Kader participatie Stadsbroek en IJsselvizier
Tekst van het document
communicatie
Kader voor de participatie Verkenning Stadsbroek en IJsselvizier Inleiding Welke toekomstige invulling krijgen de gebieden Stadsbroek en IJsselvizier? De Verkenning Stadsbroek en IJsselvizier moet helpen antwoord te geven op deze vraag. Het in dit document beschreven doel, doelgroepen, uitgangspunten, denkrichtingen en randvoorwaarden beschrijven het kader voor de uitvoering van de participatie. In de Omgevingsvisie ‘Ons Zwolle van Morgen’ staat over de Verkenning Stadsbroek en IJsselvizier het volgende: “Bekend zijn ook de locaties IJsselvizier en Stadsbroek. De gebieden IJsselvizier en Stadsbroek, in zekere zin onderdeel van Stadshagen, hebben inmiddels een uitgebreide historie, maar nog weinig perspectief. Daarom start een brede verkenning om te onderzoeken welke kwalitatieve bijdrage deze gebieden kunnen leveren in de ontwikkeling van Zwolle. We onderzoeken de potentie van het gebied voor onder meer natuur, landschapsontwikkeling, waterhuishouding, mobiliteit, cultuurhistorie en woningbouw. De omgeving wordt betrokken bij dit onderzoek en we verkennen het draagvlak voor verschillende mogelijkheden voor toekomstig gebruik en bijpassende inrichting.” Er is generiek participatiebeleid in voorbereiding. Dit participatiekader is alleen van toepassing op de Verkenning Stadsbroek en IJsselvizier.
Het kader is niet van toepassing op participatie in eventuele opvolgende fasen van uitwerkingen en planvorming.
Doelgroepen De omgeving wordt betrokken bij dit onderzoek naar de kwalitatieve bijdrage die Stadsbroek en IJsselvizier kunnen leveren voor de ontwikkeling van Zwolle. Hiervoor gaat de gemeente voor de verkenning breed in gesprek. We hanteren de volgende doelgroepen en sluiten daarnaast niemand uit. Iedereen is welkom zijn/haar ideeën, wensen, initiatieven e.d. kenbaar te maken. • • • • •
Eigenaren Gebruikers Inwoners Initiatiefnemers Overige belangengroepen/belanghebbenden
Doel van de participatie Het doel van de participatie is: 1. Het in beeld brengen welke kwalitatieve bijdrage Stadsbroek en IJsselvizier kunnen leveren in de ontwikkeling van Zwolle (volgens inwoners van Zwolle en omgeving, eigenaren, gebruikers, overige belanghebbenden/belangengroepen en initiatiefnemers). 2. Het verkennen van het draagvlak onder de doelgroepen voor verschillende mogelijkheden voor toekomstig gebruik en bijpassende inrichting. 1
communicatie
De resultaten van de participatie leveren een bijdrage aan het te maken raadsvoorstel met richtinggevende uitspraken over de toekomst van Stadsbroek en IJsselvizier.
Uitgangspunten •
Voor de participatie wordt uitgegegaan van participatieniveau 2: meedenken/ adviseren (voor een toelichting zie bijlage 1).
•
De participatiefase wordt vastgelegd in een participatieverslag.
•
De gemeente zorgt voor tijdige, duidelijke en adequate informatie zodat deelnemers een goede bijdrage kunnen leveren.
•
Het doel en het beoogde resultaat zijn helder voor alle participanten. Het is duidelijk wat er met inbreng van de participanten wordt/ is gedaan.
•
De participanten weten dat er in de participatiefase voor alle ideeën en wensen ruimte is, maar dat niet alles zal blijken te kunnen. En dat er een afweging zal worden gemaakt tussen verschillende belangen.
