Raadsvoorstel Uitvoerbaarheidscriteria en accenten weging volgorde vervroegd aanvragen netcapaciteit
Tekst van het document
voorstel
Raadsvoorstel Datum
22 april 2026
Onderwerp Versienummer
Uitvoerbaarheidscriteria en accenten weging volgorde vervroegd aanvragen netcapaciteit 1c
Portefeuillehouder
Arjan Spaans
Samenvatting Op 2 april 2026 heeft uw raad een raadsbrief ‘Effecten nieuw ACM prioriteringskader – netcongestie’ ontvangen. De raadsbrief gaat in op het nieuwe kader, met 3 categorieën die die prioriteit krijgen en als eerste voor netcapaciteit in aanmerking komen, en de effecten voor de stad Zwolle. De brief gaat ook in op de stappen die worden gezet om die volgorde van projecten voor vervroegd aanvragen binnen ACM-categorie 3 te bepalen. Aangekondigd wordt dat de raad eind april een contourenvoorstel ontvangt met de bedoeling dat de raad hierop op 26 mei kan reageren via de wensen- en bedenkingenprocedure. Met dit raadsvoorstel krijgt de raad de gelegenheid om zich uit te spreken over de hoofdlijnen van de uitvoerbaarheidscriteria en de accenten voor de weging van deze criteria, zodat het college de volgorde van ruimtelijke ontwikkelingen in categorie 3 op tijd (vóór 1 juli 2026) kan vaststellen. Het college wil het accent leggen op ontwikkelingen die al ver gevorderd zijn. En binnen de jaarschijven wordt het strategisch belang en de realiseerbaarheid afgewogen. Bij deze samenvatting hoort ook het gegeven dat er nog zeer veel onduidelijk is in de landelijke uitwerking. Er kan dan ook nog veel veranderen. Financiële gevolgen Betreft doel Begroting wijzigen Budgetnummer
311 Ruimtelijke ontwikkeling Nee
Bijlagen 1. Verplichte gegevens om vervroegd te kunnen aanvragen 2. Basispresentatie ACM prioriteringskader Openbaarheid Openbaar Geheim De raad wordt voorgesteld te besluiten om: 1. Kennis te nemen van de te hanteren uitvoerbaarheidscriteria en accenten van de weging om te komen tot een volgorde bepaling om netcapaciteit vervroegd aan te vragen voor projecten met maatschappelijke prioriteit en geen wensen en bedenkingen aan het college van B&W kenbaar te maken1;
1 1 De Raad kan eventuele wensen en bedenkingen in de vorm van een amendement kenbaar maken.
1/9
voorstel
22 april 2026 Datum Inleiding Op 2 april 2026 heeft uw raad een raadsbrief ‘Effecten nieuw ACM prioriteringskader – netcongestie’ ontvangen. Deze brief gaat in op het fenomeen netcongestie: het betekent dat er beperkingen gelden voor de afname van elektriciteit en aanvragen op een wachtlijst komen. De brief geeft ook aan dat de spelregels van het toewijzen van netcapaciteit zijn veranderd. Het nieuwe maatschappelijk prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) is per 1 januari 2026 herzien. Iedereen die een aanvraag wil doen, groot- en kleinverbruikers, komt per 1 juli 2026 op dezelfde wachtlijst in het geval er netcongestie is, zoals in heel Zwolle het geval is op het 110 kV netvlak van TenneT. In het nieuwe kader zijn drie categorieën elektriciteitsvragers opgenomen die maatschappelijke prioriteit kunnen krijgen en daarmee een hogere plek op de wachtlijst kunnen krijgen: • Categorie 1: Projecten die direct ruimte maken op het elektriciteitsnetwerk, zoals energieopslag via batterijsystemen (ofwel netcongestieverzachters): deze aanvragen krijgen de hoogste prioriteit omdat hierdoor meer partijen gebruik kunnen maken van het elektriciteitsnet.
