Informatienota Stand van zaken stikstof
Tekst van het document
voorstel Informatienota voor de raad Datum
20 september 2022
Onderwerp Versienummer
Stand van zaken stikstof V7
Portefeuillehouder
Gerdien Rots
Informant Afdeling Telefoon Email Bijlagen
Tijmen van de Poll Leefomgeving en Mobiliteit 06 – 5201 8623 T.van.de.Poll@zwolle.nl
Wij stellen u voor kennis te nemen van: De actuele stand van zaken van het stikstofdossier.
9
voorstel
Datum
20 september 2022
Toelichting op het voorstel Inleiding Op 15 december 2021 is uw raad voor het laatst geïnformeerd over stikstof.1 Daar waar toen het beeld leek te ontstaan dat het stikstofdossier na introductie van nieuwe wetgeving en beleid in een rustiger vaarwater terecht leek te komen, is het beeld inmiddels dat verschillende onderdelen van de nieuwe wetgeving en beleid in gerechtelijke procedures in verschillende provincies ter discussie zijn komen te staan. Daarbij zijn verschillende provinciale stikstofbesluiten door rechters afgekeurd. In veel gevallen gaat dat om agrarische activiteiten die Zwolle niet direct raken. Niettemin zijn er ook aspecten die voorziene projecten en activiteiten in Zwolle wel raken of kunnen gaan raken. Daarnaast heeft het kabinet op 10 juni jl. de startnotitie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin zijn onder andere richtinggevende emissiereductiedoelstellingen voor stikstof opgenomen, waar onder regie van de provincies invulling aan gegeven moet worden. GS van Overijssel hebben aangegeven deze plannen in hun huidige vorm als onhaalbaar te zien. In deze informatienota wordt de actuele situatie geduid en beschreven hoe daar in Zwolle mee omgegaan wordt. Voor de volledigheid wordt ook een update gegeven van de voortgang van de Zwolse Ontwikkelstrategie Stikstof.
Kernboodschap • Twee ontwikkelingen met betrekking tot stikstof die op dit moment een Zwols project en een Zwols bedrijf raken, zijn de niet meer beschikbare stikstofruimte voor woningbouwprojecten vanuit de landelijke snelheidsverlaging op snelwegen en het inzetten van stikstofruimte in de vorm van ‘extern salderen’ om projecten mogelijk te maken. Voor het woningbouwproject wordt inmiddels een andere route bewandeld, die voor een vergelijkbaar project eerder succesvol is doorlopen. Het bedrijf is met de provincie Overijssel in overleg onder welke voorwaarden hun aanvraag voor een natuurvergunning verder afgehandeld kan worden. • In de gebiedsprocessen waarin Zwolle betrokken is om invulling te geven aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) is het belangrijk om vanuit Zwolle te sturen op de inhoud van het coalitieakkoord en de Zwolse omgevingsvisie. Het college gaat zich daar intensiever in positioneren, de voorbereidingen daarvoor zijn gestart. Dan gaat het voor Zwolle om groei van de stad met behoud van unieke Zwolse kwaliteiten en stappen naar een meer klimaatbestendige, energieneutrale, gezonde woon- en leefomgeving met aandacht voor groen, biodiversiteit en duurzaamheid.
