CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

GroenLinks - Beantwoording technische vragen

Raad Raadsdebat 24 juni 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Beantwoording technische vragen5.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 1

Heeft betrekking op

Raadsvoorstel Perspectiefnota Paginanummer: 6

Vraag

De keuzes in de PPN zijn op basis van een sluitend financieel perspectief. Tegelijkertijd heeft de VNG in een brief haar leden geadviseerd om geen sluitende begroting te maken voor de jaren van 2026, omdat de gemeentelijke financiën onvoldoende zijn voor het uitvoeren van het huidig takenpakket. Wat is de overweging van het college om toch een sluitend perspectief te hanteren?

Antwoord

Geen technische vraag.

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 2

Heeft betrekking op

Raadsvoorstel Perspectiefnota Paginanummer: 6

Vraag

Er lopen in 2026 diverse meerjarig incidenteel gefinancierde posten af waarvoor mogelijk vervolgfinanciering nodig is. Om welke posten gaat dit? Wanneer volgt het afwegingsmoment om deze meerjarige posten te financieren? Betreft de vervolgfinanciering structurele of incidentele middelen? Welke begrotingsruimte kosten deze posten?

Antwoord Onderwerpen met mogelijke vervolgfinanciering in de komende jaren, met enige importantie (bedragen vanaf 100.000), niet vallend onder een PPN thema: 1.

SWT t/m 2025 400.000 kwaliteitsmedewerkers wijkteams. Centrale toegang beschermd wonen.

2.

Ondertussengroep statushouders 500.000 t/m 2025 (lokaal beleid)

3.

Stadsbouwmeester 300.000 t/m 2025

4.

Personeelskosten HWBP (hoogwater beschermingsprogramma) 100.000 t/m 2026

5.

Programmakosten Spoorzone 400.000 t/m 2026

6.

Transformatie Oosterenk 400.000 t/m 2025

7.

Programmakosten Stadshart 300.000 t/m 2026

8.

Placemaking stadshart 200.000 t/m 2026

9.

Zwols Actieplan Woningbouw

10. Bewonersinitiatieven 150.000 t/m 2026 11. Maatschappelijke voorzieningen 240.000 t/m 2024 12. Toegankelijkheid gemeentelijk vastgoed 240.000 t/m 2026 13. Participatie aanpak 300.000 t/m 2024 Bij de begroting 2025 vindt afweging plaats van onderwerpen die tot en met 2024 zijn gefinancierd. De overige posten wordt bij een komende PPN of begroting afgewogen. Of het om structurele of incidentele gaat is afhankelijk van nadere onderbouwing/noodzaak. Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 3

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 6

Vraag

Er worden de komende jaren meer mensen aangenomen die kunnen helpen met woningbouw en stedelijke ontwikkeling. Tegelijkertijd lopen de resultaten van de grondexploitaties de komende jaren terug. Betekent dit dat dit nieuwe personeel bekostigd gaat worden uit algemene middelen in plaats van uit grondexploitaties? Of zijn de kosten van het extra personeel al verrekend in die teruglopende resultaten?

Antwoord

De kosten van het personeel worden bekostigd uit de algemene middelen.

Portefeuillehouder

Dorrit de Jong

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 4

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 14

Vraag

We stellen geen extra middelen beschikbaar voor fysieke verbeteringen van de stad. Over welke fysieke verbeteringen gaat het hier? Hoe verhoudt zich dit tot de nota beheer kapitaalgoederen? Het benodigde onderhoudsbudget en het budget voor vervangingsinvesteringen neemt de komende jaren alleen maar toe; betekent dit dat we onze ambities op gebied van beheer openbare ruimte terug moeten schroeven?

Antwoord Deze verwijzing betreft de fysieke portefeuille mobiliteit en hierbij geldt dat geprioriteerd zal worden op basis van reeds beschikbare budgetten/kredieten. Dit sluit dus zeker niet uit dat er fysieke verbeteringen worden uitgevoerd, alleen dat hier geen extra middelen beschikbaar voor komen en er dus keuzes gemaakt moeten worden. Dit komt terug in de verdere uitwerking van het mobiliteitsprogramma/ de mobiliteitsagenda gekoppeld aan de komende begroting.

Portefeuillehouder

De onderhoudsbudgetten en vervangingen van de Nota kapitaalgoederen betreft de middelen voor het in stand houden van wegen, bruggen, groen etc van de hele stad. Deze middelen zijn nodig naast de portefeuille mobiliteit, waarbij de investeringen vaak reconstructies of herinrichtingen betreffen. De keuzes van de portefeuille mobiliteit doen daar geen afbreuk aan. In de programmering stemmen mobiliteit en beheer hun programma’s op elkaar af. Arjan Spaans/ Gerdien Rots

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 5

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 17

Vraag

We ontvangen graag een volledig financieel overzicht van de totale investeringsvraag voor de lange termijn die gekoppeld is aan het IHP, ook uitgezet in de tijd. Daarbij de vraag; als we de totale investeringsvraag (€250 miljoen) door vertalen naar structurele budgetruimte voor rente en afschrijving, met welke structurele lasten moeten we dan rekening houden?

