TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 32 Boomonderzoek
Tekst van het document
Boomonderzoek Nieuw Harculo, Zwolle Opdrachtgever:
Reales
Projectleiding:
P.H. van der Laan
6 / 10 / 2025
Project B14959
Versie 2
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Inhoud Inleiding ____________________________________________ 3 Doelstelling _________________________________________ 3 Leeswijzer __________________________________________ 3
1
Voorstudie ___________________________________ 4 1.1
2
Onderzoek en resultaten ________________________ 7 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
Ontwerp ________________________________________ 4 Aangeleverde documentatie ________________________ 5 Beleidsstatus bomen ______________________________ 6 Boomlocaties en nummering _______________________ 7 Soorten _______________________________________ 12 Conditieklassen _________________________________ 12 Toekomstverwachting ____________________________ 12 Stadiameters ___________________________________ 13 Compensatie naar verlies aan kroonvolume ___________ 13 Beheeradvies ___________________________________ 13 Groeiplaatsonderzoek ____________________________ 13 Flora en fauna ___________________________________17
Conclusie en advies ___________________________ 18 3.1 Algemeen ______________________________________ 18 3.2 Doorlopend advies _______________________________ 19
Projectgegevens _________________________________ 21 Bijlage 1: Toelichting onderzoek _____________________ 22 Bijlage 2: Boomgegevens __________________________ 27
2
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Inleiding In opdracht van Reales is door Copijn Boomspecialisten in september jl. een onderzoek uitgevoerd bij 47 bomen binnen het project Nieuw Harculo, Zwolle. Het boomonderzoek wordt uitgevoerd omdat er een uitgebreide omvorming in de vorm van nieuwbouw gaat plaatsvinden. Naar verwachting kunnen 46 bomen hierbij niet behouden blijven. Dit onder meer als gevolg van forse ophogingen en een veelvoud aan werkzaamheden gedurende een lange periode. Inzicht in de huidige situatie met betrekking tot de bomen is onder andere nodig in verband met de vereiste omgevingsvergunning en de daarmee samenhangende herplantverplichting. Het ontwerp bevindt zich momenteel in de fase van voorlopig ontwerp. Het bouwplan, infra, planning, transport, depot en plaatsen van materiaal- en materieel valt buiten de scope van de uitvraag.
Doelstelling De gemeente Zwolle heeft in verband met te kappen bomen een 0-meting nodig. Inzicht in parameters zoals soort, stamdiameter, kwaliteit en toekomstverwachting is daarbij van belang. Ook van belang is een berekening van het boomkroonvolume in het kader van de vereiste compensatieopgave.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 is de voorstudie omschreven met project- en situatiebeschrijving. In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het veldonderzoek weergegeven met onder meer de kwaliteit van de bomen en groeiplaatsen. In hoofdstuk 3 komen conclusie en advies voor vervolgonderzoek met diverse aandachtspunten voor de vervolgfasen van het project aan bod.
3
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
1
Voorstudie
1.1
Ontwerp De opdrachtgever heeft onderstaande VO uitgewerkt. Bestaande bomen zijn daarop aangegeven met een witte stip.
Figuur 1: Ontwerp met bestaande bomen.
De bomen binnen de rode ovalen kunnen niet behouden blijven. Verder groeien er zes niet inpasbare lindes langs de Professor Feldmannweg, zie onderstaande ontwerp.
4
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Figuur 2: Ontwerp ter hoogte Professor Feldmannweg met zes te kappen bomen (rood kruis).
Aangeleverde documentatie Deze BEA is opgesteld op basis van de aangeleverde informatie door de opdrachtgever in de vorm van tekeningen en data:
5
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Beleidsstatus bomen Binnen het plangebied zijn geenl bomen aangemerkt als bijzondere boom. Op https://zwolle.maps.arcgis.com is de ‘Groene Kaart’ te vinden. Onderstaand is een uitsnede ter hoogte van het projectgebied van de gemeentelijke groene kaart weergegeven.
