CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatienota Nota lachgas en 3-MMC

Raad Besluitvormingsronde 29 maart 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Nota lachgas en 3-MMC4.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

voorstel Informatienota voor de raad Datum

9 februari 2021

Onderwerp Versienummer

Nota lachgas en 3-MMC V 1.0

Portefeuillehouder

Burgemeester Peter Snijders, Wethouder Michiel van Willigen

Informant

J. Kroon W. Jonker Maatschappelijke Ontwikkeling 06-50167085 W.Jonker@zwolle.nl J.Kroon@zwolle.nl Handhaving (Juridisch Instrumentarium)

Afdeling Telefoon Email Bijlagen

Wij stellen u voor kennis te nemen van: De stand van zaken over lachgas en 3-MMC in Zwolle

10

voorstel

Datum

9 februari 2021

Toelichting op het voorstel

Inleiding De verkoop en het gebruik van lachgas en 3-MMC in Nederland en Zwolle neemt toe. Met name jongeren gebruiken deze – tot op heden – legale en relatief makkelijk verkrijgbare middelen. Sommigen van hen lopen hierdoor gezondheidsschade op of raken er zelfs aan verslaafd (dit laatstgenoemde speelt vooral bij 3-mmc), met alle gevolgen van dien. Het college maakt zich daarom zorgen over de opkomst van deze middelen en ook vanuit de gemeenteraad is er op verschillende manieren aandacht gevraagd voor lachgas en 3-MMC. Daarnaast is er door het college een toezegging gedaan met betrekking tot lachgas. Deze luidt als volgt: “Wij zijn van plan, en zeggen de raad dus toe, dat er een lokaal advies over verbod, voorlichting en handhaving van lachgas aan de raad komt, indien rijkswetgeving niet de beoogde termijn haalt. Dit lokale voorstel betreft aspecten vanuit handhaving, OOV, voorlichtingen jongeren en gezondheid.” Inmiddels is duidelijk dat lachgas niet 1 januari 2021 verboden is geworden en hebben de landelijke bewindslieden aangegeven dat zij streven om een verbod de eerste helft van 2021 in werking te laten treden. Vanwege dit uitstel van landelijke wetgeving heeft het college besloten om via deze informatienota invulling te geven aan de toezegging aan de raad. Omdat 3-MMC sterk in opkomst is zal in deze nota ook op 3-MMC in worden gegaan.

De overeenkomst tussen 3-MMC en lachgas is dat ze beiden onder de warenwet vallen en daardoor (nog) niet verboden zijn. Dit maakt de handhaving hierop lastiger dan de handhaving bij drugs die illegaal zijn. Er wordt landelijk bekeken of 3-MMC en andere grotere groepen van samengestelde drugs net zoals lachgas meegenomen kan worden in een verbod door plaatsing op de Opiumlijst. Kernboodschap Het gebruik van de legaal verkrijgbare middelen lachgas en 3-mmc wil het college zoveel mogelijk voorkomen, omdat deze middelen gezondheidsschade opleveren of leiden tot verslaving, met alle gevolgen van dien. En wanneer deze middelen leiden tot overlast wil het college zo adequaat mogelijk handhavend optreden. Met betrekking tot de preventie van lachgas wordt een breed palet aan interventies ingezet om het gebruik van lachgas en 3-MMC te ontmoedigen en gebruikers te ondersteunen. Om de handel en het gebruik van 3-MMC te verbieden wordt hiertegen opgetreden binnen de mogelijkheden van bestaande regelgeving. Complicerende factor daarbij is wel dat de stof 3MMC (nog) niet is genoemd in de Opiumwet. Dat maakt dat strafrechtelijk optreden slechts kan plaatsvinden als er sprake is van een samenhang met andere delicten.

