Informatienota Resultaten Mantelzorgmonitor en motie 983
Tekst van het document
voorstel Informatienota voor de raad Datum
27 oktober 2021
Onderwerp Versienummer
Resultaten Mantelzorgmonitor en motie 983 V1.0
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Informant Afdeling Telefoon Email Bijlagen
M. Barendse Maatschappelijke Ontwikkeling 06-50070539 M.Barendse@zwolle.nl 1. Mantelzorgmonitor 2020
Wij stellen u voor kennis te nemen van: 1
De resultaten van de Mantelzorgmonitor 2020;
2
Het besluit van het college de afname van de Mantelzorgmonitor structureel te maken;
3
De beantwoording van de motie "Ontlast mantelzorg door onderzoek logeer- en respijtzorg" (ID 983).
6
voorstel
Datum
27 oktober 2021
Toelichting op het voorstel Inleiding De behandeling van de resultaten van de Mantelzorgmonitor hangt samen met de beantwoording van de motie "Ontlast mantelzorg door onderzoek logeer- en respijtzorg" (ID 983). Vandaar dat beide onderwerpen in deze nota integraal worden behandeld. In 2016 is de eerste Mantelzorgmonitor afgenomen met de afspraak om in totaal drie keer de mantelzorgmonitor af te nemen. In principe betreft dit de laatste editie. De Mantelzorgmonitor blijkt een waardevol instrument te zijn waarmee we zicht krijgen op de uitvoering van onze mantelzorgondersteuning en daarmee ons beleid verder kunnen ontwikkelen. Daarom heeft het college besloten vanaf 2022 de Mantelzorgmonitor met dezelfde interval (om de twee jaar) structureel af te nemen. Op 5 juli 2021 is de motie "Ontlast mantelzorg door onderzoek logeer- en respijtzorg" (ID 983) met algemene stemmen in de gemeenteraad ingediend en aangenomen. De motie is ingediend door het CDA met mede-indieners Swollwacht, ChristenUnie, VVD, D66, PvdA, GroenLinks en SP. De motie roept het college op om "samen met mantelzorgers en het steunpunt Mantelzorg te onderzoeken (ook in relatie tot andere steden) of het aanbod logeer- en respijtzorg voldoende aansluit bij de vraag en de diversiteit van mensen die mantelzorg ontvangen.
En daarvoor zo nodig voor het einde van 2021 met verbetervoorstellen naar de raad te komen." De motie wordt afgehandeld door het thema logeer- respijtopvang mee te nemen bij het opstellen van een beleids- en uitvoeringsplan Mantelzorg en Vrijwilligers. In 2022 wordt het beleids- en uitvoeringsplan opgesteld. In paragraaf 1.2. tot en met 1.7. wordt u geïnformeerd over de belangrijkste resultaten uit de Mantelzorgmonitor 2020. Specifiek leest u in paragraaf 1.5. de resultaten over logeer- en respijtopvang. In paragraaf 2 wordt u geïnformeerd waarom de afname van de Mantelzorgmonitor structureel is gemaakt. In paragraaf 3.1. tot en met 3.3. wordt de motie "Ontlast mantelzorg door onderzoek logeer- en respijtzorg" verder behandeld. Kernboodschap Uit de monitor blijkt dat meer mensen worden bereikt met de geboden ondersteuning en meer mensen zijn tevreden. De mantelzorgmonitor is een waardevol instrument. Daarom wordt het afnemen hiervan structureel gemaakt. Mantelzorg heeft veel invloed op het dagelijks leven en mensen zijn daardoor kwetsbaar. De behandeling van de Mantelzorgmonitor hangt samen met de behandeling van de motie "Ontlast mantelzorg door onderzoek logeer- en respijtzorg". Mantelzorgers hebben daarnaast ook andere behoeften dan we dachten. We lezen zeven vormen van gewenste ondersteuning in de monitor.
Het gebruik van formele vervangende zorg en respijtzorg is niet hoog. Onze wettelijke taken voor formele ondersteuning zijn beperkt en niet veel mensen ontvangen formele Wmo logeer- en respijtopvang. Een integraal beleids- en uitvoeringsplan Mantelzorg en Vrijwilligers is nodig om aan de doelstellingen voor een sterke sociale basis (spoor 1 van de Hervormingsagenda Sociaal Domein) te voldoen.
