Raadsvoorstel warmtebedrijf_versie 4_04062024
Tekst van het document
voorstel
Raadsvoorstel Datum
4 juni 2024
Onderwerp Versienummer
Ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle inclusief Kwartiermaker 4
Portefeuillehouder
Arjan Spaans
Samenvatting Zwolle werkt hard aan de energietransitie, met ambitieuze doelstellingen. Onderdeel van de transitie is de warmtetransitie, waarbij overgeschakeld wordt op een duurzame warmtevoorziening voor inwoners en bedrijven. Om de warmtetransitie te versnellen is in de wetsvoorstellen Wet collectieve warmte (“Wcw”) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (“Wgiw”) een belangrijke regierol voor gemeenten beschreven. Onderdeel van die wetgeving is dat de levering van warmte plaats moet vinden door warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang. Binnen de gemeente Zwolle wordt in de wijken Holtenbroek en Aa-landen de eerste haalbare kans gezien om tot een duurzaam gevoed warmtenet te komen. Op 13 juli 2023 heeft het college van B&W dan ook de opdracht verstrekt voor het opstellen van het “Ontwikkelkader Warmtebedrijf Holtenbroek/Aa-landen. In deze beslisnotitie ligt dat ontwikkelkader voor ter besluitvorming. Het ontwikkelkader is de eerste stap richting de totstandkoming van het Warmtebedrijf Zwolle. Dit ontwikkelkader legt de uitgangspunten vast voor de scope, de rechtsvorm, de organisatiestructuur en de taken van Warmtebedrijf Zwolle. De oprichting van het Warmtebedrijf vindt plaats in twee fases. De eerste fase betreft het oprichtingsbesluit, waarin slechts wordt besloten tot oprichting van een BV.
Daarna kan worden overgegaan tot de aanvraag voor een bankrekening. Dat is nodig voor de aanvraag van de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS), waarvan de aanvraagperiode start op 1 juli 2024. In de tweede, latere, fase zal een inrichtingsbesluit aan het College worden voorgelegd waarin besluitvorming wordt gevraagd over de governance (besturen, beheersen, toezicht houden en verantwoorden) en de financiën binnen het Warmtebedrijf. Zolang het inrichtingsbesluit niet is genomen zal het Warmtebedrijf geen andere (bedrijfs)activiteiten uitvoeren, dan het aanvragen van een bankrekening, inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het indienen van de aanvraag voor de WIS. Om daadwerkelijk invulling te geven aan het op- en inrichten en uiteindelijk te komen tot een operationeel warmtebedrijf dient tijdelijk een “Kwartiermaker Warmtebedrijf” aangesteld te worden. Met het beschikbaar stellen van het gevraagde voorbereidingskrediet van € 250.000,- kan hier invulling aan worden gegeven. Financiële gevolgen Betreft doel Begroting wijzigen Budgetnummer
641 Energieneutraal Zwolle Ja 56288090.1005.2705
1/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
Bijlagen 1. Ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle, versie 28 mei 2024 2. Infographic ontwikkelkader warmtebedrijf Zwolle 3. Concept Statuten Warmtebedrijf Holding Zwolle B.V. 4. Beslisnota College Ontwikkelkader warmtebedrijf versie 4, d.d. 4 juni 2024
Openbaarheid Openbaar Geheim
De raad wordt voorgesteld te besluiten om: 1. Het “Ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle” vast te stellen; 2. Kennis te nemen van het ontwerp-besluit tot oprichting (fase 1) van Warmtebedrijf Holding Zwolle B.V. (zie bijlage 4) en eventuele wensen en bedenkingen ten aanzien van dit ontwerpbesluit aan het college van B&W kenbaar te maken; 3. Een krediet van € 250.000,- beschikbaar te stellen ten laste van de reserve incidentele bestedingen (onderdeel gereserveerde gelden voor realiseren warmtenetten), voor het aantrekken van een Kwartiermaker Warmtebedrijf Zwolle om ( in de latere tweede fase) het Warmtebedrijf in te richten op basis van het Ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle; 4. Met het op te richten Warmtebedrijf afspraken vast te leggen om de kosten onder beslispunt 3, te verrekenen. Inleiding De energietransitie is in volle gang. Eén van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat gebouwen in Nederland in 2050 niet meer met aardgas worden verwarmd. Dat is nodig om de uitstoot van CO2 terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook in Zwolle zullen de gebouwen en huizen op een andere manier worden verwarmd. De gemeenten zijn volgens het Klimaatakkoord de regisseurs van de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Zij hebben de regierol. Die regierol kan op verschillende manieren ingevuld worden.