Antwoord

Het IHP zal aan het einde van 2024 aan de raad worden aangeboden om vast te stellen. In dit IHP zal een overzicht toegevoegd worden van de totale investeringsvraag voor de langere termijn. De opgave voor onderwijs blijft ook na 2028 onverminderd groot (€250 miljoen tot 2034). Voor de periode na 2028 is de verwachting dat er aanvullend budgetruimte gereserveerd zal moeten worden voor rente en afschrijving die structureel oploopt naar 9 miljoen in 2033.

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 6

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 25

Vraag

Welke financiële consequenties zitten er aan vast om circulariteit onderdeel te laten zijn van MVOI? Gaan bouwkosten hier van stijgen omdat circulaire bouwmaterialen duurder zijn?

Antwoord

Circulariteit is één van de onderdelen van MVOI die uitgevraagd worden bij inkoop. Of en welke gevolgen dit heeft voor de bouwkosten is van veel factoren binnen het inkoopproces afhankelijk. Daarbij speelt onder andere mee of er binnen een taakstellend budget wordt uitgevraagd, of er circulaire eisen zijn in het programma van eisen, of dat het onderdeel is van de gunningscriteria, welke eisen of voorwaarden worden uitgevraagd.

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 7

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 29

Vraag

Is het financieel / juridisch gezien mogelijk om het IHP onder te brengen in de SIA? Of in ieder geval de investeringen op de lange termijn (€250 miljoen) die nodig zijn om de achterstanden weg te werken?

Antwoord

De raad heeft de criteria van de SIA vastgesteld. Zij kan daar aanpassingen op doen, er zijn geen juridische belemmeringen. Financieel gezien lost dit het probleem niet op, omdat thans in de SIA

al onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de (indicatief) ingeschatte investeringen in gebiedsontwikkelingen te kunnen bekostigen. Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 8

Heeft betrekking op

MPV 2024 Paginanummer: 7 en 8

Vraag

Is bij het doorrekenen van de boekwaarde van bedrijventerreinen / voorziening (Hessenpoort / Voorsterpoort) rekening gehouden met de benodigde ruimte voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit die volgt uit het Masterplan Toekomstbestendige Bedrijventerreinen Zwolle? Zo nee, wat betekent dit voor de boekwaarde en voor het exploitatieresultaat?

Antwoord

In huidige vastgestelde grondexploitaties is geen rekening gehouden met het Masterplan Toekomstbestendige Bedrijventerreinen. Concrete uitvoering vraagt (mogelijk) om aanpassing van het kader en daarmee om specifieke besluitvorming.

Portefeuillehouder

Paul Guldemond / Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 9

Heeft betrekking op

MPV 2024 Paginanummer: 13

Vraag

‘Uit de ervaring van de afgelopen jaren zien we dat ramingen van de investeringen en opbrengsten meestal te positief zijn weergegeven door o.a. vertragingseffecten op projectactiviteiten.’ → Is dit al doorvertaald in de SIA en in de begroting? Zo nee, betekent dit dat de tussentijdse winstname van de MPV (nog) verder terugloopt en het financieel perspectief voor de SIA en begroting verslechtert? In de begeleidende tekst bij de tabel over een indicatie van de tussentijdse winstnames wordt aangegeven dat ramingen van investeringen en opbrengsten meestal te positief worden ingeschat door vertragingseffecten. A) (Hoe) kan een reëler beeld worden gegeven van die vertragingen? B) Betekent dat ook echt een vermindering van de winstnames in totaal of gaat het om een verschuiving richting te toekomst, kan de winst niet in het geïndiceerde jaar worden genomen. Dat is immers wat een vertraging zou kunnen betekenen.

Antwoord

Vertragingseffecten hebben een effect op het financieel perspectief. Het gaat bij een vertraging inderdaad om een verschuiving van de verwachte winstname richting de toekomst. De tussentijdse winst wordt in een ander jaar genomen. De vertraging van projectactiviteiten heeft ook een effect op het exploitatieresultaat en daarmee de verwachte winstname van de grondexploitaties. Dit uit zich met name in een rente-effect (positief of negatief) en verhoging van planontwikkelingskosten. Vertragingseffecten zijn overigens niet geheel te voorkomen. Er wordt op basis van meest actuele gegevens een inschatting gemaakt. Met name meerjarige opdrachten en overeenkomsten (kosten en opbrengsten) die in Q4-jaar 1 of Q1-jaar 2 worden gesloten maken een volledig juiste inschatting complex. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is aangegeven op welke wijze rekening gehouden moet worden met tussentijds winst nemen bij positieve grondexploitatiecomplexen. Naar rato van de voortgang van het project wordt tussentijds winst verantwoord.

