Statenvoorstel vaststelling Actualisatie Omgevingsvise en Omgevingsverordening 2022.pdf
Tekst van het document
Statenvoorstel nr. PS/2022/1108459 Datum
GS-kenmerk
Inlichtingen bij
4 oktober 2022
2022/0165954
Trijnie Drint, telefoon 038 499 81 63 e-mail: T.Drint@overijssel.nl
Aan Provinciale Staten
Onderwerp Vaststelling Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022
Bijlagen II. Ontwerp-Reactienota zienswijzen en adviezen Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 (te raadplegen via https://overijssel.notubiz.nl/modules/1/ingekomen_stukken/view onder het bovengenoemde kenmerk) III. Overzicht actualisatieonderwerpen en omissies Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 (te raadplegen via https://overijssel.notubiz.nl/modules/1/ingekomen_stukken/view onder het bovengenoemde kenmerk) (bijgevoegd) IV. Overzicht aanpassingen nav zienswijzen (te raadplegen via https://overijssel.notubiz.nl/modules/1/ingekomen_stukken/view onder het bovengenoemde kenmerk) (bijgevoegd) V. ontwerp-Delegatiebesluit Omgevingsverordening 2021 (te raadplegen via https://overijssel.notubiz.nl/modules/1/ingekomen_stukken/view onder het bovengenoemde kenmerk) (bijgevoegd) VI. ontwerp-Voorbereidingsbesluit Omgevingsverordening 2021 (te raadplegen via https://overijssel.notubiz.nl/modules/1/ingekomen_stukken/view onder het bovengenoemde kenmerk)
Samenvatting van het voorgestelde besluit Provinciale Staten stellen de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2022 gewijzigd vast ten opzichte van het ontwerp dat ter inzage heeft gelegen. In deze actualisatieronde worden aanpassingen gedaan in de geldende Omgevingsvisie, de geldende Omgevingsverordening, de nieuwe Omgevingsverordening, die klaarstaat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023, en in de Catalogus Gebiedskenmerken. Normaal gesproken is de jaarlijkse actualisatieronde beleidsarm. Ook in deze actualisatieronde worden er aanpassingen doorgevoerd in de visie en verordening op basis van besluiten die eerder zijn genomen door Provinciale Staten of Gedeputeerde Staten en die nog moeten doorwerken in de visie en verordening. Daarnaast worden er deze keer ook enkele beleidsrijke wijzigingen doorgevoerd op basis van het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie, dat door Gedeputeerde Staten is vastgesteld. Het gaat om aanpassingen ten behoeve van urgente beleidsopgaven die niet kunnen wachten op de vaststelling van de nieuwe Omgevingsvisie in 2024. In de
1
Omgevingsverordening is een nieuw artikel opgenomen waarmee bij nieuwe ontwikkelingen een begin wordt gemaakt met de urgente beleidsopgave ‘Sturen op water en bodem’. En verder is de bestaande regeling voor uitsluitingsgebieden windenergie aangepast met het oog op de urgente beleidsopgave Duurzame energie. Daardoor wordt het onder voorwaarden mogelijk om windturbines te plaatsen binnen het Natuurnetwerk Nederland (nee, tenzij) en het Nationaal Landschap IJsseldelta (ja, mits). Vanwege het ‘beleidsrijke’ karakter van de actualisatie is een omgevingseffectrapport (OER Fase 1) ter onderbouwing van het besluit opgesteld. In dit rapport zijn de urgente opgaven beoordeeld aan de hand van het Rad van de Leefomgeving. Het ontwerp van de Actualisatie 2022 heeft, samen met het OER Fase 1, van 30 juni tot en met 24 augustus 2022 ter inzage gelegen. Er zijn binnen deze periode 120 zienswijzen ingediend. In de Reactienota zienswijzen en advies is vastgesteld welke zienswijzen aanleiding geven tot wijzigingen. In veel zienswijzen wordt ook gereageerd op het Fundament. Dat is alleen bekendgemaakt. Formeel gezien konden daarop geen zienswijzen worden ingediend. In de Reactienota wordt daarom alleen kort gereageerd op de opmerkingen. Gedeputeerde Staten zullen op een later moment reageren op het commentaar dat gericht is op het Fundament.