Een van de manieren is door zelf als gemeente een rol in de warmteketen in te vullen. De gemeenteraad van Zwolle heeft zich hieraan verbonden middels het coalitieakkoord “Samen voor een waarde(n)volle toekomst 2022-2026” en daarin is opgenomen “… dit vraagt om optimaal gebruik van duurzame bronnen en aanleg van warmtenetten. We zijn, net als het Rijk, bereid hier een financiële bijdrage aan te leveren. Bij de exploitatie van toekomstige warmtenetten zien wij een duidelijke publieke taak. Alleen zo kunnen we bij deze ontwikkeling blijven sturen op publieke waarden.” Die publieke taak behelst in ieder geval dat de distributie en levering van warmte met behulp van een warmtenet plaats moet vinden door warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang. Daarvoor is het noodzakelijk een warmtebedrijf op te richting, waarvan de gemeente (deels) eigenaar wordt. Het College heeft de opdracht gegeven om middels een Ontwikkelkader richting te geven aan 2/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
Warmtebedrijf Holding Zwolle B.V. (“het Warmtebedrijf”). Daarnaast is het voor de aanvraag van benodigde subsidies noodzakelijk om over een entiteit te beschikken, het nu oprichten (fase 1) van het Warmtebedrijf past in de daarvoor benodigde planning en tijdslijnen. De oprichting van het Warmtebedrijf past ten slotte binnen de afspraken die zijn gemaakt in de samenwerkingsovereenkomst die op 3 november 2023 door de gemeente Zwolle, Aardwarmtebron Zwolle (de ontwikkelaar van de geothermiebron) en de drie Zwolse woningcorporaties is getekend, waarmee invulling is gegeven om te komen tot een warmtenet in Holtenbroek en Aa-landen. De oprichting van het Warmtebedrijf vindt plaats in twee fases. De eerste fase betreft het oprichtingsbesluit, waarin slechts wordt besloten tot oprichting van een BV. Daarna kan worden overgegaan tot de aanvraag voor een bankrekening en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Dat is nodig voor de aanvraag van de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS), waarvan de aanvraagperiode start op 1 juli 2024. In de tweede, latere, fase zal een inrichtingsbesluit aan het College worden voorgelegd waarin besluitvorming wordt gevraagd over de governance (besturen, beheersen, toezicht houden en verantwoorden) en de financiën, binnen het Warmtebedrijf.
Zolang het inrichtingsbesluit niet is genomen zal het Warmtebedrijf geen andere (bedrijfs)activiteiten uitvoeren, dan het aanvragen van een bankrekening, de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het indienen van de aanvraag voor de WIS. De principes die worden gehanteerd voor het in- en op te richten Warmtebedrijf liggen vast in de verstrekte College-opdracht, het vastgestelde beleid, het wettelijk kader en randvoorwaarden die nodig zijn om de het warmtebedrijf te kunnen laten functioneren.
Kader College-opdracht Op 13 juli 2023 heeft het College de opdracht verstrekt voor het opstellen van het “Ontwikkelkader Warmtebedrijf Holtenbroek/Aa-landen”. Dat zich richt op: 1. De ontwikkeling van een 100% publiek warmtebedrijf Zwolle; 2. De gehele warmteketen; van duurzame bron, het distributienetwerk tot aan levering van warmte aan afnemers; 3. Het plangebied Holtenbroek/Aa-landen; 4. De mogelijkheid voor het toetreden van marktpartijen en publieke partijen in de toekomst; 5. De vorm van toetreding van bewonerscollectieven in de toekomst. Wettelijke kaders In de Kamerbrief van Minister Jetten (Klimaat en Energie, 21 oktober 2022), is de Tweede Kamer geïnformeerd over zijn definitieve besluit ten aanzien van de marktordening van collectieve warmte, richting het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw). Met de Wcw wil de Minister: i. Gemeenten voldoende sturingsmogelijkheden en bevoegdheden geven ten aanzien van de realisatie van collectieve warmtevoorzieningen, en ii. Zeker stellen dat een collectieve warmtevoorziening voor iedereen in de wijk een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam alternatief is voor aardgas.