Figuur 3: Uitsnede ‘Groene Kaart’ van de gemeente Zwolle. Op twee lindes langs de Prof. Feldmannweg na staan de bomen in de hoofdgroenstructuur. Er zijn geen exemplaren aangemerkt als bijzondere boom.
6
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
2
Onderzoek en resultaten Tijdens het veldbezoek zijn de 47 bomen onder meer beoordeeld op VTA aspecten. In dit hoofdstuk is een samenvatting van enkele belangrijke parameters uitgewerkt.
2.1
Boomlocaties en nummering
Onderstaand zijn kaarten met boomlocaties en nummering opgenomen en vervolgens een aantal foto’s.
Figuur 4: Terrein Nieuw Harculo met boompunten en nummering. Rood staat voor niet te behouden. Groen (nr. 41) staat voor wel inpassen.
7
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Foto met links een populierenrij en rechts enkele iepen. Doordat de populieren circa 1 m hoger staan is hier binnen de gehele kroonprojectie van circa 20 m in oost-west richting, geen ophoging nodig en wordt uitgegaan van behoudt.
Figuur 5: Boompunten en nummering Prof. Feldmannweg. Dit betreft gemeentebomen.
8
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
2
6
Foto links: papier berk nummer 1 met terugstervende toppen. Foto rechts: Gewone populierenrij nrs. 2 t/m 6. Bij de buitenste exemplaren in de rij is er sprake van uitzakken van takken.
19
20
22
23
Foto links: Twee vanuit de wortel uitgelopen iepen, nrs. 19 en 20 nadat de boom van de ent/onderstam is afgebroken. Foto rechts: Gezonde, maar gevaarlijke, volwassen iepen. Er is sprake van direct windworpgevaar als gevolg van uitgestelde onverenigbaarheid, nrs. 22 en 23. Van de zestien nog zichtbare iepen zijn er de afgelopen jaren zes afgebroken van de ent.
9
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Foto restant van een zware recent (voorjaar 2025) afgebroken iepenstam. De ruwe iepen onderstam is het afgelopen groeiseizoen alweer uitgelopen.
10
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
28
24
Foto met vijf van de twaalf gewone esdoorns. Deze bomen blijven duidelijk achter in ontwikkeling.
40
39
47
46
Foto links: Twee ruwe berken, nrs. 39 en 40 met dode toppen. Foto rechts: Gezonde (jong)volwassen winterlindes, nrs. 46 en 47 buiten het terrein, met een verkeer geleidende functie.
11
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
2.2
Soorten
In onderstaande tabel zijn de aangetroffen soorten en aantallen weergeven. De volledige beoordeling van de bomen is als bijlage 2- Boomgegevens, aan dit rapport toegevoegd. Nederlandse soortnaam
Aantal
Noorse (bol)esdoorn
2
Gewone esdoorn
12
Berk (papierberk en ruwe berk)
4
Gewone populier
6
Hongaarse eik (te behouden)
1
Winterlinde
6
Ruwe iep
16
Totaal
47
Tabel 1: Boomsoorten en aantallen.
2.3
Conditieklassen
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vier geconstateerde conditieklassen. Conditie
Goed
Redelijk
Matig
Slecht
Aantal bomen
29
3
10
5
Tabel 2: Samenvatting conditieklassen in aantallen bomen.
2.4
Toekomstverwachting
Van alle bomen is de toekomstverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden bepaald en weergegeven in onderstaande tabel. Toekomstverwachting
Aantal
< 5 jaar
3
< 15 jaar
22
> 15 jaar 22 Tabel 3: overzicht toekomstverwachting in twee klassen.
Voor een ruime helft van de bomen geldt een beperkte toekomstverwachting. Hieronder vallen de berken, de nog niet omgevallen iepen en de meeste gewone esdoorns.