Voor wat betreft de inzet van het juridisch instrumentarium om handel en gebruik van lachgas en 3-MMC tegen te gaan, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van bestaande strafrechtelijke en bestuursrechtelijke regelgeving. Toelichting Onderstaand wordt eerste een korte schets gegeven van lachgas en 3-MMC, hierna volgt het gedeelte over de aanpak die in Zwolle wordt gehanteerd. Hier wordt eerst de preventie -en vervolgens de repressieve kant belicht. Lachgas Het Trimbos instituut schrijft het volgende over lachgas: De grootste groep gebruikers gebruikt af en toe lachgas en ondervindt daar niet direct problemen door. Naast deze groep is er een groep waar problematisch gebruik van lachgas speelt. Hoe groot deze groep is, is niet bekend. 2/10

10

voorstel

Datum

9 februari 2021

De groep gebruikers van lachgas is divers. Er zijn verschillen in achtergrond, leeftijd en ervaring met middelen. Ook de reden waarom iemand gebruikt kan verschillen. Er zijn gebruikers die alleen in sociaal verband gebruiken. Uit interviews komt naar voren dat er ook gebruikers zijn die lachgas gebruiken om met problemen te kunnen omgaan (Spronk, Nijkamp en Nabben, 2020). Om hoeveel jongeren dit gaat is niet duidelijk. Kortom: benaderen vraagt een maatwerkaanpak, afgestemd op de leeftijd, ervaring en manier van gebruiken. Lachgas valt sinds 2016 niet meer in alle gevallen onder de Geneesmiddelenwet. Door deze wijziging in wettelijke status is de beschikbaarheid van lachgas toegenomen. Lachgas heeft onder een groot deel van de gebruikers nog steeds een positief en onschuldig imago. Het staat niet op lijst I of II van de Opiumwet en is vrij makkelijk verkrijgbaar. Navraag bij professionals leert dat in Zwolle het probleem met lachgas niet anders is dan op andere plekken in Nederland. Jongeren kunnen hier gemakkelijk aan komen en doordat het vrij verkrijgbaar is wordt dit als een onschuldig middel ervaren. Professionals waarschuwen echter dat lachgas geen onschuldig middel is. Omdat lachgas gezondheidsrisico’s met zich mee brengt zoals hoofdpijn en flauwvallen. Ook is lachgas waarschijnlijk schadelijk voor de hersenen.

Daarnaast zien we dat de openbare orde zo nu en dan wordt verstoord doordat jongeren met elkaar lachgas gebruiken in de openbare ruimte. 3-MMC Jellinek en het Trimbos instituut schrijven het volgende over 3-MMC: 3-MMC is een NPS, wat staat voor Nieuwe Psychoactieve Stof. Over NPS-en is erg weinig bekend. Er is vaak weinig tot geen onderzoek naar gedaan en de langetermijneffecten zijn daarom nog niet bekend. Gebruikers zijn hun eigen proefkonijn als ze toch besluiten te gebruiken. 3-MMC werkt stimulerend en licht bewustzijnsveranderend. Gebruikers voelen zich alert, euforisch en energiek en ze hebben de behoefte om meer contact te maken en te praten. Ook ervaren ze meer zelfvertrouwen. Het effect wordt wel omschreven als een combinatie tussen MDMA en cocaïne. Omdat 3-MMC nieuw is, is er nog weinig bekend over de risico’s. Er wordt verwacht dat de risico’s in lijn liggen met die van andere stimulanten, zoals speed, cocaïne en MDMA. Gebruikers melden: hoofdpijn, verwarring, misselijkheid, angst en paranoia. Daarnaast geven ze aan dat het gebruik van 3-MMC kan leiden tot cravings (een sterke behoefte om meer te nemen). Navraag bij professionals leert dat 3-MMC populair is onder jongeren in Zwolle. Doordat het een vrij nieuw middel is, kan Zwolle nog niet goed met de rest van Nederland vergeleken worden.

