Sallandsweide_Buurt Energie Plan_DEF - 50 tinten groen
Tekst van het document
Tijdens de selectieavond koos de meerderheid van de aanwezige bewoners echter niet voor het goedkoopste collectieve systeem C, maar voor het systeem waar betaalbaarheid en duurzaamheid in balans waren (B). Dat is dan ook de opgave voor de Ontwikkelfase.
45 of 70 graden Terwijl er bij bewoners en projectgroep eigenlijk geen twijfel is dat de woningen uit het plangebied (op termijn) op lage temperatuur (45 graden) comfortabel warm kunnen worden, zien wij ook kansen rond een hoger temperatuur systeem. Daarbij moeten we de afweging maken tussen een
35
lagere kostprijs én betere duurzaamheid van 45 graden tegen een flexibeler systeem op 70 graden met minder techniek in huis. Omdat enkele andere stakeholders 70 graden nodig hebben, en bewoners alsnog hun woningen op lagere temperatuur kunnen verwarmen, kiezen we voor de ontwikkeling van een 70 graden systeem.
Samen met de bewoners komen we dus tot de volgende systeemkeuze voor de Ontwikkelfase:
Basisconfiguratie Lucht-water warmtepompen met gas-backup en piek-systeem 70 graden.
Verduurzamingsopties Bovengrondse warmtebuffer tbv reductie piekvermogen warmtepompen Ondergrondse WKO tbv opslag piekopwek PV of/en PVT in de zomer.
Ontwikkelconcept De Groene Renovatie Hybride Buurt Energie Systeem 70 graden
36
4.4 Governance Eigenaarschap over de bron en de uiteindelijke warmteprijs is voor de bewoners van het plangebied reden om te kiezen voor een coöperatief warmtebedrijf. Daarbij zoeken de bewoners graag de samenwerking met de gemeente/ gemeentelijk warmtebedrijf rond infrastructuur en bedrijfsvoering. Het model Groningen, waarbij inwoners slechts een adviserende rol krijgen via een bewonersraad wordt nadrukkelijk afgewezen. Voor de financiering van de ontwikkeling via het coöperatief ontwikkelfonds is een coöperatie een vereiste. Ook past een dergelijk project qua omvang niet meer bij de stichting 50 Tinten Groen Assendorp. Daarnaast is een juridische vorm nodig die BTW kan verrekenen. Tijdens een governance sessie met de gemeente Zwolle, DWA en EnergieSamen is stilgestaan bij de onzekerheden en complexiteit van deze fase. Geen van de partijen weet wat uiteindelijk de beste oplossing is; dit moeten we samen verder uitzoeken.
Tegelijkertijd is uitgesproken dat een bewonerscoöperatie een goede start is en geen belemmering vormt voor verdere samenwerking met het Zwolse warmtebedrijf. Dat betekent wel dat er binnen het gemeentelijk warmtebedrijf de flexibiliteit moet zijn om coöperatieve vormen een gelijkwaardige plek te geven. Binnen de nieuwe Wet Collectieve warmte kan het meerderheidsbelang van een warmtenet zowel publiek zijn áls liggen bij een energy-community. In het haalbaarheidsonderzoek van DWA is dat laatste niet meegenomen. We zien deze optie ook niet terugkomen in het Ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle. Een groot warmtenet hoeft dus niet aangelegd te worden door een bedrijf met een publiek meerderheidsbelang, dat mag ook een Energy Community zijn. EnergieSamen heeft enkele varianten voor die samenwerking uitgewerkt die passen binnen de nieuwe wet collectieve warmte. Daarbij zijn de mogelijkheden legio en is maatwerk nodig. Hiervoor verwijzen wij naar de academie van EnergieSamen
100% De warmtegemeenschap
Warmtebedrijf B.V.
Afnemers warmte
4.5 Energetische renovatie woningen Bij De Groene Renovatie hebben we ervoor gekozen om de energetische renovatie van de woningen op twee manieren uit te (laten) werken: NTA8800 de standaard methode voor energielabels De Comfort methode; een methode die meer rekening houdt met gedrag van huiseigenaren.
37
60 Gemeten
De reden voor deze dubbele aanpak is omdat 50 Tinten Groen Assendorp, het projectteam en bewoners in de praktijk zien dat de NTA8800 (energielabel) methode niet altijd voldoet. Ook landelijk is er discussie over het inzetten van deze methode voor energetische renovaties. De afgelopen jaren heeft 50 Tinten Groen Assendorp veel ervaring opgedaan met de Comfort methode en deze ook succesvol ingezet om woningen aardgasvrij-ready te maken. Tegelijkertijd erkent het projectteam dat de NTA8800 methode nodig is voor het labelen van woningen en dat sommige huiseigenaren dus ook liever zeker weten dat hun investeringen omgezet kunnen worden in een hoger energielabel. NTA 8800 methode In deze standaard wordt de energieprestatie berekend aan de hand van de schil gekoppeld aan de bouwnorm (EP1), primaire energiebehoefte installatietechniek (EP2) én het aandeel hernieuwbare energie (EP3). De NTA8800 is een eenduidige bepalingsmethode om het energieverbruik van woningen te berekenen op basis van
Gasverbruik per m2
50
Standaard
40 30 20 10 0 A+
A
B
C
D
E
F
G
Energielabel
de standaard EPDB-II uit Brussel. Deze labels geven een algemene indicatie van de energieprestatie van een gebouw zonder bewonersgebruik mee te wegen. Deze “Energy Performance Certificate” (of Energielabel in het Nederlands) is bedacht om gebouwen met elkaar te kunnen vergelijken. Onderzoeken (validatierapportage NTA8800 15-07-2022) hebben echter laten zien dat er een groot verschil zit tussen het werkelijke energieverbruik en de berekende.
Deze “energieprestatiekloof” is geen probleem als je de methode gebruikt voor haar initiële doelstelling: het vergelijken van gebouwen. Ga je de methode echter toepassen voor besparingsberekeningen dan kan dit ertoe leiden dat de berekende besparing van de energetische renovatie niet overeenkomt met de werkelijkheid. Hierdoor vallen berekende besparingen tegen of wordt de warmtebehoefte bij bijvoorbeeld een collectief systeem hoger ingeschat. De energieprestatiekloof is te verklaren doordat de methode een
38
versimpelde weergave is van de werkelijkheid. Gebruikersgedrag en binnenklimaat wijken af van standaard gedrag en binnenklimaat. Comfort methode Het tegenovergestelde van de warmtevraag via de NTA8800 is werken vanuit comfort. Elimineert de NTA8800 bewust al het bewonersgedrag uit de berekening (logisch gezien haar primaire doelstelling), comfort is hier juist op gebaseerd. Kleine aanpassingen in huis kunnen dan zorgen voor een grote besparing: koude voeten of tocht betekent vaak dat de thermostaat een graad omhoog gaat, 1 graad omhoog betekent 5% extra gasverbruik. En dat staat dus los van de resultaten die vloerisolatie of kierdichting bouwfysisch opleveren. Comfort is echter een complexe materie. Het gaat om gedrag, gevoel, beleving. Complexe vraagstukken vragen om een andere benadering dan ingewikkelde vraagstukken zoals een warmteverliesberekening. Je kunt niet vooraf het antwoord berekenen maar gebruikt het bewonersproces zelf om tot een antwoord te komen.
Bewonersproces Bij 50 Tinten Groen Assendorp is er ruime ervaring met het opzetten van bewonersprocessen. De methode willen-kunnendurven-doen is daarbij een goede basis. Door te werken vanuit huiskamergesprekken hebben we de aanwezige kennis en ervaring van de bewoners met hun type woning in hun specifieke wijk gevangen. Bewoners hebben tips gedeeld en motiveren elkaar om te gaan verduurzamen (Willen), ze hebben samen geleerd hoe hun woningen in elkaar zitten door de nulmetingen en huiskamergesprekken die er georganiseerd zijn. Zo ontdekken ze de beste oplossingen en hoe die passen in hun woning (Kunnen). Zie ook het hoofdstuk participatie.
