TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 18 Onderzoeksopzet aanvullend bodemonderzoek
Tekst van het document
ONDERZOEKSOPZET AANVULLEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 / NEN 5707 / NTA 5755
IJsselcentraleweg 6, Zwolle (Harculo) Rapportnummer: P2400784 Concept V-5 (30 april 2026) Opdrachtgever: Reales Projecten 4 B.V. Hopman en Peters B.V. – Renswoude | In samenwerking met Mateboer Milieutechniek Opgesteld: T. Veen / J.J. Stolte | Projectleider: T. Veen
30 april 2026 1
1. AANLEIDING ........................................................................................................................ 3 2. ANALYSEPAKKETTEN ........................................................................................................... 3
2.1 STANDAARDPAKKET GROND ................................................................................................ 3 2.2 STANDAARDPAKKET GRONDWATER..................................................................................... 3 2.3 SPECIFIEKE ONDERZOEKSLOCATIES PER DEELLOCATIE ...................................................... 4 2.4 ASBEST NEN 5707 (PAR. 6.4.5) ............................................................................................ 5 2.5 SLAKKENWOL ....................................................................................................................... 5 3. INDELING DEELLOCATIES .................................................................................................... 7 4. ONDERZOEKSOPZET PER DEELLOCATIE ............................................................................... 8
DEELLOCATIE 1 – KOLEN- EN OLIEPARK (35.672M²) ................................................................ 8 DEELLOCATIE 2 – ZUURPARK, EINDE SPOORBAAN EN LICHTE OLIEPARK (9.408M M²) ........... 12 DEELLOCATIE 3 – VOORMALIGE LOCATIE CENTRALE (37.655 M²) .......................................... 16 DEELLOCATIE 4 – VOORMALIGE PCB-VERONTREINIGING/ BRANDWEERPOST (8.644M²) ....... 23 DEELLOCATIE 5 – OOSTELIJKE DEEL NAAST FABRIEK (31.652M²)........................................... 25 DEELLOCATIE 6 – TOEGANGSGEBOUW EN GEBIED ERACHTER (7.237M²)................................ 28 DEELLOCATIE 7 – DE UITSPANNING (15.567M²) ...................................................................... 30 5. GRONDWATER – PCB (TERREINBREED) ............................................................................. 33 6. RADIOACTIEF SLAKKENWOL .............................................................................................. 33 7. UITVOERING, RAPPORTAGE EN OPLEVERING .................................................................... 34
7.1 UITVOERING VELDWERK .................................................................................................... 34 7.2 VERWERKING EN BEOORDELING ........................................................................................ 34 7.3 RAPPORTAGE ...................................................................................................................... 34
30 april 2026 2
1. AANLEIDING Voor het terrein van de voormalige IJsselcentrale Harculo te Zwolle is een herontwikkeling voorzien naar woongebied (~526 woningen). Dit document betreft de onderzoeksopzet (V-4) voor het aanvullend bodemonderzoek, gebaseerd op het historisch onderzoek NEN 5725 (P2400784, april 2026) en het actualiserend onderzoek V4 (Hopman en Peters, 2024–2025). Het doel van het aanvullend onderzoek is het verkrijgen van voldoende inzicht in de milieu hygiënische bodemkwaliteit, zodanig dat kan worden vastgesteld of het terrein geschikt kan worden gemaakt voor de beoogde woonfunctie. Het onderzoek richt zich op: (1) verificatie en afperking restverontreinigingen, (2) beoordeling diffuse PCB-belasting, (3) vaststelling gevallen van (ernstige) verontreiniging, (4) toetsingskader voor besluitvorming.
2. ANALYSEPAKKETTEN 2.1 Standaardpakket grond De laboratoriumanalyse bestaan uit het standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB's (7), minerale olie. Deze worden aangevuld met de parameter Cr³, Cr6, vluchtige aromaten (BTEXN) en PFAS. Per verdachte deellocatie wordt toegelicht welke parameters naast het standaardpakket worden ingezet.
2.2 Standaardpakket grondwater De laboratoriumanalyse bestaat uit het standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie. Deze worden aangevuld met de parameter PCB. Per verdachte deellocatie wordt toegelicht welke parameters naast het standaardpakket worden ingezet.
2.3 Uitvoering onderzoek •
•
Bij afwijkende zintuigelijke en analytische waarneming, dan wel bij onvoldoende beeld van de omvang van de vervuiling, kan het aantal boringen, parameters en analyses aangepast (aangevuld) worden, totdat een goed beeld verkregen wordt van de status van de bodem. Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Daarbij wordt rekening gehouden met de sterk wisselden grondwaterstand door de ijssel.
Op meerdere deellocaties overlappen de VED-HE strategie (NEN 5740 §5.6) en de VEPen NTA 5755-strategieën (§5.3 en §5.5) ruimtelijk. De boorresultaten worden per strategie apart geïnterpreteerd en gerapporteerd conform NEN 5740 §7. Voor de 30 april 2026 3
samenstelling van VED-HE mengmonsters geldt dat boringen die liggen binnen of direct grenzend aan een vastgestelde IW-contour (o.a. boring 79 PCB, boring 125 Ni/Pb, boring 06 PCB) niet worden opgenomen in de mengmonsterzones. Dit voorkomt verdunning van de puntbronconcentratie in het mengmonster. Met het onderhavige onderzoek wordt, op basis van de thans beschikbare informatie, beoogd voor de relevante aspecten en factoren – waaronder de aard en omvang van de verontreiniging, de opbouw en effectiviteit van de huidige leeflaag, het toekomstige gebruik, de bouwkundige opzet en eventuele saneringsmaatregelen (extra ophoging/ weghalen van verhoogde waarden) – voldoende inzicht te verkrijgen om een onderbouwde risico-beoordeling uit te voeren. Op basis van de onderzoeksopzet wordt verwacht dat hiervoor afdoende informatie beschikbaar komt. Indien uit de resultaten blijkt dat aanvullende gegevens noodzakelijk zijn, zal dit gericht worden aangevuld middels nader onderzoek, zoals aanvullende boringen en/of analyses. De risico-beoordeling zal worden uitgevoerd op basis van het integrale beeld van de bodemkwaliteit in relatie tot het beoogde gebruik. Indien daarbij (additioneel) onaanvaardbare risico’s worden vastgesteld, zullen passende maatregelen worden getroffen om deze risico’s weg te nemen of te beheersen.