2/6
6
voorstel
Datum
27 oktober 2021
Consequenties 1.1. Meer mensen worden bereikt met de geboden ondersteuning en meer mensen zijn tevreden We zien dat een steeds groter aandeel van de Zwolse mantelzorgers wordt bereikt met de geboden ondersteuning. Meer mantelzorgers kennen het Steunpunt Mantelzorg en de ondersteuningsmogelijkheden en het gebruik van de diverse activiteiten is toegenomen. Mantelzorgers zijn meer tevreden over de aandacht, waardering en ondersteuning die de gemeente Zwolle biedt, in vergelijking met 2016 en 2018. Tussen een kwart en één derde is hier tevreden over, terwijl gemiddeld één op de tien hier ontevreden over is. Van de 627 mantelzorgers die het Steunpunt, de Sociale Wijkteams of Participatieraad kennen, is een groter aandeel positief over het aanbod van de gemeente. 1.2. Behandeling van de Mantelzorgmonitor hangt samen met de behandeling van de motie "Ontlast mantelzorg door onderzoek logeer- en respijtzorg" In 2020 hebben we de mantelzorgers onder andere extra vragen gesteld over hun behoefte en ervaringen met respijtzorg/ tijdelijk vervangende zorg. De behandeling van de mantelzorgmonitor hangt daarom samen de beantwoording van de motie "Ontlast mantelzorg door onderzoek logeer- en respijtzorg". Uit de Mantelzorgmonitor blijkt onder andere dat voor de afname van formele vervangende zorg en respijtzorg de behoefte aan de voorziening logeeropvang/respijtzorg niet hoog is.
De waardering van de mensen die het afnemen is echter wel hoog. In paragraaf 1.5. leest u de resultaten over logeer- en respijtopvang. 1.3. Mantelzorg heeft veel invloed op het dagelijks leven en mensen zijn daardoor kwetsbaar Bij ruim een kwart tot een derde heeft het mantelzorgen veel invloed op het dagelijks leven. De meeste mantelzorgers worden ondersteund door iemand uit de naaste omgeving en ongeveer twee derde voelt zich voldoende gewaardeerd door de omgeving. Eén op de vijf wordt door niemand ondersteund. Werkgevers zijn vaker op de hoogte van de mantelzorgtaken dan in 2016 en veel vaker dan in 2018. Ook zijn ze vaker bereid om mee te denken over hoe werk en mantelzorg kunnen worden gecombineerd. 71% van de mantelzorgers die aan dit onderzoek deelnamen, is waarschijnlijk kwetsbaarder omdat ze veel mantelzorg verlenen, betaald werk hebben, mantelzorg verlenen aan een hulpbehoevende met psychische klachten of zelf een matige of slechte gezondheid hebben. 1.4. Mantelzorgers hebben andere behoeften dan we dachten Ondanks de geboden mantelzorgondersteuning geeft het merendeel (bijna driekwart) aan geen effect te bemerken in verlichting van mantelzorgtaken. Een deel ervaart drempels bij het vragen om hulp.
Zo denkt ruim vier op de tien mantelzorgers dat de hulpbehoevende niet door een ander verzorgd wil worden en ruim één derde van de mantelzorgers geeft de zorg liever niet uit handen. Een derde van de geboden mantelzorg wordt verleend door mantelzorgers buiten Zwolle. Bovenstaand houdt in dat ondersteuning zich over het algemeen meer richt op een luisterend oor, lotgenotencontact en informatie en advies. We kunnen hiermee (voorzichtig) concluderen dat mantelzorgondersteuning zich in praktijk meer richt op een luisterend oor, lotgenotencontact en informatie en advies dan op het daadwerkelijk overnemen van mantelzorgtaken. 1.5. Het gebruik van formele vervangende zorg en respijtzorg is niet hoog Een opvallend groot aandeel van de mantelzorgers (84%) zegt geen behoefte te hebben aan vervangende zorg (onderdeel van respijtzorg). Een groot deel van de mantelzorgers (87%) zegt ook geen gebruik te hebben gemaakt van vervangende zorg in de afgelopen jaren. De voornaamste reden 3/6
6
voorstel
Datum
27 oktober 2021
die ze hierbij aangeven is dat ze hier geen behoefte aan hebben. Tegelijkertijd heeft twee derde van de mantelzorgers zich niet verdiept in dagbesteding als een vorm van de vervangende zorg. Vier op de tien mantelzorgers die wel bekend zijn met de dagbesteding, maar hier geen gebruik van hebben gemaakt, geven aan dat de hulpbehoevende dit nog niet wil. Het merendeel van de mantelzorgers die wel gebruik hebben gemaakt van de vervangende zorg is hier tevreden over. 1.6. We lezen zeven vormen van gewenste ondersteuning Praktische hulp, (extra) professionele zorg al dan niet tijdelijk of op afroep, en het gebruik kunnen maken van respijtzorg werden het meest genoemd. Uit de meting van 2018 stond praktische hulp op de vijfde plaats. Corona kan wellicht tot deze verandering geleid hebben. Als tweede vorm van gewenste ondersteuning - net als in de vorige meting - werden advies en informatie genoemd. Inwoners geven aan behoefte te hebben aan informatie over waar en hoe aan te kloppen voor ondersteuning, ook als mantelzorger, over welke zorg het beste bij de persoonlijke situatie past en hoe je de zaken kunt organiseren. Ook werd vaak de behoefte benoemd om met een specialist af en toe te kunnen sparren of advies/ informatie te krijgen over een specifieke beperking of omgaan daarmee.