Vervolgens hebben we centrale inkoopacties en verduurzamings activiteiten georganiseerd. Door samen in te kopen en maatregelen aan te brengen slecht je drempels en ontzorg je buren (Durven). Door stage te lopen op lage temperatuur doen bewoners ervaring op met hun woning en is de volgende stap minder spannend. Door het delen van positieve verhalen en ervaringen hebben we andere buren gemotiveerd om aan te sluiten, groeit de initiële bewonersgroep en zetten bewoners sneller de volgende stap (Doen).
Bewoner: “Het duurt wat langer voordat mijn huis warm is, maar ik weet nu dus dat ik de verwarming eerder aan moet zetten. En als ik thuis werk, gebruik ik op koudere dagen infraroodpanelen.”
39
Isolatie van tussenwoning zonder reeds aanwezige maatregelen om te komen tot 70 kWh th per m2 via VABI (NTA8800) en PHPP
Rekenmodellen De NTA8800 is dus niet echt geschikt om energetische renovaties door te rekenen als je er geen label aan wilt koppelen. Maar we hebben wél behoefte aan cijfers. Binnen het vakgebied wordt er vaak gebruikgemaakt van het PHPP software pakket. Dit pakket is ontwikkeld voor passief bouwen en is veel dynamischer. Zo kun je eigen constructies samenstellen, meerdere klimaatzones inrichten en spelen met energiebesparende opties die niet beschikbaar zijn binnen de NTA8800 pakketten als VABI. Bovendien kun je een gebouw in 3D zichtbaar maken via SketchUp en gebruikmaken van open source kennis en data. Binnen een buurt of wijk is het vaak voldoende om enkele typen woningen uit te werken als basismodel (typering). Zo bouw je kennis op rond de bouwfysische eigenschappen en resultaten van genomen maatregelen. In het plangebied en Assendorp hebben we vier jaren-1930 woningen en vier jaren-1900 woningen doorgemeten en in PHPP gezet als basismodel (typering). Daarmee worden besparingen van toekom-
NTA 8800
COMFORT
DAK
geheel
5500,00
geheel
5500,00
VLOER
geheel
3000,00
geheel
3000,00
GEVEL
geheel
8500,00
niet noodzakelijk
RAMEN
geheel
4000,00
deels
DEUREN
geheel
1800,00
niet noodzakelijk
WTW VENTILATIE
geheel
6000,00
deels
4000,00
AFGIFTE
geheel
5500,00
deels
2500,00
KIERDICHTING
geheel
1000,00
geheel
1000,00
deels
500,00
KLEINE MAATREGELEN
3000,00
TOTAAL
35.300,00
19.500,00
SUBSIDIES STELBEDRAG
5.500,00
4.500,00
NETTO
29.800,00
15.000,00
stige maatregelen voorspeld en genomen maatregelen gevalideerd. Door in een model verschillende onderdelen aan te passen kun je zoeken naar de meest efficiënte maatregel. Zowel DWA als de projectgroep zijn uitge-
gaan van een typische woning (tussenwoning, 100 m2, steensmuren, houten vloer en dakdelen) zonder reeds aanwezige maatregelen. Dit is niet de praktijk; we zien dat de woningen uit het plangebied in het verleden allemaal al enkele maatregelen genomen hebben.
40
Individueel advies Voor de bewoners hebben we een overzicht gemaakt waar de bandbreedte wordt meegenomen van de bestaande situatie. Daarin zien we het verschil in de beginsituatie en dus de verschillende investeringen die vervolgens nodig zijn. Tijdens de Ontwikkelfase willen we deze methode graag uitwerken tot een keuzemenu waarmee we elke woning individueel kunnen voorzien van advies tijdens een persoonlijk gesprek.
41
4.6
Resultaten en Impact
Alternatief voor aardgas De bewoners, het projectteam en de verschillende stakeholders zien potentie in een collectieve oplossing in het plangebied. Daarbij is iedereen het erover eens dat een scherpe bewonerspropositie voor collectieve warmte een uitdaging gaat worden. Echter heeft het alternatief meer negatieve impact op de buurt. Daarnaast wordt de waarde van het sociale proces en de integraliteit met groen, water en warmte als essentieel gezien. Tijdens de vele gesprekken binnen de werkgroep warmte is er uitgebreid stilgestaan bij de complexiteit van het proces en de soms onmogelijke keuzes die je moet maken (wat is de aardgasprijs over 15 jaar?). Daarbij zitten niet alle bewoners hetzelfde in het spel: sommige deelnemers gaan vol vertrouwen een proces in terwijl anderen nog wel wat beren op de weg zien. Het is altijd gelukt om elkaar te vinden als het gaat rond de kengetallen, uitgangsposities én de volgende stappen in het proces.
De actualiteit van het onderwerp haalde ons wel in. De discussie rond het warmtenet in Amsterdam, voorstanders en tegenstanders van warmtenetten die van zich laten horen in het openbare debat, de enorme problematiek rond net congestie én de nieuwe politieke werkelijkheid maken het een dynamisch onderwerp. Tijdens de afsluitende bewonersbijeenkomst en de enquête bleek echter nog steeds dat de bewoners zélf willen onderzoeken of een collectief systeem een goede optie is en zich niet hebben laten afschrikken door het huidige debat.
Huizen verduurzamen, een sociaal proces 50 Tinten Groen Assendorp heeft het verduurzamen van de woningen in Assendorp altijd al benaderd als een sociaal proces. Binnen het plangebied hebben we dat nog verder geconcentreerd. Ervaring opdoen lage temperatuur verwarming Twintig woningen hebben deze winter proefgedraaid op lage temperatuur. Zo konden ze ervaren of hun woning comfortabel genoeg zou gaan worden bij lagere temperaturen. Dat we géén winter gehad hebben mocht de pret niet drukken.
42
De ervaringen van bewoners waren net zo divers als de woningen. Om de deelnemers te begeleiden hebben drie bewoners opgetreden als coaches. Twee daarvan uit het plangebied en allebei professioneel werkzaam in de installatiewereld. Sommigen ontdekten dat hun ketel nog op 70 graden stond en hebben nu al gas bespaard door die te verlagen tot 60. Anderen hebben hun ketel op 45 graden gezet en kwamen er bijvoorbeeld achter dat ze toch nog meer afgiftecapaciteit nodig hebben. Samen op kierenjacht Ook hebben we enkele woningen “opgeblazen” met een Blowerdoortest. Een grote ventilator zet het huis onder negatieve druk, waarna je, met infraroodcamera en een rookmachine, op zoek kunt gaan naar gaten en kieren in je constructie. Tijdens deze kierenjacht ontdekken bewoners bijzondere hoekjes in hun huis, onverwachte doorkijkjes naar buiten en leren ze hoe hun huis werkt en opgebouwd is. De uitkomsten zijn ook weer nodig voor de berekeningen binnen de Comfort-methode.
Samen verduurzamen is makkelijker Wat het meeste opvalt is hoe enthousiast bewoners worden als ze samen ontdekken en praten over hoe we onze oude woningen kunnen verduurzamen. Veel buren vinden het best complex en door het samen te doen zie je dat er een last van hun schouders valt. Dat je niet meteen met grote investeringen moet beginnen maar eerst eens samen gaat leren en de bestaande situatie kunt verbeteren is een aanjager voor de verduurzaming.
De meeste bewoners vinden de Comfort methode veel beter passen bij hun leefwereld dan de NTA8800 methode. Tegelijkertijd zijn er wel zorgen; wat als de overheid die NTA8800 en energielabels steeds belangrijker maakt; hoe betaalbaar gaat de energietransitie dan nog worden? Bewoners zitten niet te wachten op HR++ glas in de slaapkamerramen als ze met de ramen open slapen of nieuwe geïsoleerde voordeuren als kierdichting en een gordijn ook helpt. Hier ligt een opgave én een kans voor de gemeente Zwolle om de verduurzaming toegankelijker te maken en zo te versnellen.
43
5. Participatie
In dit hoofdstuk gaan we uitgebreider in op het participatieproces in het plangebied en met de gemeente Zwolle. Wij zullen daarbij uitleg geven over enkele van de theorieën achter de methode die we in Assendorp gebruikt hebben en geven praktische voorbeelden. Het is één van de specifiek genoemde deliverables uit het Plan van Aanpak voor dit project:
“Een rapport en (vervolg)aanpak voor bewonersparticipatie welke praktisch, pragmatisch en schaalbaar is naar andere wijken en waarin de rol van bewoners wordt beschreven voor het vervolg als eigenaar of in een andere rol.” De gebruikte theorieën die we gaan uitwerken zijn: ABCD methode John Kretzmann & John McKnight De participatieladder: wat is participatie Complex versus ingewikkeld: hoe los je de verschillende vormen van uitdagingen op, Snowden Deep democracy en het belang van een goed gesprek.
