Hessenpoort 3 toelichting Bijlage 11 212944_R_JOA_1224 - Aanmeldnotitie mer Hessenpoort 3 Zwolle v3.pdf
Tekst van het document
Rapport
Aveco de Bondt BV Burgemeester van der Borchstraat 2, 7451 CH Holten Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 548 85 33 33 www.avecodebondt.nl
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling project
Milieuplanologische onderzoeken Industrieterrein Hessenpoort 3 Zwolle
projectnummer projectleider
opdrachtgever postadres
212944 Juul Osinga Gemeente Zwolle Postbus 10007 8000 GA ZWOLLE
contactpersoon
C. Blanken
versie
3
auteur
Juul Osinga
gecontroleerd
Rianne Arendsen
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Aanleiding Toetsingskader Leeswijzer
3 3 3 3
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.3 2.3.1 2.3.2
Procedurele en inhoudelijke aspecten Wet- en regelgeving Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen Is er sprake van een plan of een besluit? Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? Is er sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Is er sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Procedure en betrokken partijen Betrokken partijen Procedure
4 4 5 5 5 5 6 6 6 6
3 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.3.7 3.3.8 3.3.9 3.4
De vormvrije m.e.r.-beoordeling De plaats en kenmerken van het project De mate van kwetsbaarheid van het milieu Kenmerken van het potentiële effect Archeologie en cultuurhistorie Bodemkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Flora en Fauna Water Verkeer en parkeren Samenvatting milieueffecten
7 7 8 9 10 10 11 11 12 13 14 15 16 18
4 4.1 4.2
Beoordeling van de effecten en conclusies Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling
19 19 19
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Initiatiefnemer (Gemeente Zwolle) is voornemens om het bedrijventerrein Hessenpoort aan de zuidkant uit te breiden met 9,4 ha. (netto oppervlak bedrijvenkavels). De uitbreiding is genaamd Hessenpoort 3. De uitbreiding wordt aan de zuidkant begrensd door het nieuwe tracé van de N340. In de onderstaande figuur is het voorlopig ontwerp van de beoogde situatie weergegeven, waarin het plangebied voor Hessenpoort 3 met een rode lijn is aangeduid.
Figuur 1.1: Voorlopig ontwerp uitbreiding Hessenpoort 3 (plangebied is met rode lijn aangeduid)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt een ruimtelijke procedure doorgelopen voor de wijziging van het vigerende bestemmingsplan, daarbij dient onderbouwd te worden dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en aan geldende wet- en regelgeving. 1.2 Toetsingskader In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten wanneer m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Deze aanmeldnotitie betreft de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag (de gemeente Zwolle) kan besluiten of het mogelijk maken van de ontwikkeling al dan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (waaronder het opstellen van een milieueffectrapportage). 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt in gegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt het beoogde plan getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 3 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. In hoofdstuk 4 worden de conclusies van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling verwoord in een advies aan het bevoegd gezag.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P3
2
Procedurele en inhoudelijke aspecten
2.1 Wet- en regelgeving De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming in te brengen, om zo belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r.. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. Onderstaande figuur geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn hiervoor.
Figuur 2.1: soorten milieueffectrapportage
Onderstaand zijn de drie vormen van een milieueffectrapportage nader toegelicht: • m.e.r-plicht: voor activiteiten die zijn opgenomen op de C-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde daarvan overschrijden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen. Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapportage worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten. • m.e.r.-beoordelingsplicht of plan-m.e.r.: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde overschrijden geldt de (formele) m.e.r. beoordelingsplicht. Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de D-lijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan (kolom 3), dan geldt altijd en direct de plan-m.e.r. • vormvrije m.e.r.-beoordeling: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. maar niet de drempelwaarde overschrijden geldt de (vormvrije) m.e.r. beoordelingsplicht.
De procedure en inhoud van de ‘vormvrije’ versie is nagenoeg gelijk aan de (formele) m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage) al dan niet noodzakelijk is. Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage III van de Europese MER richtlijn’.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P4
2.2
Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen
2.2.1 Is er sprake van een plan of een besluit? Om de uitbreiding van het bedrijventerrein mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging benodigd. Het wijzigen van een bestemmingsplan is in dit geval een besluit (kolom 4). 2.2.2 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het project activiteiten plaats vinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis daarvan is derhalve geen m.e.r.-procedure noodzakelijk. Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Op basis van het onderzoek naar flora en fauna (soortenbescherming en gebiedsbescherming) blijkt dat het opstellen van een Passende Beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming niet benodigd is (zie hoofdstuk 3.2). Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.-plicht. Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Overijssel heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt derhalve niet tot m.e.r.-plicht.
