Handhavingsuitvoeringsprogramma 2025
Tekst van het document
HANDHAVINGSUITVOERINGSPROGRAMMA 2025 Zwolle
Voorwoord De toezichthouders/Boa’s van team Toezicht openbare ruimte houden toezicht op naleving van regels met betrekking tot leefbaarheid en veiligheid. Hiermee geven ze uitvoering aan in beleid en regelgeving vastgestelde doelen. Hun takenpakket vloeit dan ook voort uit strategische beleidsplannen op de thema’s leefbaarheid en veiligheid. En dit takenpakket is de laatste jaren flink gegroeid en groeit nog steeds. Deze uitbreiding bestaat onder meer uit specialistische taken gericht op bijvoorbeeld jeugd, ondermijning, evenementen en het toezicht op de Alcoholwet, maar bijvoorbeeld ook lichte verkeersovertredingen. Landelijk is zichtbaar dat gemeentelijke handhavingsteams uitbreiden en professionaliseren om op al deze ontwikkelingen in te spelen. Ook in Zwolle sluiten we aan bij deze ontwikkelingen. Hiertoe hebben we in 2021 de Visie Toezicht Openbare Ruimte (TOR) vastgesteld en daarmee het startsein gegeven voor een uitbreiding en professionaliseringslag van het team. We hebben in de laatste paar jaar al heel veel bereikt als het gaan om professioneel handelen, samenwerking in de wijken, zichtbaar aanwezig zijn, en we hebben vele meldingen opgepakt en een begin gemaakt met het inrichten en vullen van een datasysteem. We zijn echt trots op wat we hebben bereikt. De grootste ambitie nu is om de slag te maken van reactief werken op basis van meldingen, naar proactief werken.
We willen wijkgericht en zichtbaar werken, en data-gestuurd (per wijk of thema) prioriteiten bepalen en plannen. Dit handhavingsuitvoeringsprogramma neemt u mee in de stappen die we hierin willen zetten, in 2025 maar ook met een doorkijk naar volgende jaren. We geven aan waar we ons “op straat” op gaan concentreren, maar ook welke stappen we als team en organisatie nog gaan zetten.
Leeswijzer Dit uitvoeringsplan kent de volgende opzet: In hoofdstuk 1 geven we de kaders en uitgangspunten, In hoofdstuk 2 een overzicht van de ontwikkeling en alle opgaven die er liggen. In hoofdstuk 3 een terugblik over welke stappen al zijn gezet de afgelopen jaren. In hoofdstuk 4 geven we de keuzes voor 2024 weer en In hoofdstuk 5 een korte doorkijk naar de toekomst en verdere doorontwikkeling.
Hoofstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Tot een paar jaar terug bestonden de basistaken van de Boa’s vooral uit toezicht op afval en overlast overtredingen in de openbare ruimte zoals parkeren, honden, en reclame. De laatste paar jaar zijn daar op basis van landelijke en lokale ontwikkelingen veel nieuwe taken bijgekomen. Zo zijn Boa’s een belangrijke rol gaan vervullen in bijvoorbeeld het toezicht op de horeca, de integrale jeugdaanpak, het toezicht op evenementen en het toezicht op demonstraties. Daarnaast wordt er nadrukkelijker naar de Boa’s gekeken als er nieuwe taken belegd moeten worden. Denk aan taken op het gebied van ondermijning zoals prostitutie, mensenhandel drugsgebruik en drugshandel. Daarnaast zijn ook taken op gebied van groen en natuurbehoud terecht gekomen bij het team Tor en meer recent is ook de taak om toezicht te houden op lichte verkeersovertredingen naar de gemeente gekomen. In 2021 is de Visie op TOR opgesteld om aan te geven hoe we willen inspelen op de nieuwe ontwikkelingen en de groei van het takenpakket. Sinds de vaststelling van de Visie is gebouwd aan het team TOR. Het team is gegroeid, qua formatie, kennis en opleiding en specialisaties. De inzet is om wijkgericht zichtbaar te zijn en aanspreekbaar te zijn. We hebben dit de afgelopen twee jaar invulling gegeven door meldingen centraal te stellen en deze in de wijken op te pakken.
Het doel hiervan was mede om inzicht te krijgen in wat veel aandacht vraagt, waar de behoeftes in de wijken liggen en om data te verzamelen. Dit is vooral een reactieve werkwijze. Nu wordt het tijd om ook de stap de zetten richting wijkgericht preventief en pro-actief werken. Waarmee we bedoelen dat er voor de Boa’s tijd wordt vrijgemaakt om in hun wijken zichtbaar aanwezig te zijn, aanspreekbaar te zijn en te netwerken en zo een bijdrage te leveren aan het voorkomen van overtredingen. Hiervoor is het nodig dat er meer richting wordt gegeven aan de inzet en prioriteiten stellen. Daarvoor dient dit programma. Dit moet de Boa’s handvatten geven om keuzes te maken, partners en burgers duidelijkheid bieden waar we voor zijn, en waar we niet of niet meer direct op inzetten. Dit moet de teamleider en de Boa-coördinatoren handvatten bieden om te sturen. 1.2 Doel Het doel van dit handhavingsuitvoeringsplan is dan ook om: 1. keuzes te maken in taken en aanpak, dit vanuit het gegeven dat capaciteit gelimiteerd is en het takenpakket van de handhaver openbare ruimte (de boa) groeit en zo meer ruimte te bieden voor pro-actief en wijkgericht werken; 2. realistische jaardoelstellingen neer te leggen, zowel op het inhoudelijke takenpakket als organisatorisch op teamniveau. Het beoogde effect van deze doelen is -
-
dat feitelijke inzet van handhavers gestuurd wordt door de onderliggende beleidsdoelen; we formuleren voor de uitvoering concrete en haalbare doelen die de uitvoering ondersteunen dat we zichtbaar maken wat we doen op basis van de geformuleerde doelstellingen; enerzijds omdat we trots zijn op ons werk en anderzijds om de inzet te verantwoorden.
1.3 Algemene uitgangspunten Onze werkwijze kenmerkt zich door een aantal uitgangspunten (bron Visie TOR en de kadernota Handhaving): • • • • • •
We werken wijkgericht, preventief en proactief Integraal handhaven is ons uitgangspunt We werken vanuit een stevige informatiepositie Specifieke thema’s richten we in door taakaccenten We zijn samenwerkingsgericht vanuit professioneel partnerschap Meldingen nemen we serieus
Wijkgericht werken betekent meer dan alleen werken in de wijken. Dit betekent zicht hebben op wat voor die wijk belangrijk is, je wijk kennen en door de wijk gekend worden. Dit betekent dus naast het afhandelen van meldingen, tijd maken voor het leren kennen van de bewoners, tijd maken om aanspreekbaar te zijn en tijd maken om met partners samen te werken. En het betekent een plan maken dat op die wijk is toegesneden. Dit draagt dan ook bij aan de versteviging van de informatiepositie Integraal handhaven betekent voor ons dat we met een brede blik ons werk doen in de openbare ruimte. Voor ons betekent dit dat we taakvolwassen handhavers zijn die in staat zijn om een breed scala aan taken op te pakken. Maar de praktijk heeft geleerd dat de uitgangspunten, we werken wijkgericht en integraal niet goed te combineren zijn met we nemen meldingen serieus. Dit vraagt ondersteuning op specifieke thema’s. Daarom richten we ook taakaccenten in of werken met specifieke taak gestuurde boa’s. En gaan we nadenken over het slimmer omgaan met meldingen. 1.4 Bronnen en kaders Om steeds de goede keuze te maken is het nodig om prioriteiten te stellen. Het is van belang hierbij de opgaven die er leggen duidelijk in beeld te hebben. Deze halen we uit: 1. Landelijke en lokale ontwikkelingen 2. Onderzoek naar behoefte uit de samenleving met name het Buurt- voor buurt onderzoek 3.
