Swollwacht - Beantwoording technische vragen
Tekst van het document
xx Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 1)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 5
Vraag
Het tekort aan woningen gecombineerd met een forse groei van het aantal inwoners betekent dat de bouw van woningen de grootste opgave is voor de komende periode. Hoe ziet die forse groei eruit per jaar? En waarop zijn deze cijfers gebaseerd?
Antwoord
De forse groei van het aantal inwoners wordt (onder andere) benoemd in het onderzoek ‘Zwolse woonmilieus van de toekomst: Kwalitatief toekomstbeeld wonen Zwolle na 2030’ (reeds gedeeld met de gemeenteraad). Dit onderzoek is uitgevoerd door het bureau Ruimtevolk en opgeleverd in februari 2024. In dit onderzoek worden twee recente prognoses van het CBS (2022) en ABF Research/Primos (2022) gecombineerd. Hieruit volgt een bandbreedte van een groei van 62.400 huishoudens in 2023 naar 71.000 tot 74.100 huishoudens in 2040.
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 2)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 6
Vraag
De komende jaren worden meer mensen aangenomen die kunnen helpen met woningbouw en stedelijke ontwikkeling. Hoe verhoudt zich dat tot de krapte op de arbeidsmarkt? Of is daar op dit gebied geen sprake van? Wat betekent concreet “meer mensen”?
Antwoord
Om de woningproductie te versnellen wordt wonen versterkt met een regisseur woningbouw en meer capaciteit op de advisering vanuit wonen in de gebiedsontwikkelingen, beleidsontwikkeling en monitoring. De rol van de regisseur woningbouw is gericht op de stedelijke programmering en de relaties naar provincie en rijk. Hier ligt een belangrijke samenwerking met stedelijke ontwikkeling. De werving zal inderdaad uitdagend zijn, gezien de krappe arbeidsmarkt.
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 3)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 6
Vraag
Op welke wijze wordt het sociaal wijkteam in staat gesteld een aantal succesvolle projecten in de stad te gaan uitvoeren?
Antwoord
Dat is projectafhankelijk. In het geval van Samenspel in de Wijk zijn middelen aangevraagd voor capaciteit (brede vraagverheldering + meer eigen inzet). Bij de begroting wordt uitgewerkt wat het SWT nodig heeft om invulling te geven aan de (aangescherpte) opdracht.
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 4)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 9
Vraag
De verwachting is 1,5 miljoen te kunnen besparen op de bijstandslasten door te investeren in arbeidsparticipatie. Waar is deze verwachting op gebaseerd?
Antwoord
Door het aanbrengen van meer focus op werk en door de ketenoptimalisatie willen we onze inwoners, die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering of die kwetsbaar zijn op hun werk of op school, beter in beeld krijgen en beter kunnen ondersteunen. We zetten in op het verhogen van de uitstroom van inwoners naar betaald werk door de eigen dienstverlening te optimaliseren en de ketensamenwerking met partners aan te passen aan de nieuwe trends en aan de behoeften van werkgevers. Door deze investeringen verwachten we dat het beroep op de bijstand gefaseerd zal afnemen. Hiervoor is de besparing (taakstelling) op de bijstandslasten ingeboekt. We realiseren ons, dat we dat niet alleen kunnen oplossen. Het realiseren van een besparing op de bijstandslasten is immers niet alleen afhankelijk van een ingezette lijn en interventies; er zijn ook externe, autonome factoren die een belangrijke rol spelen waar we geen grip of invloed op hebben. Desalniettemin is de ingezette lijn uit de visie op arbeidsparticipatie en arbeidsmarktbeleid gekoppeld aan een taakstelling.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 5)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 10
Vraag
Een mogelijke optie om incidentele ruimte te creëren is bestaande projecten te heroverwegen. Is al inzichtelijk over welke (of welk type) projecten dit gaat?
Antwoord
Nee, op dit moment is het alleen als optie genoemd.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 6)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 13
Vraag
Er is meer inzicht nodig in de voortgang van gebiedsontwikkelingen om beter te kunnen sturen. Wat maakt dat dat inzicht nu onvoldoende is?