Voor de buitengebieden is de Zwolse inzet behoud en duurzame ontwikkeling van de agrarische sector, het maken van goede recreatieve verbindingen vanuit de stad Zwolle, behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden en ruimte bieden voor maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. • Vanuit de gemeentelijke vakgroep stikstof2 worden de stikstofontwikkelingen nauwlettend gevolgd en gedeeld binnen de organisatie. De vakgroep opereert in nauw contact met de provincie Overijssel en Overijsselse gemeenten en borduurt voort op wat door het eerdere stikstofteam is opgezet. Daarbij wordt voortdurend gemonitord of landelijke ontwikkelingen impact kunnen hebben op Zwolle en op welke manier daar vroegtijdig adequaat op geanticipeerd kan worden. We gaan door op de eerder ingeslagen weg: binnen de schuivende kaders bekijken we vanuit onze gemeentelijke uitvoeringspositie telkens naar wat we wel kunnen doen en daar handelen we Raadsplein besluitvormend, 17 januari 2022, dossier 5201. Deze vakgroep is in maart 2022 ingesteld, als structurele vervanging van het eerder ingestelde stikstofteam dat een tijdelijk karakter had. Verderop in deze informatie komt dit verder aan de orde bij de voortgang van de Zwolse Ontwikkelstrategie Stikstof. 1 2
2/9
9
voorstel
Datum
20 september 2022
vervolgens naar. Daarbij maken we gebruik van de eerder ontwikkelde handvatten van de Zwolse Ontwikkelstrategie Stikstof. Toelichting Voorgeschiedenis en context • Sinds de afkeuring van het landelijke Programma Aanpak Stikstof (PAS) door de Raad van State in 2019, werken het Rijk en de provincies aan nieuw beleid voor beschermde Natura 2000gebieden. Dat is er op gericht om de uitstoot en neerslag van stikstof en de gevolgen daarvan te verminderen. Zo kan de natuur herstellen en verbeteren en kan er ruimte ontstaan voor nieuwe ontwikkelingen. Duidelijk is dat de opgave daarvoor groot is. • De stikstofproblematiek gaat in de kern over waardevolle natuur die onder druk staat en verlies van biodiversiteit. Het grootste deel van de beschermde Natura 2000-gebieden in Nederland is overbelast met stikstof. Habitats en soorten die gedijen bij stikstof worden dan dominant, terwijl habitats en soorten die er niet goed tegen kunnen worden weggedrukt. Daarmee kan teveel stikstof tot verlies van biodiversiteit leiden. • De Wet natuurbescherming schrijft voor dat bij een nieuwe activiteit die tot negatieve gevolgen in Natura 2000-gebieden kan leiden, toestemming gevraagd moet worden aan de provincie. De provincie mag daar dan toestemming voor geven in de vorm van een natuurvergunning als er de zekerheid is dat die activiteit niet leidt tot negatieve gevolgen in de Natura 2000-gebieden.
Omdat ongeveer 75% van de stikstofgevoelige natuur in de Nederlandse Natura 2000-gebieden overbelast is met stikstof3 is het in veel gevallen moeilijk om die benodigde zekerheid te krijgen dat er geen negatieve natuurgevolgen zijn. Dat is de reden dat de Raad van State in mei 2019 het landelijke Programma Aanpak Stikstof (PAS) afkeurde, en dat er sinds die tijd ook onder het nieuwe beleid overheidsbesluiten worden afgekeurd door rechters. • Het natuurbeleid dat nu door het Rijk en de provincies wordt vormgegeven is er op gericht om de uitstoot en neerslag van stikstof en de gevolgen daarvan te verminderen. Zo kan de natuur herstellen en verbeteren en kan er ruimte ontstaan voor nieuwe ontwikkelingen. • De startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) van het kabinet bevat de contouren voor de transitie van het landelijk gebied. Duidelijk is dat de opgaven op het vlak van natuur, water en klimaat groot zijn. De richtinggevende emissiereductiedoelstellingen voor stikstof hebben maatschappelijk en politiek-bestuurlijk veel stof doen opwaaien. Daarop heeft het kabinet Johan Remkes als onafhankelijk gespreksleider aangesteld voor gesprekken tussen het kabinet en andere betrokken partijen over de invulling van de opgaven in het NPLG.
