Informatienota Beantwoording artikel 45-vragen SP ‘Busvervoer Aalanden Noord’
Tekst van het document
voorstel Informatienota voor de raad Datum
5 januari 2021
Onderwerp Versienummer
Beantwoording artikel 45-vragen SP ‘Busvervoer Aa-landen Noord’ V1.1
Portefeuillehouder
W. Dogger
Informant Afdeling Telefoon Email Bijlagen
J. van Doorne Ruimte en Economie 038 498 3248 J.van.Doorne@zwolle.nl N.v.t.
Wij stellen u voor kennis te nemen van: De beantwoording van artikel 45-vragen van de SP met als onderwerp ‘Busvervoer Aa-landen Noord'
4
voorstel
Datum
5 januari 2021
Toelichting op het voorstel Inleiding De fractie van de SP heeft, naar aanleiding van de nieuwe dienstregeling voor het busvervoer in Zwolle, een aantal vragen gesteld over het verdwijnen van de busverbinding in het noorden van de wijk Aa-landen. Met deze informatienota reageren wij op de gestelde vragen.
Kernboodschap 1. Bent u het met de SP eens dat het onwenselijk is dat zo’n groot deel van wijk Aa-landen nu afgesloten is van busvervoer? Antwoord: Ja. 2. Bent u het met de SP eens dat bij het veranderen van routes er onvoldoende rekening gehouden is met afstanden tot haltes, bevolkingsopbouw, en aansluiting van ouderen- en zorginstellingen? Antwoord: Ja. 3. Kunt u ons aangeven wat u in uw contacten met de provincie heeft gedaan om goed busvervoer in de Aa-landen te behouden en welke mogelijkheden u ziet om samen met de provincie en de vervoerder een oplossing te zoeken voor het ontstane probleem? Antwoord: Als gemeente zijn wij nauw betrokken geweest bij het aanbestedingsproces en hebben wij op diverse momenten, zowel gevraagd als ongevraagd, onze input gegeven. Zo hebben wij: - In oktober 2018 uitgebreid gereageerd op het Ontwerp Programma van Eisen voor de concessie IJssel-Vecht; - Desgevraagd zitting genomen in de adviescommissie om de ingediende plannen van de diverse inschrijvers op de aanbesteding te beoordelen; - In maart 2020 inhoudelijk gereageerd op het concept Vervoerplan 2021. Daarnaast hebben wij tevens in diverse reguliere en incidentele ambtelijke en bestuurlijke overleggen die wij met de provincie hebben met de provincie van gesproken over de functie van het openbaar vervoer.
Ons standpunt is daarbij altijd geweest dat de bereikbaarheid en de ontsluiting van de wijken in Zwolle met het openbaar vervoer voor ons een belangrijke randvoorwaarde is voor het functioneren van de stad en participeren van bewoners aan de maatschappij. Het openbaar vervoer is wat ons betreft dan ook niet alleen een belangrijk vervoermiddel voor de dagelijkse verplaatsing, maar ook in het onderhouden van sociale contacten of het waarborgen van mobiliteit voor alle inwoners. In de communicatie met de provincie hebben we specifiek gerefereerd aan de wijken Holtenbroek en Aa-landen, maar ook de Wipstrik, Berkum en ten dele voor Zwolle-Zuid, omdat juist in deze eerstgenoemde wijken relatief veel mensen wonen voor wie het openbaar vervoer een belangrijk vervoermiddel is voor hun (dagelijkse) verplaatsing. 2/4
4
voorstel
Datum
5 januari 2021
4. Bent u bereid een tijdelijke oplossing te vinden specifiek voor bewoners van De Boeier zodat deze op korte termijn geholpen zijn? Welke mogelijkheden ziet u hiervoor? Antwoord: Op dit moment voeren wij, samen met de provincie en onder leiding van adviesbureau Advier een verkenning uit naar het aanbieden van een alternatief vervoersconcept voor de gebieden Aa-landen-Noord en Holtenbroek-Noord. Dit gaat dus breder dan alleen de bewoners van De Boeier. We achten het niet opportuun om vooruit te lopen op de uitkomsten van deze verkenning en de mogelijkheden die wij zien. Randvoorwaardelijk voor het slagen van een dergelijke pilot is allereerst dat het vervoersconcept aansluit bij de behoefte van de (potentiële) reizigers (zie ook vraag 5). Daarbij geven vervoerders aan dat het laten vervallen van haltes vrijwel altijd het gevolg is van het feit dat deze in de praktijk nauwelijks gebruikt werden. Doordat de betaalbaarheid van het openbaar vervoer steeds verder onder druk komt te staan, kiezen vervoerders steeds vaker (noodgedwongen) voor de meer rendabele lijnen ten faveure van de meer sociale functie van het openbaar vervoer. Ook moet het binnen de wettelijke kaders van de Wet personenvervoer passen en moeten we goed uitzoeken wat de financiële consequenties zijn.
