CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Tarievennota 2025

Raad Besluitvormingsronde 8 november 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Tarievennota 202516.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VOORSTEL AAN DE RAAD INZAKE TARIEVEN VOOR BELASTINGEN, RETRIBUTIES EN PRIVAATRECHTELIJKE TARIEVEN VOOR 2025

Afdeling Juridische Zaken

INHOUDSOPGAVE

blz.

HOOFDSTUK 1

Inleiding

3

2

Actualiteiten & Hoofdlijnen

6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.11.1 3.11.2 3.11.3

Tariefvoorstellen 2025 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges Parkeerbelastingen Begraafplaatsrechten Precariobelasting Havengelden Marktgelden Toeristenbelasting Privaatrechtelijke tarieven Sport Dwangsom afhalen fiets bij AFAC Afkoop infiltratie regenwater

7 8 22 26 38 39 41 42 44 46 47 47 47 48

4

Belastingen-woonlasten

49

Bijlage 1 Overzicht gemeentelijke tarieven 2024 - 2025

-2-

-- HOOFDSTUK 1-INLEIDING De Tarievennota 2025 geeft een overzicht van de tarieven van belastingen en rechten die door de gemeente Zwolle worden geheven. De tarievennota is een aanvulling op de Paragraaf Lokale Heffingen (hierna: PLH) waarin een overzicht en de ontwikkelingen van de lokale heffingen zijn opgenomen. Daarnaast worden privaatrechtelijke tarieven berekend. Daarvan is een overzicht in deze tarievennota opgenomen. In hoofdstuk twee worden ontwikkelingen vermeld waar de gemeente in het jaar 2025 rekening mee moet houden c.q. op in kan spelen. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op de tariefvoorstellen voor het jaar 2025. De financiële gevolgen hiervan kunt u terugvinden in de concernbegroting 2025. Het kabinet is van mening dat de aanvrager duidelijk inzicht moet hebben in de manier waarop de prijs van een product wordt bepaald. Per onderdeel in de tarievennota geven we aan welke lasten en baten we verwachten. Hieraan toegevoegd is een overzicht met de relatie met de productenraming per doel. Mochten deze bedragen niet gelijk aan elkaar zijn, wordt er aangegeven welke lasten en baten niet meegenomen zijn c.q. toegerekend zijn. Meestal gaat het dan om kosten die niet meegenomen mogen worden zoals periodieke controles, bezwaar en beroep, klachten, inbreng bij beleidsontwikkeling, behandelen van meldingen, vergunningsvrij, etc.

Bij de meeste onderdelen uit de tarievennota geldt dat de tarieven ten hoogste 100% kostendekkend mogen zijn. Daarnaast hebben we opgenomen een overzicht welke onderdelen uit de bijlage van de tarievennota horen bij de verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk vier worden de financiële effecten voor de belastingplichtigen weergegeven. De woonlasten op basis van de tarieven van 2024 en 2025 worden voor een drietal prijsklassen van woningen naast elkaar gezet. In bijlage 1 wordt een totaal overzicht gegeven van de tarieven voor 2024 en 2025. Bij de leges en rechten waar gesproken wordt over kostendekkendheid worden de indirecte kosten, die vanaf 2016 centraal worden verantwoord in het programma bedrijfsvoering, apart toegerekend. Dit vindt plaats door de totale bedrijfsvoeringskosten te delen door de directe productieve formatie. Hieruit volgt een bedrag aan indirecte kosten per directe fte. Richtlijnen geven aan dat dit ook hier moet worden opgenomen. Zie hiervoor ook het programma bedrijfsvoering. Voor elke directe fte wordt deze opslag meegenomen bij de verschillende leges en rechten (daaronder wordt hier mede begrepen de afvalstoffenheffing en rioolheffing). Voor de verschillende onderdelen wordt de benodigde directe capaciteit begroot. Deze methode is conform de Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) regelgeving.

Voor 2025 wordt uitgegaan van een bedrag van € 66.000,-- per volledige directe formatieplaats. Dit bedrag is gelijk aan het door de raad vastgestelde bedrag 2024. Hiervoor is gekozen omdat het definitieve bedrag 2025 pas later in het proces kan worden vastgesteld en we geen risico willen lopen op te hoge bedragen in het kader van 100% kostendekkendheid. De tarievennota kent verschillende onderdelen. Het streven is dat tussen de verschillende onderdelen geen kruissubsidiëring plaats vindt. Leges Burgerzaken draagt dus niet bij aan leges omgevingsvergunning of andere leges en rechten. Binnen de verschillende onderdelen vindt soms wel kruissubsidiëring plaats. Om welke bedragen dit gaat is lastig aan te geven. Hieronder staan de belangrijkste onderdelen waar kruissubsidiëring voor kan komen. Bij Leges Burgerzaken zijn veel tarieven gemaximeerd. Hierdoor zijn sommige onderdelen minder dan 100% kostendekkend, zoals reisdocumenten en burgerlijke stand (huwelijken), maar zijn de uittreksels meer dan 100% kostendekkend. Bij Leges Omgevingsvergunning bijvoorbeeld kan in het algemeen aangegeven worden dat grote bouwwerken meer dan kostendekkend zijn en kleine bouwwerken minder kostendekkend. De mate van kruissubsidiëring is erg afhankelijk van het type aanvraag en de daarvoor benodigde capaciteit.

Bij Leges Juridische Zaken is gezien het kostendekkendheidspercentage kruissubsidiëring zeer onwaarschijnlijk. -3-

De tariefvoorstellen voor 2025 zijn als volgt: A. BELASTINGEN -1-. De OZB-tarieven te verhogen met 5,45%. Toelichting. De opbouw van dit percentage voor 2025 bestaat uit de inflatiecorrectie 2025 plus nacalculatie 2023. Het inflatiepercentage wordt vanaf 2005 vastgesteld aan de hand van het gemiddeld gewogen percentage voor de gemeentelijke loonkostenontwikkeling en prijzen van derden. Het percentage wordt evenals de prijzen van derden gecorrigeerd met een eventuele nacalculatie over de twee voorafgaande jaren. Uitgaande van een loon- en prijsgevoelige verhouding van de kosten van 50% - 50%, het percentage voor loonkostenstijging 2025 van 4,0% en het percentage voor prijzen van derden van 2,6%, dan resulteert dit in een inflatiecorrectiepercentage voor de gemeentelijke tarieven van: (loonkosten 4,0% + prijzen van derden 2,6%) : 2 = 3,3%. In 2023 liggen de lonen 3,5% hoger dan begroot en de prijzen 5,2% hoger, gedeeld door 2 = 4,35%. Bij de begroting 2024 is besloten hiervan 2,15% door te schuiven naar 2025. Het inflatiepercentage komt daarmee op 3,3% plus 2,15% is 5,45%. -2-. De tarieven voor de precariobelasting te verhogen met de inflatiecorrectie van 5,45%. (zie hierna onder 3.7) -3-. De tarieven voor de parkeerbelastingen worden niet verhoogd; de tarieven voor de vergunningen, abonnementen en ontheffingen worden verhoogd met 5,45%. Toelichting.

De tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur worden in beginsel één keer in de drie jaar aangepast. In 2023 heeft de laatste verhoging plaatsgevonden. (zie hierna onder 3.5). 4-. De tarieven toeristenbelasting te verhogen naar € 1,20 en € 3,00. Toelichting. Zwolle hanteert twee tarieven toeristenbelasting: een hoog tarief voor hotels, B&B’s en jachthaven en een laag tarief voor campings en camperplaatsen. Bij de begroting 2024 is besloten de tarieven toeristenbelasting in de jaren 2024 tot en met 2027 jaarlijks te verhogen met respectievelijk € 0,50 en € 0,10 per nacht naar uiteindelijke tarieven van € 4,00 voor hotels, B&B’s en jachthaven en € 1,40 voor campings en camperplaatsen. Dit wordt als volgt in een tabel uitgewerkt: 2024 2025 2026 2027 (huidig) Laag-hoog tarief 1,10 – 2,50 1,20 – 3,00 1,30 – 3,50 1,40 – 4,00

-4-

B.