Uit de monitor drugsincidenten van het Trimbos instituut wordt regio Zwolle niet genoemd als plek waar opvallend veel incidenten met 3-MMC zijn voorgevallen.1 3-MMC is net als lachgas gemakkelijk te krijgen in Zwolle omdat dit niet verboden is. Professionals in Zwolle zien vooral kwetsbare jongeren die verslaafd raken aan 3-MMC. Bijvoorbeeld jongeren die een onstabiele thuissituatie of een psychische aandoening hebben. Omdat 3-MMC legaal is lijkt het voor gebruikers onschuldig, maar na het gebruik kunnen de sterke cravings verslavend werken. Dit maakt het gebruik van 3-MMC zorgelijk.

1 de825d1b-9742-469e-9d20-a1e1fe3ab768.pdf (trimbos.nl)

3/10

10

voorstel

Datum

9 februari 2021

Aanpak gemeente Zwolle Een algemeen verbod op het bezit van lachgas en 3-MMC kan niet door de gemeente worden ingevoerd. Dit kan alleen de landelijke overheid doen. Om handel en gebruik tegen te gaan kan wel gebruik worden gemaakt van gemeentelijke instrumenten. Dit gebeurt preventief en repressief. Deel 1: Preventie Omdat we het belangrijk vinden om zoveel mogelijk te voorkomen dat Zwolse jongeren gevaarlijke middelen gebruiken, hanteren we in de stad een breed pakket aan preventieve maatregelen voor het voorkomen en tegengaan van lachgas en 3-MMC. Daarnaast wordt momenteel de laatste hand gelegd aan een onderzoek dat in opdracht van ons college door bureau BEKE wordt uitgevoerd. Bureau BEKE doet onderzoek naar de aard en omvang van de jeugdproblematiek in Zwolle en zal antwoord geven op de vraag in hoeverre het bestaande instrumentarium voor de aanpak aansluit en welke aanbevelingen gedaan kunnen worden om de bestaande aanpak te optimaliseren dan wel nieuwe interventies te initiëren die beter aansluiten bij de geconstateerde problematiek. De uitkomsten van dit onderzoek zullen in later stadium worden gepresenteerd. Professionals geven aan dat preventief gezien gedaan wordt wat momenteel kan, maar dat het gebruik naar alle waarschijnlijkheid echt verminderd als lachgas en 3-MMC niet langer legaal te verkrijgen zijn.

Scholen Op scholen wordt gewerkt aan de weerbaarheid van kinderen en jongeren tegen onder andere drugs. Dit gebeurt door bijvoorbeeld het Marietje Kessels Project en THINK. Op het voortgezet onderwijs zijn middelengebruik en handel een thema waarin aandacht is voor populaire drugs, zoals lachgas en 3MMC. Jongerenwerk De jongerenwerkers voeren gesprekken met jongeren over lachgas en 3-MMC. Ze spreken over ervaringen, welke gevolgen het heeft, hoe het te verkrijgen is en of het in hun omgeving meer gebruikt wordt. Het jongeren werk deelt de zorgen met partners zoals Tactus. Het jongeren werk signaleert, maakt jongeren bewust, verwijst door, maakt het onderwerp bespreekbaar onder jongeren en bespreken de signalen met het netwerk. Jongerenwerkers geven aan dat: ‘De stoffen om het te fabriceren zouden net als coke of andere harddrugs zo snel mogelijk op de opiumlijst moeten komen’. Hulp en advies Een jeugdige of ouder die informatie over lachgas of 3-MMC wil, advies nodig heeft of hulp wil vragen bij problemen rond drugsgebruik, kan daarvoor terecht bij het Sociaal Wijkteam. Ook bij de huisarts kan dit besproken worden en kan evt. hulpverlening ingeschakeld worden. Ook zijn er meerdere jeugdhulpaanbieders in Zwolle die passende hulp kunnen inzetten, zoals GGZ-verslavingszorg, afhankelijk van de specifieke situatie van een jongeren en eventuele bijkomende problemen in het gezin.