2.4 Specifieke onderzoekslocaties per deellocatie DL 1
1 1 1 1/2/3/4 2 2 2
Aanvulling Trimstations (VEP, steekbus) NTA 5755: Boring 79
Indicatief verificatie ontgraving 2017-2018 NTA 5755: PCB
2 2
HBO-I leiding (VEP) Neutralisatiebassins (VEP) Lichte Olietank Einde Vulcateenleiding historische lekkage Neutralisatiebassin NTA 5755: PCB Boring 6
3 3
Chloor-/loogtank (VEP) Isopropylalcohol
3
4
Smeerput en transformatoren Olie onder leeflaag (VEP, steekbus) MAVO Boxen
5
Chloor-/bleekloogtank
4
30 april 2026 4
Parameters Standaardpakket grond
Ni, Pb incl. ontsluiting + structuurpakket Standaardpakket grond PCB, minerale oliën, structuurpakket Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond PCB en minerale olie + structuurpakket Standaardpakket grond GW-monster (isopropylalcohol) Standaardpakket grond
Aanvullende parameters BTEXN (ongeroerd monster), vanadium
PFAS, Cr³, Cr6, BTEXN (ongeroerd monster) Sulfaten, chloriden, pH, BTEXN, Chloride, BTEXN (ongeroerd monster) Sulfaten, chloriden, pH Sulfaten, chloriden, pH, BTEXN,
Standaardpakket grond
BTEXN (ongeroerd monster),
Standaardpakket grond
PFAS,BTEXN (ongeroerd monster) pH, chloriden
Standaardpakket grond
5 5 7 7
(VEP) Ammoniak opslag Tankstation (VEP, steekbus) Koelwatergebouw (VEP) Chlooropslag (VEP) VED-HE (§5.6) locatie
Standaardpakket grond Tankstation pakket
Ammonium (NH₄⁺), PH -
Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond
PFAS, Cr³, Cr6, Sulfaten, chloriden, pH, PFAS, Cr³, Cr6,
2.4 Asbest NEN 5707 (par. 6.4.5) Aangezien de ligging van een ongeroerde ondergrond als gevolg van historisch grondverzet niet eenduidig vast te stellen is, wordt de onderzoeksstrategie primair gericht op de bovengrond en de verwachte verspreiding van sloopgerelateerd asbest. Per deellocatie (DL1, DL2, DL3, DL5, DL6) wordt een maaiveldinspectie uitgevoerd in combinatie met inspectiegaten (ca. 0,3 × 0,3 m) tot minimaal 0,5 m-mv, waarbij vrijkomend bodemmateriaal zintuiglijk wordt beoordeeld en bemonsterd voor asbest (mengmonsters). Indien tijdens de uitvoering zintuiglijke aanwijzingen voor asbest worden aangetroffen, wordt de ontgravingsdiepte direct aangepast en verdiept. Indien uit analytische resultaten blijkt dat sprake is van verhoogde gehalten, wordt in een vervolgfase gericht verdiepend onderzoek uitgevoerd.
2.5 Slakkenwol De aanwezigheid van (radioactieve) slakkenwol in de bodem wordt op basis van de beschikbare informatie als zeer onwaarschijnlijk beschouwd. Tijdens de gebruiksfase waren de vloeren binnen de centrale voorzien van stelconplaten of andere gesloten verhardingen, waardoor direct contact tussen slakkenwol en de onderliggende bodem in beginsel niet aannemelijk is. Indien incidenteel materiaalverlies heeft plaatsgevonden, is dit naar verwachting beperkt gebleven tot de verhardingen en in het kader van regulier onderhoud, sloop en eerdere saneringswerkzaamheden verwijderd. Ook tijdens de bouwfase wordt bodemcontact als beperkt ingeschat, aangezien slakkenwol doorgaans werd toegepast nadat het bouwkundig casco en de vloeren waren gerealiseerd. Buiten de centrale zijn geen aanwijzingen gevonden voor toepassing van radioactieve slakkenwol. Toepassing vond plaats in installatiedelen zoals leidingen, kanalen, ketels en brandwerende constructies binnen de centrale en niet als gevel- of dakisolatie. Uit aanvullende documentatie (bijlage 2, Applus) blijkt dat in de periode van 6 februari 2017 tot en met 23 januari 2019 een integrale sanering van radioactieve slakkenwol heeft plaatsgevonden onder begeleiding van een stralingsdeskundige en conform asbestsaneringscondities (containment).
Hierbij is het materiaal verwijderd, afgevoerd als radioactief afval en zijn de betreffende installaties en ruimtes gereinigd. Na sanering zijn inspecties uitgevoerd, inclusief visuele controles, veegtesten en metingen met stralingsapparatuur. In afstemming met de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) is vastgesteld dat vrijgave van locaties uitsluitend plaatsvindt indien middels metingen is 30 april 2026 5
aangetoond dat geen significante stralingsniveaus aanwezig zijn boven het achtergrondniveau. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de locaties na sanering zijn vrijgegeven voor hergebruik. Aanvullend heeft het ANVS geadviseerd een terreinmeting uit te voeren om eventuele restverontreiniging in de bodem uit te sluiten. Een dergelijke meting wordt als passend en proportioneel beschouwd. Derhalve wordt voorgesteld om deelgebieden 1 t/m 5 en 7 indicatief te screenen met stralingsmeetapparatuur. Indien daarbij afwijkingen ten opzichte van het achtergrondniveau worden vastgesteld, kan gericht aanvullend bodemonderzoek (radionuclidenanalyse) worden uitgevoerd. Dit wordt beschouwd als een afzonderlijk, verificerend onderzoek.
30 april 2026 6
3. INDELING DEELLOCATIES
5 3 1 7 2
4
6
Locaties Deellocatie 1 Deellocatie 2 Deellocatie 3 Deellocatie 4 Deellocatie 5 Deellocatie 6 Deellocatie 7
DL 1 2
3 4 5 6 7
Naam Kolen- en Oliepark Zuurpark, einde spoorbaan, lichte oliepark Voormalige locatie centrale Voorm. PCB-verontreiniging / brandweerpost Oostelijke deel naast fabriek Toegangsgebouw en gebied erachter De Uitspanning
Opp. (m²) 35.672 9.408
Strategie VED-HE (§5.6) + VEP (§5.3) VED-HE (§5.6) + VEP (§5.3)
37.655 8.644 31.652 7.237
ONB (§5.7) + VEP (§5.3) VEP (§5.3) — verificatie onder leeflaag* VED-HE (§5.6) + VEP (§5.3) VED-HE (§5.6) + VEP (§5.3)
15.567
VED-HE (§5.6) + VEP (§5.3)
* DL4: "Uit de saneringsgegevens van Mateboer (2024) blijkt dat de leeflaag op DL4 en 7 varieert: in het grootste deel van het deelgebied bedraagt de saneringsdiepte 1,5 m-mv waarbij de contactzone voorgesorteerd is om te voldoen aan klasse wonen (dient vastgesteld te worden middels verder onderzoek en analyses). Op lokale plekken — met name nabij het dijklichaam en de monumentale boom — is de saneringsdiepte geringer (plaatselijk tot circa 1,0 m-mv), waarbij klasse industrie tot sterk verontreinigd is aangetroffen. Het evaluatierapport van de PCBsanering is door Engie op 13 oktober 2025 ingetrokken; de sanering is daarmee formeel niet afgemeld bij het bevoegd gezag. De verticale contour onder 1,5 m-mv is nog niet vastgesteld."
30 april 2026 7
4. ONDERZOEKSOPZET PER DEELLOCATIE Per deellocatie wordt de volgende onderzoeksopzet gehanteerd conform NEN 5740:2023+C1:2024: • Strategie VED-HE (§5.6): verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, voor het gehele deellocatie oppervlak • Strategie VEP (§5.3): verdachte locatie met een duidelijke plaatselijke kern van bodembelasting, per hypothese met een puntbron • Strategie VEP-OO (§5.4): verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks inclusief ondergrondse leidingen • Strategie ONB (§5.7): onbekende bodembelasting voor DL3 vanwege complexe historie
Deellocatie 1 – Kolen- en Oliepark (35.672m²) Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als Deellocatie 1 omvat het terrein tussen de dijk en de voormalige centrale. Historisch is dit gebied gebruikt als kolenopslag (eenheden HC1 t/m HC4, tot circa 1970). In de periode 1970–1975 is de centrale gefaseerd omgebouwd van kolen naar stookolie en aardgas. In dit kader zijn het kolen- en sintelpark en de bijbehorende kraanbanen en transportbanden verwijderd en is ter plaatse een olieopslagpark aangelegd met een omvangrijke fysieke vloeistof kerende aarde omwalling (bron 12), bestaande uit acht olietanks. De olietanks zijn in 2009 gesloopt. (8 tanks/ 3 trimstation en leidingen) De rest is meegegaan in de sloop van de centrale. 2016- 2019. Toekomstige activiteiten Toekomstige activiteit; wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal. Het overige terrein wordt ingevuld als parkachtig landschap/ openbaar terrein met daarin de ontsluitingswegen. Hypothese 1.1 Kolen en Sintelopslag; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is.