Het advies van de Subcommissie wettelijke adviestaken fysiek domein geeft geen aanleiding om aanpassingen te doen. De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft in haar advies laten weten dat het OER fase 1 de essentiële milieu-informatie bevat om het besluit tot vaststelling van de Actualisatie 2022 te kunnen nemen. De Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 bestaat uit digitale documenten die na vaststelling gepubliceerd zullen worden op ruimtelijkeplannen.nl en de provinciale website. De nieuwe Omgevingsverordening 2021 wordt gepubliceerd op het DSO. Provinciale Staten stellen ook het Delegatiebesluit vast op grond waarvan Gedeputeerde Staten de nieuwe Omgevingsverordening na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op onderdelen kunnen wijzigen. Ook nemen Provinciale Staten een voorbereidingsbesluit waarin direct werkende provinciale regels zijn opgenomen voor de periode dat nieuwe instructies in de Omgevingsverordening 2021 nog niet verwerkt zijn in de omgevingsplannen van de gemeenten.
Inleiding en probleemstelling Wij stellen Provinciale Staten voor de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 gewijzigd vast te stellen. Met de statenbrief van 21 juni 2022, kenmerk 2022/0107625 hebben wij u geïnformeerd dat het ontwerp van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 op 30 juni 2022 voor een periode van 8 weken ter inzage is gelegd met de mogelijkheid voor een ieder om daarop zienswijzen in te dienen. Inmiddels is de periode van ter inzage ligging voorbij. Er zijn binnen deze termijn 120 brieven en e-mails met zienswijzen ingediend op de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
2
2022. Deze zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in de Reactienota zienswijzen en adviezen, die als bijlage II bij dit statenvoorstel is gevoegd. Enkele zienswijzen geven aanleiding om bij de vaststelling van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 wijzigingen te doen in het ontwerp zoals dat ter inzage heeft gelegen. Daarnaast worden nog enkele kleine ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. In een aantal zienswijzen wordt ook gereageerd op het Fundament. Wij hebben besloten om het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie niet ter inzage te leggen, maar alleen bekend te maken. Wij hebben daarbij gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de provinciale inspraakverordening biedt om af te zien van inspraak. Het Fundament wordt samen met partners verder uitgewerkt in de nieuwe Omgevingsvisie. Tijdens dit proces is er ruimte voor partners om hun reactie op het Fundament in te brengen. Omdat het Fundament alleen bekend gemaakt is, konden formeel gezien daarop geen zienswijzen worden ingediend. In de Reactienota zienswijzen en adviezen wordt daarom alleen kort gereageerd op de opmerkingen in de zienswijzen op het Fundament. Voor een deel zijn de indieners zich ervan bewust dat het Fundament zelf geen onderdeel is van deze actualisatieronde en dat alleen twee urgente beleidsopgaven daarin meelopen.
Andere indieners zijn in verwarring geraakt door al die verschillende provinciale beleidsdocumenten die naar buiten zijn gekomen. Zij menen dat de provincie al vergaande besluiten heeft genomen over de herinrichting van het landelijke gebied. De reacties op het Fundament worden op een later moment door ons voorzien van een reactie. In de Reactienota wordt wel alvast een eerste reactie gegeven waarin de status van het Fundament wordt uitgelegd als tussenstap in de beleidsvorming op weg naar de nieuwe Omgevingsvisie. In diverse zienswijzen op de Actualisatie 2022 is ook gereageerd op het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE). Dat heeft gelijktijdig met de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 ter inzage gelegen, maar wordt vastgesteld door ons college. Daarom zijn de onderdelen uit de zienswijzen die gericht zijn op het PPE, niet opgenomen in de Reactienota die nu aan uw Staten wordt voorgelegd. De zienswijzen die gericht zijn op het Provinciaal Programma Energiestrategie zullen door ons college beantwoord als wij het programma vaststellen (volgens planning in december 2022). Volgens afspraak doen we elk jaar een actualisatieronde voor de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. We verwerken in deze jaarlijkse actualisatieronde eerder genomen beleidswijzigingen in de teksten en kaarten van de visie en verordening.
Ook werken we verouderde teksten en kaarten bij en herstellen we fouten en omissies. Daarmee worden de visie en verordening weer bij de tijd gebracht. De jaarlijkse actualisatieronden zijn in principe beleidsarm. In deze actualisatieronde worden deze keer vier actualisatieonderwerpen op basis van eerder genomen besluiten meegenomen: herziening beleid biomassa; aanpassing verdringingsreeks regio IJsselmeer; actualisatie Kernnet Fiets; correctie kaart gebiedsreserveringen. In bijlage III (actualisatieonderwerpen en omissies) is aangegeven wat de aanpassingen inhouden en op basis van welke besluiten die worden doorgevoerd. Ook staat in deze bijlage waar teksten en kaarten aangepast worden die vallen in de categorie ‘herstel omissies’. Dit jaar is er een bijzondere actualisatieronde, omdat er op dit moment twee Omgevingsverordeningen zijn waarin we wijzigingen aanbrengen.