2.2.3 Is er sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit m.e.r. het toetsingskader. Toetsing aan D-lijst De beoogde ontwikkeling komt voor als activiteit in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (zie tabel 1): • Onderdeel D.11.3: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein Tabel 1: D-lijst, bijlage, besluit Milieueffectrapportage
D11.3
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
De aanleg, wijziging of
In gevallen waarin de activiteit
De structuurvisie,
De vaststelling van het plan,
uitbreiding van een
betrekking heeft op een
bedoeld in de artikelen
bedoeld in artikel 3.6,
industrieterrein
oppervlakte van 75 hectare of
2.1, 2.2 en 2.3 van de
eerste lid, onderdelen a en
meer.
Wet ruimtelijke ordening,
b, van de Wet ruimtelijke
en het plan, bedoeld in
ordening dan wel bij het
artikel 3.1, eerste lid, van
ontbreken daarvan van het
die wet.
plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De drempelwaarden in kolom 2 worden door onderhavig plan niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P5
2.2.4 Is er sprake van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht? Het onderhavige plan komt als activiteit voor in kolom 1 van de D-lijst en de drempelwaarden in kolom 2 worden niet overschreden, maar het te nemen besluit (het bestemmingsplan) komt voor in zowel kolom 3 als 4. Het bestemmingsplan is te beschouwen als een 'besluit' in de zin van het Besluit m.e.r.. Op basis van het vorengaande wordt geconcludeerd dat een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling zal blijken of niet alsnog een m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r. moet worden doorlopen. De (vormvrije) m.e.r. beoordeling wordt aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie (onderhavig document). 2.3
Procedure en betrokken partijen
2.3.1 Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure is de Gemeente Zwolle aan te merken als zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. 2.3.2 Procedure De Gemeente Zwolle beslist op basis van deze aanmeldnotitie of er al of niet een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Het (vormvrije) m.e.r.- beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: de vaststelling van het bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct beroep en bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het bestemmingsplan.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P6
3
De vormvrije m.e.r.-beoordeling
De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag (gemeente Zwolle) om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De beoordeling dient te worden uitgevoerd op grond van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectrapportage. Hierbij gelden drie thema’s: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. 3.1 De plaats en kenmerken van het project Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: A. de omvang van het project Het plangebied is gelegen in het noordoostelijk deel van de gemeente Zwolle ten zuiden van het bedrijventerrein Hessenpoort. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 17 hectare, waarvan circa 9,4 hectare netto uitgeefbaar is voor bedrijven. In figuur 1.1 is het voorlopig ontwerp weergegeven. B. de cumulatie met andere projecten Direct ten zuiden van het plangebied wordt het nieuwe tracé van de N340 aangelegd. Hiertoe is een Provinciaal Inpassingsplan opgesteld (vastgesteld op 11 april 2018). De realisatie wordt in 2021 grotendeels afgerond en overlapt daarmee niet met de realisatie van Hessenpoort 3. Van cumulatie van milieueffecten is dan ook geen sprake.
In de omgeving van het projectgebied zijn verder geen grootschalige ontwikkelingen bekend die kunnen leiden tot een stapeling (cumulatie) van milieueffecten. C. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. Ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving worden reguliere materialen en hulpbronnen gebruikt. De bedrijven die zich kunnen gaan vestigen binnen het plangebied betreffen bedrijven met een relatief lichte milieucategorie (milieucategorie tot maximaal 3.1). Bij deze categorie bedrijven is doorgaans geen sprake van intensief en/of grootschalig gebruik van natuurlijk hulpbronnen. De gemeente Zwolle stimuleert initiatiefnemers bovendien tot het realiseren van duurzame maatregelen, gericht op energiebesparing en duurzaamheid en circulariteit. Het gebruik van natuurlijk hulpbronnen vormt naar aard en omvang derhalve geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. D. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is tijdens de realisatie van onderhavig plan beperkt tot de bouwafvalstoffen.