12
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
2.5
Stadiameters
De stamdiameters zijn met ¶-band op de cm nauwkeurig opgemeten. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verdeling in stamdiameters. Stamdiameter
15-30 cm
30-50 cm
50-70 cm
70-90 cm
100 cm
Aantal bomen
13
17
11
5
1
Tabel 4: Verdeling stamdiameters
2.6
Compensatie naar verlies aan kroonvolume
Het bestand bestaat uit zowel een aantal kleinere bomen als behoorlijk forse exemplaren. Het boomkroonvolume (BKV) is een graadmeter van de boomwaarde. Van elke boom is de kroonprojectie met meetband in twee richtingen opgemeten in decimeters nauwkeurig. Hoe groter de boom hoe meer functies de boom levert. Het totale BKV van de 31 bomen welke als gevolg van de ontwikkeling onder verantwoording van Reales gekapt moeten worden is berekend op 17.672 m3. Van Deze te kappen exemplaren hebben op hoofdlijnen een ellipsoïde kroonvorm. Het BKV is mede van belang voor het kunnen vaststellen van de vereiste herplantbehoefte. Het gemiddelde BKV per te kappen boom is circa 570 m3. Voor herplantmaat 14-16 cm geldt een gemiddeld BKV van 5 m3. Om na aanplant een met de te kappen bomen vergelijkbaar kroonvolume te kunnen realiseren zouden er ruim 3.500 bomen geplant moeten worden. Met een grotere plantmaat is dit aantal kleiner. In bijlage 1 volgt nog enige toelichting op de BKV berekening en werkwijze.
2.7
Beheeradvies
Vanwege de huidige lage gevaarzetting ten aanzien van de houtopstand, behalve de lindes, spelen er momenteel geen urgente maatregelen. Maatregel
urgentie
Aantal
Onderhoudssnoei regulier
< 1 jaar
5
Gerichte snoei
< 1 jaar
5
Rooien
< 2 à 5 jaar
2
Vormsnoei (specifieke snoei bolesdoorns)
< 1 jaar
2
bomen
Tabel 6: Overzicht beheermaatregelen, urgentie en bijbehorende aantallen.
2.8
Groeiplaatsonderzoek
Aanvullend is op enkele plekken gekeken naar het bodemprofiel. De boorlocaties zijn aangegeven met een letter, terug te vinden in onderstaande plattegrond.
13
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
B
A Figuur 6: Locaties groeiplaatsonderzoek.
Foto Groeiplaatsonderzoek bij boom 42. Beschrijving locatie
Diepte in
Bodemprofiel
cm -mv
Indicatie Verdichting MPa
14
Beworteling
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Locatie A,
Kleiig: Vochtig met
3 (sterk
Intensieve
boom/struik 18,
0-30
roest-, matig humeus-,
verdicht,
beworteling gras
Ulmus glabra. In gras
uiterst fijn-, bruin zand
beperking
(geen
wortel-
boomwortels)
op 4 m uit betonplaten rijbaan
mogelijkheden) 30-75
Droog-, matig humeus-,
2,5
Onderin stofdroog,
sterk lemig, uiterst fijn-,
dikkere dode
lichtgeel zand
wortels van eerder omgevallen iep
75-100
Stofdroog-, zeer
2,5
humusarm-, leemloos-,
Alleen enkele fijne wortels
matig fijn-, licht geel zand Locatie B, Boom 42,
0-10
Licht vochtig-, humeus-,
Tilia cordata. In ruw
sterk lemig-, uiterst fijn-,
gras op 2,5-4,5 m uit
donker zand
bkk rijbaan (Bij de
10-40
Licht vochtig-, matig
2,5
-
2,5
Op 40 cm dikke
laatste 4 lindes
humeus-, uiterst fijn-,
wortels en/of puin.
asfaltrijbaan).
lichtgeel zand
Niet verder te boren
40-50
Licht vochtig (droger)-, zeer humusarm-, matig
fijn-, lichtgeel zand Tabel 5: Resultaten bodemonderzoek.