De derde meest genoemde vorm van ondersteuning is behoefte aan begrip, erkenning en waardering voor de mantelzorger en een luisterend oor bieden. De vierde vorm van gewenste ondersteuning is financiële compensatie (dit werd het meest genoemd in de meting van 2018). Samenwerking tussen mantelzorger met professional en samenwerking tussen de betrokkenen organisaties zijn als vijfde vorm van de gewenste ondersteuning genoemd. Meerdere keren is als zesde vorm de behoefte uitgesproken om het netwerk rond de hulpbehoevende te versterken of uit te bouwen. Als zevende vorm van ondersteuning is de wens geuit om meer flexibiliteit in relatie tot het werk te hebben, bijvoorbeeld flexibele werkroosters en het benutten van het zorgverlof. Enkele keren zijn de wensen rond de woonruimte uitgesproken en de verlichting van de administratieve last door bijvoorbeeld verruimen/ verlengen van indicaties en lotgenotencontact. 1.7. De gevolgen van de tweede lockdown zijn niet meegenomen in de Mantelzorgmonitor Op verzoek van de gemeenteraad is het college in 2016 gestart met de Mantelzorgmonitor. Het doel van de Mantelzorgmonitor is om het bereik van de geboden ondersteuning, de ervaringen hiermee en de behoeften aan ondersteuning te meten. In 2020 betreft de laatste editie.
Hierbij wordt opgemerkt dat de Mantelzorgmonitor is gehouden voordat de zogenoemde tweede lockdown (december 2020) werd afgekondigd. Eventuele gevolgen hiervan zijn dus niet meegenomen. 2. De mantelzorgmonitor is een waardevol instrument De Mantelzorgmonitor past zeer goed bij onze ambitie een data gedreven organisatie te zijn. Na zes jaar blijkt de data veel bruikbare informatie te bevatten om bestendig beleid te formuleren. In principe is dit de laatste editie. De Mantelzorgmonitor blijkt echter een waardevol instrument te zijn. Daarom is door het college besloten de Mantelzorgmonitor met dezelfde interval (om de twee jaar) structureel af te nemen. 3.1. De gemeentelijke wettelijke taken zijn beperkt, maar sluiten aan op de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg In eerste instantie richten binnen de kaders van de Wmo 2015 onze wettelijke taken (onder andere verwoord in artikel 2.3.5.) zich op het bieden van maatwerk. Wat betreft de Wmo concentreert formele logeer- en respijtopvang zich op mantelzorgsituaties zonder medische component. In tweede instantie valt Logeer- en respijtopvang waar een medische situatie van toepassing is onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet langdurige zorg (Wlz). In derde instantie dienen we invulling te 4/6
6
voorstel
Datum
27 oktober 2021
geven aan artikel 5.4.1. Wmo 2015. Dit artikel stelt dat gemeenten met zorgverzekeraars afspraken over beleid moeten maken “ten aanzien van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, zorg, jeugdzorg, welzijn en preventie, teneinde te komen tot een integrale dienstverlening aan cliënten en verzekerden.” Hoe het bovenstaande zich tot elkaar verhoudt wordt in de volgende paragrafen toegelicht. 3.2. Niet veel mensen ontvangen formele Wmo logeer- en respijtopvang In de gesprekken die zijn gevoerd met betrokken partijen brengen deze naar voren dat in een aantal gevallen het aanbod van logeer- en respijtopvang niet zou voldoen voor bepaalde (jongere) doelgroepen. Bij de aangedragen voorbeelden wordt mantelzorg gegeven met een zogenoemde medische component. Met andere woorden: de persoon die mantelzorg ontvangt krijgt mantelzorg om medische redenen. Indien er een medische component aanwezig is, valt het bieden van eventuele logeeropvang onder de verantwoordelijkheid van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet Langdurige Zorg (Wlz). Indien er geen medische component aanwezig is, valt het bieden van mogelijke formele logeeropvang onder de verantwoordelijkheid van de gemeente via de Wmo. In deze gevallen dient de gemeente conform het maatwerkprincipe te onderzoeken of een maatwerkvoorziening in de vorm van logeer- en respijtopvang van toepassing is.