1.2 Zware olietanks/ trimstations; Verdacht, aangezien in historische onderzoeken verhoogde gehalten zijn aangetoond en geen expliciete sanering of afmelding is teruggevonden. De aanwezigheid van restverontreiniging kan daarom niet worden uitgesloten. 1.3 Asbest deponie; Niet meer verdacht. De asbestdeponie (sleuven 108-112, ~1.000 m², serpentijn + amfibool) is in 2016-2017 gesaneerd door Spectrum HSE. Evaluatie: geen restverontreiniging. De deponie als zodanig is daarmee afgehandeld. De deellocatie wordt echter wel meegenomen in het NEN 5707-asbestonderzoek (zie H1.9) vanwege het gebruik van DL1 als opslaglocatie voor sloopmateriaal tijdens de sloopfase 2016-2019, waarbij verspreiding van asbestdeeltjes niet volledig is uit te sluiten. Tevens wordt hier conform 1.6 de ondergrond onderzocht. 1.4 Leiding verloop HBO tank; Verdacht, aangezien geen specifiek onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 1.5 Zware metalen spot boring 125 (bron B43: 2025 HP); Verdacht, is in 2025 vastgesteld daarom nog niet gesaneerd.
30 april 2026 8
1.6 Verificatie ondergrond grondverzet asbestsanering; Verdacht, grond onder bredere ontgraving asbestsanering is nooit goed onderzocht. 1.7 PCB afperking; Verdacht, de in 2024 gevonden pcb spot in DL2 dient afdoende afgeperkt te worden. 1.8 Brandinstallatie; Verdacht, in het verleden zeer beperkt onderzoek geweest naar PFAS op de locatie. 1.9 Grondverzet; Diffuus verdacht. Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook slakkenwol/ asbest/ pfas en Chroom VI uit sloop aanwezig. Hypothese Nr.
Risico bron
1.1
1992: Kolen en sintelopslag (1) 2014: Sintelpark (B12) 2014: Kolenpark (B20)
1.2
1992: Zware olietanks/ trimstation (7)
Kleur boring
Onderzoek
VED-HE 1; §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
VED-HE 1
VED-HE 1; §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek VED-HE 1
2007: Tankenpark olieopslag 1 (H1-2) VEP; §5.3 onderzoek; Verificatie onderzoek 2007: Tankenpark verpompen 2 - Trimstations, zowel bij trimstation 1 en 2 een peilbuis als bij trimstation 3 een peilbuis 2007: bovengrondse leidingen olie - Leidingwerk; Extra boringen onder leidingwerk naar de centrale 2014 Leidingbrug bio olie/ stookolie (B13) - Toevoeging parameter Vanadium 2014: Trimstation en lekkage stookolie (B7-B8)
1.3
1.4
2014: Trimstation 1 en 2 zware stookolie lekkage (B10-11) 1992: Asbestdeponie (6) NVT volledig gesaneerd. Asbest wordt nog wel in bovenlaag onderzocht. Zie 1.7 2014: Asbestdepot tankenpark (B9-1) De bodem van de ontgraving wordt nog wel onderzocht, zie 1.6 2014: Asbestdepot tankenpark (B9-3) Tekening: Leiding verloop (H1-4) VEP-OO; §5.4 onderzoek; boringen over trace HBO tank
H1-2 VEP
NVT
H1-4 VEP
1.5
2025HP: Zware metalen
(H1-5) NTA onderzoek: Afkadering van spot metalen (Nikkel en lood)
H1-5 NTA
1.6
Bodem onder asbestsanering/ bredere ontrgraving
(H1-6) indicatief verificatie onderzoek: Onderzoek naar bodem onder asbest sanering en bredere ontgraving H1-6
1.7
PCB afperking
(H1-7) NTA onderzoek; zie ook DL 2 afperking (H2-9)
H1-7 NTA
1.8
2007: Brandinstallatie
VED- HE 1; §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
VED-HE 1
1.9
Alg: Grondverzet
VED- HE 1; §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
VED-HE1
Aanvullende verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase (additioneel boven VED-HE 1)
VED-HE1
Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol eigen onderzoek middels bevoegd gezag
• •
VED-HE1
Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
Uitwerking: Strategie VED-HE 1— NEN 5740 §5.6, tabel 11 (verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld) Hypotheses/ bronlocaties: 1.1/ 1.2/ 1.8/ 1.9 Locatieoppervlak: 35.672 m2 Veldwerk en analyses Boringen tot 1,0 m-mv (0,5 m in verdachte laag)
Boringen tot 2,0 m-mv Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. 30 april 2026 9
Aantal 42
10 5
Grondmengmonsters (standaardpakket + PFAS, Cr³, Cr6) Grondwatermonsters (standaardpakket + PCB)
10 5
Aanvullend: verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase Veldwerk en analyses Boringen tot 1,0 m-mv Boringen tot 2,0 m-mv Grondmengmonsters (standaardpakket + PFAS Cr³, Cr6)
Aantal 19 3 6
(H1-2): Trimstations en leidingwerk Trimstation 1 + 2 als cluster (circa 1442 m²) NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN, vanadium GW-monster (standaardpakket + PCB) Trimstation 3 (circa 1365 m²) NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN, vanadium GW-monster (standaardpakket + PCB)
Aantal 5 1
1 1
Aantal 5 1
1 1
Leidingwerk Trimstations (50 m) Er zijn drie bovengrondse leidingen van 50 meter, Per leiding 2 boringen, 1 peilbuis NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Veldwerk en analyses Aantal Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) 6 Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden 3 afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster) 1 GW-monster (standaardpakket + PCB) 1 (H1-4): Olieleidingtracé HBO HBO Leiding (circa 230 m) NEN5740 5.4 VEP-OO Tabel 7 (leidingen a) * Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv ( 0.5 m in de verdachte laag) Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster) Metaal detector: Nazien mogelijk aanwezig ondergronds leidingwerk
Aantal 23 23
*Het HBOI leidingtracé (circa 230 m) is nooit gericht onderzocht. Conform NEN 5740 §5.4, tabel 7 (leidingen, categorie a) geldt een norm van 2 boringen per 10 m (één aan weerszijde), wat resulteert in 46 boringen. Gezien het ontbreken van bekende incidenten of lekkages langs dit tracé wordt in eerste instantie volstaan met één boring per 10 m, resulterend in 23 boringen.
30 april 2026 10
Indien op basis van de veldwaarnemingen of analyseresultaten verhoogde gehalten worden aangetroffen, worden aanvullende boringen gezet conform de volledige normdichtheid. (H1-5) NTA 5755: Ni/Pb boring 125 In het actualiserend onderzoek V4 zijn ter plaatse van boring B125 interventiewaardeoverschrijdingen vastgesteld voor nikkel (index 3,36) en lood (index 1,99) in het traject 0,00– 0,70 m-mv.
