CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

OUD: Stadshagen II, Breezicht Noord-2_TOELICHTING

Raad Besluitvormingsronde 7 november 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-219.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Karakteristiek voor het buurtschap is de havenachtige beleving aan de Milligerplas. Buurtschap Kragge ligt tussen de Milligerplas, de geluidswal en de Mastenbroekerpolder. De natuurlijke inrichting en ecologische waarden aan de noordzijde van de Milligerplas komen herkenbaar terug. De circa 50 woningen van het buurtschap liggen aan dit water. 3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Breezicht Noord is onderdeel van de stedenbouwkundige visie voor Breezicht en de afronding van het gebied tussen Milligerplas en geluidswal. Breezicht Noord is het logische vervolg op Breezicht Zuid. Breezicht Noord bestaat straks uit circa 530 woningen verdeeld over vier buurtschappen. Deze buurtschappen hebben elk een eigen sfeer, structuur en invulling. Tegelijk zijn de overgangen naar het omliggende landschap altijd groen en herkenbaar. Daarbij is gezocht naar samenhang, onder meer met hagen en hoogteverschillen in het landschap. Het bij buurtschap Reede en Kragge horende groenblauwe landschap en de overgang naar de Milligerplas zijn ook onderdeel van dit bestemmingsplan. Buurtschap Reede Buurtschap Reede is met circa 250 woningen het grootste buurtschap van Breezicht Noord. Het gaat hierbij om grondgebonden woningen met een kap, in verschillende woningcategorieën. Midden door Reede stroomt het groenblauwe landschap met de beek, die daar overgaat in de inham aan de Milligerplas. Door deze centrale beek, de ligging aan de plas maar ook door enkele deelbuurtjes heeft Reede de schaal van een klein dorp. Met een kern aan de inham, randen aan het landschap en luwe woonbuurtjes aan groene plantsoenen.

Haaks op de beek loopt de Breezichtlaan, deze doorgaande straat ontsluit Reede richting Duinzicht in het zuiden en Kragge in het noorden, waar de straat vervolgens aantakt op de Werkerlaan. De dorpse schaal en de compacte opzet van Reede leiden bij de architectonische beeldkwaliteit voor Reede tot de stijl van 'tuindorp met een losse twist'. De tuindorpstijl past goed bij de sterke samenhang van openbare ruimte en compacte straatjes met de nadruk op rijwoningen. Belangrijk in de stedenbouwkundige opbouw is daarbij het groene beeld dat de voortuinen maken in de straat. Daar waar achtertuinen grenzen aan de straat, is extra aandacht voor erfafscheidingen in de vorm van hagen of gemetselde tuinmuren in combinatie met beplanting. Het parkeren vindt zo veel mogelijk plaats in parkeerkoffers die aan de achterzijde van de woningen liggen. Daardoor is er minder parkeerdruk en "blik" in de dorpse straatjes. In de kern van Reede, aan de inham, is een wat stedelijker sfeer ontworpen. Hier is geen sprake van voortuinen maar van Delftse stoepen. De dorpse tuindorpsfeer komt verder tot uitdrukking in af en toe verspringende rooilijnen, de aanwezigheid van zijtuinen en in de licht gebogen vorm van de straatjes. Buurtschap Kragge Buurtschap Kragge ligt tussen de Milligerplas, de geluidswal en de Mastenbroekerpolder.

In Kragge liggen circa 50 grotere kavels met 2 onder 1 kap- of vrijstaande woningen, het grootste deel aan het water en een

26/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

deel opgenomen in het rustige natuurlandschap. Het parkeren gebeurt op de eigen kavel. Buurtschap Kragge is een woonlandschap in zichzelf in tegenstelling tot de Wierde, Beemd en Reede die meer compacte woongebieden zijn. De woningen in Kragge liggen op drie schiereilanden tussen waterinhammen die in verbinding staan met de Milligerplas. Plas-draszones, natuurlijke gebieden aan de plas en riet- en grassenrijke oevers van de kavels vormen samen één natuurlandschap waar de kavels en woningen in verscholen liggen. Om dit landschap te realiseren en garanderen gelden er speciale regels voor de kavels aan het water. De regels staan voor een natuurlijke inrichting van de oevers, waarop wel gebruik middels vlonders toegestaan is, maar niet over de hele lengte. De natuurwaarde en de landschappelijke waarde zijn hier opgenomen in de bestemmingsregels. De architectuur in Kragge heeft als overkoepelende thema's 'natuurlijk wonen', verscholen in het landschap en onder de kap. Natuurlijke materialen hebben de boventoon in Kragge, ze gaan een relatie aan met de kleuren en uitstraling van het natuurlandschap. Het landschap Het landschap rond Reede en Kragge sluit grotendeels aan op landschap dat al aanwezig is in Breezicht: de oeverzone langs de Milligerplas, het groenblauwe landschap met de beek tussen Wierde, Beemd, Duinzicht en Wetering, de geluidswal, het duinlandschap.

Elk landschap heeft zijn eigen verschijningsvorm en gebruikswaarde. Behalve dat ze een natuurlijk systeem bevatten en klimaatdoelen voorstaan, zijn de landschappen ook een woonlandschap dat zich open stelt voor bewoners om van de genieten en in rond te struinen. Sommige plekken zijn specifiek ingericht en kunnen intensief gebruikt worden, zoals speelplekken en sportveldjes. Op andere plekken is de inrichting minder expliciet, maar is de inrichting wel degelijk gericht op gebruik: een buurtweide, een vlonder aan het water, boomgaarden. Ander landschap leent zich voor beheer door vrijwilligers/bewoners. Een deel van het landschap is meer uitsluitend bedoeld voor natuur, zoals de rietzones tussen Kragge en de Milligerplas. Het is een natuurlijk ingericht zone met een grillige oevervorm, nat riet en broekbosjes. De wandelroute rond de Milligerplas komt langs deze groenzone tussen het water en het buurtschap. Daarmee blijft het rondje Milligerplas intact.

3.2

Verkeer

3.2.1

Huidige situatie

Breezicht Noord bevindt zich aan de meest noordelijke stadsrand van Zwolle. Het gebied is onderdeel van het totale plan voor Breezicht. Het gebied ligt direct ten zuiden van de geluidswal langs de Hasselterweg. Breezicht Noord wordt daarbij begrensd door Breecamp, Breezicht Zuid, de Milligerplas en de geluidswal langs de N331. Fiets Breezicht Noord wordt zowel ten westen als ten oosten ontsloten door belangrijke fietsroutes. De Oude Wetering is een belangrijke hoofdfietsroute die een direct verbinding geeft met de voorzieningen in de wijk zoals scholen en het wijkwinkelcentrum, maar ook het centrum van de stad. Oostelijk van het gebied loopt de hoofdfietsroute over de Werkerlaan. Deze route verbindt Zwolle met Hasselt en Genemuiden. Via de rotonde op de Stadshagenalle/Milligerlaan sluit Breezicht Noord aan op het verdere fietsroutenetwerk van Stadshagen. De fietspaden op de geluidswal langs de N331 hebben vooral een recreatief karakter. Openbaar vervoer In de huidige situatie wordt Stadshagen bediend door de buslijnen 1 en 11. Beide lijen vertrekken en eindigen bij station Zwolle en doen station Stadshagen aan. Lijn 1 bediend het centrum, het midden en het zuiden van Stadshagen. Lijn 11 doet specifiek Breecamp en Breezicht aan. Auto Breezicht Noord II wordt ontsloten via de Breezichtlaan. Deze sluit aan de zuidkant aan op de rotonde Stadshagenallee / Milligerlaan.

Aan de noordzijde wordt Breezicht ontsloten op de Werkerlaan.

27/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

3.2.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Lopen De buurtschappen in Breezicht Noord zijn omgeven door groen met daarin toegankelijke en aantrekkelijke routes voor het langzaam verkeer. In deze omgeving bevinden zich voorzieningen zoals speelplekken, scholen, mogelijkheden voor buitensport en de Milligerplas. Deze inrichting en het autoluwe karakter van de wijk maakt deze omgeving aantrekkelijk voor langzaam verkeer. Op deze wijze wordt ook bijgedragen aan de aantrekkelijkheid en de levendigheid van de wijk. Fiets Fietsers worden optimaal bediend door de directheid en aantrekkelijkheid van zowel functionele routes richting voorzieningen en de binnenstad als recreatieve routes. Het fijnmazige netwerk is van een goede kwaliteit: een kwaliteitsniveau dat past bij de ambitie dat fietsen bij uitstek het vervoersmiddel is voor Breezicht als onderdeel van 'fietsstad Zwolle'. Het fietspad ten zuiden van buurtschap Reede dat door het duingebied voert en aansluit op de rotonde Milligerlaan, vormt de verbinding richting het winkelcentrum en de binnenstad. Ook de Werkerlaan die buiten de bebouwde kom wordt voorzien van een vrijliggend fietspad is een belangrijke fietsverbinding en sluit ook aan op de regionale hoofdfietsroute richting Hasselt/Genemuiden. Vanuit de buurtschappen zijn ook de meer westelijk gelegen voorzieningen in de wijk vlot te bereiken.

Het fietspad op de geluidswal en de aansluiting op recreatieve fietspaden in het omliggende landschap verbindt de wijk met de prachtige omgeving en biedt zo kansen voor gezonde beweging. Openbaar Vervoer De stadsbuslijnen 1 en 11 rijden via het station Stadshagen naar Station Zwolle. De dichtstbijzijnde halte voor de buurtschappen Reede en Kragge is langs de Laan der Molens ter hoogte van de Boormolen. Auto De Breezichtlaan ontsluit de buurtschappen Reede en Kragge naar het zuiden toe via Breezicht Zuid op de rotonde Milligerlaan / Stadshagenallee. De Breezichtlaan is een 30 km/uur weg. Vanwege de relatief grote afstand tot aan Reede en Kragge wordt de Breezichtlaan aan de noordzijde van de Milligerplas aangesloten op de Werkerlaan. Hiermee wordt met name voor de bewoners van buurtschap Kragge een tweede route richting aangeboden richting de hoofdontsluitingswegen in de wijk. De wegen en straten in de beide buurtschappen hebben een inrichting die aansluit bij een verblijfsgebied. Door de keuze voor relatief smalle wegprofielen uitgevoerd in elementenverharding en de toepassing van snelheidsremmende maatregelen op strategische plekken ontstaat een kenmerkende woonstraat-uitstraling die past bij het 30 km/uur regime in de wijk. Parkeren / deelmobiliteit / mobiliteit hub In Breezicht wordt het parkeren zoveel als mogelijk opgelost met parkeerkoffers en op binnenterreinen.

Deze parkeerkoffers sluiten op logische plekken aan op de buurtontsluitingsweg. Daarnaast wordt nog beperkt parkeren aan de straat gefaciliteerd. De twee-onder-een-kap- en vrijstaande woningen krijgen een parkeerplek op eigen terrein. Uitgangspunt voor het parkeren is het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Zwolle zoals momenteel omschreven in de Regeling parkeernormen 2016. Deze regeling verwijst naar de meest recente CROW-normen. Mocht mobiliteit in de toekomst wijzigen, dan kunnen parkeerplaatsen ruimte maken voor groen.

28/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

3.3

Natuur en groen

3.3.1

Huidige situatie

3.5.1.1. Groen De Milligerplas en bijbehorende oevers, en de Oude Weteringzone behoren tot de Stedelijke Hoofdgroenstructuur. Ook de voortzetting van de Hasselterweg ten noorden van Breezicht, met zijn begeleidend groen behoort hiertoe. Verder is de groene verbinding tussen Milligerplas en Oude wetering, langs de Stadshagenallee onderdeel van de Stedelijke hoofdgroenstructuur. Tot de Wijkgroenstructuur van Breezicht behoort het centrale beekdallandschap en het begeleidende groen van de Laan der Molens. Er komen in het plangebied geen bijzondere bomen voor. 3.5.2.2. Natuur Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de “Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht” en is gelegen op een afstand van 1,4 kilometer. Flora en fauna Resultaten Quickscan flora en fauna (soortenbescherming) Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging Breezicht Noord is een quickscan soortbescherming uitgevoerd: "Meinesz, K. & Olthof, R. (2019). Quickscan soortbescherming Breezicht-Noord. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 19--043. Ecogroen bv Zwolle." Naar aanleiding van het onderzoek worden de volgende soorten nader toegelicht. Vleermuizen Tijdens het onderzoek zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het plangebied.

Schade aan onmisbaar foerageergebied en vliegroutes is evenmin te verwachten. Andere zoogdieren Binnen en in de omgeving van het plangebied is het voorkomen van otter bekend. In ruigtes en struweel binnen het plangebied kunnen verblijfplaatsen van wezel, hermelijn en bunzing aanwezig zijn. Daarnaast is mogelijk sprake van essentieel leefgebied van deze kleine marterachtigen. Vogels; jaarrond beschermde nesten In het plangebied zijn geen jaarrond beschermd nesten van vogels aangetroffen. Wel is broedbiotoop aanwezig voor enkele algemeen voorkomende vogelsoorten van agrarische gronden, sloten en struweel zoals wilde eend, kievit, graspieper, scholekster en roodborst. Vissen Uit e-DNA onderzoek is gebleken dat grote modderkruiper aanwezig is in sloten binnen het plangebied. Overige soorten In het plangebied zijn geen beschermde planten, overige amfibieën, overige zoogdieren, reptielen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd soorten waarvoor een vrijstelling geldt in de provincie Overijssel. 3.5.2.3. Natuur Netwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde deel van het

29/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

Natuur Netwerk Nederland is gelegen op een afstand van 1,4 kilometer. 3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.3.2.1 Natura 2000 Het uitvoeren van het bestemmingsplan kan mogelijk gepaard gaan met effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van een toename van stikstofdepositie als gevolg van het plan. Op grond van de Wet natuurbescherming is het verplicht om vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. De gemeente Zwolle heeft aan het advies- en ingenieursbureau Tauw gevraagd de mogelijke effecten van de stikstofdepositie als gevolg van het plan op Natura 2000-gebieden in beeld te brengen en te toetsen. De uitgangspunten, de resultaten en de conclusie zijn te vinden in het rapport “Ecologische beoordeling effecten Stikstof woningbouwproject Breezicht Noord Buurtschap 3 en 4 (fase 2) (Tauw, 2 augustus 2022, projectnummer 1287206). Het integrale rapport is als Bijlage 4 opgenomen in deze toelichting. De stikstofberekening is door het advies- en ingenieursbureau Ecogroen uitgevoerd. De uitgangspunten waarop de berekening is gebaseerd worden beschreven in het rapport “Stikstofonderzoek Stadshagen Breezicht Noord, buurtschap 3&4, Zwolle (Ecogroen, 18 februari 2022, projectcode 20.530.1). Het integrale rapport is als Bijlage 5 opgenomen in deze toelichting.

Berekening van de stikstofdepositie De stikstofdepositie is door Ecogroen bepaald met behulp van de rekentool AERIUS (2021). Het realiseren van de ruim 300 woningen en voorzieningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt zijn in 2026 in gebruik. Uit de berekening voor de gebruiksfase (rekenjaar 2026) blijkt dat sprake is van een toename (maximaal 0,06 mol N/ha/jaar) van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, Rijntakken, Olde Maten en Veerslootslanden, De Wieden en de Veluwe (berekening met kenmerk AERIUS_bijlage_20220121131514_GebruiksfaseBreezichtNoord34RRQxjCJmDcMv ). Deze berekening is als Bijlage 6 opgenomen in deze toelichting. *AERIUS berekent de deposities per hexagoon (zeshoek) met een opperv lakte v an één hectare.

Conclusie Uit de ecologische beoordeling blijkt dat de uitvoering van het bestemmingsplan niet strijdig is met de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Er zijn binnen de genoemde N2000 gebieden geen omstandigheden die er voor zorgen dat de stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase zal leiden tot een ecologisch aantoonbare aantasting van de kwaliteit of oppervlakteverlies van de stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden. De projectgebonden toename aan stikstofdepositie staat niet in de weg aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en/of kwalificerende soorten die leven in de stikstofgevoelige leefgebieden binnen de N2000 gebieden Uiterwaarden Zwarte water en Vecht, Rijntakken, Olde Maten en Veerslootslanden, de Wieden en de Veluwe. Vervolgstappen zoals een passende beoordeling zijn niet noodzakelijk.

30/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

3.3.2.2 Flora en fauna Het bestemmingsplan voorziet in verdere uitbreiding van Stadshagen. Het maakt nieuwbouw van woningen en aanleg van infrastructuur, groen en water mogelijk. De activiteiten kunnen worden gerangschikt onder “dwingende redenen van groot openbaar belang”, en onder “ruimtelijke inrichting of ontwikkeling”. Alternatieven zijn niet aan de orde. Er worden maatregelen voorgesteld voor medegebruik door vogels, vleermuizen en overige soortgroepen (natuur-inclusief bouwen). Er is in het plangebied grote modderkruiper aangetroffen (Meinesz en Olthof, 2019). Dit maakt het aanvragen van een ontheffing voor grote modderkruiper noodzakelijk. Daarnaast is een ontheffing nodig indien essentieel leefgebied en/of verblijfplaatsen van kleine marterachtigen worden beschadigd of vernietigd. Ecologische maatregelen Uit de resultaten van de Quickscan soortbescherming Breezicht Noord komen de volgende ecologische maatregelen voort. Werkzaamheden mogen geen broedende vogels verstoren. Verstoring van broedende vogels kan voorkomen worden door de uitvoering op te starten voor 15 februari en na 1 oktober. Wanneer werkzaamheden binnen deze periode worden opgestart adviseren we om een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren.

Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of nesten of eieren van broedvogels worden beschadigd of vernield, ongeacht de datum. Wanneer verblijfplaatsen of essentieel foerageergebied van kleine marterachtigen worden vastgesteld en verloren gaan, is het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk. Er is uitzicht op ontheffing doordat in voorliggende situatie het relatief eenvoudig is om de functionaliteit van de leefomgeving te garanderen en het belang van de woonwijk onderbouwd kan worden. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen dient in de regel voorzien te worden in alternatief leefgebied. De Oude Wetering dient tijdens de werkzaamheden en in de gebruiksfase passeerbaar te blijven voor otter. Eventuele nieuw aan te leggen duikerbruggen mogen de passeerbaarheid voor otter niet verhinderen. Dit is mogelijk door het aanbrengen van loopplanken boven de waterlijn. Aanwezigheid van een strook droge grond onder de overspanning is ook een mogelijkheid. De loopplank of oever onder de duiker of faunavoorziening dient een minimale breedte te hebben van 50 centimeter. Geadviseerd wordt om met een deskundige (op het gebied van otters) een mitigatieplan voor otter op te stellen. Door het dempen van sloten gaat leefgebied van grote modderkruiper verloren. Voor grote modderkruiper dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Overijssel.

Er is uitzicht op ontheffing doordat in voorliggende situatie de functionaliteit van de leefomgeving gegarandeerd kan worden en het belang van de woonwijk onderbouwd kan worden. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen dient in de regel voorzien te worden in alternatief leefgebied. Voorafgaand aan de demping van sloten dienen exemplaren te worden weggevangen en verplaatst naar geschikt vervangend leefgebied. Er dient gewerkt te worden volgens een ecologisch werkprotocol waarin instructies worden gegeven voor een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden. In de toekomstige woonwijk wordt ook geschikt leefgebied voor wezel en hermelijn gerealiseerd in de vorm van extensief onderhouden graspercelen, bloemrijke percelen, natuurvriendelijke oevers langs de Milligerplas en overige ruigtes langs o.a. de noordelijke geluidswal. Daarnaast wordt het gebied grenzend aan de oostzijde van het plangebied ook geschikt gemaakt voor wezel en hermelijn door het beheer te extensiveren. In totaal wordt binnen en buiten het plangebied circa 7,5 hectare aan nieuw leefgebied gerealiseerd. Al het leefgebied wordt middels groen- of ruigtestroken met elkaar verbonden zodat een aaneengesloten leefgebied ontstaat. Het beheer wordt dusdanig afgestemd dat er altijd voldoende leefgebied voor wezel en hermelijn beschikbaar is en de verbinding met overige gebieden blijft bestaan.

In de nieuwbouw van het plangebied zal voorts rekening gehouden worden met het creëren van verblijfplaatsen voor vleermuizen, nestgelegenheid voor gierzwaluw, spreeuw en huismus in bebouwing, voor grote gele kwikstaart onder bruggen, en functionele leefomgeving voor huismus door middel van specifieke 31/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

beplanting, zoals hagen en doornstruiken. In de directe omgeving van Breezicht zijn voortuitlopend maatregelen getroffen om de (Nieuwe) wetering langs de Ruimzichtweg geschikt te maken voor grote modderkruiper, door verdroogd rietland te verwijderen, een vegetatierijke plasdrasstrook aan te leggen in combinatie met dieper water met modderige bodem. Hier zullen de exemplaren die bij werkzaamheden in Breezicht worden aangetroffen, kunnen worden uitgezet. 3.3.2.3 Natuurnetwerk Nederland Omdat het NNN geen externe werking kent, kunnen negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. 3.3.2.4 Conclusies In het kader van de Wet natuurbescherming is al het noodzakelijk onderzoek uitgevoerd. Er moet een ontheffing worden aangevraagd voor de grote modderkruiper en mogelijk voor kleine marterachtigen. Door het treffen van ecologische maatregelen is het zeer aannemelijk dat deze ontheffing word verleend. Het bestemmingsplan is op dit punt uitvoerbaar.

3.4

Water

3.4.1

Huidige situatie

3.4.1.1 Waterstructuur De buurtschappen in Breezicht Noord liggen alle in een groene waterrijke omgeving. De eerste twee buurtschappen worden omsloten door het groenblauwe landschap van Breezicht. Het derde heeft een havenachtige sfeer met water dat in verbinding staat met de Milligerplas. Het vierde buurtschap is een rietoevermilieu ten noorden van de Milligerplas. In een eerdere fase van ontwikkeling zijn buurtschappen Wetering en Duinzicht al ontwikkeld, deze liggen aan de zuidzijde van het groenblauwe landschap en maken ook onderdeel uit van de waterhuishouding van Breezicht.

Breezicht Noord ligt in de polder Mastenbroek. Het plangebied wordt begrensd door de Milligerplas aan de zuidoostzijde, de Oude Wetering aan de westzijde en de Hasselterweg aan de noordzijde (zie figuur 1). De waterstructuur in de polder is ontworpen voor agrarisch gebruik. Overtollig water in het gebied wordt afgevoerd naar de Oude Wetering. Het waterpeil in het plangebied varieert van -1,05mNAP tot -0,85mNAP. Het huidige maaiveldniveau is ongeveer -0,40mNAP.

32/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

In en nabij watergangen is de keur van toepassing. In de keur van het waterschap is aangegeven welke beperkingen gelden. Hier zijn bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen in opgenomen.

Figuur 1: Oppervlaktewateren in en nabij Breezicht-Noord (bron: Legger WDODelta) 3.4.1.2 Riolering In het plangebied is nu geen riolering aanwezig. 3.4.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

3.4.2.1 Waterstructuur De buurtschappen die worden ontwikkeld in Breezicht-Noord grenzen aan groen en water. Ook is er veel groen en water in de buurtschappen. Een van de buurtschappen in het gebied krijgt twee terpen. Een ander buurtschap wordt havenachtig. Aan de noordzijde van de Milligerplas bepalen water, plasdrassituaties, riet en broekbosjes het beeld. Het centrale landschap van de wijk Breezicht wordt gekenmerkt door een dynamisch watersysteem met slingerende watergangen en plasdrassituaties. Breezicht-Noord sluit zo aan bij het groene en waterrijke omliggende landschap. Het overtollig regenwater uit de buurtschappen wordt via groenstructuren naar het open water in het landschap afgevoerd. In extreme neerslagsituaties functioneert het groene landschap ook als waterbuffer en neemt de hoeveelheid oppervlaktewater in het gebied toe (flexibel en dynamisch watersysteem).

33/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

3.4.2.2 Klimaatadaptief Klimaatadaptatie is een leidend principe bij het ontwerp van de waterhuishouding. De gekozen oplossingen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit en het leefklimaat. Breezicht is straks bestand tegen plensbuien met een kans van 1 op 250 per jaar. Dit zijn buien waarbij 90 mm valt in 1 uur tijd. Deze buien worden in het watersysteem, de openbare ruimte en op kavelniveau verwerkt. Om dit te bereiken maakt het klimaatrobuuste woongebied optimaal gebruik van sponswerking in het systeem. Als het hard regent, wordt regenwater opgevangen en verwerkt. Met het oog op droge perioden is het belangrijk dat dit water wordt vastgehouden en het niet uit het gebied verdwijnt. Vasthouden van water zorgt voor een betere beschikbaarheid van water voor groen in perioden van droogte en draagt bij aan verkoeling bij hitte. Deze sponswerking vindt vooral plaats in de bodem. Bij zeer extreme buien kan de Milligerplas nog worden benut als een noodberging. Dat voorkomt wateroverlast in Breezicht en voorkomt dat het teveel aan water wordt afgewenteld naar de Mastenbroekerpolder. De waterhuishoudkundige hoofdstructuur wordt beheerd door waterschap Drents Overijsselse Delta. Het water in buurtschap 4 is geen onderdeel van de waterhuishoudkundige hoofdstructuur. Het systeem wordt getoetst op basis van een neerslaghoeveelheid welke eens in de 100 jaar wordt overschreden (T=100).

Daarbij wordt uitgegaan van een bui van 111 mm in 48 uur (tabel 1.1). Tijdens deze extreme situatie mag een landelijke afvoer van 1,6 l/s/ha worden gehanteerd. Rekening houdend met deze afvoer en enige berging op daken, straten, etc. (plasvorming), resteert een bergingsopgave van 80 mm. Er mag bij deze bui geen water in woningen komen en belangrijke ontsluitingswegen dienen vrij van water te blijven. De uitgangspunten van het waterschap WDODelta zijn onderstaand samengevat. Uitgangspunten WDODelta Uitgangspunt

Waarde

Klimaatscenario

Huidig klimaat + 10% (cf. STOWA rapport 2015-10)

Landelijke afvoer

1,6 l/s/ha bij T=100;

Maatgevende buiduur

48 uur

Totale neerslaghoeveelheid

111 mm (100,9 mm * 1,10)

Afvoer via oppervlaktewater

28 mm

Berging daken, straten, etc. (plasvorming)

3 mm

Bergingsopgave

80 mm

0,8 l/s/ha bij T=1

De hemelwaterafvoer (HWA) van de daken en het verharde oppervlak moet (zo veel mogelijk) binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren). Voor de bergingsberekening zijn de 4 buurten in Breezicht als 1 gebied in de waterbalansberekening beschouwd. Dit ook omdat de 4 buurten op 1 stelstel van infiltratieriolen worden aangesloten. Uiteindelijk voert de wijk deels via wadi's af op de centraal gelegen groenblauwe zone. De verdeling van het verhard oppervlak van het totale plangebied is als volgt: Onderdeel

Oppervlak

Dakoppervlak

7,64 ha

Wegverharding (rijbaan, parkeren, trottoirs, fietspaden)

13,48 ha

Verhard kaveloppervlak (exclusief daken)

7,72 ha

Totaal afvoerend oppervlak

28,84 ha

34/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

Bruto planoppervlak

75,14 ha

In de onderstaande tabel is een totaaloverzicht opgenomen van de beschikbare berging in het systeem, uitgesplitst naar de verschillende bergingsvoorzieningen. Vervolgens zijn in een grafiek de peilstijgingen weergegeven in relatie tot de beschikbare waterberging. Bergingsvoorziening

Waterberging

Wadi's Breezicht

9.160 m3

Waterbergende wegfundering buurtschap Wetering IT-stelsel

350 m3 980 m3

Centrale waterpartij (50 cm peilstijging tot -0,40 m NAP)

30.125 m3

Waterpartij deelgebied 4 (50 cm peilstijging tot -0,40 m NAP)

3.665 m3

Totaal

44.280 m3

De gecombineerde waterberging bedraagt circa 44.300 m3. Op basis van het aangesloten verhard oppervlak (28,9 ha) betekent dit een effectieve berging van circa 150 mm. Uitgangspunt is dat de berging in alle bergingsvoorzieningen optimaal wordt benut. Wanneer voor de T=100-situatie de bergingsopgave van 80 mm (in 48 uur) wordt gehanteerd, dan betreft de bergingsopgave voor geheel Breezicht circa 22.100 m3. Op basis van 44.300 m3 beschikbare berging, bedraagt de overcapaciteit circa 21.200 m3. 3.4.2.3 Riolering Voor alle buurtschappen in Breezicht-Noord geldt dat regenwater oppervlakkig en zichtbaar wordt afgevoerd. Alleen als er geen mogelijkheid is tot het oppervlakkig afvoeren van regenwater, wordt een regenwaterriool of infiltratieriool toegepast. Woningen krijgen geen individuele infiltratievoorziening op de eigen kavel, maar er komen collectieve verzamel- en infiltratievoorzieningen, passend bij de klimaatbestendige inrichting. Hiermee wijkt het plan af van het bestaande beleid zoals vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020. Het vuilwater in het plangebied moet geloosd worden op het gemeentelijke rioleringsstelsel. Om het

35/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

vuilwater naar de rioolwaterzuivering te transporteren worden meerdere kleine bemalingsgebieden aangelegd. De riolering hoeft op die manier niet heel diep te worden aangelegd. 3.4.2.4 Waterkwaliteit Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. In extreme situaties kan water vanuit Breezicht overstorten naar de Milligerplas. Vanwege de zwemwaterkwaliteit was het streven deze hoeveelheid water zo beperkt mogelijk te houden. Opgemerkt wordt dat de kwaliteit van het water van de Milligerplas op dit moment onder druk staat door een verhoogde concentratie van poepbacteriën van IE (Intestinale Enterokokken) en E-coli (Escherichia coli). De herkomst van deze bacteriën moet nog onderzocht worden en welke maatregelen nodig zijn om de waterkwaliteit weer te verbeteren. Eén van verbetermaatregelen kan zijn om de groenblauwe zone zonder stuw te verbinden met de Milligerplas en om ook aan de andere zijde een verbinding met een watergang te maken. Op deze manier wordt doorstroming met regenwater mogelijk. Het verbeteren van de waterkwaliteit wordt in samenspraak met het waterschap nader onderzocht. De gemeente onderzoekt de hydraulische mogelijkheden middels een stedelijk waterplan.

3.4.2.5 Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. 3.4.2.6 Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren. Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels). 3.4.2.7 Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een primaire waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door de IJssel aan de westzijde, door het Zwarte Meer aan de noordzijde en door het Zwarte Water aan de oostzijde (voormalig dijkring 10). Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. 3.4.2.8 Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor het primaire dijktraject ten zuiden van het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar.

De waterkeringen aan de oost en noordkant van het plangebied zijn lager genormeerd en kennen een overstromingskans van 1 op 3.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”. Met behulp van www.risicokaart.nl wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat op 2,0 tot 5,0 meter (figuur 2). De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als diep. De tijd tot overstroming is afhankelijk van de locatie waar de waterkering faalt. In figuur 3 is de tijd tot overstroming van het plangebied bij een dijkdoorbraak van de IJsseldijk bij de wijk

36/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

Westenholte weergegeven. Dit is kort, namelijk 0 tot 6 uur.

Figuur 2: Maximale waterdiepte bij een overstroming (bron: risicokaart.nl)

Figuur 3: Tijd tot overstroming na dijkdoorbraak t.h.v. Westenholte (bron: Provincie Overijssel) 3.4.2.9 Meerlaagse veiligheid De geluidswal langs de Hasselterweg is niet alleen geluidswerend, maar kan met de nodige aanvullende maatregelen ook wordt ingezet als gevolgbeperkende wal in het geval van overstroming van de Mastenbroekerpolder. Bij overstroming wordt wateroverlast en schade door deze wal beperkt en/of hebben de bewoners langer de tijd om te evacueren.

37/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

3.4.2.10

Maatregelen

Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl

3.5

Wonen

De ambitie voor heel Breezicht is een woningbouwprogramma te realiseren dat aansluit op de ontwikkelingen in Zwolle, de vraag van bewoners uit Stadshagen én het specifieke karakter van Breezicht: een groen en suburbaan woonmilieu. Deze ambitie is uitgewerkt in een aantal onderdelen. Woningbouwprogramma en prijsdifferentiatie Het uitgangspunt voor Breezicht is een gefaseerde realisatie van circa 1.140 woningen. In Breezicht Zuid worden circa 610 woningen gerealiseerd. Het bestemmingsplan hiervoor is reeds onherroepelijk. In Breezicht Noord gaat het om circa 530 woningen, waarvan circa 300 in het plangebied (deelgebied 2). De woningdifferentiatie is als volgt: Zuid

Noord

Totaal

bereikbaar

32 %

30 %

31 %

middenduur

42 %

40 %

41 %

duur

26 %

30 %

28 %

Het woningaantal en de verdeling is in lijn met de uitgangspunten uit de Visie Breezicht Zuid (30%-50%-20%). Breezicht Noord was geen onderdeel van deze Visie. In de beoogde differentiatie voor Zuid is echter een verschuiving te zien van de middendure naar voornamelijk de dure categorie. Dit heeft te maken met de kenmerken van het plan en daarbij passende woningcategorieën in met name Duinzicht. Woonmilieu en doelgroepen De ambitie voor Breezicht is het realiseren van een groen en suburbaan woonmilieu. Door de ligging van Breezicht aan de rand van Stadshagen en de vormgeving als netwerk van buurtschappen in een groenblauw landschap sluit het stedenbouwkundig plan aan bij het groenstedelijke woonmilieu voor Breezicht. Uit de Woningmarktanalyse 2017-2032 1 (rapportage van Companen en bureau HHM, 2017) blijkt dat de behoefte aan groenstedelijk wonen groot is in Zwolle. De doelgroepen voor Breezicht zijn met name 'gezinnen met kinderen en jonge stellen' en 'oudere mensen of gepensioneerden die volop in het leven staan'. Stimulering doorstroming Belangrijk is dat bewoners van Stadshagen binnen hun wijk een woonstap kunnen maken in de verschillende fases van hun leven. Uit de woningmarktanalyse is gebleken dat verhuisketens vooral binnen Zwolle plaatsvinden. 37% van de Stadshagenaren is in de afgelopen 10 jaar verhuisd binnen de eigen wijk.

38/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

Die doorstroming willen we blijven faciliteren. Door een diversiteit in woningen aan te bieden in Breezicht Noord in zowel woningtypen, woonvormen als prijsniveaus wordt de doorstroming binnen Stadshagen bevorderd. Er is in Breezicht Noord aanbod in diverse prijsklassen: van sociale huur, midden- en dure projectmatige koop- en huurwoningen tot particulier opdrachtgeverschap. Wensen bewoner centraal De wensen van toekomstige bewoners worden zoveel mogelijk meegenomen in het proces en ontwerp. Te denken valt aan levensloopbestendige woningen, WMO-woningen, particulier opdrachtgeverschap, collectief particulier opdrachtgeverschap, flexibel te gebruiken woningen en nieuwe woonvormen.

3.6

Milieu

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod. 3.6.1

Geluid

Voor het kader van de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJsselland (Akoestisch onderzoek Stadshagen Zwolle Deelgebied Breezicht 3 & 4, versie 3, datum 25 augustus 2021). Dit onderzoek is als Bijlage 2 opgenomen bij deze toelichting. Het plangebied valt niet binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein of binnen de aandachtscontour van een spoorlijn. Voor wegverkeerslawaai zijn de volgende bronnen te onderscheiden: Hasselterweg (N331, 70 km/u) Breezichtlaan (30 km/u) Bij de berekening van de geluidbelasting van de Hasselterweg is rekening gehouden met de aanwezige geluidwal. Hierbij is uitgegaan van een geluidwal van 3,5 meter hoog plus schanskorf van 1 meter. Ten tijde van het opstellen van het akoestisch onderzoek was de naam voor de Breezichtlaan nog niet bekend. In het onderzoek wordt deze straat daarom met de oude werknaam 'Strandboulevard' aangeduid. Hasselterweg De geluidbelasting door het wegverkeer op de Hasselterweg is maximaal 53 dB en overschrijdt daarmee de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. De grenswaarde uit het gemeentelijke geluidbeleid wordt niet overschreden. Ook de maximale ontheffingswaarde voor woonwagenstandplaatsen wordt niet overschreden. Maatregelen In het akoestisch onderzoek zijn de maatregelen besproken die genomen kunnen worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.

Dit betreft het aanbrengen van zeer stil asfalt, het verhogen van de geluidswal en het plaatsen van een diffractor langs de Hasselterweg. In het onderzoek is onderbouwd dat een diffractor op zichzelf niet voldoende werking heeft om tot de voorkeursgrenswaarde te komen. Daarnaast heeft deze zeer waarschijnlijk geen toegevoegde waarde ten opzichte van de aarden wal. Het aanbrengen van zeer stil asfalt op de Hasselterweg zou alle overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde weghalen. Omdat de gemeente geen wegbeheerder is van de Hasselterweg heeft het geen directe invloed op het wegdektype, waardoor dit geen wenselijke oplossing is. Uit het akoestisch onderzoek blijkt verder dat het geluidscherm op de wal circa 1,5 meter hoog moet zijn om op alle bouwlagen aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Dit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. De huidige schanskorf staat op de geluidswal waar ook een fietspad op ligt. Dit recreatieve fietspad legt de verbinding tussen het Nationaal Landschap IJsseldelta en de wijk Stadshagen in Zwolle. Deze structuur is groter dan Breezicht alleen en zou door het scherm worden doorbroken. Vanaf de