3
Dat zijn de geldende Omgevingsverordening en de nieuwe Omgevingsverordening 2021. De nieuwe Omgevingsverordening is in december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten, maar nog niet gepubliceerd en ook nog niet in werking getreden. De inwerkingtreding van de nieuwe verordening is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dan vervalt de geldende verordening. Deze actualisatieronde gebruiken we om nog een aantal aanpassingen en correcties door te voeren in de nieuwe Omgevingsverordening 2021 voordat die gelijktijdig met de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt. Dat is vooral van belang voor de aanvullingen die we doen op het onderdeel ‘indieningsvereisten’ voor vergunningen en meldingen waarvoor de provincie het bevoegd gezag is. Een andere afwijking is dat er dit jaar twee beleidsrijke onderwerpen meegenomen worden. We nemen een nieuw artikel op in de Omgevingsverordening met de verplichting om te onderbouwen hoe nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Daarmee maken we een begin met het Sturen op water en bodem, dat in het Fundament is aangemerkt als urgente beleidsopgave. Verder passen we het artikel over windenergie aan waardoor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het Nationaal Landschap IJsseldelta niet langer worden aangemerkt als uitsluitingsgebied windenergie.
Binnen het NNN ‘wordt de ‘nee, tenzij’-benadering die ook voor andere nieuwe ontwikkelingen geldt, ook van toepassing op het plaatsen van windturbines. Binnen het Nationaal Landschap IJsseldelta gaat een ‘ja, mits”-benadering gelden. Deze verruiming van de mogelijkheden om onder voorwaarden windturbines te plaatsen doen we met het oog op de urgente beleidsopgave Duurzame Energie. Het gaat om beleidswijzigingen die onderdeel zijn van het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. Die worden nu al verwerkt in de geldende visie en de beide verordeningen omdat de doorwerking van dit nieuwe beleid niet kan wachten op de vaststelling van de nieuwe visie in het voorjaar van 2024. Het Fundament is op 21 juni 2022 vastgesteld in Gedeputeerde Staten en wordt nu ook aan Provinciale Staten voorgelegd. Het Fundament wordt in dezelfde Statenvergadering besproken als de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 (16 november 2022), waarbij de staten wensen en bedenkingen kunnen inbrengen op de uitwerkingsrichtingen die in het Fundament worden uitgezet. Voor de urgente opgaven is een omgevingseffectrapport opgesteld Voor de nieuwe Omgevingsvisie wordt een Omgevingseffect Rapportage (OER) opgesteld. Dit gebeurt in twee fasen.
In de eerste fase zijn de effecten onderzocht van de urgente beleidsopgaven “Sturen op water en bodem” en “Duurzame energie” die in deze actualisatieronde meegenomen worden. Het rapport OER Fase 1 doet daarvan verslag. De vaststelling van de Actualisatie 2022 wordt voor deze onderdelen mede gebaseerd op OER Fase 1. De gewijzigde vaststelling van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 houdt in dat uw Staten digitale documenten vaststellen. De Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 bestaat uit uitsneden van de geldende Omgevingsvisie, de geldende Omgevingsverordening en de nieuwe Omgevingsverordening 2021. Die laten alleen de delen zien die gewijzigd worden. Om duidelijk te maken hoe de wijzigingen zich verhouden tot de rest van de visie en verordeningen, zijn geconsolideerde versies gemaakt. Die hebben geen juridische status. Met de volgende links kunt u in de Tercera-viewer de digitale documenten inzien: NB Het kan zijn dat deze links bij de voorbereiding op de GS-behandeling nog niet werken. Daarom zijn de stukken als pdf’s bij deze GS-nota gevoegd (bijlage 9 t/m 14). Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2022 (aanpassing geldende Omgevingsvisie): https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923phVisie009-va01
4
Actualisatie Omgevingsverordening 2022 (aanpassing geldende Omgevingsverordening): https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923phVerordening009-va01; Actualisatie Omgevingsverordening 2021 (aanpassing nieuwe Omgevingsverordening voor Omgevingswet): https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923VerordeningOw02-va01; Geconsolideerde Omgevingsvisie (2017): https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923Omgevingsvisie2017GV09 Geconsolideerde Omgevingsverordening (2017): https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923Verordening2017-GV09 Geconsolideerde Omgevingsverordening 2021 (voor Omgevingswet): https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923Verordening2021-GV02
Participatie samenleving Er is in het kader van deze actualisatieronde geen apart participatietraject doorlopen. Deze actualisatieronde omvat vooral beleidsaanpassingen waartoe eerder is besloten. Voor beleidsrijke onderdelen geldt dat daarover participatie heeft plaatsgevonden in het kader van de beleidsontwikkeling van het Fundament. Wel is de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd. Het ontwerp van de Actualisatie is voor een periode van 8 weken – dus 2 weken langer dan de wettelijke termijn - ter inzage is gelegd met de mogelijkheid voor iedereen om zienswijzen in te dienen. In de concept-Reactienota zienswijzen en adviezen hebben wij een voorlopige reactie gegeven op de zienswijzen en de adviezen van de Subcommissie wettelijke adviestaken fysiek domein en de Commissie voor de milieueffectrapportage. Wij hebben de indieners van de zienswijzen laten weten wat ons voorstel aan uw Staten is. De indieners kunnen deze informatie gebruiken om vóór de vaststelling van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2022 in te spreken bij de Statencommissie Ruimte en Water.