•
De participatie vindt plaats in gespreksronden in de vorm van nader uit te werken interviews, (online)enquetes en informatie- en inloopbijeenkomsten. Voor de doelgroepen zijn Stadsbroek en IJsselvizier twee verschillende gebieden die niet perse met elkaar te maken hebben (de gemeente Zwolle schaart de twee gebieden beleidsmatig onder één noemer). We houden hier rekening mee in de communicatie en beleggen aparte participatiesessies voor Stadsbroek en voor IJsselvizier.
•
Vanwege gemeentegrensoverschrijdende aspecten zullen wij de colleges van onze buurgemeenten Kampen en Zwartewaterland tijdig over de participatie informeren. Ten aanzien van IJsselvizier zullen wij vanwege de nabijheid de inwoners van ’s Heerenbroek/ Veecaten op een nader uit te werken wijze bij de participatie betrekken.
•
Initiatiefnemers van reeds bekende ideeën over het toekomstig gebruik en inrichting van de gebieden ('Vooraf bekende ideeën ontwikkelaars, ondernemers en bewoners’, zie bijlage 2.) wordt de gelegenheid geboden hun ideeën tijdens de participatie kenbaar te maken, waarbij eventuele reacties daarop kunnen worden meegenomen in het participatieverslag.
•
Voor het in beeld brengen van verschillende mogelijkheden voor het toekomstige gebruik en bijpassende inrichting worden verschillende doelgroepen geconsulteerd, zodat aandacht is voor een breed scala aan belangen (woningzoekenden, recreanten, natuurliefhebbers e.d.). Dit gebeurt in Zwolle en de directe omgeving, vanwege gemeentegrensoverschrijdende belangen.
•
Iedereen wordt in de gelegenheid gesteld ideeën in te brengen en alle ideeën worden gelijkwaardig behandeld. Dit wordt duidelijk aangegeven in de communicatie:
2
o
Partijen en personen worden uitgenodigd en in de gelegenheid gesteld nog niet bekende ideeën in de participatie naar voren te brengen;
o
Geen enkele partij/ persoon met ideeën krijgt een voorrangspositie.
communicatie
•
Tijdens de participatiefase kunnen deelnemers hun belangstelling kenbaar maken voor deelname aan een nader in te stellen klankbordgroep. Indien hiervoor voldoende belangstelling is, kan het college deze klankbordgroep o.a. consulteren over het conceptbesluit over de richtinggevende uitspraken en/ of in een latere fase bij de verdere planvorming voor Stadsbroek en IJsselvizier.
Denkrichtingen We verkennen het draagvlak voor verschillende mogelijkheden voor toekomstig gebruik en bijpassende inrichting. Het draagvlak wordt verkend aan de hand van vier denkrichtingen. De denkrichtingen zijn géén uitgewerkte plannen. Met de denkrichtingen zijn nog geen keuzes gemaakt. De denkrichtingen zijn bedoeld om de participatiefase met ideeën te ondersteunen. De denkrichtingen bevatten géén beleidsopvattingen van het college. o
Actief beheer
o
Oerlandschap
o
Lange lijnen
o
Stadsringen
Voor een beschrijving van de denkrichtingen wordt verwezen naar bijlage 3.
Randvoorwaarden •
Participatiemiddel(en) zijn toegankelijk voor alle doelgroepen in de samenleving. (mix van online en offline middelen, B1 taalniveau, toegankelijke webpagina’s, inclusief).
•
Participanten voelen zich betrokken en gehoord.
•
De participatie en communicatie is open, eerlijk en transparant.
•
We geven duidelijk aan waarover participanten kunnen meedenken in deze verkenningsfase van het proces (met een doorkijkje naar volgende fases). We geven duidelijk aan wanneer belanghebbenden in het kader van deze verkenning terugkoppeling kunnen verwachten en houden ons aan gecreëerde verwachtingen. Daarnaast bieden we een doorkijkje naar de volgende stap en de uiteindelijke besluitvorming (en het bijbehorende tijdpad).