• Recente nieuwe afkeuringen van stikstofbesluiten en actuele gerechtelijke procedures bij verschillende provincies vragen om onverminderde alertheid bij gemeentelijke plannen en projecten. Die alertheid bestaat uit op tijd in beeld krijgen of stikstof en natuurwetgeving een rol kunnen spelen, en zo ja op welke manier daar mee omgegaan kan worden en welke mogelijkheden er nodig en mogelijk zijn om stikstof binnen het project te verminderen. Hier wordt actief op gestuurd door de gemeentelijke vakgroep stikstof. • Als gemeente hebben wij geen wettelijke verantwoordelijkheden of taken voor Natura 2000gebieden. Het nemen van maatregelen die nodig zijn om de natuur te verbeteren is aan het Rijk en aan de provincies. Bij ontwikkeling van plannen en projecten hebben wij als gemeente wel te maken met stikstof. Daarvoor is in de vorige collegeperiode de Zwolse Ontwikkelstrategie Stikstof opgezet. Daarbij hebben wij te handelen binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders van het Rijk 3 https://www.clo.nl/indicatoren/nl1592-kwaliteit-stikstofgevoelige-ecosystemen
3/9
9
voorstel
Datum
•
20 september 2022
en de provincie Overijssel. De ambities van het Zwolse coalitieakkoord en de omgevingsvisie vormen daarin belangrijke gemeentelijke uitgangspunten. Dan gaat het om groei van de stad met behoud van unieke Zwolse kwaliteiten en stappen naar een meer klimaatbestendige, energieneutrale, gezonde woon- en leefomgeving met aandacht voor groen, biodiversiteit en duurzaamheid. Het college is zich bewust dat het waarmaken van de ambities in de huidige tijd niet gemakkelijk is. Niet alle opgaven kunnen aangepakt worden in het tempo zoals het college graag zou willen. In het omgaan met stikstof betekent dat zoeken naar balans tussen natuur en biodiversiteit aan de ene kant en nieuwe ontwikkelingen aan de andere kant. Het verminderen en voorkomen van uitstoot van stikstof in plannen en projecten is daarmee een kans om te kunnen groeien met behoud van een gezond en duurzaam leefklimaat, met oog voor waardevolle natuur en biodiversiteit. Zo kunnen het aardgasvrij maken van wijken en schonere vormen van mobiliteit bijdragen aan het verminderen van stikstofuitstoot en waar dat nodig is ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen.
Duiding actuele ontwikkelingen in de vergunningverlening Intrekking stikstofruimte voor woningbouwprojecten • Eén Zwols woningbouwproject heeft te maken met weggevallen stikstofruimte in het landelijke stikstofregistratiesysteem (SSRS). Het gaat om Breezicht-Noord deelgebied 3 en 4 in Stadshagen, met een omvang van 325 woningen. Vanwege afspraken met ontwikkelaars en de noodzaak om te kunnen bouwen was wachten op vervangende stikstofruimte in het SSRS daarvoor geen optie. Daarom is een andere route zonder het landelijke SSRS ingezet, vergelijkbaar met hoe het eerder is gedaan voor het bestemmingsplan De Tippe. Dat bestemmingsplan is vastgesteld en inmiddels onherroepelijk, waardoor die woningen gerealiseerd kunnen worden. Op deze manier is ook het bestemmingsplan voor Breezicht-Noord deelgebied 3 en 4 inmiddels in ontwerp ter inzage gelegd. • Het SSRS was onder andere voor woningbouwprojecten gevuld met stikstofruimte die vrijkwam door snelheidsverlaging op snelwegen. In april dit jaar heeft de minister voor Natuur en Stikstof aangekondigd dat die ruimte niet meer beschikbaar wordt gesteld voor vergunningen.4 De benodigde onderbouwing dat die snelheidsverlaging nergens tot verslechtering van Natura 2000gebieden zou kunnen leiden wordt niet langer als voldoende gezien.