Problematisch lachgas of 3-MMC gebruik kan duiden op achterliggende problematiek. Het is dan belangrijk om niet alleen hulp te bieden bij het gebruik, maar ook om de achterliggende problemen bespreekbaar te maken en samen met het gezin naar oplossingen te zoeken. Tactus is voor de gemeente Zwolle één van de belangrijkste partners om ondersteuning te bieden bij lachgas en 3-MMC gebruik. Daarnaast spelen ze een grote rol in het voorkomen van het gebruik hiervan. Preventie Tactus voert verschillende preventieve activiteiten uit. Ze ondersteunen professionals door ze te informeren en te trainen over lachgas en 3-MMC. Ook wordt er over deze drugs voorlichting 4/10

10

voorstel

Datum

9 februari 2021

en training gegeven aan risico groepen, naasten en algemeen publiek. Casemanagement Tactus voert ook casemanagement uit voor inwoners die lachgas of 3-MMC gebruiken. Dit is het begeleiden en toeleiden naar zorg en behandeling van verslaafde cliënten, met complexe problematiek die willen herstellen. Opvang en zorg Er is een dagcentrum van Tactus waar verslaafden terecht overdag terecht kunnen. Hier is begeleiding aanwezig waardoor de verslaafden ‘in beeld’ zijn en indien mogelijk gestart kan worden met herstel. Deel 2: Handhaving (Juridische instrumenten) 3MMC Naar aanleiding van meerdere incidenten in den lande afgelopen periode waarbij kennelijk sprake was van (overmatig) gebruik van de stof 3MMC heeft de politie IJsselland begin januari 2021 een handelingskader opgesteld. Gebruik van en handel in 3MMC kan zoals hiervoor aangegeven schadelijke gevolgen hebben voor de gebruiker en zijn of haar omgeving. Daarom wordt hiertegen opgetreden binnen de mogelijkheden van bestaande regelgeving. Complicerende factor daarbij is wel dat de stof 3MMC (nog) niet is genoemd in de Opiumwet. Dat maakt dat strafrechtelijk optreden slechts kan plaatsvinden als er sprake is van een samenhang met andere delicten. Uitgangspunt is echter dat er wordt gekeken naar wat er wel mogelijk is.

Zo is het op basis van de Warenwet (artikel 19) verboden om waren te verhandelen als de uitwerking van die waar tot gevolg kan hebben dat de veiligheid of gezondheid van de mens in gevaar wordt gebracht. En op basis van artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht wordt hij die waren verkoopt, aflevert of uitdeelt, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en het schadelijk karakter verzwijgende, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren. Hierop handelt de politie dan ook daadwerkelijk. Lachgas Voor lachgas geldt dat bezit niet strafbaar is maar dat aan vervoer wel specifieke eisen worden gesteld. Voldoet de bestuurder of het voertuig niet aan die eisen dan handelt de politie dit af naar bevind van zaken. Verder wordt actief gehandhaafd op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en andere (landelijke) regelgeving. Zo bepaalt artikel 2:74 APV bijvoorbeeld dat het verboden is zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af de leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Een overzicht van de te gebruiken / handhaven artikelen is in onderstaande tabel opgenomen. In bijlage 1 is dit nader uitgewerkt. Tabel 1.

Overzicht van juridische mogelijkheden aanpak lachgasverkoop en -gebruik. APV-bepalingen (vooral) gericht op ondernemers

Artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen) Artikel 2:49 (verboden gedrag in of bij gebouwen) Artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten) 5/10