Portefeuillehouder

Paul Guldemond / Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 10

Heeft betrekking op

MPV 2024 Paginanummer: 7

Vraag

In de tabel op p7 van MPV begrijp ik het verlies bij bedrijverterreinen niet. Volgens mij is de startwaarde lager dan de eindwaarde. Dan is er volgens mij winst. Vraag is waarom er op Voorsterpoort zoveel verlies is. Dat lijkt te zitten in de startwaarde die al negatief is. Wordt hier ver boven een reële prijs gekocht? Bovendien is het resultaat negatief, de kosten worden niet uit de verkoop gehaald. In de toelichting wordt het negatieve resultaat toegeschreven aan gewijzigde parameters. Maar welke parameters zijn dat? Was dat te voorzien?

Antwoord

Bij vaststelling van de grondexploitatie was sprake van een negatief exploitatieresultaat (verwachtte kosten zijn hoger dan de verwachte opbrengsten). Het ontwikkelprogramma van Voorsterpoort maakt dat niet alle investeringen (waaronder inbrengwaarde van de grond) kunnen worden terugverdiend. In de toelichting is omschreven wat de verandering van het resultaat is in afgelopen jaar (MPV2023 t.o.v. MPV 2024) De parameters betreffen de gehanteerde indexcijfers voor tijdsinvloeden (kosten-, opbrengstenstijging en rente). Deze aanpassen is conform de door de raad vastgestelde nota van uitgangsputnen MPV 2024.

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 11

Heeft betrekking op

MPV 2024 / Paginanummer: 11

Vraag

De taxatiewaarde van de warme gronden is 6 x hoger dan de boekwaarde in 2023. Ook in andere categorieën is de prijs flink per m2 gestegen. Hoe komen deze verschillen tot stand?

Antwoord

De boekwaarde is gebaseerd op de historische aankoopwaarde. De marktwaarde wordt gebaseerd op basis van de huidige bestemming en wordt tweejaarlijks herijkt. De marktontwikkelingen van de uiteenlopende bestemmingen is de afgelopen twee jaar (vanaf de laatst uitgevoerde taxatie) leiden tot wijzigingen in de waardering. In zijn algemeenheid geldt dat de economische waardering voor landbouwgronden hogere waarderingen tot stand komen.

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 12

Heeft betrekking op

Van inzicht naar focus, rapport begrotingsanalyse Paginanummer: 10

Vraag

Hier staat een lijstje van Zwolle ten opzichte van andere gemeenten in structuurkenmerken. Daarbij ontbreken eenheden. Gaat het om absolute aantallen of op percentages? Ik schat in dat dat per kenmerk verschilt, maar dat is gokken.

Antwoord

Het gaat om absolute aantallen maar er worden soms wel formules gebruikt om hierop te komen, zoals bij lage inkomens en regionale centrumfunctie.

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 13

Heeft betrekking op

Van inzicht naar focus, rapport begrotingsanalyse Paginanummer: 14

Vraag

Volgens mij klopt de begeleidende tekst niet en wordt verwezen naar referentiegemeente B die veel uitgeeft aan basisvoorzieningen. Maar dan nog. In gemeente A zijn zowel den basiskosten als de jeugd en wmo uitgaven laag. Ik begrijp het idee van het beleid, maar de cijfers tonen het hier niet aan. Waarschijnlijk zijn er veel meer verklarende factoren zoals leeftijdopbouw, % gebroken gezonnen en opleidingsniveau in de betreffende steden. Waarop zijn de verwachtingen van de transformatie van het sociaal domein gebaseerd?

Antwoord

In de begeleidende tekst ‘vergelijking met referentiegemeenten in 2022’ wordt verwezen naar referentie D als een gemeente die veel uitgeeft aan basisvoorzieningen en dit gepaard gaat met lage uitgaven op maatwerkzorg. (Ik zie in de tekst geen verwijzing naar referentiegemeente B). Referentie A heeft hoge netto lasten maatwerkzorg (804) en die gemeente heeft relatief lage uitgaven op basisvoorzieningen (217). Cebeon trekt uit deze cijfers de conclusie dat gemeenten met lagere uitgaven op het sociaal domein als geheel, vaak het resultaat is van hogere uitgaven aan preventieve voorzieningen (basisvoorzieningen) in combinatie met lagere uitgaven op maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd (maatwerkzorg) (Zie hiervoor ook pag. 3 Besparingsmogelijkheden transformatie sociaal domein? van het rapport).

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 14

Heeft betrekking op

Berap 2024-1 Paginanummer: 6.4.1 Criteria

Vraag

In het ambitiedocument ‘Zwolle geeft je Energie’ zijn nevenambities genoemd, die in 2025 behaald moeten zijn. Wat is de stand van zaken daarvan? Is deze stand van zaken meegenomen in de keuzes die worden voorgesteld?