Overwegingen 1. Tijdens de ter inzage ligging van de Actualisatie 2022 zijn 120 zienswijzen ingediend. Het ontwerp van de Actualisatie 2022 heeft van 30 juni tot en met 24 augustus 2022 (= 8 weken) ter inzage gelegen. Er is gekozen voor een langere dan de wettelijke termijn (6 weken) omdat de ter inzage ligging grotendeels binnen de zomervakantieperiode van regio Noord zou vallen. Ondanks de langere termijn zijn er veel pro forma zienswijzen ingediend. Deze indieners hebben extra tijd gekregen om hun zienswijze met inhoudelijke gronden aan te vullen. We hebben daarvoor de termijn gehanteerd die volgens de rechtspraak redelijk is (2 weken). De laatste aanvullingen zijn op 13 september 2022 binnengekomen. Alle zienswijzen op de Actualisatie 2022 zijn samengevat en van een reactie voorzien. Daarbij zijn ook de zienswijzen samengevat waarvan indieners aangegeven hebben dat zij erop staan dat die
5
integraal aan uw staten worden voorgelegd. Dat doen we omdat er in deze actualisatieronde veel en soms zeer uitgebreide zienswijzen zijn ingediend en de besluitvorming toch al complex is. De zienswijzen worden op verzoek van uw staten altijd al uitgebreid samengevat en in de samenvatting blijven we zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst. Wij zien dan ook geen noodzaak om de originele zienswijzen bij het statenvoorstel te voegen. Voor leden van Provinciale Staten bestaat de mogelijkheid om desgewenst de originele zienswijzen vertrouwelijk in te zien. 2. Enkele van de zienwijzen op de Actualisatie 2022 zijn aanleiding om het ontwerp op onderdelen aan te passen. Het gaat om zienswijzen waarin terecht gewezen wordt op onjuistheden op de kaart en in teksten van het ontwerp. Verder stellen we voor om diverse voorgestelde aanpassingen van de Catalogus Gebiedskenmerken terug te draaien die te ver vooruitlopen op de uitwerking van het Fundament op gebiedsniveau. Een overzicht van de voorgestelde wijzigingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen is bij dit statenvoorstel bijgevoegd als bijlage IV. 3. De overige zienswijzen zijn geen aanleiding om de Actualisatie 2022 niet of anders vast te stellen. Dat geldt voor alle zienswijzen die gericht zijn op de beleidsrijke onderdelen van deze actualisatieronde.
Er zijn veel zienswijzen binnengekomen op het nieuwe artikel voor sturen op water en bodem, maar ook op het voorstel om het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Nationaal Landschap IJsseldelta niet langer aan te merken als uitsluitingsgebied windenergie. Het zijn vooral boeren(organisaties), maar ook gemeenten die zich zorgen maken over de consequenties van de verplichting om te onderbouwen dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Er is vrees voor beperking van de agrarische bedrijfsvoering en het stagneren van gewenste nieuwe ontwikkelingen. Veel van deze indieners vinden de nieuwe verplichting te vaag geformuleerd. In de Reactienota wordt uitgelegd dat de provincie vanwege de doorzettende klimaatverandering het belangrijk vindt om nu al de eerste stap te zetten in het afstemmen van nieuwe ontwikkelingen op het natuurlijke water- en bodemsysteem in plaats van andersom. Technische oplossingen worden daarmee overigens nog steeds niet uitgesloten. Verder wijzen we op de Handreiking die we samen met gemeente en waterschappen gaan maken en die duidelijk gaat maken wat de gevraagde onderbouwing moet inhouden.