5.1 Rol van de gemeente Dat ook de gemeente Zwolle participatie belangrijk vindt blijkt uit het Ambitiepakket Energietransitie 2025-2030: “Belangrijk is dat de energietransitie van iedereen is, we doen het samen. Het creëren van draagvlak onder bedrijven en inwoners is essentieel voor het versnellen van investeringen in verduurzaming. Het gaat hierbij niet alleen om financiële investeringen, maar ook om het wegnemen van onzekerheid en het gezamenlijk vinden van oplossingen. Dit vereist gelijkwaardige gesprekken tussen alle betrokken partijen, waarbij verschillende rollen en belangen worden erkend en gerespecteerd.
44
Daarbij is er ruimte voor opgroeirecht en opgroeiruimte. De energietransitie vraagt om betere publiek-civiele samenwerking en ondersteuning van de professionalisering van initiatieven. Dit zijn nieuwe concepten en houden in dat bewoners en gemeente stap voor stap kunnen groeien in hun volwassenheid tijdens het uitwerken en realiseren van projecten”. Dat een zorgvuldige participatie noodzakelijk is voor de energietransitie wordt niet alleen bevestigd door de vele onderzoeken die er naar gedaan zijn zoals recent door Christine Blijenberg, maar is ook zichtbaar in de resultaten uit de praktijk zoals blijkt uit bijvoorbeeld de tussenrapportage Programma Aardgasvrije Wijken, PAW. Dat het niet makkelijk is is ook evident; de systeemwereld botst hier met de complexiteit van bewonersprocessen. De traditionele samenwerking tussen marktpartijen en overheden voldoet dus niet meer. Er is een nieuw samenspel waarbij bewoners een gelijkwaardige plek moeten krijgen aan tafel. Gemeenten doen
er daarom goed aan om bewoners vanaf het begin te betrekken bij het opstellen van een wijkuitvoeringsplan. Bewoners zijn dus niet langer alleen maar inspreker of meedenker. Ze zijn baas in eigen huis en daarom volwaardig partner binnen de transitie naast overheid en marktpartijen.
5.2 50 tinten participatie ABCD: begin waar de energie zit Werken aan de klimaattransitie kan moedeloos maken. Je kunt het gevoel krijgen dat je de hele tijd aan het trekken bent aan mensen. En dat is niet gek: mensen houden er helemaal niet van om aan getrokken te worden. Voor veel mensen geldt dat ze wel in beweging komen als je goed kunt aansluiten bij wat bij hén leeft. Als je écht van onderop begint.
45
De grondleggers van ABCD, de Amerikaanse John (Jody) Kretzmann & John McKnight, gingen eind jaren ‘80 zo’n 300 buurten in met de vraag: wat maakt veerkrachtige buurten? Ze gingen open gesprekken aan en spraken duizenden mensen. Daarbij was hun aanpak anders. De gebruikelijke systeemwereld ziet bewoners in termen van bijvoorbeeld werkloosheid, gebroken gezinnen, uitkeringstrekkers, grafitti, kindermishandeling, of energiearmoede. Maar ongeacht of dit waar is, je kunt niet bouwen op wat er NIET is. Kretzmann en McKnight vroegen juist: wat maakt deze buurt anders? Wat is er WEL.
In alle 300 buurten waren er bestaande sociale netwerken. Denk hierbij aan de mensen zelf en hun talenten, maar ook aan ontmoetingsplekken, economische activiteiten of immateriële assets, zoals traditionele vieringen en gewoonten. Het viel op dat hoe meer er van deze assets gebruik werd gemaakt en hoe meer deze assets met elkaar verknoopt waren, hoe veerkrachtiger de buurt was. Daarom is een gevleugelde uitspraak van ABCD:
‘focus on what’s strong, not on what’s wrong’
Van onderop beginnen heeft een heel andere werkwijze tot gevolg dan een bewonersinitiatief normaal bewandelt. Geen voorbedacht plan met mijlpalen en doelen, maar een onvoorspelbare chaos en rijkdom tegemoet gaan. Het betekent: Aansluiten op wat bij mensen speelt. Dat is niet per se de energietransitie maar de rekening niet kunnen betalen
of juist iets positiefs zoals je vaardigheden willen delen met anderen, een schuurtje openstellen, enzovoort. Veel koffie drinken en veel luisteren. Het is een hele andere route dan je zelf had bedacht, in het begin duurt het wat langer om tot een plan te komen, maar aan de achterkant zorgt het voor versnelling omdat er meer aansluiting en draagkracht is. Je moet naar de energietransitie, maar het pad ernaartoe is niet bekend. In de gangbare werkwijze is de gemeente of de welzijnsorganisatie de voorziener van het welzijn. Zij maken een plan en nodigen je uit om mee te doen. Daarbij is de betrokkenheidsgraad als volgt: 1. Het wordt gedaan voor ons 2. We mogen samenwerken 3. We doen het zelf Bij ABCD wordt deze volgorde omgekeerd. De overheid of welzijnsorganisatie faciliteert en ondersteunt, maar eigenaarschap ligt bij de gemeenschap. Die kijkt wat ze
46
wil en begint zelf te doen. Pas als er een hobbel is, dan kijkt ze om zich heen om samenwerkingen op te zoeken. Om pas als laatste aan te kloppen bij de instituten. De kring groter maken is een belangrijk onderdeel van ABCD. Het doel is om aan een actieve gemeenschap of collectief te bouwen, in Assendorp noemen we dat ons fijnmazig sociaal netwerk. Hiervoor werken wij met straatambassadeurs. Als je eenmaal de omgeving in beeld hebt, kun je overgaan tot uitnodigen. Daarbij gebruiken wij de regels: Hou het leuk Hou het klein Maak het persoonlijk Neem de tijd Maak het hanteerbaar. Dus niet ineens 100 nieuwe mensen benaderen, maar gewoon ‘ieder spreekt vijf mensen deze week en dan zien we wel’. Niet meteen een straat opnieuw inrichten, maar eerst samen een geveltuintje oppakken. Niet meteen een wijkaanpak opstellen maar eerst samen kieren dichten.
Participatie Participatie is een containerbegrip. Van een informatieavond over reeds vastgestelde plannen tot volledig eigenaarschap bij bewoners: alles heet participatie. In 1969 was Arnstein de eerste die schreef over de betrokkenheid van burgers. Hij definieerde participatie in termen van macht en visualiseerde dat in de vorm van een ladder. Op de laagste treden van Arnsteins participatieladder hebben de burgers geen macht en is er dus volgens hem geen sprake van werkelijke participatie maar nep-participatie. De derde groep, en hoogste treden, op het gebied van participatie is volgens Arnstein de enige relevante groep. Vanuit het perspectief van de participatieladder kun je de vraag stellen of de eerste vijf treden niet overgeslagen kunnen worden. Het is niet vergezocht om te zeggen dat dit voor Arnstein het ideaal is. Het geeft echter wel een gepolariseerd beeld. Bij EnergieSamen hebben ze de ladder aangepast zodat die beter toepasbaar is binnen de energietransitie. Ook hier weer een duidelijke hiërarchie waarbij je je nog
steeds kunt afvragen of de onderste treden (informeren en adviseren) wel échte participatie is. De gemeente Zwolle spreekt in haar ambitie van “gelijkwaardige” gesprekken en je mag dus aannemen dat zij hier minimaal de bovenste 3 treden ambieert.
PARTICIPATIELADDER
bewoners zelf eigenaar samen eigenaar zijn samen beslissen adviseren informeren
47
Eerst gaat men dus bezig met het oplossen van de technische vragen, pas daarna (als de businesscase helderder is) gaat men beginnen met de bewonersparticipatie.
