CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatienota beantwoording artikel 45 vragen over stand van zaken Taaleis

Raad Besluitvormingsronde 19 september 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Beantwoording artikel 45 vragen VVD over stand van zaken Taaleis2.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

voorstel Informatienota voor de raad Datum

20 juni 2022

Onderwerp Versienummer

Beantwoording artikel 45 vragen over stand van zaken Taaleis V1.0

Portefeuillehouder

Dorrit de Jong

Informant Afdeling Telefoon Email Bijlagen

A.G. Busweiler Maatschappelijke Ontwikkeling 038 498 2801 T.Busweiler@zwolle.nl -

Wij stellen u voor kennis te nemen van: Kennis te nemen van de beantwoording van de artikel 45 vragen van de fractie VVD.

6

voorstel

Datum

20 juni 2022

Inleiding In deze nota beantwoorden we de vragen van de VVD-fractie over de Wet Taaleis. Kernboodschap De fractie heeft de volgende vragen gesteld, die hieronder per vraag worden beantwoord:

1. Is het college het met de VVD eens dat beheersing van de Nederlandse taal een cruciale

voorwaarde is om mee te kunnen doen in de samenleving, aan het werk en uit de bijstand te komen?

Ja.

2. Kan het college toelichten waarom de taaltoets sinds 2016 pas 27 keer is toegepast? Toen de Wet Taaleis Participatiewet in 2016 is ingevoerd, is in Zwolle gekozen voor een pragmatische aanpak. Eén van de redenen daarvoor was, omdat er vanuit het Rijk een heel beperkt budget voor de uitvoering van de nieuwe wet beschikbaar werd gesteld. Dat heeft er toe geleid dat we hebben gekozen voor een werkwijze waarbij de logische contactmomenten worden benut. We combineren informatie die door de inwoners of derden wordt aangeleverd (bewijsstukken van opleiding, werkervaring, gesprek met de inwoners, referenties etc.). Door het team Intake van de afdeling Inkomensondersteuning wordt bij de aanvraag voor een uitkering beoordeeld in hoeverre een inwoner beschikt over voldoende basisvaardigheden. Of dat er belemmeringen zijn. Als iemand niet voldoet wordt diegene verwezen naar taalondersteuning. Ook als iemand wel voldoet, maar toch belemmeringen ervaart vindt er een doorverwijzing plaats naar het Taalpunt. Een volgende stap kan een verwijzing zijn naar Tiem als iemand perspectief op werk heeft. Bij inwoners met een opleidingsniveau MBO-3 of lager wordt de taalmeter afgenomen. De taalmeter is geen officiële toets. Die toets zou eigenlijk moeten worden afgenomen als er een lage score is bij de taalmeter.

Wij doen dat niet, omdat we denken dat we aan de taalmeter voldoende hebben wat betreft meetinstrument. Meer toetsen levert niet perse meer informatie op. Daarna volgt een gesprek tussen consulent en inwoner om de individuele leerdoelen vast te stellen wat betreft taal of andere basisvaardigheden. Sinds 2019 voert Tiem de re-integratietaken uit voor mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Tiem neemt de taalmeter af bij inwoners met een uitkering die door hen naar werk worden begeleid. Omdat de taalmeter face-to-face wordt afgenomen, is dat tijdens de periode waarin beperkende maatregelen golden stilgevallen. Inmiddels is Tiem daar weer mee gestart. Overigens is het zo dat er een groep inwoners met uitkering is die op grond van schoolverleden aan de Wet Taaleis voldoet. En er is een groep die nog inburgeringsplichtig is en daardoor automatisch nog niet voldoet aan die wet. Die groepen worden evenmin getest of getoetst. In afstemming met afdeling Inkomensondersteuning en Tiem wordt bekeken of de taal- en andere basisvaardigheden vaker en eerder in het proces gevoerd kunnen worden. En gevoerd worden voordat de ‘afslag’ richting Tiem of SWT plaatsvindt. 2/6

6

voorstel

Datum

20 juni 2022

Daarnaast bezint Tiem zich op dit moment op nieuwe software voor re-integratie. Dat biedt de mogelijkheid om taalniveau van inwoners beter vast te leggen en een beter beeld van de doelgroep te geven. Op dit moment wordt informatie over bijvoorbeeld het taalniveau van inwoners in individuele klantrapportages vastgelegd en kan daardoor niet voor statistische informatie worden gebruikt.

3. Beheersen die 27 mensen inmiddels in voldoende mate de Nederlandse taal? Met andere woorden: hoe succesvol is de taaltoets en daaropvolgende begeleiding?

Er wordt niet opnieuw getoetst op het taalniveau. Inwoners volgen taallessen, waarbij de voortgang wordt bijgehouden. Ook via taalstages en voortgangsgesprekken beoordelen we de taalvoortgang. Daarnaast zijn er verschillende mijlpalen en gebeurtenissen waaruit op te maken is dat het onvoldoende beheersen van de basisvaardigheden geen belemmering meer vormt. Bijvoorbeeld uitstroom uit de uitkering naar betaald werk of het kunnen bijhouden van de eigen administratie waar die persoon dat eerst niet/niet goed kon.