Het initieel onderzoek (HP 2025) (boringen 201–209) geeft een beeld m.b.t. de interventiewaarde-contour, maar verder afperking is nodig voor de woonfunctie: boringen 2021, 203, 203-1, 207, 207-2 en 208-2 voldoen in de bovengrond nog niet aan de woonnorm (klasse industrie). De westelijke en zuidwestelijke begrenzing op “wonen” is daarmee nog niet vastgesteld en vereist aanvullende boringen. Veldwerk en analyses Aantal Afperkende boringen tot 2.5 m-mv (West/ Zuidwest van B125) 6 Grondmonsters per deeltraject (Ni, Pb incl. ontsluiting + 12 structuurpakket) (H1-6) Indicatief verificatie ontgraving 2017-2018 (3240 m²) zie fotodocument bijlage 6; F6 van historisch onderzoek. (toegevoegd aan dit onderzoek) Veldwerk en analyses Aantal Boringen verdachte laag 0.5 m (in dit geval 2.5 m-mv) 12 Bovengrondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), 3 PFAS, Cr³, Cr6, Ondergrondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), 3 PFAS, Cr³, Cr6, (H1-7) (NTA 5755: PCB) olie meenemen als parameter onderdeel NTA 2-9) Veldwerk en analyses Aantal Afperking Boringen tot 2.5 m-mv ( Rij 1- 100 m) 20 Grondmonsters (PCB, minerale oliën, structuurpakket) 80 Asbest NEN 5707 (par. 6.4.5) Asbestonderzoek Maaiveldinspectie Inspectiegaten tot 0,5 m-mv Doorgezet tot ongeroerde ondergrond Grondmengmonsters op asbest
30 april 2026 11
Aantal Gehele deellocatie 42 10 10
Deellocatie 2 – Zuurpark, einde spoorbaan en lichte oliepark (9.408m m²) Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als deellocatie 2 omvat het gebied ter plaatse van het voormalige einde van het spoortracé, inclusief de kipperput en het bijbehorende trafo- en hoogspanningsstation en sintelopslag. In de periode circa 1955–1970 is dit deelgebied gebruikt voor de aanvoer en overslag van kolen via het spoor en havens en opslag van sintel waar heden de 2 bassins zijn gelegen. Zie T3 in bijlage 6. De kolen werden via de kipperput gelost en verder getransporteerd richting de centrale. In de periode 1967–1975 is de centrale gefaseerd omgebouwd van kolen naar olie en gas. In dit kader zijn het spoortracé, de kipperput en het trafo- en hoogspanningsstation buiten gebruik gesteld en verwijderd. Aansluitend is het gebied heringericht ten behoeve van olieopslag en -overslag. Voor de aanleg van deze voorzieningen heeft omvangrijk grondverzet plaatsgevonden, waarbij bestaande bodemlagen deels zijn ontgraven en vervangen. Ter plaatse is een installatie voor opslag van lichte olie gerealiseerd met een bijbehorend trimstation en in een vloeistofdichte bak en aarde omwalling, alsmede een propaantank. De twee aanwezige sintelvelden zijn gehandhaafd en in een latere fase omgebouwd tot zogenoemde zuurbaden/ neutralisatie bassins.
Toekomstige activiteiten Toekomstige activiteit; wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal. Het overige terrein wordt ingevuld als parkachtig landschap. Hypothese 2.1 Kolen en sintel overslag en opslag; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 2.2 Hoogspanningstation en trafo; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. (onderzoek uitgevoerd naar EOX en EOCL, geen onderzoek naar PCB.) 2.3 HBO tank / Olieopslag en distributie; Verdacht, wel onderzoek naar de locatie geweest maar niet volledig om vervuiling uit te sluiten. 2.4 HBO leidingen; Verdacht, aangezien geen specifiek onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 2.5 Trimstation lichte olie; Verdacht, aangezien geen specifiek onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 2.6 Propaantank; Niet verdacht; lekkage zal niet direct geleid hebben tot bodemverontreiniging.
2.7 Einde/ Lekke vulcateenleiding; Verdacht, aangezien in historische onderzoeken verhoogde gehalten zijn aangetoond en geen expliciete sanering of afmelding is teruggevonden. De aanwezigheid van restverontreiniging kan daarom niet worden uitgesloten. 2.8 Zuurbaden/ Neutralisatie bassin; Verdacht, met name grondwater en chloriden, historisch beperkt onderzocht. 2.9 PCB verontreiniging 2023/2024; Verdacht, is in 2024 vastgesteld als PCB spot, nader onderzoek naar minerale olie en verdere afperking dient nog plaats te vinden. 2.10 Grondverzet ; Diffuus verdacht. Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook slakkenwol/ asbest/ pfas en Chroom VI uit sloop aanwezig.
30 april 2026 12
Hypothese Nr.
Risico bron
Kleur boring
Vervolg onderzoek
2.1
1992: Kolen en sintel overslag VED-HE 2: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek en opslag (2) Sintelpark 2 (B6)
VED HE 2
2.2
Historische tekeningen: Trafo en hoogspanningsstation
VED-HE 2: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
VED HE 2
2.3
1992: Olieopslag en distributie (HBO)(8B)
(H2-3) VEP: §5.3 onderzoek; verificatie onderzoek
H2-3 VEP
2.4
HBO leidingen (B5)
(H2-4) VEP (OO) 2-4: §5.3-§5.4 onderzoek: trace verificatie onderzoek deel bovengrondse leiding deels ondergrondse leiding.
H2-4 VEP
2.5
Trimstation lichte olie
(H2-5) VEP 2-5: §5.3 onderzoek: verificatie onderzoek
H2-5 VEP
2.6
Historische tekeningen: Propaantank
Nvt
2.7
1992: Einde/ Lekke vulcateenleiding (5C)
(H2-7) VEP: §5.3 onderzoek: verificatie onderzoek
H2-7 VEP
(H2-8) VEP: §5.3 onderzoek: verificatie onderzoek 2 locaties.
H2-8VEP
2.8
1992:Zuurbaden/ Neutralisatie bassin (2)
NVT
2014: Asbest B9,2 2.9
2023-2024 PCB verontreiniging en boring 6 Hopman Peters.
(H2-9) NTA: afperkend onderzoek
H2-9 NTA
2.10
Alg: Grondverzet
VED- HE 2: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
VED HE 2
Aanvullende verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase (additioneel boven VED-HE)
VED HE 2
Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol eigen onderzoek middels bevoegd gezag
VED HE 2
•
Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater.
•
Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
Uitwerking onderzoek: Strategie VED-HE 2 — NEN 5740 §5.6, tabel 11 (verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld) Locatieoppervlak: 9.408 m² Boringen Mateboer (2024) worden meegenomen bij de afperking van PCB Veldwerk en analyses Aantal Boringen tot 1,0 m-mv (0,5 m in verdachte laag) 18
Boringen tot 2,0 m-mv Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmengmonsters (standaardpakket + PFAS, Cr³, Cr6) Grondwatermonsters (standaardpakket + PCB) Aanvullend: verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase Veldwerk en analyses Boringen tot 1,0 m-mv Grondmonsters (standaardpakket + PFAS, Cr³, Cr6)
30 april 2026 13
4 2 4 2
Aantal 12 12
(H2-3): Lichte Olietank (circa 615 m²) NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB) (H2-4): HBO Bovengrond Leiding (50 m) NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster) GW-monster (standaardpakket + PCB) HBO ondergrondse Leiding (80 m) NEN5740 5.4 VEP-OO Tabel 7 Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster) Metaal detector: Nazien mogelijk aanwezig ondergronds leidingwerk (H2-5) Trimstation (circa 60 m²) NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis.
Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), vanadium GW-monster (standaardpakket + PCB) (H2-7) Einde Vulcateenleiding historische lekkage NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 350 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket), PCB, Chloride, BTEXN (ongeroerd monster) GW-monster (standaardpakket , PCB en chloride)
30 april 2026 14
Aantal 5 1
1 1
Aantal 2 1
1 1
Aantal 8 4
Aantal 2 1
1 1
Aantal 3 1
1 1
(H2-8) Neutralisatiebassin NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 circa 831 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) Sulfaten, chloriden, pH, GW-monster (standaardpakket + PCB+ Sulfaten, chloriden, pH) Neutralisatiebassin NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 circa 973 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) Sulfaten, chloriden, pH GW-monster (standaardpakket + PCB + Sulfaten, chloriden, pH) (H2-9) NTA 5755: PCB rijen onderzoek Veldwerk en analyses Afperking PCB 1.0 m-mv Grondmonsters (PCB en minerale olie + structuurpakket)
Aantal 5 1
1 1
Aantal 5 1
1 1
Aantal 48 48
NTA 5755 PCB vlek + boring 6 Actualiserend onderzoek Hopman en Peters BV Veldwerk en analyses Aantal Afperking PCB 2.5 m-mv 10 Grondmonsters (PCB en minerale olie + structuurpakket) 20 Asbest NEN 5707 (par. 6.4.5) Asbestonderzoek Maaiveldinspectie Inspectiegaten tot 0,5 m-mv Doorgezet tot ongeroerde ondergrond Grondmengmonsters op asbest
30 april 2026 15
Aantal Gehele deellocatie 18 4 4
Deellocatie 3 – Voormalige locatie centrale (37.655 m²) Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als deelgebied 3 betreft de kern van de voormalige energiecentrale met installaties, funderingen, onderhoudszones en interne transportstromen. Binnen dit gebied hebben gedurende meerdere decennia diverse bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden, waaronder: opslag en gebruik van smeeroliën en proces gerelateerde stoffen, transformatoren, werkplaatsen, rookgaskanalen, oliesets en oliekoelers, lekolietanks, gasturbines, loogtanks, transportleidingen en procesinstallaties. Een complexe set aan installatie en machines die zowel olie als smeerolie gebruikte. De centrale is in de loop van haar bedrijfsperiode in meerdere fases omgebouwd van kolen- en sintelgestookt naar olie en gasgestookt. Deze functiewijzigingen gingen gepaard met het verwijderen en vervangen van installaties, waarbij herhaaldelijk grondroering heeft plaatsgevonden.
Tijdens de ontmanteling en sloop van de centrale zijn grote delen van de bovengrondse en ondergrondse constructies verwijderd. Hierbij zijn onder andere schoorstenen en fabrieksdelen omgetrokken of gecontroleerd tot ontploffing gebracht. Ondanks het uitvoeren van asbestsaneringen en het verwijderen van radioactieve slakkenwol voorafgaand aan de sloop, is het aannemelijk dat tijdens deze werkzaamheden bouw- en sloopmateriaal is verplaatst en dat kleine hoeveelheden restmateriaal op het omliggende maaiveld zijn terechtgekomen. Na verwijdering van de bovengrondse constructies zijn funderingen en kelders verwijderd tot circa 1,5 m-mv. Vervolgens is het terrein aangevuld met een grondlaag schone grond, conform de sloop- en saneringsdocumentatie. Dat het merendeel van de historische bodemonderzoeken zich richt op dit centrale deel van het terrein laat zien dat dit een complex vraagstuk betreft ook met betrekking tot de huidige milieukundige status van de locatie. Toekomstige activiteiten Toekomstige activiteit; wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal. Het overige terrein wordt ingevuld als parkachtig landschap. Hypothese ‘3.1 Loogtank; Verdacht, aangezien geen specifiek onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging.
‘3.2 Gas reduceerstation; Verdacht, aangezien in historische onderzoeken verhoogde gehalten zijn aangetoond en geen expliciete sanering of afmelding is teruggevonden. De aanwezigheid van restverontreiniging kan daarom niet worden uitgesloten. ‘3.3 Isopropylalcohol; onverdacht, Gezien de hoge vluchtigheid en relatief snelle biologische afbreekbaarheid van isopropylalcohol, in combinatie met het tijdsverloop van circa 10 jaar, wordt de aanwezigheid van relevante restconcentraties in de bodem niet waarschijnlijk geacht (bron artikel 1). Isopropylalcohol is daarnaast goed oplosbaar in water en zal zich bij een eventuele lekkage primair met het grondwater verplaatsen. Gezien de dynamiek van het grondwatersysteem ter plaatse is het aannemelijk dat eventuele restconcentraties in de tijd zijn verdund en/of afgebroken. Gezien de aard van de stof en de mogelijke milieuhygiënische relevantie wordt, uit oogpunt van zorgvuldigheid, wel een peilbuis geplaatst ter verificatie. ‘3.4 Rookgaskanaal/ Tauw verontreininging 1996 (B14-1); Verdacht, aangezien in historische onderzoeken verhoogde gehalten zijn aangetoond en geen expliciete sanering of afmelding is teruggevonden. In 2025 nog verhoogde gehalte gemeten. De aanwezigheid van restverontreiniging kan daarom niet worden uitgesloten.
‘3.5 Werkplaats electro; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging.
30 april 2026 16
‘3.6 Smeerput; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. ‘3.7/3.11/3.15/3.19/3.20/3.23/3.24; Sectoren met activiteiten uit onderzoek 2007 RH; Verdacht, veel activiteiten zijn door de hoeveelheid aan activiteiten beperkt onderzocht en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. ‘3.8A; Noodstroomaggregaat; Verdacht, langer gebruik van diesel, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. ‘3.8B/ 3.9/ 3.10/ 3.12/ 3.13/ 3.14/ 3.17/ 3.18/ 3.21/ 3.22; Trafo’s; Verdacht, op sommige plekken reeds eerdere lekkages vastgesteld. ‘3.16 PCB spot onderzoek 2025; Verdacht, is in 2025 vastgesteld als spot en niet gesaneerd ‘3.25 Brandinstallatie; Verdacht, zeer beperkt onderzoek geweest naar PFAS op de locatie. ‘3.26 Leidingverloop HBO-I leiding; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. ‘3.27 Koper uitsplitsing; Verdacht, mengmonster onderzoek 2025 HP (bron 43) laat zwaar verhoogde waarden koper zien, verder uitsplitsen. ‘3.28 Grondverzet; Diffuus verdacht.
Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook slakkenwol/ asbest/ pfas en Chroom VI uit sloop aanwezig.
30 april 2026 17
Hypothese Nr.