39/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

fietsroute kijk je naar het zuiden uit over de woonwijk en naar het noorden uit over de polder Mastenbroek. Met een geluidsscherm van 2,5m hoog is de recreatieve waarde van het fietspad ook weg. Daarnaast zal de combinatie van de geluidswal plus geluidsscherm dermate hoog zijn (3.60+1.50m boven NAP) dat deze gaat functioneren als een muur, zichtbaar vanuit zowel landschap als woonwijk. Dat is geen wenselijke woonomgeving. Hogere waardes Om de woningen te beschermen tegen het wegverkeerslawaai op de Hasselterweg worden voor een deel van de woningen hogere waardes verleend. De contour van de voorkeursgrenswaarde is op de bestemmingsplankaart aangegeven. De gebieden binnen deze contour (d.w.z. met een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde) hebben de aanduiding 'geluidsgevoelige bebouwing uitgesloten' gekregen, waaraan de volgende regel is verbonden: "het gebruik van gebouwen en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van geluidsgevoelige functies ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - geluidsgevoelige functie' is niet toegestaan, indien niet voldaan wordt aan de geldende voorkeursgrenswaarden dan wel verkregen hogere waarden". In onderstaande uitsneden zijn de berekende waardes weergegeven. In het Besluit hogere waarden staan de waardes die per (groep) kavels geldt.

40/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

Breezichtlaan De geluidbelasting van het wegverkeer op de Breezichtlaan is maximaal 53 dB. Omdat de Breezichtlaan een 30 km/u-weg is, is deze niet gezoneerd volgens de Wet geluidhinder en kunnen voor de geluidgevoelige bestemmingen geen hogere waarde verleend worden. Het uitgangspunt is dat de geluidbelasting door middel van stedenbouwkundige maatregelen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Als dit niet mogelijk is moet worden gemotiveerd waarom toch sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het akoestisch onderzoek is de mogelijkheid van stillere klinkerverharding onderzocht. Dit zou mogelijk tot een geluidreductie leiden, maar omdat dit een relatief nieuw wegdektype is zijn de effecten niet voldoende zeker. Er is daarom gekozen om uit te gaan van een situatie met een gangbaar type klinkers. Op deze manier wordt rekening gehouden met een worst-case situatie. Om te beoordelen of sprake is van een goede ruimtelijk ordening is de binnenwaarde voor de woningen beoordeeld en gekeken naar compenserende factoren als een geluidluwe buitenruimte en geluidluwe gevel. In het Bouwbesluit geldt voor alle nieuwe woningen en woonwagens een minimale gevelisolatie van 20 dB. In werkelijkheid is de ervaring dat nieuwbouwwoningen een hogere gevelisolatie hebben. Dit betekent dat ook op de plekken met de hoogste geluidbelasting de binnenwaarde zal voldoen aan 33 dB.

Dit is de binnenwaarde waaraan nieuwe woningen volgens de Wet geluidhinder moeten voldoen. Voor alle woningen geldt dat de buitenruimte geluidluw is, omdat op de eerste bouwlaag de geluidbelasting lager is dan de voorkeursgrenswaarde. Ook hebben alle woningen een zijde die van de weg af is gekeerd en die daarmee geluidluw is Op basis van deze punten is geconcludeerd dat sprake is van een goede ruimtelijk ordening. 3.6.2

Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Er is bij het moederplan geïnventariseerd welke bedrijvigheid voorkomt binnen het plangebied. Alle bedrijven in de gemeente Zwolle beschikken over een milieuvergunning op grond van de Wet milieubeheer of over een melding ingediend op grond van een Algemene Maatregel van Bestuur. In de omgeving van het plangebied liggen geen bedrijven die hinder veroorzaken voor hun omgeving.

41/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

3.6.3

Luchtkwaliteit

De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 (titel 5.2) en de grenswaarden voor de luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wet milieubeheer (Wm). In de Regeling Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) is voor diverse categorieën aangegeven bij welke omvang van een initiatief deze niet in een betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan dat een woningbouwlocatie met = 1.500 woningen (netto) en minimaal 1 ontsluitingsweg valt onder de categorie NIBM. In het plangebied van Breezicht Noord, buurtschap 1 en 2, worden minder dan 1.500 woningen gerealiseerd, zodat aan de NIBM-grens wordt voldaan. Dit betekent dat toetsing van het project aan de grenswaarden in deze situatie niet nodig is. Er moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel worden beoordeeld dat de luchtkwaliteit in het plangebied geschikt is voor de beoogde functie 'wonen'. Aan de hand van de Monitoringstool van het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit is een beoordeling gemaakt de luchtkwaliteit langs de Hasselterweg (N331) en de Havezathenallee voor de jaren 2020 en 2030. Onderstaande tabel toont de maximale waardes van alle toetspunten op de Hasselterweg, op het traject langs het plangebied. Luchtkwaliteit ter hoogte van plangebied (bron: NSL-Monitoringstool, monitoringsronde 2020) waarde in 2020

waarde in 2030

grenswaarde

WHO-advieswaarde

12,5

40

40

13,9

40

20

aantal dagen met PM10 6 concentraties > 50 µg/m3

6

35

-

PM2,5 µg/m3 jaargemiddeld

7,4

25

10

NO2 µg/m3 jaargemiddeld 20,4 3

PM10 µg/m jaargemiddeld

16,3

9,4

Uit de tabel blijkt dat langs de omsluitende wegen ruim wordt voldaan aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit van bijlage 2 van de Wm en dat ook wordt voldaan aan de WHO-advieswaarden. Deze conclusie mag ook worden getrokken voor het overige deel van het plangebied dat verder van de omsluitende wegen is gelegen. De luchtkwaliteit in het plangebied is goed en geschikt voor de functie wonen. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor realisatie van het plan. 3.6.4

Bodemkwaliteit

In het kader van het moederplan is een inventarisatie naar bekende bodeminformatie uitgevoerd. Op basis van deze inventarisatie wordt geconcludeerd dat er geen bekende ernstige verontreinigingen zijn in het plangebied die de ontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie ernstig belemmeren. Voor het plangebied geldt reeds de bestemming wonen. Deze bestemming zal niet gewijzigd worden. Voorliggend bestemmingsplan is gebaseerd op een uitwerkingsbevoegdheid, er zijn dan ook geen nieuwe ontwikkelingen opgenomen die van invloed zijn op of beïnvloed worden door de bodemkwaliteit. Omdat de bodemkwaliteitskaart de gemiddelde bodemkwaliteit laat zien is voor aanvang van grondwerkzaamheden wel nog een vooronderzoek (NEN 5725) nodig, waarmee wordt gecontroleerd of de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreinigingen. Als de locatie verdacht is zal een Verkennend bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden.