3/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
Hiermee krijgen gemeenten meer handvatten om de regierol op te pakken. In het concept van de Wet collectieve warmte (Wcw) is opgenomen dat voor zowel het netwerk (infrastructuur) van een warmtenet alsmede de warmtelevering een verplicht publiek meerderheidsbelang (minimaal 50% van de aandelen + 1 aandeel) geldt. De verwachting is dat de Wcw in januari 2025 in werking treedt. Vastgesteld beleid Transitievisie Warmte Zwolle (2020): hierin zijn Holtenbroek en Aa-landen als potentiële “warmtenetwijken”, aangewezen. In de Zwolse Transitievisie warmte 2020 zijn de volgende publieke waarden opgenomen om op te sturen, vanuit de regierol van de gemeente: Betaalbaar, Vertrouwen, Toekomstbestendig, Draagvlak, Betrouwbaar. Handreiking Verbonden Partijen Bij de oprichting en inrichting van het Warmtebedrijf wordt uitvoering gegeven aan de Handreiking Verbonden Partijen (“Handreiking”). Beoogd effect • Uitvoering geven aan de College-opdracht, opstellen van het “Ontwikkelkader Warmtebedrijf Holtenbroek/Aa-landen”, 13 juli 2023. • Het oprichten (fase 1) van het Warmtebedrijf Zwolle en daarmee te kunnen voldoen aan de voorwaarden die gesteld worden om de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) 2024 te kunnen aanvragen, voor de aanleg van warmtenet Holtenbroek/Aa-landen en daarmee de financiële risico’s van de gemeente Zwolle als enig aandeelhouder (bij aanvang) te verlagen.
• Met de oprichting van het Warmtebedrijf, met de gemeente Zwolle als enig aandeelhouder (bij aanvang), reeds te voldoen aan het wetsvoorstel Wet collectieve warmte. • Uitvoering geven aan het Coalitieakkoord “Samen voor een waarde(n)volle toekomst 20222026” waarin gevraagd wordt om een duidelijke publieke rol bij warmtenetten. • Optimale invulling geven aan een passende regierol in de keten, waarmee maximaal gestuurd kan worden op de vastgestelde publieke waarden voor de warmtetransitie in Zwolle.
Argumenten 1. Ontwikkelkader. In het ontwikkelkader zijn de kaders en beleidsuitgangspunten vastgelegd voor een Zwols publiek warmtebedrijf. Met de op handen zijnde Wet collectieve warmte (Wcw) krijgen gemeenten de instrumenten om optimaal invulling te geven aan een publiek warmtebedrijf. In het ontwikkelkader zijn de kaders en beleidsuitgangspunten vastgelegd voor een Zwols publiek warmtebedrijf. Daarbij is de Wcw als richtlijn genomen en vormen de publieke waarden; betaalbaar, vertrouwen, toekomstbesteding, draagvlak en betrouwbaarheid (Transitievisie Warmte 2020) de basis. De uitgangspunten voor de scope, de rechtsvorm, de organisatiestructuur en de taken van het Warmtebedrijf zijn in het ontwikkelkader uitgewerkt. 1.1 Scope. 100% publiek Zwols warmtebedrijf. In het afgelopen jaar zijn oriënterende gesprekken gevoerd met private partijen om samen met de gemeente Zwolle in een warmtebedrijf, met een publiek (gemeente) meerderheidsbelang, te participeren. Met name vanwege het beoogde minderheidsbelang en bijbehorende inperking van de sturingsmogelijkheden in het wetsvoorstel van de Wcw waren deze private partijen op dat 4/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
moment niet bereid om op deze wijze deel te nemen. Hogere rendementseisen en de ervaren afhankelijkheid van het politieke klimaat spelen hierbij ook een grote rol. Publieke partijen die zich hebben gemeld kunnen op dit moment nog niet de diensten leveren die nodig zijn om een warmtebedrijf op te starten. Om de voortgang in de warmtetransitie te behouden, is het scenario 100% publiek Zwols warmtebedrijf’ op dit moment dan ook het meest haalbaar. In de Wcw wordt aangegeven dat in ieder geval het netwerk en de levering in eigendom moeten zijn van een warmtebedrijf met een (verplicht) publiekmeerderheidsbelang (zie afbeelding 1). Dat geldt niet voor de bron en productie. Die mogen ook deels of geheel in eigendom zijn van een of meerdere private en/of publieke partijen. Belangrijk uitgangspunt in het ontwikkelkader voor het Warmtebedrijf is echter om de productie (waaronder tevens wordt begrepen de inkoop van warmte) ook onderdeel te maken van de warmteketen met een publiek meerderheidsbelang. Als producent kan namelijk direct gestuurd worden op transparantie en invloed worden uitgeoefend op de betaalbaarheid. Daarnaast is er meer leveringszekerheid wanneer productie, netwerk en levering gekoppeld zijn.