Uit de zienswijzen die zich richten tegen het schrappen van het generieke verbod op windturbines in Nationaal Landschap IJsseldelta en dan met name de Mastenbroekerpolder, komt de vrees naar voren dat de karakteristieke weidsheid verloren gaat. Tegen kleine erfmolens bestaat geen bezwaar. De aanpassing van het artikel over windenergie is voor inwoners en bedrijven in Noordoost-Twente aanleiding om de regeling die vorig jaar voor dat gebied is vastgesteld, opnieuw ter discussie te stellen. Dat geldt voor zowel voorstanders als tegenstanders van de keuze om daar alleen ruimte te bieden voor wind in de voorkeursgebieden die gemeenten hebben aangewezen. Tegen het voorstel om ook het NNN te schrappen als uitsluitingsgebied windenergie zijn relatief weinig zienswijzen binnengekomen. Het zijn met name de groene organisaties en enkele landgoederen die hier moeite mee hebben vanwege de mogelijke gevolgen voor natuur, recreatie en cultuurhistorie. In de reactienota wordt ook duidelijk gemaakt dat het schrappen van het generieke verbod binnen het NNN en Nationaal Landschap IJsseldelta, niet betekent dat windturbines zonder meer mogelijk zijn. Het beschermingsregime de gebieden blijft van toepassing. Voor het NNN geldt ‘nee, tenzij’ en voor het Nationaal Landschap ‘ja, mits’.
Er zal met uitgebreid onderzoek voor het concrete initiatief aangetoond moeten worden dat aan alle randvoorwaarden wordt voldaan.
6
Niet iedereen heeft begrepen dat de aanpassing van de definitie voor windturbines erop gericht is om erfmolens mogelijk te maken in delen van het Nationaal Landschap NOT die blijven gelden als uitsluitingsgebied. Een aantal gemeenten buiten deze uitsluitingsgebieden vraagt beleidsruimte om erfmolens van meer dan 25 meter tiphoogte toe te staan. Die ruimte is er onder het geldende beleid ook al. In een groot aantal zienswijzen wordt gereageerd op de aanpassingen van het beleid voor bioenergie – waarbij de focus gelegd wordt op groen gas - omdat bij veel boeren (ten onrechte) de indruk bestaat dat mest niet meer gebruikt mag worden voor bio-vergisting (mest is ook biomassa). Diverse gemeenten maken bezwaar tegen de verhouding 60% wind en 40% zon, die in de Omgevingsvisie wordt vastgelegd. In de reactienota wordt erop gewezen dat dit een afspraak is die in RES-verband is gemaakt. Ook de overige zienswijzen zijn geen aanleiding om het ontwerp van de Actualisatie 2022 aan te passen. 4. Verder zijn er na de vaststelling van het ontwerp van de Actualisatie 2022 nog enkele onjuistheden op kaarten en in de teksten ontdekt. Het gaat om de begrenzing van het stedelijke gebied bij Zwolle die niet klopt. Verder gaat het om stukjes tekst in de nieuwe Omgevingsverordening die op onbegrijpelijke wijze weggevallen zijn uit de tekst die vorig jaar is vastgesteld of juist zijn blijven staan.
Het gaat niet om schokkende aanpassingen en daarom is er geen bezwaar tegen om deze omissies bij de vaststelling met een ambtshalve wijziging nog te corrigeren. 5. Het advies van de Subcommissie geeft geen aanleiding tot aanpassingen. De Subcommissie doet vooral procedurele aanbevelingen die wij zoveel mogelijk zullen opvolgen. We zullen in het vervolg proberen bij de ter inzage legging meer rekening te houden met vakantieperioden. Dat is deze keer niet gelukt omdat we klem zaten tussen aan de ene kant de noodzaak om de vaststelling door GS van het Fundament af te wachten en aan de andere kant de noodzaak om voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog aanpassingen te doen in de nieuwe Omgevingsverordening. Er is inderdaad verwarring ontstaan doordat het Fundament wel bekendgemaakt is, maar niet de mogelijkheid is geboden om zienswijzen in te dienen. De constatering van de Subcommissie dat dit laatste in strijd met de provinciale inspraakverordening, is niet juist. De inspraakverordening biedt de mogelijkheid om af te zien van inspraak. Wij hebben dat gedaan door uitdrukkelijk te kiezen voor enkel bekendmaking. We merken ook aan ingediende zienswijzen dat een aantal gemeenten zich overvallen voelt door het publiceren van de kaart Energie in het Fundament met daarop gebieden waar wij kansen zien voor windenergie.