4. In 2016 is het volledige bijstandsbestand gescreend op taalniveau. Hoeveel mensen zijn sindsdien door de daaropvolgende taalondersteuning uit de bijstand gestroomd?

We registreren de uitstroom uit de bijstand niet op die manier. We geven de hoofdreden van uitstroom aan (bv. uitstroom naar werk, verhuizing buiten gemeente, huwelijk, detentie, overlijden etc.). De koppeling tussen een (taal-)traject en daaropvolgende uitstroom leggen we niet vast.

5. Hoeveel mensen die nu een bijstandsuitkering ontvangen beheersen de Nederlandse taal onvoldoende?

Zo’n 9% van de Zwolse bevolking is laaggeletterd. De schatting volgens landelijk onderzoek is dat ongeveer 22% van de mensen met een uitkering laaggeletterd is.

6. Bij het toetsen van de taalvaardigheid wordt in de meeste gevallen besloten dat geen taaltoets nodig is, maar wordt de aanvrager toch toegeleid naar taalondersteuning. Hoe wordt die afweging gemaakt?

Het kan zijn omdat de inwoner aangeeft moeite te hebben met lezen en schrijven. Het kan ook zijn dat door observatie (invullen van een formulier lukt niet) of contextgerichte vragen wordt ontdekt dat de taalvaardigheid onvoldoende is. Zoals eerder aangegeven vinden zelfs doorverwijzingen naar taalondersteuning plaats als een inwoner wel aan de taaleis voldoet.

7. Het overleggen van een Curriculum Vitae (CV) leidt volgens het college tot de conclusie dat de

taalbeheersing voldoende is. Worden de CV’s gecontroleerd op inhoud en wordt er daarbij ook gekeken naar specifieke werkervaring?

We bespreken het CV met de inwoner. Daarbij kijken we specifiek naar het soort werk en de duur van het werk. Iemand die jaren machineoperator is geweest, had in ieder geval voldoende taalkennis voor die specifieke baan. Vraag is dan wel of hij/zij bij een ander bedrijf een zelfde functie kan vervullen, omdat daar de specifieke omstandigheden (andere machines bedienen bv.) anders kunnen zijn. Gaat het om mensen die een baan hebben gehad waarbij taal en digitale kennis meer van belang zijn (administratie, handel), dan is dat een indicatie dat die persoon in het algemeen een betere/goede 3/6

6

voorstel

Datum

20 juni 2022

beheersing van taal en computervaardigheden heeft. Afhankelijk van de situatie wordt verdere taalondersteuning ingezet.

8. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: het ministerie) heeft in 2019

aangekondigd Gemeenten te controleren op toepassing van de taaleis. Hoe wordt er aan de ministerie gerapporteerd en heeft een dergelijke controle van het ministerie al plaatsgevonden?

Op dit moment rapporteren wij niet aan het ministerie over de Wet Taaleis. Voor zover bekend is er in 2017 en 2018 om gegevens van de gemeente gevraagd via het BUS-onderzoek (bijstandsuitkeringenstatistiek) van het Centraal Bureau voor de Statistiek, CBS. Actueel is de enige vraag die in het kader van het BUS-onderzoek wordt gesteld, de vraag naar het aantal afstemmingen van de uitkering (verlagen uitkering) in verband met ‘niet (voldoende) nakomen van afspraken m.b.t. beheersing van de Nederlandse taal’. In de CBS-uitvraag re-integratie (SRG) wordt niet naar het voldoen aan de taaleis gevraagd.

9. Welk beeld komt uit de controles (als bedoeld in vraag 8) naar voren in vergelijking met andere gemeenten?

Gezien het ontbreken van cijfers kunnen we geen vergelijking maken.

10. Heeft het college goed in beeld hoeveel mensen in de bijstand de Nederlandse taal onvoldoende beheersen om te kunnen werken? Zo ja, hoe ziet dat beeld eruit? Zo nee, hoe komt dat?

We gaan er van uit dat ongeveer 22% van de mensen in de bijstand laaggeletterd is.

11. Waarom is gekozen voor een aantal van 500 mensen om ‘perspectiefgesprekken’ mee te voeren? Wordt bij deze mensen ook de taalmeter afgenomen?

Deze mensen zijn niet in begeleiding van SWT dan wel Tiem voor activatie/arbeidsontwikkeling. We willen zicht krijgen op hun perspectief richting werk en veronderstellen dat binnen deze groep zeker laaggeletterden zijn. In de gesprekken komt dit aan de orde. Indien nodig wordt de taalmeter afgenomen. Of we de taalmeter afnemen is afhankelijk van het opleidingsniveau en het arbeidsverleden van de persoon. Het aantal van 500 wordt gevormd door de groep inwoners die, als gevolg van het interventieplan sociaal domein, niet langer begeleiding kreeg van de afdeling WRA. Vanuit de lokale Koolmeesgelden zijn middelen voor deze gesprekken (mede het signaleren van laaggeletterdheid) beschikbaar gesteld door de gemeenteraad. Naar aanleiding van de gesprekken wordt passende ondersteuning aangeboden. Het zou immers frustrerend kunnen zijn als we na de ‘diagnose’ geen passend ondersteuningsaanbod kunnen doen, omdat alle lessen vol zitten en/of er geen taalmaatje beschikbaar is.

4/6

6

voorstel

Datum

20 juni 2022

12. Kan het college uitleggen waarom zij verwacht dat een grote groep van deze 500 mensen laaggeletterd zal zijn, terwijl de taaleis sinds 2016 in de Participatiewet staat?

De perspectiefgesprekken gaan we voeren met inwoners met een uitkering die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en geen actieve hulpvraag hebben aan het SWT. Zij zijn volgens onze werkwijze vanwege die afstand niet in begeleiding bij Tiem, maar voor activering bij het SWT. Bij deze mensen vindt op dit moment geen actieve screening op taal plaats. Nu Tiem deze mensen gaat spreken, verwachten we veel mensen te vinden die laaggeletterd zijn. We zijn in gesprek met het SWT om taal en andere basisvaardigheden meer aandacht te geven in gesprekken. Zowel in gesprekken met inwoners met een uitkering, alsook met inwoners die zich zelf met een vraag bij het SWT melden. Op dit moment wordt daar vaak niet bij stil gestaan, omdat inwoners zelf meestal niet vragen om ondersteuning bij taal, rekenen of digitale vaardigheden. En andere vragen/problemen op dat moment urgenter zijn. Laat onverlet dat het goed is om bij zoveel mogelijk inwoners na te gaan of zij ondersteuning nodig hebben bij hun basisvaardigheden.

13. Is het college bereid om net als in 2016 opnieuw alle bijstandsgerechtigden op te roepen voor een ‘perspectiefgesprek’ of ander gesprek waarin gekeken wordt wat nodig is om iemand zo snel mogelijk aan een betaalde baan te helpen?

We denken dat het op dit moment niet zinvol is om iedereen op te roepen. Zoals bij vraag 11 al aangegeven, doet gesprek en onderzoek een beroep op de personeelscapaciteit van de SWT’s. En het betekent dat we mensen daarna actief een traject moeten aanbieden. Daar hebben we het (rijks-) budget en de capaciteit niet voor. Voor wat betreft taalondersteuning zijn we bezig de mogelijkheden voor taalles uit te breiden. Alle taalklassen zitten op dit moment vol. Maar niet iedereen past in een schoolse setting om taal te leren. Daarvoor zijn we afhankelijk van vrijwillige taalmaatjes van het Taalpunt, Het Gilde en Travers (die allemaal een korte cursus volgen en daarna begeleiding krijgen bij het ondersteunen van inwoners). Naast taal (of andere basisvaardigheden: rekenen, digitale vaardigheden) kunnen ook andere vragen/problemen in de gesprekken naar voren komen waarvoor een traject nodig is.

14. In de afgelopen 1,5 jaar is het afnemen van de taalmeter bemoeilijkt. Worden de mensen die in die periode een bijstandsuitkering hebben aangevraagd alsnog getoetst op taalniveau en waar nodig toegeleid tot taalondersteuning?

In lijn met de bestedingsvoorstellen van de lokale Koolmeesgelden wordt er een inhaalslag gemaakt en worden mensen gesproken. Daar waar van nodig wordt de taalmeter ingezet.

15. Hoe worden eventueel toekomstige werkgevers betrokken bij de taalondersteuning van mogelijk toekomstige werknemers?

Werkgevers worden bijvoorbeeld betrokken via het landelijke programma Taalakkoord Werkgevers. Een project in de opstartfase dat bij het Leer-/Werkloket is ondergebracht. Doel van het taalakkoord is om taalvaardigheid (alsook rekenen en digitale vaardigheden) van werknemers te verbeteren door samenwerking.

5/6

6

voorstel

Datum

20 juni 2022

In Zwolle worden werkgevers betrokken via Tiem, het werkgeversservicepunt. We bieden actief de mogelijkheid voor een traject ‘taal op de werkvloer’, waarmee een kandidaat al werkend vaktaal leert en daarmee een meer betere kandidaat/werknemer is voor werkgevers. Via het Taalpunt worden werkgevers ook geholpen. Zo zijn er twee medewerkers van een bedrijf die door verbeteren van hun taalvaardigheid kunnen doorstromen naar een andere functie binnen dat bedrijf. Toelichting: n.v.t Consequenties: geen Financiën: n.v.t. Communicatie: n.v.t. Vervolg: n.v.t. Openbaarheid: De informatie is openbaar.

Burgemeester en Wethouders van Zwolle,

voorzitter, Peter Snijders

secretaris, Dick Emmer

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=e97e49ab-d461-4bac-b9d0-f09d7f7a8e98