Risico bron
Onderzoek
Kleur boring
BUITEN CENTRALE
3.1
1992: Zoutzuurtank/afvalolie (11)
(H3-1) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-1 VEP
2014: Loogtank B18
3.2 3.3
3.4
1992: Voormalige ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek vlìegasverwerklng (huidige gasreduceerstations) (4) 2007: Vulpunt isopropylalcohol (IPA) (3) (H3-3) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie grondwater op aanvraag ODIJ 2007: Bovengrondse opslagtank (IPA) (4)
ONB 3
H3-3 VEP
1992: Rookgaskanaal (14) 1996: Tauw verontreiniging 2007: Noodaggregaat diesel/pomp/opslag/vulpunt (25-26)
(H3-4) NTA onderzoek: afperkend onderzoek: horizontaal en vertikaal
H3-4 NTA
2007 Gasreduceerstation (27) 2014: Dieselverontreiniging rookgaskanaal SECTOR 1920 3.5
2007: Werkplaatsen/ electro 28/ onderhoud/ constructie 29- ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek 30
ONB 3
3.6
Tekening: Smeerput
(H3-6) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-6 VEP
2007: Noodaggregaat (23) 2014: (B15-3) Tekening: Trafo set Tekening: Trafo set Tekening: Trafo set
(H3-8A) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-8A VEP
(H 3-8B) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek (H3-9) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek (H3-10) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-8B VEP H3-9 VEP H3-10 VEP
(H3-12) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-12 VEP
SECTOR 22/23 3.8 A 3.8 B 3.9 3.10 SECTOR 24/25 2014: Trafo's HC 3/4 (B22) 3.12
1992: Transformatoren (13)
3.13
Tekening: Trafo set
(H3-13) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-13 VEP
3.14
Tekening: Trafo set
(H3-14) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-14 VEP
3.16
2025: PCB spot
(H3-16) NTA onderzoek, afperkend onderzoek zowel horizontaal als vertikaal.
H3-16 NTA
2014: Trafo oliekoeler HC50 (B15-14)
(H3-17) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-17 VEP
Tekening: Trafo set
(H3-18) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-18VEP
3.21
2007: Noodaggregaat verbrandingsmotor (22) met trafo
(H3-21) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-21 VEP
3.22
Bekr Trafo
(H3-22) VEP: §5.3 onderzoek: Verificatie onderzoek
H3-22 VEP
2007: Brandinstallatie
ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek
ONB 3
(H3-26) VEP: §5.3 onderzoek: verificatie: trace boringen
H3-26 VEP
(H3-27) NTA onderzoek: uitsplitsen historische resultaat MM20 (nr boringen opgenomen op tekening)
H3-27 NTA
SECTOR 26 3.17
Tekening met trafo 3.18
SECTOR 27
ALGEMEEN 3.25
3.27
Tekening: Leiding verloop HBO tank Koper uitsplitsing MM20
3.28
Alg: Grondverzet
3.26
ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek
ONB 3
Aanvullende verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase (additioneel boven ONB)
ONB 3
Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn
ONB 3
Slakkenwol eigen onderzoek middels bevoegd gezag 3.7/3.11/3.15/3.19/3.20/3.23/3.24
30 april 2026 18
ONB 3: §5.7 onderzoek: onderdeel bredere onderzoek
ONB 3
•
Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater.
•
Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
•
Alle boringen van ONB onderzoek doorzetten tot 2m-mv
•
Voor de vervuilde grond boven de waarde wonen die onder een leeflaag achter blijft zal een risico beoordeling gemaakt worden om zeker te stellen dat contactrisico nihil is.
Uitwerking onderzoek: Strategie ONB 3 — NEN 5740 §5.7, tabel 13 (onbekende bodembelasting) Locatieoppervlak: 37.655 m² Aanleiding is de complexe saneringsgeschiedenis: de sloopfase (constructies omgetrokken/opgeblazen), het grondverzet, de voormalige kelders en de twee aangetroffen restverontreinigingen (B79 PCB, B108 olie) maken het onvoorspelbaar wat er nog meer in de bodem aanwezig kan zijn.
De hogere onderzoeksinspanning van ONB (tabel 13) ten opzichte van Strategie VED-HE (§5.6, tabel 11) wordt daarmee gerechtvaardigd. N.B.: het historisch onderzoek NEN 5725 heeft wél voldoende informatie opgeleverd voor het formuleren van hypothesen per deellocatie; de keuze voor ONB is ingegeven door de wens tot een bredere verificatie. Veldwerk en analyses Aantal Boringen tot 2,5 m-mv 67 Boringen tot 2,5 m-mv 19 Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden 10 afgewerkt tot een peilbuis. Grondmengmonsters (standaardpakket + PFAS, Cr³, Cr6) 12 Grondmengmonsters (standaardpakket + PFAS, Cr³, Cr6) 10 GW-monsters (standaardpakket + PCB) 10 Aanvullend: verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase Enkele BTEXN-analyses meenemen om aan te tonen dat geen vluchtige stoffen aanwezig zijn (geen belemmeringen woningbouw).
Veldwerk en analyses Boringen tot 2,5 m-mv Grondmengmonsters (standaardpakket + PFAS, Cr³, Cr6) Waarvan steekbus BTEXN
Aantal 25 25 5
(H3-1): Chloor-/loogtank NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Aanvulling: sulfaten, chloriden, pH. Overige zware metalen al in standaard pakket. Veldwerk en analyses Aantal Boringen tot 2,0 m-mv 3 Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden 1 afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaard + sulfaten, chloriden, pH) 3 GW-monster (standaard + sulfaten, chloriden, pH + PCB) 1
30 april 2026 19
(H3-3) Isopropylalcohol Veldwerk en analyses Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. GW-monster (isopropylalcohol + min oliën)
Aantal 1
1
(H3-4) NTA 5755: Olie boring 108 (Circa 3267 m²) Tauw 1996: olie tot 5,0 m-mv. B108 1.70 m-mv (V4): brandstofgeur + olie 470 mg/kg. Veldwerk en analyses Aantal Boringen tot 3,0 m-mv 10 Boringen tot 7,0 m-mv 5 Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden 2 afgewerkt tot een peilbuis. (in de kern) Standaard pakket en BTEXN (ongeroerd monster) 20 GW-monsters (standaardpakket + PCB) 2 (H3-6) Smeerput 41 m² NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Veldwerk en analyses Boringen tot 2,0 m-mv Peilbuizen Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster) GW-monster (standaard, PCB en BTEXN) (H3-08A): Noodstroomaggregaat 40 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2,0 m-mv Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaard + BTEXN ongeroerd monster) GW-monster (standaard + PCB) (H3-8B t/m H3-22) Trafo-sectoren HC3/HC4-gebied en HC60 (H3-8B) Trafo NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 74 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB)
30 april 2026 20
Aantal 2 1 2 1
Aantal 2 1
1 1
Aantal 2 1
1 1
(H3-9) Trafo NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 46 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB) (H3-10) Trafo NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 90 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB)
Aantal 2 1
1 1
Aantal 2 1
1 1
(H3-12) Trafo (HC3-HC4) Eerdere PCB verontreiniging Circa 200 m², boringen ondersteunen onderzoek naar de gesaneerde PCB verontreiniging . NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Veldwerk en analyses Aantal Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) 4 Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden 2 afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), 1 GW-monster (standaardpakket + PCB) 1 (H3-13) Trafo NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 100 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB) (H3-14) Trafo NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 67m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB)