RETRIBUTIES

-1-. Voor de afvalstoffenheffing het vaste tarief niet meer te laten stijgen dan 5,45% en het variabel tarief niet meer te laten stijgen dan € 0,15 per aanbieding. Toelichting. Bij de afvalstoffenheffing wordt het principe van 100% kostendekking toegepast. Het tarief van de afvalstoffenheffing wordt gedifferentieerd in een variabel tarief (tarief op restafval) en een vast tarief. Het vaste tarief wordt verder gedifferentieerd in een tarief voor éénpersoonshuishoudens en een tarief voor meerpersoonshuishoudens. Het tarief op restafval per aanbieding op een inzamelmiddel van 60 liter is € 1,80. Het basistarief voor het vaste deel is € 254,53. Door tariefdifferentiatie wordt het basistarief voor een éénpersoonshuishouden € 220,53 en voor een meerpersoonshuishouden € 275,66. (zie hierna onder 3.2). -2-. De tarieven voor de rioolheffing te verhogen met de inflatiecorrectie van 5,45%. (zie hierna onder 3.3). -3-. De tarieven leges te verhogen met de inflatiecorrectie van 5,45%. In uitzondering hierop stellen wij voor de tarieven niet te verhogen met de inflatiecorrectie waar de hoogte van de leges een percentage is van de bouwsom. Door de gestegen bouwkosten stijgen de legesinkomsten al ( zie hierna onder 3.4). -4-. De tarieven voor de begraafplaatsrechten te verhogen met de inflatiecorrectie van 5,45%. (zie hierna onder 3.6). -5-.

De tarieven voor de havengelden te verhogen met de inflatiecorrectie van 5,45%. (zie hierna onder 3.8). -6-. De tarieven voor de marktgelden te verhogen met de inflatiecorrectie van 5,45%. (zie hierna onder 3.9). C.

PRIVAATRECHTELIJKE TARIEVEN

-1-. De sporttarieven te verhogen met de inflatiecorrectie van 5,45%. (zie hierna onder 3.11.1). -2-. De dwangsom voor het afhalen van een fiets bij AFAC (Algemene Fiets Afhaal Centrale) niet te verhogen. Toelichting In 2015 is de dwangsom verhoogd van € 10,00 naar € 15,00. Omdat het de voorkeur heeft een tarief in rekening te brengen welke is afgerond op hele euro’s, wordt dit tarief niet elk jaar verhoogd. In 2025 zal de AFAC verhuizen naar een andere locatie. Daardoor wordt het lastiger om de fiets op te halen. Een gelijktijdige verhoging van de tarieven zal daarbij niet helpend zijn in de communicatie met de klant. Ook wordt onderzoek gedaan naar de kostenstructuur die gehanteerd wordt ter onderbouwing van de hoogte van het tarief. (zie hierna onder 3.11.2). -3-. Het tarief voor het afkopen van infiltratie regenwater te verhogen met de inflatiecorrectie van 5,45%. (zie hierna onder 3.11.3).

-5-

-- HOOFDSTUK 2 -ACTUALITEITEN & HOOFDLIJNEN In dit hoofdstuk wordt ingegaan op enkele actuele ontwikkelingen die spelen op het gebied van lokale belastingheffing in het algemeen en in Zwolle in het bijzonder. Achtereenvolgend zal worden ingegaan op: de jaarlijkse herwaardering WOZ, de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, parkeerbelasting en onderzoek invoeren roerende zaakbelasting en forensenbelasting. 1. DE JAARLIJKSE HERWAARDERING WOZ GBLT verricht de jaarlijkse herwaardering voor de Wet WOZ. Momenteel voert GBLT de jaarlijkse herwaardering uit naar waardepeildatum 1 januari 2024. De definitieve cijfers worden aan het eind van 2024 verwacht. De in Hoofdstuk 3, paragraaf 1 voorgestelde tarieven voor de OZB dragen dan ook een voorlopig karakter. Wij zullen op het moment dat de tarieven definitief kunnen worden vastgesteld met een raadsvoorstel komen waarin een cijfermatige onderbouwing van de OZB-tarieven is opgenomen. 2. PARKEERBELASTINGEN Over de door gemeenten in rekening gebrachte kosten van de naheffingsaanslag parkeerbelastingen worden diverse procedures gevoerd. Dit geldt ook voor de gemeente Zwolle. Daarbij staat de vraag centraal of de gemeente niet meer kosten toerekent dan wettelijk is toegestaan. Als blijkt dat er te veel kosten worden toegerekend, zal er een herziening plaats moeten vinden van de kosten per naheffingsaanslag.

In de loop van 2025 verwachten wij hier meer duidelijkheid over te krijgen. 3. ONDERZOEK INVOEREN ROERENDE ZAAKBELASTING EN FORENSENBELASTING De inkomsten van de gemeente bestaan grotendeels uit een uitkering uit het Gemeentefonds en gemeentelijke belastinginkomsten. Voor 2026 wordt momenteel onderzocht hoe het Gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. Omdat de gemeentelijke financiën onder druk staan wordt momenteel onderzocht in hoeverre een roerende zaakbelasting (RZB) en een forensenbelasting voor het belastingjaar 2026 kunnen worden ingevoerd. Een RZB kan worden geheven voor in de gemeente gelegen woon- en bedrijfsruimten, die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en die dienen voor permanente bewoning of gebruik, doch niet onroerend zijn. De gedachte achter de RZB is dat geheven wordt van personen die over roerende zaken beschikken of gebruiken die in maatschappelijk opzicht vergelijkbaar zijn met onroerende zaken maar wel profiteren van gemeentelijke voorzieningen. Forensenbelasting kan worden geheven van personen die niet in de gemeente wonen en meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning tot hun beschikking hebben. De gedachte achter de forensenbelasting is om personen die relatief veel in de gemeente verblijven mee te laten betalen aan de voorzieningen in de gemeente. Het gaat dus min of meer om tweede woningen.

Een inmiddels uitgevoerde Quick-scan laat vooralsnog zien dat het bij de forensenbelasting niet om veel objecten gaat. Wij zullen de raad in 2025 op de hoogte houden van het onderzoek.

-6-

-- HOOFDSTUK 3 -3.1 Onroerende-zaakbelastingen Voorstel: de tarieven van de onroerende-zaakbelastingen voorlopig als volgt vast te stellen: woningen: eigenaren 0,1033% van de waarde niet woningen: eigenaren 0,5162% van de waarde gebruikers 0,4172% van de waarde Reden van heffing: algemeen dekkingsmiddel ter dekking van de gemeentelijke uitgaven. Beleidsafspraken: de tarieven voor de OZB woningen en niet-woningen te verhogen met het inflatiepercentage van 5,45%. De uiteindelijke waardeontwikkeling woningen en niet woningen was voor 2024 hoger dan waar bij de vaststelling van de tarieven 2024 rekening mee is gehouden. Dit kon voor 2024 niet meer verwerkt worden maar corrigeren we in 2025. Daardoor nemen de tarieven in 2025 voor woningen niet toe met 5.45% maar 4,46% en voor niet-woningen met 5,17%. Dit is verwerkt in bovenstaande tarieven. Binnen de drie bovengenoemde heffingsmaatstaven mag tariefdifferentiatie plaatsvinden in die zin dat per heffingsmaatstaf een vast percentage dient te gelden. Tijdens het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen heeft het Rijk met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Hierin wordt naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken.

De benchmark bevordert het lokale debat over de ontwikkeling van de autonome keuzes over de heffingen. Overzicht baten: De OZB-opbrengst 2025 bedraagt door de tariefvoorstellen in totaal € 61.012.000,--. Onder te verdelen in: Woningen: eigenaren Niet-woningen eigenaren gebruikers

€ 22.621.000,-€ 22.294.000,-€ 16.097.000,-€ 61.012.000,--

In de begroting 2025 wordt een totaal aan inkomsten gepresenteerd van: Lokale heffingen (programma 10 Algemene dekkingsmiddelen) Onroerende-zaakbelasting woningen Onroerende-zaakbelasting niet woningen Precariobelasting (3.7) Toeristenbelasting (3.11) Totaal

Baten 22.621.000 38.391.000 448.000 1.006.000 62.466.000

De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 1. Onroerende-zaakbelastingen

-7-

3.2 Afvalstoffenheffing Doel 7.3.1: Grondstoffen Zwolle zonder afval; uit het afval van vandaag ontstaan de grondstoffen van morgen. Voorstel Het voorstel bestaat uit drie onderdelen: - Tariefstelling afvalstoffenheffing - Verlaging grens gratis grofvuil - Onttrekking egalisatievoorziening Tariefstelling afvalstoffenheffing Sinds 2023 bestaat de afvalstoffenheffing, en daarmee het voorstel voor het vaststellen van de tarieven, uit twee onderdelen: 1) Het variabele deel 2) Het vaste deel Variabele deel Aan de raad wordt voorgesteld om voor 2025 in te stemmen met de volgende tarieven per aanbieding per inzamelmiddel voor het tarief op restafval: Categorie inzamelmiddel aanbieding 30 liter restafval per keer aanbieding 60 liter restafval per keer aanbieding 80 liter restafval per keer (binnenstad) aanbieding restafval minicontainer per keer (240 liter, buitengebied)