De bedrijven die zich kunnen gaan vestigen binnen het plangebied betreffen bedrijven met een relatief lichte milieucategorie (milieucategorie tot maximaal 3.1). Bij deze categorie bedrijven is doorgaans geen sprake van grootschalige productie van afvalstoffen. De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. De gemeente Zwolle stimuleert circulaire bedrijfsprocessen.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P7
E. verontreiniging en hinder Voor verontreiniging en hinder kunnen diverse aspecten relevant zijn, te denken aan bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, waterkwaliteit, geluidhinder, verkeershinder, hinder in de vorm van verstoring van natuurwaarden door bijvoorbeeld stikstof, geluid en licht, etc. Ten aanzien van bovengenoemde aspecten wordt onder paragraaf 3.3, kenmerken van het mogelijke effect, beschreven wat de mogelijk effecten zijn. F. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De vestiging van risicovolle inrichtingen volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen is uitgesloten op Hessenpoort 3. In paragraaf 3.3 wordt hierop verder ingegaan bij het aspect externe veiligheid. Extreme weersomstandigheden zoals extreme temperaturen en veel neerslag komen steeds vaker voor door de klimaatverandering. Dit geeft aanleiding tot o.a. meer overstromingen op meer verschillende plaatsen, een hoger waterpeil van oppervlaktewateren en aanhoudende periodes van extreme droogte. In paragraaf 3.3 wordt daar verder op ingegaan als onderdeel van het aspect water. G. risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling) Binnen Hessenpoort 3 is vestiging van bedrijven met een milieucategorie van maximaal 3.1 mogelijk. Dit kan doorgaans als lichte bedrijvigheid worden geclassificeerd.
Een acceptabele afstand tot gevoelige of kwetsbare functies is voor deze bedrijven 50 meter. Binnen deze afstand zijn geen gevoelige of kwetsbare functies gesitueerd. Risico’s voor de menselijke gezondheid zijn dan ook niet te verwachten. In paragraaf 3.3 wordt daar verder op ingegaan als onderdeel van o.a. het aspect bedrijven en milieuzonering. 3.2 De mate van kwetsbaarheid van het milieu Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: H. het bestaande grondgebruik In de huidige situatie bestaat het plangebied uitsluitend uit agrarisch gebied (hoofdzakelijk mais en grasland) en groen (enkele houtwallen). De agrarische percelen worden middels sloten van elkaar gescheiden. Ten noorden van het plangebied is het bedrijventerrein Hessenpoort gelegen. Direct grenzend ten zuiden van het plangebied wordt momenteel het nieuwe tracé van de N340 aangelegd. Ten zuiden, oosten en westen van het plangebied is verder vooral buitengebied aanwezig, dat zich hoofdzakelijk kenmerkt door agrarisch gebied en het stroomgebied van de rivier de Vecht. In paragraaf 3.3 wordt meer specifiek ingegaan op grondgebruik in de omgeving indien effecten van het plan een plangrensoverschrijdend effect hebben. I.
relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied Het plangebied is gelegen op de grens van bedrijventerrein Hessenpoort en het omliggende buitengebied. Binnen het bedrijventerrein Hessenpoort is de rijkdom aan en beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen beperkt. In het omliggende buitengebied is de rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen groter. Het plangebied ligt nabij Natura 2000 gebied ‘Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht’ en Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebied ‘Oeverlanden Zwarte Water’ en ‘Vechtdal’. Het Natura 2000 gebied en de NNN-gebieden overlappen grotendeels met elkaar. Verder kenmerkt het omliggende buitengebied zich vooral door agrarisch grondgebruik. In paragraaf 3.3 wordt onder ‘flora en fauna’ nader ingegaan op potentiële effecten van het project op de aanwezige natuurlijke hulpbronnen in het plangebied en de omgeving.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P8
J.
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: − wetlands, oeverformaties, riviermondingen − kustgebieden − berg- en bosgebieden − natuurreservaten en -parken − gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; − gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen − gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid − landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Het plangebied zelf is niet gelegen in één van de bovenstaande gebieden. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich wel enkele van de in de opsomming genoemde (potentieel) waardevolle gebieden, te weten: • •
Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht’ (dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied ligt op 500 meter). Natuurnetwerk Nederland gebieden ‘Oeverlanden Zwarte Water’ en ‘Vechtdal’
In paragraaf 3.3. wordt onder ‘archeologie en cultuurhistorie’ en ‘flora en fauna’ verder ingegaan op het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. 3.3 Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria die besproken zijn onder paragraaf 3.1 (de plaats en kenmerken van het project) en 3.2 (de mate en kwetsbaarheid van het milieu) in het bijzonder in overweging worden genomen: • de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; • de aard van het effect; • het grensoverschrijdend karakter van het effect; • de intensiteit en de complexiteit van het effect; • de waarschijnlijkheid van het effect; • de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; • de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; • de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde, aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Vanwege de veelal geringe aard en omvang van het effect worden niet alle bovengenoemde criteria expliciet in overweging genomen.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P9
3.3.1 Archeologie en cultuurhistorie Potentiële effecten ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie zijn met name gerelateerd aan verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden en aantasting van cultuurhistorisch waardevolle elementen binnen het plangebied. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologiebeleid Gemeente Zwolle, 18 augustus 2008. Huidige situatie Volgens de Archeologische Waarderingskaart Zwolle, welke onderdeel is van het archeologiebeleid, is binnen het plangebied sprake van een archeologische waarde van 10%. Dat wil zeggen dat de archeologische waarden onbekend zijn. Op basis van de geomorfologische kaart en de Bodemkaart van Nederland wordt een lage verwachting vermoed. Er kunnen echter wel belangrijke archeologische waarden in de grond aanwezig zijn. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. Toekomstige situatie Gelet op de lage archeologische waarde en de afwezigheid van cultuurhistorische waardevolle elementen is geen verstoring te verwachten. Indien toch archeologische waarden worden aangetroffen geldt de zorgplicht, waarmee eventuele verstoring te ondervangen is. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.
