Informatienota Financiële positie gemeenten
Tekst van het document
voorstel Informatienota voor de raad Datum
22 maart 2021
Onderwerp Versienummer
Financiële positie gemeenten V3.1
Portefeuillehouder
Dorrit de Jong
Informant Afdeling Telefoon Email Bijlagen
F.J. Kuijpers Concernstaf 038 498 4405 F.Kuijpers@zwolle.nl
Wij stellen u voor kennis te nemen van: 1. De financiële positie gemeenten en vragen u de zorgen hieromtrent te delen in uw netwerken. De aanstaande kabinetsformatie is daarbij een kans om de financiën van de gemeenten en de taken en opgaven voor de toekomst die de gemeenten gezamenlijk hebben, meer structureel met elkaar in balans te brengen.
4
voorstel
Datum
22 maart 2021
Toelichting op het voorstel Financiële positie gemeenten De financiële positie van gemeenten staat onder druk. Gemeenten hadden in 2019 een macro tekort van € 775 miljoen. De eerste begrotingscijfers 2021 van gemeenten laten daarnaast zien dat het begrotingstekort in 2021 circa € 200 miljoen hoger is dan het geraamde tekort in 2020. Als gevolg van de aanhoudende tekorten is het gezamenlijk eigen vermogen van gemeenten in de periode tussen 2009 en 2019 met 14 procent gedaald. Gemeenten teren structureel in op hun reserves. Dit is op termijn niet houdbaar. Gemeenten en het ministerie van BZK zijn hierover intensief met elkaar en met de provincies in gesprek. In den brede wordt gekeken hoe structurele inkomsten en uitgaven weer in balans gebracht kunnen worden. Er is sprake van een gedeeld beeld en een gedeelde zorg over de financiële positie van de gemeenten. Alle partijen zien het belang van gezonde gemeentefinanciën. Dit is de aanleiding geweest voor het ministerie van BZK en de VNG om een onderzoek te starten naar de financiële positie van gemeenten. Het onderzoeksrapport zal in april gereed komen en is uitgevoerd door het onderzoeksbureau Cebeon. De gemeente Zwolle is betrokken bij de uitvoering van dit onderzoek. Dit onderzoek bevestigt het beeld dat de financiële positie van de gemeenten verslechtert. Er is sprake van versobering en uitholling van taken.
Gemeenten grijpen op verschillende manieren in. Lasten worden doorgeschoven naar de toekomst, belastingen worden verhoogd en het voorzieningenniveau wordt versoberd. Het structureel financieel perspectief De recente houding van het demissionair kabinet ten aanzien van de tekorten op de Jeugdzorg en het Wmo abonnementstarief stemt echter niet hoopvol als het gaat over het aanpakken van de structurele financiële problemen die gemeenten ervaren en de druk die dit legt op het voorzieningenniveau. Als deze financiële problematiek niet wordt aangepakt komen ook andere doelen in gevaar zoals het klimaatakkoord en de woningimpuls. Uit een vergelijking van de kosten van gemeenten en het budget in 2019 blijkt dat het structureel landelijk tekort op de jeugdzorg tussen de € 1,6 miljard en €1,8 miljard bedraagt. Het demissionair kabinet heeft laten weten gemeenten hier niet financieel in tegemoet te komen maar hier later op terug te komen. Gemeenten willen echter nu afspraken maken over het oplossen van de financiële problemen van gemeenten. De nood moet voor 2022 en 2023 worden gelenigd. Daarnaast moet het gemeentelijk budget voor de jaren na 2023 structureel worden verhoogd. Het VNG-bestuur heeft daarop besloten arbitrage in te zetten. Deze ‘commissie van wijzen’ moet op 1 mei met een semibindend advies komen.
