Raadsbrief reclameverbod fossiele brandstoffen
Tekst van het document
voorstel
Raadsbrief Datum
26 mei 2025
Onderwerp Versienummer
reclameverbod fossiele brandstoffen 1.0
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Samenvatting Het college van burgemeester en wethouders heeft u in juli 2024 een raadsvoorstel voorgelegd, waarin is voorgesteld geen reclameverbod voor fossiele brandstoffen in de APV op te nemen. Het raadsvoorstel is opgesteld naar aanleiding van een raadsmotie uit 2023 waarin het college werd opgeroepen om een dergelijk verbod in de APV op te nemen. Na toezending van het raadsvoorstel heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan waaronder de invoering van een reclameverbod voor fossiele brandstoffen in de gemeente Den Haag. Tegen dit verbod is een kort geding aangespannen, waarvan op 25 april jl. de uitspraak bekend werd. De rechter heeft in de uitspraak het reclameverbod in stand gelaten. De uitspraak is als bijlage bijgevoegd. Het college informeert u in deze raadsbrief over deze uitspraak zodat u dit bij uw beraadslagingen over het voorstel kunt betrekken. Voor het college zijn de overige overwegingen uit de raadsnota nog steeds valide (en wordt er derhalve geen aangepast voorstel voorgelegd). Bijlagen 1. uitspraak kort geding reclameverbod Den Haag
Openbaarheid Openbaar Geheim
Wij stellen u voor kennis te nemen van: Van de uitspraak in het kort geding inzake het reclameverbod fossiele brandstoffen in de gemeente Den Haag.
1/4
voorstel
Datum
26 mei 2025
Inleiding Het college heeft in juli 2024 een raadsvoorstel naar de raad gezonden waarin is voorgesteld geen reclameverbod in de APV van Zwolle op te nemen. Het raadsvoorstel is een reactie op een raadsmotie uit 2023 waarin het college werd opgeroepen om een reclameverbod in de APV op te nemen. De raad heeft zich onlangs op 14 april in een rondetafelgesprek door diverse belanghebbenden laten informeren over de argumenten voor en tegen van een reclameverbod. Daarnaast heeft zich het feit voorgedaan dat de gemeente Den Haag in het najaar van 2024 een reclameverbod fossiele reclame in de APV heeft opgenomen. Tegen dat verbod is een kort geding aangespannen door een aantal reisorganisaties. De rechter heeft op 25 april jl. uitspraak gedaan en het reclameverbod van de gemeente Den Haag in stand gelaten. Het college heeft kennisgenomen van de uitspraak van het kort geding en informeert de raad hierover.
Kader -raadsmotie reclame fossiele brandstoffen 8 mei 2023 Document Zwolle - 7-1 M GroenLinks - Reclame fossiele brandstoffen.docx - iBabs Publieksportaal -raadsvoorstel uitwerking raadsmotie verbod op fossiele reclame 9 juli 2024 Document Zwolle - Raadsvoorstel Uitwerking motie - verbod op reclame voor fossiele brandstoffen iBabs Publieksportaal -artikel 7 Grondwet/ artikel 10 Europees Verdrag Rechten van de Mens Kernboodschap Het college ziet in de uitspraak in het kort geding dat de juridische vormgeving van een reclameverbod voor fossiele brandstoffen– gelijk aan de definiëring en motivering zoals deze ook in de beslisnota is verwoord – stand heeft gehouden. Hiermee is voorlopig een van de genoemde risico’s in het voorstel gemitigeerd. Het college ziet het belang van zorg voor klimaat, milieu en gezondheid als groot goed. Echter, vanwege overige risico’s en kosten van procedures en handhaving acht het college een reclameverbod nog steeds niet doelmatig. Toelichting Met het kort geding zoals tegen het verbod van de gemeente Den Haag heeft zich feitelijk een van de risico’s gemanifesteerd, die het college ook voor Zwolle voorzag bij het (als eerste) introduceren van een dergelijk verbod. Met de uitspraak van de rechter op 25 april jl.
en het uitblijven van hoger beroep tegen deze uitspraak (was mogelijk tot 23 mei jl.) is nu in ieder geval meer duidelijkheid ontstaan over de juridische houdbaarheid van een verbod op fossiele reclame. Overigens bestaat de komende tijd nog de mogelijkheid voor partijen om een bodemprocedure te starten tegen het reclameverbod in de APV. Het college heeft kennisgenomen van uitspraak in kort geding inzake het reclameverbod fossiele brandstoffen in de APV in de gemeente Den Haag. De uitspraak laat zien dat de definiëring en motivering van een reclameverbod door de rechter acceptabel wordt bevonden. Daarmee worden de voorziene juridische risico's op dit punt (zoals ook verwoord in het raadsvoorstel) voor een deel weggenomen.
2/4
voorstel
Datum
26 mei 2025
De rechter stelt voorop dat de gemeente een grote mate van beleidsvrijheid heeft bij het nemen van besluiten die zij van belang acht voor haar inwoners. Deze besluiten worden democratisch genomen na debat daarover in de gemeenteraad. De burgerlijke rechter dient zich daarom zeer terughoudend op te stellen bij het toetsen van die besluiten. Alleen als het duidelijk is dat de gemeente een evident onjuiste of onrechtmatige keuze heeft gemaakt, is er plaats voor rechterlijk ingrijpen. De rechter komt in dit kort geding tot de slotsom dat invoering van het reclameverbod niet onmiskenbaar onjuist of onrechtmatig is. De rechter oordeelt dat de gemeente voldoende heeft onderbouwd dat met het reclameverbod een bijdrage kan worden geleverd aan het beschermen van de gezondheid van de inwoners en de bezoekers van Den Haag en aan het terugdringen van de negatieve effecten van klimaatverandering voor haar inwoners en bezoekers. Ter bescherming van dat publieke belang mag de gemeente binnen de gemeentegrenzen regels stellen, zoals een reclameverbod. Verder stelt de rechter dat het reclameverbod niet in strijd is met de vrijheid van meningsuiting zoals die is vastgelegd in de Grondwet. Uitgezonderd van die vrijheid van meningsuiting is handelsreclame. De rechter oordeelt dat de reclame die de reisorganisaties maken als handelsreclame kan worden aangemerkt.
Ook oordeelt de rechter dat het reclameverbod niet in strijd is met Europese wet- en regelgeving, waaronder het recht op vrije meningsuiting in artikel 10 EVRM. Een beperking van dit recht kan worden gerechtvaardigd vanwege de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het reclameverbod is geschikt en noodzakelijk en ook proportioneel. Daarbij wordt opgemerkt dat het de reisbranche onverminderd vrij staat om in de Haagse openbare ruimte reclame te blijven maken voor andersoortige reizen en/of hun naamsbekendheid verder te vergroten via reclame met hun naam of logo. Ook kunnen reisorganisaties gewoon fossiele reclame blijven maken via andere kanalen, zoals radio, tv en internet. Daarmee is de begrenzing van de vrijheid van meningsuiting maar beperkt. Maatschappelijk draagvlak & participatie nvt Communicatie nvt Financiën Er zijn geen financiële consequenties verbonden aan de boodschap in deze raadsbrief. Risico’s Zie eerdere argumentatie en verwoorde risico’s. Vervolg Na besluitvorming in de raad zal tot uitvoering van het besluit worden overgegaan. Openbaarheid Deze raadsbrief is openbaar. 3/4
voorstel
Datum
26 mei 2025
Burgemeester en wethouders van Zwolle,
burgemeester, Peter Snijders
secretaris, Dick Emmer
4/4