30 april 2026 21
Aantal 2 1
1 1
Aantal 2 1
1 1
(H3-17) Trafo NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 80 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB) (H3-18) Trafo NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 200 Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB) (H3-21) Trafo NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 270 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB) (H3-22)Trafo NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 20 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB)
Aantal 2 1
1 1
Aantal 4 2
1 2
Aantal 4 2
1 2
Aantal 2 1
1 1
(H3-16) NTA 5755: PCB boring 79 (H3-16) Historische informatie (actualiserend onderzoek Hopman en Peters 2024/2025: (boringen 303– 307). Afperking boring terminologie niet toepasbaar> Industrie Veldwerk en analyses Aantal Aanvullende afperkingsboringen 2.5 m-mv (interventiewaarde) 6 Grondmonsters (PCB en minerale oliën + structuurpakket) 12 (3-26) HBO Leidingen NEN5740 5.4 VEP-OO Tabel 7 (leidingen a) Circa 160 meter* Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag)
30 april 2026 22
Aantal 16
Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), Metaal detector: Nazien mogelijk aanwezig ondergronds leidingwerk
8
*Het HBO leidingtracé (circa 160 m) is nooit gericht onderzocht. Conform NEN 5740 §5.4, tabel 7 (leidingen, categorie a) geldt een norm van 2 boringen per 10 m (één aan weerszijde), wat resulteert in 46 boringen. Gezien het ontbreken van bekende incidenten of lekkages langs dit tracé wordt in eerste instantie volstaan met één boring per 10 m, resulterend in 16 boringen. Indien op basis van de veldwaarnemingen of analyseresultaten verhoogde gehalten worden aangetroffen, worden aanvullende boringen gezet conform de volledige normdichtheid. (H3-27) NTA 5755: Koper uitsplitsing MM20 Uit actualiserend onderzoek Afperking MM20 Boring 95 94 86 en 91 her- plaatsen, doormiddel van GPS. Grondpakket uitgebreid in verband met onderzoek dichtheid locatie. Veldwerk en analyses Aantal Boringen tot 2,0 m-mv 4 Grondmengmonsters (standaardpakket + PFAS, Cr³, Cr6) 4 Asbest NEN 5707 (par. 6.4.5) Asbestonderzoek Maaiveldinspectie Inspectiegaten tot 0,5 m-mv Doorgezet tot ongeroerde ondergrond Grondmengmonsters op asbest
Aantal Gehele deellocatie 67 19 10
Deellocatie 4 – Voormalige PCB-verontreiniging/ brandweerpost (8.644m²) Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als deelgebied 4 is tot 1975 de locatie welke voornamelijk is gebruikt voor transport van kolen en algemene opslag van met name materieel. De sporen en de daarbij behorende ondergrond zijn in 1975 verwijdert en vervangen voor groen en opslag (steigermateriaal). De opslag loods is gehandhaafd en daarna is de locatie vooral ingevuld met groen en stelconplaten en additionele kleinere opslag locaties (MAVO boxen) een werkplaats en andere zaken gerelateerd aan Van Gelder. Op verschillende foto’s is te zien dat hier divers materieel en onderdelen worden gestald. Toekomstige activiteiten Het toekomstig gebruik van deze locatie is 'wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet /Bal'. Tevens komen er 2 bovengrondse parkeergarages met daarboven appartementen en een tuindek. Hypothese 4.1 Spoortrace; Niet verdacht, door de omvangrijke sanering van 1,5m zal een mogelijk aanwezige vervuiling met die sanering zijn verwijderd. 4.2 Leidingwerk HBO-I tank; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging.
4.3 Sanering PCB; Verdacht, spots zijn nog aanwezig onder leeflaag/ verder afperking richting magazijn, richting de dijk en verticaal om de leeflaag te verifiëren of dat er sprake is van
30 april 2026 23
herverontreiniging. Tevens dient er additioneel bij de afperking onderzocht te worden op minerale olie. 4.4 MAVO garage; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. Hypothese Nr.
Risico bron
Kleur boring
Vervolg onderzoek
4.1
Tekening: Spoortrace (B4)
Nvt de gehele verdachte bovenlaag tot 1,5 meter is gesaneerd
4.2
Tekening: Leidingwerk HBO tank-centrale
(H4-2) VEP (OO): §5.3- §5.4 onderzoek; verificatie trace onderzoek
4.3
2024: Sanering PCB 2024
(H4-3) verificatie sanering: afperkend en verificatie onderzoek
4.4
2007: opslag Mavo garage
(H4-4)VEP: §5.3 onderzoek; verificatie onderzoek
•
Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater.
H4-2 VEP
H4-3
H4-4 VEP
Beoordeling contactlaag Uit actualiserend onderzoek P2400784 (2024): bovenste 1,5 m-mv schoon aanvulzand. Contactlaag voldoet aan klasse wonen. Geen aanvullend veldwerk noodzakelijk voor de contactlaag anders dan verifieren houdbaarheid duurzame afdekking boven spots. Uitwerking onderzoek: Locatieoppervlak: 8.644 m² (H4-2): HBO Bovengrond Leiding (50 m) NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster) GW-monster (standaardpakket + PCB) Leidingwerk HBO ondergronds NEN5740 5.4 VEP-OO Tabel 7 (leidingen a) Circa 80 meter* Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), Metaal detector: Nazien mogelijk aanwezig ondergronds leidingwerk
Aantal 2 1
1 1
Aantal 8 4
*Het HBO leidingtracé (circa 80 m) is nooit gericht onderzocht. Conform NEN 5740 §5.4, tabel 7 (leidingen, categorie a) geldt een norm van 2 boringen per 10 m (één aan weerszijde), wat resulteert in 16 boringen. Gezien het ontbreken van bekende incidenten of lekkages langs dit tracé wordt in eerste instantie volstaan met één boring per 10 m, resulterend in 8 boringen. Indien op basis van de veldwaarnemingen of analyseresultaten verhoogde gehalten worden aangetroffen, worden aanvullende boringen gezet conform de volledige normdichtheid.
30 april 2026 24
(H4-3) Olie en PCB onder leeflaag, verificatie leeflaag en afperking langs de dijk— verificatie sanering Olieverontreiniging in ondergrond afgedekt met leeflaag (sanering 2024 uit Sanering ENGIE) Veldwerk en analyses Aantal Boringen tot 1,5 m-mv langs de dijk teen 6 Boringen tot 2,0 m-mv (onder leeflaag 1.5m-mv) 4 Boringen tot 3,5 m-mv (door leeflaag, richting vervuiling) 6 Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden 3 afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaard pakket)) 36 GW-monsters (standaardpakket + PCB) 3 Boringen tot 2,0 en 3,5 m-mv en peilbuizen worden voor het traject 0.50–1,50 m-mv per 0,5 m bemonsterd op standaardpakket, PCB som-7 en minerale olie ter verificatie van her verontreiniging van de leeflaag. " (H4-4) Mavo boxen NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 circa 50m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket), BTEXN (ongeroerd monster) GW-monster (standaardpakket + PCB + EOCl + sulfaten + pH)
Aantal 2 1
1 1
• Documentatie status grond onder leeflaag op basis van saneringsgegevens 2024. • Vanuit DL7: omvang PCB rondom Magazijn vaststellen (zie DL7 VEP-tabel).
