Swollwacht - Technische vragen - Perspectiefnota 2026 - 2029
Tekst van het document
Gesteld door fractie
Swollwacht 1
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 1: bij demografische ontwikkelingen wordt verwezen naar vergrijzing. Gelijktijdig verwijst het CBS bij demografische ontwikkelingen naar migratie (het eerste kwartaal van 2025 kwam de volledige bevolkingsgroei door migratie). Waarom noemt het College in de Perspectiefnota alleen vergrijzing?
Antwoord
Dit is een politieke vraag.
Portefeuillehouder
College
Gesteld door fractie
Swollwacht 2
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 3: Het College is in staat een aantal jaar vooruit te kijken. Hoeveel jaar betreft dit? Klopt het dat dit vanaf het jaar 2029 onzeker wordt?
Antwoord
Omdat hoe verder je vooruit kijkt de onzekerheid toeneemt wordt er elk jaar een PPN opgesteld. We kijken dan steeds vier jaar vooruit met de dan beschikbare kennis. Dit komt ook omdat elke gemeente geacht wordt een meerjarenbegroting te hebben van vier jaar. In dit geval gaat het dan om de meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 3
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 2: ‘manieren om slimmer te werken voeren we zo snel mogelijk door’. Welke manieren zijn dat precies en op welke beleidsvelden heeft dit betrekking?
Antwoord
Binnen het project Van inzicht naar focus gaan we alle werkvelden langs om tot voorstellen te komen om slimmer te werken. In de eerste helft van 2025 zijn we begonnen met informatievoorziening, stadsbeheer en vitale wijken, de sociale wijkteams en inwonerszaken. De manieren om slimmer te werken gaan onder andere over actualiseren van werkprocessen, optimalisatie van applicaties, eenduidige sturing. De voorstellen worden verder uitgewerkt en u wordt hierover bij het najaarsmoment geïnformeerd.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 4
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 3: wat verstaat het College onder noodzakelijke investeringen?
Antwoord
Het gaat hier om de investeringen vanuit de SIA die de komende jaren worden gedaan. Een deel is al besloten door de raad maar in de toekomst zullen er ook nieuwe aanvragen aan de raad worden voorgelegd.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 5
Gesteld door fractie
Swollwacht
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 4: "Per saldo leidt dit tot een meevaller van € 1,5 miljoen in 2026." Kan deze gecalculeerde meevaller uitgelegd worden?
Antwoord
De uiteindelijke CAO uitkomst ligt voor 2026 lager dan waar wij binnen Zwolle rekening mee hebben gehouden waardoor de loonkosten in 2026 dus 1,5 mln. lager uitkomen. Zie ook het antwoord op vraag 7.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 6
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
1.
Bladzijde 4: "Voorstel is om de afschrijvingstermijn van schoolgebouwen voortaan op 50 jaar te zetten in plaats van de huidige 40 jaar." Zwolle zal de komende jaren fors groeien in inwoners, gezien de bouwplannen in Berkum, Stadshagen en Zwolle Zuid. De gemeente spreekt in het Ruimtelijk Toekomstperspectief over een groei van 25.000 woningen. Kan het college een inschatting geven van de implicaties van de voorgestelde lange afschrijvingstermijnen in combinatie met langdurig hoge groei van de gemeente?
2.
Bladzijde 4: "Voorstel is om de afschrijvingstermijn van schoolgebouwen voortaan op 50 jaar te zetten in plaats van de huidige 40 jaar." Met het verlengen van de afschrijvingsduur worden investeringen over meerdere jaren uitgesmeerd. De gemeentelijke balans neemt hierdoor toe en daarmee en daarmee ook de behoefte aan externe financiering (schuld!). Kan het college aangeven wat zij een “normale” schuldquote vindt en onder welke omstandigheden zij een hogere of lagere schuldquote acceptabel vindt?
3.
Bladzijde 4: "Voorstel is om de afschrijvingstermijn van schoolgebouwen voortaan op 50 jaar te zetten in plaats van de huidige 40 jaar." Waarom worden in het voorstel enkel schoolgebouwen benoemd om langer af te schrijven? In de raadsbrief van 28-5-2024 werd voorgesteld en akkoord bevonden om 6 gebouwen in de gemeente te up to date te verduurzamen met Dumava subsidie. Zijn deze gebouwen ongeschikt om een verlengde afschrijvingstermijn te hanteren?
4.
Bladzijde 4: "Voorstel is om de afschrijvingstermijn van schoolgebouwen voortaan op 50 jaar te zetten in plaats van de huidige 40 jaar." Kan het college inzicht geven in de lijst van andere vergelijkbare gemeenten, gemeld in motie50, welke de verlengde afschrijftermijn van 50 jaar hanteren op schoolgebouwen?
5.
Bladzijde 4: "Voorstel is om de afschrijvingstermijn van schoolgebouwen voortaan op 50 jaar te zetten in plaats van de huidige 40 jaar." Bij de aanbesteding van de schoolgebouwen is uit van een minimale gebruiksduur van 50 jaar en is flexibiliteit in het gebruik ingebouwd, bij eventuele functiewijzigingen in de toekomst. Kan de afschrijvingstermijn aangepast worden (korter of langer), indien de feitelijke gebruiksduur bij nader inzicht afwijkt van de vooraf bepaalde gebruiksduur? En hoe verhoudt deze zich tot de BBV?
Antwoord
1. Door een langere afschrijvingstermijn nemen de kapitaallasten per jaar af waardoor de benodigde investeringen “makkelijker” te dekken zijn. Juist nu we voor grote investeringen staan voor onderwijs helpt een langere afschrijvingstermijn om dit financieel te dekken. 2. Het klopt dat gemiddeld genomen de financieringsbehoefte toeneemt maar de totale kapitaallasten nemen af en daardoor wordt deze grote opgave beter financieel sluitend te maken. We zien dan ook geen problemen in het voldoende aantrekken van financiering. 3. Overige gebouwen kennen al een afschrijvingstermijn van 50 jaar voor o.a. fundering en dragende muren. 4. Apeldoorn en Lelystad kennen een afschrijvingstermijn van 60 jaar voor onderwijsgebouwen. Dit is niet altijd één op één met elkaar te vergelijken omdat Apeldoorn bij 40 jaar wel een upgrade doet. Daarnaast horen we wel dat veel gemeenten die bezig zijn met duurzaam bouwen en verbouwen kijken naar verlenging van de afschrijvingstermijn. 5. Door flexibeler te bouwen is de verwachting dat als er eerder besloten wordt tot een ander gebruik het pand een restwaarde heeft die dan past bij de waarde van het pand. Er wordt dan ook niet sneller afgeschreven maar de restwaarde wordt ingebracht in het nieuwe gebruik. Dit past binnen de richtlijnen van de BBV. Mocht dit om een bepaalde reden niet passen dan wordt er inderdaad conform de BBV versneld afgeschreven.