Als gemeente hebben we hier geen invloed op; • Categorie 2: Projecten die essentieel zijn voor de nationale veiligheid zoals veiligheidsdiensten, gezondheidszorg, spoorwegen, luchtverkeer, waterwegen, waterbeheer en openbare drinkwatervoorzieningen, noodhulpdiensten, defensie en de politie. Als gemeente hebben we hier geen/beperkt invloed op; • Categorie 3: Projecten die worden gezien als basisbehoeften. Woningen (individuele woningen, collectieve woonvormen, opvang asielzoekers en Oekraïners beschermd wonen etc.), scholen, openbaar vervoer, afvalinzameling en gas-, warmte- en telecomnetten. Als gemeente hebben we invloed op het bepalen van de prioriteitsvolgorde. De genoemde raadsbrief beschrijft de effecten voor Zwolse inwoners, bedrijven en gaat ook in op de (ruimtelijke) ontwikkelingen waar de gemeente de regie voert. We maken onderscheid in:
Plannen voor de (zeer) korte termijn. Dit zijn plannen uit de ACM categorie 3 ‘wonen en onderwijs’ met start bouw 2026/2027/2028. Deze zijn nu al concreet incl benodigde bewijslast en komen bovenaan de volgorde bepaling. Ontwikkelingen voor de middellange termijn: Dit zijn plannen uit de ACM categorie 3. ‘wonen en onderwijs’ voor de periode start bouw vanaf 2029-2036). Hiervoor heeft de gemeente de mogelijkheid om in de tweede helft van dit jaar voor de langere termijn ontwikkelingen (woningbouw en onderwijs voor periode start bouw van 2029-2036), waarvoor het niet mogelijk is om voor 1 juli nog op de oude wijze capaciteit aan te vragen, vervroegd aan te vragen. Het zogenaamde ‘eerder aanvragen’ spoor. Dit om ervoor te zorgen dat deze aanvragen in de gewenste volgorde hoger op de wachtlijst komen. Dit kan alleen voor projecten in ACMcategorie 3 die in aanmerking komen voor maatschappelijke prioriteit volgens het nieuwe kader2. Daarvoor moet bepaalde bewijslast worden ingediend bij het transportverzoek. Het grootste deel van de aanvragen kan naar verwachting tussen 1 oktober en 31 december 2026 worden ingediend. Netcapaciteit wordt op volgorde van binnenkomst toegewezen, daarom is
2 De categorie 1 en 2 projecten gaat de gemeente niet op volgorde zetten, omdat de gemeente vaak
niet de aanvrager is en categorie 2 altijd boven categorie 3 gaat. Wel gaan we als gemeente zo veel mogelijk in gesprek met deze aanvragers om te kijken welke netbewuste mogelijkheden er zijn, om zo meer capaciteit over te houden in totaal. 2/9
voorstel
Datum
22 april 2026 het belangrijk een rangschikking te maken in welke volgorde we gaan aanvragen. In figuur 1 staat weergegeven in relatie tot de mijlpalen binnen het ACM prioriteringskader welke ‘indieningsroutes’ er zijn voor de projecten.
Figuur 1: Routes van projecten voor het doen van elektriciteitsaanvragen in 2026
Op 1 januari 2027 wordt vervolgens, als er nog capaciteit over is op een onderstation (Zwolle maakt gebruik van 3 HS/MS stations met elk hun eigen regionale verzorgingsgebied) de resterende netcapaciteit vrijgegeven aan de totale wachtlijst (groot- en kleinverbruik, Zwolse aanvragen alsook aanvragen vanuit buurgemeenten). Naar verwachting is dan alle capaciteit vergeven en kan Enexis geen nieuwe aansluitingen meer toelaten totdat er meer ruimte op het TenneT net is. Dat kan of door verzwaring of door beter verdelen van de bestaande capaciteit op het elektriciteitsnet. Ontwikkelingen in de stad kunnen in het meest ongunstige geval door deze situatie 5 tot 10 jaar vertraging oplopen. Het Rijk werkt daarnaast aan diverse maatregelen die het onder meer mogelijk moeten maken om het bestaande net zwaarder te belasten. De raadsbrief gaat ook in op de stappen die worden gezet om die volgorde van vervroegd aanvragen te bepalen. Aangekondigd wordt dat de raad eind april een contourenvoorstel ontvangt met de bedoeling dat de raad hierop op 26 mei kan reageren via de wensen- en bedenkingenprocedure. Voorliggend voorstel betreft dit aangekondigde ‘contourenvoorstel’. Na eventuele wensen en bedenkingen op het ontwerpbesluit door uw raad kan het college de criteria en accenten in weging toepassen en medio juni de volgorde in aanvraag van de gemeentelijke projecten vaststellen.