42/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

3.6.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico's. Het gaat hierbij om de risico's van het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen in bedrijven alsmede op het transport van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het plangebied moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het besluit externe veiligheid transportroutes, het basisnet en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het kader van het moederplan is een inventarisatie gedaan voor externe veiligheid. Daaruit blijkt dat de wegen in en om het plangebied niet op de route liggen van vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarnaast vindt er geen goederentransport plaats over de spoorlijn Zwolle-Kampen. Tevens liggen er in het gebied geen bedrijven die een veiligheidsrisico kunnen opleveren. Het risico voor de omgeving is derhalve minimaal en heeft geen invloed op de planontwikkeling. 3.6.6

Energie

Breezicht wordt ontwikkeld als een aardgasloze buurt met energieneutrale woningen. Dat betekent dat binnen Breezicht geen aardgasinfrastructuur wordt aangelegd en dat er naar wordt gestreefd dat binnen de wijk net zo veel energie duurzaam wordt opgewekt als door de bewoners en in de openbare ruimte wordt gebruikt. Vanaf 2020 geldt dat alle nieuwbouw minimaal moet voldoen aan de energieprestatie-eisen voor BENG (bijna energieneutrale gebouwen). De BENG-systematiek vervangt vanaf dat moment de huidige systematiek EPC (energieprestatie-coëfficiënt). Met de ontwikkelende partijen is afgesproken dat tot BENG in werking treedt, de woningen minimaal voldoen aan een EPC van 0 (= energieneutraal). De ambitie die wordt nagestreefd is te voldoen aan de eisen voor een NOM-woningen (nul-op-de-meter). Bij een NOM woning wordt niet alleen de gebouwgebonden energie (energie nodig voor verwarmen en koelen) op het perceel van de woning duurzaam opgewekt, maar ook de gebruiksgebonden energie (energie nodig voor huishoudelijke apparaten). Hoe minder energie een woning nodig heeft, hoe gemakkelijker het is om een woning energieneutraal te krijgen. Het grootste deel van de benodigde energie wordt gebruikt voor het verwarmen/koelen van een woning. Daarom is bij de bouw veel aandacht voor het goed isoleren van vloeren, wanden, dak en ramen. Hiermee is de warmtevraag van de woningen laag.

Dat maakt het mogelijk dat de woningen worden voorzien van een individuele warmtevoorziening voor verwarming en voor warm water. Het toepassen van een warmtepomp (lucht- of bodemwarmtepomp) is energetische en economisch met de huidige stand van de techniek de meest voor de hand liggende optie. Het staat ontwikkelaars/ bewoners vrij om andere individuele en/of collectieve technieken toe te passen die qua duurzaamheid en energetisch minimaal gelijkwaardig zijn. Alle benodigde elektriciteit voor de warmtepompen of andere voorzieningen ten behoeve van het verwarmen en koelen van de woning (= gebouwgebonden elektriciteit) dient met zonnepanelen op de woning/op het eigen perceel te worden opgewekt. De ambitie is dat ook de het stroomgebruik door huishoudelijke apparaten (=gebruikgebondenelectriciteit) op eigen perceel wordt opgewekt. Daarmee kan de stap gezet worden naar nul-op-de-meterwoningen. Ook in de openbare ruimte wordt energie gebruikt, met name voor openbare verlichting en voor de rioolgemalen. Deze voorzieningen worden zo energiezuinig mogelijk uitgevoerd. Voor de duurzame warmtevoorziening van de woningen kan gebruik gemaakt worden van bodemenergie. Dit is een beproefde techniek.

Bij grootschalige toepassing van bodemenergie moet rekening worden gehouden met het risico van interferentie (systemen hebben een negatieve invloed op elkaar) en uitdoving van de bodem (er wordt meer warmte uit de bodem gehaald dan er terug komt). Daarnaast is het belangrijk dat de

43/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

overige bodembelangen zoals de strategische drinkwatervoorraden en geohydrologische belangen worden geborgd. Om die reden is Breezicht aangewezen als interferentiegebied. Voor geheel Breezicht (Zuid en Noord) is er een bodemenergieplan vastgesteld. Daarmee zijn nieuwe bodemwarmtesystemen in Breezicht vergunningplichtig. De initiatiefnemer moet aantonen dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn. 3.6.7

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Door adviesbureau Sweco is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (Vormvrije m.e.r.-beoordeling Breezicht Noord buurtschap 1 en 2, aanmeldingsnotitie, referentienummer SWNL0274874, datum 31 maart 2021). Het rapport is een aanvulling en actualisatie van het MER dat is opgesteld voor bestemmingsplan Stadshagen II en is als Bijlage 3 opgenomen bij deze toelichting. De conclusie van het onderzoek is dat geen nadelige effecten worden verwacht, waardoor geen M.e.r.(-beoordeling) nodig is.

44/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

Hoofdstuk 4 4.1

Juridische aspecten

Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Stadshagen II, Breezicht Noord-2 zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlagen: Bijlage 2 Akoestisch onderzoek Breezicht Noord-2 Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie Breezicht Noord-2 Bijlage 4 Ecologische beoordeling Breezicht Noord-2

De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.

Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;

45/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

8. Wijzigingsbevoegdheid. Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'.

Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid.

De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Artikel 17 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels:

46/52

7 november 2022 bestemmingsplan Stadshagen II, Breezicht Noord-2

In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit.

De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen. Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen).

4.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Groen Uitgangspunten: Het structuurgroen en het buurtgroen is bestemd tot 'Groen'. De overige groengebieden zijn bij de bestemming 'Verkeer - Erftoegangsweg' gevoegd. In de bestemming Groen zijn paden voor langzaam verkeer toegestaan maar geen wegen en parkeervoorzieningen voor snelverkeer. Dit is vast beleid waar niet van kan worden afgeweken. Bermen en groenstroken langs wegen, die geen structuur- of buurtgroen zijn, zijn opgenomen in de verkeersbestemmingen. Binnen deze laatste bestemmingen is een uitwisseling van groen, verkeer en parkeren overal toegestaan. Binnen de bestemming Groen zijn overal trapveldjes en speelvoorzieningen mogelijk. Binnen deze bestemming mogen overal gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=25b3ce59-fcff-4fda-be26-6d1bcae5fbce