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen/ Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 7
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 4: "Voor 2026 hadden we gerekend met een hoger percentage voor de loonindexatie dan uiteindelijk nodig blijkt te zijn. Voor 2027 zien we juist een tegengesteld effect." Volgens het VNG akkoord van 22 april 2025, hebben De VNG, WSGO, FNV Overheid, CNV Overheid en CMHF Overheid een eindresultaat voor de Cao Gemeenten en Cao SGO bereikt. De looptijd is 2 jaar met een loonafspraak van 6,7% en € 35 nominaal. Dit betekent loonstijgingen van ongeveer 7% tot 8,5% in de lagere loonschalen. Gezien de geschatte inflatie 3,0% voor 2025 en 2,9% in 2026 (Bron Rabo, https://www.rabobank.nl/kennis/d011459365-kwartaalupdate-koopkrachtherstellaat-nederlandse-economie-in-2025-en-2026-groeien-en-draagt-bij-aan-hogere-brede-welvaart) zijn we benieuwd waar mee is gerekend?
Antwoord
Er is in eerste instantie voor de ontwikkeling van de loonkosten uitgegaan van 4% voor 2026 en 2,5% in 2027. Dit is nu aangepast naar 3,25% in 2026 en 2027. Als er een CAO is dan is dit het uitgangspunt. Bij het opstellen van het financieel perspectief was er nog geen (voorlopig) akkoord. Er wordt altijd achteraf gekeken of de uitgangspunten aansluiten bij de werkelijke loonontwikkelingen. Het CAO akkoord is nu definitief en loopt t/m 1-4-2027. Voor prijsontwikkelingen gaan we uit van de raming van het Centraal Planbureau voor de Prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (pBBP).
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 8
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 4"In de Voorjaarsnota is het zogenaamde ‘accres’ geactualiseerd op basis van de meest recente macro-economische cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Het accres voor loon- en prijsontwikkeling (LPO) is gebaseerd op de prijs van het bruto binnenlands product (pbbp) en valt € 3 miljoen hoger uit ten opzichte van de raming in de decembercirculaire van het gemeentefonds." Waarom en hoe is er een discrepantie ontstaan tussen het LPO en het pbbp, wanneer er al met een hoger loonindex percentage voor de lonen is gerekend?
Antwoord
Onder vraag 7 gaat het om hoe wij intern hebben gerekend met loonindexatie, deze staat los van waar het rijk zich op baseert. Deze drie miljoen heeft betrekking op de algemene uitkering die wij van het rijk ontvangen. In de voorjaarsnota actualiseert het rijk de parameters waarmee wordt gerekend, in dit geval geeft dit voor de gemeenten een voordeel.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 9
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag 9.1. Bladzijde 5: "Voor Zwolle betekent dit dat de bestaande stelpost voor het BCF van € 4,0 miljoen vanaf 2026 moet worden verlaagd tot circa € 2,6 miljoen." Het doel van het BCF is om btw weg te nemen als beslissingsfactor bij de keuze tussen het zelf uitvoeren van taken (inbesteden) of het uitbesteden van werkzaamheden aan derden. Is het mogelijk om het structurele nadeel van 1,4 Mio door uitbestedingen aan derden om te draaien voor de begroting en kan het college aangeven welke taken dit zouden kunnen zijn? 9.2. Bladzijde 5” "Het afgelopen jaar is het gebruik van onze inkomensregelingen sterk toegenomen." Kan het college aangeven waarom het gebruik van de regelingen is toegenomen en bij welke groepen het gebruik is toegenomen? 9. 3. Bladzijde 5: "Het afgelopen jaar is het gebruik van onze inkomensregelingen sterk toegenomen." Kan het college aangeven welke kosten dit dan zijn (gelieve antwoorden met voorbeelden van diverse regelingen), welke niet worden gedekt uit regionale Rijksbijdragen, provinciale bijdrage en gemeentelijke bijdragen. In de berap1 van 2025 werd nog gemeld dat er niet een extra bijdrage vanuit Zwolse middelen gevraagd? 9.4.
Bladzijde 5: "een structurele reservering van € 1,0 miljoen vanaf 2029 voor de SIA met het oog op de toekomstige investeringsopgave van € 150 tot € 175 miljoen tot en met 2035." Waarom zou deze nu al in de nota mee genomen moeten worden? Is dit bedrag al toegewezen en zo ja wat is de beoogde bestemming? 9.5. Bladzijde 5: Voor een aantal onderwerpen geldt dat de financiering in 2026 afloopt en mogelijk vervolgfinanciering noodzakelijk is. Dit noemen we de ‘boeggolflijst’." Kan het college
inzicht geven middels een lijst met naam en bedrag welke onderwerpen en projecten dit betreft? 9.6. Bladzijde 5 "Voor 2026 stellen we voor om een incidenteel budget van € 3 miljoen te reserveren voor mogelijke vervolgfinanciering en vanaf 2027 structureel € 2,5 miljoen." is het bedrag van 3Mio en 2,5 Mio reeel en welk bedrag valt buiten de begroting vergeleken met 2025?
Antwoord
9.1 Het nadeel komt door het meer declareren van alle gemeenten in Nederland. Er is door alle gemeenten gezamenlijk een groter beroep gedaan op het BCF waardoor de ingeschatte stelpost te hoog is. De regels van de provincie (onze toezichthouder) schrijven voor dat we structureel een stelpost op mogen nemen ter grootte van het laatst ontvangen saldo BCF. We maken altijd al een afweging of het zelf uitvoeren financieel aantrekkelijker is in gevallen dat dit mogelijk is. Wij zien dit dus ook niet als een oplossing ter dekking van de € 1,4 mln. 9.2. Zie ook de uitkomsten van het rekenkameronderzoek bestaanszekerheid. Belangrijkste oorzaken zijn de vereenvoudiging van de toegang tot deze regelingen en de verruiming van de inkomensgrenzen van 110% naar 130% van het minimum. 9.3. In principe worden de lasten voor inkomensregelingen gedekt uit de algemene middelen. Bij inkomensregelingen kunt u denken aan bijvoorbeeld bijzondere bijstand voor inrichtingskosten en zorgkosten, aanvullende bijstand voor jongeren en langdurigheidstoeslag. 9.4 Het bedrag van € 1 mln heeft het karakter van een reservering en is dus nog niet toegewezen aan concrete projecten. 9.5 Zie bijlage 1 Boeggolflijst 9.6 Voor nu verwachten we dat de vervolgfinanciering van de boeggolf hierbinnen past. De komende tijd wordt dit uitgewerkt en komt er meer duidelijkheid.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond/ Michiel van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht 10
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
1.