Antwoord
De grootschalige gebiedsontwikkelingen in Zwolle zijn door veelheid en diversiteit aan opgaven complex. Daarbij geldt dat veel ontwikkelingen steeds meer van de fase van visie naar planvorming en realisatie gaan waardoor ook het risicoprofiel verandert. Daarom wordt nu al de programma-/projectbeheersing geïntensiveerd. Tevens hebben we door de samenwerking met het rijk (co-financiering via diverse subsidieregelingen) te voldoen aan eisen en verwachtingen tav monitoring en verantwoording als mede realisatietermijn.
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong en Gerdien Rots
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 7)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 16
Vraag
Er wordt gezocht naar nieuwe manieren om woningen en gebouwen te verwarmen zoals warmtepompen en groene energie. De productie en hergebruik van warmtepompen veroorzaken echter een mileubelasting die elf keer hoger ligt dan waar eerder rekening mee werd gehouden. Dit kan een probleem veroorzaken bij woningbouwplannen. De nieuwe milieuscore van een warmtepomp is soms zo hoog dat bouwen met een warmtepomp binnen de milieunorm niet meer te doen is. Op welke wijze wordt hiermee omgegaan bij woningbouwplannen?
Antwoord
We ondervinden de geschetste problematiek niet. Nieuwbouwwoningen worden vrijwel allemaal met (lucht)warmtepompen vergund en gerealiseerd, binnen de voorgeschreven MPG-score. Er zijn
geen signalen die erop wijzen dat ontwikkelaars of inwoners warmtepompen niet meer toe kunnen passen. In 2023 is inderdaad gebleken dat warmtepompen een hogere milieu-impact heeft dan voorheen werd gedacht. Daardoor kan een warmtepomp uitkomen op 16 tot 37 procent van de toegestane MPG-score (milieu prestatie gebouwen) voor nieuwbouw. Onderzoek van TNO, in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, wijst uit dat dit vooral komt door toepassing van schadelijke koelmiddelen. Vanwege de gebleken hogere milieu-impact zijn producenten stappen aan het zetten om andere koelmiddelen in te zetten, slimmere elektronica toe te passen en zetten ze in op circulair ontwerpen waardoor de milieu-impact af zal nemen. Het Ministerie van BZK heeft een voorstel uitgewerkt voor het inzetten van een verrekenfactor voor situaties waarbij de milieuprestatie-eis niet gehaald kan worden, waardoor toepassing van warmtepompen mogelijk blijft. De praktijk laat zien dat de inzet van luchtwarmtepompen als warmtevoorziening nog steeds de nieuwe standaard is bij nieuwe grondgebonden woningen.
Portefeuillehouder
Arjan Spaans
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 8)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 16
Vraag
Samen met de netbeheerders wordt gewerkt aan het verminderen van de netcongestie. Op welke manier gebeurt dit en wat zijn hierbij de vooruitzichten?
Antwoord
Na de zomer zal de raad een raadsbrief ontvangen waarin we duiden wat we gaan doen om met Enexis het netwerk te verzwaren en welke mogelijkheden we zien om er slimmer mee om te gaan. Tevens duiden we de voorbereiding van mogelijke gemeentelijke keuzes bij verdergaande netcongestie.
Portefeuillehouder
Arjan Spaans
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 9)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 18
Vraag
Er wordt gezocht naar kansen om met weinig geld ‘slimme’ groene toevoegingen en verbindingen te realiseren. Wat zijn dit voor kansen? Ligt hier bijvoorbeeld een rol voor inwoners?
Antwoord
Deze kansen betreffen vooral het zoeken naar meekoppelen aan projecten die al gepland staan (vanuit ontwikkeling en/of vanuit beheer). Een voorbeeld hiervan is de Scheldelaan. Hier wordt door mobiliteit gezocht naar mogelijkheden om de weg te versmallen. Dit geeft dan mogelijkheden en ruimte om bomen aan te brengen. Deze bomen geven invulling aan een van de missende schakels in onze groenstructuur. De zinsnede om te zoeken naar kansen heeft primair betrekking op de gemeentelijke kansen. We gaan hierbij niet uit van een rol voor bewoners.