Antwoord

Het energieprogramma heeft doelen die gericht zijn op de reductie van de CO2 uitstoot. Daar waar het kan koppelen we onze aanpak aan het halen van andere doelen zoals de betaalbaarheid van de energierekening of het realiseren van meekoppelkansen in de wijkaanpak. De voorgestelde keuzes zijn vooral bepaald op basis van de primaire focus op CO2 reductie maar het realiseren van deze nevendoelen blijven we nastreven.

Portefeuillehouder

Arjan Spaans

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 15

Heeft betrekking op

Raadsvoorstel Perspectiefnota Paginanummer: 14

Vraag

Er wordt ingezet op minder lobbyactiviteiten. We kunnen lezen dat IHP (VNGlobby) en geld voor opvang vluchtelingen doorgaat. Om welke lobby’s gaat het?

Antwoord

Deze tekst gaat specifiek over lobbyactiviteiten gericht op het positioneren of op de kaart zetten van Zwolle of het verkrijgen van subsidies vanuit het thema mobiliteit. We gaan dat minder in algemene zin doen en wat we wel doen scherper richten op de prioriteiten in het mobiliteitsbeleid. .

Portefeuillehouder

Gerdien Rots

Gesteld door fractie

GroenLinks 16

Heeft betrekking op

Raadsvoorstel Perspectiefnota ( pag 16) en routekaart verduurzamen vastgoed ( pag 7)

Vraag

Welke risico’s lopen we als we niet aan de wettelijke eisen voldoen? Los van de klimaatgevolgen. In risico paragraaf route kaart zie ik hier niets over opgenomen.

Antwoord

Er zijn meerdere verplichtingen die gelden voor het verduurzamen door vastgoedeigenaren. De wettelijke verplichtingen waarop de omgevingsdienst al handhaaft is de verplichting voor een energielabel c voor kantoorgebouwen en het treffen van energiebesparende maatregelen in gebouwen die een verbruik hebben dat meer is dan 25.000 m3 gas of 50.000kwh elektriciteit. We proberen in goed overleg met de omgevingsdienst de maatregelen te treffen tegelijkertijd met gepland onderhoud. Voor nu is er nog geen zicht dat de gemeente dwangsommen zou moeten betalen waar we niet voldoen, maar dat is wel een risico. Hoeveel dat zou kunnen zijn, is maatwerk en is nog geen zicht op en proberen we te voorkomen. Daarnaast zijn er in het klimaatakkoord de doelstellingen vastgelegd dat er in 2030 49% CO2 reductie behaald moet zijn en in 2050 95%. De VNG heeft deze afspraken gemaakt namens alle gemeenten als onderdeel van de klimaattafel gebouwde omgeving. Of en op welke wijze hierop gehandhaafd gaat worden, is niet bekend.

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr 17

Heeft betrekking op

Raadsvoorstel Perspectiefnota Paginanummer 25 Circulaire economie. De insteek is met zo weinig mogelijk middelen zo groot mogelijke impact maken. Als voorbeeld wordt hierbij het verduurzamen of vervangen gemeentelijk vastgoed genoemd. Hoe verhoudt zich dit tot de keuze het minimale te doen in de verduurzaming gemeentelijk vastgoed (route kaart)? Om welke gemeentelijke eigendommen gaat het als het om vervanging gaat?

Vraag Antwoord

Wanneer we bezig gaan met het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed willen we circulaire keuzes maken. Vanwege de keuze om het minimale te doen op verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed zijn de mogelijkheden ook beperkt om in te zetten op circulariteit.

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 18

Heeft betrekking op

PPN Paginanummer: Pagina 21

Vraag

Het is niet duidelijk om hoeveel gezinnen het gaat uit de gegeven informatie. Wat is het totale aantal gezinnen dat in aanmerking komt voor deze vergoeding? En Wat zijn de criteria voor gezinnen om in aanmerking te komen voor deze vergoeding?

Antwoord

In dit deel van de tekst wordt bedoeld dat de criteria voor de 'Kindregeling’ zijn verruimd. Waar eerst gezinnen met kinderen tot 12 jaar met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum in aanmerking kwamen is dat sinds 2023 130 % geworden. Er wonen in Zwolle ongeveer 2.600 kinderen in een huishouden tot 130% van het sociaal minimum (CBS 2021).

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 19

Heeft betrekking op

PPN Paginanummer: Pagina 21

Vraag

Preventie betekent het voorkomen van problemen. Hoe worden deze preventieve maatregelen vormgegeven en georganiseerd en uitgevoerd. Wat zijn de specifieke preventieve maatregelen die worden geïmplementeerd?