Dit moet voor 1 juli klaar zijn. Deze datum wordt in het nieuwe prioriteringskader als cruciaal beschouwd. Vanaf deze datum komen de aanvragen van kleinverbruikers (tot 3x80A) op een wachtlijst. Vanaf 1 oktober kan dan het vervroegd aanvragen proces starten voor de langere termijn projecten. De gemeente krijgt mogelijk dan ook te horen hoeveel restcapaciteit er beschikbaar is. Informeel is aangegeven dat er naar verwachting ‘enige’ capaciteit aanwezig zal zijn. Grote onbekende is de hoeveelheid capaciteit die vanuit categorie 1 en 2 aangevraagd wordt. Deze hebben voorrang op categorie 3 en kunnen substantieel zijn. Ook kunnen aanvragen van buiten het grondgebied van de gemeente van invloed zijn. Twee belangrijke aandachtspunten bij dit voorstel zijn: 3/9
voorstel
Datum
•
•
22 april 2026 Ten tijde van het schrijven van dit voorstel is er nog veel onbekend. Zo is de gevraagde bewijslast sterk gericht op grootschalige woningbouw en minder duidelijk voor bijvoorbeeld de warmtetransitie projecten. Het is ook denkbaar dat de spelregels toch nog gaan veranderen. Landelijk zijn er nog veel vragen over de uitvoerbaarheid. Dat betreft voor gemeenten o.a. de vraag over de wettelijk basis, zoals de bevoegd gezag rol bij het indienen van de aanvragen, hoe het zit met bezwaar en beroep, nadeelcompensatie etc. Ook intern zijn we nog aan de slag met ambtelijke sessies rondom het toepassen van de criteria en het doorgronden van de effecten op de vele ruimtelijke ontwikkelingen en het betrekken van onze partners. De ACM heeft aangegeven strak te handhaven. Netbeheerders worden gecontroleerd en daarmee ook de gemeente (zie kader). We nemen dit serieus en zorgen voor een dusdanig zelfreinigend vermogen dat er geen Zwolse ontwikkelingen worden aangevraagd die geen categorie 3 zijn of niet voldoen aan de gevraagde bewijslast (zie bijlage 1 over verplichte gegevens)
In bijlage 2 is als inhoudelijke achtergrond een basispresentatie toegevoegd die wordt gebruikt in interne en externe communicatie over de nieuwe spelregels van het ACM.
Kader • Effecten nieuw ACM prioriteringskader - netcongestie • ACM prioriteitskader Alle eerder door uw raad genomen besluiten, zoals: • Omgevingsvisie en Ruimtelijk Toekomst Perspectief; • Besluiten die samenhangen met (grote) gebiedsontwikkelingen die samenhangen met de Omgevingsvisie, zoals vastgestelde gebiedsvisies, uitvoeringsagenda’s en ruimtelijke ontwikkelplannen; • Het actuele woonbeleid; • Integraal onderwijshuisvestingplan; • Warmteprogramma; • Mobiliteitsvisie, inclusief Adaptieve Ontwikkelstrategie (AOS) Mobiliteitshubs; • Nota kapitaal goederen • Strategische investeringsagenda Beoogd effect Het beoogd effect van dit voorstel is om de raad in de gelegenheid te stellen om, waar gewenst, wensen en bedenkingen mee te geven bij het ontwerpbesluit van het college. Gericht op de uitvoerbaarheidscriteria en accenten in weging voor het bepalen van de volgorde van de ruimtelijke ontwikkelingen in categorie 3. Voor een deel van de ontwikkelingen kan per 1 juli een aanvraag voor prioriteit ingediend worden en voor een ander deel is er de tijd tot 1 oktober om de gevraagde bewijslast voor transportverzoek en maatschappelijke prioriteitstatus aan te leveren. Dit heeft te maken met de hardheid van de ontwikkelingen.