Dit heeft geleid tot de keuze voor het onderbrengen van de warmteproductie in het Warmtebedrijf en hiermee een integraal warmtebedrijf op te richten, zodat de publieke waarden zoals vertrouwen, betaalbaarheid en betrouwbaarheid geborgd worden. Tot slot wordt op projectniveau, per warmtenet, businesscase en plangebied, onderzocht of deelname in de externe warmtebron (zoals een geothermiebron) ook opportuun is. Afbeelding 1: De warmteketen
1.2 Rechtsvorm. De B.V. als rechtsvorm voor het Warmtebedrijf. Op basis van de afwegingen zoals genoemd in de Handreiking is de Besloten Vennootschap (“BV”) de meest voor de hand liggende rechtsvorm voor het Warmtebedrijf. Bovendien eist de Wcw 5/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
dat het aangewezen warmtebedrijf een in aandelen verdeeld kapitaal moet hebben. Ook om die reden is de B.V. de meest geschikte rechtsvorm voor het Warmtebedrijf. Tevens is participatie door inwoners of bewonersinitiatieven binnen een BV op verschillende manieren mogelijk. 1.3 Organisatiestructuur. De holdingstructuur met onderliggende project-B.V..’s. Het ontwikkelkader gaat uit van een holdingstructuur waarmee het mogelijk is om meerdere project-B.V.’s (dochterondernemingen) op te richten (afbeelding 2). Een concreet voorbeeld van een dergelijke Project B.V. betreft Warmtenet Holtenbroek/Aa-landen. Met deze structuur (holding met dochterondernemingen) kan optimaal invulling worden gegeven aan risicospreiding, (eventuele) participatie van stakeholders en zeggenschap. De holding huurt medewerkers en diensten in en leent die medewerkers en diensten vervolgens uit aan de dochtermaatschappijen. Een dochteronderneming handelt onder de verantwoordelijkheid van de holding. Afbeelding 2: Holdingstructuur
1.4 Taken. In de 4 fasen: de initiatiefase, de ontwerpfase, de realisatiefase en de beheer en exploitatiefase. 1. De initiatiefase: dit omvat het in beeld brengen en onderzoeken van de haalbaarheid van een warmtenet. 2. De ontwerpfase, dit omvat: a) het uitwerken van de haalbaarheid van het project in een businesscase en een ontwikkelplan door het warmtebedrijf, b) het opstellen van een voorlopig ontwerp en definitief ontwerp voor de aanleg van een warmtenet en de eventuele bronnen en c) de aanbesteding plaats voor uitvoering van de werkzaamheden 3. Realisatiefase: de daadwerkelijke realisatie van de installaties en het warmtenet. 4. Beheer en exploitatiefase: dit omvat de exploitatie van het warmtenet door de levering van warmte. 6/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
Het toetsen van het eerste initiatief gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente, via het programma Energietransitie. Dit programma heeft de regie over het toetsen en het verstrekken opdrachten van projectideeën tot een projectvoorstel. Zo’n voorstel wordt ter beoordeling aan het Warmtebedrijf voorgelegd. Na positieve besluitvorming volgt verdere uitwerking door het Warmtebedrijf in ontwerp, voorbereiding en realisatie. Afbeelding 3: Samenwerking gemeente en warmtebedrijf
Om de organisatiekosten voor het Warmtebedrijf zo laag mogelijk te houden, wordt gestart met een zo slank mogelijke organisatie. Na oprichting bestaat de organisatie alleen uit een directeur / kwartiermaker. Bij het inrichtingsbesluit zal verder vorm worden gegeven aan de verdere inrichting van het Warmtebedrijf, waaronder begrepen het aangeven van het tijdspad om te komen tot een structurele bezetting van circa 4/5 fte die nodig is voor de functies staf en ondersteunende diensten, business-development, realisatie- en exploitatie-management en de daarmee bijkomende kosten. De keuze voor de slanke organisatie betekent dat veel van de benodigde kennis en expertise ingehuurd wordt bij de gemeentelijke organisatie en bij derden. Deze inrichtingskeuze (een slank warmtebedrijf) vraagt een intensieve samenwerkingsrelatie met de gemeentelijke organisatie (zie afbeelding 3). In deze samenwerking werken medewerkers van de gemeente als gedelegeerd opdrachtgever bij het Warmtebedrijf aan de uitwerking van het warmtenet.