Antwoord

In de tekst wordt de ontwikkeling van de afgelopen jaren beschreven. Daarin wordt genoemd dat er in die periode allerlei preventieve interventies op scholen en in wijken zijn gestart. Het gaat daarbij om een breed scala aan activiteiten waarvoor we over het algemeen maatschappelijke partners subsidiëren, zie daarvoor ook de subsidiestaat in de begroting. Ook de Routekaart Jeugdbeleid (mei 2023) geeft een goed beeld van preventieve activiteiten voor jeugdigen en gezinnen. Ook de ‘eigen inzet’ van het SWT heeft in zeker opzicht een preventieve werking: we proberen door het bieden van lichte hulp dichtbij te voorkomen dat zwaardere zorg nodig is. Ook het relatie- en scheidingsteam probeert ernstiger problematiek voor kinderen en gezinnen te voorkomen.

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen

Gesteld door fractie Heeft betrekking op

GroenLinks Nr. 20 PPN Paginanummer: Pagina 22

Vraag

wat zijn de criteria bij het bepalen van een laag inkomen. Een uitkering met toeslagen kan hoger zijn dan een inkomen van iemand die werkt zonder toeslagen.

Antwoord

Het criterium voor het bepalen van een laag inkomen heeft de gemeenteraad vastgesteld als een percentage van de bijstandsnorm (Wettelijk sociaal minimum, afkorting WSM). Huishoudens met een laag inkomen zijn huishoudens met een inkomen tot 110% en/of tot 130% van het sociaal minimum. Een inwoner heeft recht op onze regelingen wanneer die deel uitmaakt van een huishouden met een totaal inkomen onder deze norm. Het sociaal minimum is gelijk aan de hoogte van de bijstandsuitkering (tot aan de pensioengerechtigde leeftijd) en het AOW-pensioen (vanaf de pensioengerechtigde leeftijd). Deze bedragen gelden voor alle typen inkomens, of het inkomen nu uit arbeid, uitkering of onderneming komt. Het gaat dus niet alleen over huishoudens met een bijstandsuitkering of AOW.

Portefeuille houder

Michiel van Willigen

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 21

Heeft betrekking op

PPN Paginanummer: Pagina 23

Vraag Hoe wordt het perspectief vormgegeven om ervoor te zorgen dat jongeren niet betrokken raken bij criminaliteit? En Welke specifieke initiatieven en programma's worden aangeboden om jongeren een positief perspectief te bieden?

Antwoord

We kijken vooral welk perspectief (positief vooruitzicht) passend is bij een jongere die betrokken is bij criminaliteit en waar de jongere het meest bij gebaat is. Het gaat hierbij onder andere om passend interventieaanbod zoals het inzetten van ervaringsdeskundigen of individuele maatwerktrajecten, en preventieve activiteiten zoals versterking van preventie op scholen en bewustwording, bijvoorbeeld Halt en Veilig in en om school (VIOS). Bij het in kaart brengen welk perspectief passend is, staat leren en ontwikkelen centraal.

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen | Peter Snijders

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 22

Heeft betrekking op

PPN Paginanummer: Pagina 23 Wat zijn de grootste obstakels die mensen met een niet-Nederlandse achtergrond ervaren bij het vinden van werk? Zijn er specifieke problemen met taal, erkenning van kwalificaties, of culturele barrières?

Vraag Antwoord

U beantwoordt eigenlijk uw eigen vraag: Taal, erkenning van kwalificaties en/ of culturele barrières spelen hierin inderdaad een rol.

Portefeuillehouder

Dorrit de Jong/ Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks nr 23

Heeft betrekking op

Raadsvoorstel besluit openbare ruimte uitbreiding Winkelcentrum Stadshagen Paginanummer: 5, onderdeel Financiën

Vraag

De jaarlijkse onderhoudskosten a E25.000 per jaar komen ten laste van de concernstelpost inbreidingslocatie. Waar zijn de onderhoudskosten van het omringende gebied in ondergebracht en als die anders is, waarom dit onderscheid?

Antwoord

De algemene afspraak is dat bij uitbreidingslocaties voor woningbouw (zoals Stadshagen) een automatische budgetbijstelling voor beheerkosten in de openbare ruimte plaatsvindt. De dekking

hiervan wordt jaarlijks meegenomen in de opstelling van het meerjarenperspectief onder de noemer lasten stadsuitbreiding. De onderhoudskosten voor het omringende gebied zijn/worden hieruit bekostigd. Voor inbreidingslocaties wordt maatwerk gemaakt omdat in tegenstelling tot uitbreidingslocaties veelal al sprake is van bestaande onderhoudskosten. Is het bestaande budget ontoereikend dan vindt dekking plaats uit de concernstelpost inbreidingslocaties. Portefeuillehouder