10

voorstel

Datum

9 februari 2021

APV-bepalingen (vooral) gericht op burgers

Overige regelgeving

Artikel 2:74 (drugshandel op straat) Artikel 5:15 (ventverbod). Artikel 2:25 (evenementenvergunning) Artikel 2:28 (exploitatie openbare inrichting) Artikel 2:29 (sluitingstijd) Artikel 2:34c (beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven) Artikel 5:18 (standplaatsvergunning en weigeringsgronden). Artikel 14 lid 2 Drank en Horecawet (verbod op kleinhandel) Artikel 31 lid 2 Drank en Horecawet (intrekken vergunning bij overtreding art. 14 lid 2 DHW) Artikel 5 Winkeltijdenverordening (mogelijkheid intrekken ontheffing) Artikel 9.2.1.2 Wet Milieubeheer

Consequenties Geen. Financiën Geen. Communicatie Deze nota is aangeboden aan de gemeenteraad. Vervolg We blijven doorgaan met onze aanpak. Deze wordt integraal benaderd door zowel een preventieve als een repressieve kant. Openbaarheid Deze nota is openbaar.

Burgemeester en Wethouders van Zwolle,

voorzitter, Peter Snijders

interim-secretaris, Liesbeth Borsboom

6/10

10

voorstel

Datum

9 februari 2021

Bijlage 1: Handhaving (Juridisch Instrumentarium) Lachgas is een legaal middel en valt onder de Warenwet, waardoor het opnemen van een algeheel verbod op bezit en verkoop van lachgas in de APV niet mogelijk is. In onderstaande toelichting worden de APV bepalingen van Zwolle toegelicht waarmee overlast door lachgas kan worden aangepakt. Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade: • Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen •

Artikel 2:49 Verboden gedrag in of bij gebouwen

•

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten

Handhaving van deze artikelen kan bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder dwangsom. Het voordeel van een dwangsom is dat deze kan voorkomen dat de overtreding nog een keer wordt herhaald. Deze drie bepalingen bevatten meer algemene verboden. Deze verboden gelden op openbare plaatsen, bij gebouwen en in publiek toegankelijke ruimten en deze plekken hoeven dus niet in een afzonderlijk besluit eerst te worden aangewezen: het is zonder meer verboden om daar hinderlijk of verboden gedrag te vertonen. Ook hoeft niet afzonderlijk te worden onderbouwd dat het hinderlijk of verboden gedrag is veroorzaakt door de verkoop of het gebruik van lachgas. Afdeling 11. Drugsoverlast: • Artikel 2:74 Drugshandel op straat Deze bepaling is geschreven met het oog op de handhaving van de openbare orde/het voorkomen van overlast. Het gaat hierbij uitdrukkelijk (alleen) om overlast ten gevolge van drugshandel op straat. In dit artikelen wordt verwezen naar middelen uit lijst I en II van de Opiumwet, (hard- en softdrugs) en “daarop gelijkende waar”. Bij “daarop gelijkende waar” zou kunnen worden gedacht aan nieuwe middelen die al wel worden gebruikt, nog niet op de lijsten I of II voorkomen, maar waartegen wel moet worden opgetreden, zoals lachgas en 3MMC. Het is van belang om handhaving via deze bepalingen goed te motiveren.

Nu het kabinet voornemens is het recreatief gebruik van lachgas en 3MMC op lijst II van het Opiumwetbesluit te plaatsen en hiervoor ook concrete stappen zet, zou het kunnen zijn dat deze motivering stand zal houden bij de rechter. Afdeling 3. Evenementen • Artikel 2:25 Evenementenvergunning Bij evenementen waarvoor een vergunningplicht geldt, kan de burgemeester een verbod op verkoop van lachgas in de vergunning opnemen. Dat kan hij bijvoorbeeld motiveren met het belang van het voorkomen van hinder, aantasting van de openbare orde en/of milieu of het belang van de volksgezondheid. Het genoemde belang moet in ieder geval corresponderen met de weigeringsgronden voor de vergunning. Als niet wordt voldaan aan het vergunningvoorschrift (verbod op verkoop van lachgas), dan kan de burgemeester de vergunning intrekken. Bij evenementen in Zwolle wordt reeds gebruik gemaakt van deze verbodsmogelijkheid. 7/10