7/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
2. Oprichting Warmtebedrijf Holding Zwolle B.V. (in 2 fases) 2.1 Fase 1, oprichtingsbesluit, artikel 160 lid 2 Gemeentewet. Het is van groot belang dat de Warmtenetten Investeringssubsidie 2024 (“WIS”) wordt verkregen. De WIS dekt (een deel van) de onrendabele top van een warmtenet. De startdatum van de aanvraagperiode voor de WIS is op 30 mei 2024 bekend gemaakt en loopt van 1 juli 2024 t/m 13 december 2024. Op dit moment zijn de voorwaarden voor toekenning van de WIS 2024 nog niet bekend. Op basis van de voorwaarden van 2023 zijn in het kader van dit voorstel de volgende voorwaarden uit 2023 van groot belang: De aanvraag dient te worden ingediend door het Warmtebedrijf zelf; Bij de aanvraag dient het Warmtebedrijf te beschikken over een eigen bankrekening; De aanvraag wordt toegekend op basis van het principe, “first come, first serve”. Deze voorwaarden duiden ook de urgentie voor oprichting (fase 1) van een Warmtebedrijf op korte termijn, om te voorkomen dat niet tijdig aan de voorwaarden voor de WIS wordt voldaan en/of het WIS budget 2024 reeds is uitgeput. De doelomschrijving van het Warmtebedrijf, zoals opgenomen in de concept-statuten, is: “a.
het realiseren, in stand houden en (doen) exploiteren van een warmtebedrijf en daaraan gerelateerde diensten alsmede het ontwerpen, aanleggen, onderhouden, beheren en exploiteren van warmteproductie, warmtetransport, warmtedistributie, warmteopslag en warmteleveringssystemen, en de inkoop en levering van warmte. (…)” 2.2 Fase 2, Inrichtingsbesluit betreft de governance, financiën verantwoording en toezicht binnen het Warmtebedrijf. Na oprichting zal er een “inrichtingsbesluit” aan het College worden voorgelegd om tot inrichting van het Warmtebedrijf over te kunnen gaan. Onder inrichtingsbesluit wordt onder meer verstaan, de besluitvorming over de governance, financiën (waaronder begrepen de optimalisatie van subsidies in de warmteketen), verantwoording en toezicht binnen het Warmtebedrijf. Zolang het inrichtingsbesluit niet is genomen zal het Warmtebedrijf geen andere (bedrijfs)activiteiten uitvoeren, dan het aanvragen van een bankrekening, inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het indienen van de aanvraag voor de WIS 2024. Bij het nemen van het inrichtingsbesluit is het Warmtebedrijf al opgericht en heeft de Raad al wensen en bedenkingen kunnen indienen op grond van artikel 160 lid 2 Gemeentewet. Op basis van datzelfde artikel hoeft het inrichtingsbesluit niet (opnieuw) voor wensen en bedenkingen aan de Raad voorgelegd te worden.
