Raadsbrief Beantwoording artikel 45 vragen van GroenLinks over Sociaal wijkteam (SWT)
Tekst van het document
voorstel
Raadsbrief over artikel 45 vragen Datum
25 november 2025
Onderwerp Versienummer
Beantwoording artikel 45 vragen van GroenLinks over Sociaal wijkteam (SWT) 1
Portefeuillehouder
Michiel van Willigen
Bijlagen Ontwerp besluit De raad wordt voorgesteld kennis te nemen van de beantwoording van de artikel 45 vragen over het Sociaal wijkteam (SWT).
1/4
voorstel
Datum
25 november 2025
Inleiding De fractie van GroenLinks heeft op 3 november 2025 schriftelijke vragen gesteld over het Sociaal wijkteam. Deze worden hieronder door het college beantwoord. Vraag 1: Hoeveel tijd zit er gemiddeld tussen een melding bij het SWT en een daadwerkelijke doorverwijzing naar specialistische jeugdzorg? In Zwolle is de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden dat het aanpakken van wachttijden begint met het erkennen van complexiteit en dat een breder perspectief nodig is. Wachttijden zijn geen losstaand probleem, maar een signaal van een systeem dat te smal kijkt of te laat in beweging komt. De manier waarop we kinderen in hun dagelijkse omgeving ondersteunen, bepaalt mede hoeveel specialistische zorg uiteindelijk nodig is. Want in de dagelijkse omgeving beginnen de meeste hulpvragen en dáár liggen ook de duurzame oplossingen. Op die manier verkorten we de wachtlijsten. En kinderen die wél wachten op een specifieke inzet, blijven bovendien in ontwikkeling doordat school, wijkteam en de sociale basis hen in de tussentijd blijven ondersteunen. Na een melding bij het Sociaal wijkteam, neemt de jeugdwerker van het Sociaal wijkteam de tijd om met het gezin zorgvuldig hun verhaal op te tekenen. Dit duurt gemiddeld enkele weken tot een maand. Dit gaat vanuit een nieuwsgierige houding naar wat het gedrag vertelt en waar het een reactie op is.
Als samen het verhaal duidelijk beschreven is, kijkt het Sociaal wijkteam met de jeugdige en de ouders naar wat passende ondersteuning is. Het Sociaal wijkteam heeft daarbij niet alleen de taak om te beoordelen of specialistische hulp nodig is, maar kan zelf ook direct ondersteuning bieden en werkt daarbij waar nodig samen met de school. Als het nodig is er een jeugdhulpaanbieder bij te halen, dan kijkt het Sociaal wijkteam ook naar de wachttijden. De jeugdwerker blijft betrokken en kijkt met het gezin wat ze eventueel nodig hebben om de tijd te overbruggen. Er zit veel verschil tussen aanbieders wat betreft de wachttijd: de ene aanbieder kan binnen 4 weken starten, de andere aanbieder kan pas na 4 maand starten. Met name bij zeer specialistische, schaarse vormen van hulp is de wachttijd soms lang. Vraag 2: Hoe verhoudt deze gemiddelde wachttijd zich tot de gemeentelijke normen of landelijke richtlijnen? In onze jeugdregio IJsselland is afgesproken dat een aanbieder binnen 8 weken start. De landelijke richtlijn binnen de jeugd GGZ (één van de vormen van jeugdhulp) is 4 tot 6 weken. Bij hulpvragen waar een zeer specialistische en schaarse hulpvorm nodig is, zijn ook landelijk de wachttijden vaak hoog.
Vraag 3: Wat zijn volgens het college de belangrijkste oorzaken van de vertraging in doorverwijzing naar een specialist die gesignaleerd wordt? Samen met het gezin neemt het Sociaal wijkteam voldoende tijd om tot het gezinsverhaal te komen. Daarmee voorkomt het Sociaal wijkteam dat het zomaar in de actiestand schiet. Het is essentieel goed in te voegen als professional en samen begrijpen wat er aan de hand is. Het Sociaal wijkteam gaat niet zomaar mee met een concrete vraag van een ouder voor een verwijzing naar de GGZ omdat het vermoeden is dat het kind mogelijk AHDH of autisme heeft. Dit noemen we ook wel ‘voorgesorteerde vragen’. Binnen Samenspel in de Wijk kijkt het Sociaal wijkteam samen met jeugdigen, ouders en anderen die belangrijk zijn voor hen, naar wat zij nodig hebben om met het gedrag van hun kind om te 2/4
voorstel
Datum
25 november 2025
gaan en wat het kind nodig heeft om bijv. naar school te kunnen blijven gaan. De GGZ halen we erbij als het meerwaarde heeft. We merken dat de meeste ouders blij zijn met onze werkwijze. Zij zitten doorgaans ook niet te springen om een diagnose voor hun kind. Maar er zullen ook ouders zijn die moeite hebben met onze werkwijze. Vraag 4: Zijn er signalen dat de vertraging in doorverwijzing naar een specialist de problematiek van kinderen of gezinnen verergert voordat hulp start? Het Sociaal wijkteam maakt elke keer een professionele afweging met het gezin over welke ondersteuning passend is. Als het gaat om duidelijke, forse GGZ problematiek, dan wordt er niet vertraagd en schakelen we de jeugd GGZ in. Het hoort bij de professionaliteit van de jeugd- en gezinswerker om te weten wanneer dat noodzakelijk is. En ook dan blijft het Sociaal wijkteam betrokken. Vraag 5: Welke maatregelen heeft het college genomen of overweegt het om de wachttijden te verkorten? Worden er bijvoorbeeld tijdelijke of structurele oplossingen ingezet (zoals extra inzet van jeugdconsulenten, snellere triage, samenwerking met aanbieders)? Zwolle neemt deel aan de kerngroep van de regionale aanpak wachttijden, waarin we op basis van casuïstiek al lerend de praktijk verbeteren. Daarbij is het doel niet louter het verkorten van wachttijden, maar het verbeteren van de inzet van de best passende hulp.
Louter investeren in extra capaciteit is dan niet de oplossing; nog afgezien van het feit dat het aantal professionals schaars is. Een belangrijke constatering is namelijk dat wachttijden voor een belangrijk deel worden veroorzaakt door hulp die te lang doorloopt en/of niet passend is waardoor vervolgens andere hulp nodig blijkt, waardoor het systeem ‘verstopt’. Daarom besteden we veel aandacht aan de effectiviteit en de eindigheid van de hulp. In de regionale aanpak wachttijden werken we vanuit het perspectief van de jeugdige en het gezin. De aanpak is complexiteits-erkennend en richt zich op het verbeteren van de gehele jeugdzorgketen, kijkend naar het complete systeem: 1. Vanaf het moment dat een jeugdige of gezin met een hulpvraag bij het lokale team terechtkomt; 2. Vanaf het moment dat een jeugdige of gezin expertise nodig heeft van specialistische jeugdhulpaanbieder; 3. Of de hulp passend is (geweest); 4. Wanneer de hulp kan afronden; 5. Hoe de jeugdzorgketen hierin beweegt. Een inkijkje in onze regionale aanpak wachttijden is ook landelijk belicht1. Het is nog te vroeg om al een meetbaar effect te zien op de wachttijden. Wel verplicht de nieuwe Algemene maatregel van bestuur op grond van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg gemeenten om via de jeugdregio’s de aanpak wachttijden verder te concretiseren.
Dit wordt meegenomen in de uitvoeringagenda van de Regiovisie Jeugdhulp 2026 – 2031.
Openbaarheid 1 Zie: “Een lastige wachttijd-code om te kraken: wanneer stop je met zorg?”
3/4
voorstel
Datum
25 november 2025
Deze nota is openbaar.
Burgemeester en wethouders van Zwolle,
burgemeester, Peter Snijders secretaris, Dick Emmer
4/4