thv inspraak M Legebeke: Hand-out voor tijdens de presentatie.pdf
Tekst van het document
Aanvulling / reactie op de informatienota voor de raad. Onderwerp:
beantwoording artikel 45 vragen Groenlinks, mogelijk wijzigen bestemmingsplan perceel Nemelerbergweg van “bos” naar “wonen”
Tevens inspreekmoment maandag 31 oktober 2022
Wibo Heule
Nico van Houten
Nemelerbergweg 7
Nemelerbergweg 3
8034 PD Zwolle
8034 PD Zwolle
Reactie: De term “overgangsrecht” is hier misplaatst. Een structuurplan of Omgevingsvisie kent geen overgangsrecht zoals een bestemmingsplan dat wel kent. De term is met name misplaatst omdat daardoor de suggestie wordt gewekt dat de gemeente wel moet meewerken aan het initiatief en dat deze medewerking een verworven recht is van de initiatiefnemer. Dat is zeker niet het geval. De bepaling waar in de beantwoording op wordt gedoeld, is paragraaf 1.4 van de Omgevingsvisie. Voor de initiatieven die na vaststelling van deze Omgevingsvisie worden ingediend geldt het volgende: 1. Als het initiatief niet in strijd is met de Omgevingsvisie is, kan medewerking verleent worden via het doorlopen van de juiste (planologische) procedure; 2. Als het initiatief in strijd is met de Omgevingsvisie volgt in beginsel een afwijzing om hier aan mee te werken. Alsnog meewerken kan overigens wel. Dat betekent dat de Omgevingsvisie op integrale wijze herzien moet worden. De gemeenteraad is bevoegd om hierover een besluit te nemen. Voor initiatieven die al in behandeling waren genomen voor de vaststelling van deze Omgevingsvisie, geldt het volgende: 3. Als het initiatief niet in strijd is met de Omgevingsvisie, kan medewerking verleent worden via het doorlopen van de juiste (planologische) procedure; 4.
Als het initiatief in strijd is met deze Omgevingsvisie, volgt een afwijzing van het initiatief, tenzij sprake is van punt 5; 5. Alleen wanneer een gerechtvaardigd vertrouwen op medewerking van de gemeente kan worden gedaan én sprake is van één van de volgende situaties, kan het initiatief toch verder in behandeling worden genomen: a. Het initiatief past wel in het structuurplan 2008 én b. De ontwikkeling was al in behandeling genomen, voordat de Omgevingsvisie deel 1 uit 2017 werd vastgesteld; óf c. De ontwikkeling werd ingediend na vaststelling van de Omgevingsvisie deel 1 uit 2017 en overeenkomstig het overgangsrecht, volgens het structuurplan 2008 afgehandeld; 6. Dat een initiatief in behandeling is, moet blijken uit schriftelijke stukken.
De raad heeft volgens deze bepaling geen verplichting het initiatief te beoordelen op grond van het structuurplan 2008, slechts de mogelijkheid. Zoals het college in vraag 1 beantwoord is het initiatief ingediend na de vaststelling van het bestemmingsplan dit is na 27 mei 2019 De anterieure overeenkomst is met de initiatiefnemer in mei 2022 gesloten. Dat is dus dit jaar Het “overgangsrecht” geld voor initiatieven die voor 2017 zijn ingediend. Dat is ook logisch want waarom zou je na 2017 nog de visie hanteren van 2008 (nu 14 jaar oud!). Het is bedoeld zodat de initiatieven die voor 2017 ingediend zijn, netjes afgewikkeld kunnen worden. Maar daarvan is hier helemaal geen sprake. De aanvraag is pas recent ingediend en dus vele jaren na 2017. Waarom het college nu oordeelt dat dit initiatief onder het “overgangsrecht” valt is voor ons onduidelijk. Feit is dat woningbouw op deze locatie ook onder het oude bestemmingsplan en structuurplan nooit is toegestaan. En terecht. Het gaat hier om een waardevol stuk bos dat wel degelijk deels opgeofferd zal worden voor woningbouw, als de initiatiefnemer zijn zin krijgt. Daarnaast zou de structuur en kwaliteit versterkt moeten worden, die vooral bepaald wordt door een groen netwerk van open ruimten en landschappelijke bosjes.
Er is ook op basis van het beleid 2008 (Structuurvisie 2020) geen ruimtelijk argument om van een (toen al bestaande) omschreven kwaliteit (landschappelijk bos) wonen te maken, ondanks dat dit gebied als woongebied was aangemerkt. Er was én is nl geen sprake van een ruimtelijk knelpunt, die zodanig zwaar weegt dat herbestemming naar wonen gerechtvaardigd is. Het is al meer dan 85 jaar een landschappelijk waardevol bos, dat al decennia als zodanig is bestemd door de raad van Zwolle. Het behoeft geen betoog dat wanneer het initiatief om de bestemming “bos” te wijzigen in “wonen”, wordt getoetst aan de huidige Omgevingsvisie, het verzoek naar alle waarschijnlijkheid meteen zou moeten worden afgewezen, omdat: 1. Het verzoek is in strijd met de gebiedsdoelen en ambities die zijn geformuleerd (zie o.a. Omgevingsvisie 2030, paragraaf 4.2 “We koesteren onze kwaliteiten: de basis voor iedere ontwikkeling” dit aanvullend op de bestaande hoofdgroenstructuur die we behouden, beschermen en versterken. Een werkwijze die we al decennia hanteren en waar we ook volop mee doorgaan.” 2. De huidige visie de bospercelen benoemd zijn als a. Raamwerk natuurwaarden b. Raamwerk landschap c. Raamwerk stedelijke groenstructuur. 3. Het gebied behoort tot de hoofdgroenstructuur van Zwolle 4.
Het bos is foerageergebied van diersoorten op de rode lijst Tenslotte mag ook genoemd worden dat Participatie een randvoorwaarde van/bij ontwikkeling is. In het door ons aangevraagd gesprek met de gemeenteambtenaar, hebben we duidelijk te kennen gegeven dat wij als omwonenden, net als de gemeente Zwolle veel waarde hechten aan deze bospercelen en hun ecologische waarde en dat wij tegen enige vorm van bebouwing zijn. Toch is er na dit gesprek, zonder verdere toelichting, binnen 2 weken, de anterieure overeenkomst getekend. Los van het feit dat dat niet zo netjes is, is het ook in strijd met de huidige Omgevingsvisie (paragraaf 7.2.3)
Reactie: Terughoudend beleid ten aanzien van toevoegen van woningen in de stedelijke hoofdgroenstructuur is te begrijpen en ook logisch. Helemaal als het gaat om een bosperceel welk geheel gevuld is met eiken. Dat dit soort (beschermde) landschappelijke elementen nog aangetast kunnen worden is voor ons onbegrijpelijk. In de beantwoording van deze vraag gaat het college voorbij aan de ruimtelijke argumenten om hier een woning toe te staan. Waarom hier wel of waarom juist hier? (zie opmerkingen bij vraag 1). Het college stelt dat er geen bos wordt opgeofferd. Dit is onjuist. De bestemming in BP Berkum 2019 is bos en de hele kavel is begroeid en bestaat uit bosbodem. Een woning toevoegen betekent per definitie dat een gedeelte van de kavel wordt omgevormd. Dat gedeelte bos verdwijnt dus en wordt bestrating, fundering en bebouwing en tuin. Om de groene inrichting te versterken worden er weer extra bomen geplant, die niet nodig zouden zijn als die woning überhaupt niet gebouwd zou worden.
Reactie: Dit is toch een nieuw initiatief? De anterieure overeenkomst is 31 mei 2022 gepubliceerd.
Reactie: Waar blijkt uit dat met areaalafname (minder bos) er een versterking van de groenstructuur plaatsvindt? “De structuur en kwaliteit van de buurt moet worden versterkt” is een belangrijke voorwaarde. Structuur en kwaliteit zijn niet nader gedefinieerd, maar hebben op grond van de omschreven waarden in de Structuurvisie van 2008 en Omgevingsvisie 2030 in ieder geval wel een landschappelijke component. In beide documenten is aangegeven dat landschappelijke bosjes zoals deze, waarde hebben (lees: bescherming verdienen). Het blijft onduidelijk hoe verwijderen van bos en bosbodem en het toevoegen van verdere verstening op deze plek bijdraagt aan het verbeteren/versterken van de (groene) structuur en (groene) kwaliteit van de buurt. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de beoogde ontwikkeling afbreuk doet aan de bestaande biodiversiteit op dit bosperceel (zie ecologisch rapport Alcedo dd 24-09-2021 Aanvullend onderzoek huismus, vleermuizen, egel, kleine marterachtigen Nemelerbergweg 3 Zwolle). Dit zou in strijd zijn met een van de belangrijke uitgangspunten van de Omgevingsvisie 2030, waarin wordt gesteld dat “Bij verandering in de hoofdgroenstructuur we streven naar behoud en/of verbetering van de biodiversiteit”.