Arjan Spaans/ Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 24

Heeft betrekking op

Raadsbrief routekaart verduurzaming vastgoed Paginanummer: 2

Vraag

Bij de prioritering binnen de energietransitie zijn keuzes gemaakt waardoor we niet kunnen versnellen nu. In hoeverre is er rekening gehouden met de besparingen die nu niet worden gedaan, maar straks wel nodig zijn en de mogelijk/waarschijnlijk hogere kosten straks? Hoe en waarom is die keuze gemaakt? Krijgen we op deze manier het grootste effect van de investeringen gerekend naar uiteindelijke energiebesparing/vermindering van CO2 uitstoot? (zie ook aan het eind bij de risico’s. Een inhaalslag later is waarschijnlijk nodig en duurder. Is er een inschatting te maken van die toekomstige investering om de doelen te halen?) In de Routekaart is inzichtelijk gemaakt welke investeringen in onze eigen vastgoedportefeuille nodig zijn om de doelstelling te halen uit het klimaatakkoord en het coalitieakkoord. De keuze is gemaakt in het licht van alle investeringen die nodig zijn vanuit de PPN, waarin het college haar prioriteiten aangeeft met de begrotingsruimte die nu beschikbaar is. Investeringen in onze eigen vastgoedportefeuille laten zich lastig vergelijken met het investeren in verduurzaming van de stad. De investeringen in ons eigen vastgoed betreffen technische maatregelen en leiden tot directe CO2 reductie. De investeringen in de stad zijn indirecter en leiden tot CO2 reductie bij voornamelijk andere vastgoedeigenaren.

In potentie is daar de CO2 reductie groter, maar vraagt ook investeringen van anderen. Het verduurzamen van het eigen vastgoed gaat niet weg en zal later sneller moeten als het tempo uit de routekaart de komende jaren niet gehaald kan worden. Hoeveel hoger de investeringen gaan zijn, is van veel factoren afhankelijk. Denk bijvoorbeeld aan technologische ontwikkelingen, prijsstijgingen en ook de samenstelling van onze portefeuille kan wijzigen.

Antwoord Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks nr 25

Heeft betrekking op

Raadsbrief routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed Paginanummer: 5, onderdeel Financiën

Vraag

Er wordt geschetst dat in de PPN 2025-2028 een voorstel wordt gedaan voor de benodigde middelen om de gebouwen in Holtenbroek en Aalanden voor te bereiden op de warmtetransitie. Is deze investering voldoende om aansluiting op het te stichten warmtenet mogelijk te maken of moet er t.z.t. nog verder geïnvesteerd worden om dit mogelijk te maken. (dit in samenhang met wat er geschetst wordt op blz. 7 vd routekaart van Republiq)

Antwoord

Er moeten nog keuzes gemaakt worden welke gebouwen op welk moment verduurzaamd gaan worden met dit budget. Het ligt voor de hand om onze gebouwen klaar te maken voor de warmtetransitie in deze wijken. Er is nader onderzoek nodig per gebouw om precies te bepalen welke investeringen nodig zijn en dat kunnen we vervolgens vergelijken met het beschikbare budget. Er is ook Dumava subsidie aangevraagd op 3 juni ’24 voor de verduurzaming van 7 gebouwen in onze vastgoedportefeuille, waarvan 2 gebouwen in Holtenbroek. Mochten deze subsidie aanvragen gehonoreerd worden, is 30% van de noodzakelijke investeringen gedekt en is het logisch om vanuit het budget uit de PPN de benodigde cofinanciering te doen.

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks nr 26

Heeft betrekking op

Routekaart verduurzaming Paginanummer:13,

Vraag

Mag de optie ‘afstoten’ meegeteld worden als optie om CO2-reductie te realiseren? Immers het zal dan een verschuiving betreffen van uitstoot tussen eigenaren. Is deze vorm van reductie onderdeel geweest van de reeds gerealiseerde totale reductie tussen 1990 en 2023?

Antwoord

De doelstelling voor CO2 reductie geldt op portefeuilleniveau. Het terugbrengen van het aantal vierkante meters binnen deze portefeuille is een legitieme manier om deze reductie te behalen.

Als bijvoorbeeld Artez als huurder van de Rhijnvis Feithlaan besluit de huurovereenkomst op te zeggen, aangezien zij wil verhuizen naar de spoorzone, zal er een andere functie voor dit gebouw gevonden moeten worden. In de transformatie naar deze functie zal dan verduurzaamd moeten worden. Indien gekozen wordt voor verkoop van het gebouw, ligt deze investering bij een nieuwe eigenaar. Om te komen tot de CO2 uitstoot van de portefeuille mag een vastgoedeigenaar de huidige portefeuille gebruiken om de reductie sinds 1990 te bepalen. Veel vastgoedeigenaren weten namelijk niet welke gebouwen er allemaal afgestoten en ook bijgekomen zijn sindsdien en vooral ook niet wat het verbruik in 1990 was en wat er in de tussentijd al verduurzaamd is. Om een goed startpunt te krijgen van de routekaarten van vastgoedeigenaren mag dus deze theoretische berekeningswijze toegepast worden. Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 27

Heeft betrekking op

Berap 2024-1 Paginanummer: Doel 2.2.1. Toezicht en handhaving Sociaal Domein | Begroting 2024

Vraag

Er wordt 80.000 euro extra gevraagd voor de Sociale Recherche. Toen ik meeliep met de sociale recherche in 2022 werden op dat moment tips opgepakt uit 2019 en 2020 (dus ruim 2 jaar nadat de tip werd gegeven) door personeelstekorten. Hoe staat het nu met die achterstanden? Zorgt deze nieuwe manier voor financieren dat er sneller opvolging kan worden gegeven aan tips van inwoners?