De gemeente Zwolle kijkt graag naar Groningen als voorbeeld voor het Warmtebedrijf. Het burgerinitiatief GrunnegerPower is samen met 50 Tinten Groen Assendorp onderdeel van SCCALE 203050 en ervaart het participatieniveau dat zij hebben met hun gemeente Groningen en het Warmtebedrijf echter als nep-participatie vanwege het gebrek aan daadwerkelijke invloed; er is geen ruimte voor hun eigen ambities en ze hebben geen formele inspraak. Burgerinitiatieven in Groningen hebben dus slechts een adviserende rol.
In Assendorp participeert de gemeente Zwolle in het project van 50 Tinten Groen Assendorp. Hier speelt participatie zich dus af op de bovenste trede van de ladder; de bewoners zijn eigenaar van het proces. Van ingewikkeld naar complex of toch andersom? Het model van Groningen (en de geothermie in Zwolle) zien we vaker in de warmtetransitie dan het model van Assendorp. Vaak worden warmtenetten uitgerold vanuit de techniek; er is restwarmte beschikbaar, hoe krijgen we dat bij de bewoners?
Die twee uitdagingen: techniek & businesscase en bewonersbetrokkenheid, zijn echter fundamenteel anders en vragen een andere methode om ze op te lossen. Ga je vanuit de techniek aan de gang met bewonersparticipatie dan loop je al snel vast. Hoe goed je vooraf ook nagedacht hebt over de propositie en hoe goed je informatieavonden ook zijn, de ervaring leert: bewoners tekenen niet op de stippellijn. David J Snowden zei er in 2007 het volgende over: “Ingewikkelde context gaat uit van een geordende wereld waar oorzaak en gevolg op basis van feiten vastgesteld kan worden. Dit is het domein van de experts. Je kunt het probleem (hoe ingewikkeld ook) ontrafelen, analyseren en tot een oplossing komen. Een complexe context is chaotisch en er is geen duidelijk verband tussen oorzaak en gevolg. Snowden vergelijkt het met
48
een Ferrari en een regenwoud. Een Ferrari is ingewikkeld; maar een expert kan hem uit elkaar halen en in elkaar zetten. Een regenwoud is complex; het is méér dan de som der delen. Wil je dat begrijpen, dan moet je het ondergaan.” Daar waar je een ingewikkeld vraagstuk dus vooraf kan oplossen, kom je bij een complex probleem pas tot de oplossing door erin te duiken. Stapje voor stapje werk je door de opgave heen. Stukje uitwerken, beetje bijsturen, nieuwe informatie, beetje bijsturen, reacties van omwonenden, beetje bijsturen, net zolang tot de wijzigingen minimaal zijn. Dat is het moment dat je weet dat er een oplossing ligt, waarbij de meeste belangen zijn meegenomen. Omdat de termen complex en ingewikkeld niet vastliggen worden ze vaak door elkaar gebruikt. Ingenieurs spreken van een complex technisch vraagstuk, communicatieadviseurs van ingewikkelde bewoners processen. In ons BEP+ plan, en tijdens het vormgeven van ons proces, gebruiken wij de termen zoals die door Snowden gedefinieerd zijn.
5.3 Participatie met je buren Een van de grootste vraagstukken uit de burgerparticipatie is: wat is het mandaat van het initiatief? Van de overheid weten we dat: daar zijn verkiezingen aan voorafgegaan en wethouders en raadsleden danken hun mandaat aan een democratisch proces. Bij een bewonersinitiatief is er niet eerst een verkiezing geweest. Initiatieven ontstaan doordat burgers zich verenigen en gewoon aan de gang gaan. Het is dan ook legitiem om je af te vragen hoe deze kopgroep de buurt kan vertegenwoordigen. In haar proefschrift “in gesprek of uitgepraat” heeft Christine Blijenberg het over dit dilemma: bewonersinitiatieven beginnen
altijd met een kopgroep. Dat zijn vaak wat meer bevoorrechte bewoners van een wijk die tijd en energie hebben om zich hiermee bezig te houden. Bewonersprofielen zoals die van Movision en BSR laten ook zien dat je niet kunt verwachten dat alle bewoners uit een buurt of wijk even betrokken zijn. Deze sluiten overigens ook goed aan bij onze eigen enquête rond dit onderwerp. Maar is dat dan erg? Bleijenberg stelt dat het helemaal niet erg is zolang alle stemmen maar gehoord worden. Wil je, als koplopers, een gedragen plan maken voor je buurt dan hoeft dus niet iedereen actief betrokken te zijn maar is het wél noodzakelijk dat je al die andere stemmen een plek geeft in het proces.
49
Deep democracy en Sociocratie Een andere bestuursvorm in plaats van democratie is sociocratie, letterlijk: regeren door samenwerking. Een methode die werkt met het consentbeginsel: het principe dat een besluit alleen genomen kan worden wanneer geen van de aanwezigen een beargumenteerd bezwaar heeft tegen het nemen van dat besluit. Daarbij is het wel van belang dat alle betrokkenen
op de hoogte zijn van de lopende processen en je dus een open en toegankelijke communicatie organiseert. 50 Tinten Groen Assendorp gebruikt de principes van sociocratie om haar activiteiten te borgen in de wijk. Bij De Groene Renovatie Sallandsweide hebben we die ervaring ingezet om alle bewoners de kans te geven om actief mee te doen en/of hun stem te laten horen.
Het stille midden In de praktijk zien we dat met name de middengroep, en specifieker het stille midden, de gelegenheid moet krijgen om hun stem te laten horen. Koplopers en critici weten prima hun standpunten naar voren te brengen, voor veel andere bewoners is het best spannend; het gaat tenslotte om je buren. Daarbij ligt een duidelijke rol voor het projectteam, dat ervoor moet zorgen dat iedereen zich veilig genoeg voelt om zijn/haar mening naar voren te brengen. Een goede dialoog is daarbij essentieel. Gepolariseerde debatten dragen niet bij aan het vinden van een oplossing. De regels van de Deep democracy (Arnold Mindell) eisen dat je zelfs een stapje verder gaat: je zoekt de weerstand letterlijk op en probeert actief de minderheid te betrekken. Qua proces lijkt het erg op sociocratie maar in de Deep democracy zoek je dus actief de onderstroom op.
50
Een goed gesprek Iedereen heeft een eigen kijk op de wereld. Wij interpreteren de wereld anders en stellen dus ook andere prioriteiten. Ons eigen wereldbeeld is tevens de basis van waaruit wij de acties van onze buren beoordelen. Dit heet zelfreferentialiteit (Luhmann); jezelf als referentie nemen voor de rest van de wereld. En vaak zijn wij ons daarvan niet bewust. Hoe we omgaan met de openbare ruimte bijvoorbeeld. Als je die gebruikt en ziet als een ruimte om van A naar B te komen, stel je daar andere verwachtingen aan dan iemand die die ruimte ziet als onderdeel van zijn/haar leefwereld. Een voorstel van een buur om een deel van de straat te vergroenen is dan lastig te plaatsen; er is toch een park? Een ander voorbeeld: de positie van de auto. Als je geen waarde toekent aan het bezit van een auto en daar
niet van afhankelijk bent, dan kun je rustig roepen dat alle auto’s de straat uit moeten. Dat een buur lang heeft moeten sparen voor zijn auto en die graag in de buurt heeft is dan moeilijk invoelbaar. We zoeken elkaar ook op rond deze wereldbeelden. Het liefst praten we met mensen die op eenzelfde manier naar de werkelijkheid kijken. Bij een buurtproces zitten we allemaal, met al die verschillende wereldbeelden, bij elkaar in een ruimte en moeten we tot een vergelijk komen. Goede gesprekken zijn dan essentieel om verbondenheid te creëren. De gespreksleider kan, met de regels voor een goede dialoog, veiligheid creëren waarbij iedereen de kans krijgt zijn/haar kijk op de wereld te formuleren om zo elkaar te leren begrijpen en “gezamenlijke grond” te vinden.