Sinds 1 januari 2019 is door het kabinet besloten tot de invoering van een abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Deze maatregel heeft gemeenten in 2019 ca. € 229 miljoen extra gekost . Het Rijk vergoedt daar een deel van (€ 143 miljoen), maar het demissionair kabinet is niet van plan om gemeenten volledig te compenseren voor het tekort. Tot nu toe is het kabinet gemeenten vrijwel uitsluitend incidenteel tegemoet gekomen. Zo zijn er incidenteel compensatiepakketten met betrekking tot de financiële impact van de coronacrisis verstrekt, 2/4
4
voorstel
Datum
22 maart 2021
zijn de tijdelijke extra middelen voor jeugd ad € 300 miljoen incidenteel verlengd naar 2022 en is de opschalingskorting voor gemeenten bevroren voor de jaren 2020 en 2021. Hoewel gemeenten daarmee op korte termijn enige lucht hebben gekregen liggen er voor de komende jaren nog grote uitdagingen en opgaven met betrekking tot investeringen in onderhoud, de energietransitie en gebiedsontwikkelingen om de woningbouw te faciliteren en de stad bereikbaar te houden. Onlangs is door Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) berekend dat gemeenten de komende drie jaar zo’n € 1,8 miljard nodig hebben voor de uitvoering van de doelen uit het klimaatakkoord. In het klimaatakkoord is afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent moet zijn verminderd ten opzichte van 1990. Maar geld om die uitvoering vorm te geven is er niet. Veder zullen de komende tien jaar minimaal 1 miljoen nieuwe woningen moeten worden gerealiseerd. Daarvoor is de huidige € 1,0 miljard subsidie bij lange na niet voldoende. Wil de woningimpuls een succes worden dan zal het Rijk nog vele miljarden extra beschikbaar moeten stellen. Door het ontbreken van een structureel financieel perspectief kunnen nieuwe ambities nauwelijks worden waargemaakt. Structureel financieel perspectief is nodig om verder vooruit te kijken bij langjarige opgaven. Adviesrapport Rust-Reinheid-Regelmaat.
Evenwicht in de bestuurlijk-financiële verhoudingen Over het structureel perspectief van gemeenten heeft de ROB onlangs een rapport uitgebracht genaamd ‘Rust-Reinheid-Regelmaat. Evenwicht in de bestuurlijk-financiële verhoudingen’. In het rapport roept de ROB het volgende kabinet op om fundamentele keuzes te maken in de bestuurlijkfinanciële verhoudingen. Alleen een zak geld om de tekorten weg te werken lost het structurele probleem in de bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen het Rijk en de gemeenten niet op. Evenwicht in de bestuurlijk-financiële verhoudingen is essentieel voor een goed geordend openbaar bestuur. De juiste taken op de juiste plek, met bijpassende verantwoordelijkheden en de juiste bekostiging. De ROB concludeert dat de financiële ruimte voor decentrale overheden om zelfstandig keuzes te maken onder druk staat door de toenemende last van uitvoering van rijksbeleid. Er is een mismatch tussen opgaven, schaal en bevoegdheden. Gemeenten verliezen de controle op hun uitgaven als gevolg van het toegenomen belang van (verplichte) regionale samenwerking. Er zijn decentraal onvoldoende instrumenten om grote meerjarige opgaven zoals klimaat en woningbouw te sturen en te bekostigen. In de omgang tussen Rijk en decentrale overheden kan en mag wrijving zijn. Zonder wrijving geen glans. Maar de geldende spelregels worden onvoldoende gevolgd.
En dan zijn discussies niet meer productief. Als goed voorbeeld noemt de ROB hoe gemeenten en het Rijk op een constructieve manier afspraken hebben gemaakt over de compensatie van kosten die direct zijn gerelateerd aan de coronacrisis. Er is gekozen voor een pragmatische en reële benadering die, gelet op de urgentie en het unieke karakter, in dit geval het meest passend is.
3/4
4
voorstel
Datum
22 maart 2021
De financiële positie gemeente Zwolle Ook de gemeente Zwolle ervaart veel financiële druk door oplopende kosten in met name het sociaal domein. Vooral het tekort op de gemeentelijke jeugdzorgtaken valt op. Daar komt op dit moment de grote onzekerheid bij over hoe fundamenteel en verstrekkend de financiële gevolgen van de coronacrisis zullen zijn. Tegelijkertijd staat ook de gemeente Zwolle voor een cruciale rol in grote, langjarige opgaven zoals woningbouw, klimaatadaptatie en verduurzaming. De gemeente Zwolle verkeerd weliswaar nog in de situatie dat er, ook in 2020, een positief resultaat wordt behaald op de jaarrekening. Maar dit komt met name voort uit incidentele meevallers. Het college vindt het van belang om met het Rijk te komen tot structurele oplossingen zodat gemeenten voldoende middelen en bevoegdheden hebben om te kunnen sturen en lokaal beleid te kunnen blijven maken. In het Voorjaarsmoment bespreken wij met u het actueel financieel perspectief 2022-2025. Wij zullen u dan nader informeren over de financiële impact van het landelijk beleid op de financiële positie van de gemeente Zwolle. Tot dat moment vragen wij u om de onze boodschap omtrent de financiële positie van de gemeenten in uw netwerken te delen.
De aanstaande kabinetsformatie is een kans om de financiën van de gemeenten en de taken en opgaven voor de toekomst die de gemeenten gezamenlijk hebben meer structureel met elkaar in balans te brengen.
Burgemeester en Wethouders van Zwolle,
voorzitter, Peter Snijders
interim-secretaris, Liesbeth Borsboom
4/4