Antwoord

De sociale recherche is nog niet volledig op sterkte met het aantal fte. Dit in verband met vertrek door functies elders en pensionering. Inmiddels zijn er wel twee sociaal rechercheurs per juni 2024 aangenomen, maar deze zijn nog niet volledig inzetbaar omdat ze nog bepaalde opleidingen moeten volgen. We hebben nog wel enkele ‘oude’ signalen in onze werkvoorraad liggen. Met de inzet van het nieuwe personeel verwachten in de toekomst de Zwolse signalen sneller op te kunnen pakken. De financiering staat los van het feit dat we in de toekomst signalen sneller kunnen oppakken. In het bestuurlijk overleg van de gemeenschappelijke regeling (GR) is besloten om een ander methodiek van afrekenen te hanteren, namelijk op basis van daadwerkelijk ingezette uren. Er wordt dus vanaf nu betaald voor wat er daadwerkelijk is afgenomen. Deze 80.000 euro is dus nodig om de extra kosten als gevolg van deze andere afrekenmethodiek met betrekking tot inzet sociale recherche te kunnen bekostigen. Wie meer inzet vraagt, betaalt hiervoor dus nu ook meer. De gemeente Zwolle heeft naar verhouding binnen de GR de afgelopen jaren meer inzet gevraagd, waardoor er een hogere bijdrage wordt verlangd.

Portefeuillehouder

Dorrit de Jong

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 28

Heeft betrekking op

Berap 2024-1 Paginanummer: Doel 5.2.1 Economische positie | Begroting 2024

Vraag

Wat zijn de verwachte bedragen die nodig zijn voor 2025 en 2026 van de zomerkermis? Kunt u het tekort van 2024 nader specificeren en uitsplitsen?

Antwoord

Het college heeft er voor gekozen om de zomerkermis te verplaatsen van de binnenstad naar park de Wezenlanden. Het college vindt het belangrijk dat de Zwolse zomerkermis succesvol en aantrekkelijk is op deze locatie voor Zwollenaren. Daarvoor moet geïnvesteerd worden in sfeerbepalende zaken in het park (aankleding, horeca, communicatie, verblijfsklimaat). In nauwe en goede samenwerking met de kermisexploitanten is en wordt daaraan gewerkt. Als de kermis weer aantrekkelijk wordt en goed bezocht, dan zal dat leiden tot hogere pachtinkomsten waardoor de tekorten zullen dalen met de bedoeling dat dit uiteindelijk leidt tot een zomerkermis met een sluitende begroting. Omdat dit echter niet in één jaar is te realiseren, is langere termijn beleid vereist. Het college gaat daarbij uit van een termijn van drie jaar waarvoor een investering nodig is van ongeveer € 133.000. Tekort 2024: Voor de “upgrading” van de zomerkermis in 2024 is een bedrag begroot van € 41.300. Hiernaast toont de reguliere begroting van de zomerkermis voor de komende editie een tekort van € 92.279. De inkomsten bestaan grotendeels uit de pachtinkomsten en deze zijn fors minder dan vorig jaar (in 2022 € 146.702, in 2023 € 105.290 en in 2024 € 90.630). Daarnaast zijn de kosten in 2024 € 182.909 (2023 € 172.406). Een groot deel van de kosten zit in de facilitaire voorzieningen voor het terrein (€ 89.400).

In totaal is er dus voor dit jaar een tekort van € 133.579 (kosten € 182.909 minus inkomsten € 90.630).

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 29

Heeft betrekking op

Berap 2024-1 Paginanummer: Doel 7.2.1. Sociale veiligheid

Vraag

Kunt u het bedrag voor de uitvoering van de motie Vuurwerkvrij Zwolle (182.000,00) zo specifiek mogelijk uitsplitsen? Zijn er nog verwachte kosten in latere jaren? Zo ja welke?

Antwoord

Kosten €182.000 (afgerond) Participatietraject - € 60.500,Communicatie - € 7. 400 Stimuleren bewonersinitiatieven - € 40.000,- (ophogen budget Premie op Actie) Projectbegeleiding - € 74.000 Er zijn nog verwachte kosten omdat het uitvoeren van ideeën vanuit het participatie onderzoek kosten met zich meebrengen die niet gedekt zijn. Op dit moment is het nog onbekend wat deze kosten zijn.