Inmiddels heeft de rechtbank Noord-Holland een vergunning afgekeurd voor een woningbouwproject dat gebruik maakte van het SSRS. • De minister heeft aangegeven dat het kabinet het SSRS zo (gebieds)gericht mogelijk wil aanvullen met stikstofuimte uit andere (nog uit te voeren) maatregelen. Op dit moment is niet bekend wanneer, waar en hoeveel stikstofruimte dat oplevert om woningbouwprojecten mogelijk te maken.5 • Tot op heden hebben Zwolse woningbouwprojecten vanwege de vrijstelling voor bouwprojecten6 en uitgekiend plannen doorgang kunnen vinden. Deze werkwijze blijven we toepassen. Zes woningbouwprojecten die tussen 2022 en 2030 zijn voorzien vergen verhoogde aandacht vanwege de ligging vlakbij een Natura 2000-gebied of de projectomvang. Het gaat om Harculo, Zwartewaterallee, Nieuwe Veemarkt-Meeuwenlaan, Oosterenk, Spoorzone en NoorderkwartierDe snelheidsverlaging zelf wordt (nu) niet teruggedraaid. Naast de snelheidsverlaging is er ook stikstofruimte in het SSRS opgenomen vanuit de landelijke saneringsregeling varkenshouderijen. Die ruimte blijft in het SSRS beschikbaar voor vergunningverlening. In gebieden met varkenshouderijen die van die regeling gebruik gemaakt hebben kunnen daarmee nog woningbouwprojecten mogelijk gemaakt worden. De verwachting is dat dat in en rondom Zwolle beperkt of geen stikstofruimte biedt.
6 Het gaat hier om een vrijstelling voor een natuurvergunning voor bouwactiviteiten tijdens de aanlegfase van projecten. 4 5
4/9
9
voorstel
Datum
•
•
20 september 2022
Roelenkwartier. Voor deze projecten wordt op dit moment de stikstofwerkwijze doorlopen. Waar dat al kan worden berekeningen uitgevoerd en waar aan de orde gekeken naar mogelijkheden om binnen het project de stikstofuitstoot te verminderen of te verevenen. Inzet is dat er dit najaar een beeld is bij welke projecten de komende jaren aanvullende stikstofruimte nodig zou kunnen zijn. Voor de ontwikkeling van 100 tijdelijke woningen in Stadshagen (Scholtensteeg) heeft de projectontwikkelaar als initiatiefnemer een aanvraag voor een natuurvergunning ingediend bij de provincie Overijssel. Onder andere vanwege stikstof heeft de afhandeling daarvan bij de provincie een tijd stil gelegen. Inmiddels heeft de provincie aangegeven dat er voldaan wordt aan de wettelijke natuurvoorwaarden. Dat betekent dat de resterende gemeentelijke procedures nu verder doorlopen kunnen worden. N.a.v. de weggevallen stikstofruimte in het SSRS is begin juni een ambtelijk gesprek geweest met de provincie Overijssel. De provincie onderkent de urgentie van de woningbouwopgave en toont bereidheid om te faciliteren binnen de mogelijkheden die de provincie heeft. Zo gaat de provincie aan de slag om een stikstofbank op te zetten, wat ook aangewend zou kunnen worden voor woningbouwprojecten die stikstofruimte nodig hebben.
De provincie heeft daar een werkgroep voor ingesteld waar door de gemeente Zwolle in meegedraaid gaat worden.
Afhandeling vergunningaanvragen met extern salderen in de wacht • In gevallen dat een vergunningplichtige activiteit tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden leidt, is er de mogelijkheid om met het zogenaamde ‘extern salderen’ een natuurvergunning te krijgen. Bij extern salderen wordt stikstofruimte van een bedrijf of activiteit dat wordt stopgezet ingezet om een nieuwe activiteit op een andere plek mogelijk te maken. • Vanwege een uitspraak van de Raad van de State in een zaak uit Noord-Brabant7 heeft de provincie Overijssel de afhandeling van aanvragen met extern salderen in de wacht gezet, en inmiddels onder specifieke voorwaarden weer hervat. • Voor zover nu bekend heeft één Zwols bedrijf daardoor te maken met een vertraging in de afhandeling van een aanvraag voor een natuurvergunning. Het bedrijf is met de provincie in overleg om te bezien in hoeverre zij met hun aanvraag aan de voorwaarden voor extern salderen zou kunnen voldoen. Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied • Op 10 juni jl heeft het kabinet de startnotitie voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) naar de Tweede Kamer gestuurd. Hoewel het NPLG nadrukkelijk zal gaan over de opgaven in het landelijk als geheel (natuur, klimaat, water), zijn het vooral de gepresenteerde gebiedsspecifieke stikstofreductiedoelstellingen die de aandacht hebben getrokken.