Bladzijde 6: incidenteel kader: "Binnen onderwijshuisvesting is sprake van incidentele vrijval van kapitaallasten doordat de planning op onderdelen is gewijzigd." Kan het college aangeven wat er precies bij het bouwen en/of verbouwen van scholen sommige investeringen uitgesteld of aangepast? En kan het college garanderen dat de kosten voor rente en afschrijving door een volgend college niet betaald hoeven te worden?
2.
Bladzijde 6: incidenteel kader: "Voor het warmtebedrijf is sprake van incidentele vrijval van € 0,5 miljoen door vertraging in de uitvoering." Kan het college aangeven waar de vertraging bij het warmte bedrijf is opgelopen en wat de totale budget risico's zijn van de vertraging? Dient de raad rekening te houden met een budget overschrijding door de vertraging, na deze "meevaller"?
3.
Bladzijde 6: incidenteel kader: "De verwachting is dat de incidentele bestedingsruimte de komende 4 jaren gevoed kan worden met 25% van de voordelige MPV resultaten." Kan het college aangeven waarom zij zo positief gestemd is over de verwachting voor de komende 4 jaar?
4.
Bladzijde 6: incidenteel kader: "Het MPV resultaat – na aftrek 75% SIA – wordt gestort in het weerstandsvermogen en vervolgens na weging van risico’s bepaald welk deel kan vrijvallen en ingezet kan worden voor voeding van de incidentele bestedingsruimte. Wordt de verlenging van de afschrijvingsduur en de gevolgen voor de balans meegewogen bij de de bepaling van de incidentele bestedingsruimte?
5.
Bladzijde 6: incidenteel kader: "De MPV resultaten zijn opgesteld naar de stand van zaken per begin 2025 en zullen ongetwijfeld in de loop van de jaren wijzigen. De opgenomen behoedzaamheidsmarge komt overeen met de geïnventariseerde risico’s in de grondexploitaties die het resultaat zouden kunnen beïnvloeden." Kan het college de volgende zaken verduidelijken: welke behoedzaamheids marge is gebruikt en wat bedraagd deze +/-? Is dit een gebruikelijke behoedzaamheidsmarge en wordt deze ook door andere gemeenten gebruikt en kan zij aangeven welke gemeenten dit ondermeer zijn?
Antwoord
10.1: De incidentele vrijval ontstaat vooral doordat een project op zichzelf, en niet door wijzigingen binnen het project, in de planning naar achteren schuift. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Ook de komende jaren gaat dit vaker gebeuren omdat vastgoedprojecten vaak een doorlooptijd heben van meerdere jaren. Samen met de schoolbesturen is de gemeente continu in gesprek om de planning te optimaliseren. In de begroting is op dit moment tot en met 2028 dekking voor alle projecten. Als een project een jaar opschuift, starten de kapitaalslasten ook een jaar later (rente en afschrijving). Het volgende college kan de investeringen (rente en afschrijving) tot en met 2028 betalen via de dekking in de huidige begroting. •
10.2: De incidentele vrijval (pagina 8) t.w.v. € 0,5 mln. hangt samen met de kosten voor deelneming aan het warmtebedrijf die in de Begroting 2025 structureel zijn voorzien als zijnde kapitaallasten. De € 0,5 mln. kapitaallasten is een directe afgeleide van het in 2025 verwachte investeringsbesluit project warmtenet Holtenbroek/Aa-landen met geothermie. Dit investeringsbesluit is uitgesteld en daarmee vallen deze kapitaallasten in 2026 incidenteel vrij. Momenteel wordt er gewerkt aan een alternatieve oplossing. Dit zal naar verwachting resulteren in een aangepast investeringsbesluit en daarmee ook herijking van de € 0,5 mln. structurele lasten in de begroting. In 2024 hebben de samenwerkende partijen in de warmteketen Zwolle-Noord, mede op basis van een veranderend speelveld, deels nieuwe inzichten ontwikkeld op een duurzame warmtevoorziening. Deze lieten zien dat het direct starten met een grootschalig warmtenet op basis van geothermie een lastig scenario lijkt. Verder verwijzen we u naar de raadsbrief ‘Stand van zaken warmtetransitie Holtenbroek/ Aa-landen’ van 5 december 2024 (dossiernummer 10625, overdracht College-Raad van 12 december 2024) Zodra meer duidelijkheid is over de alternatieve oplossing kunnen wij u nader informeren over de verwachte investeringsomvang en de bijbehorende financiële risico’s.
10.3: Het jaarresultaat van Vastgoed wordt vooralsnog sterk bepaald door de verwachte tussentijdse winstnames. Veel winstgevende grondexploitaties (Hessenpoort I/II, Oude Mars en Breezicht Noord en de Tippe) gaan richting afronding en het risicoprofiel behorende bij deze projecten neemt af. 10.4: Her verlengen van de afschrijvingstermijn geeft structurele ruimte die meegenomen is in het financieel perspectief in de PPN.
Portefeuillehouder
10.5: Deze behoedzaamheidsmarge is 20% van het begrote MPV resultaat. We nemen deze marge op omdat het lastig is precies in te schatten wanneer de MPV-winsten zich voor gaan doen. Daarom is er voor deze marge gekozen. We hebben niet bij andere gemeenten gekeken of zij ook deze marge toepassen. Michiel van Willigen/ Arjan Spaans, Dorrit de Jong, Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 11
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag 1. Bladzijde 7: Incidenteel kader: "Na 2029 loopt het nog verder terug en de verwachting is dat winstafdrachten uit nieuwe grondexploitaties marginaal zullen zijn". Vraag is of de komende geplande bouwprojecten "met te veel marge worden verkocht of dat de projecten "karig" worden opgeleverd, dwz minder uitgebreid ( hogere woningdichtheid, minder infrastructuur, minder groen, etc) dan elder in de omgeving met daardoor hogere marge? Met andere woorden, verlaagt de buitenproportionele winst van de ontwikkelaar onze winstafdrachten en is daar inzicht in?
2. Bladzijde 7: Incidenteel kader: "maar ook door de diverse duurzaamheids- en mobiliteitsmaatregelen." Verwacht het college reparaties in de toekomst, inzake bv mobiliteit te moeten gaan uitvoeren voor keuzes die zijn gemaakt gedurende dit college?