10

voorstel

Datum

9 februari 2021

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen: (hier opgenomen in samenhang met DHW) • Artikel 2:28: Exploitatie openbare inrichting Er kunnen verschillende bepalingen worden ingezet bij het tegengaan van verkoop of gebruik van lachgas in openbare inrichtingen (horeca). Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen horeca-inrichtingen waar alcohol mag worden geschonken (natte horeca) en inrichtingen waar dit niet mag (droge horeca). Beide soorten horeca zijn op grond van de model-APV aan te merken als openbare inrichting. Voor beide soorten horeca kan zijn geregeld dat een exploitatievergunning verplicht is. De exploitatievergunning is vooral een overlastvergunning. Er kan dus (preventief) worden getoetst of de exploitatie van een inrichting zich verdraagt met het woon- en leefmilieu en of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Aan de exploitatievergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Met het oog op het voorkomen van hinder en overlast of aantasting van de openbare orde, of ter bescherming van het woon- en leefklimaat of het milieu kunnen langs deze weg beperkingen worden opgelegd aan de verkoop en het (oneigenlijk) gebruik van lachgas.

Voorts geldt dat bij inrichtingen waarin alcoholhoudende dranken bedrijfsmatig of anders dan om niet worden geschonken voor gebruik ter plaatse, een DHW-vergunning is vereist ex artikel 3 van de DHW. Intrekking van die vergunning is mogelijk als de vergunninghouder in of vanuit de inrichting kleinhandel bedrijft (lees: lachgas verkoopt) of als zich in de inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid (artikel 31, leden 1, onder c, en 2, DHW). 

Artikel 2:29 (sluitingstijd)

Dit artikel biedt de mogelijkheid om sluitingstijden vast te stellen, zodat overlast in de late uren door het gebruik van lachgas (deels) kan worden tegengegaan. •

DHW artikel 14, lid 2

De DHW (die van toepassing is op de natte horeca) verbiedt in artikel 14, lid 2, kleinhandel vanuit een horecalokaliteit. Als in een horecalokaliteit lachgas wordt verkocht kan op grond van dit artikel worden gehandhaafd, mits die verkoop als kleinhandel kan worden aangemerkt. •

DHW artikel 31, lid 1, sub c

Dit artikel maakt mogelijk dat de burgemeester de Drank- en horecavergunning intrekt als in de inrichting dingen zijn gebeurd die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. De verkoop van lachgas in de inrichting kan bij overlast door gebruik van lachgas worden gesanctioneerd. APV hoofdstuk 5: Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 3: Venten • Artikel 5:15 Ventverbod 8/10

10

voorstel

Datum

9 februari 2021

Dit verbod van ambulante handel geldt op zondag en op maandag t/m zaterdag van 22.00 uur – 08.00 uur. Tevens is het in Zwolle verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid en/of de volksgezondheid in gevaar komt. •

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

In een standplaatsvergunning zou een voorschrift omtrent het verbod om lachgas te verkopen kunnen worden opgenomen. Winkeltijdenverordening Gemeenten kunnen zich niet bemoeien met de verkoop van lachgas in winkels binnen de reguliere openingstijden (6:00 tot 22:00 uur). In de Winkeltijdenwet worden (in artikel 3, eerste en tweede lid) beperkingen gesteld aan de openingstijden van winkels. Voor de late/nachtelijke uren gebeurt dit met name met het oog op de openbare orde en veiligheid. Voor winkelopening tijdens deze uren kan soms vrijstelling of ontheffing worden verleend. Een verleende ontheffing kan op grond van artikel 7 van de Winkeltijdenverordening worden ingetrokken (of gewijzigd) als de exploitatie van de winkel gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Dit biedt de mogelijkheid om bij ernstige verstoring van de openbare orde, veiligheid of ernstige overlast voor de woonomgeving, die (mede) is veroorzaakt door de verkoop van lachgas bij een nacht-/avondwinkel de ontheffing van deze winkel in te trekken of te wijzigen. Tot slot Wet Milieubeheer De Gemeente Arnhem pakt de overlast van verkoop van lachgas in inrichtingen mede op grond van de Wet milieubeheer (Wm) aan.