Dit lijkt het participatieproces te doorkruisen dat de gemeenten zelf hebben opgestart. De gebieden zijn echter nog zo indicatief van aard dat die van heel andere orde zijn dan de zoekgebieden waarvoor gemeenten een participatieproces zijn gestart. Het advies van de Subcommissie om een reactie te geven aan degenen die toch een zienswijze hebben ingediend op het Fundament wordt opgevolgd. De Subcommissie constateert terecht dat het principe ‘Sturen op water en bodem’ een beleidsrijke aanpassing is die vergaande consequenties kan hebben voor het landgebruik. Die consequenties zijn inderdaad nu nog niet te overzien. Het advies van de commissie bij de verdere uitwerking van dit principe ruim aandacht te geven aan het participatieproces zodat partijen aan de voorkant mee kunnen denken en inbreng kunnen leveren, nemen wij zeker mee.
7
In de toelichting op de Omgevingsverordening en ook in de Reactienota wordt duidelijk gemaakt waarom de status van uitsluitingsgebied van het NNN en het Nationaal Landschap IJsseldelta gehaald wordt. Naar aanleiding van zienswijzen gaan we de uitspraken over het inpassen windturbines in het landschap aanpassen. Helaas hebben de onderzoeken die in opdracht van het Rijk worden gedaan naar het verband tussen de aanwezigheid van geitenhouderijen en de verhoogde kans op longaandoeningen bij omwonenden vertraging opgelopen door de verstorende effecten in het onderzoek van COVID19. Zodra er duidelijkheid is, zullen we bekijken of de geitenstop geschrapt kan worden. 6. De Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) is positief over het OER fase 1 De Commissie voor de m.e.r. is van oordeel dat OER Fase 1 de essentiële milieu-informatie bevat om het besluit over de verordening te kunnen nemen. De Commissie beveelt wel aan om de presentatie van de effectbeoordeling bij de openbare stap in de besluitvorming te verduidelijken. Deel 3 van de Reactienota geeft deze verduidelijking. 7. Vorig jaar is bij de vaststelling van de nieuwe Omgevingsverordening het delegatiebesluit al aangekondigd. Op dat moment was het delegatiebesluit nog in ontwikkeling.
Omdat toen al duidelijk werd dat de invoering van de nieuwe Omgevingswet zou worden uitgesteld, is op dat moment volstaan met een aankondiging. 8. Er is een apart delegatiebesluit nodig om Gedeputeerde Staten bevoegd te maken nadere regels te stellen. In de huidige verordening is bij een aantal onderdelen geregeld dat Gedeputeerde Staten nadere regels mogen stellen. Die regels komen nu terecht in aparte uitvoeringsregelingen. Onder de Omgevingswet is dat niet meer toegestaan. Deze wet gaat uit van het principe dat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving op één plek en wel in de Omgevingsverordening ondergebracht moeten worden. Dat betekent dat de uitvoeringsregels van Gedeputeerde Staten in de Omgevingsverordening gezet moeten worden. Dit kan opgelost worden door GS bevoegd te maken de Omgevingsverordening aan te passen en aan te vullen. De Omgevingswet biedt die mogelijkheid, maar dit kan niet in de Omgevingsverordening zelf geregeld worden. Daarvoor moet een apart delegatiebesluit worden vastgesteld door Provinciale Staten. 9. Met het delegatiebesluit worden Gedeputeerde Staten bevoegd om regels te stellen over onderwerpen die de uitvoering betreffen. Het delegatiebesluit regelt niet alleen dat Gedeputeerde Staten nadere regels mag opnemen in de Omgevingsverordening. Het delegatiebesluit is breder opgezet.