Antwoord
11.1
De winstafdrachten vanuit gemeentelijk grondexploitaties komen voort uit projecten waar de gemeente een actief grondbeleid voert. Daarbij worden gronden verkocht (uitgegeven) conform de kaders van de grondprijzenbrief waarbij marktconformiteit het uitgangspunt is. Gegeven bovenstaande kan in gemeentelijke grondexploitaties geen sprake zijn van buitenproportionele winst door de ontwikkelaars die de gemeentelijke winstafdracht verlaagt. De winstafdrachten worden met name behaald vanuit grondexploitaties (n.m.Hessenpoort) waarbij sprake is van een historische grondpositie met een lager inbrengwaarde (boekwaarde) van de grond. Deze locaties zijn voor de toekomst nagenoeg niet meer beschikbaar. Bij projecten waar de gemeente handelt vanuit een facilitaire rol zal de ontwikkelaar streven naar ten minste en haalbare businesscase. Het borgen van de ruimtelijke kwaliteit dient plaats te vinden middels de daartoe aangewezen producten en bijbehorende besluitvorming (gebiedsvisies, ruimtelijk ontwikkelingsplannen, etc.) 11.2 Het is op voorhand niet mogelijk om de te verwachten effecten van maatregelen op de winstmarge bij toekomstige ontwikkelingen aan te geven. Dit hangt af van de specifieke programmatische/beleidsmatige invulling binnen een ruimtelijke opgave.
Hierbij geldt dat deze oorzaken divers zijn en duurzaamheids- en mobiliteitsmaatregelen hier een tweetal voorbeelden van kunnen zijn. Ontwikkelaars dragen daarnaast ook evenredig bij aan de kosten voor bijvoorbeeld infrastructurele maatregelen en maatregelen in de openbare ruimte. Op het moment dat wordt gewerkt aan de invulling van een ruimtelijke opgave kan ook worden vastgesteld wat de effecten op het (financiële) resultaat zullen zijn. Dit vraagt uiteindelijk om een integrale afweging waarbij het financieel resultaat één van de weegpunten is.
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong/ Gerdien Rots
Gesteld door fractie
Swollwacht 12
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
1.
Bladzijde 7: , =scapaciteit. Is het college op de hoogte van het artikel bij de VNG over weerstandcapaciteit, https://vng.nl/publicaties/verplichte-weerstandsratio-scheptschijnwerkelijkheid en hoe kijkt zij aan tegen dit artikel?
2.
Bladzijde 7: Weerstand capaciteit, "Op basis van de uitkomsten van de jaarrekening 2024, berap 2025-1 en overige ontwikkelingen komt de weerstandsratio uit op 152%." Wij lezen het als volgt: dat er 52% meer buffer is dan strikt noodzakelijk en volgens de afgesproken norm van 100%. Wat zijn volgens het college de nadelige consequenties van de vergrootte buffer?
3.
Bladzijde 7: Weerstand capaciteit: "Op basis van de uitkomsten van de jaarrekening 2024, berap 2025-1 en overige ontwikkelingen komt de weerstandsratio uit op 152%." Kan het college de uitkomsten uit genoemde weerstandratio van 152% verduidelijken met enkele scenario's, waarbij de risico's middels een analyse aan ons worden gepresenteerd?
Antwoord
Er wordt door veel mensen en instanties geschreven over risicomanagement en berekening weerstandscapaciteit. In Zwolle steken we veel energie is risicobewustzijn, minimaal twee keer per jaar vindt overleg plaats met verschillende stakeholders. Ook de rapportage projecten is hier een voorbeeld van. We zijn deze instrumenten aan het doorontwikkelen. Het hebben van een voldoende buffer is zeker nog van belang waarbij over de hoogte een afweging gemaakt kan worden. De buffer is de algemene reserve. Hierin worden o.a. de resultaten MPV, Berap, jaarrekening en algemene uitkering in gestort of onttrokken. Dat de algemene reserve gegroeid is geeft aan dat er dus positieve resultaten zijn behaald. We willen voorkomen dat de buffer onnodig groot is in relatie tot de actuele risico-inschatting. Jaarlijks doen we bij de PPN daarom een voorstel hoe deze gelden boven de benodigde buffer ingezet gaan worden, voor nu is het voorstel 50% SIA en 50% reserve incidentele bestedingen. Voor de onderbouwing van deze positieve resultaten van Berap en jaarrekening verwijzen we u naar de betreffende documenten. De weerstandsratio van 152% is de uitkomst van het delen van de beschikbare weerstandscapaciteit (algemene reserve) door de benodigde weerstandscapaciteit. Beide zijn aan veranderingen onderhevig.
Zoals hiervoor aangegeven is de algemene reserve aan veranderingen onderhevig door de verschillende stortingen en onttrekkingen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald aan de hand van een risico-inventarisatie volgens de systematiek zoals vastgelegd in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2018. Tijdens deze inventarisatie worden risico’s benoemd en ingeschat op hun mogelijke financiële impact en de kans dat het risico zich kan gaan voordoen. Hoe hoger de kans en de financiële impact zijn, hoe hoger de benodigde
weerstandcapaciteit is. Deze inventarisatie wordt steeds verder doorontwikkeld en daardoor steeds accurater.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 13
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 9: ‘we zetten ons in om ontheemden, vluchtelingen en statushouders op een duurzame en humane wijze op te vangen in onze stad’ . Hoe definieert het College duurzaam en humaan? Bladzijde 9: ‘hiermee bieden we vluchtelingen en statushouders een stabiele basis in de stad waarmee ze een goede start kunnen maken met het meedoen in de samenleving’. Waaruit bestaat die stabiele basis? Wat verstaat het College onder het maken van een goede start met het meedoen in de samenleving en is hiervoor voldoende capaciteit bijvoorbeeld op het gebied van taalonderwijs, inburgering en zorg?