15
2,5
-
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Foto’s Profielboring en bodemprofiel bij boom 18, ruwe iep.
16
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
2.9
Flora en fauna
In diverse bomen zijn vogelnesten aangetroffen. Zolang er sprake is van nest indicerend gedrag mag er geen verstoring plaatshebben. De kap dient buiten het broedseizoen plaats te hebben. Onder andere nesten van roofvogels zijn jaarrond beschermd. Een quickscan gericht op vogels, enkele dagen voorafgaande aan de kap, door een ter zake kundig ecoloog, is van belang om te voorkomen dat de omgevingswet wordt geschonden.
Foto boom 4, Populier met een potentieel jaarrond beschermd nest in een takkrans op hoogte. De boom blijft naar verwachting behouden.
17
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
3
Conclusie en advies 3.1
Algemeen
In totaal zijn er naar verwachting 46 van de 47 beoordeelde bomen niet te handhaven in het kader van de bouwplannen. Drie partijen zijn hierbij verantwoordelijk voor een deel van de kap. Dit betreft IJsselwerken, Reales en Gemeente Zwolle. Voor Reales gaat het om 31 bomen. Binnen het projectgebied groeien ook bomen die, al dan niet met de nodige bescherming, vermoedelijk wel te handhaven zijn. Er dient een herplant-/compensatieplan te worden uitgewerkt conform het gemeentelijk beleid. Het verlies aan kroonvolume vormt daarin een belangrijk uitgangspunt. Los van het project zijn er twee bomen waarvoor rooien wordt geadviseerd. Dit betreft iep nr. 23 en de gewone esdoorn nr. 34. Kappen van de iep is van belang in verband met een risico op beschadiging van de betonconstructie naast deze windworpgevaarlijke boom.
Foto links: stamvoet iep nr. 23. Er is sprake van een direct verhoogd windworprisico als gevolg van uitgestelde onverenigbaarheid. Foto rechts: Gewone esdoorn nr. 34. Er is sprake van een verhoogd stambreukrisico als gevolg van een langgerekte opening door de stam in combinatie met ernstige stagnatie. Het boomkroonvolume is slechts 2,9 m3.
Verder zijn alle grote iepen in de nieuwe situatie niet in te behouden vanwege een direct sterk verhoogd windworprisico. Momenteel is de gevaarzetting erg laag en kunnen de bomen vrij (in het gras) vallen. De valrichting is gegeven de windbelasting in de meeste gevallen in de richting van het bouwproject.
18
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
3.2
Doorlopend advies
Geadviseerd wordt om in de meer concrete fasen van het project een bomeneffect Analyse (BEA) uit te werken voor alle bomen binnen de invloedssfeer van het project die niet op de kaplijst komen te staan. In bijlage 1 is enige algemene informatie over BEA’s opgenomen. De omvangrijke Hongaarse eik op onderstaande foto wordt bij voorkeur ingepast in de plannen. Het boomkroonvolume van dit exemplaar is circa 2.900 m3. De juiste boombescherming is van belang.
Foto’s boom 41. Een fraaie gezonde Hongaarse eik.
Door nieuwbouw in de nabijheid van boom 41 neemt de gevaarzetting sterk toe. De bebouwing blijft hier tenminste 7,5 m uit de kronen van de hoofdgroenstructuur en 10 m uit de kroon van de Hongaarse eik. Onder ander de wijze van terreininrichting bepaald in hoeverre er kans is op schade aan kroon- en/of beworteling. De Hongaarse eik heeft geen duidelijke wortelaanlopen. Uitgestelde onverenigbaarheid komt ook bij deze boom veel voor. Met het oog op de toekomstige situatie achten we nader onderzoek van belang in de vorm van een trekproef. Aandachtpunten bij een BEA met een grootschalig project als Nieuw Harculo zijn onder andere: Aan- en afvoerroute van transport buiten de kroonprojecties; Het inrichten van opstelplaatsen voor hijswerkzaamheden, opslag van materiaal en materieel buiten de invloedsfeer van te behouden bomen; Uitwerken omgang boombescherming in de vorm van uit te werken boombeschermingsplannen. Verantwoordelijk voor de tijdige uitwerking zijn betreffende (sloop-, bouw en overige) aannemers. Afstemming van de werkplannen en goedkeuring vindt plaats door een onafhankelijk boomtechnisch adviseur; Realisatie van NUTS-voorzieningen en terreininrichting; Afgraving en ophoging; Bronnering; Wijziging waterhuishouding nabij bomen; 19
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Beoordelen (gewijzigde) gevaarzetting en onderhoud behoefte; inspectie gewijzigde samenhang houtopstand na vellen naburige bomen; Monitoring/jaarlijkse inspectie van alle bomen binnen de invloedssfeer van het project.