Vanuit praktisch oogpunt is de ruimte genomen om voor allerlei onderwerpen die de uitvoering van het provinciaal beleid betreffen GS de gelegenheid te bieden om dit zelf te regelen. Verder wordt in het delegatiebesluit geregeld dat GS een voorbereidingsbesluit kan nemen als sprake is van zodanige spoed dat een statenbesluit niet kan worden afgewacht. Het nemen van een voorbereidingsbesluit kan gezien worden als een voorbereidende handeling die daarom goed bij Gedeputeerde Staten neergelegd kan worden. 10. Vorig jaar is ook het voorbereidingsbesluit al aangekondigd bij de vaststelling van de nieuwe Omgevingsverordening. Door het uitstel van de invoering van de Omgevingswet kregen we meer tijd om te laten uitzoeken hoe een voorbereidingsbesluit kan worden ingezet om provinciale belangen te borgen. We hebben een juridisch adviesbureau voorbeschermingsregels bij diverse onderdelen van de nieuwe Omgevingsverordening, die nu samengevat worden in een voorbereidingsbesluit. 11. Het voorbereidingsbesluit werkt als provinciale ‘Bruidsschat’.
8
In de nieuwe Omgevingsverordening zitten enkele nieuwe instructies voor gemeentelijke omgevingsplannen voor onderwerpen die nu nog door het Rijk geregeld worden (voor verzuring gevoelige gebieden, bodemsanering in grondwaterbeschermingsgebieden). Ook werken we in de nieuwe Omgevingsverordening met instructies voor milieubelastende activiteiten op bedrijfslocaties in grondwaterbeschermingsgebieden. Dat zijn de inrichtingen in grondwaterbeschermingsgebieden waarvoor de gemeenten nu ook bevoegd gezag zijn. Daarvoor gelden op basis van de geldende Omgevingsverordening rechtstreeks werkende instructies gelden. In de nieuwe Omgevingsverordening staan instructies die hetzelfde beogen, maar op basis waarvan gemeenten regels voor grondwaterbescherming moeten opnemen in hun omgevingsplan. Voor de nieuwe instructies geldt dat het nog een tijd kan duren voordat ze verwerkt zijn in gemeentelijke omgevingsplannen. Omdat hierdoor passende bescherming van provinciale belangen voorlopig niet geborgd is, moet een voorbereidingsbesluit genomen worden. Dat bevat rechtstreeks werkende provinciale regels waaraan in de tussentijd gemeenten initiatieven moeten toetsen. Zo regelen we voor provinciale belangen wat het Rijk doet met de zogeheten Bruidsschat: voorkomen dat er een gat valt bij de gemeenten doordat provinciale belangen op een andere wijze geregeld worden. 12.
In de praktijk blijken er vaak pas bij het digitaliseren van de stukken dat er nog fouten in teksten en kaarten zijn blijven staan. Daarom vragen wij de toestemming van uw staten om nog de puntjes op de i te zetten bij het digitaliseren van stukken, voordat tot publicatie wordt overgegaan. Mogelijk zullen er kleine tekstuele aanpassingen moeten worden gedaan om de documenten in de STOP/TPOD-standaard te kunnen publiceren. We zullen deze machtiging in ieder geval gebruiken om de nieuwe Omgevingsverordening 2021 te vernummeren voordat de verordening gepubliceerd wordt in het DSO.
Conclusie De Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 voorziet in aanpassing van de geldende Omgevingsvisie en de geldende Omgevingsverordening, maar ook in aanpassing van de nieuwe Omgevingsverordening 2021 die klaarstaat met het oog op de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet. De actualisatieronde is beleidsarm voor zover daarmee eerder genomen besluiten van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten worden verwerkt in visie en verordening. Er worden in deze actualisatieronde ook enkele beleidsrijke wijzigingen aangebracht met het oog op de doorwerking van de urgente beleidsopgaven ‘Sturen op water en bodem’ en ‘Duurzame energie’. Het gaan om beleidswijzigingen die niet kunnen wachten op de vaststelling van de nieuwe Omgevingsvisie in 2024. De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft een positief advies uitgebracht over het OER Fase 1. Enkele van de 120 zienswijzen die tijdens de terinzagelegging zijn ingediend, geven aanleiding om de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening gewijzigd vast te stellen ten opzicht van het ontwerp dat ter inzage heeft gelegen. Het advies van de Subcommissie wettelijke adviestaken geeft geen aanleiding tot aanpassing. Het is gewenst dat Gedeputeerde Staten de nieuwe Omgevingsverordening 2021 kunnen aanpassen en aanvullen als dat nodig is voor de uitvoering van het provinciaal beleid.