Antwoord
Het College definieert duurzaam in deze als opvang in permanente opvangplekken voor een periode van 10 tot 15 jaar. Onder humaan wordt verstaan dat de opvangplekken de kwaliteit hebben van het ruimtelijk functioneel programma van eisen en Technisch programma van eisen van het COA. Dit wordt door het College als minimaal beschouwd. Een stabiele basis bestaat uit een veilige plek, opvang (voor vluchtelingen en Oekraïners) of passende huisvesting (voor statushouders). Vanuit deze plek kunnen vluchtelingen participeren (zinvolle dagbesteding en/of (vrijwilligers)werk), deelnemen aan voorinburgeringsaanbod (vluchtelingen), of starten met inburgering (statushouders). Het College acht het van groot belang dat vluchtelingen vanaf dag 1 van hun verblijf in Zwolle kunnen meedoen in de samenleving. Zo kunnen zowel de asielzoekers alsmede de statushouders die in Zwolle verblijven gebruik maken van het voorinburgeringsaanbod, wat bestaat uit taalonderwijs, kennis van de Nederlands samenleving. Daarnaast worden zij gestimuleerd om deel te nemen aan een passende vormen van dagbesteding, of gebruik te maken van het aanbod van onze sociale basis. Voor statushouders die passende woning in Zwolle toegewezen hebben gekregen start het verplichte inburgeringstraject, bestaande uit taalonderwijs, maatschappelijke begeleiding en arbeidstoeleiding.
Voor het verplichte taalonderwijs heeft gemeente Zwolle capaciteit ingekocht bij diverse onderwijsaanbieders. Dit geldt ook voor de overige onderdelen van het inburgeringsaanbod, zoals maatschappelijke begeleiding, financiële ontzorging en arbeidstoeleiding. Voor asielzoekers en Oekraïners gelden specifieke regelingen voor toegang tot zorg. Voor statushouders geldt dat zij onder de zorgverzekeringswet vallen en zich dienen in te schrijven bij huisartsen. Voor hen geldt hetzelfde als voor overige Zwollenaren; in sommige gevallen is er sprake van wachttijden, vanwege de hoge bezetting van huisartspraktijken.
Portefeuillehouder
Anja Roelfs
Gesteld door fractie
Swollwacht 14
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 10: ‘een schoolgebouw is een veilige, inspirerende plek waar kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen’. Is dit een wens van het College of is dit realiteit?
Antwoord
Dit is een politieke vraag
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht 15
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 11: ‘we hebben een nieuwe tijdelijke afdeling voor de opvang en huisvesting van vluchtelingen ingericht en zij werken aan een proactieve en toekomstbestendige aanpak voor de opvang en huisvesting van vluchtelingen in de volle breedte’. Kan de term ‘vluchtelingen’ gedefinieerd worden?
Antwoord
De term vluchtelingen laat zich als volgt definiëren: asielzoekers, AMV (alleenstaande minderjarige vluchtelingen), Oekraïense ontheemden en statushouders.
Portefeuillehouder
Anja Roelfs
Gesteld door fractie
Swollwacht 16
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 14: welke stappen worden concreet gezet om nog beter aan te sluiten bij de leefwereld van de inwoner?
Antwoord
Hiervan zijn veel voorbeelden te noemen: via het programma menselijke Maat wordt bv. gewerkt aan een verbetering van de dienstverlening, eenvoudiger taalgebruik in brieven en communicatie, trainingen van medewerkers inkomensondersteuning op het gebied van menselijke maat, trajecten 'de omgekeerde toets’ en in beeld brengen en verbeteren van klantreizen, de werkwijze van het sociaal wijkteam bij jeugdhulpvragen (('Samenspel in de wijk'), aanpassingen in het beleidsproces waarbij inwoners vroegtijdig betrokken worden, stadsdialogen over bv armoede en gezondheid, de 'laat-geen-geld-liggen-gids'etc.
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht 17
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 14: ‘meedoen in de vorm van werk draagt bij aan geluk, welzijn en gezondheid’. Wat gaat het College doen om te zorgen dat meedoen in de vorm van werk ook bijdraagt aan bestaanszekerheid (meer geld in de portemonnee)?
Antwoord
Het college ziet werk als een belangrijke pijler onder bestaanszekerheid. Om ervoor te zorgen dat meedoen via werk daadwerkelijk bijdraagt aan bestaanszekerheid, hebben we aandacht voor het realiseren van duurzame plaatsingen richting regulier werk en bieden we maatwerkondersteuning aan onze inwoners om ze langdurig perspectief te bieden. Samen met collega’s van inkomensregelingen zoeken we naar integraliteit. Deze aanpak is gericht op drempels wegnemen voor inwoners die een bijstandsuitkering hebben om zo de stap naar (meer) werk makkelijker/aantrekkelijker te maken
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 18
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 14: ‘de vergrijzing in Zwolle zal steeds meer invloed hebben op ons beleid en op onze begroting… kunnen een forse impact hebben op de kwaliteit van leven en werken. Doordat de effecten zich vooral voordoen bij ouderen in een kwetsbare positie kan de kansenongelijkheid toenemen’. Kan het College duiden wat zij hiermee precies bedoelt? Wat is een kwetsbare positie? En wie bepaalt dat? Is het College bijvoorbeeld met de Seniorenraad in gesprek geweest om het hierover te hebben?
Antwoord
Het college doet een verkenning naar de impact van de vergrijzing op de stad (perspectief 2040). In dat kader is onder andere gesproken met de seniorenraad en is ook geput uit allerlei landelijke en lokale bronnen. Daaruit blijkt onder andere dat problemen zich vooral kunnen voordoen bij ouderen in een kwetsbare positie: ouderen met een klein sociaal netwerk, voor ouderen met een migratieachtergrond, gezondheidsproblemen en een hoge zorgvraag en/of problemen met rondkomen (VTV 2024, RIVM).
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht 19
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 15: ‘Bij het uitvoeren van ons werk zoeken we naar de behoefte achter de gestelde vraag. Zo kunnen we tot de beste oplossing komen. We willen dat we als gemeente worden ervaren als een bereikbare en luisterende organisatie dichtbij’. Is dit een wens van het College of is dit realiteit?
Antwoord
Vanuit het programma Menselijke Maat werken we hieraan. Het programma ondersteunt initiatieven in de organisatie om een menselijke en lerende organisatie te zijn. We zien een
groeiend bewustzijn met mooie voorbeelden als ambtshalve toekennen, de doorbraakmethode, vereenvoudiging van regelingen, informeel oplossen van klachten en bezwaren en de inzet van het Versimpelteam. Ook zetten we klantonderzoeken en
klantreizen in als feedbackinstrument voor het verbeteren van de dienstverlening. Het programma heeft een looptijd tot eind 2027.
Portefeuillehouder
Peter Snijders
Gesteld door fractie
Swollwacht 20
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 15 ‘Dat doen we ook door beleid en uitvoering in samenspraak met inwoners en partners vorm te geven’. Wat betekent ‘samenspraak’ in deze context? Wat is de invloed die inwoners en partners hebben op het vormgeven van beleid en uitvoering en hoe ziet dat er in de praktijk uit?