Beleidskaders (die al inspelen op de landelijke en lokale ontwikkelingen) -
Visie Toezicht Openbare Ruimte Strategische veiligheidsagenda 2023-2026 Beleidsontwikkeling op specifieke thema’s (bijv. Alcoholpreventieplan, het Programma Preventie met gezag, het horecasanctiebeleid, het terrassenbeleid etc.) Politieke prioriteiten
4. Samenwerkingsafspraken met partners 5. En in de toekomst ook uit de verzamelde data in ons “dashboard” Al deze input samen bepaalt onze opgaven. In hoofdstuk 2 geven we inzicht in de opgaven. In hoofdstuk 3 blikken we terug naar de afgelopen twee jaar. Wat hebben we al bereikt en wat willen we nog te bereiken als we kijken naar alle bovenstaande bronnen en onze uitgangspunten.
1.5 Positie van het handhavingsuitvoeringsprogramma in de beleidscyclus We werken in Zwolle op basis van het Big 8 model. Een model waarin de beleidscyclus wordt weergegeven. Doel van dit model is om te zorgen voor verbinding tussen alle elementen van de cyclus: van Visie, naar uitvoering, monitoring en verantwoording. De visie is vastgelegd in Toezicht Openbare Ruimte en de Strategische Veiligheidsagenda. Deze geven richting. De in 2023 vastgestelde handhavingsnota biedt de handvatten (strategieën en middelen). Dit programma biedt een nadere uitwerking en concretisering op inhoud van het werk en doelen. We richten ons op een verdere uitwerking en concretisering voor 2025, maar met een doorkijk naar de doorontwikkeling na dat jaar. Het uitvoeringsprogramma is in dit model het centrale middelpunt. Het programma is: Het document waarin de visie wordt vertaald naar concrete en haalbare doelen en wat dit betekent qua inzet in de uitvoering. We kijken hierbij, op basis van de visie niet alleen naar externe doelen maar ook doelen op gebied van doorontwikkeling van het team. Het programma biedt hiermee de targets waar we op willen sturen en dus waar we kunnen monitoren en daarmee een basis voor verantwoording in de vorm van een jaarverslag
1.6 Reikwijdte Niet alle taken uit de openbare ruimte vallen onder de reikwijdte van dit plan. Twee specifieke taken die niet in de HUP worden uitgewerkt, zijn: Fiscaal parkeerbeleid De controle op betaald parkeren en daarmee het innen van parkeerbelasting is in Zwolle een uitbestede taak. Dit wordt uitgevoerd door Handhavingssupport BV . De beheermanager Parkeren is verantwoordelijk voor het contract en het behalen van de resultaten. De dagelijkse sturing van de boa’s van Handhavingssupport gebeurt vanuit het team TOR. Markten en Havens De medewerkers van het team Markten en Havens hebben ook toezichtstaken in de openbare ruimte. De marktmeesters hebben een specifieke toezichtstaak op de markten in Zwolle en de medewerkers van dit team zien toe op de ligplaatsen en standplaatsen. Daarnaast houden de
havenmeesters toezicht op de havens (beroepsvaart en recreatie) en op het water, zoals op de rivieren en in de kolken. In 2025 onderzoeken we hoe we de werkzaamheden van het team Markten en Havens toekomstbestendig gaan organiseren. Voor dit onderzoek zijn diverse redenen. -
de ontwikkelingen op het gebied van Port of Zwolle. Op dit moment wordt een verkenning gedaan naar de positie van de havenmeester(s) in relatie tot Port of Zwolle. ontwikkeling van de afdeling. De teams TOR en Markten en havens vallen samen onder één leidinggevende. We willen verkennen hoe de beide teams meer samen kunnen werken. We denken dat het toezicht op de standplaatsen en ligplaatsen ook een onderdeel kan zijn van het wijkgericht werken door de boa's. Er kan ook projectmatig meer worden samengewerkt. Bijvoorbeeld in de zomer als het gaat om het toezicht op de overlast op het water. De leeftijdsopbouw van het team Markten en Havens vraagt vanuit strategische personeelsplanning om hierover na te denken.
Hoofdstuk 2 De opgaven 2.1 Landelijk ontwikkelingen Groei van het takenpakket De groei van het takenpakket is een landelijke ontwikkeling. Er worden taken van de politie overgedragen aan gemeentelijke handhaving, er wordt meer samengewerkt en criminaliteit krijgt steeds meer een rol in de “bovenwereld” en daarom wordt het tegengaan van ondermijning een steeds grotere taak. Verder is recent de taak handhaving van lichte verkeersovertredingen een taak van de gemeentelijke Boa’s geworden. Het gaat dan bv. om het gebruik van de telefoon op de fiets, het negeren van een rood stoplicht door fietsers en voetgangers en fietsen zonder verlichting. Ook vanuit de maatschappij klinkt de roep naar meer toezicht in de openbare ruimte steeds luider. Maatschappelijke trends tonen een verruwing van de samenleving aan. Burgers vinden het steeds moeilijker om elkaar aan te spreken op gedrag en doen eerder een beroep op de overheid. Een andere ontwikkeling is dat er een toename is van personen met verward gedrag en van het aantal dak en thuislozen. Hierdoor ontstaan overlastsituaties waar ook de Boa’s mee geconfronteerd worden en hun rol in moeten gaan pakken. Professionalisering Al deze ontwikkelingen vragen om een betere uitrusting en om professionalisering van Boa’s om alle taken veilig uit te kunnen voeren.