• De doelstellingen geven per gebied aan hoeveel de stikstofuitstoot in 2030 gedaald moet zijn om op tijd en genoeg onder de kritische stikstofniveaus in Natura 2000-gebieden te komen. Dit heeft vooral betrekking op stikstofuitstoot door de landbouw. Het gaat om richtinggevende doelstellingen die onder regie van de provincies in gebieden definitief vorm moeten krijgen. GS van Overijssel vinden de voorstellen voor het NPLG in de huidige vorm onhaalbaar, zij willen vasthouden aan de Overijsselse aanpak.8 • De richtinggevende emissiereductiedoelstellingen voor stikstof en het jaar waarin dat behaald zou moeten worden hebben maatschappelijk en politiek-bestuurlijk veel stof doen opwaaien. Daarop Daarin zegt de Raad van State dat vóórdat een nieuwe activiteit toegestaan kan worden in situaties waarin betreffende Natura 2000-gebieden overbelast zijn met stikstof, op grond van wetgeving onderbouwd moet worden wat er gedaan wordt om de overbelasting te verminderen. Overijssel heeft aangegeven eerst die onderbouwing te willen maken voor de Overijsselse Natura 2000-gebieden, voordat zij doorgaat met afhandeling van aanvragen met extern salderen. 8 https://www.overijssel.nl/actueel/nieuws/@R1-/overijssel-houdt-vast-eigen-plannen-natuur/ 7
5/9
9
voorstel
Datum
•
•
•
20 september 2022
heeft het kabinet Johan Remkes als onafhankelijk gespreksleider aangesteld voor gesprekken tussen het kabinet en andere betrokken partijen over de invulling van de opgaven in het NPLG. Na afloop van de gesprekken komt Johan Remkes met een verslag en naar verwachting aanbeveling hoe verder te gaan in het invulling van het NPLG. Dat wordt begin september verwacht. Op dit moment is het onzeker hoe de voorstellen van het kabinet en de aanpak van de provincie Overijssel samen gaan komen en hoe de invulling van het NPLG verder vorm moet gaan krijgen. Ook is het de vraag welke invloed de verkiezingen voor de provinciale staten van maart 2023 daar invloed op gaan hebben. Voor nu gaat de provincie door met de gebiedsgerichte aanpak in Overijssel. Als gemeente Zwolle maken we deel uit van de gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. Het vorige college heeft in februari 2021 ingestemd met het concept-startdocument daarvan. Uw raad is daar op 8 februari 2022 over geïnformeerd met een een informatienota.9 Het was de bedoeling dat het bestuurlijke regieteam van de gebiedsgerichte aanpak in maart dit jaar het concept-startdocument zou vaststellen. Dit is niet gebeurd, omdat deelnemende partijen uit de agrarische sector het overleg in de gebiedsgerichte aanpak hebben opgeschort vanwege aankondigingen van het Rijk om de stikstofuitstoot in Nederland fors terug te dringen.