3.3.2 Bodemkwaliteit Potentiële effecten ten aanzien van de bodemkwaliteit zijn vooral gerelateerd aan bodembedreigende activiteiten en grondverzet. Op het bedrijventerrein kunnen zich mogelijk bedrijven vestigen die bodembedreigende activiteiten uitvoeren. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Milieuadvies Quickscan Hessenpoort 3 Zwolle, Omgevingsdienst IJsselland, 19 juni 2019, Z2019-00003520; • Bodemkwaliteitskaart Zwolle 2021, TAUW, 18 februari 2021, 1276400; Huidige situatie In de huidige situatie is binnen het plangebied sprake van hoofdzakelijk agrarisch gebruik. Conform de Bodemkwaliteitskaart van Zwolle (Tauw, 2021) kent het plangebied in de huidige situatie de bodemfunctie ‘Landbouw/Natuur’. Volgens de ontgravingskaart voldoen de boven- en ondergrond eveneens aan de klasse ‘Landbouw/Natuur’. Op een deel van het plangebied heeft bodemonderzoek plaatsgevonden, waarbij geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetroffen. Effecten ontwikkeling op bodemkwaliteit Uit het milieuadvies van de Omgevingsdienst IJsselland (d.d. 19 juni 2019) blijkt dat er voldoende inzicht is in de milieuhygienische bodemkwaliteit ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging. Op basis van de bekende informatie is het niet te verwachten dat er noemenswaardige knelpunten zijn op het gebied van bodemverontreiniging.
De bodemkwaliteitskaart en het geldende stand-still principe vereisen dat bij grondverzet minimaal grond wordt toegepast binnen het plangebied die gelijkwaardig of beter is dan de huidige bodemkwaliteit. Daarmee wordt verslechtering van de bodemkwaliteit voorkomen. Indien er zich bedrijven vestigen die bodembedreigende activiteiten uitvoeren dan dienen deze voorafgaand een nulsituatie datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 10
bodemonderzoek uit te voeren. Tussentijds en/of na beëindiging van de bodembedreigende activiteit dient de bodemkwaliteit wederom worden vastgesteld. Indien dan sprake is van verslechtering dan dient de veroorzaker de bodemkwaliteit te herstellen naar de oorspronkelijk bodemkwaliteit. Bedrijven die bodembedreigende activiteiten uitvoeren zijn bovendien genoodzaakt om bodembeschermende maatregelen te treffen. Op deze manier wordt verslechtering van de bodemkwaliteit voorkomen. Indien noodzakelijk is er een wettelijk verplichting om verslechtering van de bodemkwaliteit ongedaan te maken. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bodem geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.3.3 Bedrijven en milieuzonering Potentiële effecten ten aanzien van bedrijven en milieuzonering zijn met name gerelateerd aan de realisatie van milieubelastende activiteiten en de hinder die zij veroorzaken op de omgeving en vise versa.
Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Milieuadvies Quickscan Hessenpoort 3 Zwolle, Omgevingsdienst IJsselland, 19 juni 2019, Z2019-00003520; • Milieuadvies: Hessenpoort 3 te Zwolle, Omgevingsdienst IJsselland, 29 november 2019, Z2019-00014055; Huidige situatie In de huidige situatie is binnen het plangebied sprake van hoofdzakelijk agrarisch gebruik, er is geen sprake van bedrijfsmatige activiteiten anders dan die voor het agrarisch gebruik. Ten noorden van het plangebied is het bedrijventerrein Hessenpoort gelegen. Bedrijventerrein Hessenpoort bestaat uit verschillende zones, waarbinnen bepaalde milieucategorie bedrijven toelaatbaar zijn. Ten hoogste toelaatbaar zijn categorie 4.2 bedrijven (in zone 3 en 4). De bedrijfskavels direct ten noorden van het plangebied liggen in zone 1 en daarin zijn ten hoogste categorie 3.2 bedrijven toelaatbaar. Effecten ontwikkelen op bedrijven en milieuzonering Op het te ontwikkelen bedrijventerrein Hessenpoort 3 worden maximaal milieucategorie 3.1 bedrijven toegestaan, met een bijbehorende richtafstand van 50 meter. Binnen deze richtafstand zijn geen gevoelige of kwetsbare functies aanwezig die hinder ondervinden van bedrijven.
