Raadsbrief Beantwoording artikel 45 vragen van Pro Zwolle over signalen over opvang jongeren op vakantieparken
Tekst van het document
voorstel
Raadsbrief over artikel 45 vragen Datum
6 mei 2026
Onderwerp
Beantwoording artikel 45 vragen van Pro Zwolle over signalen over opvang jongeren op vakantieparken.
Versienummer Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Bijlagen Bijlage 1 – Artikel 45 vragen van Pro Zwolle
Openbaarheid Openbaar Geheim Wij stellen u voor kennis te nemen van: De beantwoording van de artikel 45 vragen over signalen over opvang jongeren op vakantieparken.
1/4
voorstel
6 mei 2026 Datum Inleiding Pro Zwolle heeft artikel 45 vragen gesteld naar aanleiding van de Zembla uitzending van 26 maart 2026. Zembla heeft onderzoek gedaan naar jongeren die in vakantieparken, campings en andere tijdelijke locaties verblijven en waar vooral een-op-een begeleiding wordt gegeven. Uit het onderzoek blijkt dat deze vorm van jeugdhulp heel kostbaar is. Vragen en antwoorden Vraag 1: Worden in Zwolle ook jongeren op vakantieparken geplaatst wanneer ze als ‘onhandelbaar’ worden beschouwd of wanneer er gebrek aan ruimte is? Antwoord: In Zwolle is het een enkele keer voorgekomen dat een jongere een-op-een begeleiding kreeg in een vakantiehuisje. Overigens gebruiken wij niet de term ‘onhandelbaar’ voor deze jongeren. De oorzaak voor hun problemen ligt in de complexiteit van hun context en achtergrond. En een dergelijke plaatsing heeft ook niet te maken met gebrek aan ruimte. Deze jongeren hebben vaak al een groot deel van hun leven veel hulpverlening gehad, waar veel partijen bij betrokken zijn geweest. Vaak is sprake van meervoudige, samenhangende problematiek die in de tienertijd juist verergert. Denk daarbij aan thuissituaties met onveiligheid, financiële problemen, mishandeling, psychische problemen en verstandelijke beperkingen.
Het zijn vaak jongeren die op meerdere plekken hebben verbleven, waaronder in gesloten jeugdhulp, zonder dat de oorzaak van hun problemen voldoende is aangepakt. We zien dat organisaties het uiteindelijk ingewikkeld vinden om deze jongeren goed te ondersteunen. En dat heeft geen positief effect op de ontwikkeling van de jongere. Bij elke verhuisbeweging lijkt de ondersteuningsbehoefte van de jongeren vervolgens te groeien. En dat leidt er uiteindelijk toe dat jeugdhulpaanbieders zich niet de juiste partij voelen om de jeugdhulp te bieden. Hierdoor moet een jongere opnieuw verhuizen, met alle gevolgen van dien. Totdat we geen reguliere aanbieder meer vinden om de jongere een plek te bieden. Dan zijn er partijen die een-op-een begeleiding bieden en bij gebrek aan een alternatief is dat in de afgelopen jaren voor sommige jongeren ingezet. Vraag 2: Zo ja, hoe ziet de zorg er dan uit? Krijgen deze jongeren de benodigde zorg, of dreigen deze jongeren zorg mis te lopen door deze situatie? Antwoord: De zorg heeft geen enkele behandelcomponent. Het komt neer op het begeleiden van de jongeren in hun dagelijkse bezigheden en het regelen van de persoonlijke zaken. Op korte termijn helpt een korte periode van rust en herstel. Maar de ervaringen voor de langere termijn zijn doorgaans niet positief.