Om landelijk tot een gezamenlijke visie te komen op het gebied van leefbaarheid en veiligheid voor het jaar 2025 hebben gemeenten in samenwerking met de VNG en ketenpartners een actieagenda gemeentelijke handhaving 2022-2024 opgesteld. Het doel hiervan is om handhaving en toezicht te professionaliseren en om beter aan te sluiten op de behoefte vanuit de maatschappij. Thema’s die in de actieagenda centraal staan zijn: de basisopleiding, het takenpakket, de bevoegdheden, de uitrusting, permanente her- en bijscholing (hierna PHB) en samenwerking met in- en externe ketenpartners. In Zwolle hebben we aangesloten bij deze ontwikkelingen. Door de professionalisering van de Boa’s is ook de uitrusting in de afgelopen jaren veranderd. De Boa’s beschikken over bepaalde geweldsbevoegdheden en dragen hiervoor bijpassende hulpmiddelen zoals steekvesten, handboeien en body-cams. 2.2 Lokale ontwikkelingen en buurt voor buurt onderzoek In lijn met de landelijke ontwikkelingen hebben we ook in Zwolle te maken met een groei van de stad, en daarmee een groei van overlast in de openbare ruimte als het gaat om thema’s als afval, parkeerdruk maar bijvoorbeeld ook jeugdoverlast. Ook in Zwolle zien we een toename van ondermijnende activiteiten en dus opgaven als het gaat om thema’s als drugs en mensenhandel.
En ook in Zwolle hebben we in toenemende mate te maken met personen met verward gedrag, dak en thuisloze personen en personen met een verslavingsproblematiek. Het buurt voor buurt onderzoek bevestigt dat mensen zich in toenemende mate onveilig voelen. Dit kan veroorzaakt worden door zowel vormen van vervuiling of verloedering van de wijken, als door groepen hangjongeren of door personen met verward gedrag. Per wijk kan de mate waarin dit een rol speelt of welke specifieke oorzaak hieraan ten grondslag ligt, verschillen. Het is daarom belangrijk om de resultaten per wijk goed te bekijken en mee te nemen in het opstellen van een wijkplan.
2.3 Opgaven uit beleidskaders Deze opgaven beïnvloeden allemaal het takenpakket van de boa’s. In de verschillende beleidskaders is hier al op ingespeeld. Dit heeft geleid tot doelen en inzet op een groot aantal opgaven. 2.3.1 Afvalstoffen Op 1 januari 2023 is de nieuwe afvalstoffenverordening van kracht geworden. Dat betekent dat de inwoners voor het aanbieden van het restafval moeten betalen. Daarnaast wordt nog maar één keer per jaar per adres gratis grof huishoudelijk afval opgehaald in plaats van onbeperkt. Van andere gemeenten die vergelijkbaar afvalbeleid hebben ingevoerd, is bekend dat na invoering het aantal illegale bij plaatsingen fors toeneemt. TOR hield rekening met circa 0,5 fte extra inzet in het eerste kwartaal van 2023. De daadwerkelijke extra inzet is een verdubbeling van de reguliere inzet. Na een periode van ongeveer 3 maanden zou het aantal overtredingen weer af moeten nemen (opnieuw gebaseerd op de ervaringen bij andere gemeenten). Maar een duidelijke afname is nu (half september 2024) nog niet waarneembaar. Met andere woorden, het gedrag van mensen lijkt niet of nauwelijks te worden beïnvloed door de inzet van handhaving op dit thema. Daar staat tegenover dat mensen een schone wijk wel belangrijk vinden. Dus handhaving blijft nodig. Dat blijven we doen maar we willen voor 2025 wel nadenken op welke wijze de inzet op dit thema het meeste effect heeft.
2.3.2 Alcohol en Horecacontroles Er ligt een grote opgave als het gaat om dit thema. In 2023 is het nieuwe horeca sanctiebeleid en het Alcohol preventieplan vastgesteld en in 2024 is een nieuw terrassenbeleid vastgesteld. Daarnaast is er in de coronaperiode en de periode daarna achterstand ontstaan in de controles. In 2023 hebben we deze taak genoemd in het preventieplan. Hierbij is risico gerichte controle als prioriteit benoemd. Als uitgangspunt en doel hebben we vastgesteld dat we alle horeca inrichtingen eenmaal per twee jaar controleren. Dit betreft het toezicht op verstrekking van alcoholhoudende drank aan minderjarigen, de aanwezigheid van leidinggevenden in horeca-inrichtingen en andere plekken waar al dan niet legaal alcohol wordt geschonken (paracommercie en evenementen). Hierbij wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van de juiste vergunningen. Het betreft ook controle op de naleving van horeca- en terrasvergunningen en de naleving van de wet op de kansspelen. Het idee is dat buiten het centrum deze taak als onderdeel van het reguliere werk kan worden opgepakt. In het centrum vraagt dit een meer planmatige aanpak. Hier is naar schatting 500 uur per jaar aan inzet voor nodig. In 2024 is dit niet gehaald omdat er onvoldoende op is gestuurd en meldingen voorrang kregen. In 2025 willen we dit structureel invulling geven.
2.3.3 Jeugd Als het gaat om criminaliteit valt op dat jongeren steeds jonger risico lopen om in het criminele circuit te belanden. In het procesplan “Voorkomen jonge aanwas in de criminaliteit” wordt naar de Boa’s gekeken voor een substantiële bijdrage aan de aanpak. Zij spelen een rol bij het controleren van ‘Hotspots’. Hierbij worden sinds 2024 ook specifieke jeugdboa’s voor ingezet. Jeugdboa’s werken wijk overstijgend en bouwen een relatie op met jongeren(groepen).
Zij hebben als doel in contact te komen met jongeren en monitoren bijvoorbeeld overlastplekken en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de beleidsdoelen van de gemeente op het gebied van de aanpak van de jeugdproblematiek (Opgave jeugd, jeugd en veiligheid en aanpak jonge aanwas). Zij zorgen voor zicht op de jongeren (preventief) en stellen, indien nodig, grenzen aan het gedrag van jongeren (repressief). Daarnaast zorgt de inzet van jeugdboa’s ook voor een betere samenwerking tussen o.a. jongerenwerkers, onderwijs, politie en veiligheid en kan worden geïnvesteerd in de aanpak van overlastgroepen of voorkomen van jonge aanwas aan de georganiseerde criminaliteit. Belangrijk daarbij is dat er ook aandacht is voor het bieden van perspectief. Op deze manier wordt bijgedragen aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van jongeren in Zwolle. Een goede aanpak en invulling van deze taak vraagt een duurzame, structurele aanwezigheid in de wijken, in goede afstemming met ketenpartners. Op basis van een eerste verkenning is er behoefte aan 4 fte specifiek voor Jeugdtoezicht, om slagvaardig en effectief te kunnen zijn in alle stadsdelen. Deze zijn en worden nu aangesteld en kunnen vanaf 2025 volledig ingezet worden.