4/9
voorstel
22 april 2026 Datum Argumenten 1.1 Om te komen tot een objectieve volgorde bepaling voor het aanvragen van netcapaciteit is het noodzakelijk dat er criteria zijn om die weging op te maken. Er is een lijst van tussen de 100 en 200 projecten die in aanmerking komt voor het vervroegd aanvragen en daarom op volgorde gezet moet worden. Er zijn vijf subcategorieën (binnen categorie 3 prioriteringskader) die op volgorde gezet moeten worden. Dat zijn afvalstoffenbeheer, onderwijs, openbaar vervoer, warmtevoorziening en woonbehoefte. Dit kunnen individuele ontwikkelingen zijn, maar ook onderdeel uitmaken van een gebiedsontwikkeling. Een gebiedsontwikkeling wordt als een geheel aangevraagd (incl. benodigde randvoorwaardelijke ingrepen zoals nieuwe infra, denk aan bijvoorbeeld een tunnel), niet per type activiteit. Om deze lijst van projecten op volgorde te kunnen zetten zijn er uitvoerbaarheidscriteria nodig op basis waarvan een weging gemaakt kan worden. De criteria zijn vormgegeven met een adviesbureau, die dat ook doet voor andere grote gemeenten, waarmee wij in contact zijn. De weging zelf leggen we zoveel mogelijk in lijn met bestaande, door de raad vastgestelde, beleidsstukken (zie onder Kader).
De uitvoerbaarheidscriteria zijn op hoofdlijnen verdeeld in: • Planning: de vordering/concreetheid van het project in de tijd, denk aan de projectfase en de datum waarop een project een aansluiting op het elektriciteitsnet nodig heeft. • Risico’s: de mate waarin het project risico loopt voor de betrouwbaarheid van de planning, denk aan stikstofrisico, obstakels als drinkwater, milieu en afhankelijkheid van andere ontwikkelingen. • De elektriciteitsvraag: hoe lager de elektriciteitsvraag, hoe meer er ontwikkeld kan worden. Dit wordt beïnvloed door de mate van netbewust bouwen/gebiedsontwikkeling en de warmteoplossing van de ontwikkeling. • Financiële hardheid: de mate waarin de ontwikkeling afhankelijk is van externe subsidies en risico op verlies van die middelen bij uitstel, denk aan SBI, WBI of versnellingsgelden. Ook de contractuele verplichtingen richting ontwikkelaars die financiële claims kunnen opleveren speelt hier mee. Ook de beschikbaarheid van financiële middelen, waaronder de status binnen de strategische investeringsagenda (SIA), vormt een aspect van uitvoerbaarheid.
• Maatschappelijke waarde: de mate waarin een project maatschappelijke meerwaarde biedt, denk daarbij aan een goede balans tussen betaalbare woningbouw, mix van type woningen, bijdrage aan de leefbaarheid in de omgeving, onlosmakelijk verbonden activiteiten die bredere maatschappelijke ontwikkelingen stimuleren zoals mobiliteit en maatschappelijke voorzieningen. Projecten zoals Fraterhuis, sport- en evenementlocaties komen niet in aanmerking om een hogere prioriteit mee te geven (valt niet onder ACM categorie 3). • Duurzaamheid: de mate waarin een project bijdraagt aan de verduurzaming van Zwolle, denk aan netbewust bouwen/gebiedsontwikkeling en warmtetransitie (van aardgas naar duurzame warmte). Om de projecten te kunnen plaatsen binnen de uitvoerbaarheidscriteria zijn er twee soorten data per project op een rij gezet: • Data om te zien of projecten in het bezit zijn van de verplichte gegevens om mee te gaan in het vervroegd aanvraag proces. Om transportcapaciteit en maatschappelijke prioriteit aan te kunnen vragen zijn er bepaalde vereisten (zie bijlage 1). Dit verschilt per ontwikkeling. In het ene geval kan het gaan om een overeenkomst tussen ontwikkelaar(s) en de gemeente en in het andere geval om opgenomen te zijn in het Integraal Huisvestingsplan. Indien deze 5/9
voorstel
Datum
•
22 april 2026 verplichte gegevens niet aanwezig zijn kan er niet vervroegd capaciteit worden aangevraagd dit jaar en is de verwachting dat het project ernstig vertraagd. Data ten behoeve van de weging van de uitvoerbaarheidscriteria. Om de gemeentelijke afwegingen te onderbouwen. Deze criteria zijn verschillend voor de vijf deelgroepen (woningbouw, onderwijs, openbaar vervoer, warmtevoorziening en afvalstoffenbeheer). Dit gaat bijvoorbeeld over het aantal woningen per project, de opleverdatum, overeenkomst met een ontwikkelaar en de financiële zekerheid.
