Schriftelijke reactie Natuurplatform Zwolle - Reactie op Gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt.docx
Tekst van het document
Aan Gemeenteraad Betreft : Reactie op Gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt (Kijkend vanuit perspectief van flora en fauna, ecologische principes en biodiversiteit) Zwolle , 7 juni 2022 Geachte raad, Ten behoeve van de behandeling van en besluitvorming over bovengenoemde gebiedsvisie ontvangt u onze reactie. Deze is (gezien de beperkte voorbereidingstijd) niet uitputtend, in feite vooral een aanzet. Toch hopen we zo een bijdrage te leveren aan (verdere) groene verbetering van de plannen. Met vriendelijke groet, Natuurplatform Zwolle Hans de Graad Algemene indruk In de visie wordt een vertaling gegeven aan de opgave en ambitie om duurzaam te ontwikkelen t.b.v. klimaatadaptatie en circulariteit. In deze gebiedsontwikkeling is ook een gezonde omgeving en meer biodiversiteit als opdracht meegenomen. Het is een positief gegeven dat in de visievorming (alle) noodzakelijke elementen een plek hebben gekregen in de voorliggende visie. Een visie is in zijn aard een kader met uitgangspunten op hoofdlijnen. En daarin schuilt een mate van onzekerheid; dat in de vertaling van uitgangspunten in verdere uitwerking de ene opgave meer prioriteit krijgt dan een andere. Bouwen, bouwen, bouwen is een urgente behoefte van de mensen en de vraag is hoe we dat realiseren zonder ons “ecologische huis’ verder af te breken, maar juist herstellen.
We krijgen vanaf nu bij elke ontwikkeling maar één kans om het goed te doen – nog even en het is 2030. In lijn met ons Manifest Waarmaken en waarnemen vragen we nu om concrete, meetbare resultaten. Voor deze gebiedsvisie gaat het om specifiek om de volgende data over de oppervlaktes voor openbaar groen en bomen. Harde doelstellingen op basis van (landelijke) normen: a. Norm 4e Nota Ruimte: 75m2 groen (openbare ruimte) per woning is ook indicatief voor nieuwbouw situaties in bestaand stedelijk gebied. (Nota Recht op Groen, Rli, 2005). Dit betekent bij toevoeging van 1500 woningen in de Kamperpoort een oppervlakte van 112.500 m2 openbaar groen. We vragen de gemeente op basis van de huidige visie inzicht te geven in de omvang van het openbaar groen op basis van de huidige verkaveling, zodat we kunnen vaststellen in welke mate de norm wordt benaderd. b. Een andere meetlat is de 3-30-300 regel. Vanuit de woning heeft de bewoner zicht op 3 (forse) bomen, 30% van de oppervlakte van de buurt is groen en op 300 meter loopafstand is een groene plek te bereiken van min. 1 hectare groot. Qua groene openbare ruimte vertaalt 30% van 47 ha buurtoppervlakte zich naar 14,1 ha. In 2022 is het % groen in de buurt 12,4% (bron: www.cijfersoverzwolle.nl). Een verdubbeling is nodig.
c. Wat het aantal bomen betreft, de coalitiepartijen onderzoeken de mogelijkheden om voor iedere nieuwe inwoner een boom te planten. Met een huishoudenbezetting van 2 personen is dit voor Kamperpoort omgerekend 3000 nieuwe bomen. Wat is er in dit stadium vast te stellen over het aantal te planten bomen? Hieronder staat een kritische opsomming van de “kwetsbare” uitgangspunten, voornemens, ambities en/of doelen (in visie én uitvoering). Focus en scherpte is nodig om het goede te doen en de dingen goed te doen (in het groot en in detail). • In hoofdstuk 8 staan de kernwaarden en ontwikkelprincipes genoemd. De laatste alinea is gewijd aan ‘groen is de basis voor mens en dier’. Als dit werkelijk zo wordt gedefinieerd en beleefd, dan kan het hoofdstuk er mee beginnen. • In de visie komen de begrippen groen, natuur, ecologie en biodiversiteit op diverse plekken voor in verschillende contexten voor. Elk begrip staat voor een andere inhoud. Zo is groen géén natuur; natuur is géén biodiversiteit en ecologie beschrijft de wisselwerking tussen organismen en leefomstandigheden. Het aanleggen van groene plekken betekent dus niet dat méér biodiversiteit wordt bereikt – daarvoor moet aan een hele set van voorwaarden worden voldaan.