2.3.4 Ondermijning: mensenhandel, arbeidsuitbuiting, illegale prostitutie, drugs Van de Boa’s wordt inzet gevraagd op het signaleren en aanpakken van ondermijnende activiteiten. Als het gaat om drugs hebben we vooral een signalerende rol. Zo proberen we invulling te geven aan de oor en oog functie in de wijken. Daarnaast hebben we een taak als het gaat om controle van de coffeeshops. Sinds kort wordt ook onderzocht welke inzet van TOR nodig is voor het tegengaan van illegale prostitutie. Dat is een gemeentelijke taak, die al jaren bij de politie ligt, maar daar onvoldoende tijd en aandacht krijgt. Een aantal Nederlandse gemeenten heeft inmiddels ervaring opgedaan met het zelf uitvoeren van die taak (wel met ondersteuning waar nodig van politie). Daar lijkt substantiële capaciteit voor nodig te zijn, maar een benadering van de omvang daarvan in Zwolle is nog niet duidelijk. Het zal zeker betekenen dat één of meer handhavers zich bezig zullen houden met het actief monitoren en opvolgen van advertentiewebsites waar illegale diensten worden aangeboden en dat is een geheel nieuwe taak. Om deze taken goed uit te voeren is meer kennis nodig en ook tijd om ervaring op te doen. Op dit moment zijn we deelnemer van het ondermijningsoverleg waar signalen en meldingen worden besproken en doen we mee met integrale controles die hieruit voortvloeien.
2.3.5 Personen met verward gedrag, verslaafde personen en dak en thuislozen In hun dagelijks werk komen Boa’s ook regelmatig bij overlast meldingen waar de oorzaak ligt bij personen met verward gedrag, verslaafde personen en/of dak en thuislozen. Uit het buurt voor buurt onderzoek blijkt ook dat inwoners van Zwolle overlast ervaren of zich onveilig voelen hierdoor. De Boa’s kunnen niet de onderliggende problematiek oplossen maar wel een rol spelen bij het inschakelen van de juiste instanties of optreden tegen het overlast gevend gedrag. Ongeacht wat de aanpak is, op het moment dat ze hiermee worden geconfronteerd vergt dit specifiek kennis om hier goed mee om te gaan en vaak extra tijd om tot een blijvende oplossing te komen.
2.3.6 Leefbare wijken Uit het buurt voor buurt onderzoek komt naar voren dat mensen zich ook onveilig kunnen voelen als hun buurt achteruit gaat. Mensen ervaren hun buurt als minder prettig als er veel afvalproblemen zijn (zwerfvuil, dumpingen maar ook toename van onjuiste aanbiedingen) maar ook door toename van parkeerproblemen met name door aanhangwagens, verwaarloosde of defecte voertuigen, afzetcontainers en kampeervoertuigen. Afval krijgt altijd al veel aandacht maar andere taken niet. In het kader van wijkgerichte aanpak kan per wijk gekeken worden welk probleem in die wijk het meest voorkomt en daar gericht op geprioriteerd worden. 2.3.7 Overlast door honden Hoewel het niet meer helemaal aan de top van ergernissen staat scoort overlast door honden ook altijd nog hoog in het buurt voor buurt onderzoek. Ervaring leert dat inzet van handhaving op dit thema geen blijvend effect heeft, de structureel ingeplande acties geven wel tijdelijk verbetering in het naleefgedrag van aanlijnplicht en opruimen van poep. In wijken waar de overlast als erg hoog wordt ervaren kan overwogen worden weer dergelijke acties in te plannen. 2.3.8 Natuurwetgeving We willen, ook vanuit de Visie TOR, toe naar meer inzet op het toezicht op de recreatie in de natuurgebieden. Aanvankelijk was het idee dat we hier specifiek domein II boa’s voor nodig hebben.
Dit zijn boa’s die bevoegd zijn op natuur- en milieutoezicht, Dan gaat het over toezicht in natuurgebieden (Natura 2000) registraties van vaartuigen en vaarbewijzen, vissen op en aan het water. In Zwolle was in 2024 1 domein II Boa werkzaam. In de praktijk blijkt de inzet van een specifiek Domein II Boa veelal niet nodig. Op dit moment doen we het toezicht op kap en vooral de herplantplicht en reageren we beperkt op meldingen over overtredingen in natuurgebieden. Dit kan ook met de bevoegdheden van een Domein I boa. Verder doen we jaarlijks mee aan integrale controles in natuurgebieden op basis van een convenant met een aantal partners. Voor deze taken hebben we met de ketenpartners een samenwerkingsconvenant gesloten. (voor het aantal bevindingen zie bijlage). Gelet op het feit dat dit een zeer specialistische functie/taak is en in Zwolle relatief weinig Natura 2000 is, en gelet op alle taken in relatie tot de beschikbare capaciteit, hebben we ervoor gekozen het aantal boa's domein II niet uit te breiden. We doen actief mee met de samenwerkingsacties, ook op de Vecht. Buiten de geplande acties om weten de partners elkaar goed te vinden. Verder zijn de boa's van de ketenpartners door ons college aangewezen als toezichthouders van de gemeente Zwolle zodat zij ook bevoegd zijn op het grondgebied van Zwolle. Met al deze maatregelen kunnen we voldoen aan de taken die hier liggen.
2.3.9 Overlast op het water Sinds de coronaperiode is het aantal bootjes in de stad en recreatie op het water in het algemeen flink toegenomen. Er zijn in 2024 weer een aantal acties uitgevoerd om wrakken te laten verwijderen. Maar er is weinig gecontroleerd op illegaal aanleggen, snel varen, duiken vanaf bruggen en andere overlast gevende activiteiten. De Boa’s zouden dit in samenwerking met de havenmeesters en de ROVA kunnen uitvoeren. Dit is een van de taken die te weinig aandacht heeft gekregen.
Voor 2025 willen we op het gebied van toezicht op het water (in de stad en in de kolken) de samenwerking intern (met de havenmeesters) intensiveren en waar nodig worden externen ingehuurd. 2.3.10 Lichte verkeersovertredingen Sinds 1 januari 2024 hebben de boa’s in domein I meer bevoegdheden op het gebied van verkeershandhaving. Het gaat hierbij om de volgende overtredingen: -
Het voeren van geen of onjuiste fietsverlichting Het negeren van rood licht door fietsers en voetgangers Het handheld telefoongebruik door fietsers
Zwolle heeft gekeken naar de ervaringen van de gemeente Utrecht, Zaanstad en Breda. Deze gemeenten waren onderdeel van een landelijke pilot die in zes gemeenten is uitgevoerd. Deze pilot heeft geleid tot de toevoeging van deze bevoegdheden aan de domeinlijst. Op basis van deze ervaringen willen wij in 2025 ook een start maken met de invoering van deze taak. Dit wordt bij voorkeur opgepakt in samenwerking met de politie zodat wij nog van hun ervaringen kunnen leren. We gaan dit in 2025 projectmatig invullen.
Hoofdstuk 3 terugblik 3.1 Groei Voor 2020 bestond het team uit 7 toezichthouders die gekoppeld waren aan een wijk. De werkzaamheden werden overdag uitgevoerd in burgerkleding. Bij evenementen werd er wel in de avonduren en/of weekenden gewerkt. Een aantal van deze toezichthouders was ook boa. Er werd veel bestuursrechtelijk gehandhaafd maar zelden strafrechtelijk opgetreden. Er is sindsdien flink veel veranderd. Om aan de gevraagde inzet te kunnen voldoen is de Boa-capaciteit in de afgelopen jaren uitgebreid en geprofessionaliseerd. Sinds 1 januari 2024 bestaat het team TOR uit 19,4 fte. Het team bestaat vanaf dan uit 6 stadsdeelboa’s, 6 integrale Boa’s, 1 domein 2 Boa, en 4 jeugdboa’s (waarvan 2 nog niet ingevuld). Alle boa’s werken in principe altijd geüniformeerd tenzij een apart opdracht of taak om inzet in burger vraagt. Het team wordt aangestuurd door 1 teamleider en in de uitvoering ondersteund door 3 boa-coördinatoren. Daarnaast wordt het team administratief en juridisch ondersteund. 3.2 Wat hebben we bereikt, wat nog te ontwikkelen? De afgelopen twee jaar is er in de wijken vooral meldingsgericht gewerkt. Hieronder een overzicht van de meldingen uit het 2e en 3e kwartaal per stadsdeel en onderwerp.