Het is nu de bedoeling dat binnen de gebiedsgerichte aanpak het komende jaar gewerkt gaat worden aan een concreet uitgewerkt gebiedsplan als bod aan het Rijk voor het NPLG om de Overijsselse stikstofuitstoot terug te dringen. Het college gaat zich daar intensiever in positioneren, de voorbereidingen daarvoor zijn gestart. Uitgangspunt is dat de rijksdoelstelling doorvertaald wordt naar gebiedsgerichte reducties. Die moeten – bovenop de autonome ontwikkeling; datgene wat al gedaan wordt of voorgenomen is – behaald worden door technische maatregelen en extensiveringsmaatregelen in de landbouw. Inzet is dat het gebiedsplan uiterlijk 1 juli 2023 gereed is. Vanuit Zwolle is het belangrijk om de inhoud van het coalitieakkoord en de Zwolse omgevingsvisie als leidraad te hanteren bij de uitwerking van gebiedsgerichte aanpak. Dan gaat het om behoud en duurzame ontwikkeling van de agrarische sector, het maken van goede recreatieve verbindingen vanuit de stad Zwolle, behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden en ruimte bieden voor maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. Stikstofreductie in het landelijk gebied waar met de gebiedsgerichte aanpak op ingezet wordt is in de eerste plaats nodig zodat de natuur kan herstellen en verbeteren. Zo kan er op termijn ruimte blijven bestaan voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in Zwolle.
Overige ontwikkelingen • Het komende half jaar worden uitspraken verwacht in verschillende gerechtelijke procedures bij de Raad van State voor projecten in verschillende provincies. Eén procedure die gevolgen kan hebben voor de Zwolse praktijk is een hoger beroepszaak bij de Raad van State over de vergunningvrijstelling voor de bouwfase wat betreft stikstof in een Zuid-Hollands project. Deze vrijstelling geldt sinds medio 2021 en heeft ook in Zwolle voor een vlotte doorgang van meerdere projecten gezorgd. Het principe van de vrijstelling is in het Zuid-Hollandse project door bezwaarmakers ter discussie gesteld. Een uitspraak in deze zaak wordt dit najaar verwacht. In Zwolle wordt vanuit de vakgroep stikstof gemonitord of er projecten zijn waar vooruitlopend op de uitspraak verhoogde alertheid en verkennen van mogelijke alternatieve oplossingen gewenst is. • Rode draad in de verschillende lopende gerechtelijke procedures is de wettelijke vereiste dat bij een toestemming voor een project of activiteit de zekerheid moet zijn verkregen dat het niet leidt 9
Raadsplein besluitvormend, 19 april 2022, dossier 5524. 6/9
9
voorstel
Datum
•
20 september 2022
tot negatieve gevolgen in Natura 2000-gebieden. In de huidige situatie waarin in de meeste gebieden sprake is van overbelasting door stikstof is die zekerheid vaak moeilijk te onderbouwen. De verwachting is dat zolang er nog niet genoeg maatregelen genomen worden om de stikstofbelasting omlaag te brengen, die onderbouwing in veel gevallen moeilijk zal blijven. Projecten waar bezwaar tegen gemaakt wordt zijn dan vatbaar voor afkeuring door rechters en vertraging. Bekend is dat vanuit de agrarische sector een groot deel van de stikstofbelasting komt, en dan vooral vanuit veehouderijen vanwege ammoniak uit dierlijke mest. Recent zijn vanuit de rijksoverheid nieuwe stoppersregelingen voor veehouderijen geïntroduceerd en ter consultatie gepubliceerd. De mate waarin daar op basis van vrijwilligheid gebruik van gemaakt zal worden, zal voor een belangrijk deel bepalend zijn in hoeverre er binnen afzienbare termijn stikstofruimte vrijkomt die de vergunningverlening voor nieuwe ontwikkelingen structureel de nodige ruimte zal geven.