Het probleem bij deze plaatsingen is het gebrek aan perspectief en hun autonomie wordt hen ontnomen. Ook is er meestal geen sprake van een vorm van onderwijs en/of dagbesteding. Daarnaast schuilt een belangrijk deel van de problematiek in de thuissituatie. Het is niet zo dat gecontracteerde aanbieders na een korte periode van stabilisatie via een een-op-een plaatsing daarna wel beschikbaar zijn om jongeren bij hen te laten verblijven. Of dat er een jeugdhulpaanbieder vanaf het begin meeloopt en na de een-op-een plaatsing de verantwoordelijkheid overneemt. Er is dus geen vervolgplek en kun je concluderen dat een een-op-een plaatsing niet goed is voor jongeren op de langere termijn. Door het gebrek aan een goed vervolg, verblijven ze te lang op deze plekken en hebben ze vaak onvoldoende
2/4
voorstel
6 mei 2026 Datum zicht op perspectief. Als er uiteindelijk wel een aanbieder beschikbaar is, hebben ze lang in een eenop-een setting gezeten en dan is de stap naar een groep vaak te groot en kan het escaleren. Vraag 3: Als het aan de orde is, hoeveel jongeren worden er op dit moment en werden er de afgelopen vier jaar op een park gehuisvest? Welke kosten waren hiermee gemoeid? Antwoord: In de jaren 2022 t/m 2024 hebben gemiddeld drie Zwolse jongeren per jaar een-op-een begeleiding gehad in een vakantiepark of andere plek buiten de reguliere jeugdhulpverblijfsplekken. In 2024 is het Sociaal wijkteam gericht gaan sturen op het voorkomen van een-op-een begeleiding buiten de reguliere instellingen en sinds 2025 is het gelukt om jongeren op andere manieren te begeleiden in plaats van een-op-een begeleiding in een vakantiehuisje. Per jeugdige die in een externe voorziening een-op-een begeleiding ontving, gaven we ongeveer € 500.000 uit. Jongeren verbleven daar tussen de 3 en 6 maanden.
Vraag 4: Deelt het college met de fractie van PRO dat deze vorm van opvang, hoe lastig de situatie ook, niet wenselijk is?
Antwoord: Ja, dat delen wij. Deze vorm van een-op-een begeleiding is mede ontstaan door de afbouw van gesloten jeugdhulp, dit is een landelijke en gewenste ontwikkeling. Voor een deel van de jongeren met complexe problematiek geldt dat zij eerder én andere hulp nodig hebben. Juist in en met hun eigen sociale omgeving. Zodat zij met intensieve hulp thuis kunnen blijven wonen. En als zij niet terug kunnen naar het oorspronkelijke thuis, dan zetten we in op zo thuis mogelijk. Dit vraagt een andere manier van werken vanuit de specialistische jeugdhulp: zo veel mogelijk ambulant en veel meer gezamenlijk vanuit verschillende expertises (oftewel interdisciplinair). Dat betekent bijvoorbeeld dat de jeugdhulppartners expertise toevoegen aan het team van een (kleinschalige) woongroep zodat zij de situatie kunnen verdragen. We zien dat in de regio IJsselland hier al steeds meer aandacht voor is gekomen. Ondertussen werkt het Sociaal wijkteam keihard om alles in het werk te stellen steeds weer andere oplossingen te vinden die aansluiten bij de leefomgeving van de jongeren en hen perspectief bieden.
Vraag 5: Hoe kijkt het college naar mogelijk toekomstige tijdelijke opvang van jongeren op vakantieparken of andere locaties? Antwoord: Jongeren met dit soort problemen moeten niet meer worden opgevangen op dit soort locaties met eenop-een begeleiding. Het Sociaal wijkteam stemt dan ook niet meer in met dergelijke een-op-een plaatsingen van jongeren. Er wordt alles op alles gezet om te zoeken naar andere mogelijkheden en sinds 2025 lukt dat. Landelijk krijgt deze problematiek ook aandacht. Eind maart zijn hierover in de Tweede Kamer mondelinge vragen gesteld. In april 2026 heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede Kamer een brief gestuurd over deze plaatsingen.1 Ze beschrijft welke acties ze onderneemt 1 Zie de open.overheid.nl/documenten/5a4ce09a-b6cf-429a-abff-2e6baacde7a8/
3/4
voorstel
6 mei 2026 Datum om een-op-een begeleiding voor jongeren in de toekomst te voorkomen. Ze start met een onderzoek om een landelijk beeld te verkrijgen van dit soort plaatsingen. Vanuit Zwolle hebben we contact met de uitvoerders van dit onderzoek. Rond de zomer zal de Minister de Tweede Kamer nader informeren over de uitkomsten van het onderzoek en over welke landelijke ondersteuning nodig is.
Openbaarheid Deze raadsbrief en alle bijlagen zijn openbaar.
Burgemeester en wethouders van Zwolle,
burgemeester, Peter Snijders secretaris, Dick Emmer
4/4