Vise versa zijn in de omgeving van het plangebied geen bedrijven aanwezig die in hun bedrijfsvoering belemmerd worden door het ontwikkelen van nieuwe bedrijven binnen Hessenpoort 3. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bedrijven en milieuzonering geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.3.4 Externe veiligheid Potentiële effecten ten aanzien van externe veiligheid zijn met name gerelateerd aan de aanwezigheid van risicobronnen in de omgeving van het gebied en/of de realisatie van risicovolle inrichtingen binnen het plan. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Milieuadvies Quickscan Hessenpoort 3 Zwolle, Omgevingsdienst IJsselland, 19 juni 2019, Z2019-00003520; Huidige situatie In de huidige situatie zijn binnen het plangebied geen risicobronnen aanwezig voor externe veiligheid. In de omgeving zijn wel risicobronnen aanwezig. Ten zuiden van het plangebied is de N340 gelegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ten oosten van het plangebied is een spoorlijn aanwezig, waarover transport datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 11
van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ten westen is de A28 aanwezig, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, en is een hoge druk aardasleiding aanwezig. Ten noorden van het plangebied ligt bedrijventerrein Hessenpoort, waarop bedrijven gevestigd zijn waar handelingen met en/of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Effecten ontwikkeling op externe veiligheid Binnen Hessenpoort 3 zijn risicovolle inrichtingen volgens het Besluit en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi) niet toegestaan. Bedrijven die wel toegestaan zijn hebben een milieucategorie van maximaal 3.1. Dergelijke bedrijven hebben een richtafstand voor externe veiligheid van ten hoogste 50 meter. Daarbij kan op kleinschalig niveau sprake zijn van handelingen met en/of opslag van gevaarlijke stoffen. Deze activiteiten hebben echter geen significante invloed op de externe veiligheid in het gebied. Binnen Hessenpoort 3 kan op kleine schaal ook sprake zijn van beperkt kwetsbare objecten. Te denken valt dan aan gebouwen waarin minder grote aantallen personen een groot deel van de dag verblijven, zoals kantoren ondergeschikt aan de bedrijfsvoering. Hessenpoort 3 is gelegen buiten het invloedsgebied van de hoge druk aardgasleiding, de risicovolle inrichtingen op Hessenpoort en valt buiten de inventarisatieafstand van 200 meter van de A28.
Hessenpoort 3 is wel gelegen binnen het invloedsgebied van transport van gevaarlijke stoffen over de ten zuiden gelegen N340 en de spoorlijn Zwolle-Meppel. Conform het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid behoort Hessenpoort tot het gebiedstype ‘Bedrijfsterrein zwaar'. Het plangebied van Hessenpoort 3 kan overigens eerder als ‘bedrijfsterrein licht’ gekwalificeerd worden. Voor beide gebiedstypen geldt dat een beperkte toename van het groepsrisico en een overschrijding van de oriëntatiewaarde is toegestaan mits dit vanuit de kenmerken van de locatie en maatregelen te verantwoorden is. Gelet hierop zijn belangrijke nadelige gevolgen niet te verwachten. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van externe veiligheid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.3.5 Geluid Potentiële effecten ten aanzien van geluid zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen door het plan en de bedrijven die zich binnen het plan kunnen vestigen. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Akoestisch onderzoek Hessenpoort te Zwolle, Aveco de Bondt BV, 10 mei 2022, 212944_R_RNG_1848; Huidige situatie In de huidige situatie is binnen het plangebied sprake van hoofdzakelijk agrarisch gebruik, er is geen sprake van bedrijfsmatige activiteiten anders dan die voor het agrarisch gebruik.