Tarief € 0,90 € 1,80 € 2,40 € 10,80

Het tarief op restafval wordt vermenigvuldigd met het aantal aanbiedingen op het desbetreffende inzamelmiddel. Het variabele deel wordt door GBLT na afloop van 2025 opgelegd, samen met het vaste deel van de afvalstoffenheffing van 2026. Vaste deel Aan de raad wordt voorgesteld om voor het vaste deel voor 2025 in te stemmen met het volgende vaste tarief per type huishouden: Type huishouden Eenpersoonshuishouden (EPH) Meerpersoonshuishouden (MPH)

Tarief € 220,53 € 275,66

Het vaste tarief per type huishouden wordt zoals gebruikelijk aan het begin van 2025 door GBLT opgelegd. Verlaging grens gratis grofvuil Aan de raad wordt voorgesteld om de grens van de hoeveel gratis te brengen grof huishoudelijk afval (GHA) en/of grof tuinafval (GTA) te verlagen van 500 kilogram naar 200 kilogram per huishouden. Er wordt voorgesteld om dit in twee stappen te doen; in 2025 naar 350 kilogram, in 2026 naar 200 kilogram . Dat levert naar verwachting een besparing op van € 121.000. Voor meer informatie, zie de toelichting hieronder. Onttrekking egalisatievoorziening Aan de raad wordt voorgesteld om, in afwijking van de beleidsuitspraak om een 100% kostendekkend tarief te hebben, voor 2025 in te stemmen met een onttrekking aan de egalisatievoorziening van € 72.367. -8-

Zie de toelichting onderaan voor meer informatie over de ontwikkeling en stand van de egalisatievoorziening. Voor meer informatie, zie de toelichting hieronder. Toelichting voorstel Zonder de besparing die voortkomt uit het verlagen van de grens van grofvuil stijgen de kosten die zijn toegerekend aan de afvalstoffenheffing stijgen met 7,77% ten opzichte van de kosten die in 2024 aan de afvalstoffenheffing waren toegerekend. Dat is meer dan de inflatiecorrectie voor gemeentelijke tarieven van 5,45% in 2025. De kostenstijging komt voor een groot deel door het toevoegen van infrastructuur en inzameling in eerdere jaren. In 2024 waren de lasten ten opzichte van 2023 gedaald met 1,1%. De inflatiecorrectie was toen 6,61%. Als je vervolgens de stijging over de periode 2023-2025 bekijkt, dan is dat lager dan de gemeentelijke inflatiecorrectie over deze periode. Desondanks stellen we voor om deze kostenstijging te beperken door de grens van het gratis te brengen grof huishoudelijk afval (GHA) en grof tuinafval (GTA) in twee stappen te verlagen van 500 kilogram naar 200 kilogram per huishouden. Daarmee wordt in 2025 naar verwachting € 121.000 bespaard. De kostenstijging is daarmee 7,09% in 2025. Daarnaast stellen we voor om een deel van deze stijging te dekken met de egalisatievoorziening.

Dit zorgt ervoor dat: - De verhoging van het vaste tarief wordt beperkt met de index voor gemeentelijke tarieven van 5,45%; - De verhoging van het variabel tarief wordt beperkt met een stijging van € 0,15 per aanbieding (op basis van een tarief voor een inzamelmiddel voor 60 liter). Hieronder lichten we dit verder toe. Toelichting verlaging grens gratis grofvuil Inwoners van Zwolle kunnen jaarlijks per huishouden 500 kilogram grof huishoudelijk afval (GHA) en/of grof tuinafval (GTA) gratis naar het Milieubrengstation (MBS) brengen. Ongeveer 5,7% van de huishoudens doet dat. Zij brengen bijna een vierde van het totaal aan grofvuil. Daar tegenover staat dat ongeveer de helft van de huishoudens minder dan 100 kilogram naar het MBS brengt; ongeveer driekwart van de huishoudens brengt minder dan 200 kilogram naar het MBS. Dat betekent dat ongeveer een kwart van het aantal huishoudens twee derde van het aantal kilogrammen inlevert. We stellen daarom voor om de grens van het gratis te brengen GHA en GTA in twee stappen te verlagen van 500 kilogram naar 200 kilogram, zodat de grootverbruiker een groter deel zelf moet betalen. Dat levert een besparing van € 121.000 op in 2025. Toelichting op de egalisatievoorziening De egalisatievoorziening is bedoeld om meevallers en tegenvallers mee te verrekenen.

De egalisatievoorziening kan ook ingezet worden om de stijging van de tarieven te beperken. Een hogere onttrekking uit de egalisatievoorziening raden wij af. De markt voor afval & grondstoffen is volatiel. Voor OPK is daarom voorgesteld om een 10-jarig gemiddelde te gebruiken. Wanneer het werkelijke tarief onder dit gemiddelde tarief zit, leidt dit tot een nadeel die verrekend moet worden met de voorziening. Daarnaast is het aantal aanbiedingen van restafval en de tonnages van restafval, GFT, PMD en OPK nog in ontwikkeling. Deze kunnen hoger of lager uitvallen, wat financieel nadelig kan zijn. Daarnaast is de ketenovereenkomst met Verpact opgezegd. Het is niet zeker wat uit de nieuwe onderhandelingen komt. Als de vergoeding uit deze overeenkomst lager uitvalt dan nu, zal er ook een beroep gedaan moeten worden op de voorziening. Toelichting stijging tarief op restafval In deze toelichting gaan we uit van het tarief op restafval voor een zak restafval van 60 liter. In 2023 betaalde de inwoners van Zwolle € 1,70 per aanbieding; wat in 2024 was verlaagd naar € 1,65. De kosten die we in 2024 hadden toegerekend aan het tarief op restafval zijn met € 0,10 per aanbieding gestegen. Daarmee kom je op € 1,75 per aanbieding. Dat ligt net iets boven de index van het gemeentelijk tarief van 5,45% (omgerekend € 0,09 per aanbieding).

In 2025 wordt daarnaast voor het eerst een CO2-heffing doorberekend. Dit komt doordat het restafval van de regio IJssel-Vecht (waar de gemeente Zwolle toe behoort) in Duitsland wordt verbrand. In Duitsland hebben ze de CO2-heffing voor afvalverbranders al ingevoerd (in Nederland nog niet). Deze CO2-heffing wordt berekend over het niet-biogene restafval dat de verbrandingsoven ingaat. Naast veel andere stoffen komt hier ook veel CO2 bij vrij. Omgerekend gaat het om € 0,14 per aanbieding. Dat zou betekenen dat het tarief op restafval moet stijgen naar € 1,89 per aanbieding. -9-

Het contract met de Duitse afvalverbrander loopt halverwege 2026 af. Als er daarna een contract wordt gesloten met een Nederlandse afvalverbrander, heb je te maken de Nederlandse wetgeving. Het CO2-tarief ligt in Nederland naar verwachting lager dan die in Duitsland. Een grove inschatting is dat dit om 1/3 deel van de kosten zal gaan. Al hangt veel af van wat het landelijke bestuur tegen die tijd zal besluiten. In ieder geval stellen we voor nu voor om 1/3 van de CO2-kosten structureel toe te voegen aan de toerekening van het tarief op restafval. Dat gaat dan om € 0,05 per aanbieding. Daarmee stijgen de toegerekende kosten met € 0,15 per aanbieding. Hiermee leggen wij de raad voor om het tarief op restafval met € 0,15 te laten stijgen van € 1,65 naar € 1,80 per aanbieding. Reden van heffing De afvalstoffenheffing wordt opgelegd bij percelen waar huishoudelijk afval ontstaat en de verplichting bestaat dit in te zamelen en te (laten) verwerken. Beleidsuitspraken 1) Eén- en meerpersoonshuishoudens: Op basis van het raadsvoorstel ‘Tariefdifferentiatie’ wordt het tarief van de afvalstoffenheffing gedifferentieerd naar gezinsgrootte. Sindsdien hebben een- en meerpersoonshuishoudens een ander tarief. Daarnaast wordt de variant 80% staat tot 100% toegepast.