Dit kan niet geregeld worden in de verordening zelf, maar moet geregeld worden in een apart delegatiebesluit. Met een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat er een gat valt in de bescherming van provinciale belangen, zolang nieuwe instructies in de Omgevingsverordening 2021 nog niet zijn verwerkt in gemeentelijke omgevingsplannen.
Voorstel 9
Gelet op het voorgaande stellen wij u voor het besluit te nemen, zoals in concept in bijlage I verwoord is.
Gedeputeerde Staten van Overijssel,
voorzitter, A.P. Heidema
secretaris, N. Versteeg
10
Bijlage I Ontwerpbesluit nr. PS/2022/1108459
Provinciale Staten van Overijssel, gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten d.d. 4 oktober 2022 kenmerkFout! Verwijzingsbron niet gevonden.
Overwegende: -
-
-
-
dat afgesproken is om de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening met jaarlijkse actualisatieronde bij de tijd te houden; dat er de afgelopen periode besluiten zijn genomen door Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten die nog moeten doorwerken in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening; dat de doorwerking van deze besluiten om aanpassing vraagt van zowel de geldende Omgevingsvisie en Omgevingsverordening als van de nieuwe Omgevingsverordening die klaar staat voor de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet; dat in de nieuwe Omgevingsverordening 2021 nog een aantal omissies hersteld moeten worden voordat de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt; dat in het Fundament de urgente beleidsopgaven ‘Sturen op water en bodem” en ‘Duurzame energie’ zijn benoemd; dat deze urgente beleidsopgaven vragen om beleidsaanpassingen die niet kunnen wachten op de vaststelling van de nieuwe Omgevingsvisie in 2024; dat het ontwerp van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 ter inzage heeft gelegen van 30 juni tot en met 24 augustus 2022; dat binnen deze periode 120 brieven en e-mails met zienswijzen zijn ingediend; dat enkele van deze zienswijzen aanleiding zijn voor de gewijzigde vaststelling van het ontwerp zoals dat ter inzage heeft gelegen; dat de overige zienswijzen geen aanleiding zijn voor aanpassingen; dat het advies van de Subcommissie wettelijke
adviestaken fysiek domein geen aanleiding is om de Actualisatie 2022 aan te passen; dat de Commissie voor de milieueffectrapportage een positief advies heeft uitgebracht over het OER Fase 1; dat het gewenst is om een delegatiebesluit vast te stellen waarmee Gedeputeerde Staten de nieuwe Omgevingsverordening 2021 kunnen aanpassen en aanvullen als dit nodig is voor de uitvoering van provinciaal beleid; dat een voorbereidingsbesluit moet worden vastgesteld om te voorkomen dat er een gat valt in de bescherming van provinciale belangen zolang nieuwe instructies in de nieuwe Omgevingsverordening 2021 nog niet verwerkt zijn in gemeentelijke omgevingsplannen;
besluiten: 1. de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2022 gewijzigd vast te stellen in de vorm van de volgende digitale documenten met IDN-kenmerk: a. NLIMRO09923phVisie009-va01 (actualisatie geldende Omgevingsvisie); b. NLIMRO09923phVerordening009-va01 (actualisatie geldende Omgevingsverordening); c. NLIMRO09923Ow02-va01 (actualisatie nieuwe Omgevingsverordening 2021); 2. de Reactienota zienswijzen en adviezen Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2022 vast te stellen;
11
3. Gedeputeerde Staten op te dragen de indieners van de zienswijzen te informeren of hun zienswijze heeft geleid tot wijzigingen van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 en wat de argumentatie daarbij is; 4. Gedeputeerde Staten op te dragen de Subcommissie wettelijke adviestaken fysiek domein en de Commissie voor de milieueffectrapportage te informeren wat er met hun adviezen is gedaan; 5. Gedeputeerde Staten op te dragen de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2022 op de voorgeschreven wijze te publiceren; 6. Gedeputeerde Staten te machtigen om de nieuwe Omgevingsverordening 2021 aan te passen aan de STOP/TPOD-standaard als dit nodig is om het vastgestelde de verordening te kunnen publiceren in het DSO; 7. de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2022 in werking te laten treden met ingang van 1 januari 2023; 8. het Delegatiebesluit Omgevingsverordening 2021 vast te stellen; 9. het Voorbereidingsbesluit Omgevingsverordening 2021 vast te stellen; 10. Gedeputeerde Staten op te dragen het Voorbereidingsbesluit Omgevingsverordening 2021 te publiceren volgens de eisen van de Omgevingswet.
Zwolle, Provinciale Staten voornoemd,
voorzitter,
griffier,
12