•
De participatiefase is een raadgevend/adviserend traject. Dit betekent dat de gemeente ideeën, wensen en voorkeuren van belanghebbenden ophaalt. Mede op basis hiervan zullen richtinggevende uitspraken worden gedaan, die door de gemeenteraad worden vastgesteld. Het raadplegen is niet bindend, het college van burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad kunnen anders besluiten. Bij de keuze voor (het verder onderzoeken van) een bepaalde richting geeft de gemeente een duidelijke motivatie. Ook als de gemeenteraad bij verdere plannen afwijkt van opvattingen die tijdens de participatie naar voren zijn gekomen wordt dit duidelijk gemotiveerd.
3
communicatie
Bijlage 1: Participatieniveau Participatie is een interactieve werkwijze om de omgeving te betrekken bij te nemen besluiten. Participatie kan op diverse niveaus worden toegepast: informeren (geen actieve rol betrokkenen) – raadplegen (inventarissen) – meedenken (adviseren) – meebeslissen (coproductie). Voor dit participatietraject (binnen de verkenning) is het belangrijk dat belanghebbenden worden geïnformeerd en dat zij hun visie en voorkeuren met de gemeente kunnen delen. We willen hen uitnodigen om met ideeën te komen en gaan uit van participatieniveau 2: meedenken/adviseren. Hierbij hebben inwoners, omwonenden, eigenaren, initiatiefnemers en overige belanghebbende de mogelijkheid om, naast het delen van voorkeuren, eigen ideeën in te brengen. Gehoord worden en kunnen meedenken verstevigt ook het draagvlak van de omgeving voor toekomstige plannen.
4
Participatieniveaus 0: geen participatie
Toelichting Het vraagstuk heeft geen tot zeer beperkt impact: invloed is niet nodig.
Participatie Informeren
1: minimale participatie
Het vraagstuk heeft (vooralsnog) beperkte impact.
Betrokkenen informeren en raadplegen (inventariseren)
2: beperkte participatie
Het vraagstuk heeft al meer impact en betrekken van belanghebbenden is belangrijk om tot een oplossing/voorstel te komen.
Belanghebbenden hebben mogelijkheid om mee te denken (adviseren).
3: uitgebreide participatie
Het maatschappelijk vraagstuk heeft veel impact en vraagt om inzet van de inwoners en andere betrokkenen.
De omgeving krijgt de ruimte om mee te denken, - werken en beslissen (coproduceren)
communicatie
Bijlage 2: 'Vooraf bekende ideeën ontwikkelaars, ondernemers, eigenaren en bewoners’ Ontwikkelaars, ondernemers en bewoners hebben verschillende initiatieven voor de toekomst van Stadsbroek en IJsselvizier kenbaar gemaakt aan de gemeente. IJsselvizier: -
-
in 2020 is door en namens de grondeigenaren een collectief planinitiatief ingediend voor de ontwikkeling van kleinschalige, duurzame woningbouw (sociaal samenhangend, ecologisch concept nieuw buurtschap); een grondeigenaar heeft interesse kenbaar gemaakt voor projectontwikkeling van woningbouw.
Stadsbroek: -
klimbos bij de Milligerplas; wielerbaan (Hanzerenners Zwolle); gemeente: aanleg waterkerende kade (tussen de rivier en Stadshagen een beschermende dijk bouwen ten behoeve van de waterkering, in het verlengde van de bestaande waterkerende geluidswal).
Zowel voor Stadsbroek als IJsselvizier mogelijk: -
idee voor een Voedselbos; burgerinitiatief voor het Stadshager Bos (een initiatief van, voor en door bewoners).