Dat wil zeggen dat het vaste deel van het afvalstoffentarief voor een eenpersoonshuishouden (EPH) op 80% van een meerpersoonshuishouden (MPH) wordt berekend. 2) Tarief op restafval: Op basis van het raadsvoorstel ‘invoering tarief op restafval’ wordt met ingang van 2023 onderscheid gemaakt tussen een vast tarief en een variabel tarief. Het variabel tarief betreft een tarief op het aanbieden van restafval. 3) Verhouding EPH en MPH: Op basis van de Tarievennota 2024 wordt met ingang van 2024 de variant 80% staat tot 100% toegepast bij het bepalen van het vaste tarief. 4) Kostendekkend tarief: In het coalitieakkoord 2022-2026 is vastgesteld dat gemeentelijke belastingen waar mogelijk 100% kostendekkend moeten zijn. Op basis van het raadsvoorstel ‘invoering tarief op restafval’ wordt met ingang van 2023 de afvalstoffenheffing berekend op basis van een 100% kostendekkend tarief. 5) Vergoeding OPK: in de berekening van de tarieven wordt uitgegaan van een tienjarig gemiddelde. Het verschil met dit tienjarig gemiddelde wordt aan het eind van het jaar verrekend met de voorziening. 6) Kwijtschelding en oninbaar: Als onderdeel van het kwijtscheldingsbeleid wordt de afvalstoffenheffing in bepaalde situaties kwijtgescholden. Ook blijken sommige heffingen na verloop van tijd oninbaar.

Het bedrag voor kwijtscheldingen en oninbaar wordt als last opgenomen in de exploitatie van afval en toegerekend aan de afvalstoffenheffing. 7) Toe te rekenen lasten: De betaalde BTW die wordt gedeclareerd bij het Btw-compensatiefonds (BCF) en de overhead worden extracomptabel toegerekend aan en meegenomen in de berekening van de afvalstoffenheffing. 8) Dividend: De dividend van ROVA wordt niet als baat aan de afvalstoffenheffing toegerekend, maar komt ten gunste van de algemene middelen.

- 10 -

Overzicht van baten en lasten Hieronder presenteren we een overzicht van de baten en lasten die worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing en de wijze waarop dit gedekt wordt. Bedrag Lasten Baten Netto lasten afval

16.847.834 -1.511.179 15.336.655

Toe te rekenen lasten: Bij: BTW Bij: Overhead Bij: Oninbaar Bij: Kwijtscheldingen Totaal toe te rekenen lasten

1.782.094 680.980 87.949 1.096.061 3.647.084

Totale (netto) lasten

18.983.739

Verrekening met voorziening Opbrengsten afvalstoffenheffing

72.367 18.911.371

Dekking

100,0%

Overzicht egalisatievoorziening Hieronder presenteren we een overzicht van de egalisatievoorziening voor afval. Hierin is het totaal van de onttrekkingen en toevoegingen opgenomen. Voor meer informatie zie ‘Toelichting egalisatievoorziening’. 2023 2024* 2025* 2.958.301 2.712.168 1.985.237 1.468.127 Stand 1 januari -996.133 -1.055.918 -535.449 -324.867 Onttrekkingen 750.000 328.987 18.339 Toevoegingen 2.712.168 1.985.237 1.468.127 1.143.260 Stand 31 december * De mutaties van 2024 en 2025 zijn gebaseerd op geraamde bedragen. 2022

Conclusie De totale geraamde (netto) lasten zijn ten opzichte van de geraamde (netto) lasten voor 2024 gestegen. Om de stijging van de afvalstoffenheffing te beperken is voorgesteld om het vaste tarief niet meer dan 5,45% en het variabel tarief niet meer dan € 0,15 per aanbieding (op een inzamelmiddel van 60 liter) te laten stijgen. Het restant van € 72.367 wordt gedekt vanuit een onttrekking uit de egalisatievoorziening. Ook de incidentele kosten uit het nieuwe grondstoffenprogramma en mutaties uit Berap1 en Berap2 worden gedekt uit de egalisatievoorziening. De stand van de voorziening komt daarmee uit op € 1.143.260.

- 11 -

Tarievennota vs. programmabegroting In onderstaande overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor er een verschil bestaat tussen de Programmabegroting van doel 7.3.1 en de Tarievennota.

Programmabegroting 7.3.1 BTW* Overhead* Inkomsten Nedvang Inkmosten boetes

Lasten Baten Onttrekking Toevoeging Saldo 18.031.844 -20.422.550 -72.367 0 -2.463.074 0 1.782.094 1.782.094 680.980 680.980 -1.406.655 -104.524

1.406.655 104.524

Tarievennota 18.983.739 -18.911.371 -72.367 * Wel in de tarievennota, niet in de Programmabegroting van doel 7.3.1.

0 0 0

0

Toelichting Tarievennota vs. programmabegroting Het verschil tussen de programmabegroting van doel 7.3.1 en de Tarievennota komt door het volgende: 1) Inkomsten Nedvang / Verpact: De inkomsten vanuit Nedvang / Verpact worden in de programmabegroting verantwoord als baten, terwijl het in de Tarievennota wordt meegenomen in de (netto) lasten; 2) Inkomsten boetes: hiervoor geldt hetzelfde als voor de inkomsten Nedvang / Verpact; 3) BTW en Overhead: de kosten voor BTW en overhead worden extracomptabel toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Dit wil zeggen dat dat deze gegevens niet direct op de exploitatie van de afvalstoffenheffing worden verantwoord, maar indirect via het resultaat worden verrekend. Op doel 7.3.1 ontstaat namelijk een positief resultaat door deze kosten extracomptabel toe te rekenen. Dit saldo wordt daarop verrekend met de algemene middelen. Daarmee worden deze overhead en Btw uiteindelijk gedekt. Voor meer informatie over de opbouw van de programmabegroting van doel 7.3.1 zie ‘Toelichting baten en lasten’. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2025 De volgende onderdelen uit bijlage 1 vormen samen bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 2. Afvalstoffenheffing (eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens) Toelichting In de toelichting wordt ingegaan op de: 1) Baten en lasten 2) Tariefstelling 3) Egalisatievoorziening 4) Ontwikkelingen en risico’s 1.

Toelichting baten en lasten De financiële boekhouding van de aan de afvalstoffenheffing toe te rekenen (netto) lasten heeft een toelichting nodig. We kennen hierbij drie onderdelen: de kostenkant (oftewel de lasten), de inkomstenkant (oftewel de baten) en de dekkingskant (de opgelegde heffing). Daarbij worden de lasten opgedeeld in directe lasten en indirecte lasten. Bovenstaande wordt hieronder verder toegelicht: 1) Directe lasten: Hiertoe behoren onder meer de verwerkings-, inzamelings- en transportkosten, de kosten voor maatregelen om de hoeveelheid afval te verminderen, kosten van inzamelmiddelen - 12 -

zoals zakken en containers en de kosten die zijn verbonden aan maatregelen om hergebruik te bevorderen of anderszins de afvalstroom in te perken. Deze werkzaamheden worden veelal door ROVA uitgevoerd, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met ROVA. 2) Indirecte lasten: Hiertoe behoren de kosten voor de organisatie en de kosten die je wettelijk mag opnemen in de kostentoerekening. Het gaat hierbij om gemeentelijke personeelskosten die worden gemaakt voor afval, toegerekende kosten van reiniging en het verwijderen van zwerfafval, kwijtscheldingen van de afvalstoffenheffing, oninbare heffingen op afval, de overhead en (een deel van) de Btw. 3) Opbrengsten: Deze worden voornamelijk gevormd door de opbrengsten van grondstoffen zoals OPK, PMD, glas en schroot. 4) Dekking: De afvalstoffenheffing dient als dekking van de totale (netto) lasten, inclusief de toe te rekenen lasten. Ook een onttrekking uit de voorziening kan worden gezien als dekking. De indirecte lasten worden in onderstaande tabellen opgesplitst, waarbij een deel wordt toegerekend aan de (netto) lasten afval en een deel aan de toe te rekenen lasten: - De personeelskosten en kosten voor reiniging en zwerfafval vallen onder netto lasten afval. - De andere vier genoemde kostenposten worden in het overzicht van baten en lasten apart genoteerd als de toe te rekenen lasten.