Voortgang uitvoeringsprogramma Ontwikkelstrategie Stikstof In vervolg op de in de informatienota aan de raad van 15 december 2021 geschetste voortgang, is de actuele stand van zaken in het (gemeentelijk) uitvoeringsprogramma Ontwikkelstrategie Stikstof als volgt. Voortgang aanbeveling 1: Stikstofruimte van agrariërs Eerder in beeld gekregen potentiële stikstofruimte van agrarische bedrijven die hun bedrijfsvoering willen wijzigen, houden we in beeld. Mogelijk dat daar in de nabije toekomst nog gebruik van gemaakt zou kunnen worden. Bijvoorbeeld als vulling voor een door de provincie Overijssel te faciliteren stikstofbank voor woningbouwprojecten, zie daarvoor verder aanbeveling 2. Voortgang aanbeveling 2: Gemeentelijke stikstofbank Vanuit de vakgroep stikstof gaat meegedraaid worden in een provinciale werkgroep voor het opzetten van een door de provincie Overijssel te faciliteren stikstofbank voor woningbouwprojecten. Een dergelijke bank kan gebruikt worden om stikstofruimte van te stoppen activiteiten onder bepaalde voorwaarden in op te nemen. Woningbouwprojecten die stikstofruimte nodig hebben kunnen vervolgens een beroep doen op de stikstofbank. Als er op de plekken waar het betreffende project tot meer neerslag van stikstof leidt voldoende stikstofruimte in de bank aanwezig is, dan kan er onder bepaalde voorwaarden een natuurvergunning voor verleend worden.
De gebruiksmogelijkheden van een dergelijke stikstofbank zullen grotendeels afhangen van de mate en tempo waarin er stikstofruimte van te stoppen activiteiten in opgenomen wordt. Voortgang aanbeveling 3: Stikstof als afwegingscriterium in de verstedelijkingsstrategie De verstedelijkingstrategie van de Regio Zwolle is een (ontwerpend) onderzoek. In dit onderzoek worden geen besluiten genomen over concrete locaties en programma’s voor stedelijke ontwikkelingen in de afzonderlijke gemeenten. Eventuele nieuwe locaties ten opzichte van de in september vastgestelde Omgevingsvisie worden in de volgende Zwolse omgevingsvisie afgewogen. De vakgroep stikstof zal te zijner tijd stikstof als afwegingscriterium inbrengen wanneer de afweging over nieuwe locaties bepaald gaan worden voor de omgevingsvisie. Voortgang aanbeveling 4: Lobby om stikstofbank SSRS open te breken (voor geplande woningbouw)
7/9
9
voorstel
Datum
20 september 2022
Vanwege het wegvallen van stikstofruimte vanuit de snelheidsverlaging uit het SSRS, zoals hiervoor beschreven, gaat het Rijk op zoek naar vervangende stikstofruimte. Een lobby zal zo nodig op het juiste moment worden ingezet. Voortgang aanbeveling 5: Verbeteren stikstofparagraaf nieuwe bestemmingsplannen Deze aanbeveling was in de vorige informatieronde al afgerond. Voortgang aanbeveling 6: Aanpassen pachtconstructies Conform planning wordt momenteel aanbeveling 6 uitgewerkt door te verkennen of en hoe Zwolle voor nieuwe pachtcontracten de stikstofuitstoot op die gronden kan verminderen of voorkomen worden. Mogelijk dat hier ook mogelijkheden liggen om stikstofruimte te benutten voor de stikstofbank zoals genoemd bij aanbeveling 2. Dit wordt op dit moment verkend. Voortgang aanbeveling 7: Stikstof-werkzaamheden structureel beleggen in organisatie Binnen de gemeentelijke organisatie is het stikstofdossier inmiddels overgeheveld van het tijdelijke stikstofteam naar de structurele vakgroep stikstof binnen de afdeling Leefomgeving en Mobiliteit. Ook het uitvoeringsprogramma Ontwikkelstrategie Stikstof is daar nu belegd. Vanuit deze vakgroep stikstof worden de stikstofontwikkelingen gedeeld en nauwlettend gevolgd, in nauw contact met de provincie Overijssel en Overijsselse gemeenten en voortbordurend op wat eerder door het stikstofteam is opgezet.