Het aanpakken van meldingen in combinatie met wijkgericht werken was het uitgangspunt. Ter uitvoering van dit doel hebben we op basis van de stadsdelen een verdeling gemaakt. Er zijn stadsdeelboa’s die allemaal zijn gekoppeld aan één specifiek stadsdeel waarin ze wijkgericht werken. Een groot deel van de reguliere BOA taken van domein I worden zo wijkgericht uitgevoerd De taken die wijkgericht worden opgepakt zijn: Afval Parkeren grote voertuigen, aanhangwagens en kampeermiddelen Defecte en verwaarloosde voertuigen Horeca en terrassen Honden (aanlijnplicht, opruimplicht en meldingen over gevaarlijke honden Controle bij evenementen Overige overlast meldingen (bijv. hanen, geluidsoverlast, stookoverlast, bedelen) De werkwijze bij deze inzet is dat er op basis van meldingen of constateringen tijdens controles bekeken wordt wat er aan de hand is. Gaat het om een overtreding, wat is het bewijs en wat is er nodig om de situatie te herstellen. De eerste stap hierbij is altijd (behalve bij huishoudelijk afval) dat we mensen aanspreken, uitleggen wat de regels zijn en wat er niet in orde is en wat we van ze verwachten. Pas na deze stap wordt er indien nodig een handhavingsbrief gestuurd. Door mensen eerst aan te spreken zijn we zelf ook aanspreekbaar geworden. De boa’s zijn ook allemaal in uniform en gaan op pad in herkenbare voertuigen , dat zorgt ervoor dat ze zichtbaar zijn.
Het doel van meldingen centraal stellen was vooral om inzicht te krijgen in wat veel aandacht vraagt, waar de behoeftes in de wijken liggen en om data te verzamelen. Dit was nodig om het nieuw ingerichte “dashboard” te vullen. Hierin worden alle meldingen en waarnemingen bijgehouden en dit moet in de toekomst helpen om de inzet gericht en meer proactief in te zetten. Dat doen we sinds begin april van dit jaar. Daarmee is een grote stap gezet richting data gericht werken. Dit systeem moet nu verder worden doorontwikkeld. Er zijn in de wijken ook contacten gelegd met partners zoals politie en wijkbeheerders en er wordt steeds meer samengewerkt. Uit buurt voor buurt onderzoek blijkt ook dat burgers over het algemeen tevreden zijn over inzet, bereikbaarheid en zichtbaarheid van gemeentelijke handhavers. Maar er valt nog veel winst te behalen. Het bijkomend doel van de gekozen aanpak was dat het de Boa’s in staat moest stellen om in hun wijk de bewoners/ondernemers in ‘hun’ stadsdeel goed te leren kennen. Zo zouden we een beeld krijgen van de specifieke problemen, uitdagingen en behoeften van hun wijk. Het idee was dat er voor de stadsdeelboa’s ook tijd is om gericht voor hun stadsdeel de samenwerking aan te gaan met andere actoren en ketenpartners (zowel in- als extern). Daarnaast hadden zij als rol om in de wijken oog en oor te zijn voor veiligheidszaken.
Ze letten op ondermijnende activiteiten en doen gerichte waarnemingen op locaties die bekend staan om jeugdoverlast (in combinatie met drugsgebruik). Taken die meer over de hele stad werden opgepakt waren onder meer: -
Betogingen en demonstraties Jeugd (hotspots) Bomenkap
We zijn trots op deze inzet en de verbeterde samenwerking met de politie en onze brede inzetbaarheid. Daar is enorm veel in bereikt. Toch is er nog doorontwikkeling mogelijk. In interviews met de stadsdeelboa’s geven de meeste aan dat ze te weinig tijd hadden om deze rol goede invulling te geven. Er is, naast het behandelen van meldingen en klachten en het uitvoeren van algemene taken zoals horecadiensten en evenementencontroles, onvoldoende tijd om preventief in de wijken aanwezig te zijn, werkelijk de wijk te leren kennen, werkelijk aanspreekbaar te zijn. Ze willen graag in de toekomst meer ruimte om dit deel van hun taak invulling te kunnen geven. Vanwege de werkdruk en de prioriteiten kregen ook niet alle taken voldoende aandacht. De taken die niet of niet voldoende aandacht kregen zijn: controle op naleving van de Alcoholwet en tegengaan van jeugdoverlast. extra inzet bij grote evenementen of bijzondere situaties (zoals grote demonstraties) De ambitie was om bij deze gebeurtenissen een extra koppels in te zetten. Dat is niet gelukt.
Hoofdstuk 4 Prioriteiten en takenpakket 4.1 Inleiding Gelet op de vele opgaven, de ambitie om wijkgericht, integraal, datagericht, preventief en proactief te werken, in combinatie met de (gelimiteerde) beschikbare capaciteit en de dagelijkse dynamiek van het werk, zoals een continue stroom van (ad hoc) meldingen, is een duidelijke prioritering nodig. Tegelijkertijd creëren we scherpte op wat deze uitgangspunten voor ons betekenen. Hiervoor doen we in dit uitvoeringsplan een eerste aanzet en gebruiken we dit jaar om deze uitgangspunten meer gestalte te geven. In dit hoofdstuk gaan we in op de prioriteiten voor het team TOR; we gaan zowel in op de prioriteiten die de ontwikkelingen van het team en de organisatie raken als op de inhoudelijke prioriteiten. Deze prioriteiten geven richting aan wat we wél en wat we niet (of minder) doen. Het hoofddoel hiervan is om daadwerkelijk invulling te gaan geven aan de werkwijze op gebied van wijkgericht werken en informatie gestuurd handhaven. De vertaling van deze elementen zien wij als dé opgave voor het team. In dit jaarplan maken we daarom als eerste de heldere keuze dat we toewerken naar een proactieve werkwijze. Dit betekent concreet dat er tijd moet worden vrijgemaakt voor het leren kennen van de wijk.