Antwoord
Dat doen we op allerlei manieren: soms indirect door het doen van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Of door het organiseren van stadsdialogen waarbij we vraagstukken voorleggen aan inwoners en partners. In het sociaal domein zorgen we ervoor dat we in het proces van beleid maken inwoners en partners vroegtijdig betrekken en zijn ook bezig onze processen daarop aan te passen. Ook trekken we in wijken samen op met inwoners en partners bij het aanpakken van wijkopgaven en de verbinding tussen de sociale en fysieke vraagstukken in de stad, bijvoorbeeld in Holtenbroek en Assendorp. Bij de Opgave Sociale Basis maken we afspraken met partners over het samenwerken aan opgaven en aan wijkgerichte versterking van de sociale basisinfrastuctuur
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht 21
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 15: ‘om de sociale basis te versterken maken we ruimte voor initiatieven van inwoners en werken we intensief samen met onze partners’. Welke voorbeelden zijn beschikbaar van initiatieven van inwoners op dit gebied en wat zijn daarmee de ervaringen?
Antwoord
Er zijn verschillende initiatieven van inwoners die gefaciliteerd of ondersteund worden. Dit gebeurt door de gemeente, de initiatievenverbinder of door samenwerkingspartners die deze opdracht in Zwolle uitvoeren. Voorbeelden van inwonersinitiatieven en ondersteuningsopdrachten zijn: • Hof van Welbevinden in Stadshagen. Dit inwonerinitiatief richt zich op het versterken van de gezondheid van inwoners in Stadshagen. • Chinese ouderengroep ’t Zonnetje, waarbij ouderen met een Oosterse achtergrond elkaar ontmoeten. • Symphonica Stadshagen. Jaarlijks wordt een festival georganiseerd met optredens, workshops, foodtrucks, demonstraties en activiteiten. Gerund door vrijwilligers. • Kringdagen in Zwolle Zuid, een inwonersinitiatief dat erop gericht is ontmoeting en verbinding tussen inwoners in Zwolle Zuid te creëren. • Buro Lont. Dit initiatief geeft cursussen en trainingen aan onderwijs en opvoeders om jongeren efficiënter te laten leren. • Jaarlijks worden bij NLDoet inwonersinitiatieven ondersteund en gefaciliteerd • Sportservice Zwolle heeft de opdracht om sportinitiatieven in de wijk te ondersteunen • Er is een vacaturebank voor vrijwilligers, waar vraag en aanbod samen komen. Inwonersinitiatieven kunnen hun vraag daar ook op plaatsen.
•
Er zijn verschillende initiatieven op het gebied van vervoer, maatjesprojecten en informele ondersteuning waarbij inwoners actief zijn en die vanuit inwoners opgezet zijn.
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht 22
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 15: ‘de kansengelijkheid van specifieke aandachtsgroepen (zoals nieuwkomers, mensen met (tijdelijke of blijvende) psychische of sociaal psychische kwetsbaarheid in de buurt, dak- en thuislozen) willen we versterken’.
-
Op welke wijze gaat het College aandacht besteden aan de kansengelijkheid van mensen die die overlast ervaren (soms in zeer ernstige mate) van deze specifieke aandachtsgroepen? Antwoord
Het college werkt aan de kansengelijkheid van alle inwoners. Als het gaat om de balans tussen de noden van kwetsbare mensen versus de overlast die daardoor soms ontstaat, daarvoor heeft het college nadrukkelijk aandacht. Bijvoorbeeld door bij het plannen en realiseren van locaties rekening te houden met de draagkracht en draaglast van buurten. Voorbeeld Welkom in mijn Wijk.
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht 23
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 14: ‘een themajaar kan de lokale gemeenschap verenigen en trots op Zwolle vergroten’, "We gaan sparen voor dit themajaar en stellen voor om hier nu totaal €3,0 miljoen incidenteel voor te reserveren (€750.000 van 2026 tot en met 2029. 1. 2.
Wordt er door de gemeente ook gewerkt aan sponsoring, subsidies en andere geldstromen om de feesten verder te financieren. Hoeveel miljoen Euro als "ander geld" doelstelling heeft de gemeente? Als referentiekader: één dag koningsdag met de koning en familie kostte in 2016 Eur 816K.
Antwoord Er zal een stichting worden opgericht die verantwoordelijk is voor de organisatie van Zwolle 800. Die stichting zal ook moeten zorgen voor aanvullende externe financiering. Daarbij zal ook gekeken worden naar fondsen en subsidies voor de kosten voor de Internationale Hanzedagen. Op dit moment is een doelstelling voor ander geld nog niet te formuleren aangezien we pas aan het begin staan van dit plan.
Portefeuillehouder
Anja Roelfs
Gesteld door fractie
Swollwacht 24
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 15: ‘via verzwaring, verslimming en een betere verdeling gaan we de congestie op het electriciteitsnetwerk bestrijden’. Hoe gaat dit er in de praktijk uitzien?
Antwoord
Verzwaren: over de ontwikkelingen en wat we hier aan doen bent u middels raadsbrieven op hoofdlijnen geïnformeerd. Voor de nieuwste inzichten op het niveau van TenneT ontvangt uw raad binnenkort een raadsbrief Ook voor verslimmen, met name zorgen dat zo decentraal mogelijk energie wordt opgewekt, opgeslagen en verbruikt, bent u middels het beleidsplan Toekomstige bedrijfsterreinen geïnformeerd. Inzet van verslimmen (netneutraal ontwikkelen) bij gebiedsontwikkelingen met gemengde programmma’s wordt nu ook verkend. Het verdelen betreft nu nog vooral de gesprekken over het versterken van de volgorde van de buurtverzwaring, ook in relatie tot ons warmteprogramma. (zie het recente raadsvoorstel warme programma, bouwsteen infrastructuur en netcongestie).
Portefeuillehouder
Arjan Spaans
Gesteld door fractie
Swollwacht 25
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 16: ‘Hiermee gaan we ‘slimme’ groene toevoegingen en verbindingen realiseren’ Wat wordt bedoeld met ‘slimme’ groene toevoegingen en wat merken inwoners hiervan?
Antwoord
Dit betreft het ‘groen dicht bij’, waarbij we toekomstbomen aanplanten. Deels in samenspraak met beheeropgaven die al liggen, deels in aansluiting op initiatieven die bijvoorbeeld vanuit bewoners komen. Bewoners merken dit dus concreet in de komst van groen in de straten.
