Ontwerp Zwolse Warmtestrategie - Warmteprogramma Aardgasvrij Zwolle
Tekst van het document
Het vertrekpunt voor Zwolle is om bovenstaande twee stappen van het Klimaatakkoord te volgen om tot het richtinggevend beeld en wijkfasering te komen. Dit betekent dat periodiek het inzicht in de
23
maatschappelijke kosten voor verschillende alternatieven per wijk geactualiseerd wordt. Ook betekent dit vertrekpunt dat de gemeente met bewoners en andere partijen in de stad in gesprek gaat om de criteria voor de wijkfasering te bepalen. II. Ruimte voor initiatief door de samenleving Initiatieven van inwoners en partijen zoals woningcorporaties of energiecoöperaties kunnen een goede reden zijn om in een wijk aan de slag te gaan met een wijkuitvoeringsplan. Het tweede vertrekpunt is dat de gemeente kansrijke initiatieven in de stad wil ondersteunen. Dit is vanzelfsprekend als de initiatieven passen bij de uitgangspunten in deze Transitievisie Warmte en als ze passen bij het richtinggevend beeld en de fasering voor een wijk (zie het 1e vertrekpunt). Er kunnen ook initiatieven zijn die anders zijn dan het richtinggevend beeld, of waar bewoners eerder willen starten. Dit kan zowel voor een wijk zijn waar een wijkuitvoeringsplan van kracht is, in ontwikkeling is of waar nog niet met een wijkuitvoeringsplan is begonnen. Om te bepalen welke initiatieven kansrijk zijn om te ondersteunen bij het opstellen van concrete wijkuitvoeringsplannen of de voorbereiding ervan maken we een praktisch toetsingskader in lijn met het proces Nieuwe Ruimtelijke Initiatieven (NRI) en de Energiegids. III.
Voor regievoering is een warmtestrategie nodig Op stadsniveau starten we met maatregelen waar we in de toekomst geen spijt van krijgen. Deze Transitievisie Warmte geeft voor een aantal wijken aan waar warmtenetten het richtinggevend beeld zijn. De Warmtewet is het landelijk kader voor de exploitatie van warmtenetten, met specifieke aandacht voor bescherming van gebonden afnemers. Maar de Warmtewet geeft geen kader voor de wijze waarop een warmtenet lokaal ontwikkeld moet worden. De ontwikkeling van een warmtenet en efficiënte inzet van bronnen voor het warmtenet vraagt om coördinatie en langjarige investeringen die niet vanzelf tot stand komen. Het derde vertrekpunt is dat de gemeente regie voert over de ontwikkeling van warmtenetten met een Zwolse Warmtestrategie. Deze gaat in op de volgende doelen die de stad Zwolle heeft met betrekking tot warmte(netten): a. Warmte(net) moet betaalbaar zijn met goede verdeling van rendement en risico’s; b. De ontwikkeling van warmtenetten is toekomstbestendig en de gemeente dient daarop met een langetermijnstrategie te kunnen sturen; c. De gemeente heeft regie op efficiënte inrichting van de ondergrond en regie op de totale warmteketen; d.
Een open warmtenet waarbij alle partijen transparantie nastreven, is nodig om marktwerking en toegang van bronnen/exploitanten te optimaliseren en vertrouwen en draagvlak bij alle betrokkenen te creëren; e. Het warmtenet moet betrouwbaar zijn en leveringszekerheid bieden. IV.
Iedereen in het plangebied heeft de mogelijkheid om actief mee te doen bij de totstandkoming van het wijkuitvoeringsplan In het Klimaatakkoord staat dat de uiteindelijke afwegingen voor aardgasvrije oplossingen per wijk/ gebied in wijkuitvoeringsplannen worden vastgelegd. Het komen tot de afwegingen is een zorgvuldig proces samen met bewoners en gebouweigenaren. Dit betekent niet dat iedereen het eens moet zijn met de oplossing waartoe in het plan wordt besloten. Het vierde vertrekpunt is dat iedere bewoner of partij in het plangebied (een gebied waarvoor een wijkuitvoeringsplan wordt ontwikkeld) actief mee kan doen bij de totstandkoming van het wijkuitvoeringsplan. Het op te stellen kader voor wijkuitvoeringsplannen (zie hoofdstuk 4) geeft hier nader invulling aan. V.
Iedereen in het plangebied heeft toegang tot het gekozen wijkenergiesysteem onder gelijke voorwaarden en tarieven Het regeerakkoord uit 2017 geeft aan dat we van een aansluitplicht op aardgas overgaan op een recht op warmte. Het vijfde vertrekpunt is daarom dat in een plangebied iedere gebouweigenaar aan kan sluiten op
24
het wijkenergiesysteem op basis van gelijke voorwaarden en tarieven. Dat is belangrijk om te voorkomen dat er energiesystemen worden ontwikkeld voor de meest haalbare delen binnen een wijk en de rest van de gebouwen in de wijk daar niet onder dezelfde voorwaarden gebruik van kunnen maken. Dit vertrekpunt geldt voor alle energiesystemen: warmtenetten, elektriciteitsnet en (duurzaam) gasnet. Afhankelijk van de rol die de gemeente Zwolle in de warmteketen gaat innemen kan gekeken worden of het wenselijk en mogelijk is om dit soort voorwaarden op stadsniveau vast te leggen. Het op te stellen kader voor wijkuitvoeringsplannen (zie hoofdstuk 4) geeft ook nader invulling aan dit vertrekpunt.
Aanscherpingen TVW in Warmteprogramma Het Warmteprogramma vervangt de in 2020 vastgestelde Transitievisie Warmte (TVW). Op een aantal punten scherpen we de TVW aan: • Uitgangspunt 5: Een haalbare en betaalbare warmtetransitie. Dit is een Zwols, maar ook wettelijk geregeld uitgangspunt. De aanscherping die we voorstellen is de definitie van betaalbaarheid, die nu anders is dan ‘woonlastenneutraal’. • Uitgangspunt 6: Samenwerken om de warmtetransitie mogelijk te maken. Deze onderschrijven wij nog steeds, maar de urgentie van de warmtetransitie vraagt inmiddels een stevigere en bredere rol van de gemeente. Naast stevig partnerschap, faciliteren en coördineren nemen we nu ook een meer presterende rol op ons. • Vertrekpunt III: Voor regievoering is een warmtestrategie nodig. Door de ontwikkelingen op het gebied van de Wet collectieve Warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijk instrumentarium Warmtetransitie (Wgiw), die naar verwachting in 2025 worden vastgesteld, wordt de rol van regievoerder in de warmtetransitie verder vormgegeven en ingevuld. Bij het opstellen van de warmtestrategie vormen deze wetten de basis. • Vertrekpunt V: Iedereen in het plangebied heeft toegang tot het gekozen wijkenergiesysteem onder gelijke voorwaarden en tarieven. In de toekomstige Wcw wordt het principe van kostprijs+ voor warmtetarieven geïntroduceerd.
Dit betekent dat de warmteprijs afhankelijk is van de kosten van de warmtesysteem. Dit betekent dat iedereen binnen het warmtesysteem onder gelijke voorwaarden en tarieven mee kan doen. Hierin wordt het vertrekpunt voor het plangebied losgelaten. • Het Warmteprogramma kent een uitgebreidere scope dan de Transitievisie Warmte. In aanvulling op de Transitievisie Warmte, stellen we voor om: o In alle bouwstenen en uitvoering de vijf publieke waarden ‘betrouwbaar, betaalbaar, toekomstbestendig, draagvlak en vertrouwen’ te omarmen en verder te verdiepen. Deze waarden zijn vastgesteld in december 2020, op basis van het Advies Zwolse warmteketen eerste fase Holtenbroek. o Door te gaan in de vijf gebieden waar we in de praktijk al bezig zijn met de Warmteplannen en/of warmtetransitie. Zo brengen we focus aan en kunnen we de geleerde lessen een plek geven in de gebieden die volgen. o Aan te sluiten bij de richtinggevende overwegingen zoals verwoord in het Ambitiepakket Energietransitie. Dit zijn: ▪ CO2-reductie als primaire doelstelling ▪ Gebouweigenaren zijn zelf verantwoordelijk en gemeente geeft richting ▪ We willen een inclusieve energietransitie ▪ We zetten wettelijke instrumenten in ▪ We bevorderen collectieve initiatieven ▪ We nemen een publieke rol in infrastructuur
25