De laatste twee toe te rekenen lasten (de Btw en overhead) betreffen de extracomptabele lasten. Deze tref je niet in de programmabegroting aan, maar worden wel meegenomen in de berekening van de afvalstoffenheffing, zoals genoemd in de beleidsuitspraken. Hierdoor ontstaat er een resultaat op de exploitatie. Dat resultaat komt ten gunste van de algemene middelen. Op die manier worden deze lasten voor overhead en Btw uiteindelijk verrekend. In onderstaande overzicht staan de overige kosten, welke onderdeel zijn van de programmabegroting van doel 7.3.1. Categorieën DVO ROVA Inkomsten Nedvang / Verpact Reiniging / Zwerfafval Personeel Overige baten en lasten Heffing, kwijtschelding & oninbaar Dividend Onttrekking egalisatievoorziening Totaal

Lasten

Baten

14.111.340 0 994.062 1.537.432 205.000 1.184.010 0

0 -1.406.655 0 0 -104.524 -18.911.371 0

18.031.844

Saldo

Onttrekking Toevoeging

-20.422.550

-72.367 -72.367

0

14.111.340 -1.406.655 994.062 1.537.432 100.476 -17.727.361 0 -72.367 -2.463.074

In deze tabel is de Btw en overhead niet opgenomen. Dit gaat enkel om de toelichting van de baten en lasten die direct op doel 7.3.1 worden verantwoord. 2. Toelichting tariefstelling De toelichting van de tariefstelling bestaat uit de volgende onderdelen: 1) Demografische gegevens 2) Tariefbepaling Demografische gegevens Bij de berekening van het tarief op restafval wordt gebruik gemaakt van demografische gegevens, namelijk het totaal aantal inwoners, het totaal aantal huishoudens en de procentuele verhouding van eenpersoonshuishoudens (EPH) en meerpersoonshuishoudens (MPH).

- 13 -

Gegevens Inwoners Huishoudens % EPH % MPH

Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht 1-1-2024 31-12-2024 gem. 2024 1-1-2025 31-12-2025 gem. 2025 133.128 133.728 133.428 133.728 135.128 134.428 59.140 59.440 59.290 59.440 60.140 59.790 38% 38% 38% 38% 38% 38% 62% 62% 62% 62% 62% 62%

Bron van informatie: - Inwoners: uit het openbare dashboard Cijfers over Zwolle (bron: Basisregistratie Personen, BRP) - Huishoudens: Is gebaseerd op het aantal aansluitingen dat ROVA op 1 januari 2024 bediende. Voor het verwachte aantal huishoudens per 31 december 2024 (is gelijk aan 1 januari 2025) en 31 december 2025 wordt het verwachte aantal extra woningen opgeteld. Deze aantallen zijn afkomstig van interne richtlijnen. - % EPH en % MPH: is gebaseerd op gegevens van GBLT over het aandeel eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishouden in het totaal aantal huishoudens. Met deze gegevens kunnen we berekenen wat het aantal EPH en MPH is, hoeveel inwoners een huishouden gemiddeld heeft en hoeveel inwoners een MPH gemiddeld heeft. Zie deze gegevens in onderstaande tabel. Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Gegeven 1-1-2024 31-12-2024 gem. 2024 1-1-2025 31-12-2025 gem. 2025 22.667 22.782 22.724 22.782 23.050 22.916 EPH 36.473 36.658 36.566 36.658 37.090 36.874 MPH 2,3 2,2 2,3 2,2 2,2 2,2 Inwoners per huishouden 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 Inwoners per MPH In 2024 wonen er gemiddeld gezien 2,3 personen in een huishouden. Naar verwachting zal dit aantal in 2025 dalen naar 2,2 personen per huishouden. Als we het aantal EPH van het aantal inwoners aftrekken, kunnen we ook berekenen wat het totaal aantal inwoners in MPH is.

Op basis van deze gegevens wonen er gemiddeld gezien 3 personen in een MPH. Tariefbepaling afvalstoffenheffing De dekking van de totale geraamde (netto) lasten bestaat uit de afvalstoffenheffing en een onttrekking uit de egalisatievoorziening. De tariefbepaling van de afvalstoffenheffing gaat enkel over deze eerste post. De totale opbrengsten uit de afvalstoffenheffing wordt hieronder berekend.

Totale lasten Af: Onttrekking voorziening Opbrengsten afvalstoffenheffing

Bedrag (in €) 18.983.739 72.367 18.911.371

De afvalstoffenheffing bestaat uit twee onderdelen: 1) Het variabele deel (tarief op restafval); 2) Het vaste deel. In onderstaande toelichting wordt deze volgorde ook gehanteerd. Eerst wordt voor het variabel deel het tarief op restafval berekend. Dit gebeurt op basis van het aantal aanbiedingen van restafval en de daaraan verbonden variabele kosten. De geraamde opbrengsten uit het tarief op restafval wordt vervolgens van de totale geraamde opbrengsten uit de afvalstoffenheffing afgehaald. Wat over blijft betreft het vaste deel en wordt gebruikt om het vaste tarief per type huishouden te berekenen. Voor de tariefbepaling van het tarief op restafval wordt eerst het aantal aanbiedingen berekend. Daarna kan het tarief op restafval worden bepaald. En als laatste wordt het vaste tarief bepaald. - 14 -

Aantal aanbiedingen Het verwachte aantal aanbiedingen voor 2025 is gebaseerd op de meest recente gegevens van de laatste vier kwartalen. Het gaat om de periode Q3 2023 t/m Q2 2024. Dit is gecorrigeerd met de verwachte groei van het aantal inwoners. Zie hieronder wat het verwacht aantal aanbiedingen in 2025 zal zijn (omgerekend naar 60 liter).

Inzamelmiddel

Aanbiedingen Q3 2023 t/m Q2 2024

Aanbiedingen 2025, verwacht

Aanbiedingen 2025 (omgerekend naar 60 liter), verwacht

20 liter-containers 3.539 3.574 1.787 30 liter-containers 6.777 6.845 4.563 60 liter-containers 1.879.754 1.898.570 1.898.570 80 liter-containers 64.414 65.059 86.745 240 liter-containers* 9.919 10.018 60.110 Totaal 2.051.775 * Er gaan 6 zakken van 60 liter in een 240 liter-container, doordat deze boven de rand wordt gevuld. De berekening is hier dus 9.761 x 6 = 39.046 aanbiedingen van 60 liter. Bepaling tarief op restafval Sinds 1 januari 2023 is het tarief op restafval ingevoerd. Het tarief op restafval was voor 2024 vastgesteld op € 1,65. Dit betreft het standaard tarief en gaat uit van een ondergrondse container met een opening voor afvalzakken van 60 liter. De (netto) lasten zijn in 2025 flink gestegen. Om het tarief op restafval niet te veel te laten stijgen, wordt de raad voorgelegd om het tarief niet meer te laten stijgen dan € 0,15. Daarmee komt het variabel tarief uit op € 1,80. Het tarief op restafval wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aantal verwachte aanbiedingen. Daarmee wordt de verwachte opbrengst vanuit het variabele tarief berekend. Zie hiervoor onderstaand overzicht.

Aantal aanbiedingen Variabel tarief Toe te rekenen (netto) lasten

Bedrag (n €) 2.051.775 1,80 3.693.195

De hoogte van het tarief dat werkelijk wordt betaald is afhankelijk van het gebruikte inzamelmiddel. Zie hieronder het tarief per inzamelmiddel Inzamelmiddel Tarief Ondergrondse container 30 liter € 0,90 Ondergrondse container 60 liter € 1,80 Ondergrondse container 80 liter € 2,40 Mini-container 240 liter € 10,80 * Het bedrag van € 10,80 is berekend door het standaardtarief van € 1,80 met 6 te vermenigvuldigen, aangezien er in praktijk 6 zakken in een mini-container van 240 liter gaan. Dit komt doordat het afval ook los in de container gedeponeerd kan worden en een container hierdoor beter afgevuld kan worden als een inworptrommel van een ondergrondse container. Berekening vaste tarief Het vaste tarief betreft een tarief per huishouden voor het restant van de kosten. Er wordt daarmee onderscheid gemaakt tussen eenpersoonshuishoudens (EPH) en meerpersoonshuishoudens (MPH). Het vaste deel van de heffing voor een EPH wordt vastgesteld op 80% van die van een MPH. Dit bedrag wordt in de loop van 2024 opgelegd. - 15 -

Zie onderstaande overzicht voor de berekening van de kosten die door de totale opbrengst van het vaste tarief moeten worden gedekt:

Totale (netto) lasten Af: Onttrekking voorziening Af: variabel Totaal vaste opbrengst

Bedrag (in €) 18.983.739 72.367 3.693.195 15.218.176

Eerst is het basistarief voor het vaste tarief per aansluiting berekend door de totale lasten die niet zijn gedekt vanuit de voorziening of het variabele tarief te delen door het totaal aantal aansluitingen.

Opbrengsten vaste deel Totaal huishouden Vaste basistarief

Bedrag (in €) 15.218.176 59.790 € 254,53

Vervolgens is de tariefdifferentiatie naar gezinsgrootte toegepast. Dat wil zeggen dat het vaste tarief voor EPH op 80% van die van een MPH zit. Dat komt op het volgende uit.