1.2
De accenten in de weging geven aan op welke criteria de nadruk gelegd wordt en waar tussen de balans wordt gezocht. De projecten die in aanmerking komen voor vervroegd aanvragen worden gewogen op basis van de uitvoerbaarheidscriteria onder 1.1. Hieronder beschrijven we de accenten van de weging van die criteria. Op basis van die accenten worden in ambtelijke sessies de projecten gewogen op basis van de criteria. Ontwikkelingen delen we in naar het jaar waarin ‘start bouw’ gepland staat. En dat in twee blokken: 1. Korte termijn: 2026 (Q4)/2027/2028 2. Middellange termijn: 2029 - 2037. Het ligt voor de hand om projecten die al vergevorderd zijn in planontwikkeling een hogere plek in de volgorde te geven dan waar dat nog niet het geval is. Aan projecten in planning in de periode eind 2026 t/m 2028 wordt nu al volop gewerkt en in geïnvesteerd. Zowel om financiële en risico argumenten als ook omdat we tempo willen houden in deze ontwikkelingen, de korte termijn krijgt dan ook meer prioriteit dan de middellange termijn. Waar mogelijk worden deze plannen meer ‘netbewust bouwen’ gemaakt. Daarover is een traject gestart via het Concilium en is er contact over een provincie dekkende aanpak. We zien daarom voor de ontwikkelingen verder op in de planning meer kansen om netbewust te ontwerpen. De mate van netbewust bouwen willen we op een manier mee laten wegen.
Binnen de jaarcohorten is het van belang om, naast de planning, ook naar andere aspecten te kijken om de ontwikkelingen op volgorde te plaatsen. Het uitgangspunt voor de definitieve weging is dat er na de toets op de uitvoerbaarheidscriteria, vervolgens een strategische factor bijkomt. Het betreft de strategische factor ‘Impact op de stad of gebied en bijbehorende keteneffecten’. Impact op de stad of gebied en bijbehorende keteneffecten; Betreft de impact op de stad of gebied (de gevoelde zwaarte van de sociaal maatschappelijke en economische impact) en keteneffecten. Keteneffecten kunnen bijvoorbeeld optreden bij projecten die noodzakelijke infrastructuur of voorzieningen voor andere ontwikkelingen mogelijk maken. De maatschappelijke waarde is inbegrepen bij het strategisch belang. Zoals voor woningbouw het aantal toe te voegen woningen. Het doel is om de druk op de woningmarkt te verlichten, met een focus op betaalbare en/of sociale woningbouw. Naast wonen zijn ook ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting, openbaar vervoer, warmtetransitie en afvalstoffenbeheer (ook categorie 3) belangrijk voor een gebalanceerde groei van de stad. Impact op de stad kan daarnaast ook betekenen in welke mate nieuwe ontwikkelingen bestaande wijken versterken (ofwel: het effect op de keten).