Eventuele geluidhinder vanuit het gebied ontstaat alleen vanwege het bijbehorende agrarisch verkeer en landbewerking. Toekomstige situatie Binnen Hessenpoort 3 zijn bedrijven toegestaan met een milieucategorie van maximaal 3.1 Dergelijke bedrijven hebben een richtafstand voor geluid van ten hoogste 50 meter. Hessenpoort 3 wordt onderdeel van het geluidgezoneerd industrieterrein Hessenpoort. Uit het akoestisch onderzoek blijkt het volgende: • De geluidzone van Hessenpoort wordt aan de zuidkant groter door de uitbreiding met Hessenpoort 3. Dit leidt ertoe dat bij twee woningen een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (50dB(A)) optreedt. Aangezien het treffen van bron- of overdrachtsmaatregelen (schermen) niet mogelijk is of onvoldoende
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 12
• •
effectief, is het advies om voor deze twee woningen een hogere waarde van 51 dB(A) vast te stellen. Deze overschrijding is niet zodanig dat dit aanleiding geeft voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Er treden geen significante geluideffecten op bij het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. De toename van verkeer als gevolg van het plan leidt niet tot significante effecten op de omgeving.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.3.6 Luchtkwaliteit Potentiële effecten ten aanzien van luchtkwaliteit zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Milieuadvies Quickscan Hessenpoort 3 Zwolle, Omgevingsdienst IJsselland, 19 juni 2019, Z2019-00003520; Huidige situatie In de huidige situatie is binnen het plangebied sprake van hoofdzakelijk agrarisch gebruik. Eventuele emissies die van invloed zijn op de luchtkwaliteit betreffen dan ook uitsluitend emissies gerelateerd aan het agrarisch gebruik. Denk aan inzet van mobiele werktuigen voor landbewerking, bemesting en beweiding door dieren. Effecten ontwikkeling op luchtkwaliteit Als gevolg van ontwikkeling van Hessenpoort 3 zullen onder meer emissies van stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) vrijkomen. Industrie en wegverkeer zijn belangrijke bronnen van deze emissies. De emissies dragen bij aan de lokale concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 op leefniveau.
Het onderzoek naar luchtkwaliteit (Omgevingsdienst IJsselland, 19 juni 2019) beperkt zich tot deze stoffen, omdat in Nederland lokaal nog overschrijdingen van de grenswaarden voor deze stoffen kunnen voorkomen, voor de overige stoffen uit titel 5.2 van de Wet milieubeheer worden op voorhand geen grenswaardenoverschrijdingen verwacht. De worst case bijdrage van Hessenpoort 3 aan de lokale concentraties NO2, PM10 en PM2,5 is berekend. Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat de ontwikkeling leidt tot een bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Er wordt echter nog altijd ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden uit titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Er wordt tevens voldaan aan de WHO advieswaarden voor NO2 en PM10. De berekende totale concentratie voor PM2,5 geeft een geringe overschrijding van de WHO advieswaarde, maar gezien de worst-case uitgangspunten in de berekeningen is aannemelijk dat in de praktijk ook zal worden voldaan aan de WHO advieswaarde voor PM2,5. Geconcludeerd wordt dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van Hessenpoort 3. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 13
3.3.7 Flora en Fauna Potentiële effecten ten aanzien van flora en fauna zijn met name gerelateerd aan soortenbescherming binnen en direct rondom het plangebied en gebiedsbescherming van natuurgebieden. Ten behoeve van de effectenbeoordeling zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • AERIUS-berekening bestemmingsplan Hessenpoort 3, SWECO, 8 maart 2022; • Ecologische beoordeling stikstofdepositie – Hessenpoort 3, SWECO, 25 mei 2022; • Natuurtoets Hessenpoort 3, Zwolle, Ecogroen, 1 december 2020, 19-325; • Akoestisch onderzoek Hessenpoort te Zwolle, Aveco de Bondt BV, 10 mei 2022, 212944_R_RNG_1848; Huidige situatie Het plangebied bevindt zich niet binnen de contouren van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op circa 500 meter afstand ten zuiden van het plangebied is Natura 2000 gebied de ‘Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht’ gelegen. Het plangebied kent hoofdzakelijk een agrarisch gebruik en bevat enkele houtopstanden. Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn beschermde soorten aangetoond. Effecten op soorten Ten behoeve van de beoogde bestemmingsplanwijziging is een natuurtoets (Ecogroen, 1 december 2020) uitgevoerd. In deze natuurtoets is het effect van het voornemen getoetst aan de wettelijke bescherming van soorten uit de Wet natuurbescherming. Uit de natuurtoets blijkt het volgende: • Binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen van egel vastgesteld.