MPH EPH % EPH t.o.v. MPH

Vaste tarief € 275,66 € 220,53 80%

De totale opbrengsten vanuit het vaste tarief kunnen vervolgens als volgt weer worden berekend:

EPH MPH Totaal huishoudens

Vaste tarief Huishoudens € 220,53 22.916 € 275,66 36.874 59.790

Opbrengst € 5.053.628 € 10.164.548 € 15.218.176

3. Toelichting egalisatievoorziening Wanneer de werkelijke kosten hoger of lager uitvallen of de opbrengsten hoger of lager uitvallen wordt dit verrekend met deze egalisatievoorziening. Ook kan de egalisatievoorziening worden gebruikt om de stijging in de afvalstoffenheffing te dempen wanneer de lasten (te) sterk fluctueren. In deze toelichting zullen we de volgende zaken bespreken: 1. Stand egalisatievoorziening Afval 2. Mutaties egalisatievoorziening Afval in 2024 3. Mutaties egalisatievoorziening Afval in 2025 4. Mutaties met de algemene middelen Stand egalisatievoorziening Afval In onderstaand overzicht staat de ontwikkeling van de egalisatievoorziening Afval. De mutaties voor het jaar 2022 en 2023 zijn verantwoord in de Jaarstukken van desbetreffende jaar. De mutaties voor 2024 en 2025 zijn begrote mutaties.

- 16 -

Stand 1 januari Onttrekkingen Toevoegingen Stand 31 december

2022 2.958.301 -996.133 750.000 2.712.168

2023 2.712.168 -1.055.918 328.987 1.985.237

2024 1.985.237 -535.449 18.339 1.468.127

2025 1.468.127 -324.867 0 1.143.260

Mutaties egalisatievoorziening Afval in 2024 De mutaties van 2024 betreffen de mutaties uit de Berap 2024-1, Berap 2024-2 en losse raadsnota’s. Voor het gemak hebben wij deze informatie hieronder bij elkaar gezet. Aanleiding Begroting 2024 Berap 2024-1 Berap 2024-1 Berap 2024-1 Berap 2024-1 Berap 2024-1 Berap 2024-1 Ambtelijke wijziging Berap 2024-2

Onderwerp Extra inzet GGP Extra GFT-huisjes Handveger Extra inzet BOA 0,67 Fte JZ tav Afval Loonsverhoging 1% Lagere uitvoeringskosten GBLT Invoering boxenmodel Diverse andere voor- en nadelen Saldo 2024

Begroot -252.417 -163.712 -30.000 -30.000 -34.311 -7.922 18.339 -2.035 -15.052 -517.110

Toelichting 2024: - In de aanvragen voor de Begroting 2024 was voorgesteld dat er voor het grondstoffenprogramma extra inzet nodig was. Dat resulteerde in € 252.417 aan lasten die gedekt worden uit de voorziening. In het Najaarsmoment 2022 is dit ook zo besloten. - In Berap 2024-1 zijn een aantal initiatieven ingediend welke ten lasten komen van de voorziening. Deze zijn begroot op € 265.945,00. - Daarnaast is in de Berap 2024-2 opgenomen dat dat de uitvoeringskosten van GBLT lager zullen uitvallen dan was begroot. - ROVA is over naar een nieuw model voor de verrekening met haar aandeelhoudende gemeenten: het boxenmodel. Deze is ook overgenomen in de administratie van de gemeente Zwolle. Daaruit kwam een klein saldo. - In Berap 2024-2 is worden daarnaast diverse voor- en nadelen gemeld, welke uiteindelijk leiden tot een onttrekking van € 15.051. Mutaties egalisatievoorziening Afval in 2025 De mutaties van 2025 betreffen mutaties uit een losse beslisnota en desbetreffende Tarievennota. Aanleiding Onderwerp Beslisnota Uitvoering GGP in 2025 Tarievennota 2025 Egalisatie afvalstoffenheffing Saldo 2025

Begroot -252.500 -72.367 -324.867

Toelichting 2025: - In de beslisnota GGP 2025-2030 is besloten dat voor de uitvoering van het nieuwe GGP in 2025 een bedrag van € 252.200 nodig is. Daarin is besloten dat de dekking uit de voorziening komt. - 17 -

-

Daarnaast is in de Tarievennota 2025 voorgesteld om € 193.367 te dekken uit de voorziening. Daarmee stijgt het variabel tarief niet meer dan € 0,15 en het vaste tarief niet meer dan de indexatie van het gemeentelijke tarief van 5,45%.

Doorkijk naar 2025 Daarnaast zien we dat het tarief voor OPK op dit moment lager ligt dan het 10-jarig gemiddelde. Op basis van de huidige gegevens gaat dit om een bedrag van € 185.177. Als deze onttrekking als zodanig wordt meegenomen kom je op de volgende stand van de voorziening uit:

Stand 1 januari Onttrekkingen Toevoegingen Stand 31 december

2022 2.958.301 -996.133 750.000 2.712.168

2023 2.712.168 -1.055.918 328.987 1.985.237

2024 1.985.237 -535.449 18.339 1.468.127

2025 1.468.127 -510.044 0 958.083

Mutaties met algemene middelen In het verleden is er vanuit de algemene middelen in de voorziening gedoteerd. Een deel is inmiddels teruggedraaid. Op dit moment zit er nog € 1.750.000 aan middelen in de voorziening die afkomstig zijn uit de algemene middelen.

Dotatie 1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022 31-12-2022 31-12-2023

Onttrekking Saldo

-1.000.000 -750.000 -3.250.000 2.500.000 750.000

Opmerking

-1.000.000 -750.000 -3.250.000 2.500.000 Met raadsbesluit invoer tarief op restafval teruggedraaid 750.000,00 Met Berap 2023-2 teruggedraaid -1.750.000

Ontvangen Dividend Daar tegenover staat dat het dividend van ROVA behalve in 2022 ten gunste is gekomen van de algemene middelen. Dit dividend wordt voor een deel aan de voorkant bij de voorschotnota al opgenomen. Jaar 2019 2020 2021 2022 2023

Dividend

Ten bate van

€ 594.442,90 € 523.367,07 € 521.559,78 € 461.507,27 € 426.065,55

Algemene middelen Algemene middelen Algemene middelen Afvalstoffenheffing Algemene middelen

4. Toelichting ontwikkelingen en risico’s De totale (netto) lasten zijn in 2025 in totaal zo’n € 1.380.000 hoger begroot dan in 2024. Dat komt met name door onderstaande ontwikkelingen.

- 18 -

Onderwerp Bedrag Nieuwe Infrastructuur 480.000 Nieuwe Inzameling 365.000 Herverdeling MBS 278.000 Invoering CO2-heffing 286.000 Verwerking Restafval 179.000 Stijging kosten GHA & GTA* 162.000 Hogere inkomsten Verpact -212.000 Minder kwijtschelding -139.000 Minder oninbaar -26.000 Overige 7.000 * Hierin is de besparing op GHA van € 121.000 nog niet meegenomen. Toelichting De ROVA index is 5,61% in 2025. Deze index wordt berekend op basis van de loon- en prijsindex van 2022 naar 2023. Daarmee zit er een soort vertraging in de doorberekening van de inflatie. Met name de loonindex steeg meer dan gemiddeld van 2022 op 2023. Daarnaast zijn er ook diverse nieuwe ontwikkelingen, zoals ook genoemd in het bestedingsvoorstel in de begrotingsbehandeling. Dit resulteert in een hoge stijging van de kosten voor de uitvoer van de DVO door ROVA. Hieronder worden de diverse onderwerpen uit bovenstaande tabel verder toegelicht: - Nieuwe infrastructuur: In aanloop naar het invoering van het tarief op restafval is er sterk ingezet op het faciliteren van de inwoners om beter te kunnen scheiden. Deze infrastructuur loopt voor het eerst geheel mee in de begroting voor 2025. Dat heeft geresulteerd in extra verzamelcontainers rest, GFT, PMD, luiers en OPK. Waaronder € 173.000 voor de GFT-huisjes, zoals die gemeld zijn in Berap 2024-1. Daar tegenover staan minder verzamelcontainers voor textiel.