Door de oprichting van het Warmtebedrijf in 2 fases te laten plaatsvinden ontstaat de situatie dat de Raad geen wensen en bedenkingen over de volledige oprichting van het Warmtebedrijf ter kennis van het College heeft kunnen brengen. In het kader van de actieve informatieplicht zal het College op grond van de Handreiking (en op grond van artikel 169 Gemeentewet) de Raad alsnog worden geïnformeerd over de verdere inrichting van het Warmtebedrijf. Om die reden wordt voorgesteld dat het voorgenomen inrichtingsbesluit eerst voor een zienswijze aan de Raad te sturen voordat het besluit tot inrichting van het Warmtebedrijf wordt genomen.
8/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
2.3 Governance, het besturen, beheersen, toezicht houden en verantwoording door en van het Warmtebedrijf. In de Handreiking is aangegeven dat er behoefte is aan een centrale coördinatie en beheersing van de verbonden partijen. De centrale coördinatie wordt bestuurlijk binnen het College belegd bij de vakinhoudelijk betrokken wethouder en de wethouder financiën, in het kader van de integraliteit van bestuur. Aan deze centrale coördinatie is uitvoering gegeven in de governance van het Warmtebedrijf en is vastgelegd in de statuten (bijlage 3). Op basis van de statuten tot oprichting van het Warmtebedrijf, ziet de governance er als volgt uit (zie ook afbeelding 4): 1. Directeur- bestuurder (kwartiermaker): De kwartiermaker wordt de directeur-bestuurder van het Warmtebedrijf. Zolang er nog geen kwartiermaker is wordt de directeur fysiek domein van de gemeente Zwolle tijdelijk benoemd tot directeur-bestuurder van het Warmtebedrijf. In het directiereglement (dat onderdeel uitmaakt van het inrichtingsbesluit) wordt invulling gegeven aan de (publieke)waarden en (beleids)uitgangspunten waaraan de directeur uitvoering moet geven aan zijn taak en worden de (vertegenwoordigings)bevoegdheden van de directeur vastgelegd. . 2.
Algemene Vergadering (AV): De publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Zwolle is (bij aanvang) enig aandeelhouder en wordt in beginsel vertegenwoordigd door de burgemeester (artikel 171 van de Gemeentewet). Via een volmachtsbesluit kan de burgemeester een wethouder aanwijzen die de gemeente (als aandeelhouder) vertegenwoordigd (dit zal de wethouder financiën zijn). Afbeelding 4: Zeggenschap binnen het Warmtebedrijf
9/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
2.4 Besluitvorming binnen het Warmtebedrijf: De directeur-bestuurder is bevoegd om het Warmtebedrijf te vertegenwoordigen. Voor bepaalde besluiten dient de directeur-bestuurder vooraf goedkeuring te vragen aan de Algemene Vergadering. Voorbeelden hiervan zijn: het vaststellen of wijzigen van het jaarplan en begroting; het oprichten van, deelnemen in en/of het voeren van het bestuur over andere vennootschappen of ondernemingen alle handelingen, waarvan het belang een bedrag van vijfhonderdduizend euro te boven gaat. de volledige lijst waarvoor goedkeuring moet worden gevraagd staat in artikel 6.1.6 van de statuten. in het directiereglement kan de bevoegdheid van de directeur-bestuurder worden aangepast. Dit directiereglement vormt een bijlage bij het besluit tot inrichting van het Warmtebedrijf. in het directiereglement kan ook worden opgenomen dat bepaalde besluiten door de Raad moeten worden genomen, of aan hun goedkeuring onderworpen moeten worden (de zogenoemde creatie van zeggenschap, zoals genoemd in de Handreiking. 3.