Dit willen we bereiken door te sturen op prioriteiten en te bedenken hoe we slimmer om kunnen gaan met meldingen en hierdoor meer tijd kunnen creëren voor wijkgericht en thema gericht werken.” 4.2 Prioriteiten team- en organisatieontwikkeling In 2025 gaan we specifiek met de drie onderstaande opgaves voor het team aan de slag. Met name de eerste twee prioriteiten vragen om een langduriger ontwikkeltraject, waarin de uitwerking van de werkwijze en de ontwikkeling van medewerkers hand in hand gaan. Doelstelling voor 2025 is dat we op deze thema’s de transitie in gang zetten en dat het in de jaren erna verder gestalte krijgt. 1. Integraal, wijkgericht werken is hét uitgangspunt In de beleidsdocumenten wordt wijkgericht werken benoemd als één van de centrale werkwijzen. Dit uitgangspunt maken we in 2025 nog explicieter in onze aanpak, omdat we van
de afgelopen jaren leren dat de aanpak nog te veel meldingen gestuurd is. Kern van de wijziging is dat niet meer meldingen het vertrekpunt van de aanpak zijn, maar de wijkaanpak. De wijkaanpak krijgt een expliciete plek in de operatie en daarmee ook in het rooster. Voor deze prioriteit benoemen we de volgende doelen en acties: -
We stellen per wijk een wijkanalyse en een plan van aanpak op. Dit wordt gedaan door de stadsdeelboa’s. Het plan is leidend en meldingen worden daarin meegenomen (in plaats van andersom) Wijkgericht werken krijgt een expliciete plek in het rooster en de briefing en de coördinatoren sturen hierop. Stadsdeelboa’s worden opgeleid en getraind (gecoacht) Elk kwartaal wordt een compacte wijkrapportage opgesteld.
2. Afhandeling van meldingen bij een proactieve werkwijze De keuze voor wijkgericht werken (en daarmee voor een integrale en proactieve werkwijze) vraagt om een andere kijk op meldingen. Meldingen worden nog steeds serieus genomen, maar een te stevige focus op meldingen leidt tot een reactieve werkwijze. Uitgangspunt van wijkgericht werken is dat we eerder in beeld zijn, vraagstukken in een eerder stadium oppakken en daarmee dus meldingen voorkomen. Dit vraagt echter wel een periode van verandering waarin we de balans zoeken tussen echt de stap naar wijkgericht werken en de wijze waarop we omgaan met meldingen. Dit vraagt bewuste duidelijke keuzes over welke meldingen we vooral zien als input voor het systeem en sturing op thema’s in de toekomst en welke melding wel (direct) moeten worden opgepakt. Ook willen we kijken of de meldingen die we wel oppakken op een meer effectieve en efficiënte wijze kunnen worden afgedaan. Dit gaan we in 2025 nader uitwerken. Het ontwikkelde datasysteem, het dashboard, moet hierbij gaan helpen. Om hier concreet invulling aan te geven gaan we in 2025 aan de slag met: -
Meldingen een plek te geven in de wijkaanpak; welke meldingen neem je mee in de aanpak in je wijk? Scherper onderscheid in de afhandeling van meldingen; niet alle meldingen vragen om directe inzet op straat. Zijn er mogelijkheden om te prioriteren in meldingen en wat vraagt dit aan communicatie naar inwoners? Hoe kunnen we de meldingen vertalen naar data, zodat het totale informatiebeeld onze aanpak richt? Team- en persoonlijke ontwikkeling om deze verandering ook echt vorm te geven op straat. Dit vraagt, met name van de coördinatoren, begeleiding, coaching en sturing.
3. Scherper zicht op rollen en taken. In het kader van teamontwikkeling zijn we, vanwege de vele (inhoudelijke) ontwikkelingen op het domein handhaving gestart met een verdiepende uitwerken van rollen en taken binnen het team. Eind 2024 wordt dit afgerond, waarbij we in 2025 de focus leggen op de implementatie hiervan, dit vraagt om sturing, monitoring en evaluatie. En in een later stadium eventueel aanpassing.
4.3 Vijf inhoudelijke prioriteiten Op basis van de verkenning van diverse beleidsdocumenten en de opgaven die hierboven zijn benoemd in combinatie met de eigen analyse op basis van beschikbare cijfers uit 2024 zijn er veel taken die als prioriteit gezien kunnen worden. Toch hebben we ervoor gekozen om er 5 uit te lichten. Dit zijn de taken die voorrang krijgen als er keuzes gemaakt moeten worden en die in de planning zeker worden meegenomen. De redenen waarom juist deze taken prioriteit hebben gekregen zijn verschillend. Dit kan zijn omdat het thema veel aandacht vraagt (veel voorkomend of veel meldingen), of dat er recent beleidsontwikkeling is geweest wat vraagt om extra inzet of omdat de aanpak van het thema nog ontwikkeling vraagt (in werkwijze en aanpak, veelal de samenwerking in de keten). Prioriteit 1: Horeca- en terrassenbeleid: Waarom: Het horeca- en terrassenbeleid is een prioriteit door verschillende redenen. Alcoholpreventie is een politiek speerpunt binnen de gemeente Zwolle. Daarnaast is er een achterstand in het vergunningenbestand en actualiseren we dit op basis van controles. Ook is in 2024 het nieuwe terrassenbeleid vastgesteld, waarbij handhaving in de implementatie een taak heeft. Doel: We geven structureel invulling aan het uitgangspunt dat elke onderneming (of instelling) waar alcohol wordt geschonken eens per twee jaar wordt gecontroleerd.
Daarnaast willen we het gebruik van alcohol onder de 18 jaar terugdringen door regelmatige controles op drinken onder 18. Hoe: We plannen de controles projectmatig in. We volgen hierbij het geactualiseerde horeca werkproces en we passen de horeca-interventiestrategie toe. Jaarlijks informeren we de paracommercie over de regels. We voeren leeftijdscontroles uit. Wat: Dit betekent dat we in 2025: -
50 % van commerciële horeca inrichtingen hebben gecontroleerd op vergunningsvoorwaarden en inden van toepassing het terrassenbeleid. De paracommercie informeren over de regels Drinken onder 18 alleen controleren tijdens evenementen en een plan van aanpak opstellen voor projectmatige controles voor drinken onder 18j
Prioriteit 2: Personen met verward gedrag en of dak- en thuislozen Waarom: Dit is een prioriteit omdat dit thema vaak terugkomt bij overlastmeldingen. Ook uit het buurt-voor-buurt onderzoek komt dit thema naar voren als reden waarom inwoners zich minder veilig voelen. Doel: We willen door ontwikkelen als het gaat om kennis en vaardigheden over hoe met deze doelgroep om te gaan en hoe we oplossingsgerichter aan de slag kunnen in de samenwerking in de keten. Verder willen we door gerichte controles en inzet op de zogenaamde hotspots zorgen voor terugdringen van de overlast. Hoe: Opleiding en training en kennismaking met alle betrokken partners. Regelmatig controles op hotspots. Optreden tegen overlastovertredingen op deze hotspots
Wat: Dit betekent dat we op de bekende hotspots twee maal per week preventief aanwezig zijn en eind 2025 kennis en vaardigheden in huis hebben en concrete samenwerkingsafspraken met partners hebben gemaakt. Prioriteit 3: Jeugd Waarom: Jeugdaanpak is één van de prioritaire thema’s uit de veiligheidsagenda en één waar de jeugdboa’s een concrete invulling aan kunnen geven. De functie van jeugdboa is daarnaast één van de rollen die nog een stevigere inbedding nodig heeft in het team en de aanpak Doel: We willen het aantal overlast gevende jeugdgroepen terugdringen door een bijdrage te leveren aan de groepsaanpak en door vroeg-signalering jonge aanwas in de criminaliteit voorkomen. Deze prioriteit heeft een relatie met de ondermijningsaanpak en het programma Preventie met Gezag. Hoe: Vanuit een gezamenlijke visie/plan voor 2025 keuzes maken voor de inzet van de jeugdboa’s , in ieder geval een bijdrage bij de groepsaanpak en deelname aan de vroegsignaleringstafels in de wijken. Inzet op overlast locaties in de wijken en actief aansluiten op het netwerk en de netwerkoverleggen. Aanstelling van nog twee jeugdboa’s. Wat: in 2025 hebben we bereikt dat de jeugdboa’s het netwerk (zowel met jongeren als met partners opgebouwd hebben en dat zij structureel aansluiten op de samenwerking in de keten en hier een actieve bijdrage aan leveren. We controleren bekende hotspots twee maal per week.