Bij het verwijderen van de houtwallen en/of de bosschage in de oostelijke punt van het plangebied gaan verblijfplaatsen van egel verloren. Voor het verwijderen van verblijfplaatsen van egel is een ontheffing Wet natuurbescherming vereist. • Binnen en in de omgeving van het plangebied is de aanwezigheid van de das bekend. Ten zuiden buiten het plangebied is een burcht aanwezig. De burcht wordt niet verstoord door de voorgenomen werkzaamheden. Tevens gaat bij de voorgenomen plannen geen essentieel foerageergebied verloren. Na uitvoering van de voorgenomen plannen blijft voldoende foerageergebied voor das aanwezig. Vervolgstappen voor das zijn niet aan de orde. • In de directe nabijheid van het plangebied zijn potentiële nestlocaties van buizerd, slechtvalk en boomvalk aangetroffen. Ook zijn diverse vogels broedend te verwachten in en in de directe omgeving van het plangebied. De werkzaamheden binnen de verstoringsafstand (75 meter) van de potentiële nestlocatie van jaarrond beschermde buizerd, slechtvalk of boomvalk dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd om verstoring van de potentiële nestlocatie te voorkomen. • Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren en verblijfplaatsen van algemene nationaal beschermde zoogdieren, amfibieën en vissen verloren gaan.
Voor deze soorten geldt in voorliggende situatie een provinciale vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, maar is wel de algemene zorgplicht van toepassing. • Het plan heeft geen negatief effect op beschermde flora, reptielen en ongewervelden. Het planvoornemen heeft op de egel een verstorend effect omdat verblijfsplaatsen verloren gaan. Hiervoor dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd, waarin wordt aangetoond dat door toepassing van mitigerende maatregelen en/of een activiteitenplan de negatieve effecten zoveel mogelijk worden geminimaliseerd. Voor de overige soorten is met toepassing van de algemene zorgplicht en/of het werken buiten het broedseizoen geborgd dat belangrijke negatieve effecten ontstaan. Gelet op het voorgaande worden belangrijke negatieve effecten op (beschermde) soorten niet verwacht.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 14
Effecten op gebieden Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn derhalve uitgesloten. Het plangebied is ook niet gelegen binnen Natura 2000 gebied. Van Areaalverlies en versnippering is dus geen sprake. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde natura 2000 gebieden (500 meter) zijn directe effecten als gevolg van verstoring door licht, trillingen en mechanische effecten niet te verwachten. De effecten van emissie van stikstof en geluid kunnen echter over grotere afstand doorwerken. Uit het uitgevoerde stikstofonderzoek (SWECO, d.d. 8 maart 2022) blijkt dat het voorgenomen plan in de gebruiksfase leidt tot een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebied ‘Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht’, ‘Olde Mater en Veerslootslanden’, ‘Rijntakken’ en ‘Veluwe’. Op basis van deze resultaten is een ecologische beoordeling uitgevoerd (SWECO, d.d. 25 mei 2022) waarin beoordeeld is of het voorgenomen plan significante negatieve gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen en/of leefgebieden in nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
Uit dit onderzoek blijkt dat de berekende toenames aan stikstofdepositie ten gevolge van de realisatie en ingebruikname van Hessenpoort 3, op basis van gebiedsspecifieke analyse met zekerheid niet zal leiden tot aantoonbare effecten op de kwaliteit van de aanwezige kwalificerende soorten en habitattypen en hiermee het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen niet in de weg staat. Vanaf 1 juli 2021 is de wet- en regelgeving omtrent stikstofdepositie in Natura 2000- gebieden gewijzigd. Een van de onderdelen van de wetswijziging is de introductie van een partiële vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector in artikel 2.9a Wet natuurbescherming. De partiële vrijstelling geldt voor de volgende activiteiten: 1. het bouwen en slopen van een bouwwerk; 2. het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Kortom, significante gevolgen als gevolg van stikstofdepositie door de realisatie en ingebruikname van Hessenpoort 3 zijn uitgesloten. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat er geen significante geluideffecten optreden op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. De 42 dB(A) contour, welke in algemene zin als drempelwaarde wordt beschouwd voor verstoring als gevolg van geluid, overlapt niet met dit natuurgebied.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van flora en fauna geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.3.8 Water Potentiële effecten ten aanzien van water betreffen met name de waterkwaliteit, noodzaak tot waterberging, behandeling van regen- en afvalwater, etc. Huidige situatie Het plan ligt in het stroomgebied Galgenrak en Streukelerzijl. Rond het plangebied liggen primaire watergangen die in het beheer van het waterschap zijn. Door het plangebied loopt een rioolpersleiding naar de rioolwaterzuivering. De maaiveldhoogte varieert van NAP 0,3 à 0,4 m tot NAP 0,9 à 1,0 m-mv. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP -0.3 m. De gemiddelde hoogste grondwaterstand t.o.v. NAP is circa 0,0 m en de gemiddelde grondwaterstand NAP -0,25 m.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 15
Effecten op waterhuishouding Rondom Hessenpoort 3 komt een waterstructuur, zoals weergegeven in figuur 1.1. De watergang langs de nieuwe N340 wordt verbreed en voorzien van een rietzone aan de zijde van Hessenpoort. Daarnaast wordt het peilregulerende kunstwerk bij de kruising Bentheimstraat/Diepholtstraat aangepast en de huidige landelijke afvoer nabij de kruising van het spoor met de N340 veranderd in een toevoermogelijkheid. In het plangebied komt een gescheiden rioolstelsel met de mogelijkheid om bij calamiteiten het regenwaterriool af te sluiten. De hemelwaterafvoer (HWA) van de daken en het verharde oppervlak moet (zo veel mogelijk) binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren). Op de kavels wordt 4,5 mm per vierkante meter verhard oppervlak op eigen terrein geborgen en geïnfiltreerd. De overige neerslag wordt binnen het plangebied geborgen. Uit een uitgevoerde bergingsberekening blijkt dat de voorgestelde waterstructuur voldoende ruimte biedt voor de berging van het overtollig hemelwater en ook voor de toetsbui die het waterschap hanteert (111mm gedurende 48 uur). Het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu en de omgeving is met deze beoogde waterstructuur voldoende geborgd. Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat.
Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door Vecht, Zwarte Water en aan de oostzijde door hoger gelegen gronden. In het bestemmingsplan wordt een overstromingsrisicoparagraaf opgenomen. De beoogde waterstructuur is akkoord bevonden door het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van water geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. 3.3.9 Verkeer en parkeren Potentiële milieueffecten ten aanzien van verkeer en parkeren zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt en de realisatie van voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied. Eventuele gevolgen daarvan ten aanzien van geluid, natuur en luchtkwaliteit zijn reeds in eerdere paragrafen in beschouwing genomen. Daarbij is geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Huidige situatie Hessenpoort 3 sluit aan de zuidkant aan op bestaand Hessenpoort, waar de Bohemenstraat al ligt. De Mindenstraat vormt de belangrijkste schakel naar de Nieuwleusenerdijk, die op zijn beurt heel Hessenpoort aansluit op het provinciale en rijkswegennet. Er zijn goede fietsroutes via de Bentheimstraat richting de Nieuwleusenerdijk. Daarnaast kunnen fietsers de N340 ongelijkvloers kruising richting de Hessenweg.
De dichtstbijzijnde openbaar vervoerhalte is aan de Mindenstraat. Daar worden busverbindingen aangeboden naar onder meer Deventer, Raalte, Meppel en het centraal station van Zwolle. Toekomstige situatie Hessenpoort 3 komt ruimtelijk gezien logisch in het verlengde van bestaand Hessenpoort te liggen. De kern van de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer wordt gevormd door een nieuwe zesarmige rotonde, die de Bentheimstraat, Holsteinstraat, Bohemenstraat en Mindenstraat met elkaar verbindt. De Mindenstraat en Nieuwleusenerdijk hebben voldoende restcapaciteit om het extra verkeer van Hessenpoort 3 te verwerken. Op kruispuntniveau worden wel een aantal capaciteitsvergrotende ingrepen gedaan. De nieuwe wegen worden aangelegd conform de principes van Duurzaam Veilig. Parkeren, laden en lossen vindt plaats op het eigen terrein. datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 16
Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van verkeer en parkeren geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 17
3.4 Samenvatting milieueffecten In tabel 3.1 zijn de conclusies van de beoordeling van de potentiële effecten van de ontwikkeling samengevat en is aangegeven of het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Tabel 3.1 Milieueffecten (milieu)Thema Conclusie beoordeling potentiële effecten
Doorlopen m.e.r.-procedure noodzakelijk
Archeologie en
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van archeologie en
cultuurhistorie
cultuurhistorie geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te
Nee
verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Bodem
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bodem geen
Nee
belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Bedrijven en
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bedrijven en
milieuzonering
milieuzonering geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te
Nee
verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Externe veiligheid
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van externe veiligheid Nee geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving.
Geluid
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid geen
Nee
belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Luchtkwaliteit
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van luchtkwaliteit
Nee
geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Flora en Fauna
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van
Nee
soortenbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Water
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van water geen
Nee
belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu en/of de omgeving. Verkeer en
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van verkeer en
parkeren
parkeren geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te
Nee
verwachten voor het milieu en/of de omgeving.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 18
4
Beoordeling van de effecten en conclusies
4.1 Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten Het voornemen om het bedrijventerrein uit te breiden leidt in beperkte mate tot effecten voor het milieu en de omgeving. Voor alle onderzochte aspecten geldt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. 4.2 Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.-beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Geadviseerd wordt om op basis van deze notitie de gemeente Zwolle te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224
P 19
datum referentie
14 juni 2022 212944_R_JOA_1224