Algemene boombescherming tijdens uitvoering Inrichting van de bouwlocatie , aan- en afvoerroutes en de overige te volgen werkwijzen dienen vooraf door een boomtechnisch adviseur te worden getoetst. De randvoorwaarden voor boombescherming dienen binnen de uitvraag meegenomen te worden.
Tijdens de werkzaamheden wordt geadviseerd om een boomtechnisch toezichthouder in te stellen. Deze dient in bezit te zijn van ETT, ETW of gelijkwaardig qua ervaring. De toezichthouder heeft een adviserende rol, controleert boombeschermende maatregelen en houdt een logboek bij van de constateringen; Voorafgaand aan de werkzaamheden vindt er een startgesprek plaats tussen toezichthouder, aannemer en boomeigenaar; Snoei mag enkel worden uitgevoerd door een gecertificeerd ETW’er en onder toezicht van een boomtechnisch toezichthouder; Plaatsen van vaste bouwhekken langs alle te handhaven bomen op minimaal 1,5 meter buiten de kroonprojectie waar mogelijk en zinvol; Bij werkzaamheden waar het afschermen van de kroonprojectie niet mogelijk is dient er stambescherming geplaatst te worden (planken) op een verende ondergrond tot een hoogte van 2,5 tot 3 meter voor zover stam en kroon dit toelaten;
20
B14959 І Boomonderzoek Nieuw Harculo Zwolle І V1
Projectgegevens Opdrachtgever Naam: Contactpersoon:
Reales G. de Jong
Werkadres Straat: Plaats:
IJsselcentraleweg en Professor Feldmannweg Zwolle
Bedrijfsgegevens Naam: Onderzoek en advies: Interne controle door: Adres: Postcode en plaats: Telefoon: E-mail: Internet:
Copijn Boomspecialisten B.V. P.H. van der Laan ӏ sr. boomtechnisch adviseur J. van Dijk ӏ technisch specialist bomen en groeiplaatsen (ETW) Gageldijk 4f 3566 ME Utrecht 030-2644333 Advies@copijn.nl www.copijn.nl
Datum: Projectnummer:
30-9-2025 B14959
Heeft u naar aanleiding van dit rapport nog vragen of opmerkingen? U kunt contact opnemen met Copijn Boomspecialisten via bovengenoemd nummer.
Copijn Boomspecialisten B.V. Specialist in boomtechnisch onderzoek!
© 2025 Copijn Boomspecialisten B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Copijn Boomspecialisten B.V. Copijn Boomspecialisten B.V. is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
21
Bijlage 1: Toelichting onderzoek Doelstelling BEA Een BEA is een instrument binnen het proces rond planvorming en vergunningen om invloeden op bestaande bomen binnen een projectlocatie in beeld te brengen. Dit op basis van het ontwerp en alle verder beschikbare informatie. Het betreft een modelbeoordeling die Copijn uitvoert conform de landelijke Richtlijn BEA (Bomenstichting en CROW 2019). De BEA is een toetsing van een ruimtelijke ingreep op een bepaald moment. Bij de ruimtelijke ingreep speelt een dynamisch (ontwerp- en uitvoerings) proces, zie afbeelding.