Aanstelling Kwartiermaker. Om invulling te geven aan het warmtebedrijf zal een kwartiermaker worden aangesteld. Om daadwerkelijk invulling te geven aan het inrichten en uiteindelijk te komen tot een operationeel warmtebedrijf dient tijdelijk een “Kwartiermaker Warmtebedrijf” aangesteld te worden. Met het beschikbaar stellen van het gevraagde voorbereidingskrediet van € 250.000,- kan hier invulling aan worden gegeven. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de loonkosten van de kwartiermaker. Daarnaast heeft de kwartiermaker een uitvoeringsbudget nodig om de inrichting van het Warmtebedrijf optimaal te kunnen voorbereiden (notariskosten, inhuur expertise, etc). De Kwartiermaker zal de rol van interim directeur van het Warmtebedrijf vervullen tot het moment dat definitief een Directeur van het warmtebedrijf wordt benoemd. Aangezien er nog geen kwartiermaker is aangenomen wordt voorgesteld om tijdelijk de directeur fysiek domein van de gemeente Zwolle als interim directeur van het Warmtebedrijf te benoemen totdat de Kwartiermaker is aangesteld. Tot het moment dat de Kwartiermaker is aangesteld zullen de taken van de directeur worden beperkt tot het aanvragen van een bankrekening, inschrijven bij de Kamer van Koophandel en het indienen van de aanvraag voor de WIS 2024 en alle zaken die ten dienste zijn aan vorengenoemde taken.
Het voordeel om de directeur fysiek domein als interim directeur te benoemen is dat het directielid al een vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft binnen de gemeente, deze persoon kundig is en het vertrouwen heeft binnen de gemeentelijke organisatie. De exacte taakomschrijving van de Kwartiermaker / interim directeur wordt uitgewerkt in het directiereglement en zal bij het inrichtingsbesluit aan het College worden voorgelegd.
4.
Verrekening kosten. De kosten voor de Kwartiermaker worden verrekend via het exploitatieresultaat. Met het op te richten Warmtebedrijf worden afspraken vastgelegd dat de kosten van € 250.000,voor het aantrekken van een kwartiermaker worden verrekend via het (toekomstig) verwachte positieve exploitatieresultaat. Het is aan de Kwartiermaker om deze afspraken op te stellen en vast te leggen.
10/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
Alternatieve mogelijkheden Om vaart te blijven maken in de warmtetransitie en de publieke waarden daarbij zo goed mogelijk te borgen is een publiek warmtebedrijf, met Zwolle als 100% aandeelhouder, momenteel de enige mogelijkheid. In het afgelopen jaar zijn oriënterende gesprekken gevoerd met private en publieke partijen om samen met Zwolle in een warmtebedrijf, met een publiek (gemeente) meerderheidsbelang, te participeren. Die bereidheid is er momenteel niet. Private partijen hebben moeite met een minderheidsbelang en publieke partijen kunnen op dit moment nog niet de diensten leveren die nodig zijn om een warmtebedrijf op te starten. Door nu een 100% publiek warmtebedrijf op te richten blijft toetreding van deze (private en/of publieke partijen) in de toekomst mogelijk. Maatschappelijk draagvlak & participatie In 2023 zijn er diverse participatiebijeenkomsten georganiseerd in de wijken Holtenbroek en Aa-landen. Tijdens die bijeenkomsten werden de warmteplannen voor beide wijken en het warmtenet besproken. Uit deze bijeenkomsten is ook gebleken dat er veel steun is voor een warmtebedrijf waarin de gemeente Zwolle de zeggenschap heeft. Communicatie Voor inwoners en stakeholders, zoals de corporaties en de wijkinitiatieven, is de communicatie over het ontwikkelkader van het Warmtebedrijf informerend van aard.
Middels (nieuws)berichten wordt de stad over dit onderwerp geïnformeerd. Daarin wordt vanuit het bredere perspectief van de warmtetransitie de relatie met het warmtenet gelegd. De inwoners van de wijken Holtenbroek en Aa-landen worden specifiek geïnformeerd via onder meer (buurt)bijeenkomsten over de warmtetransitie en de wijkkrant. Ook hier wordt het ontwikkelkader voor het Warmtebedrijf geplaatst in het brede perspectief van de warmtetransitie. Financiën Het vaststellen van het ontwikkelkader heeft nog geen financiële consequenties. Het ontwikkelkader richt zich nu op de beleidsuitgangspunten die benodigd zijn. Echter, het inrichten en in gebruik nemen van het Warmtebedrijf in combinatie met het aanleggen en exploiteren van een operationeel warmtenet hebben significant en langdurig impact op de financiën van de gemeente als 100% aandeelhouder. Besluitvorming hierover door de Raad vindt op een later moment plaats. Voor het aantrekken van de Kwartiermaker Warmtebedrijf zal eenmalig ten laste van de reserve incidentele bestedingen (onderdeel gereserveerde gelden voor realiseren warmtenetten) een voorbereidingskrediet van € 250.000,- beschikbaar worden gesteld. Bij de oprichting van het Warmtebedrijf bestaan de organisatiekosten alleen uit de kosten voor een Kwartiermaker /directeur.