Artikel 9.2.1.2 van de Wm behelst een zorgplicht voor diegene die beroepshalve een stof aan een ander ter beschikking stelt om (mogelijke) gevaren voor mens of voor het milieu te voorkomen of te beperken. Gelet op de gevaren voor de mens en het milieu wordt de ondernemer in Arnhem die in strijd met dit artikel handelt indien hij lachgas in ballonnen afkomstig uit tanks aanbiedt aangepakt. Handhaving op grond van artikel 9.2.1.2 Wm is echter uitsluitend mogelijk indien 'lachgas' niet wordt gezien als een erkend genotmiddel. Arnhem kwalificeert lachgas als een genotmiddel waarvoor geen specifieke (stofgerichte) wet- en/of regelgeving geldt en heeft zich op het standpunt gesteld dat het daarom onder het bereik van artikel 9.2.1.2 van de Wm kan vallen. De aanpak van Arnhem is relatief nieuw. De VNG heeft hieromtrent geen standpunt ingenomen. Wel acht de VNG het (juridisch) risicovol om de genoemde handhaving met als grondslag de Wet milieubeheer voort te zetten als lachgas in de toekomst onder het Opiumwetbesluit valt. Een dwangsombesluit wegens het overtreden van de zorgplicht heeft geleid tot een uitspraak van de rechtbank Gelderland (vzr.) van 15 mei 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:2646. Helaas is het geen inhoudelijke uitspraak omdat de voorzieningenrechter zich onbevoegd heeft verklaard een uitspraak te doen op het verzoek.

Behalve overtreding van de genoemde zorgplichtbepaling hebben burgemeester en wethouders aan het dwangsombesluit ook overtreding van art. 2.1 lid 1 en lid 2 onder e Activiteitenbesluit (eveneens zorgplichtbepalingen) ten grondslag gelegd. De voorzieningenrechter overweegt ‘dat in geval van handhaving op grond van de Wet milieubeheer de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (…) in eerste en enige aanleg rechtsmacht heeft. De voorzieningenrechter is wel bevoegd om te oordelen over handhaving op grond van het Activiteitenbesluit. Verder is van belang dat handhaving is gebaseerd op één feitelijke situatie: de terbeschikkingstelling van lachgas. De last is niet splitsbaar in een deel waarop de Wet milieubeheer 9/10

10

voorstel

Datum

9 februari 2021

ziet en een deel waarop het Activiteitenbesluit ziet. Dat betekent dat in dit geval sprake is van een conflict in de bevoegdheidstoedeling.’ In een dergelijke situatie is alleen de Afdeling bevoegd in eerste en enige aanleg kennis te nemen van het verzoek, zoals de Afdeling (vzr.) eerder heeft geoordeeld in onder meer zijn uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:993. Een inhoudelijk oordeel van de bestuursrechter (onder de huidige wetgeving) ontbreekt dus nog. Mogelijke aanvulling APV Een aantal gemeenten hebben de APV aangepast en een specifiek artikel opgenomen voor hinderlijk gebruik en handel van lachgas. Dit artikel vereist aanpassing van de Zwolse APV. Artikel 2:74b Lachgas 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2.

Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Toelichting Artikel 2:74b Lachgas Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd zijn met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke.

Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid). In artikel 6.1 van de APV (sanctiebepaling) moet artikel 2:48a in de opsomming van de strafbaarstelling worden opgenomen. Hierdoor is strafrechtelijke handhaving mogelijk als het verbod wordt overtreden. Een overtreding wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie (€ 4.350,00). 10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=3c30491f-562d-4370-b72f-c7e9e42c24e2