Daarom is het wenselijk om de BEA integraal onderdeel te laten zijn van de planvorming. Bij ontwerpwijzigingen dient de BEA weer aangepast te worden. Een BEA kan opgemaakt worden in een voorstudie fase waarbij randvoorwaarden worden gegeven, maar kan ook nog van belang zijn wanneer er al een ontwerp (SO, VO of DO) ligt. In dat geval worden concrete effecten getoetst.
De rapporten hebben min of meer een vaste opbouw maar het betreft altijd maatwerk. De BEA geeft per boom antwoord op de vraag of deze met het oog op de voorgenomen bouw of aanleg in zijn huidige verschijningsvorm en op zijn huidige standplaats duurzaam behouden kan blijven. Wanneer behoudt mogelijk is, moeten de randvoorwaarden hiervoor duidelijk aangegeven worden. Deze randvoorwaarden kunnen het plan of ontwerp betreffen (aanpassen ruimtelijke setting) of van technische aard zijn (bijvoorbeeld de voor de realisatie toe te passen technieken). Op basis van de resultaten van een BEA kan een onderbouwde afweging betreffende het wel of niet (kunnen) behouden van een boom gemaakt worden. Deze onderbouwing vormt dan de inhoudelijke basis voor een besluit tot kap voor het geval behoud niet haalbaar is. Berekening boomkroonvolume (BKV) De ellipsoïde wordt gehanteerd als rekenmethodiek om de data om te zetten naar BKV, deze komt overeen met de landelijke bomennorm van Stichting Norminstituut Bomen (NIB).
De formule is: 3/4¶*A*B*C In verband met de herplant opgave wordt doorgaans een gemiddelde BKV per boom berekend. Voor nieuwe aanplant geldt een standaard BKV van 5 m³ voor bomen met een plantmaat van 14-16. Grotere (zwaardere) boommaten (bijvoorbeeld vanaf maat 25 - 30) geven direct bij aanplant meer volume, maar vragen ook meer investering onder andere in de aankoop, het transport, het planten evenals de benodigde nazorg. Voor grotere maten, vanaf 45-50, wordt het actuele kroonvolume bepaald op basis van de feitelijke maatvoering van de kroon.
23
Conditiebeoordeling De conditie van de bomen wordt onder meer beoordeeld op basis van scheutlengte, knopzetting en kroonvorming (vertakkingspatroon). Daarnaast wordt gekeken naar de bladbezetting, de bladkleur en -grootte. Waar vitaliteit meer zegt over het regeneratief vermogen van bomen is het aspect conditie alleen een momentopname. De Duitse boswetenschapper Prof. Dr. A. Roloff heeft een systematiek ontwikkeld om de conditie en vitaliteit van bomen te beoordelen op de basis van hun kroonbeeld. Zijn boek ‘Baumkronen’ uit 2001 wordt ook in Nederland veel gebruikt als basis voor een dergelijke beoordeling. In 2018 heeft Roloff deze systematiek uitgebreid met de focus op de beoordeling van oudere bomen die andere groeipatronen laten zien dan jonge exemplaren. De conditie is ingedeeld in de categorieën goed, redelijk, matig, slecht en stervende of dood. Hieronder volgt een korte toelichting op de conditie bepalende aspecten. Goed:
Redelijk: Matig:
Slecht: Dood:
Goed
De groei is door de hele kroon heen goed met scheutlengtes die passen bij de soort en leeftijd. Bij jongere exemplaren doorgaans sterk groeiende eindscheuten en goed groeiende zijscheuten. Oudere exemplaren die hun volle maat hebben bereikt hebben een samenhangende en volle kroon met een goede bladbezetting en een fijn en dicht patroon van twijgen met veel zijscheuten. Normaal groeiende twijgen, voldoende aantal knoppen op kort- en langloten; soms verminderde ontwikkeling van zijknoppen; Verminderde twijggroei, transparante of niet meer samenhangende kroon door verminderde ontwikkeling van zijknoppen; afstervende takuiteinden in buitenrand kroon, regeneratiegroei op stam en/of hoofdtakken; Sterk transparante kroon door grootschalig afgestorven twijgen en takken, nauwelijks groei, afgestorven takuiteinden. geheel afgestorven boom of bijna volledig afgestorven boom.