Bij het inrichtingsbesluit (fase 2) zal verder vorm worden gegeven aan de inrichting van het Warmtebedrijf waaronder begrepen het tijdspad om te komen tot een structurele bezetting van circa 4/5 fte en de daarmee bijkomende kosten. Risico’s • De activiteiten van het Warmtebedrijf blijven beperkt tot het aanvragen van een bankrekening, inschrijving Kamer van Koophandel en de WIS, waardoor gelijk een beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de directeur / kwartiermaker van het Warmtebedrijf ontstaat, 11/13
voorstel
Datum
•
•
4 juni 2024
zolang er nog geen besluit tot inrichting van het Warmtebedrijf (inclusief het vaststellen van een directiereglement) heeft plaatsgevonden. Met het inzetten op een 100% publiek warmtebedrijf handelen we in de geest van de conceptWcw. Hiermee lopen we vooruit op de vaststelling van de Wet collectieve warmte. Het risico ligt in het feit dat er nog koerswijzigingen kunnen plaatsvinden en dat vaststelling van de wet op zich laat wachten. Op 1 juli 2024 gaat een nieuwe periode open voor het aanvragen van Warmte-infrastructuur subsidie (WIS). Deze subsidie mag alleen worden aangevraagd door de entiteit Warmtebedrijf en niet door de gemeente. Wanneer het Warmtebedrijf nu niet wordt opgericht kan niet tijdig of zelfs geensubsidieaanvraag worden indienen. Dit heeft direct een negatief effect op de businesscase voor de ontwikkeling van het warmtenet Holtenbroek.
Risico’s die kunnen optreden na dit besluit: • De gemaakte kosten voor de kwartiermaker kunnen niet meer ongedaan worden gemaakt indien het College en/of Raad een negatief besluit neemt in de opvolgende besluitvormingsstappen. • De businesscase Holtenbroek / Aa-landen valt in de praktijk negatiever uit waardoor de gemaakte kosten niet worden terugverdiend.
Vervolg Als gevolg van een positieve besluitvorming tot voornemen van oprichting van het Warmtebedrijf en het vaststellen van het ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle (stap 1/fase 1), kunnen op basis van de beleidsuitgangspunten de benodigde vervolgstappen worden genomen (zie afbeelding 5): Stap 2. Dit betreft de daadwerkelijke (notariële) oprichting van het Warmtebedrijf, gepland eind Q2 2024 Stap 3. Het aannemen van een kwartiermaker, dit staat gepland voor eind Q3 2024. De Kwartiermaker geeft invulling aan de organisatiestructuur met bijbehorende functieprofielen, werving en selectie van personeel en geeft verdere uitwerking aan de samenwerking tussen gemeente en Warmtebedrijf binnen uitvoeringsprojecten, voor realisatie beheer en onderhoud. Stap 4. Het voorleggen van het inrichtingsbesluit (fase 2) van het Warmtebedrijf aan het College op basis van de Handreiking, gepland medio Q4, 2024. Stap 5. Kredietaanvraag Realisatie warmte-eiland Holtenbroek, welke aanvraag ter goedkeuring aan de Raad wordt voorgelegd, dit staat gepland medio Q4, 2024 Stap 6. Aanwijzing warmtekavel. Op grond van het wetsvoorstel Wet collectieve warmte is dit een taak van het College, welk besluit pas kan worden genomen na inwerkingtreding van de Wcw (naar verwachting treedt de wet op 1 januari 2025 in werking).
Ook wordt op basis van het ontwikkelkader verdere uitwerking gegeven aan de vorm van bewonersparticipatie en zeggenschap.
12/13
voorstel
Datum
4 juni 2024
Afbeelding 5: Stappenplan
Openbaarheid Openbaar
Burgemeester en wethouders van Zwolle,
burgemeester, Peter Snijders
secretaris, Dick Emmer
13/13