Daarbij wordt expliciet rekening gehouden met onderlinge versterking tussen criteria, zoals projecten die zowel woningen toevoegen als bestaande wijken verbeteren of projecten met een grote impact die voorwaardelijk zijn voor ander ontwikkelingen. We houden oog voor het bredere doel van een complete en leefbare stad bij stedelijke ontwikkeling.
6/9
voorstel
22 april 2026 Datum Door de toets op de uitvoerbaarheidscriteria uit te voeren en vervolgens de weging te doen op basis van de strategische factor (impact/keteneffecten) dragen we zorg voor een zo goed mogelijke bepaling van de prioriteringsvolgorde. Als plannen niet op de lijst zijn geplaatst, voldoen deze niet aan de indieningsvereisten vanuit het ACM-kader om in aanmerking te komen voor maatschappelijke prioriteit. 1.3 Het college is bevoegd om de volgorde van aanvragen te bepalen volgens de ACM code. In de ACM code is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om de bestuurs-verklaringen te ondertekenen als bewijslast voor maatschappelijke prioriteit. Daarmee geeft het college een motivering waarom de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor zowel de functie als om te starten met de activiteit en dat deze op korte termijn zal starten (artikel 7.0a lid 3 ACM Netcode Elektriciteit). De afweging raakt echter ook kaderstellende en strategische keuzes voor de ontwikkeling van de gemeente Zwolle, waardoor het ook de bevoegdheden van de raad raakt. Volgens artikel 2.2 van de Omgevingswet (over afstemming en samenwerking tussen bestuursorganen) willen we de gemeenteraad vragen om haar kaderstellende rol in te vullen met de wensen- en bedenkingenprocedure.
In artikel 2.2 van de Omgevingswet staat ‘Een bestuursorgaan houdt bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af. Desgewenst wordt de gemeenteraad wordt op 11 mei 2026 actief geïnformeerd tijdens een technische briefing en willen we met dit raadsvoorstel de raad in de gelegenheid stellen te reageren op de criteria en accenten voor de weging daarvan om de volgorde van transportaanvragen te bepalen. De wensen- en bedenkingenprocedure vullen we technisch-juridisch in door te vragen om het indienen van een amendement op het ontwerp raadsbesluit, als dit gewenst is. Coalitieakkoord Bij het vaststellen van dit voorstel aan de Raad is er nog geen coalitieakkoord beschikbaar. Het is goed mogelijk dat in de tijd tussen de behandeling in ons College en de behandeling in uw Raad een nieuw coalitieakkoord wel beschikbaar is. Een nieuw coalitieakkoord kan andere accenten zetten en andere prioriteiten vragen dan nu opgenomen in dit voorstel aan de Raad. Wij verzoeken uw Raad dit te betrekken bij uw overwegingen. Alternatieve mogelijkheden Het college betrekt met dit raadsvoorstel de raad bij de te hanteren criteria en de weging daarvan om tot een volgorde van aanvragen van netcapaciteit te komen.
Volgens het besluit van de ACM volstaat een collegebesluit, dat is daarmee een alternatieve mogelijkheid. Een ander alternatief is om als gemeente niet vooraf een volgorde te bepalen, maar het aan de betreffende ontwikkelaars, initiatiefnemers en gemeentelijke projectmanagers over te laten om transportcapaciteit en maatschappelijke prioriteit aan te vragen, wanneer deze voldoen aan de gevraagde bewijslast. De gemeente zal gevraagd worden daaraan mee te werken. De gemeente neemt dan geen regie en het risico is dat er een onlogische volgorde ontstaat, waardoor er netcapaciteit wordt toegekend aan projecten of ontwikkelingen die minder hoog boven aan de lijst moeten komen te staan conform de vastgestelde beleidsstukken van de gemeente.