Huiskamergesprekken Alles begint met een goed gesprek. Vanuit huiskamergesprekken (vaak bij een koploper of criticus thuis) nodigen buren hun buren uit. Hierdoor schuiven de eerste bewoners uit de middengroep vaak al aan. Tijdens deze gesprekken verkennen we de wensen, zorgen en kansen om zo samen randvoorwaarden te formuleren waarbinnen iedereen zich kan vinden. Deze huiskamergesprekken gebruiken we ook om acties op poten te zetten of om voorstellen te toetsen. Individuele gesprekken Indien nodig pakken we een bakje koffie met individuele bewoners. Omdat ze het groepsproces te spannend vinden of wantrouwen, zich niet gehoord voelen, of juist een hele afwijkende mening hebben die ook een plek moet krijgen in het proces. Buurtbijeenkomsten Tijdens buurtbijeenkomsten toetsen we de opgehaalde randvoorwaarden en werken we samen aan voorstellen. Hier kunnen we met elkaar inhoudelijke en co-creatie
51 OPGAVE VANUIT GEMEENTE
gesprekken voeren. Mocht blijken dat sommige voorstellen nog niet helemaal gedragen worden, dan pakken we het proces weer opnieuw op met huiskamergesprekken. Als blijkt dat het wel gedragen wordt, dan wordt het opgenomen als bewonersvisie of -besluit. De buurtbijeenkomsten zijn ook geschikt om vanuit een debat richting dialoog te komen. Blijven communiceren De stappen die we samen genomen hebben tijdens deze gesprekken delen we vervolgens met de rest van de buurt. Een belangrijk onderdeel van de Consent-theorie; iedereen moet kunnen reageren en meedenken. Voor de communicatie gebruiken we: Nieuwsbrief De nieuwsbrief wordt erg gewaardeerd. De gedrukte versie gaat bij iedereen in de brievenbus en bewoners worden zo op de hoogte gesteld van lopende en komende acties, kunnen verslagen van bijeenkomsten lezen via een link naar de website en worden uitgenodigd om deel te nemen aan acties en processen.
WILLEN KUNNEN HUISKAMERGESPREKKEN Zorgen, wensen, kansen, randvoorwaarden
DURVEN RANDVOORWAARDEN TOETSEN
DOEN
Bewonersbijeenkomst Nieuwsbrief Website WERK GROEPEN Voorstellen maken VOORSTELLEN TOETSEN VOORSTELLEN DEFINITIEF
Bewonersbijeenkomst Nieuwsbrief Website
PILOT DRAAIEN Samen ervaren
Uitvoeren of onderdeel van plan richting gemeente
(Digitale) flyer Om wat extra aandacht te geven aan een onderwerp maakten we gebruik van (digitale) flyers. Vaak in een ludieke vorm, zodat ze opvallen tussen alle andere post. Zo deelden we bloembollen uit met een uitnodiging deel te nemen aan de Groene Burendag en een flyer die je moest openvouwen als raam voor de glasactie. Door de flyer ook in digitale vorm aan te leveren
kon deze door bewoners in de straatapp gedeeld worden. Website De website is het archief van het project. Alle verslagen, bijeenkomsten en acties zijn hier (in chronologische volgorde) terug te vinden. Zo kan iedereen altijd even checken hoe iets is ontstaan, welke afspraken er gemaakt zijn en hoe het proces loopt.
52
Deep democracy in de praktijk Tijdens De Groene Renovatie hebben we een deelproject gehad waarbij we alle geleerde lessen en bedachte processen nodig hadden. Een pittige casus die meteen de veerkracht van het project heeft getest. Verschillende wereldbeelden Als je samen met je buren praat over de toekomst van de openbare ruimte in je straat of buurt dan komen verschillende wereldbeelden samen. Niet altijd kom je dan meteen tot een vergelijk, soms moet je wat meer onderzoek doen of iets uitproberen om daarna weer verder te praten. Hoe gebruik je bijvoorbeeld de openbare ruimte? Is dat alleen maar een plek voor vervoer: van huis naar de winkel of werk en terug en recreëer je dan in het park, óf maakt die openbare ruimte deel uit van je leefomgeving en kun je die multifunctioneler inzetten?
Idee: pilot vergroenen parkeerplaatsen Buren werden via een nieuwsbrief uitgenodigd om tijdens een buurtbijeenkomst samen over na te denken over inrichting van openbare ruimte. Hier bleek dat aanwezige bewoners de behoefte hadden om te ervaren hoe verschillend gebruik van die openbare ruimte effect zou hebben. Ze wilden graag een pilot en stelden als locatie daarvoor vijf parkeerplaatsen op de hoek van de Molenweg en Sallandstraat voor. Omdat de parkeerdrukverhoging nadrukkelijk ongewenst was (was al één van de eerder vastgestelde randvoorwaarden), regelden de betrokken bewoners meteen dat ze vijf auto’s tijdelijk ergens anders zouden parkeren.
Ruimte voor gesprek De volgende stap was het vermelden van deze plannen via de nieuwsbrief. Dat leverde meteen reacties op. Reacties van bewoners uit het plangebied die toch nog wel wat vragen hadden én vanuit straten buiten het plangebied die óók gebruik maken van deze parkeerplaats maar (nog) niet betrokken waren. Het sociocratisch proces vroeg om een extra (ad hoc) bewonersbijeenkomst om tot consensus te komen. Reden om de geplande werkgroepbijeenkomst rond dit onderwerp om te bouwen tot een bredere buurtbijeenkomst, met ruimte om met elkaar in gesprek te gaan. En die werd goed bezocht. Ruim een uur lang hebben we gesproken over de wensen en zorgen van elkaar rond het parkeren in de buurt. En ook over het proces: hoe is dat gegaan, waar ging het goed en waar kunnen we verbeteren? Eerlijke en waardevolle gesprekken waaruit maar weer eens bleek dat verschillende buren verschillende ideeën kunnen hebben over groen, parkeren en de openbare ruimte. Ook bleek dat de grote meerderheid van de bewoners graag
53
de handen ineen slaat om hun straat en buurt te verduurzamen. We hebben die avond de randvoorwaarden rond het bewonersperspectief parkeren aangescherpt en meerdere bewoners hebben voorstellen gedaan om de zorgen over de parkeerdruk tijdens de pilot nog verder op te vangen. Bewoners kwamen tijdens het gesprek met het voorstel om de pilot uit te werken op drie andere parkeerplekken die daarvoor
beter geschikt zijn dan de eerst beoogde vijf. Zes directe buren boden aan hun auto tijdens deze pilotperiode ergens anders parkeren en de direct omwonende buren gaan aansluiten bij de werkgroep om e.e.a. verder uit te werken. Ook zijn er die avond direct huiskamergesprekken gepland in de omliggende straten buiten het aanvankelijke plangebied om bewoners op de hoogte te brengen en verder te praten over de plannen van De Groene Renovatie.
Omgaan met weerstand in het buurtproces Dat niet iedereen bereid is tot concessies bleek óók die avond. Met name één bewoner was niet bereid om het gesprek aan te gaan met zijn buren en weigerde de aangeboden uitgestoken hand te accepteren. Dat is jammer maar wel onderdeel van het proces; er waren geen redelijke bezwaren meer om zijn verzet vast te houden en daardoor plaatste hij zich buiten het gesprek. Een dergelijke niet-coöperatieve opstelling van een buurtbewoner heeft effect op het proces. Bewoners die kwetsbaar zijn, kruipen terug in hun schulp en actieve bewoners die écht oprecht hun best doen om hun buren te verduurzamen verliezen hun energie en motivatie. Dit wordt versterkt als partijen van buiten het buurtproces zich ermee gaan bemoeien. Tegelijkertijd geeft het wel een kans om te zien of het buurtproces werkt. Deze keer ging het over een pilot, een relatief onbelangrijk onderdeel binnen het project. Straks gaat het over een coöperatieve warmtenet of de complete herinrichting van een straat. Het projectteam zag de
54
omslag tijdens de bewonersbijeenkomst als een teken dat we op het juiste spoor zaten. Geef bewoners de ruimte om betekenisvolle gesprekken met elkaar aan te gaan en je ziet dat ze elkaar vinden. En juist de uitzondering bevestigt hier de regel. Ook is het geluid van deze bewoner uiteindelijk meegenomen in de bewonersvisie, daarmee is hij dus wél onderdeel geworden van het verhaal. Kwetsbaarheid proces is aandachtspunt Daarnaast konden we zien hoe de gemeente om zou gaan met deze situatie. Al in 2022, tijdens het eerst rondetafelgesprek met de raad over de Groene Renovatie, waarschuwden wij de raad dat dit kan gebeuren: hoe goed het proces ook
is,er kunnen altijd bewoners zijn die niet in gesprek willen met hun buren. Wij vroegen nadrukkelijk om een a-politiek proces (tot de besluitvorming uiteraard) en hebben regelmatig sessies georganiseerd voor de raad zodat deze het project kon monitoren. Helaas ging dat hier niet goed en heeft één raadspartij er toch voor gekozen om hier politieke vragen over te stellen. En dat toonde meteen de kwetsbaarheid van het project aan. Die kan namelijk géén handtekeningen ophalen; dat past niet binnen een sociocratisch proces. Die kan geen positie innemen; daarmee verlies je de Deep democracy. Die kan een complex onderwerp niet reduceren tot voor- en tegenstanders. Die kwetsbaarheid is wel een grote zorg en vraagt om nóg betere borging binnen de gemeenteraad bij deze vorm van participatie. Toetsing van de bewonersbetrokkenheid Dat een klein deel van de bewoners echt actief betrokken is bij dergelijke processen was dus bekend. Voor een projectteam voelt dat soms echter best vreemd. Je ziet steeds dezelfde gezichten en ook bewoners
vroegen zich af; zijn er geen andere buren die actief willen meedoen? We hebben daarom besloten om een deur-tot-deur enquête te gaan houden om de betrokkenheid te toetsen. 100 huishoudens van de 170 hebben we thuis getroffen tijdens de enquête periode. Daarbij bleek dat het project (buiten de studentenhuizen en nieuwe buren) goed bekend was.
Kent u de Groene Renovatie?
Ja
Nee
55 80,5%
Papieren nieuwsbrief 16,9%
Digitale nieuwsbrief
Die enquête bevestigt de bewonersprofielen en de aanname dat ongeveer 15% behoort tot de actieve koplopers die mee doen met een werkgroep of bewonersbijeenkomst (20% bij ons). De grote meerderheid leest de papieren nieuwsbrief en ruim ⅓ heeft ons bezig gezien óf meegedaan met een straatactie.
20,8%
Van een werkgroep
39%
Van een actie in de straat 13%
Van een huiskamergesprek
20,8%
Van een bewonersbijeenkomst
10,4%
Van een artikel in de Assendorper
32,5%
Van horen zeggen
0
Tijdens het afnemen van de enquête hebben we specifiek gevraagd naar de wijze waarop bewoners invloed willen hebben als ze nog niét actief betrokken zijn. Hier zien we dat het grootste deel van de bewoners het proces actief volgen en zelf willen kiezen wanneer ze aansluiten. Maar ook het kunnen reageren op een uiteindelijk voorstel heeft een hoge score. Er is zelfs een deel bewoners die het helemaal prima vindt en het vol vertrouwen ziet gebeuren.
20
40
60
80
100
Bij Nee: hoe zou je invloed willen hebben op wat er allemaal bedacht wordt?
Ik wil wel aanschuiven bij een werkgroep
12,7%
Ik hoef geen invloed te hebben, jullie zijn lekker bezig
16,4%
Ik wil dat jullie mij op de hoogte houden van het proces, zodat ik kan reageren als ik dat nodig vind
74,5% 21,8%
Laat mij wat vinden van het definiteve voorstel
0
20
40
60
80
56
Ook goed om te horen was dat de bewoners de projecten van hun actieve buren in ruime meerderheid ondersteunen.
De buren zijn druk geweest met allerlei acties in de straat. Wat vind u ervan als bewoners zélf de verduurzaming van hun straat oppakken?
Leuk! Vooral doorgaan Geen mening
Onzin, ik wil niet dat er iets verandert
Bewoners die niet actief betrokken zijn bij de huiskamergesprekken en buurtbijeenkomsten volgen het proces dus wel. Via de nieuwsbrief blijven ze op de hoogte van de activiteiten en als het nodig is laten ze van zich horen. Ze hebben vertrouwen in hun buren en willen graag iets vinden van een kant-en-klaar plan, mocht het zover zijn.
5.4 Participatie met de gemeente Aan de wortels van De Groene Renovatie ligt onder andere een COP die de gemeente heeft opgezet met 50 Tinten Groen Assendorp in 2020. Daar hebben we destijds met RRE(W) gelden een aantal projecten in co-creatie opgezet en ontstond ook de behoefte om een meer integraal project op te pakken. Tijdens De Groene Renovatie hebben we samen met de gemeente de COP doorgezet en verdiept met behulp van een externe procesbegeleider, Duneworks. Het rapport (Opgroeiruimte in Zwolle) zit als bijlage bij het BEP+. Naar een nieuwe manier van samenwerken Samenwerken tussen gemeenten en bewonersinitiatieven in de warmtetransitie is een relatief nieuw fenomeen. Het is anders dan standaard publiek-private samenwerking. Bewonersinitiatieven werken op basis van andere waarden en hebben een andere werkwijze dan private partijen. En in de samenwerking pakt de gemeente een andere rol. Omdat publiek-civiele samenwer-
57
king in de warmtetransitie relatief nieuw is, vraagt het extra aandacht. Waar bij publiek-privaat samenwerken het vaak over een tijdelijke opdrachtgever-opdrachtnemer relatie gaat, zal de samenwerking met een lokaal initiatief misschien wel decennia doorlopen, dus dan gaat het over langjarig partnerschap. Dat partnerschap kan uitgroeien van samenwerking rondom een specifiek project tot een programmatische vorm van samenwerking. Opgroeiruimte Opgroeiruimte is de ruimte die initiatief en gemeente elkaar geven om de samenwerking gezamenlijk zorgvuldig vorm te geven en om beide te groeien in de nieuwe rol. Vanuit wederzijds begrip en de erkenning van volwaardig partnerschap. Dat is een zoekproces, een proces van samen leren en leren door te doen. Zoals elk partnerschap, vraagt het aandacht voor de relatie zelf, voor heldere afspraken en ruimte voor reflectie.
Voor opgroeiruimte zijn drie onderdelen van belang, wordt duidelijk uit de COP. Deze onderdelen zijn niet volgtijdelijk, maar wel alle drie cruciaal voor een geslaagde samenwerking tussen gemeente en bewonersinitiatief: Leer elkaar kennen: elk bewonersinitiatief is anders en elke gemeente werkt anders. Om te weten hoe de samenwerking eruit kan gaan zien, is het belangrijk om tijd te investeren om elkaar te leren kennen, waarderen en begrijpen. Zo verkrijg je inzicht in de gedeelde waarden en mogelijkheden voor samenwerking, de rolverdeling, en elkaars perspectief op kansen, risico’s en onzekerheden. Borg het partnerschap: vanuit gedeelde waarden en doelen zal de samenwerking richting partnerschap gaan. Het borgen hiervan is nodig om duidelijkheid en continuïteit te scheppen. Intern kan dat in het eigen beleid, en gezamenlijk in samenwerkingsafspraken zoals bijvoorbeeld intentieof samenwerkingsovereenkomsten.
Aan de slag: samen doelen behalen in de warmtetransitie. Door met de uitvoering van activiteiten aan de slag te gaan, ervaar je hoe je elkaar kan versterken en waar het nog schuurt. Deze ervaring in de praktijk is nodig om goede gesprekken te voeren, te werken aan de relatie en het is de voedingsbodem in het borgen van partnerschap. Begin in de uitvoering klein en werk stapsgewijs, zodat je flexibel kan bijsturen. Dat geeft ruimte waarbinnen het vertrouwen in elkaar kan groeien, het initiatief kan professionaliseren en de gemeente nieuwe samenwerkingsvormen kan uitzoeken en in beleid kan verankeren. Gezamenlijke visie ontwikkelen Een gezamenlijk verhaal en/of visie ontwikkelen helpt bij het verduidelijken van de gezamenlijke waarden en doelen, en ook bij het uitdragen van de samenwerking naar buiten toe. Daar waar in de uitvoering kansen of knelpunten zichzelf aandienen helpt het als keuzes gestaafd kunnen worden aan de gedeelde visie.