Al met al leidt dit tot € 480.000 aan extra lasten voor de infrastructuur. - Nieuwe Inzameling: Naast de infrastructuur is er ook inzameling toegevoegd aan de service die door ROVA wordt geleverd. De inzameling van GFT, PMD en luiers is daarop aangevuld. De kosten voor om de inzameling van gft in een beugel bij de hoogbouw, gft in een huisje in de binnenstad, gft in een emmer in de compacte bouw (zonder achterom) en PMD-inzameling met een zak zijn hoger uitgevallen. Daar tegenover staan lagere kosten voor de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal. Al met al lijkt dit tot € 365.000 aan extra kosten in de begroting. - Herverdeling MBS: Op de aandeelhoudersvergadering van ROVA in het voorjaar is besloten dat de bijdrage zal worden herverdeeld. Dat betekent dat grotere gemeenten meer moeten gaan betalen. Dit zorgt voor € 278.000 aan extra kosten. - Invoering CO2-heffing: Tot 2028 mogen nationale overheden zelf een CO2-tarief bepalen op het verbranden van restafval. Ons restafval wordt verbrand in Duitsland. Sinds 2024 moet er een CO2heffing worden betaald door afvalverbranders in Duitsland. Deze kon in 2024 nog verrekend worden met een andere meevaller. Maar vanaf 2025 loopt deze wel in de begroting. De toevoeging van de CO2-heffing leidt tot een hoger tarief voor het huishoudelijk restafval, waaronder luiers en de afkeur van PMD en GFT door vervuiling.

Dit zorgt voor € 286.000 aan meerkosten. - Verwerking restafval: Los daarvan stijgen de lasten voor dit restafval met € 179.000. Dat komt door een verwachte stijging van 2,4%, wat grotendeels wordt veroorzaakt door de verwachte stijging van het aantal inwoners. Daarnaast loopt de prijs door de indexatie van 5,61% en een hogere afvalbelasting (van € 35,70 in 2023 naar € 39,23 in 2024, waarbij die in 2023 al iets hoger was begroot op € 37,01). Al met al leidt dit tot een stijging van € 179.000 aan kosten. - Stijging kosten GHA & GTA: Daarnaast zien we de kosten voor grof huishoudelijk afval (GHA) en grof tuinafval (GTA) stijgen. Dit komt grotendeels door een toename in het aantal tonnages, maar - 19 -

-

ook door indexatie van de prijs. Dat zit vooral in een stijging in het GHA dat naar het MBS wordt gebracht. Dit leidt tot € 162.000 aan extra kosten. Hogere inkomsten Verpact: De inkomsten vanuit Verpact (voorheen Nedvang) voor de verpakkingen (OPK, PMD en glas) liggen hoger dan in 2024. Dit komt voornamelijk door een stijging van de tarieven. Dit leidt tot een voordeel van € 212.000 en dus lagere (netto) lasten. Minder Kwijtschelding: De afgelopen jaren waren de kwijtscheldingen hoger begroot dan ze in werkelijkheid waren. Daarop is de begroting naar beneden bijgesteld. Dit leidt tot een voordeel van € 139.000 en dus lagere (netto) lasten. Minder oninbaar: De afgelopen jaren waren de oninbare vorderingen hoger begroot dan ze in werkelijkheid waren. Daarop is de begroting naar beneden bijgesteld. Dit leidt tot een voordeel van € 26.000 en dus lagere (netto) lasten. Overige: Diverse kleinere ontwikkelingen leiden tot een extra last van € 7.000.

Let op: bovenstaande bedragen kunnen iets afwijken van het bestedingsvoorstel dat in de begroting zit doordat die in een eerder stadium waren berekend. Risico’s afval- en grondstoffenmarkt De afval- en grondstoffenmarkt is een fluctuerende markt. Er zijn dan ook onzekerheden met betrekking tot de meerjarenraming: - Door het verhogen van de service voegen we kosten toe, dit kan kostenverhogend werken ten aanzien van de afvalstoffenheffing. - De ontwikkeling van de opbrengsten van grondstoffen zoals oud papier zijn onzeker. Deze opbrengsten schommelen jaarlijks, waarbij de papierprijs het meest fluctueert. Voor papier werken we dan ook met een 10-jarig gemiddelde. Wanneer de werkelijke prijs lager uitvalt, wordt dit verrekend met de egalisatievoorziening. - Het restafval zal de komende jaren steeds zwaarder belast worden, de verbrandingsbelasting op restafval is daar een voorbeeld van maar ook de CO2-heffing op restafval. Deze heffing loopt de komende jaren naar verwachting verder op. - Loonkosten zijn een belangrijke post in de tariefsontwikkeling. De loonkosten nemen toe wegens krapte op de arbeidsmarkt Dit heeft een kostenverhogend effect op de afvalstoffenheffing. - Ook stijgende inflatie heeft een effect op afvalstoffenheffing. - Het contract voor de verwerking van restafval is onder dezelfde condities verlengd tot 2025/2026.

Dat geeft duidelijkheid over de tarieven/kosten restafval tot halverwege 2026. Het restafval wordt de komende periode aanbesteed, bij krapte op de verbrandingsmarkt kan ook dit tarief verder stijgen. - De kwaliteit van grondstoffen wordt steeds belangrijker. Hoe hoogwaardiger de kwaliteit van een grondstof, hoe beter deze opnieuw in omloop te brengen is. Om de kwaliteit van grondstoffen te verhogen nemen de kosten toe. Dit gaat om controle/voorbewerkingskosten van ROVA, maar ook om kosten van Monitoring, Interventies, Afvalcoaching en Toezicht en Handhaving ten aanzien van vervuiling van grondstoffen. Risico op geen of minder inkomsten via Nedvang / Verpact. In 2019 hebben de VNG en Verpact (voorheen Stichting Afvalfonds Verpakkingen) afspraken gemaakt over de invulling van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Verpact vertegenwoordigt alle bedrijven die producten met een verpakking op de markt brengen. De afspraken zijn neergelegd in de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 (hierna: Ketenovereenkomst). In de praktijk blijkt een aantal afspraken uit de Ketenovereenkomst onoverkomelijk te zijn in de uitvoering van deze overeenkomst. Daarom is de Ketenovereenkomst in zijn huidige vorm opgezegd per 31 december 2024. De VNG wil nieuwe afspraken maken met Verpact en het Rijk. Hiervoor is door het Rijk Dick Benschop aangesteld als onafhankelijk gespreksleider.

Het streven is om de nieuwe afspraken bij de ALV in december 2024 ter goedkeuring voor te leggen aan de leden van de VNG. Zodoende weten de gemeenten tijdig welke (financiële) afspraken er vanaf 1 januari 2025 gelden. Als dit niet lukt, dan is het streven om met het Rijk te werken aan een overgangsperiode. Het is op dit moment allerminst zeker wat de inkomsten voor 2025 zullen zijn. In de begroting is rekening gehouden met de huidige tarieven. In totaal gaat het om € 1.330.404 aan inkomsten. Er bestaat dus een risico dat deze geprognotiseerde inkomsten lager uitvallen of voorlopig niet uitbetaald worden. De voorziening is in 2025 niet toereikend om dat volledig op te vangen. - 20 -

3.3 Rioolheffing Voorstel: Tarief eigenarendeel: Uitgaande van 65.531 aansluitingen is voor 2025 het tarief eigenarendeel € 127,73. Hier is voor 2025 de inflatiecorrectie van 5,45% toegepast ten opzichte van het tarief voor 2024. De gemeente Zwolle wil alleen rioolheffing opleggen bij een perceel als er naast hemelwater ook afvalwater direct of indirect op het riool wordt geloosd. Om dit tot uitdrukking te brengen is gekozen voor een variant van een aansluitrecht in combinatie met een afvoerrecht. Op deze wijze worden bijvoorbeeld de garageboxen en opslag/distributieruimten waar geen afvalwater op het riool wordt geloosd, maar wel hemelwater, buiten de heffing gelaten. Voor de eerste 500 m3 afgevoerde afvalwater wordt een vast tarief van de eigenaren geheven (dit is vergelijkbaar met een aansluitrecht). Bij afvoer van afvalwater vanaf 500 m3 worden ook de gebruikers in de heffing betrokken op basis van de hoeveelheid afgevoerde afvalwater (een afvoerrecht). Er vindt een onttrekking plaats ten laste van de egalisatievoorziening rioleringen. Op 29 november 2021 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026 door de Raad vastgesteld. Daarin staan de uitgangspunten voor die jaren vermeld. Tarief gebruikersdeel: De tarieven voor het gebruikersdeel worden eveneens verhoogd met 5,45% In het eigenarendeel is het lozen op de riolering tot 500 m3 meegenomen.

