CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Warmteplan kader – Warmteprogramma Aardgasvrij Zwolle

Raad Besluitvormingsronde 6 mei 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Warmteplan Kader (Bouwsteen Warmteprogramma)6.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036

(groeidocument)

Als onderdeel van het Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036, ligt ter vaststelling, het tweede deel voor: • Aanpak: Bouwsteen Warmteplan kader

Zwolle, 12 maart 2025 Deel 2

1

Het Warmteprogramma in het kort, de samenvatting In 2050 willen we in heel Nederland van het aardgas zijn. Vanuit het Rijk krijgen alle gemeenten de opdracht om een Warmteprogramma op te stellen voor de komende tien jaar. Het Warmteprogramma beschrijft in welke gebieden we in de gemeente binnen nu en tien jaar aan de slag gaan met de warmtetransitie, dus hoe Zwolle van het aardgas af gaat. Dit is veelomvattend. Het Warmteprogramma is daarom ook een omvangrijk stuk. Het Warmteprogramma bestaat uit 3 niveaus; strategie, aanpak en uitvoering.

Figuur 1: Opbouw van het Zwolse Warmteprogramma

Bovenstaand figuur geeft alle onderdelen van het Zwolse Warmteprogramma Aardgasvrij 20262036 weer. Het eerste onderdeel van Het Warmteprogramma, de Zwolse Warmtestrategie is op 11 februari 2025 door het college vastgesteld. Hierin staan leidende principes en uitgangspunten die bepalend zijn voor hoe we in Zwolle de warmtetransitie vormgeven. De leidende principes vertalen zich door in de aanpak, in de bouwstenen. Daarin staan beleidsuitgangspunten. Voor een toelichting op waarom we een Warmteprogramma opstellen, welke ambities Zwolle heeft, de juridische context, de totstandkoming en wat de vereisten zijn van een Warmteprogramma verwijzen we naar het onderdeel Zwolse Warmtestrategie. Deze is 11 februari 2025 in het college vastgesteld en ligt 31 maart 2025 ter besluitvorming in de gemeenteraad.

2

Onderdeel 2: Aanpak – Bouwsteen Warmteplankader

3

Aanpak - Bouwsteen Warmteplankader 1. Inleiding Warmteplankader Van Warmteprogramma naar Warmteplan Het Warmteprogramma is de start van de gebiedsgerichte aanpak en geeft aan waar er de komende tien jaar gewerkt wordt aan de warmtetransitie en concreet waar we aan de slag gaan met het opstellen van Warmteplannen1 en de uitvoering daarvan. Dit Warmteplankader geeft aan hoe we in de gemeente Zwolle warmteplannen aan willen pakken. Onderstaande afbeelding geeft de beleidscyclus weer van het Warmteprogramma, naar Warmteplan, naar (wijziging) omgevingsplan en uiteindelijk naar de uitvoering en het einde van aardgaslevering. Deze stappen doorlopen we op weg naar een aardgasvrije toekomst. Dit Warmteplankader gaat over stap 2.

Afbeelding 1 Beleidscyclus van Warmteprogramma tot einde aardgaslevering

De wettelijke instrumenten die nodig zijn om deze stappen juridisch te kunnen vastleggen (stap 3) zijn onderdeel van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). In het bijbehorende besluit Bgiw staan inhoudelijke vereisten voor de verschillende onderdelen en de uitwerking daarvan. Gemeenten moeten hierin bijvoorbeeld de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van het Warmteplan waarborgen. De Wgiw is in 2024 aangenomen. De wet treedt gefaseerd in werking (wijzigingen in de warmtewet, de gaswet en de omgevingswet). De wijziging van de warmtewet is per 1 januari 2025 in werking getreden. De rest van de Wgiw treedt naar verwachting op 1 januari 2026 in werking. Publicatie van het besluit Bgiw wordt in de eerste helft van 2025 verwacht.

Een kader voor het opstellen van Warmteplannen Dit Warmteplankader geeft invulling voor hoe en wanneer we in Zwolle Warmteplannen opstellen. Het gaat zowel over de omvang, de inhoud als het proces. Het Warmteplankader is ontstaan vanuit een aantal onderdelen, die terugkomen in dit stuk. De regels die we krijgen vanuit het Rijk en de handreikingen van het NPLW (Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie), de nieuwe wetgeving en ons Zwolse kader met input en ervaring uit de stad. Samen vormen zij deze bouwsteen. In de tabel in bijlage 1 staat aangegeven welke onderdelen vanuit welke ‘bron’ komen. Deze bouwsteen is een niet-limitatieve lijst, omdat het de highlights weergeeft. Zo staan er in de handreiking Uitvoeringsplan van het NPLW veel meer inhoudelijke aandachtspunten.

1 De in ontwikkeling zijnde wetgeving en het NPLW (Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie) noemt een

Warmteplan een Uitvoeringsplan. In de gemeente Zwolle kiezen we voor de term Warmteplan om betere duiding aan de inhoud ervan te kunnen geven.

4

Afbeelding 2 Input en bouwstenen voor het Warmteplankader

Basis in de Zwolse Warmtestrategie We hanteren voor het opstellen van het Kader Warmteplan de vier leidende principes, zoals deze zijn vastgesteld in de Zwolse Warmtestrategie: • We leren al doende en maken zoveel mogelijk gebruik van wat er al is; • We reageren zo flexibel mogelijk op wat nodig is; • We vullen een regierol in, passend bij de situatie en sturend indien nodig; • We willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Vanuit deze leidende principes zijn een aantal beleidsuitgangspunten uitgewerkt voor deze bouwsteen. Zo is er de keuze gemaakt om het beleidsinstrument Warmteplannen in te zetten. Het opstellen van een Warmteplan is namelijk geen verplichting vanuit de Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (Wgiw). Met het opstellen van een Warmteplan zorgen we voor een samenwerkingsproces met de betrokken partijen in een gebied, zoals bewoners, ondernemers, woningcorporaties, netbeheerder en overige gebiedsontwikkelingen. Het zorgt ervoor dat we participatie zo breed en constructief mogelijk vormgeven en het proces voorspelbaarder is. Een ander uitgangspunt in de Zwolse Warmtestrategie is om alvast te werken conform de in ontwikkeling zijnde wetgeving. Vanuit het leidende principe om klaar te zijn voor toekomstige ontwikkelingen en voortgang te behouden in de warmtetransitie.