Portefeuillehouder
Anja Roelfs
Gesteld door fractie
Swollwacht 26
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 17: ‘maar ook anders werken, door de inzet van hyperautomation en AI’ Op welke wijze worden medewerkers van de gemeente hierin begeleid? Krijgen zij bijvoorbeeld trainingen voor het gebruik van AI? Is er een protocol voor het gebruik van AI of wordt zo’n protocol opgesteld?
Antwoord
Er wordt gewerkt aan een verplichte leergang AI, die via de Zwolle Academy aangeboden zal worden. Ook wordt gewerkt aan een leergang Automation Mindset, gericht op het stimuleren van een andere manier van denken over werkprocessen. In deze leergang leren medewerkers om kansen voor automatisering te herkennen, samen te werken met ontwikkelteams en kritisch te kijken naar de toegevoegde waarde van hun werk. Dit draagt bij aan bewustwording, eigenaarschap en innovatiekracht binnen de organisatie. Naast AI omvat hyperautomation ook technologieën zoals Robotic Process Automation (RPA) en het slim inzetten van Microsoft 365. Ook voor deze onderdelen worden medewerkers begeleid, onder andere via trainingen, kennisdeling in community’s, en centrale sturing vanuit het team Hyperautomation. Dit team bundelt expertise en ontwikkelkracht op het gebied van RPA, Microsoft 365 en AI, en speelt een sleutelrol in het ondersteunen van medewerkers, het realiseren van oplossingen en het bewaken van kaders. Vanuit dit team worden trainingen, ondersteuning, en kaderrichtlijnen gecoördineerd, zodat kennisdeling en ontwikkeling niet versnipperd plaatsvinden maar in samenhang en met duidelijke regie. Daarnaast is er samen met HR aandacht voor wat deze digitale transformatie betekent voor het werven van nieuwe medewerkers.
Denk hierbij aan het formuleren van vacatureteksten en aandacht voor vaardigheden op het gebied van digitale technologie. Op deze manier sluiten instroom en interne ontwikkeling goed op elkaar aan.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 27
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 17: ‘Nabijheid van leidinggevenden helpt bij het verbeteren van de strategische sturing en kan een positief effect hebben op het ziekteverzuim. En helpen de werkdruk van medewerkers te verlagen’. Hoe is het op dit moment gesteld met de nabijheid van leidinggevenden? Waarop is de verwachting gebaseerd dat hun nabijheid een positief effect kan hebben op het ziekteverzuim? Is dus de verwachting dat het ziekteverzuim verlaagd wordt door de nabijheid van leidinggevenden?
Antwoord
Zwolle investeert in de kwaliteit en kwantiteit van haar management – kwalitatief door Zwols Leiderschap gezamenlijk te ontwikkelen, heldere rollen te beschrijven en kwantitatief daar waar de omvang van een team groter is dan wenselijk. De overtuiging van Zwolle, onderbouwd door praktijk- en wetenschappelijk onderzoek, is inderdaad dat betrokken en nabij management met aandacht voor ontwikkeling en welzijn van medewerkers positieve invloed heeft op onder andere ziekteverzuim en werkdruk.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 28
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 19: ‘We gaan scherp kijken welke taken mogelijk afgebouwd of gestopt kunnen worden’. Welke criteria worden hierbij gehanteerd?
Antwoord
Hierbij gelden als criteria of de taken wettelijk zijn of in beleid zijn vastgelegd. Daarnaast wordt gekeken naar de financiële en inhoudelijke consequenties van afbouwen of stoppen.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 29
Heeft betrekking op
Perspectiefnota 2026-2029
Vraag
Bladzijde 19: ‘We maken voor de nieuwe coalitie inzichtelijk welke beleidskeuzes in de begroting mogelijk zijn’. Welke criteria worden hierbij gehanteerd?
Antwoord
Hierbij geldt als criterium of de keuze leidt tot een besparing en tegelijkertijd bijdraagt aan een verbetering of vereenvoudiging van beleid, uitvoering of dienstverlening.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 30
Heeft betrekking op
Jaarstukken 2024
Vraag
6.4.1 Energieneutraal Zwolle Welke concrete acties en resultaten zijn er geboekt in 2024 op het gebied van (1) opslag en (2) waterstof
Antwoord
Zoals eerder middels raadsbrieven (ook in het RTP aangegeven is de provincie in overleg met de Gasunie om de landelijke backbone onderling te verbinden met een tracé tussen Ommen en Lelystad (niet voor 2032). Dat biedt perspectief voor aftakkingen naar Voorst en/of Hessenpoort (en tapijtindustrie). Zo’n aftakking komt er niet als er geen vraag is. Met een aantal groter bedrijven zijn we het proces opgestart om deze mogelijkheid nader te verkennen. Daarnaast vindt op Hessenpoort, onderdeel energiecluster, een kleinere ontwikkeling plaats, waarbij waterstof geproduceerd gaat worden.
Portefeuillehouder
Arjan Spaans
Gesteld door fractie
Swollwacht 31
Heeft betrekking op
Jaarstukken 2024
Vraag
6.4.1 Energieneutraal Zwolle Er is in Zwolle geen ruimte meer voor nieuwe of uitbreiding grootverbruik aansluitingen. Liggen er nu openstaande vragen voor aansluitingen bedrijven die niet opgepakt worden? Zijn er al aansluitingen geweigerd? Wat doet het college om de mogelijke problemen op korte termijn op te lossen? Zijn er problemen met wateraansluitingen van grootverbruikers of andere nutsvoorzieningen? Zo ja, graag ook de bovenstaande vragen resp. beantwoorden.
Antwoord
Enexis hanteert een wachtlijst voor grootverbruikers. Daar staan ook Zwolse aanvragers op voor een nieuwe aanvraag (of uitbreiding van bestaande). De plaats op de wachtlijst wordt bepaald door een prioriteringslijst (opgelegd door ACM). De eerste categorie die in aanmerking kan komen voor prioriteit zijn zogenoemde congestie-verzachters. Die zorgen ervoor dat er meer ruimte op het net komt waardoor anderen ook het net op kunnen. De tweede categorie betreft veiligheid met als voorbeelden defensie, politie en acute gezondheidszorg. De derde categorie ziet op meerdere basisbehoeften zoals drinkwater, woningbouw en onderwijs. Vanuit onze publiekrechtelijke rol ondersteunen we Enexis en Tennet bij het versnellen van het verzwaren ven het netwerk. Daarnaast stimuleren we aanvragers, vaak bedrijven, om te komen tot andere slimme oplossingen, meestal collectief. Aanvragers zoeken overigens ook zelf oplossingen, die op korte termijn een oplossing bieden. Gemeente werkt samen met de bedrijven op de bedrijventerreinen aan slimme oplossingen zoals de ontwikkeling van de smart energy hub en de inzet van batterijen.