Per 100m3 afgevoerd water worden de tarieven: van 500m3 t/m. 1.000m3 van 1.001m3 t/m. 10.000m3 van 10.001m3 t/m. 50.000m3 van 50.001m3 t/m. 100.000m3 boven 100.000m3

€ 55,58 € 42,76 € 31,87 € 24,13 € 16,84

Reden van heffing: Doorberekenen van de kosten van aanleg, onderhoud en exploitatie van de gemeentelijke voorzieningen ten behoeve van de inzameling en transport van afval- en hemelwater en de negatieve gevolgen van grondwateroverlast te beperken aan belanghebbenden. Beleidsuitspraken: 1. 100% kostentoerekening; 2. Uitvoering van het GRP 2022-2026 (raadsbesluit 29 november 2021); 3. In het kader van het GRP is gekeken naar het meerjarig verloop van de voorziening. In de Perspectiefnota (PPN) 2014 is de ondergrens van de voorziening riolering bijgesteld naar € 1 miljoen. 4. De post BTW-CF betreft de toerekening van de BTW op basis van de begrote uitgaven. Voor 2025 bedraagt het bedrag voor de BTW-CF € 1.092.388; 5. De post toerekening overhead is berekend op basis van de inzet van medewerkers aan Riolering: 11,69 fte tegen een tarief voor overhead van € 66.000 = € 771.260; 1 fte staat voor 1.320 uren; 6. Het rentepercentage over de investeringen is voor 2025 0,2%; 7. Met ingang van 2011 wordt 15% van de kosten van straatreiniging ten laste van Riolering gebracht. De totale begrote kosten voor straatreiniging bedragen € 2,63 miljoen in 2025. Toenemend straatvuil is een bedreiging voor de riolering. We verwachten dat met het schoonhouden van wegen een - 21 -

positieve bijdrage wordt geleverd aan de inloop van vuil in de openbare riolering, waardoor we calamiteiten of extra kosten voor de riolering beperken. Het percentage dat doorberekend wordt, 8. zijnde 15% van het totaal, is een inschatting van het aandeel van het totaal voor dit onderdeel; 9. In 2025 worden de oninbare rioolheffingen en kwijtschelding op totaal € 6.884 geraamd; 10. In het collegeakkoord van mei 2018 is bepaald dat de woonlasten voor de burgers qua heffingen niet meer mogen stijgen dan de inflatiecorrectie; 11. De uitgaven voor vervanging rioolbuizen (vrijverval en/of relining) worden vanaf 2018 niet meer geactiveerd. Op basis van de voorschriften van het BBV van eind 2017 met betrekking tot vaste activa, dienen deze kosten bij het groot onderhoud te worden verantwoord; 12. Zie voor ontwikkelingen in de investeringen, voornamelijk in het kader van klimaatadaptatie, de alinea Investeringen. Overzicht baten en lasten:

Rioolrechten tarieven 2025 Aantal aansluitingen 2025 Tarief Inkomsten bedrijven (gebruikersdeel)

€ €

65.531 127,73 447.182

Lasten Kapitaallasten Rioleringsnota Capaciteitskosten Riolering algemene kosten Riolering onderhoud Riolering reiniging Kosten incasso (GBLT) Toezicht Riolering Doorbelasting kosten straatreiniging Doorbelasting onderhoud stedelijk water Kosten kwijtschelding en oninbare rioolheffingen Subtotaal lasten Bij: BTW-CF Bij: toerekening overhead 11,69 fte x € 66.000 Totaal lasten

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.404.969 728.535 971.434 12.770 3.163.535 574.920 200.067 600 394.537 21.323 6.884 7.479.574 1.092.388 771.260 9.343.222

Baten Rioolrechten, incasso GBLT Inkomsten gebruikersdeel Totale inkomsten

€ € €

8.387.968447.1828.835.150-

Onttrekking aan voorziening riolering

€

508.072-

Mee- en tegenvallers op rioleringsgebied worden verrekend met de ingestelde egalisatievoorziening tarieven rioleringen. Vrijvallende middelen in deze voorziening vallen terug naar de burger in de vorm van lagere c.q. minder snel stijgende rioolheffingen, tarieven worden afgevlakt. Hiermee is in het heffingsjaar 1996 een begin gemaakt. - 22 -

In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen de tarievennota 2025 en de programmabegroting 2025 worden veroorzaakt. In het bijlagenboek van de programmabegroting 2025 (doel 7.3.2) worden totalen gepresenteerd van: - Lasten € 7.478.974 - Baten € 9.343.222 het saldo op het product bedraagt € 1.864.248 Doel 7.3.2 Afvalwater, hemelwater en grondwater wordt duurzaam ingezameld, (her)gebruikt en afgevoerd Begroting 2025 doel 7.3.2

Lasten

Baten

7.478.974

9.343.222

Niet meegenomen kosten: Toegerekende kosten: Toezicht openbare ruimte vanuit doel 7.2.3 Toegerekende indirecte kosten (overhead) Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt

600 771.260 1.092.388

Kosten meegenomen in tarievennota 2025

9.343.222

9.343.22

Er is sprake van kleine afrondingsverschillen (veroorzaakt door de programmabegroting). Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2025 Het volgende onderdeel uit bijlage 1 vormt bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 3. Rioolheffingen - eigenarendeel - gebruikersdeel (grotere lozers, 5 categorieën) Hoofdstuk 11.3. Afkoop infiltratie regenwater Conclusie: De geraamde lasten zijn hoger dan de inkomsten. Het verschil (€ 508.072) wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening tarieven rioleringen, om pieken en dalen in de rioolheffing op te vangen. De geraamde kosten worden voor 100% gedekt. Investeringen: In 2025 zal een bedrag van € 800.000 (excl. BTW) voor riolering worden geïnvesteerd in het kader van klimaatadaptie. De kapitaallasten hiervan komen, conform de regelgeving van het BBV, ten laste van dit product. Het bedrag van € 800.000 wordt in 2025 als jaarschijf aan de investeringen toegevoegd. De kosten van het vervangen/relinen van de rioolbuizen werden tot 2018 als investering verantwoord (vervangingsinvesteringen), deze kosten komen vanaf 2018 ten laste van het onderhoud, op grond van de BBV regelgeving van december 2017. Ontwikkelingen: - 23 -

De gemeente Zwolle, het waterschap Drents Overijsselse Delta en de gemeenten binnen dit beheersingsgebied werken nauw samen in Rivus (gezamenlijk afvalwaterbeheer west-Overijssel) om kennis, kunde te versterken, kwetsbaarheid te verminderen en kosten- en investeringenontwikkelingen in de afvalwaterketen te matigen. Stand egalisatievoorziening Rioleringen: Stand van de voorziening per 01-01-2024

€ 2.922.065

Dotaties in 2024 Toevoeging i.v.m. aanpassingen rente en afschrijvingen Toevoeging i.v.m. aanpassingen rente (Berap 2024-2) Totaal toevoegingen in 2024

€ € €

71.391 47.523 118.914

Onttrekkingen in 2024 Begroot saldo baten en lasten Berap 2024-1 loonsverhoging 2024 Berap 2024-1 bijdrage GBLT Berap 2024-1 bijdrage overlopende posten 2023 Berap 2024-2 minder aansluitingen, subsidiebaten, cao Totaal onttrekkingen in 2024

€ € € € € €

575.917 8.576 5.507722.813 5.072 1.306.871

Stand van de voorziening per 31-12-2024

€

1.734.108

Dotaties in 2025 Totaal toevoegingen in 2025

€

-

Onttrekkingen in 2025 Begroot saldo baten en lasten Totaal onttrekkingen in 2025

€ €

508.072 508.072

Stand van de voorziening per 31-12-2025

€ 1.226.036

- 24 -

3.4 Leges Leges zijn rechten die de gemeente op grond van de Gemeentewet of andere wetten kan heffen in verband met door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Er is een grote diversiteit in de aard van de onder de naam leges te heffen rechten. Vanwege die grote diversiteit is het niet mogelijk, in het kader van de tarievennota, de leges als één geheel te behandelen. Daarom worden achtereenvolgens vermeld: I. Leges Burgerzaken; II. Leges Omgevingsvergunning; III. Milieuleges IV. Leges Juridische Zaken; V. Leges Ondergrondse leidingen; VI. Gedoogbeschikkingen. I. Leges Burgerzaken Voorstel: De tarieven die jaarlijks wettelijk worden vastgesteld op het maximum wettelijk tarief voor 2025 vast te stellen. De overige tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 5,45%. De tarieven voor het huwelijk af te ronden op hele euro’s. De overige tarieven af te ronden op eenheden van € 0,05. Een aantal lage tarieven te verhogen met € 0,05 of € 1,00, omdat verhogen met het inflatiepercentage niet tot een wijziging leidt. Reden van de heffing: Doorberekening van lasten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen voor diverse diensten, alsmede het verstrekken van documenten door de afdeling Inwonerszaken. Beleidsafspraken: Het uitgangspunt van beleid is om bij de leges 100% kostendekking te realiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=d510f4b2-b7ed-4c9b-84e7-84355e162649