Bijlage 3: Denkrichtingen Ten behoeve van het participatieproces is een aantal denkrichtingen uitgewerkt, met als doel het gesprek over de verschillende mogelijkheden voor toekomstig gebruik te ondersteunen. De denkrichtingen zijn géén uitgewerkte plannen. Met de denkrichtingen zijn nog geen keuzes gemaakt. De denkrichtingen zijn bedoeld om de participatiefase met ideeën te ondersteunen. De denkrichtingen bevatten géén beleidsopvattingen van het college. De denkrichtingen zijn als volgt: Denkrichting 0. Actief Beheer: Huidig gebruik blijft Denkrichting 1. Oerlandschap: Klimaat, water en natuur Denkrichting 2. Lange lijnen: Recreatie en landelijk wonen Denkrichting 3. Stadsringen: Wonen zoals in Stadshagen
Denkrichting 0 Actief Beheer: Huidig gebruik blijft Het gebruik blijft in beginsel zoals het nu is. Wel blijven we het gebied actief beheren. Dat betekent dat alleen zaken worden aangepast als dat noodzakelijk is.
5
communicatie
6
communicatie
De denkrichtingen, 1, 2 en 3 verkennen mogelijke ontwikkelrichtingen. Deze komen voort uit de geschiedenis van de Mastenbroekenpolder. De polder kent grofweg drie episodes: het oerlandschap, de ontginning en de verstedelijking. Dat leidt tot de volgende denkrichtingen:
Denkrichting 1: Oerlandschap: Klimaat, water en natuur Deze denkrichting neemt ons mee naar de oorsprong. Toen Mastenbroek nog geen polder was, maar een uitgestrekt moerasgebied: waterig en met bomen. De polder Mastenbroek heeft de vorm van een driehoek. Elke zijde van de driehoek heeft iets eigens. Langs de zijde van de IJssel lagen oeverwallen. Met stroomruggen, hogere delen en bomen. Langs de zijde van het Zwartewater zag je kleine waterstromen of rietes. Deze lagen haaks op de rivier en voerden het overtollige water van het moerasgebied af. Denk aan het Rietpark of het water langs de Ruimzichtweg. Aan de zijde van de Zuiderzee groeiden aanlandingen door riet, wilgen en elsen, waar later de Kampereilanden uit voortkwamen. Drie verschillende zijden, met elkaar een natuurlijk systeem van hoogteverschillen, waterhuishouding en beplanting. Zwolle ligt in een delta van rivieren en weteringen. De stad is kwetsbaar voor klimaatverandering. Deze denkrichting gaat ervan uit dat het landschap voor de ontginning kansen biedt. Kansen om Zwolle robuuster en adaptiever te maken voor klimaatverandering. Het gebied wordt wederom onderdeel van het systeem van rivieren en weteringen. Bij veel regen en opstuwing van het water van het IJsselmeer kunnen we hier tijdelijk water opvangen.
Stadsbroek In het voorjaar van 2022 was er zoveel regen gevallen dat het Zwolse watersysteem tot de rand toe vol zat. Dat gaat met de klimaatverandering vaker gebeuren. De extremen zullen groter worden waardoor het watersysteem tegen haar grenzen aanloopt. Stel nu dat delen van gebieden aan de andere zijde van de dijken ingezet kunnen worden om tijdelijk water te bergen. En dat we gecontroleerd dijken laten overstromen, net als vroeger. Met die gedachte worden nu in ons land studies en testen uitgevoerd. En als het waterpeil in de rivieren gezakt is, dat we dan het gestalde water weer in de rivier pompen. In deze denkrichting richten we Stadsbroek daarvoor in. Een slimme plek want hier komen Zwartwater en Vecht bij elkaar. Om Stadshagen te beschermen leggen we een lage kade aan Dit doen we tegen Stadshagen aan in het verlengde van de bestaande geluidswal. De geluidswal heeft ook een waterkerende functie. Water kan dan de dijk over stromen, zonder schade in het gebied erachter. Niet dat dat vaak gebeurt. Misschien eens in de 25 of 50 jaar. Als tijdelijke berging van teveel aan water kan dit bebouwde delen van de stad beschermen tegen overstromingen. Het gebied gaat terug naar de moerasachtige sfeer van eeuwen geleden. De grondwaterstand wordt verhoogd. Het wordt een nat natuurgebied waar extensieve recreatie een plek krijgt.