Portefeuillehouder
Monique Schuttenbeld
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 10)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 21
Vraag
‘We gaan steeds vaker van beschermd wonen naar beschermd thuis’ In welke gevallen is hier sprake van een verbetering en in welke gevallen is geen sprake van verbetering? Hoe zijn de voordelige resultaten op de activiteit beschermd wonen tot stand gekomen?
Antwoord
In de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis richten we nieuwe vormen van ondersteuning in die passen bij de behoefte van de inwoner waardoor instroom naar intramurale voorzieningen, zoveel mogelijk, wordt voorkomen en uitstroom van intramurale voorzieningen wordt bevorderd. Inwoners kunnen (langer) zelfstandig thuis blijven wonen in plaats van het wonen bij een aanbieder. Bij een deel van de projecten kan de inwoner blijven wonen ook als hij geen ondersteuning meer nodig heeft. Dit leidt tot minder verhuisbewegingen. Daarnaast zetten we in op community vorming waardoor het sociale netwerk van mensen wordt versterkt. Daar waar beschermd thuis geen passende oplossing is, blijft beschermd wonen beschikbaar. Een toelichting op het voordelig resultaat beschermd wonen is te vinden onder de financiële toelichting bij doel 3.3.2. in de jaarrekening : Doel 3.3.2 Beschermd wonen | Jaarstukken 2023 (jaarverslag-2023.nl)
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 11)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 22
Vraag
De opvang van vluchtelingen heeft de afgelopen jaren al een flinke druk gelegd op de inwoners en de gemeentelijke organisatie. Wat wordt bedoeld met een flinke druk op inwoners? Op welke manier wordt precies rekening gehouden met de draagkracht van inwoners?
Antwoord
Voor de meeste mensen is een opvanglocatie in hun directe omgeving nieuw. Dat zorgt bij het eerste bericht bij sommige inwoners voor onrust en er leven vragen over onder andere veiligheid en huisvesting. Deze onzekerheid werd meestal na verloop van tijd minder. In nagenoeg alle gevallen bleek dat bewoners constructief wilden meedenken en dat de tijdelijke bewoners vaak door de buurt goed werden opgevangen. Vorige jaar is een stadsbrede enquête uitgezet onder Zwollenaren over opvang in het algemeen en welke aspecten daarin van belang zijn, zijn stadsdialogen gevoerd en is een meedenkgroep ontstaan. Voor wat betreft draagkracht kijken we of een opvanglocatie op de beoogde plek past, onder andere aan de hand van de 7b's. Wanneer de locatie gerealiseerd wordt, richten we een klankbordgroep of omwonendenoverleg op waarin we samen met bewoners een beheerplan of beheerafspraken maken. Voor de verkenning permanente ROL krijgen inwoners de mogelijkheid om tijdens de verkenningsperiode hun vragen, suggesties, ideeën of opmerkingen over deze specifieke locaties mee te geven.
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 12)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 23
Vraag ‘Door het bieden van perspectief willen we voorkomen dat jongeren betrokken raken bij criminaliteit’ Hoe ziet dat perspectief eruit?
Antwoord
De structurele kosten die genoemd worden bij jeugd (p. 23) zijn bedoeld om te voorkomen dat jongeren betrokken raken bij criminaliteit en hen perspectief te bieden. Het gaat hierbij onder andere om passend interventieaanbod zoals het inzetten van ervaringsdeskundigen of individuele maatwerktrajecten, en preventieve activiteiten zoals versterking van preventie op scholen en bewustwording, bijvoorbeeld Halt en Veilig in en om school (VIOS). Bij het in kaart brengen welk perspectief passend is, staat leren en ontwikkelen centraal.
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 13)
Heeft betrekking op
Perspectiefnota blz 27
Vraag
In een volgende PPN komt aan de orde wat de vergrijzing van de samenleving van de gemeente vraagt en wat nodig is om de ontwikkeling van de stad te blijven bekostigen. Welk zicht heeft het College hier op dit moment op? En dan met name op wat de vergrijzing van de samenleving vraagt?