Prioriteit 4: Afval Waarom: Dit een prioriteit omdat we een veilige en leefbare stad willen en een schone stad draagt hier in grote mate aan bij. Uit het buurt voor buurt onderzoek komt ook naar voren dat mensen zich onprettig en onveilig voelen als de buurt vervuild is. Onjuist aanbieden was altijd al een veel voorkomende overtreding waar veel meldingen over binnenkomen en door invoering van Diftar is dit nog toegenomen. Het vraag veel inzet om de stad schoon te houden. Doel: Onjuist aangeboden afval moet snel van straat gehaald worden en waar mogelijk worden de extra kosten hiervan op overtreders verhaald. Er wordt door handhaving maar ook door preventieve inzet (voorlichting en coaching) naleef gedrag zoveel mogelijk bevorderd. Hoe: Nu gebleken is dat grote inzet op handhaving naar aanleiding van meldingen niet tot significante verbetering van naleefgedrag leidt, willen we in 2025 meer inzetten op preventie en inzetten op een andere en meer gerichte inzet van handhaving. Wat: Dit betekent dat we in 2025 in samenwerking met beleidmakers en afvalcoaches nadere invulling geven aan preventie. Daarnaast houden we gerichte en geplande handhavingsacties per wijk. Buiten deze acties kan overwogen worden om meer op te ruimen zonder inzet van handhaving. Eind 2025 gaan we evalueren of deze werkwijze bijdraagt aan het beheersbaar houden van het afvalprobleem.
De effecten hiervan worden doorlopen gemeten en halverwege en aan het eind van het jaar geëvalueerd. Prioriteit 5: Ondermijning Waarom:. Om grip te krijgen om ondermijnende activiteiten zijn signaleringen en meldingen nodig. Boa’s geven hier invulling aan doordat zij de ogen en oren in de stad zijn.
Doel: Grip kunnen krijgen op ondermijning door verbetering van de informatiepositie Hoe:, Zorgen voor kennisverbreding bij de Boa’s, goed in verbinding te staan met (sleutelspelers) in de wijk (wijkgericht werken) en invulling geven aan integrale controles. Wat: In 2025 geven we hier invulling aan door de boa’s te trainen in signaleren en observeren en1 keer per maand deelnemen aan het casustafel ondermijning. En we voeren naar aanleiding van besproken zaken gezamenlijke controles uit. Daarnaast voeren we controles uit op illegale prostitutie. Inzet voor 2025 is om een keer per kwartaal samen met het sociaal wijkteam en de politie op pad te gaan. Doel is vooral in om in te zetten op het vergroten van de weerbaarheid van kwetsbare personen. 4.4 Wat betekent dit voor onze werkwijze, de overige taken en sturing? -
Prioriteit versus overige taken
De keuze voor een bepaalde werkwijze, het stellen van prioriteiten en tegelijkertijd invulling geven aan een breed takenpakket vraagt om een nadere uitwerking. Want wat betekent dit dan nu precies? Het is niet zo dat naast deze 5 prioritaire taken, alle andere taken uit het hele brede takenpakket blijven liggen. Ook dit werk is er nog steeds. En ook dit werk blijven we doen. Dit valt ook onder wijkgericht en integraal werken. Alle taken worden ofwel wijkgericht of wel projectmatig aangepakt. In deze paragraaf gaan geven we een korte beschrijving hiervoor. Daarna geven we in een schematisch overzicht weer hoe we hier invulling aan geven. -
Wijkgericht
Wijkgericht werken is het basis uitgangspunt. Wijkgericht werken is dé manier om het integraal werken vorm te geven en sluit aan op een bredere Zwolse benadering. In de wijken zijn we zichtbaar aanwezig en aanspreekbaar. De wijkgerichte werkwijze draagt daarmee bij aan een proactieve inzet. We zetten in op de netwerken in de wijken, waardoor we werken aan een goede informatie positie door inzet van onze ‘ogen en oren’. Deze wijkgerichte aanpak vraagt om breed inzetbare integrale boa’s. Het wijkgericht werken als centraal thema is bewust ook apart benoemd. Dit is bedoeld om bewust tijd te creëren om in de wijk aanwezig te zijn, de wijkplannen te maken en de samenwerking vorm te geven. In de wijkplannen staan vervolgens ook de reguliere taken, die projectmatige of wijkgericht worden opgepakt in de wijken. De uren hiervoor staan bij de thema’s zelf. -
Projectmatig
Naast de wijkgerichte werkwijze zijn er diverse onderwerpen die zich meer lenen voor een projectmatige aanpak. Deze projectmatige aanpak ontstaat doordat de uitvoering van de handhaving op deze onderwerpen vaak specifiek planbaar en gericht zijn. Daarnaast hangt dit meestal samen met meer specialistische expertise en gerichtere afstemming in de keten. Met name deze onderdelen zijn in het team belegd door middel van taakaccenten. In onderstaande tabel zijn de thema’s op basis van prioriteit geplaatst en is per thema aangegeven of dit wijkgericht op projectmatig wordt uitgevoerd. Een project in de wijk of stadsbreed worden uitgevoerd. Verder is van belang te beseffen dat als een onderwerp met name projectmatig wordt opgepakt dat dit niet betekent deze onderwerpen niet terug komen in de wijk. De wijkaanpak zal dan meer een signalerend karakter hebben, waarna de informatie doorgezet wordt naar taak-accenthouders ten behoeve van een gerichte aanpak.
4.5 Prioriteiten
Werkwijze Wijkgericht werken: Diverse thema’s die vanuit integrale wijkaanpak wordt opgepakt. Wijkgericht werken
5 prioritaire taken Afval
Inzet Projectmatig werken: Thema’s die projectmatig en planbaar worden
De stadsdeelboa’s zijn zichtbaar aanwezig in hun wijk en werken op basis van hun wijkplan. Er is ruimte voor contact met burgers en samenwerking met partners. Meldingen en aanpak van thema’s worden meegenomen passend in het wijkplan. Benodigde inzet wisselt per wijk. Focus op verandering in gedrag samen met ketenpartners.