Deellocatie 5 – Oostelijke deel naast fabriek (31.652m²) Historische activiteit Het gebied dat in dit onderzoek is aangeduid als deellocatie 5 betreft het oostelijk gelegen deelgebied direct grenzend aan de voormalige fabriek. Tijdens de bedrijfsfase van de centrale is dit deelgebied hoofdzakelijk gebruikt als connectie zone voor diverse onderdelen: koelleidingen en watertransport, logistieke functies (transport en parkeren), het drainage- en pompsysteem en de aansluiting op het schakelstation. Toekomstige activiteiten Het toekomstig gebruik van deze locatie is 'wonen met tuin — gevoelig gebruik conform Omgevingswet / Bal'. Tevens komt er een aanzienlijk parkeerterrein, een fietsroute en is er ruimte voor parkachtig groen en speelplekken binnen de hoven. Hypothese 5.1 Benzinepomp/ tankstation; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 5.2 Transformatoren; Verdacht, ondanks dat bron verwijderd is en dat er middels divers onderzoeken gaan vervuiling is aangetroffen kan deze later door de sloop en grondverzet wel zijn ontstaan. 5.3 Chloor en bleekloogtank; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis
30 april 2026 25
van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 5.4 Spoor tracé; Verdacht, de bron is meer dan 50 jaar geleden verwijderd, in het verleden is er onderzoek gedaan maar deze kunnen niet afdoende uitsluiten dat er geen vervuiling aanwezig is. 5.5 Ammoniakopslag; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 5.6 Trafo; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 5.7 Tank noodstroom aggregaat; Verdacht, aangezien beperkt onderzoek is uitgevoerd en op basis van het historisch gebruik sprake kan zijn van een potentiële bron van bodemverontreiniging. 5.8 Brandmeldinstallatie; Verdacht, zeer beperkt onderzoek geweest naar PFAS op de locatie. 5.9 Grondverzet; Diffuus verdacht. Verhoogde waarden PCB zijn aangetroffen in onderzoek van 2025, mogelijk ook slakkenwol/ asbest/ pfas en Chroom VI uit sloop aanwezig. Hypothese Nr.
Risico bron
5.1
1992: Benzinepomp (9) (B1)
Vervolg onderzoek (H5-1) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
Kleur boring H5-1 VEP
Additioneel: Middels metaal detector verifieren of ondergronds leidingwerk en tank zijn verwijderd. 5.2
1992: Transformatoren (13) 2009 Slingerput HC3 (B26) 2014: Trafo's HC 3/4 (B22)
(H5-2) Controle voormalige sanering: verificatie onderzoek
H5-2
(lekkage van trafo's die in deellocatie 3 staan) 5.3
tekening: Chloor en bleekloogtank
(H5-3) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
H5-3 VEP
2014: Chloor bleekloog B19 5.4
Spoortrace voorzijde hijshal
VED-HE 5: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
VED-HE 5
5.5
2007: Ammoniakopslag (19)
(H5-5) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
H5-5 VEP
5.6
2007: Trafo’s (20)
(H5-6) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
H5-6 VEP
5.7
Foto: tank noodstroom aggregaat(H5-7) VEP: §5.3 onderzoek, verificatie onderzoek
H5-7 VEP
5.8
2007: Brandinstallatie
VED- HE 5: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
VED-HE 5
5.9
Alg: Grondverzet
VED- HE 5: §5.6 onderzoek: onderdeel van het bredere onderzoek
VED-HE 5
Aanvullende verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase (additioneel boven VED-HE)
VED-HE 5
Asbest onderzoek: NEN 5707 onderzoek 0,5 m-mv, inspectie gaten aangevuld met boringen, bij uitvoering grondwerk zintuigelijk verifieren of diepere boringen nodig zijn Slakkenwol eigen onderzoek middels bevoegd gezag
• •
VED-HE 5
Peilbuizen freatisch plaatsen met bovenkant filter minimaal 0,5m in het grondwater. Asbest: de asbestinspectie wordt geïntegreerd met het bodemonderzoek conform VED-HE of Strategie ONB, waarbij elke boringen tevens fungeert als visueel inspectiegat conform NEN 5707. Het vrijkomende bodemmateriaal wordt daarbij zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.
30 april 2026 26
Uitwerking onderzoek: Strategie VED-HE 5 — NEN 5740 §5.6, tabel 11 (verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld) Locatieoppervlak: 31.652m² N.B. (ODIJ-eis): De diepere boringen tot 2,0 m-mv worden specifiek gepositioneerd ter plaatse van de voormalige koelwaterleidingen op DL5.
Deze grote betonnen leidingen (Ø 1,5–2,0 m) zijn verwijderd in 2018–2019; de sleuf is aangevuld maar de bodemzone rondom de leidingbedding (1,0–2,5 m-mv) is nooit gericht onderzocht. De 2,0 m-mv boringen in de VED-HE worden op deze plek ingezet. Veldwerk en analyses Aantal Boringen tot 1,0 m-mv (0,5 m in verdachte laag) 25 Boringen tot 2,0 m-mv 22 Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden 5 afgewerkt tot een peilbuis. Grondmengmonsters (standaardpakket + PFAS, Cr³, Cr6) 9 Grondwatermonsters (standaardpakket + PCB) 5 Aanvullend: verificatie bovengrond na grondverzet sloopfase Veldwerk en analyses Boringen tot 1,0 m-mv Boringen tot 2,0 m-mv Grondmonsters (standaardpakket + Cr3, Cr6 + PFAS¹) Additionele analyses (H5-1): Voormalig tankstation entreegebied NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 circa 270 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 3,0 m-mv op positie voormalige tank Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmengmonsters (Tankstation pakket)* Grondwatermonsters (Tankstation pakket)+ PCB) Metaal detector: Nazien mogelijk aanwezig ondergrondse tank
Aantal 21 9 30 25
Aantal 2 2
2 1
* Tankstation pakket conform AS3000/AS3010 prestatieblad 2 en 7 + AS3030 prestatieblad 1: droge stof, C5-C8, C8-C10, minerale olie (florisil), benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, styreen, naftaleen.
(H5-2): Transformatoren Controle voormalige sanering Veldwerk en analyses Boringen tot 3,0 m-mv op positie Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmengmonsters ( Standaard pakket+ BTEXN ) Grondwatermonsters (Standaardpakket+ PCB) (H5-3): Chloor-/bleekloogtank NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 circa 40 m² Veldwerk en analyses
30 april 2026 27
Aantal 2 2
2 1
Aantal
Boringen tot 2,0 m-mv Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaard pakket + pH, chloriden, Sulfaten) GW-monster (standaard pakket + PCB + pH, chloriden, Sulfaten) (H5-5) Ammoniak opslag NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 circa 40 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2,0 m-mv Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaard pakket + pH, Ammonium) GW-monster (standaard pakket + PCB + pH, Ammonium) (H5-6) Transformator NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 113 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket) BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB) (H5-7) Tank voor noodstroom aggregaat NEN5740 5.3 VEP Tabel 6 Circa 8 m² Veldwerk en analyses Boringen tot 2.5 m-mv (0.5 m in de verdachte laag) Boring(en) tot 1,5 meter minus grondwaterniveau die worden afgewerkt tot een peilbuis. Grondmonsters (standaardpakket, BTEXN (ongeroerd monster), GW-monster (standaardpakket + PCB) Asbest NEN 5707 (par. 6.4.5) Asbestonderzoek Maaiveldinspectie Inspectiegaten tot 0,5 m-mv(bij zintuiglijk asbestverdacht materiaal doorzetten) Doorgezet tot ongeroerde ondergrond Grondmengmonsters op asbest