Antwoord
In de Koers Sociaal Domein besteden we al aandacht aan de demografische ontwikkelingen van de komende jaren en geven we aan dat het nodig is de samenleving/ de sociale basis te versterken om de toenemende zorgvraag in de komende jaren te kunnen opvangen. We hebben in deze coalitieperiode al extra middelen voor de sociale basis uitgetrokken en onderzoeken komend jaar wat er eventueel nog extra nodig is. We kijken daarbij naar de veerkracht en draagkracht van de samenleving, de rol van de gemeente en van andere partners en financiers en de effectiviteit van de huidige inzet. Ook werken we samen met partners in het Integraal Zorgakkoord om de samenhang met de druk op de zorg (zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg) te versterken.
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen/ Dorrit de Jong/ Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 14)
Heeft betrekking op
Berap
Vraag
Doel 1.1.1. Sociale contacten dag invulling, Buurtbemiddeling In 2023 is onderzocht of er cofinanciering mogelijk was door woningcorporaties. Najaar 2023 bleek dit geen optie. Wat was de hoofdreden waarom woningcorporaties niet mee konden cofinancieren aan buurtbemiddeling?"
Antwoord
Dit past niet binnen de afspraken die corporaties en gemeente hebben gemaakt. Bij het opstellen van de prestatieafspraken zijn andere afwegingen gemaakt, waardoor voor buurtbemiddeling geen financiering vanuit de corporaties is toegezegd.
Portefeuillehouder
M. van Willigen
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 15)
Heeft betrekking op
Berap
Vraag
Doel 1.2.3. Langdurige en/of intensieve ondersteuning Een inwoner wil geen zorg. En is de situatiezorgwekkend. Dan proberen we hem te motiveren om passende ondersteuning te accepteren. Zodat zijn situatie in ieder geval niet slechter wordt? "Wat als de omgeving overlast ervaart van de inwoner, en hij geen hulp accepteert. Wat is dan de procedure die genomen wordt om de overlast te verminderen?"
Antwoord
Mogelijkheden om de overlast te verminderen zijn verschillend afhankelijk van de situatie. Indien de overlastgevend persoon in zorg is (bijvoorbeeld GGZ) dan zijn hierbinnen mogelijkheden om interventies in te zetten. Bijvoorbeeld een gesprek, medicatiewijziging of opname. Indien het een zorgmijder betreft die ook niet in zorg is, dan wordt in eerste instantie team VIA van de GGD ingezet. Vanuit dit team wordt pro – actief en outreachend gewerkt met als doel zorgwekkende zorgmijders toe te geleiden naar reguliere zorg. Wanneer het gedrag dusdanig overlastgevend is en er vermoedens zijn van GGZ problematiek die ten grondslag ligt aan het gedrag, is het ook een mogelijk via de crisisdienst van de GGZ een beoordeling aan te vragen voor het opleggen van een crisismaatregel. Naast de zorggerichte benadering wordt er ook gekeken of er in het overlastgevende gedrag sprake is van strafbare feiten. Daarvan zal melding of aangifte gedaan kunnen worden.
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 16)
Heeft betrekking op
Berap
Vraag
Doel 2.1.2. Ondersteuning naar werk of school Activiteiten: We voeren regie op inburgering& participatie voor statushouders. Er is een wachtlijst bij NL Training voor Nederlandse taallessen. Wat gaat de gemeente hieraan doen, zodat anderstaligen zsm de Nederlandse taal kunnen gaan leren?
Antwoord
De wachtlijsten worden periodiek besproken in het overleg met de regiogemeenten waarmee Zwolle gezamenlijk de leerroutes voor statushouders heeft ingekocht. We zijn er continu scherp op en voeren dan ook een doorlopen gesprek met NL-training over het beheersbaar houden van de wachtlijsten. Tegelijk constateren we dat er een landelijk tekort is aan gecertificeerde taaldocenten. Ook deze ontwikkeling houden we in de gaten.
