625/NAA/hw/ft/2
.
Blad 6 van 22
Deze functiemenging is belangrijk voor de afweging. Zoals jurisprudentie aangeeft gaat het dan voornamelijk om het aanwezige gebied, zie onder meer de uitspraak van de Raad van State Afdeling Bestuursrechtspraak, nummer 201109894/1/R3 van woensdag 12 september 2012. De functies moeten in de directe omgeving van het plangebied voorkomen naast de woonfunctie, de functie van de woning in het plangebied zelf is daarbij niet relevant. Volgens de website “Ruimtelijke plannen” is sprake van een gemengd gebied vanwege de aanwezigheid van bedrijf en detailhandel, zie ook onderstaande figuur 2. Daarnaast is in de memo van de gemeente Zwolle ook aangegeven dat hier sprake is van een gemengd gebied. Figuur 2: Weergave bestemmingsplan (bron: ruimtelijke plannen)
Bij de afweging gemengd gebied hoort een geluidsgrenswaarde van 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 70 dB(A) voor de maximale geluidsniveaus (piekgeluiden). Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een stappenplan dat is weergegeven in bijlage 2 blad 1 en 2. Voor de beoordeling wordt alleen gekeken naar de representatieve bedrijfssituatie per bedrijf (de toestand waarbij de inrichting volledig gebruik maakt van de vergunde capaciteit in de betreffende beoordelingsperiode). Incidentele situaties of een regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie zijn in het onderhavige onderzoek niet beoordeeld. Ook dit is in lijn met de memo van de gemeente. Voor de onderzochte inrichting bedraagt de kritische richtwaarde voor geluid, overeenkomstig de VNG-publicatie, 10 meter na afstandsverkleining bij gemengd gebied. Binnen deze afstand wordt een akoestisch onderzoek zeer zeker aanbevolen. De inrichting is gelegen binnen de genoemde afstand tot de woning Meenteweg 30a.