Het aantal mensen dat zonder medische component mantelzorg ontvangt is relatief laag. Het aantal mensen dat Wmo logeeropvang ontvangt is daarom eveneens laag. Ongeveer 20 mensen ontvangen logeeropvang vanuit de Wmo in de vorm van zorg in natura. Een tiental mensen ontvangt logeeropvang in de vorm van een pgb. De verklaring voor de relatief lage aantallen formele Wmo ondersteuning op het gebied van logeer- en respijtopvang ligt in het feit dat verreweg de meeste mantelzorg wat wordt verleend een medische component heeft. We kunnen hieruit concluderen dat er een gering beroep wordt gedaan op formele logeeropvang in het kader van de Wmo. Met de huidige ZIN aanbieders en het pgb construct kunnen wij voldoende maatwerk bieden. Gelet op artikel 5.4.1. Wmo 2015 houdt dit echter niet in dat hiermee onze wettelijke taak ophoudt. In de volgende paragraaf wordt verder ingegaan op het formuleren van integraal beleid zoals bedoeld in artikel 5.4.1. Wmo 2015. 3.3. Integraal beleid is nodig om aan de doelstellingen voor een sterke sociale basis (spoor 1 van de Hervormingsagenda Sociaal Domein) te voldoen In de Hervormingsagenda zijn doelstellingen geformuleerd om te werken aan een sterke sociale basis voor onze inwoners.
Deze sterke sociale basis bestaat uit algemene voorzieningen waar inwoners gebruik van kunnen maken om zo goed en zelfstandig mogelijk deel te (blijven) nemen aan de samenleving. Onderdeel hiervan is solide mantelzorg- en vrijwilligersbeleid. Logeeropvang is onderdeel van het bredere thema respijtzorg. Respijtzorg wordt in Zwolle verleend vanuit Goede dagen en Perspectief, mantelzorgondersteuning, dagbesteding en diensten vanuit thuisondersteuning. De doelgroep die we ondersteunen met formele Wmo logeeropvang is beperkt. De totale doelgroep is dat echter niet. Daarom willen we samen met de zorgverzekeraars op integrale wijze naar mantelzorgers en naar wat mantelzorgers en degene voor wie zij zorgen nodig hebben kijken om tot sluitend beleid te komen. Hiermee geven we invulling aan onze wettelijke taak zoals dat is omschreven in artikel 5.4.1. Wmo 2015 naast onze gebruikelijke wettelijke taken tot het leveren van maatwerk als dat nodig is. 5/6
6
voorstel
Datum
27 oktober 2021
Om de komende jaren een duurzame en toekomstbestendige ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers te waarborgen wordt komend jaar een nieuw integraal beleids- en uitvoeringsplan Mantelzorg en Vrijwilligers opgesteld. Met name met het uitvoeringsplan kunnen we kijken hoe we vorm kunnen geven aan de zeven gewenste vormen van ondersteuning die in paragraaf 1.6. worden genoemd. Het thema integrale aanpak logeer- en respijtopvang wordt onder andere hierin meegenomen. Tevens bekijken we met betrekking tot mantelzorgcompliment wat er voor de toekomst nodig is. Daarnaast houden we rekening met de werkagenda die door de Regionale Zorgalliantie (RZA) is opgesteld. In het thema Langer Thuis Wonen wordt aangegeven dat afstemming op ondersteuning van mantelzorgers, beschikbaarheid en toegankelijkheid van respijtvoorzieningen en vergoeding vanuit de aanvullende zorgverzekering gewenst is. Concrete afspraken hierover worden komend jaar gemaakt. Financiën De kosten voor het structureel voortzetten van de tweejaarlijkse Mantelzorgmonitor kunnen binnen het beschikbare mantelzorgbudget worden opgevangen. Communicatie Niet van toepassing Vervolg De mantelzorgmonitor wordt structureel gemaakt. Dit houdt in dat elke twee jaar de Mantelzorgmonitor wordt afgenomen. De eerstvolgende editie betreft de Mantelzorgmonitor 2022.
In samenwerking met betrokken partijen wordt in 2022 een integraal beleids- en uitvoeringsplan Mantelzorg en Vrijwilligers opgesteld. Dit beleids- en uitvoeringsplan zal aan u ter besluitvorming worden voorgelegd. Openbaarheid Openbaar
Burgemeester en Wethouders van Zwolle,
voorzitter, Peter Snijders
secretaris, Dick Emmer
6/6