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 17)
Heeft betrekking op
Berap
Vraag
Doel 6.3.1. Toekomstbestendige verkeersinfrastructuur Beschrijving; Bouwen binnen stedelijk gebied nabij ov-knooppunten resulteert in lagere parkeernormen. Wat worden de parkeernormen op deze locaties?
Antwoord
Er zijn nog geen (nieuwe) gemeente brede parkeernormen. Het bepalen en vaststellen van deze normen is onderdeel van het uitwerken van de parkeerstrategie in nieuwe mobiliteitsnormen. Deze zijn naar verwachting eind 2024 gereed. Er is binnen Zwolle op dit moment één concreet voorbeeld van ontwikkelen nabij OV-knooppunten waarbij de normen al wel zijn uitgewerkt, te weten de Spoorzone. Voor dit gebied heeft het college op 4 juni 2024 als onderdeel van het Mobiliteitsbeleid Spoorzone nieuwe parkeernormen vastgesteld. Dit beleid is tijdens het raadsdebat op 17 juni 2024 door uw raad besproken.
Portefeuillehouder
Gerdien Rots
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 18) Berap
Heeft betrekking op Vraag
Doel 6.4.2. Stedelijk hoofdgroenstructuur, landschap & biodiversiteit. De effecten op natuurwaarden (m.n.) weidevogels moet nader onderzocht worden. Wanneer vindt dit onderzoek plaats en wanneer kan de raad hier de uitkomsten van verwachten?
Antwoord
Na vaststelling van het nieuwe groen- en recreatiebeleid wordt in een uitvoeringsprogramma bekeken hoe invulling te geven aan het onderzoeken van de effecten van de ontwikkeling van de stad op de natuurwaarden. De natuurwaardenkaart en het puntensysteem natuurinclusief bouwen en ontwerpen (bijlagen bij het beleidsplan) kunnen hier aan bijdragen.
Portefeuillehouder
Monique Schuttenbeld
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 19)
Heeft betrekking op
Berap
Vraag
Doel 7.3.3. Vitaliteit en gezondheid Activiteiten: Natuur en milieuactiviteiten in de wijken. De ROVA stopt hierin met een aantal activiteiten. Deze worden door de gemeente overgenomen.
Om welke activiteiten gaat het, en wie/ welke afdeling binnen de gemeente pakt dit op?
Antwoord
Het gaat hier om het MooiSchoon Programma van ROVA. Een programma dat zich richtte op het bestrijden van zwerfafval door in te zetten op communicatie, participatie en het faciliteren van een gedragsverandering. Zij ontplooiden daarin tal van activiteiten (zoals buurtopschoonacties, de uitgifte van opschoonmaterialen en een bus die ingezet kon worden bij acties) om inwoners en groepen inwoners te betrekken bij het opruimen van zwerfafval. Daarin is naast een programma voor basisscholen, een netwerk van ruim 800 zwerfvuilvrijwilligers opgebouwd. Het basisschoolprogramma (de Week van MooiSchoon) draait nog door maar alle andere activiteiten zijn door ROVA stopgezet. Deze activiteiten zijn nu belegd bij de collega’s die betrokken zijn bij de reiniging (Schoon Zwolle), met extra inzet van een trainee. We zien nu dat deze extra inzet blijvend nodig is om hier een goed plan (zwerfvuilprogramma) op te kunnen zetten en uit te kunnen voeren (coördinatie is nodig). Het leggen van een koppeling met andere reinigingsonderdelen zoals de inzet van handvegers, de inzet op hotspots, de inzet van Het Leger des Heils/Tactus en Pauropus en de activiteitenregeling Schoon Zwolle is hierbij ook erg belangrijk. Hoe meer inwoners zelf inzet plegen op het schoonhouden van de buitenruimte (jong geleerd, oud gedaan/eigenaarschap), hoe meer wij ook de kosten van ROVA op dit vlak kunnen beteugelen.
Portefeuillehouder Gesteld door fractie
Swollwacht Vraag 20)
Heeft betrekking op
MPV 2024 Paginanummer: 7 en 11
Vraag
De exploitatie van Stadshagen I en II en Breezicht Noord is gedaald met resp. € 3,6 en € 2,2 miljoen. Graag zien we een verbijzondering van deze bedragen naar oorzaken + bijbehorende bedragen per oorzaak. Of een verwijzing naar waar deze nadere toelichting staat.
Antwoord
De nadere toelichting staat op pagina 7 en 8 van de MPV opgenomen. Per project (dus ook voor Stadshagen – I en II en Stadshagen – Breezicht Noord) staat omschreven waardoor het verwachte resultaat is gewijzigd.
Portefeuillehouder
Monique Schuttenbeld
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 21)
Heeft betrekking op
PPN Paginanummer: 16
Vraag
De gemeente voert niet de verplichte energiebesparende maatregelen uit. Wordt deze wettelijke verplichting gehandhaafd? Zo ja, op welke manier en welke gevolgen (naast een hogere energierekening) kan dit voor de gemeente hebben?
Antwoord
Eén van de wettelijke verplichtingen die we als vastgoedeigenaar hebben is het treffen van energiebesparende maatregelen in gebouwen die een verbruik hebben van minimaal 25.000 m3 gas of 50.000 kwh elektriciteit. De Omgevingsdienst handhaaft op deze wettelijke verplichting. We zijn in overleg met de toezichthouder daar waar het speelt. Waar het mogelijk is, voeren we deze maatregelen samen met gepland onderhoud uit.
Portefeuillehouder
Monique Schuttenbeld
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 22)
Heeft betrekking op
PPN Paginanummer: 16
Vraag
De gemeente voldoet niet aan de wettelijke verplichting ten aanzien van energiebesparing eigen vastgoed, maar we houden de doelen ‘binnen handbereik’. Wat betekent hier ‘binnen handbereik’. Wat moet er gebeuren, wat zijn de kosten en wanneer voldoet de gemeente aan de wettelijke verplichting?
Antwoord
In de PPN staat: “We moeten versnellen om de wettelijke doelstellingen en onze eigen ambities binnen bereik te houden.” De Routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed laat zien wat nodig is om te voldoen aan de wettelijke vereisten en de doelstellingen uit het klimaatakkoord en het coalitieakkoord en welke kosten daarmee gemoeid gaan.
Portefeuillehouder
Monique Schuttenbeld
Beantwoord door
Mark van Rotterdam
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 23)
Heeft betrekking op
PPN Paginanummer: 16
Vraag
Het college heeft zich tot doel gesteld om in 2030 50 % circulair te zijn. In de perspectiefnota meldt het college dat veel gemeentelijke ambities in gevaar komen door mn gebrek aan financiële dekking. Is deze ambitie volledig realiseerbaar? Graag een toelichting.
Antwoord
Aan de doelstellingen van het programma Circulaire Economie wordt in 2024 in de lijn uitvoering gegeven. Dit aan de uitvoeringsagenda’s die gemaakt worden op basis van de visie Zwolle circulair. Hier zijn beperkte middelen voor gereserveerd waardoor de gemeente wel uitvoering moet geven aan de doelstelling om in 2030 50% circulair te zijn, maar waarbij de ambitie om een voortrekkende en inspirerende/ sturende rol in te vullen onder druk komt te staan.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Gesteld door fractie
Swollwacht (vraag 24)
Heeft betrekking op
PPN Paginanummer: 16
Vraag
Het college heeft zich tot doel gesteld om in 2030 50 % circulair te zijn. Op welke percentage circulariteit staan de vier relevante thema’s op dit moment? Welke indicatoren worden er gevolgd om de vordering van deze ambitie de komende 5 jaar te meten? Welke tussendoelen gaat het college per jaar nastreven?
Antwoord
Dit komt in beeld bij de vier uitvoeringsagenda’s die naar de raad zullen gaan. Landelijke eisen in regelgeving (bouwbesluit) worden de komende jaren aangescherpt waardoor deze eisen algemeen geldend worden. We baseren ons daarbij op landelijke cijfers. De tussendoelen richten zich vooral op het stellen van circulaire eisen bij eigen aanbestedingen en op samenwerken en inspireren als het gaat om projecten in de stad.
Portefeuillehouder
Paul Guldemond