Portefeuillehouder
Arjan Spaans
Gesteld door fractie
Swollwacht 32
Heeft betrekking op
Jaarstukken 2024
Vraag
6.4.4. Klimaatadaptatie en waterveiligheid Welke concrete maatregelen voor klimaatadaptatie en waterveiligheid zijn er getroffen in de wijken/gebieden Kamperpoort, Dieze, Dieze Oost, Berkum Noord, Assendorp, Voormalig Buitendijks Assendorp, Wipstrip, en de bedrijventerreinen Voorst A, Voorst B, Marslanden G en Marslanden H?
Antwoord
Concrete maatregelen voor klimaatdaptatie zijn o.a. waterberging, regenwater hergebruik, vergroening (voor de sponswerking van de bodem en tegengaan van hittestress) en maatregelen voor meerlaagse veiligheid. In civiele projecten wordt dit standaard geïntegreerd, in ruimtelijke ontwikkelplannen worden maatregelen voor klimaatadaptatie en waterveiligheid ingebracht. Straatboer Tuin Make Overs en acties zoals NK tegelwippen en Groendakenactie hebben concrete maatregelen bij bewoners opgeleverd. In alle genoemde wijken zijn op meerdere plekken (combinaties van) maatregelen uitgevoerd in 2024. Een gespecificeerde lijst is beschikbaar.
Portefeuillehouder
Arjan Spaans/ Gerdien Rots
Gesteld door fractie
Swollwacht 33
Heeft betrekking op
Jaarstukken 2024
Vraag
5.1.1. Vestigingsklimaat bedrijven Wat is er bekend over de uitbreiding en of verplaatsingsbehoeftes van de op de Zwolse bedrijventerreinen gevestigde bedrijven? Hoe wordt de behoefte aan uitbreiding of verplaatsing geïnventariseerd en opgepakt? Welke rol speelt de gemeente hierin?
Antwoord
Wat is er bekend…. gevestigde bedrijven? We hebben zicht op bedrijven die wachten op of interesse hebben in een nieuwe kavel. Vanuit de reguliere accountgesprekken hebben we het nodige in beeld mbt uitbreidingsen verplaatsingsbehoefte Vanuit de periodieke overleggen met de bedrijfsmakelaars vangen we signalen op tbv een algemeen beeld Maar we zullen niet alles volledig in beeld hebben. Hoe wordt de behoefte… en opgepakt? Dmv accountgesprekken, via de ondernemersverenigingen, via individuele ondernemers die zich melden. We geven aan wat er aan nieuwe ruimte aan komt en wanneer (bv Hessenpoort 3 en op langere termijn HP4), voor bestaande locaties wordt doorverwezen naar de bedrijfsmakelaars
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht 34
Heeft betrekking op
MVP 2025
Vraag
Resultaat grondexploitaties van p 5 Welke strategie wordt er gehanteerd voor verliesbeheersing? Is daar een werkmethode/stappenplan voor dat gedeeld kan worden? Welke concrete stappen zijn er in 2025 ondernomen voor verliesbeheersing?
Antwoord
De portefeuille Vastgoed en de daarbinnen opgenomen grondexploitaties kennen geen financiële doelstelling/taakstelling. Continue wordt bij de uitvoering van de projecten een integrale afweging gemaakt waarbij financiën één van de weegpunten is. Voor vastgestelde grondexploitaties is een “werkmethode” die continue wordt toegepast. Deze staat als zodanig ook omschreven als fundamentele wijzingen opgenomen in de nota van uitgangspunten van de MPV die door de Raad wordt vastgesteld. Conform het BBV wordt de stellige uitspraak nageleefd: “Jaarlijks zal een herziening van de grondexploitatiebegroting moeten plaatsvinden. Een actualisatie van het grondexploitatiecomplex en de grondexploitatiebegroting met planinhoudelijke
wijzigingen, dan wel autonome wijzigingen met materiële financiële gevolgen, moet opnieuw door de gemeenteraad worden vastgesteld.” Als de herziening van een grondexploitatie betrekking heeft op ondergeschikte punten, kan volstaan worden met een aanpassing van de grondexploitatiebegroting als normaal onderdeel van de jaarlijkse begroting- en verslagleggingprocedures, in de MPV dus. Voorbeeld is de vervanging van een raming van kosten door werkelijk gemaakte kosten. Ook voor herzieningen die het gevolg zijn van autonome ontwikkelingen (zoals de prijsontwikkeling van civieltechnisch werk) met beperkt financieel gevolg kan worden volstaan met aanpassing van de grondexploitatiebegroting in het reguliere begrotings- en verslaggevingsproces. Als herzieningen betrekking hebben op belangrijke punten zoals planinhoudelijke wijzigingen (programmering, planning, etc.), dan wel materiële financiële gevolgen hebben, dan zal de gemeenteraad uitgebreider moeten worden geïnformeerd in het kader van de gevraagde besluitvorming. Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Gesteld door fractie
Swollwacht 35
Heeft betrekking op
MVP 2025
Vraag
Risico’s p 15 In de tabellen wordt er risicoschatting gemaakt voor MVP 2025 van € 13.2 miljoen Over welke risico’s en welke projecten gaat het precies?
Antwoord
Het gaat in de tabel enkel op projecten waarvoor een gemeentelijke grondexploitatie is vastgesteld. Daarbij valt het totale risicobedrag uiteen in: A. Economische risico’s (programma, kostenstijgingen, opbrengstendaling en rente). De kaders voor het bepalen van de economische risico’s worden door de Raad vastgesteld bij de nota van uitgangspunten MPV. B. Projectgebonden risico’s. De projectgebonden risico’s worden middels een vastgesteld format bepaald en gewogen. In de voortgangsrapportage projecten (VP) wordt inhoudelijk verslag gedaan.
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Gesteld door fractie
Swollwacht 36
Heeft betrekking op
MVP 2025
Vraag
Risico’s p 15 In de tabellen wordt er risicoschatting gemaakt voor MVP 2025 van € 13.2 miljoen Welk deel van de risico’s wordt specifiek toegerekend aan stikstof en wetgeving? Kan dit nader worden onderbouwd en toegelicht?
Antwoord
De projectgebonden risico’s (€ 10,3 mln. Van de € 13,2 mln.) worden middels een vastgesteld format bepaald en gewogen. In de voortgangsrapportage projecten (VP) wordt inhoudelijk verslag gedaan en in deze rapportages zijn evt. risico’s nader toegelicht bij de projecten.
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong