Rijkswaterstaat - Schriftelijke inbreng tbv informatieronde Zwartewaterzone
Tekst van het document
Schriftelijke inbreng Rijkswaterstaat t.b.v. informatieronde Zwartewaterzone d.d. 25 oktober 2021 Het plangebied is aangewezen onder art. 6.16. Waterbesluit. De achtergrond hiervoor is te vinden in de toelichting op het artikel (Staatsblad 2009, 548 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)): De begrenzing van de (art. 6.16) gebieden hangt samen met de
ruimte van het rivierbed en de ligging van het bebouwde gebied. Deze elementen zijn van belang gezien de te verwachten klimaatveranderingen. Ten aanzien van de ruimte van het rivierbed dient rekening te worden gehouden met toenemende (piek)afvoeren van de rivieren en dient de benodigde ruimte voor dergelijke afvoeren vrij te worden gehouden van grootschalige obstakels. Rivierkundig gezien zijn een aantal soorten gebieden minder relevant voor de beschikbare ruimte in het rivierbed, zoals hooggelegen terreinen in de overgangsgebieden van de noordelijke deltabekken en de IJsseldelta, andere hoogwatervrije terreinen in het rivierbed en stroomluw gelegen gedeelten waar geen sprake is van belemmering van de ruimte voor afvoer van water. Met betrekking tot de ligging van het bebouwde gebied gaat het veelal om hoger gelegen, intensief bebouwde gebieden. Vaak gaat het om terreinen (uiteraard in het rivierbed) in of nabij kernen van steden en plaatsen, zoals (voormalige) haven- en industrieterreinen. Het gebied voldoet aan de kenmerken die in de toelichting op het Waterbesluit worden genoemd. Ook tegen het licht van te verwachten klimaatverandering is dit gebied minder relevant voor de beschikbare ruimte in het rivierbed (van het Zwarte Water).
Het is een hoog en stroomluw gelegen en bebouwd gebied, waar ontwikkelingen niet zorgen voor een belemmering van de ruimte voor afvoer van water. Omdat het plangebied is aangewezen onder art. 6.16 Waterbesluit geldt er geen vergunningplicht voor het gebruik van het Rijkswaterstaatswerk en zijn ook de algemene regels voor het gebruik van de rijkswaterstaatswerken niet van toepassing. Dit betekent dat er vanuit de Waterwet geen compensatieverplichting geldt ten aanzien van effecten op waterstanden of bergend vermogen. Dit leidt ertoe dat Rijkswaterstaat geen mening heeft over de randvoorwaarde die de gemeente stelt ten aanzien van handhaving van de buffercapaciteit. Dat is aan de gemeente. Gemeenten zijn namelijk verantwoordelijk voor het beoordelen van de veiligheidssituatie en het afwegen van eventuele maatregelen in buitendijks gebied. Bestemmingsplannen en bijbehorende vergunningverlening zijn de instrumenten voor de buitendijkse ontwikkeling. De bestemmingsplannen kunnen eisen stellen aan de inrichting van buitendijkse gebieden, om de gevolgen van hoogwater te beperken. NB. Buitendijks zijn bewoners en gebruikers zelf verantwoordelijk voor het treffen van gevolgbeperkende maatregelen en zij dragen zelf het risico van waterschade.