Tot slot moeten we ook constateren dat de huidige Covid-19 situatie een extra uitdaging is om op korte termijn te komen tot een passende oplossingsrichting. In maart/ april 2020 was het aantal reizigers 10 tot 15% van het normale aantal. In september was dit weer 50 tot 60%, maar eind oktober nam het alweer af tot 35%. Met de volledige lock-down waar we ons als samenleving nu weer in bevinden neemt dit percentage naar verwachting weer verder af.
5. Kunt u ons informeren over de uitkomsten van het gesprek dat wethouder Dogger woensdag 9 december met bewoners zal hebben? Antwoord: Het gesprek waaraan gerefereerd wordt heeft uiteindelijk op dinsdag 8 december plaatsgevonden. Reden voor het verplaatsen van het gesprek was dat op dat moment ook gedeputeerde Boerman van de provincie Overijssel in de gelegenheid was om bij het gesprek aanwezig te zijn. De bewoners hebben een toelichting gegeven op hun vragen die in essentie uit twee onderdelen bestonden: 1) Hoe is het aanbestedingsproces georganiseerd? 2) Welke oplossingsrichtingen zijn er voor de ontstane situatie? In het gesprek is uitgebreid op deze vragen ingegaan. De uitkomst van het gesprek is geweest dat de bewoners actief betrokken gaan worden bij het in kaart brengen van de (reis)behoefte en het zoeken naar alternatieve vervoersconcepten op korte termijn. Ook wordt nog serieus gekeken naar de suggesties van de bewoners ten aanzien van de huidige lijnvoering. Dit proces loopt op dit moment. 3/4
4
voorstel
Datum
5 januari 2021
6. Is het college bereid een visie op het openbaar vervoer in Zwolle op te stellen met kaders als afstand tot bushaltes, bereikbaarheid van ouderen en zorginstellingen etc. om zo inwoners en gemeenteraad meer invloed te geven op het OV net in Zwolle? Antwoord: Zoals in het verleden al vaker is aangegeven ligt de beslissingsbevoegdheid voor de aanbesteding van het openbaar vervoer bij de provincie(s). Daarbij zijn er al landelijke richtlijnen voor de ligging en inrichting van bushaltes. Het college is dan ook van mening dat de impact en invloed van een dergelijke gemeentelijke visie op het openbaar vervoer, waar we als gemeente feitelijk niet over gaan, relatief beperkt is. Wel wil het college ter voorbereiding op de nieuwe aanbesteding de behoefte van de diverse wijken ten aanzien van het openbaar busvervoer nog beter inzichtelijk krijgen. De reacties die we hierbij ophalen delen wij vervolgens met de provincie die dit kan betrekken bij het aanbestedingsproces. Het proces over hoe het college dit participatietraject ter voorbereiding op de aanbesteding wil gaan vormgeven wordt de komende tijd nader uitgewerkt en wordt voor de zomer van 2021 met uw raad gedeeld.
Openbaarheid Openbaar
Burgemeester en Wethouders van Zwolle,
voorzitter, Peter Snijders
secretaris, Ingrid Geveke
4/4