Dit is een vorm van recreatie die in harmonie is met de natuurwaarden, ondergrond en water. Denk aan vlonderpaden, laarzenroutes en soms wat activiteiten op aan te brengen terpen. En misschien kan het gebied een functie krijgen als grondstoffenbank. Voor het verbouwen en oogsten van natuurlijke bouwmaterialen als riet, olifantengras, wilgentenen en lisdodde, wat het gebied vroeger ook had.
7
communicatie
IJsselvizier In deze denkrichting wordt IJsselvizier onderdeel van het watersysteem van Stadshagen. Het is niet erg als er bij hoge afvoeren op de IJssel zo af en toe ene golf water over de dijk stroomt. IJsselvizier als een tweede Rietpark. Het maakt Stadshagen en Westenholte minder kwetsbaar voor wateroverlast en gevolgen van overstromingen. Er komt meer ruimte voor waterberging. Het gebied wordt natter. De Zalkerdijk wordt meer zichtbaar als dijk. Ook hier kunnen op verhoogde terpen aanvullende functies komen.
8
communicatie
9
communicatie
Denkrichting 2. Lange lijnen: Recreatie en landelijk wonen Deze denkrichting sluit aan op de ontginning van het enorme moeras naar een boerenlandschap. Langs kenmerkende lange ontginningslinten werd het land in gebruik genomen. Bij het ontwerp van Stadshagen zijn deze ontginningslinten gebruikt voor het ontwerp van de wijk. Denk aan de Oude Weteringen en de Werkerlaan. Ook het Rietpark maakt deel zo deel uit van de opzet van Stadshagen. Langs de ontginningslinten Werkerlaan en het Zwartewater komen woonclusters. Ook IJsselvizier krijgt een nieuw lint met daaraan enkele woonclusters. Niet zoveel want de rest van het gebied krijgt een groene invulling. Stel dat Stadshagen verrijkt wordt met een groen park? Of twee groene parken? En dat er wandelpaden zijn die aansluiten op die in Stadshagen. En dan is het fijn en veilig dat er ’s avonds licht brandt en dat er mensen zijn. Net als in het Engelse Werk. Het stadspark IJsselvizier legt de relatie met het IJssellandschap. Het stadspark Stadsbroek legt ruimtelijk de verbinding met het Westerveldse bos. Hierdoor ontstaat aan beide kanten van het Zwartewater een groene ruimte. Stel dat je met een pontje kan oversteken? Dit geeft inwoners de mogelijkheid hier te recreëren. Met ruimte voor nieuwe recreatieve functies.
10
communicatie
11
communicatie
Denkrichting 3. Stadsringen: Wonen zoals in Stadshagen Stadshagen bestaat inmiddels 25 jaar. In die 25 jaar is het ontwikkeld tot een stadsdeel waar straks 35.000 mensen wonen. De denkrichting Stadsringen zet deze ontwikkeling door. Het gaat uit van de bouw van een paar duizend woningen. Behalve dat dit tegemoet komt aan de behoefte aan nieuwe woningen, kan het er bijvoorbeeld ook voor zorgen dat er meer doorstroming komt op de woningmarkt. Het kan ouder wordende inwoners de mogelijkheid bieden om te blijven wonen in hun eigen wijk. De woning die ze achterlaten komt dan beschikbaar voor jonge gezinnen. De denkrichting Stadsringen voegt een nieuw stuk stad toe wat ook een extra impuls geeft voor het versterken en vernieuwen van voorzieningen zoals onderwijs, zorg en sport. Stadsbroek en IJsselvizier staan in open relatie met het landschap. Het biedt de mogelijkheid om bijvoorbeeld nieuwe verbindingen te maken, zoals een extra fietsbrug over het Zwartewater. Dan kan de hoofdfietsroute vanuit de binnenstad doorgetrokken worden.
12
communicatie
13