58
5.5 Participatie met andere stakeholders Wij dachten, door te beginnen met een relatief klein plangebied, in te kunnen groeien in het complexe proces rond de klimaat- en energietransitie. Niks bleek minder waar. Binnen het plangebied De Groene Renovatie spelen dezelfde dilemma’s en stakeholder processen als in een groter plangebied. SWZ heeft 17 woningen in haar bezit in het plangebied en is daarmee de grootste Zwolse corporatie binnen het project. Deze woningen zijn ook meteen relatief nieuw (1981) en zijn geclusterd. Deltawonen heeft nog 5 woningen uit 1921 in bezit, verdeeld over de Sallandstraat. Habion, een landelijke corporatie, zat oorspronkelijk niet in het plangebied maar is halverwege het proces aangehaakt. Zij hebben de 150 appartementen van Huize Assendorp in bezit. Het bezit van Landstede bestaat uit een schoolgebouw en een sportzaal midden in het plangebied.
Om het stakeholderproces goed vorm te geven hebben we regelmatige stakeholderoverleggen gepland. Hierin deed het projectteam verslag van de stand van zaken en konden we vraagstukken voorleggen, dilemma’s bespreken en samen ontdekken wat nodig is om een dergelijk complex bewonersproces tot een succes te maken. Voor sommige onderwerpen hebben we losse sessies ingepland zoals het doorspreken van kengetallen en specifieke vraagstukken voor corporaties, Landstede of de gemeente. Wij hebben, als projectteam, de input van de verschillende stakeholders zeer waardevol en onmisbaar gevonden. Iedereen is binnen zijn/haar eigen vakgebied druk bezig met de transitie en heeft eigen kennis, ervaringen en perspectief ingebracht.
Van het creatief meedenken met innovatieve technische oplossingen tot constructief kritische bespiegelingen. Zonder de inbreng van de verschillende stakeholders zouden we niet zijn waar we nu staan en vol vertrouwen de volgende stap durven te nemen. De verschillende belangen hebben blijvend aandacht nodig Of het nu gaat om de (gedeelde) verantwoordelijkheid rond de participatie met huurders tussen de corporatie (particuliere verhuurders) en het bewonersinitiatief óf de specifieke warmtebehoefte van de utiliteiten in het plangebied. Alleen door samen in gesprek te blijven en samen te zoeken naar mogelijkheden om elkaar te versterken komen we oplossingen.
59
5.6 Resultaten en impact Burgerparticipatie is een kwetsbaar proces Je wilt àlle stemmen een plekje geven en daarvoor is een zorgvuldig proces essentieel. Grote veranderingen in de openbare ruimte en privéomgeving maken bewoners onzeker en kwetsbaar. Vanuit die kwetsbaarheid en onzekerheid kiezen bewoners vaak sneller positie en ontstaat polarisatie. Begin waar de energie zit En dat hoeft niet per se duurzame warmte te zijn. Sterker nog: integrale projecten creëren meer betrokkenheid en passen beter bij de leefwereld van bewoners. Bewonersinitiatieven genieten doorgaans veel vertrouwen van hun buren Ze hebben geen winstoogmerk en handelen in het belang van hun eigen gemeenschap. Dit zorgt ervoor dat ze beter dan commerciële partijen en gemeenten in staat zijn om de buurt te betrekken bij projecten. Zeker in de Initiatieffase kunnen bewonersinitiatieven aan vrijwel ieder project veel toevoegen. Ze blijken goed te zijn
in randvoorwaarden formuleren waarbinnen de transitie acceptabel is, en tot een gedeelde conclusie te komen over welke van de oplossingsrichtingen het beste in die
randvoorwaarden passen. Daarmee spelen ze een belangrijke rol bij het achterhalen welke aanpak in hun buurt op draagvlak kan rekenen.
60
Een goede dialoog is essentieel Een waardevol gesprek, volgens de regels van een goede dialoog, is essentieel voor het vangen van alle stemmen. Vooraf het proces borgen met de regels van de democratie, sociocratie en Deep democracy geven het project meer ruggengraat en weerbaarheid. Ook hier hebben bewonersinitiatieven een voorsprong op de overheid en marktpartijen. Zij zijn al onderdeel van de gemeenschap en delen vaak dezelfde waarden en ervaringen als hun buren.
Samen randvoorwaarden bepalen Door samen de randvoorwaarden te bepalen, creëer je gemeenschappelijke waarde waarop je verder kunt bouwen en terug kunt vallen. Het geeft de nodige structuur om de complexiteit van het bewonersproces aan te laten sluiten op het ingewikkelde proces van techniek en businesscase. Goede borging van het proces Goede borging van het proces binnen het gemeentelijke én politieke systeem is essentieel. De kaders bepaal je vooraf samen. Zo ligt de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid bij de raad en moeten de uiteindelijke plannen altijd beoordeeld worden op basis van omgevingsvisie, beleid en regelgeving. Daarmee borg je ook de rechten van bewoners die niét mee willen doen met het buurtproces. Tot die tijd moeten initiatieven echter de vrijheid hebben om het gesprek aan te gaan met hun buren. Dat vraagt om vertrouwen en openheid van alle partijen.
Kwetsbaarheid en kracht van de projectgroep Dat de projectgroep zo dicht bij hun buren staat, is meteen haar kracht. Vanuit die nabijheid ontstaat verbinding; de projectteamleden wonen in dezelfde huizen, dezelfde straat, dezelfde buurt. Het gezamenlijk belang is ook hun belang. Dat maakt, met name het participatieproces, tegelijkertijd intensief en persoonlijk. Dat vraagt om goede onderlinge afspraken over rolverdeling en het vooraf goed regelen van de “onderstroom” binnen je projectteam. De combinatie van complexe en ingewikkelde vraagstukken én de verschillende persoonlijkheden en vaardigheden binnen het team, maakt het er niet gemakkelijker op. Als projectteam merkten wij dat we samen “heisessies” nodig hadden om elkaar soms weer te vinden.
61
6. Terugblik en aanbevelingen
Dit project kwam mede voort uit een behoefte om, samen met de gemeente, te leren hoe wij als bewoners eigenaarschap kunnen pakken rond klimaatadaptatie en de warmtetransitie in onze eigen woningen, straat, buurt en wijk.
6.1 Terugblik op het project Dit project kwam mede voort uit een behoefte om, samen met de gemeente, te leren hoe wij als bewoners eigenaarschap kunnen pakken rond klimaatadaptatie en de warmtetransitie in onze eigen woningen, straat, buurt en wijk. Het was een intensief project waarbij we konden terugvallen op de ervaringen van andere burgerinitiatieven in Nederland via SCCALE 203050, op de kennis van EnergieSamen Buurtwarmte, de enorme hoeveelheid kennis en ervaring bij onze buren rond deze thema’s en de betrokken ambtenaren binnen de gemeente Zwolle. We hebben de steun vanuit de corporaties, Landstede, de Zwolse gemeenteraad en het college als bijzonder warm ervaren.
De samenhang van ingewikkelde technische en procesmatige vraagstukken en complexe bewonersprocessen is en blijft het meest uitdagend. We hebben moeten leren te werken met veel onzekerheid. Van de kengetallen voor de berekeningen tot de bewonersvisie; niks is harde wetenschap en alles kan ter plekke veranderen. Dat vraagt samen stappen zetten in vertrouwen rond het proces, vertrouwen in elkaar als bewoners, de stakeholders, gemeente en de politiek. Een lerende gemeenschap, van een huiskamer aan de Eerste Weidjesstraat tot een kantoor in Brussel Vanuit de rest van de wijk, de stad en zelfs Nederland en Europa is er met groeiende belangstelling gekeken naar ons project. Zo waren we onder andere keynote spea-
62
ker op een congres rond kleinschalige warmtenetten bij de TU Delft, deelden onze ervaringen bij de Provincie Overijssel, Noord Holland en Utrecht en op de impulsdag warmtenetten van NPLW. Ons project is onderdeel van de landelijke kennisacademie van Buurtwarmte en het Europese leerproject SCCALE 203050. Samen met de gemeente Zwolle en vergelijkbare initiatieven in Amsterdam en Lochem hebben we, onder begeleiding van RVO, de relatie tussen burgerinitiatieven en de overheid verkend. We zijn onderdeel van een lerende gemeenschap, van een huiskamer aan de Eerste Weidjesstraat tot een kantoor in Brussel. Betrokken bewoners uit het projectgebied en het projectteam en 50 Tinten Groen Assendorp realiseren zich hoe uniek dit project is. En wij zijn dan ook bijzonder dankbaar voor de kans die ons gegeven is. Tijdens deze fase hebben we veel geleerd, grote stappen gezet en ons sociale netwerk versterkt. En wij zijn klaar voor de volgende fase.
6.2 Integraliteit van de oplossingen Het project De Groene Renovatie is ontstaan vanuit de vraag van de gemeente Zwolle voor een klimaatadaptieve oplossing rond steeds extremer wordende regenval. Vanwege het ingrijpende karakter van deze maatregel én de wens van de gemeente om ook particuliere daken en tuinen aan te sluiten vroeg de gemeente 50 Tinten Groen Assendorp of zij het participatieproces wilden vormgeven. 50 Tinten Groen Assendorp heeft daarbij meteen aangeven dat bewoners de verschillende uitdagingen rond de klimaatveranderingen niet als losse onderdelen zien maar veel meer integraal denken. Als je de straat openbreekt voor een infiltratiesysteem dan kun je meteen de stenen anders terugleggen, bomen planten en misschien zelfs wel een warmtenet in de grond leggen. Bovendien liggen er bij verschillende afdelingen van de gemeente verschillende opgaven die de komende periode direct aangepakt kunnen worden.
Het integraal aanpakken van de verschillende uitdagingen zorgt voor efficiëntere inzet van middelen. Het vermindert de overlast in de omgeving en biedt ruimte aan oplossingen voor uitdagingen waarvoor er geen individuele budgetten beschikbaar zijn. Bovendien vraagt de beperkte ruimte in de ondergrond om nauwgezette afstemming. Zo creëer je zo veel mogelijk maatschappelijke waarde. Integraal werken is echter bijzonder lastig voor de gemeente Zwolle. De verschillende afdelingen hebben verschillende budgetten, verschillende prioriteiten, ander strategisch beleid en verschillende portefeuillehouders. Het maken van een Integraal Gebiedsplan, waarbij alle transitie-opgaven samenkomen, is dan ook essentieel.
63
Systeembarrières Samen met de gemeente Zwolle hebben we de afgelopen maanden geleerd en ervaren hoe de integrale praktijk vast kan lopen in de systeemwereld van het Stadhuis. Ook andere gemeenten zijn aan het ontdekken hoe integraliteit kan helpen en waar de grootste uitdagingen liggen. De belangrijkste systeembarrières die hiermee samenhangen zijn onder andere denken vanuit de eigen sector of organisatie, ingegeven door wet- en regelgeving ketendenken als gevolg van een lineair proces van besluitvorming, programmering en realisatie schaalniveau van en investeringen in bestaande infrastructuur Binnen De Groene Renovatie zien wij kansen om de verschillende opgaven te combineren:
Herinrichten van straatprofiel vervangen riool - aanleg warmtenet MJOP (Meer Jaren Onderhouds Plan) Binnen het plangebied staat groot onderhoud en herbestrating in de MJOP. Tevens dient het riool aangepakt te worden. Dat kan door relining (waarvoor de straat niet open hoeft) maar dat vergroot de problematiek rond waterafvoer. Bij het aanleggen van een warmtenet moeten alle straten open; hier kan veel aan gekoppeld worden. Mobiliteit - vergroenen parkeerplaatsen Bij het laten vervallen van parkeerplaatsen binnen de nieuwe parkeerstrategie kunnen de betreffende parkeerplekken meteen vergroend worden. Door dit aan te laten sluiten bij andere vraagstukken ontstaat synergie. Vervanging riool - aanleg infiltratiesystemen Mocht de gemeente het riool niet gaan vervangen maar slechts relinen dan moeten er extra maatregelen getroffen worden om de verminderde afvoer-
capaciteit op te vangen bij extreme regenbuien. Bij het aanleggen van extra infiltratie/opvangcapaciteit kan de herinrichting van het straatprofiel worden meegenomen. Voor de Ontwikkelfase willen wij dan ook voorstellen om alle lopende projecten en de MJOP in een integraal gebiedsplan te vangen. Dit vergt in eerste instantie extra capaciteit van de verschillende afdelingen maar levert (volgens een onderzoek vanuit de gemeente Amsterdam IOOR) op langere termijn een kostenbesparing op. Bovendien kunnen we zo de beperkte ondergrond optimaal inzetten. Een voorbeeld voor deze werkmethode is dus de Integrale Ontwerpmethode openbare Ruimte (IOOR). Het projectteam is ervan overtuigd dat als we vast blijven houden aan de traditionele stads- en gebiedsontwikkelings- processen niet alleen de energietransitie stagneert, maar we ook nog veel meer extra geld kwijt zijn. Tijdens de Ontwikkelfase trekken we graag op met het gemeentelijk team om dit vorm te geven
64
6.3
Aanbevelingen
Een zorgvuldige participatie zal de klimaaten energietransitie versnellen. Of anders gezegd; een onzorgvuldige participatie zal deze vertragen. De gemeente Zwolle doet er goed aan om te investeren in volwaardige participatie van onderaf.
Volwaardige participatie kost tijd en geld Het is een investering vooraf, in een complex proces, waarbij je geen harde deliverables kunt afspreken. Het vraagt vertrouwen in de kracht van bewoners, het vraagt ruimte om op te groeien en het vraagt om een a-politiek proces. Bewoners kunnen dit. Wij hebben de kennis in huis, het fijnmazig sociaal netwerk, de creativiteit, werken vanuit democratische waarden en vertegenwoordigen het bewonersbelang.
De huidige ambitiepakket 2025-2030 voorziet in té weinig uitvoeringsgelden Daar maken wij ons grote zorgen over. De gemeente Zwolle doet er goed aan deze te vergroten om zo te bouwen aan een breed gedragen transitie waarin alle inwoners van Zwolle zich gehoord voelen.
Bewoners zijn een volwaardige partner binnen de klimaat- en energietransitie Bewoners slechts een adviserende rol geven, wordt niet geaccepteerd en zal de transitie vertragen. Volwaardige participatie betekent tijd nemen voor een gelijkwaardige positie van bewoners. In haar onderzoek geeft Christine Bleijenberg aan dat dit kan betekenen dat het “systeem” soms even moet wachten. Dit heeft grote gevolgen (zeker bij trajecten als geothermie) maar een onzorgvuldig participatieproces nog véél meer. De komende periode worden er grote beslissingen genomen rond eigenaarschap voor de inwoners van Zwolle binnen de transitie. Dit vraagt om stevige reflectie en dappere keuzes van het college en de raad.
65
Bewoners maken andere keuzes dan overheid en marktpartijen Wij hangen een gordijn voor de deur tegen de kou, wij slapen met het slaapkamerraam open en zien toekomstige (collectieve) warmte als onderdeel van een integrale aanpak en sociaal proces. Voor het versnellen van de verduurzaming van onze woningen en een succesvolle wijkaanpak is het noodzakelijk dat het bewonersperspectief een gelijkwaardige plek aan tafel krijgt naast overheid en marktpartijen. Dit vraagt van de gemeente Zwolle dat zij maatschappelijke waarden en lokaal eigendom borgen binnen haar processen en tenders.
Ga werken vanuit een integraal gebiedsplan Dit vergt in eerste instantie extra capaciteit van de verschillende gemeentelijke afdelingen, maar levert op lange termijn, aantoonbaar, efficiëntie en kostenbesparing op.
Wij willen door De bewoners van het project De Groene Renovatie willen door. Wij zien kansen om het project op te schalen en met de geleerde lessen de warmtetransitie te versnellen in Assendorp en de rest van Zwolle. Ook de rest van de stakeholders hebben, tijdens het bestuurlijk overleg, unaniem aangegeven vertrouwen te hebben in de Ontwikkelfase. Wij hebben zelf 80% van de financiering voor de volgende fase geregeld via het Ontwikkelfonds Warmte. Van de gemeente Zwolle vragen wij een bijdrage bij de invulling van de cofinanciering van 40.000 euro per jaar voor de komende drie jaar.
66
Literatuur en bronnen
Afkortingen
David J. Snowden, 2007. A Leader’s Framework
B.E.S.
Buurt Energie Systeem
for Decision Making
RRE(W)
Regeling Reductie Energie (Woningen)