Redelijk
24
Matig
Stervende/ dood
Stabiliteit en structuur Naast de conditie is de stabiliteit en structuur van de bomen beoordeeld. Bij deze beoordeling wordt visueel naar symptomen gezocht die veroorzaakt (kunnen) zijn door gebreken. De bomen worden hierbij op vier onderdelen beoordeeld: de stamvoet, stam en kroon. Er wordt gezocht naar gebreken in één of meerdere onderdelen van de bomen, zoals (parasitaire) zwammen, scheuren in het hout, holtes, verdikkingen in (onder)stam e.d. Goed:
Matig:
Slecht:
Geen signalen van mechanische verzwakking of hoogstens signalen van lichte mechanische verzwakking: bijvoorbeeld beginnende overbelasting, lichte mechanische beschadigingen, middelgrote snoeiwonden of ontwikkelende groeibanen; Signalen van vrij ernstige mechanische verzwakking: bijvoorbeeld overbelaste hoofdtakken, plakoksels met versterkingsgroei, inrottende wonden of recente scheefstand; Mechanisch sterk verzwakte boom: bijvoorbeeld diep inrottende wonden, acute dreiging van uitbreken van takken, stambreuk of windworp.
25
Holte in stam
Mechanische schade
Toekomstverwachting Op basis van conditie, gebreken, standplaats en soortspecifieke eigenschappen wordt de (actuele) toekomstverwachtingsklasse bepaald. De toekomstverwachting geldt bij gelijkblijvende omstandigheden en is geen maximale levensduur van de boom. De toekomstverwachting is een indicatie van de periode waarbinnen geen uitval van de boom wordt verwacht. Het is dus goed mogelijk dat een boom (veel) ouder wordt dan de opgegeven toekomstverwachtingsklasse. Tussen vergelijkbare even oude, gezonde kort- en langlevende boomsoorten kan de toekomstverwachting variëren. Een hoge toekomstverwachting betekent dat er op dit moment geen belemmeringen voor een duurzame ontwikkeling van de boom te verwachten zijn. De boom kan nog langer dan circa 15 jaar behouden blijven. Bij een middellange toekomstverwachting wordt ervan uitgegaan, dat een boom nog circa 10 à 15 jaar (of langer) gehandhaafd kan blijven. Aan de hand van maatregelen zoals groeiplaatsverbetering kan de omloop in veel gevallen nog worden verbeterd. Bij bomen met een lage toekomstverwachting is afsterven binnen een aantal jaren te verwachten. Problemen met de stabiliteit en/of kwaliteit kunnen aan de orde zijn. Mogelijk is rooien aan de orde maar misschien kan de boom, eventueel in gewijzigde vorm, als flora en fauna boom ter plaatse nog behouden blijven.
Groeiplaatsonderzoek De kwaliteit en omvang van de groeiplaats (ondergrondse groeisituatie) van een boom is veelal bepalend voor haar ontwikkelingsmogelijkheden. Indien er sprake van een afnemende conditie is het belangrijk te weten in hoeverre dit is toe te schrijven aan eventuele ongunstige groeiplaatsomstandigheden. Wanneer er veranderingen binnen het wortelstelsel plaatsvinden is het belangrijk om te weten welke impact dit op de boom kan hebben. Hiervoor is het essentieel om een beeld te hebben van de opbouw van het bodemprofiel en het wortelstelsel. In het kader van dit onderzoek is de groeiplaats en de wortelsituatie steeksproefsgewijs nader bekeken.
26
Bijlage 2: Boomgegevens
27