7/9
voorstel
22 april 2026 Datum Maatschappelijk draagvlak & participatie Voor zover mogelijk zijn partijen geïnformeerd over het proces dat de gemeente doorloopt, zoals de ontwikkelaars en woningcorporaties. Communicatie Op 2 april is er een persbericht verstuurd over de mogelijke gevolgen van het nieuwe maatschappelijk prioriteringskader. We zijn in nauw contact met buurgemeenten en andere gemeenten. We delen onze ervaringen actief in de Nieuwe Energie Overijssel sessies in West Overijssel. Ook is verkend met welke buurgemeenten belangen samen komen op welk onderstation. Alleen met de gemeente Dalfsen delen we samen grotere delen van de gemeente op de onderstations Weteringkade en Hessenweg. Met andere gemeenten is nauwelijks overlap op onze drie onderstations (Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Zwartewaterland en Kampen). Met onze partners is er contact via de lijn van de Ambtelijke en Bestuurlijke Energietafels, het Energyboard Overijssel, het Concilium (en toelichting tijdens het Zwolse bouwberaad van 22 april) en de Brede Bouw Coalitie. Duurzaamheid Dit voorstel beoogt om te gaan met netcongestie. Een probleem dat direct voortkomt uit een snellere afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen dan het elektriciteitsnet zich ontwikkelt.
We zien dat door de beperkte ruimte op het net en de verwachte periode met lange wachtlijsten versneld de stap wordt gezet richting netbewust ontwikkelen en het beter benutten van bestaande aansluitingen. Financiën De genoemde werkzaamheden vragen een aanzienlijke inzet van capaciteit. Zoals in de raadsbrief gemeld zullen eventuele financiële gevolgen door de ambtelijke inzet bij Berap 2 worden afgewogen. Risico’s • Indien dit voorstel niet tot een besluit van uw raad leidt zal het college zonder raadsopvattingen medio juni een besluit moeten nemen. • Dit voorstel gaat over het komen tot een volgorde van projecten en ontwikkelingen, waarvan de gemeente ervoor kan zorgen dat ze hoger op de wachtlijst komen door ze vervroegd aan te vragen. Dit is binnen de gemeentegrens. Zwolle zit op drie onderstations, waar ook andere gemeenten onderdeel van uitmaken, zoals gemeente Dalfsen. Netcongestie vraagt daarom om regie die de gemeentegrens overstijgt. Het is niet bekend hoe bovenlokale prioritering plaats gaat vinden. Dit is een risico voor het effect van de gemeentelijke prioritering. • Het is nog onduidelijk of er sprake kan zijn van eventuele nadeelcompensatie voor projecten die geen aansluiting meer kunnen krijgen. • Projecten die later dan gepland een netaansluiting krijgen zullen vertragen.
Dit heeft een negatief effect op het behalen van de projectdoelen en ook financiële effecten. Vervolg Na eventuele wensen en bedenkingen door uw raad op het ontwerpbesluit zal het college medio juni een volgorde vaststellen en alle bewijslast verzamelen om de transportcapaciteit en maatschappelijke prioriteit aan te vragen per ontwikkeling, zodra dat mogelijk is. Zoals in figuur 1 aangegeven verschilt dit per ontwikkeling. Omdat de capaciteit bepaald wordt op HS/MS niveau is het ook belangrijk dat de rangorde per gemeente, of beter gezegd per HS/MS station, dat gemeente overstijgend is, in elkaar worden 8/9
voorstel
22 april 2026 Datum geschoven. Netbeheerders hebben aangegeven dat zij dat niet doen. Hoe dit proces van onderling afstemmen tussen gemeenten eruit komt te zien wordt nog uitgewerkt. Een rol voor de provincie is onderwerp van gesprek. Deze aanpak zal aanleiding geven tot een evaluatie, zowel op landelijk, regionaal als op gemeentelijk niveau. Daarbij nemen we ook graag uw opvattingen mee. Omdat we redelijkerwijs kunnen verwachten dat niet elke ontwikkeling, ook niet die van categorie 3, binnen afzienbare tijd voorzien kan worden van netcapaciteit zullen we vanaf de zomer ons beraden op de gevolgen voor de stad en voor de gemeente. Dit doen we in afstemming met onze partners. Openbaarheid Dit raadsvoorstel en alle bijlagen zijn openbaar.
Burgemeester en wethouders van Zwolle,
burgemeester, Peter Snijders
secretaris, Dick Emmer
9/9