• In dezelfde mate dat er gestreefd wordt naar een veelkleurige invulling (diversiteit aan mensen, buurtjes, functies) moeten ook de inspanningen geleverd worden geschikte biotopen, inclusief ruimte voor rust en reuring. • In de Nieuwe Veerallee wordt ingezet op functioneel groen: groen met een functie voor spelen en bewegen, biodiversiteit (ecologie) en klimaatadaptatie. Deze functies zijn niet stapelbaar. Wel in zekere mate te combineren als de gebied robuust in omvang zijn. Want daar waar mensen verschijnen, verdwijnen de dieren. Als het menens is om meer biodiversiteit te bereiken dan is het essentieel dat door structuurvariatie, verschillende biotopen met zoneringen worden gerealiseerd, zodat (alle) dieren in combinatie met de passende vegetatie hun buitengeluk kunnen vinden (voedsel, vestiging, veiligheid, voortplanting, verplaatsing). • Natuurinclusief bouwen alleen is niet genoeg. We kunnen in de nieuwe bebouwing nest- en schuilgelegenheid realiseren, maar de beoogde bewoners zullen niet komen als er niet voldoende voedsel in nabijheid wordt gevonden (zie punt hiervoor). Het gaat om het realiseren van een natuur inclusieve leefomgeving voor mens, plant en dier. • Groen is gezond voor mensen en bomen en groen bieden schaduw en koelte. Ook hier geldt dat dit gedeelde leefruimte betreft.
Hoeveel ruimte wordt door mensen in beslag genomen en hoeveel blijft erover om rust en ruimte te bieden aan flora en fauna? • Een gezonde leefomgeving houdt ook in dat planten en dieren zich gezond kunnen ontwikkelen. Essentieel daarvoor is een gezonde bodem, met een rijk bodemleven, voldoende humus, wat essentieel is voor een goede wateropname (sponswerking). Aangezien het te ontwikkelen terrein
• •
•
nu bestaan uit stenen en verdichte ondergrond vraagt dit de nodige inspanning voor een goede start voor vegetatie en bomen. Bomen zijn weerbaarder als ze via ondergrondse netwerken voedingstoffen met elkaar kunnen uitwisselen. Het aanleggen van een blauwe structuur in combinatie met groen biedt plekken voor ontwikkelen van natuurlijker biotopen, glooiende oevers, natte natuur. Een punt van zorg is de manier waarop groene daken worden uitgevoerd. De substraat laag biedt houvast en voeding aan de vegetatie. We vragen met klem om de materialen met zorg te kiezen, dat ze duurzaam en circulair zijn. En dat er geen turf als organische stof wordt gebruikt, omdat turf afkomstig is uit natuurgebieden elders. In het geval er bemesting nodig is voor het instandhouden mag dit geen kunstmest zijn. Deze voorwaarden gelden ook voor vormen van verticaal groen. De uitvoering moet ook niet nodig maken dat er (kraan)water gegeven moet worden en dat gekozen constructie-elementen zorgen voor microplastic in het milieu. Om biodiversiteit te vergroten gaan we uit van het toepassen van bij voorkeur inheemse bloeiende vegetatie als nectarbron voor de insecten, vruchten voor vogels (gekozen voor hun ecologische waarde). Het genoemde aantrekkelijke beeld voor mensen achten wij ondergeschikt.
In de stad zijn meerdere plantvakken inmiddels beplant met (prairie)grassen of coniferen die gering bijdragen aan meer biodiversiteit. Ook vragen we het toepassen van biologisch geteeld plantgoed, onbehandeld met pesticiden.