Daarbij wordt voortdurend gemonitord of landelijke ontwikkelingen impact kunnen hebben op Zwolle en op welke manier daar vroegtijdig adequaat op geanticipeerd kan worden. Op dit moment wordt daarvoor een beleidsadviseur stikstof voor ingehuurd. Vanuit de vakgroep worden projectleiders van de afdeling Proces-, Programma-, en Projectmanagement frequent bijgepraat over de ontwikkelingen in het stikstofdossier. Daarmee wordt geborgd dat projecten vroegtijdig bekend zijn met ontwikkelingen die impact kunnen hebben en is er binnen de vakgroep stikstof het overzicht van projecten die wat betreft stikstof verhoogde aandacht behoeven Consequenties • De geschetste landelijke ontwikkelingen m.b.t. gerechtelijke procedures over stikstofbesluiten en de uitkomsten daarvan vragen om onverminderde alertheid en adequaat handelen binnen de gemeentelijke organisatie. Op de ontwikkelingen die de twee genoemde projecten in Zwolle raken is op die manier vroegtijdig ingespeeld. • De in de startnotitie van het NPLG opgenomen stikstofreductiedoelstellingen ter hoogte van Zwolle zijn fors. Deze doelstellingen moeten gebiedsgericht uitgewerkt onder regie van de provincies. Hoe dat vorm gaat krijgen en er uit gaat zien moet de komende maanden duidelijk worden, onder andere op basis van de nog te verschijnen aanbevelingen van de onafhankelijk gespreksleider Johan Remkes.
Consequenties zijn daardoor nog niet te geven. GS van Overijssel hebben de voorstellen in het NPLG in de huidige vorm afgewezen, zij willen vasthouden aan de Overijsselse aanpak. Bij de invulling van de gebiedsgerichte aanpak wordt vanuit Zwolle gestuurd op de inhoud van het coalitieakkoord en de Zwolse omgevingsvisie. Stikstofreductie in het landelijk gebied waar met de gebiedsgerichte aanpak op ingezet wordt is in de eerste plaats nodig zodat de natuur kan herstellen en verbeteren. Zo kan er op termijn ruimte blijven bestaan voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in Zwolle. • Vanuit de vakgroep stikstof worden de stikstofontwikkelingen nauwlettend gevolgd en gedeeld binnen de organisatie. De vakgroep opereert in nauw contact met de provincie Overijssel en Overijsselse gemeenten en borduurt voort op wat door het stikstofteam is opgezet. Daarbij wordt voortdurend gemonitord of landelijke ontwikkelingen impact kunnen hebben op Zwolle en op welke 8/9
9
voorstel
Datum
20 september 2022
manier daar vroegtijdig adequaat op geanticipeerd kan worden. We gaan door op de eerder ingeslagen weg: binnen de schuivende kaders bekijken we vanuit onze gemeentelijke uitvoeringspositie telkens naar wat we wel kunnen doen en daar handelen we vervolgens naar. Daarbij maken we gebruik van de eerder ontwikkelde handvatten van de Zwolse Ontwikkelstrategie Stikstof. Financiën Deze informatienota bevat geen voorstellen met financiële gevolgen. De gemaakte interne kosten zijn gedekt en worden ten laste gebracht van een beschikbaar gesteld, incidenteel budget. Communicatie Zwolle zal haar rol als gesprekspartner bij provincie en Rijk blijven vervullen zodat de stikstofbelangen van Zwolle en andere gemeenten duidelijk zichtbaar blijven en provincie en Rijk de benodigde maatregelen nemen die in hun domein liggen. Ook blijven we een rol houden en invullen als het gaat om het geven van uitleg aan betrokken partners bij de diverse gebiedsontwikkelingen die we kennen en waar stikstof een rol zou kunnen spelen. Vervolg Het college biedt uw raad aan om een nadere toelichting op de stand van zaken in het stikstofdossier te geven via een technische briefing. Als daaraan behoefte is, dan zien wij uw initiatief daartoe graag tegemoet. Openbaarheid De informatienota is openbaar. Burgemeester en Wethouders van Zwolle,
voorzitter, Peter Snijders
secretaris, Dick Emmer
9/9