Zo moeten we in de Warmteplannen beschrijven hoe en wanneer we in een gebied overstappen op een duurzaam alternatief voor aardgas. Daarbij geven we aan wanneer de levering van aardgas eindigt. Daarvoor hanteren wij, conform de Wgiw, de redelijke termijn van 8 jaar, ná wijziging van het Omgevingsplan als uitvoeringsperiode. Daarnaast gebruiken we voor de onderbouwing van betaalbaarheid, de beschikbare handreikingen van het Rijk die er zijn. De juridische definitie voor het kunnen onderbouwen van betaalbaarheid volgt in 2025 in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) bij het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw).

Rolverdeling partijen Gemeenten hebben vanuit het Klimaatakkoord de regierol gekregen om de CO2-reductie doelstellingen in de gebouwde omgeving te behalen en aardgasvrij te worden. Dat betekent niet dat andere partijen geen initiatiefnemer kunnen zijn om een Warmteplan op te stellen. Bij het toewerken naar of opstellen van een Warmteplan denken de betrokken partners in het plangebied na over de verschillen rollen. Zo kan de rol van de gemeente bij de ontwikkeling van een collectieve bron, zoals een grootschalig warmtenet, meer presterend en rechtmatig zijn dan bij een gebied waar de overgang naar een warmtepomp wordt gestimuleerd. Vaak zal het gaan om een invulling van meerdere rollen door de partners.

5

Warmteplannen en de samenwerking met het Zwolse Warmtebedrijf Het Warmtebedrijf Zwolle speelt een rol in de uitvoering van Warmteplannen waarin het voorkeursalternatief voor aardgas een warmtenet is. De missie van het Warmtebedrijf is “de realisatie van een betaalbare duurzame warmtevoorziening voor inwoners en bedrijven. Dit doen we door de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van duurzame collectieve warmtesystemen.” Het Warmtebedrijf kan bij het opstellen van een Warmteplan aan tafel zitten als stakeholder wanneer duidelijk wordt dat een warmtenet een haalbaar en betaalbaar alternatief kan zijn voor aardgas. Dit kan zowel gelden voor Warmteplannen waarbij de gemeente initiatiefnemer is, maar ook als een andere partij het initiatief neemt. Dit kunnen bijvoorbeeld inwoners zijn die de haalbaarheid in hun buurt willen onderzoeken voor een warmtenet. In de uitvoering van het Warmteplan beoordeelt het Warmtebedrijf het projectvoorstel van de gemeente of bewonerscollectief op basis van het Warmteplan.

2. Zwols Warmteplankader Definitie Warmteplan In een Warmteplan legt de gemeente met de betrokkenen vast wat het beste duurzame warmte alternatief is (voor ruimteverwarming, koken en tapwater), welke kosten dat met zich meebrengt, wat de uitgangspunten voor het participatieproces zijn, de keuze voor een specifieke ondersteuningsaanpak en wanneer de levering van aardgas stopt. Hierbij hoort ook een planning voor de uitvoering en realisatie. Het Warmteplan wordt vastgesteld door het college en is daarmee juridisch bindend voor de gemeente. Het Warmteplan biedt de noodzakelijke onderbouwing om voor een gebied het Omgevingsplan aan te kunnen passen door inzicht te bieden in belangrijke aspecten zoals betaalbaarheid, doorlooptijden, participatie van bewoners en ondernemers, gebouweigenaren en andere gebruikers, afstemming met netbeheerders, eventueel het warmtebedrijf, en de haalbaarheid van het aardgasalternatief. Het Omgevingsplan is juridisch bindend voor iedere inwoner en ondernemer van Zwolle. De gemeente is vanuit het Rijk aangewezen om vanuit de gebiedsgerichte aanpak Warmteplannen op te stellen in de gebieden die staan opgenomen in de Warmtetransitiekaart. Dit kan zowel zonder als met een einddatum voor levering van aardgas. Om in een gebied het aardgas te kunnen afsluiten dient de gemeente de aanwijsbevoegdheid te gebruiken.

Deze bevoegdheid is onderdeel van de in ontwikkeling zijnde Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. In de Warmtetransitiekaart, als onderdeel van het Warmteprogramma, moet het gebied staan opgenomen om deze bevoegdheid in te kunnen zetten.

Omvang van een Warmteplan De termen wijkgerichte aanpak en gebiedsgerichte aanpak worden soms door elkaar gebruikt. Vaak wordt een wijk genoemd als schaalniveau, maar gemeenten kunnen zelf kiezen welk schaalniveau passend is. Naast (CBS-)wijken kunnen ook (CBS-)buurten, dorpskernen, bedrijfsterreinen of andersoortige gebieden logische afbakeningen zijn voor het gebied waar een aanpak wordt ontwikkeld. Daarom spreken we van gebiedsgerichte aanpak. Het NPLW gaat uit van een plan voor een buurt, wijk of vergelijkbare omvang. Een Warmteplan gaat over het aardgasvrij maken van de warmte opgave (verwarming, douchen, koken) in de gebouwde omgeving. Het gaat bijvoorbeeld niet over de proceswarmte van bedrijven. Expliciet gaat het over de bestaande bouw, voor zover die nog niet aardgasvrij is. En het gaat zowel over gebouwen met een woonfunctie als andere functies. Het gaat niet over nieuwbouw, dat moet al aardgasvrij gebouwd worden. Wel onderzoeken we in een Warmteplan of eventuele nieuwbouwplannen, gebiedsontwikkelingen of ontwikkelingen bij bedrijven in de omgeving iets kunnen betekenen voor de bestaande bouw en vice versa. De wens is om ook meer regie vanuit de gemeente te hebben over duurzame warmtesystemen bij nieuwbouw- en gebiedsontwikkelingen, om ook daar de bredere maatschappelijke betaalbaarheid en uitvoerbaarheid voor de buurt te waarborgen.

Dit komt terug in de Uitvoeringsagenda 2026-2031.

6

Een belangrijk uitgangspunt is dat juridisch vast te stellen Warmteplannen minimaal de grenzen van één of meerdere CBS-buurten (en minimaal 100 woningen) moeten omvatten. Dit zorgt ervoor dat het college plannen van een zekere omvang kan vaststellen en maakt het mogelijk om de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van een plan aan te tonen en te monitoren. De instrumenten en wetgeving vanuit het Rijk maken het nu niet mogelijk om de aanwijsbevoegdheid in te zetten en de betaalbaarheid te waarborgen voor een gebied anders dan een CBS buurt. Zolang dit het geval is werken wij daarom zo veel als mogelijk met CBS buurtindelingen. Zodra dit ook anders kan, bewegen wij hierin mee, omdat wij merken dat deze administratieve grenzen in de praktijk niet altijd goed passen. • Bij het vaststellen moet aangetoond worden dat de warmte-oplossing de laagste maatschappelijk kosten heeft (of onderbouwd afwijkt), de basis daarvan ligt in de PBL Startanalyse, die beschikbaar is op CBS buurtniveau. De Startanalyse geeft globale resultaten van de nationale kosten voor alternatieven voor aardgas per buurt. • Het hanteren van de CBS-buurtgrens maakt het mogelijk voor de gemeente om de maatschappelijke verantwoordelijkheid te kunnen vormgeven door niet alleen de meest haalbare en betaalbare optie voor een aantal straten te beschouwen, maar ook voor de gehele buurt.

Dit gaat niet alleen over betaalbaarheid, maar ook beschikbaarheid van alternatieve warmteoplossing en de ruimtelijke inpassing daarvan. Dit is tevens een wijze om bijvoorbeeld ‘cherrypicking’ te voorkomen. De inzet is namelijk een inclusieve warmtetransitie waarbij zowel rendabele delen van een buurt of wijk worden voorzien van een betaalbare warmteoplossing (bijvoorbeeld door middel van een kleinschalig warmtenet).

3. Verkenning naar een Warmteplan In de verkenningsfase hoeft nog niet voldaan te worden aan alle vereisten en verplichtingen vanuit het Rijk, de nieuwe wetgeving of dit Warmteplankader. Er wordt wel gewerkt op basis van kennis van die vereisten om goede afwegingen te kunnen maken. Zo doen we onderzoek naar het warmte alternatief, draagvlak en de isolatieopgave. Deze fase is niet altijd nodig, een partij kan ook direct starten met het opstellen van een Warmteplan dat voldoet aan alle vereisten. De gemeente zal dat doen in de gebieden die op de Warmtetransitiekaart staan aangegeven. Na de verkenningsfase kun je bepalen of het wel of niet een juridisch Warmteplan gaat worden (zie afbeelding 3 op pagina 9). Ieder Warmteplan is maatwerk. Ieder gebied heeft een andere warmte-oplossing, bewoners, ruimtelijke inrichting en partijen in de uitvoering. Tegelijkertijd werken we in de gemeente aan meerdere Warmteplannen tegelijk en vinden we het belangrijk de geleerde lessen daaruit mee te nemen naar de ‘nieuwe’ Warmteplannen. Dit doen we door zowel intern als extern daar de afstemming en kennisdeling van te organiseren. De gemeente heeft de regierol gekregen vanuit het Rijk om Warmteplannen op en vast te stellen, gezien de verplichtingen die eruit voortvloeien. Daarom is de gemeente vaak initiatiefnemer voor het opstellen van een Warmteplan.

Daarnaast kan een bewonersinitiatief of een bedrijvencollectief, een plan maken voor een gebied. We maken dan onderscheid tussen juridisch vast te stellen Warmteplannen en Warmteplannen die niet juridisch vastgesteld kunnen worden. Aan die laatste worden vaak andere namen gegeven dan een Warmteplan en gaat soms over meer dan alleen de warmtetransitie. Het verschil tussen een Warmteplan dat voldoet aan de juridische vereisten (wetgeving, NPLW en dit kader) en een plan dat daar niet aan voldoet, is de mogelijke inzet van de aanwijsbevoegdheid. Een niet juridisch vastgesteld plan kan alleen doorwerking vinden op vrijwillige basis. Het college is het enige bevoegd gezag om een Warmteplan juridisch vast te stellen en daarmee een einddatum aardgas in te voeren.

7

Omdat initiatieven vaak ontstaan met het uitwerken van een warmtesysteem dat kleiner is dan een CBSbuurt of andere grenzen volgt, is het logisch dat deze plannen niet direct voldoen aan de eisen van een juridisch Warmteplan, zoals de gemeente het opstelt. Deze plannen staan vaak in een buurtenergieplan of wijkverbeterplan, passend bij het gebied. Vaak is er ook een bredere scope dan de warmtetransitie van de gebouwen in het gebied. Dit maakt voor de verkenning naar een Warmteplan niet uit, pas bij het juridisch willen laten vaststellen ervan is het belangrijk dat het aan alle eisen voldoet. Het kan zijn dat er Warmteplannen worden opgesteld die nog niet kunnen voldoen aan alle vereisten uit dit kader, wetgeving en richtlijnen van het NPLW. Om diverse redenen, zoals onzekerheid over de daadwerkelijke potentie van een warmtebron, de aanwijsbevoegdheid nog niet wettelijk mogelijk is of er nog niet wordt voldaan aan de CBS buurtgrens. Dan is er een soort voorloper op een Warmteplan. Het geeft wel al richting en inwoners kunnen zich zo tijdig voorbereiden, maar omdat nog niet alle randvoorwaarden zijn ingevuld is er nog geen juridische status mogelijk. Om uiteindelijk alle gebouwen in de gemeente Zwolle aardgasvrij te maken verwachten we dat het nodig is om op termijn in alle buurten de aanwijsbevoegdheid in te zetten.

Dan worden ook de ‘vrijwillige’ plannen onderdeel van een juridisch Warmteplan. Alleen op die manier is het voor de gemeente mogelijk de levering van aardgas te beëindigen in alle buurten. De afbeelding hieronder laat zien op welke manier er gewerkt kan worden aan het aardgasvrij worden in buurten. Zoals onderstaande afbeelding 3 laat zien, zijn er meerdere manieren om in een gebied aan de slag te gaan met isoleren, over te stappen op een duurzame en betaalbare warmte-oplossing en aardgaslevering beëindigen. Denk aan onderstaande punten: • De initiatiefnemer kan een bewonerscollectief, bedrijvencollectief of de gemeente zijn. Of een samenwerking tussen deze initiatiefnemers zijn. • Er kan wel of niet voldaan worden aan de juridische vereisten voor een Warmteplan dat juridische doorwerking kan krijgen, zoals de minimale omvang van een CBS-buurt. Dit kan in de tijd veranderen. Het college van B&W stelt een juridisch Warmteplan vast en de raad legt een wijziging in het omgevingsplan vast. • Het plan kan op basis van vrijwilligheid worden uitgevoerd of via een wijziging in het omgevingsplan met een vastgelegd warmtealternatief en einddatum voor de levering van aardgas.

Een vrijwillig plangebied zal op termijn onderdeel worden van een juridisch Warmteplan om de levering van aardgas in het gebied te kunnen beëindigen De paragrafen hieronder werken de aandachtspunten uit voor de verschillende initiatiefnemers in de verkenningsfase.

8

9

Afbeelding 3 De weg naar een juridisch warmteplan

A. Verkenningsfase vanuit de gemeente In de Warmtetransitiekaart zijn straks voor de komende tien jaar gebieden opgenomen waarvoor de gemeente een warmteplan opstelt. Dit geeft transparantie en duidelijkheid voor inwoners en andere betrokkenen. Herijking is iedere vijf jaar verplicht. In gebieden die nog niet op de kaart staan kunnen we wel al beginnen met de verkenning, het gebiedsproces en het Warmteplan opstellen, maar het kan pas juridisch worden vastgesteld bij de herijking van de Warmtetransitiekaart. Ook een nieuwbouwproject of een inbreidingslocatie kan een aanleiding zijn om in een gebied aan de slag te gaan. Bij het onderzoeken van warmte-oplossingen in een gebied starten we vanuit de Zwolle brede bronnenstrategie. Hiermee is de basis gelegd voor de warmte alternatieven die beschikbaar zijn en de laagst maatschappelijke kosten vertegenwoordigen. De systematiek en de uitgangspunten ten aanzien van de rekenmodellen en bijbehorende kengetallen staan in de Bouwsteen duurzame bronnen. Hierin is onderzocht wat op basis van beschikbare warmtebronnen en type bebouwing, het meest haalbare, betaalbare alternatief voor aardgas is, per buurt. De gemeente kan vanuit een bronontwikkeling werken aan een warmtesysteem dat gedeeltelijk buiten de grenzen van een gebiedsaanpak op de Warmtetransitiekaart valt, omdat het mogelijk meerdere CBSbuurten bevat.

Voor het gebied dat er buiten valt wordt ook een Warmteplan opgesteld, mogelijk op een later moment. Passend bij de planning op de Warmtetransitiekaart. Binnen een CBS-buurt kunnen ook meerdere warmte-oplossingen mogelijk zijn.

B. Verkenningsfase vanuit een bewonersinitiatief of andere initiatiefnemers Vanuit de bouwsteen “Samenwerking met de stad” ondersteunen we initiatieven uit de stad. Als er energie in een gebied is kan een bewoners- of bedrijveninitiatief de handschoen oppakken om aan de slag te gaan met het verkennen van de mogelijkheden naar aardgasvrij. Zo kan worden onderzocht welke warmte alternatieven passend zijn en hoe de omgeving daarin mee wil en kan werken met een oriënterend onderzoek. Een resultaat hiervan kan een Koersdocument zijn voor een haalbaarheidsonderzoek. En daarna een ontwerp of aanpak. Na het oriënterend onderzoek kan een bewonersinitiatief ervoor kiezen om verder te gaan met de planvorming. Dit kan gezamenlijk met de gemeente als het gebied op de Warmtetransitiekaart is opgenomen of er andere redenen voor de gemeente zijn om aan te sluiten in het gebied, zoals vanuit het waarborgen van het algemene belang voor degenen die niet mee kunnen doen. Het is een moment om te bepalen of men wel of niet een juridische status aan een Warmteplan kan of wil hangen. In de Uitvoeringsagenda voor 2026-2031 komt te staan welke financiële middelen en ambtelijke capaciteit er beschikbaar is voor het ondersteunen van bewonersinitiatieven. Dit loopt grotendeels via een subsidieregeling (Subsidieregeling warmtetransitie Zwolle 2025) voor de warmtetransitie.

Per activiteit/fase (verkenning, haalbaarheid, ontwerp) en gebied kunnen, dan financiële middelen worden aangevraagd. Indien een groep bewoners of bedrijven/instellingen gezamenlijk een klein collectief wil ontwikkelen (bijvoorbeeld WKO of buurtwarmtepomp) dan ligt de regie bij de initiatiefnemer en kijkt de gemeente hoe er gefaciliteerd kan worden, bijvoorbeeld in het beschikbaar stellen van gemeentelijke grond voor de bouw van een installatie, maar eventueel ook de samenwerking met het gemeentelijk Warmtebedrijf Zwolle.

C. Gezamenlijke verkenningsfase - Gemeente en initiatief

10

Indien de gemeente aan de slag gaat met een Warmteplan in een gebied dat is opgenomen op de Warmtetransitiekaart en daar is ook een bewonersinitiatief is dat werkt aan een plan, dan onderzoeken we hoe we daarin gezamenlijk kunnen optrekken. Een initiatief dat een warmteplan juridisch wil laten vaststellen in verband met het inzetten van de aanwijsbevoegdheid, maar niet voldoet aan een van de vereisten (bijvoorbeeld minimaal CBS buurtniveau), gaat onderdeel uitmaken van een Warmteplan dat de gemeente dan opstelt met de juiste vereisten. In het proces worden dan afspraken gemaakt over de rolverdeling. Een ander voorbeeld is wanneer een bewonersinitiatief een Warmteplan wil opstellen in een gebied waar de gemeente werkt aan een Warmteplan. Ook dan kijken we hoe we samen kunnen optrekken. Indien er meerdere initiatieven en Warmteplannen in een gebied zijn, is de gemeente Zwolle ervoor verantwoordelijk om deze bij elkaar te brengen en te laten samenwerken. Daarbij draagt de gemeente Zwolle er zorg voor dat de warmte-oplossing met de laagste maatschappelijke kosten, en daarmee in de meeste gevallen de beste optie voor alle inwoners en gebruikers in het gebied, beschikbaar is en blijft. Alternatieven die dat in de weg staan worden dan niet ondersteund.

D. Verkenningsfase voor bedrijventerreinen In een Warmteplan legt de gemeente met de betrokkenen in een gebied vast wat het beste duurzame warmte alternatief is. Het vinden van een alternatief op de vier Zwolse bedrijventerreinen (Voorst, Marslanden, Vrolijkheid/Oosterenk, Hessenpoort) gaat echter over meer dan het vervangen van aardgas voor het verwarmen van gebouwen en koken. Op de Zwolse bedrijventerreinen zijn industriële bedrijven gevestigd die warmte gebruiken voor hun bedrijfsprocessen. Daarvoor wordt nu aardgas gebruikt. Een deel van deze processen vraagt om hoge temperatuur warmte. Hoger dan de gebouwde omgeving nodig heeft. Voor deze hoge tempratuur warmte kunnen waterstofgas en groen gas worden ingezet, echter zijn deze alternatieve warmtebronnen nog niet aanwezig. Deze bronnen kunnen hier in de toekomst mogelijk een oplossing voor zijn. Voor de bedrijven die zouden willen elektrificeren is het op dit moment vaak niet mogelijk om van het aardgas over te stappen naar een elektrisch warmte alternatief vanwege netcongestie. Bedrijven met een grootverbruikaansluiting2 kunnen de daarvoor benodigde zwaardere elektriciteitsaansluiting op dit moment niet krijgen. Bovenstaande aandachtspunten maakt dat het ingewikkeld is om nu te starten met het opstellen van Warmteplannen voor de vier bedrijventerreinen.

Daarnaast wordt er op de vier bedrijventerreinen gewerkt aan het toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen. Hiervoor is in 2023 het Masterplan toekomstbestendige bedrijventerreinen Zwolle vastgesteld3. In verschillende werkgroepen en samen met bedrijvencoöperaties wordt gewerkt aan het verduurzamen van de bedrijventerreinen en het (deels) oplossen van de netcongestie. Hiermee willen we bereiken dat bedrijven minder energie gaan gebruiken. Oplossingen krijgen we door de inzet van Smart energy hub en alternatieven ontwikkelen voor proceswarmte. Daarbij wordt ook samengewerkt met regionale en landelijke partners, zoals met Enexis omtrent congestiemanagement. Als er voor de bedrijven voldoende alternatieven zijn om volledig over te stappen naar andere (proces)warmte alternatieve stellen we ook voor de vier Zwolse bedrijventerreinen Warmteplannen op. Dan is het ook mogelijk om aan te geven wanneer de levering van aardgas daar eindigt. In de bouwsteen Duurzame bronnen staat wat de voorkeursoplossingen voor de bedrijventerreinen zijn. 2 Bij een grootverbruikaansluiting is de elektriciteitsaansluiting groter dan 3 x 80 ampère. Een gasaansluiting met een totale

maximale capaciteit van groter dan 40 m3(n) per uur valt ook onder grootverbruik. 3 Document Zwolle - Beslisnota Masterplan Toekomstbestendige Bedrijventerreinen Zwolle - iBabs Publieksportaal

11

Bedrijven en instellingen in de geplande gebiedsaanpakken, zoals bij de wijkaanpakken Berkum, Holtenbroek en Aa-landen, maken onderdeel uit van de wijkaanpak en worden ook betrokken bij het opstellen van het Warmteplan. Deze bedrijven en instellingen hebben dan ook een alternatief.

4. Warmteplan opstellen en vaststellen Als we (toe) werken aan een Warmteplan om juridisch vast te stellen, dienen het Warmteplan en het proces te voldoen aan alle vereisten: de (nieuwe) wetgeving, richtlijnen van het NPLW en dit Zwolse Warmteplan kader. Op die manier kan het door het college worden vastgesteld en juridisch bindend worden. Eerst voor de gemeente en met de wijziging in het Omgevingsplan ook voor alle inwoners in een gebied.

Afbeelding 4 Vereisten en verplichtingen voor het opstellen van het Kader Warmteplannen

Vereisten en verplichtingen Een Warmteplan is een vormvrij vrijwillig programma onder de Omgevingswet, maar moet wel voldoen aan de daarvoor gestelde eisen. Een eis is dat het Warmteplan participatief tot stand komt. In Zwolle werken we conform de Zwolse participatieaanpak Hanza! (april 2023). In het plan van aanpak van een Warmteplangeven we hier uitvoering aan. Communicatie en participatie ziet er bij elk Warmteplan anders uit, passende bij het gebied. Elk Warmteplan heeft in de bijlage een participatielogboek met daarin een overzicht van alle communicatie en participatie dat heeft plaatsgevonden. Afgesproken is dat gemeenten zoveel als mogelijk programmeren op basis van de laagste nationale (maatschappelijke) kosten, daarmee ook rekening houdend met de kosten voor de eindgebruiker, zodat met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat kan worden geboekt en de warmtetransitie voor de samenleving als geheel betaalbaar blijft. Daarom zijn de laagst maatschappelijke kosten het uitgangspunt voor een Warmteplan. In de bronnenstrategie zijn deze onderzocht. Het gekozen alternatief voor een gebied is hetgeen met de laagste nationale kosten, tenzij expliciet gemotiveerd wat een beter alternatief is. Het warmte alternatief hoeft niet voor het gehele Warmteplangebied gelijk te zijn, maar is toegespitst op de verschillende type woningen op buurt/straat of gebouwtypologie.

Naast de laagste nationale kosten onderzoeken we ook de betaalbaarheid voor de individuele bewoners en gebouwtypen (woonlasten/energielasten). De laagste nationale kosten bepalen we

12

op basis van de PBL Startanalyse. Deze is op CBS buurtniveau. Het waarborgen van de betaalbaarheid wordt uitgewerkt in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en is nog niet bekend. Voor de scope en inhoud van het Warmteplan werken we volgens de handreikingen van het NPLW. Op hun website staan de laatste inzichten (Handreiking NPLW). Een voorbeeld is dat in de Handreiking Warmteprogramma staat zoveel mogelijk aan te sluiten bij de buurt- en wijkindeling van het CBS, zodat je gebruik kan maken van beschikbare kentallen. Naast de inhoudelijke onderdelen, zoals de techniek, de kosten, handelingsperspectief per doelgroep en isolatiestappen, is het belangrijk om de uitvoerbaarheid van het Warmteplan goed te onderbouwen. Alleen een Warmteplan waarvan de uitvoerbaarheid is aangetoond kan juridisch worden vastgesteld. In het Warmteplan omschrijven we waar een duurzaam gelijkwaardig alternatief van het gekozen alternatief voor het gebied aan moet voldoen. Iedere eigenaar kan zelf kiezen voor een andere techniek, zolang het voldoet aan dezelfde duurzaamheidseisen. Een duurzaam gas is in de meeste gebieden geen mogelijkheid voor een gelijkwaardig alternatief, omdat het gasnet in het gebied wordt afgesloten. Wanneer de nieuwe warmte-oplossing een warmtenet wordt moet de input van het Warmteplan ook in het kavelplan.

Een uitgewerkt kavelplan bevat essentiële informatie voor het Warmteplan, zoals een voorstel voor de planning van de aanleg en een indicatie van de warmtetarieven. Het Warmteplan bevat daarnaast weer essentiële informatie voor het kavelplan, zoals de ondersteuningsaanpak voor verschillende doelgroepen in het gebied. Het is daarom logisch om een kavelplan en Warmteplan op hetzelfde schaalniveau te ontwikkelen. Een vast onderdeel in een Warmteplan is de isolatie-opgave en de aanpak om gebouweigenaren te helpen met isoleren. Dit is per gebied verschillend en de mate van steun die nodig is verschilt daarmee ook. Een gebiedsvergunning met Soortenmanagementplan is randvoorwaardelijk om de isolatie-opgave aan te pakken, met behoud van kwetsbare soorten. Zwolle heeft dit in de eerste helft van 2025 gereed.

Zwolse keuzes Gemeente Zwolle kiest ervoor om een Warmteplan op minimaal CBS buurtniveau te maken. En voor de herkenbaarheid van de inwoners en ondernemers op maximaal wijkniveau. De meeste data is beschikbaar op CBS buurtniveau, wat het mogelijk maakt om de maatschappelijke waarborgen goed in te vullen, zoals de betaalbaarheid van de warmte oplossing voor alle inwoners van een buurt en de vergewisplicht (inclusief monitoring), om uiteindelijk de levering van aardgas te kunnen beëindigen. Bij de start van het Warmteplan maakt de gemeente of het bewoners- of bedrijveninitiatief samen met de andere stakeholders een plan van aanpak voor het proces met daarin een overzicht van de betrokken partners, rollen en verantwoordelijkheden. Het kan zijn dat dit al onderdeel is geweest van de verkenningsfase en kan worden meegenomen in het daadwerkelijk opstellen van het Warmteplan. In het plan van aanpak staan duidelijke fases en mijlpalen beschreven. Een gebiedsanalyse maakt hier onderdeel van uit om zo alle stakeholders in beeld te krijgen. Evenals een communicatie- en participatiestrategie voor het proces om het Warmteplan op te stellen, zoals het vormen van werkgroepen en bewonersavonden. Deze strategie en aanpak sluit aan bij de overkoepelende communicatie- en participatiestrategie voor het Warmteprogramma.

Belangrijke aspecten zijn het aansluiten op verschillende leefstijlen in het gebied, iedereen de mogelijkheid geven om mee te doen en persoonlijke contactmomenten. In het plan van aanpak wordt ook gekeken naar de omgevingsvisie en lopende gebiedsontwikkelingen.

13

In Zwolle besteden we veel aandacht aan de bijbehorende uitvoeringsagenda. Dit is een van de belangrijkste bijlagen van het Warmteplan en de basis om de jaren erna uitvoering eraan te geven. De uitvoeringsagenda beschrijft hoe een gebied in een aantal jaren van het aardgas afgaat, welke verschillende activiteiten daar onderdeel van zijn en hoe de uitvoeringsorganisatie eruit ziet. Het bevat een overzicht met benodigde capaciteit en middelen. Dit is een deel van de noodzakelijke onderbouwing voor het aantonen van de juridische haalbaarheid van het Warmteplan. In een Warmteplan staat het duurzame warmte alternatief opgenomen. Ook in het geval er in de uitvoering sprake is van een tijdelijke situatie met ondersteuning van een niet duurzame warmtebron, zoals een grote gasketel voor de piekbelasting of een situatie met hybride warmtepompen, is er duidelijk omschreven hoe de eindsituatie er duurzaam uitziet. Een hybride warmtepomp is in de meeste gevallen geen eindoplossing en dus geen warmte alternatief voor in het Warmteplan, tenzij het gaat om een gebied dat in de Warmtetransitiekaart is aangegeven als een gebied dat (deels) overgaat op duurzaam gas, zoals de binnenstad. Dan gaat het om het gebruik van een duurzaam gas in combinatie met een hybride warmtepomp en is dan aardgasvrij. Een hybride warmtepomp kan in de stappen naar aardgasvrij wel als tussenstap worden gebruikt.

Binnen de grenzen van een Warmteplan gaat de aardgaskraan op dezelfde datum dicht, ook als er diverse alternatieve technieken mogelijk zijn, zoals aansluiting warmtenet of warmtepomp. Dit geeft duidelijkheid, is eerlijk naar diverse groepen inwoners toe en is, in geval van collectieve warmte oplossingen, gunstig voor het volloopscenario van het warmtenet. De tijd die nodig is om een gedegen en gedragen Warmteplan op te stellen verschilt per wijk en heeft vooral te maken met de gekozen communicatie- en participatieaanpak en het warmte alternatief. We gaan bij de start uit van een gemiddelde doorlooptijd van ongeveer 1,5 jaar om te komen tot een Warmteplan. Dan is het plan gereed voor besluitvorming door het college. Na de procedure van het wijzigen van het omgevingsplan volgt de uitvoering aan de hand van de uitvoeringsagenda. We volgen in de basis de zes fasen die het NPLW benoemd als de processtappen voor een Warmteplan (Stappen NPLW). Indien er in een gebied behoefte is aan andere of meer of minder stappen dan passen we dit aan. Het Warmteplan wordt in gezamenlijkheid met alle betrokkenen in een gebied opgesteld door in een projectgroep samen te werken. Denk aan de inwoners van het gebied, de woningcorporaties, de netbeheerder, de bewonersinitiatieven, de welzijnsorganisatie en de huurdersverenigingen.

Intern bij de gemeente zijn minimaal betrokken de wijkmanager, afdeling wonen, bodem, beheer openbare ruimte, klimaat en bestaanszekerheid. De gemeente heeft, tenzij anders afgesproken, de regie op het opstellen van het Warmteplan. Er is immers geen beslissingsbevoegdheid over het Warmteplan anders dan door het gemeentebestuur. We hebben in het Warmteplan aandacht voor de sociale en de fysieke meekoppelkansen. Het liefst combineren we zoveel mogelijk opgaven met elkaar, maar we maken per Warmteplan een prioritering om het werkbaar te maken. Dit doen we door met interne en externe partners samen te kijken naar de opgaven in het gebied, beschikbare budgetten en capaciteit en samen te bepalen wat er meegenomen wordt in de uitvoering van de warmtetransitie in het gebied. Het kan ook andersom gaan, dat de uitvoering van de warmtetransitie meeloopt in een ander project/proces in het gebied. Een belangrijk uitgangspunt is dat we duurzaamheid in de breedte willen benaderen bij het uitwerken van de meekoppelkansen. Hiervoor gebruiken we methodes als het Ambitieweb van Duurzaam GWW met andere thema’s erbij (zie bijlage 2) en stemmen we af met de afdeling beheer over integraal programmeren.

14

Aanvullend op de handreiking van het NPLW zijn voor Zwolle de volgende onderwerpen belangrijk in het Warmteplan nader toe te lichten: • Relatie van het Warmteplan en de warmte oplossing ten opzichte van netverzwaring • De gevolgen voor de aanwezige gebouwen (inpandig) vanuit de gekozen warmte oplossing • De ruimtevraag en -impact van de warmte oplossing, zowel in gebouwen als in de openbare ruimte • De relatie tussen gebiedsontwikkelingen/nieuwbouw in of aangrenzend aan het Warmteplangebied en de bestaande bouw in het Warmteplan • De kosteneffectiviteit van de maatregelen en de betaalbaarheid voor inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren • Een uitvoeringsplanning en omschrijving van de uitvoeringsorganisatie • Afspraken over of en wanneer het aardgasnet door de netbeheerder verwijderd wordt en welke rol de gemeente of het Warmtebedrijf hierin heeft • Aandacht voor ruimtegebruik in de ondergrond met een bodemenergieplan Bij het opstellen van Warmteplannen worden eindgebruikerskosten van inwoners, bedrijven en instellingen berekend. Die bestaan enerzijds uit de investering- en aanschafkosten anderzijds uit de daaropvolgende maandelijkse lasten. De maandelijkse lasten bestaan op hun beurt weer uit een vast en een variabel deel. Op basis hiervan staat in een Warmteplan het handelingsperspectief per doelgroep uitgewerkt.

Dit kan immers verschillen voor woningtypes, eigendom situatie en de persoonlijke (financiële) situatie. Onderdeel van het handelingsperspectief is een overzicht van beschikbare subsidies en leningen, een laagdrempelig informatieloket en een maatwerkadvies over de te volgen stappen per type woning. We geven ook duidelijk de baten aan van investeringen, zoals meerwaarde (stijging woningprijs), comfort en een lagere energierekening. In het Warmteplan zit een ondersteuningsaanpak waar het handelingsperspectief en de beschikbare subsidies en leningen voor inwoners en ondernemers in staan, maar waar ook plekken om advies en hulp te krijgen, onderdeel van is. Dit ondersteuningsplan maken wij zo veel mogelijk doelgroepgewijs en in samenspraak met de uitvoeringspartners in het gebied.

Juridische context In een Warmteplan beschrijven we hoe en wanneer een gebied overstapt op een duurzaam alternatief. Daarbij geven we aan wanneer de levering van aardgas eindigt. Daarvoor hanteren wij conform de Wgiw de redelijke termijn van 8 jaar na wijziging van het Omgevingsplan als uitvoeringsperiode. Het aanhouden van een periode van acht jaar zorgt ervoor dat we in Zwolle gefaseerd onze CO2-doelstellingen kunnen behalen. Het college van B&W stelt de einddatum vast als onderdeel van het Warmteplan. Pas met de wijziging van het Omgevingsplan, dat wordt vastgesteld door de gemeenteraad, wordt deze bindend voor iedereen in het betreffende gebied en gaat deze uitvoeringsperiode van start. Daarvan kan worden afgeweken met gegronde reden, zoals het tegenvallen van de bronpotentie of onvoldoende ondersteuning hebben geboden in de uitvoeringsperiode. In de praktijk is de uitvoeringsperiode van 8 jaar voor betrokken stakeholders vaak langer, omdat de planvorming al eerder start. De betreffende gebieden moeten staan aangegeven in de Warmtetransitiekaart. De totale tijd tussen het aanwijzen van een gebied in het Warmteprogramma en de daadwerkelijke stop van aardgaslevering is daarom gemiddeld 10 tot 15 jaar.

In het Warmteplan staat omschreven hoe er invulling wordt gegeven aan de ‘vergewisplicht’: de plicht om ons als gemeente ervan te verzekeren dat het gekozen alternatief voor aardgas daadwerkelijk beschikbaar is binnen de uitvoeringsperiode en gebouwen hierop (of een gelijkwaardig alternatief) zijn aangesloten. Het daadwerkelijk dichtdraaien van de aardgaskraan doen we pas nadat we ons er zeker van hebben gesteld dat een ieder heeft kunnen meedoen aan de overstap en de meeste gebouwen een aardgasvrije optie hebben gekozen. Dit onderdeel vraagt een verdere uitwerking van de Wgiw en Bgiw.

15

Het Warmteplan is bindend voor de gemeente (als programma onder de Omgevingswet). Het Warmteplan vormt de onderbouwing van de wijziging op het omgevingsplan, die bindend is voor alle inwoners. In het Omgevingsplan komen minimaal de gekozen techniek, de eisen voor een gelijkwaardig alternatief en de datum van einde aardgaslevering te staan. Het laten vaststellen van de wijziging op het omgevingsplan kan pas na inwerkingtreding van de Wgiw. De datum staat nu op 1 januari 2026. We laten het besluit op de wijziging van het omgevingsplan gecoördineerd lopen met de besluitvorming van het Warmteplan zelf, als dat mogelijk is. Dit is afhankelijk van de uitrol van het Zwolse Omgevingsplan. In de overgangsfase werken we met een thematische herziening op het omgevingsplan van rechtswege. Het Warmteplan is een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. De gemeente Zwolle kiest ervoor om het Warmteplan gemeentebreed te gebruiken om zo een participatief proces en handelingsperspectief te kunnen organiseren. Daarmee moet het voldoen aan de eisen die gesteld zijn aan een vrijwillig programma. Zo kan er een planMER (milieueffectrapportage) vereist zijn en er moet verantwoording over participatie plaatsvinden. Het Warmteplan moet na vaststelling beschikbaar gesteld worden via het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

Een voordeel van het opstellen van het Warmteplan als programma onder de Omgevingswet is dat het Warmteplan niet tot nadeelcompensatie kan leiden. Het college stelt het Warmteplan vast. Het Warmteplan is alleen bindend voor de gemeente en is minimaal op CBS buurtniveau en voor 100 gebouwen. De gemeenteraad vervult haar kaderstellende rol door inbreng te leveren op het Warmteprogramma, waar dit Warmteplan kader onderdeel van is. Vervolgens valt de uitvoering onder de bevoegdheid van het college. De wijziging van het omgevingsplan moet door de gemeenteraad worden vastgesteld. Het omgevingsplan is bindend voor iedere inwoner van de gemeente. Een Warmteplan kan planMER-plichtig zijn in het geval het kaderstellend is voor mer(beoordelings)plichtige projecten. De mer-(beoordelings)plichtige projecten zijn opgenomen in Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet. Van kaderstelling is sprake als er in een plan richting wordt gegeven of als een keuze wordt gemaakt over dergelijke projecten.

Een vastgesteld Warmteplan of wijziging van een omgevingsplan kan in bijvoorbeeld de volgende situaties kaderstellend zijn: • voor de aanleg van een buisleiding voor het transport van warm water of stoom • voor een geothermische boring • of voor het kunstmatig onttrekken of aanvullen van grondwater Tijdens het opstellen van het Warmteplan wordt er een planMER uitgevoerd om de impact op alle relevante milieuthema’s in kaart te brengen. Bij het opstellen van een Warmteplan wordt gekeken naar de meest actuele informatie over de juridische aspecten in handreikingen van het NPLW en wetgeving.

5. Uitvoering van een Warmteplan Om een einddatum voor de levering van aardgas op te kunnen nemen in het Omgevingsplan moet niet alleen de Wgiw in werking zijn getreden, maar ook de uitvoerbaarheid zijn aangetoond. Dat betekent dat het overstappen betaalbaar moet zijn en er voor iedere doelgroep handelingsperspectief is. Wij zijn daarbij voor een groot deel afhankelijk van ontwikkelingen en regelingen van de Rijksoverheid. De definitie van betaalbaarheid is nog in wording en wachten wij af. Gedurende de uitvoeringsperiode moet de gemeente inwoners en ondernemers ondersteunen in de transitie en monitoren hoe dat verloopt. De termijn van 8 jaar kan verlengd worden als daar reden toe is. Het is de wens om de uitvoering van de Warmteplannen (8 jaar naar aardgasvrij toe werken) niet binnen het programma Energietransitie op te pakken, dat een aanjaag- en ontwikkelkarakter heeft, maar te

16

organiseren binnen bestaande afdelingen of programma’s van de gemeente Zwolle. Denk hierbij aan lopende gebiedsprogramma’s in Holtenbroek, Stadshart en de Spoorzone. In de planvormingsfase zoeken we daarom al aansluiting bij de lopende gebiedsprogramma’s en andere opgaves. In de uitvoeringsagenda van het Warmteplan komt te staan welke partijen onderdeel uitmaken van de uitvoeringsorganisatie en welke rol zij op zich nemen. Het gaat bij collectieve warmte oplossingen dan vooral over het organisatie- en exploitatiemodel. Wanneer het Warmteplan richting besluitvorming gaat, of eerder, stellen de partijen in de uitvoeringsorganisatie samen een samenwerkingsovereenkomst op (of soortgelijk).

17

Bijlagen

18

Bijlage 1 – Overzicht uitgangspunten per bron

Regels vanuit Rijk en NPLW en nieuwe wetgeving (niet-limitatief, dit zijn de highlights) Gemeenten hebben de regie in de warmtetransitie Gemeenten kunnen gebieden op de Warmtetransitiekaart aanwijzen met einddatum aardgasvrij (aanwijsbevoegdheid) voor de komende 10 jaar Handreikingen van het NPLW voor het Warmteprogramma en Uitvoeringsplan. Denk aan de processtappen voor het Warmteplan De PBL Startanalyse is het uitgangspunt voor het alternatief met de laagst maatschappelijke kosten op CBS buurtniveau. Daar kan alleen onderbouwd van afgeweken worden. Een redelijke uitvoeringstermijn voor aardgasvrij worden is acht jaar na het vaststellen van de wijziging van het Omgevingsplan Een gemeente moet zich ervan ‘vergewissen’ dat aan het einde van de uitvoeringstermijn een ieder de mogelijkheid heeft gehad om over te stappen op een duurzaam warmte alternatief (vergewisplicht) Een Warmteplan omschrijft ook het gelijkwaardige duurzame alternatief voor het voorkeursalternatief Het College van B&W stelt een Warmteplan vast als bevoegd orgaan Zwolse uitgangspunten Warmteplan kader We gebruiken het instrument Warmteplan voor alle buurten in de Warmtetransitiekaart We stellen een juridisch Warmteplan vast op minimaal CBS buurtniveau Een Warmteplan kan meerdere routes doorlopen (juridisch en niet-juridisch) Bewonersinitiatieven kunnen (warmte)plannen opstellen die niet direct juridisch

vastgesteld worden We werken vanuit de Bouwsteen duurzame bronnen als startpunt voor de voorkeursoplossing Zwolle gaat gebieden aanwijzen op de Warmtetransitiekaart met een einddatum aardgasvrij (inzet aanwijsbevoegdheid) We hanteren de Zwolse Participatieaanpak HANZA! met een participatielogboek per Warmteplan Een hybride oplossing is geen eindoplossing en neemt de gemeente daarom niet op in de Warmtetransitiekaart, tenzij in combinatie met duurzaam gas Binnen de grenzen van een Warmteplan is de einddatum voor de levering van aardgas voor iedere gebouweigenaar gelijk De gemeente heeft een subsidieregeling voor het ondersteunen van bewonersinitiatieven Per doelgroep werken we in een Warmteplan het handelingsperspectief uit Het Warmteplan bevat een ondersteuningsaanpak

19

Bijlage 2 - Ambitieweb Duurzaam GWW voor meekoppelkansen

Het Ambitieweb

Energie opwek maximaal

…

Wateroverlast

bovengemiddeld

Hitte

…

minimaal

Biodiversiteit

eld

l

bo

aa

mi

nim

nim

mi

aa

l

Ondergrond

bo

l ma

xim

ma xim aa

aa

eld

n ve

ge

em idd

mi

dd

ve ng

Sociale cohesie

l

Veiligheid

Ruimtelijke kwaliteit

Verkeer Gezondheid

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=82be2f4c-e114-483d-ac02-0fb39945aafd