Toelichting op artikel 2.4 lid 1 sub h AVOI
Tekst van het document
Bijlage 1
Toelichting bij artikel 2.4 lid 1 sub h AVOI
Artikel 2.4. lid 1: Het college kan aan een instemmingsbesluit, vergunning of melding voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van: Sub h: een effectieve en doelmatige invulling en uitvoering van de regierol in het kader van de warmtetransitie, waaronder tenminste wordt verstaan het zelfstandig (door de gemeente) kunnen bepalen waar wel of geen warmte (en koude)netten, –leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen voor het transport en de warmteproductie worden gerealiseerd. Toelichting sub h: Voor het succesvol realiseren van de ontwikkelstrategie voor warmtenetten is het essentieel dat de gemeente regie kan voeren op de aanleg van warmtenetten in Zwolle. De gemeenteraad heeft op 14 december 2020 de Transitievisie warmte vastgesteld. Aan de hand hiervan zal een ontwikkelstrategie voor warmtenetten in Zwolle worden opgesteld. Daar wordt momenteel hard aan gewerkt. Voordat de ontwikkelstrategie voor warmtenetten is vastgesteld en/of de nieuwe Warmtewet 21 in werking is getreden, is het niet wenselijk dat in dit stadium al vergunningen voor warmteleidingen worden afgegeven.
Ten aanzien van deze nieuwe warmteleidingen is namelijk niet geborgd dat deze in overeenstemming zijn met de nog vast te stellen strategie, terwijl aanwezige leidingen tegelijkertijd de (uitvoering van de) ontwikkelstrategie in gevaar kunnen brengen. Zo kan de aanwezigheid van leidingen de realisatie van nieuwe warmteleidingen en -netten (ter uitvoering van de strategie) in gevaar brengen, onder meer omdat de businesscase van nieuwe leidingen en netten daarmee onder druk komt te staan. In het algemeen is het wenselijk dat in een gebied slechts één warmtenet aanwezig is. Tegen deze achtergrond zal in de nieuwe Warmtewet, die nog in werking moet treden, naar verwachting komen te staan dat het verboden is om nieuwe warmteleidingen aan te leggen, behoudens ingeval het warmtebedrijf daartoe is aangewezen. Deze aanwijzing zal dan gelden voor een vooraf bepaald, door de gemeente vastgesteld warmtekavel. Volgens het voorliggende wetsvoorstel voor de Warmtewet 2 zal het aangewezen warmtebedrijf in dat kavel een exclusief transport- en leveringsrecht (en –plicht) krijgen. Met de ontwikkelstrategie wil de gemeente (onder meer) kunnen sturen op de ligging van het hoofdtransportnet, de warmtevoorziening op nieuwbouwlocaties en herontwikkelingslocaties (al dan niet in samenhang de warmtevoorziening in bestaande wijken) en de productie van duurzame warmte door (nieuwe) warmtebronnen.
Om deze strategie te kunnen uitrollen is het wenselijk om in de tussentijd nieuwe aanvragen voor warmteleidingen en –netten te kunnen afhouden. Met dat doel is de AVOI aangepast, meer concreet: worden daaraan weigeringsgronden toegevoegd met het doel om nieuwe warmteleidingen – en netten te voorkomen totdat de ontwikkelstrategie is bepaald (en – waarschijnlijk – de nieuwe Warmtewet in werking is getreden). Met de aanpassing in de AVOI wordt hetzelfde beoogd als het verbod dat in de nieuwe Warmtewet wordt opgenomen. Uit de nieuwe Warmtewet, die nog in werking moet treden, volgt dat het voor een bestaand warmtebedrijf verboden is om een nieuwe warmteleiding aan te leggen, behoudens een aanwijzing van burgemeester en wethouders. De Warmtewet 2 zal regelen dat een nieuw warmtenet (waaronder ook de nieuwe warmteleiding kan worden verstaan) in de gemeente slechts kan worden 1 De volledige naam luidt Wet Collectieve Warmtevoorziening.
gerealiseerd door een bedrijf dat krachtens een publiekrechtelijke aanwijzing met een te organiseren transparante procedure van de gemeente als warmtebedrijf wordt aangewezen voor het gehele gebied, dat als warmtekavel is vastgesteld. Waarschijnlijk is het met de inwerkingtreding van de Warmtewet 2 niet langer noodzakelijk om de voorgestelde wijziging te handhaven. Dat zal te zijner tijd worden bekeken. De voorgestelde wijziging is uitdrukkelijk bedoeld om in de tussenliggende periode (tot de inwerkingtreding van de nieuwe wet) onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Volledigheidshalve zij daarbij opgemerkt dat de beoogde inwerkingtreding van de Warmtewet per 2022 waarschijnlijk niet haalbaar is. Met de voorgestelde aanpassing wordt het mogelijk aanvragen te beoordelen aan de hand van de Transitievisie Warmte en de nog op te stellen ontwikkelstrategie. Toekomstige verzoeken die een voornemen van de gemeente tot aanleg van een warmtenet in een bepaalde wijk of buurt doorkruisen, kunnen dan worden geweigerd. Per aanvraag zal worden bezien in hoeverre de toekomstige ontwikkelstrategie voor het uitfaseren van aardgas vaststaat en, indien dat het geval is, hoe de betrokken aanvraag in het licht daarvan moeten worden gewaardeerd. Bij de beoordeling van een aanvraag zal ook de persoon van de aanvrager worden betrokken.
Voor de term ‘leiding, bijbehorende installatie en overige hulpmiddelen’ is gekozen in aansluiting op de Warmtewet. Definitief warmtenet volgens (huidige) Warmtenet: het geheel van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van warmte, behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel, een binneninstallatie of een gebouw of werk van een producent en strekken tot toe- of afvoer van warmte ten behoeve van dat inpandig leidingstelsel, die binneninstallatie of dat gebouw of werk van een producent.