Wijkinzet: 3 dagdelen per week per stadsdeelboa.= 7.904 uur 144 uur per week (6 Boa’s x 24 uur)=7488 + 419 (0,85% extra voor centrum) Projectmatige uren zijn hier niet in meegenomen.
Jeugd
Generiek jeugdoverlast ook vanuit wijken/ signalerend
Dak- & thuislozen
Met name gerelateerd aan overlast en wisselend per wijk.
Vanuit taakaccent aansluiten op de keten. Cf. opgave 2025 mogelijk andere aanpak welke meer projectmatig wordt. Projectmatig: specifieke functies en inzet op overlast gevende jeugdgroepen. Vanuit taakaccent aansluiten op de keten.
Horeca- & terrassenbeleid
Dit betreft deels horecadiensten en projecten waarbij inrichting terrassen ook een onderdeel is.
projectmatige aanpak vergunning controles en drinken onder 18. In te plannen in het rooster
Ondermijning (drugs)
Aanpak ondermijning met name gericht op ‘ogen en oren’ in de wijk en gestructureerd opbouwen informatiepositie
Vanuit taakaccent aansluiten op de keten en projectmatige aanpak van integrale controles. In te plannen in het rooster.
5.400 uur per jaar.
5.400 uur per jaar
100 uur. Taak zal vooral in het reguliere werk meegenomen worden maar er is ruimte voor een project en training 1.500 uur, ongeveer 500 uur zal vooral in projecten 20 uur per week inzet in regulier werk. 200 uur
4.6 Overige taken
Gebruik Openbare Ruimte Honden
Bomenkap Overlast algemeen Evenementen/ Markten
Werkwijze Op basis van Wijkplan Hondenpoep en loslopende honden (signalerend en aanspreken) o.b.v. informatiepositie Op basis van meldingen of signaleringen Op basis van Wijkplan
Prostitutie
Handhaving op het water (w.o. visserij, recreatieplassen) Lichte verkeersovertredingen Ad Hoc Demonstaties en Betogingen Meldingen OC Politie Bijtincidenten Overige taken
Projectmatige inzet door middel van twee maanden in het jaar waarin dit thema meer aandacht krijgt door gerichte controles en communicatie
Twee diensten per vier weken door één boa Afhandeling meldingen/ overlast klachten
225 uur
100 uur In te plannen in het rooster op basis van evenementenkalender en overzicht markten In te plannen op basis van gewenst aantal controles Projectmatige aanpak en separate diensten Projectmatige aanpak laatste maanden van het jaar.
Coffeeshops
Jaarwisseling/ vuurwerk Cameratoezicht
Inzet
500 uur 100 uur 150 uur Één dienst/kwartaal 200 uur 250 uur
In te plannen in het rooster (project zomer maanden)
300 uur
In te plannen in het rooster
150 uur 2.325 uur is ongeveer 10% van de beschikbare capaciteit
Totaal geplande ureninzet Beschikbare capaciteit* Tekort (evt inhuur)
24.804 uur 23.220 -1.584
*Voor de beschikbare capaciteit gaan we uit van 23.220 uur op jaarbasis. Dit is berekend op 16 medewerkers maal 1350 productieve uren per jaar = 21.600 uur + 40% van inzet coördinatoren = 1.620 uur (1350 x 0,4 = 540 x 3 coördinatoren ). 21.600 = 1.620 = 23.220 beschikbare capaciteit per jaar met ons huidige formatie.
Hoofdstuk 5 Jaaroverzicht, communicatie en vervolg 5.1 Jaaroverzicht In onderstaand jaaroverzicht zijn met name de planbare hoofdthema’s opgenomen en de thema’s waarop we in bepaalde periodes meer nadruk willen leggen. Dit jaarprogramma is een ‘levend document’ die in de loop van de tijd nader aangescherpt kan worden. Ook kunnen specifieke projecten een plek krijgen in de verdere uitwerking van het jaarprogramma.
Inhoudelijke prioriteiten en takenpakket
Organisatie & Team
Jan
Febr
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Aug
Plan van aanpak Opleiding en training wijkgericht werken Tussentijdse evaluatie wijkgericht werken en het opstellen hiervan per wijk Wijkgericht werken Uitwerken aanpak meldingen verwerken in het rooster Evaluatie rollen, taken en functies
Sept
Integrale controle ondermijning
Verkeersovertre dingen Afvalproject
Hondenmaand Integrale controle ondermijning
vuurwerk afvalproject
afvalproject
Meer aandacht voor thema jeugd en hotspots Meer aandacht voor recreatie en water Coffee shops
Coffee shops Prostit utie
Dec
Implementatie en coaching werkwijze meldingen
Verkeersover tredingen
Afvalproject
Nov
1e wijkrapportage
Horeca: 8 controles per maand Evenementen en markten op basis van (evenementen)kalender Honden-maand Scholen project (verkeer) Integrale Recreatie Integrale Recreatie voertuigen controle voertuigen controle ondermijning ondermijning Handhaving op het water
Scholen project (verkeer)
Okt
Coffee shops Prostitutie
Evaluatie
5.2 Communicatie Veel inhoudelijk projecten, zoals opgenomen in bovenstaand programma, vraagt in de aanloop om meer dan alleen handhaving. Communicatie over de uitleg van regels en voorschriften, het daarbij behorende gedrag of over geplande controles is ook van belang. Dit moet ook bijdragen aan vrijwillige naleving en draagvlak en past bij de uitgangspunten zoals deze zijn neergelegd in de Handhavingsnota. Dit jaarprogramma wordt daarom gecombineerd met een communicatiekalender. Dit moet nog worden opgesteld. 5.3 Doorkijk naar volgende jaren Dit handhavingsuitvoeringsprogramma 2025 bevat keuzes in zaken die we als team dit jaar oppakken en geeft prioriteiten voor één jaar. Dit betekent automatisch dat deze keuzes ook gevolgen hebben voor zaken die we niet of in een later stadium oppakken. De gewenste ambitie speelt hierin ook een rol. Bepaalde ontwikkelingen hebben tijd nodig en zullen dus over meerdere jaren worden doorgezet. De belangrijkste ontwikkelingen die ook in de aankomende jaren input zullen zijn voor de handhavingsuitvoeringsprogramma’s zijn: Uitbreiden en doorontwikkeling van de inzet op wijkgericht werken Doorontwikkeling informatie gestuurd handhaven Doorontwikkelingen werkwijze meldingen, Doorontwikkeling van meer preventieve aanpak algemeen en afval in het bijzonder Horeca en terrassen vraagt een meerjarige aanpak Positie van Markten en havens
Bijlages (worden nog toegevoegd) Terugblik in cijfers per wijk. wijkanalyse op hoofdlijnen …. …..