Portefeuillehouder

Peter Snijders

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 30

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 12

Vraag

U geeft aan 20 miljoen in de SIA achter de hand te houden voor nadelige resultaten in de parkeer exploitatie. Wat is uw prognose momenteel voor dit resultaat de komende jaren? En is daarbij al rekening gehouden met het feit dat om mensen in hubs of verder weg te laten parkeren die optie goedkoper moet zijn dan de huidige vergunning (wat dus verlies oplevert)?

Antwoord

De prognose is dat dit bedrag voldoende is om het verwachte negatieve resultaat c.q. aanloopverliezen van de eerste 10 jaar (t/m 2034) af te dekken In de periode daarna voorzien we jaarlijks een positief resultaat. Effecten veroorzaakt door verschuiving in parkeren (incl. prijsdifferentiatie) tussen hubs en straatparkeren zijn daarin meegenomen. Daar zitten uiteraard plussen en minnen in, maar met op termijn dus een verwacht positief exploitatieresultaat. Doordat we nadrukkelijk werken aan een stadsbreed en wendbare strategie kunnen we sturing aanbrengen, waarmee we financiële risico’s adequaat kunnen beheersen. Verder verwijzen we naar het financieel perspectief dat is opgesteld ten behoeve van de Adaptieve Ontwikkelstrategie (AOS) hubs en dat kort na de zomer ter besluitvorming wordt aangeboden.

Portefeuillehouder

Gerdien Rots/Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 31

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 20

Vraag

U geeft aan komende Themajaren niet te gaan faciliteren? Waarom wordt voor dit soort evenementen waarvan van je weet dat ze terugkomen niet gespaard middels een reservering?

Antwoord

De ervaring leert echter dat de kosten voor een themajaar al gauw minstens enkele tonnen bedragen, waarvoor jaarlijks budget moet worden gereserveerd. Het college heeft bij de financiële afwegingen de keuze gemaakt om voor evenementen het budget voor de ondersteuning van evenementen met 30% te verhogen om de kostenstijging in de evenementensector te compenseren. Daarmee kunnen we de Zwolse evenementen de komende jaren blijven ondersteunen op het niveau van 2024 en houden we het Zwolse evenementenlandschap in stand, maar is er inderdaad geen ruimte om themajaren te ondersteunen en faciliteren

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 32

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 25

Vraag

U geeft aan door te gaan met de ontwikkeling van de Port of Zwolle. Wat zou stoppen met de Port of Zwolle de gemeente kosten en opleveren? Dus desinvesteringen? Maar ook kosten die we niet hoeven te maken?

Antwoord

Port of Zwolle is regionaal goed voor 1.750 directe banen en 40.000 indirecte banen. De economische meerwaarde bedraagt direct €165 miljoen en indirect €3,5 miljard. Stoppen met Port of Zwolle zou betekenen dat we de directe kosten besparen, zoals onze bijdrage maar daar staat tegenover dat we dan ook zelf weer kosten moeten maken om activiteiten op te pakken. En stoppen heeft ook gevolgen voor de economische baten van de doorontwikkeling. De kosten voor de ontwikkeling van Port of Zwolle betreffen in de komende jaren met name de doorontwikkeling van de organisatie (denk aan nautische dienstverlening, professionalisering, aanvragen subsidies, lobby en onderzoeken naar uitbreiding). Zo kan Port of Zwolle zijn rol spelen in de economische ontwikkeling van de regio, waarbij voor Zwolle de sector logistiek van groot belang is, en de transities waar onze economie doorheen gaat (energie, grondstoffen, mobiliteit).

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 33

Heeft betrekking op

Verduurzamingsstrategie Paginanummer: 13

Vraag

U geeft aan het Gebouw (Artez) aan de Rhijnvis Feithlaan mogelijk te willen afstoten vanwege hoge kosten qua verduurzaming. Hoeveel panden in de gemeentelijke vastgoedportefeuille worden mogelijk vervreemd met deze reden? Om welke panden gaat het?

Antwoord

Op dit moment wordt onderzocht of onze huidige huurder Artez een plek kan krijgen in de spoorzone (klik hier). Mocht Artez inderdaad naar een nieuwe plek verhuizen, eindigt waarschijnlijk onze huurovereenkomst met hen en komt het gebouw vrij. Een mogelijke keuze kan dan zijn om het gebouw af te stoten of een nieuwe invulling te geven. De Rhijnvis Feithlaan is in relatie tot de Routekaart verduurzaming erg relevant, aangezien er veel energie verbruikt wordt. Dat is de reden dat deze ontwikkeling expliciet is genoemd en om te laten zien welke impact een bepaalde keuze kan hebben op onze opgave om CO2 te reduceren. Er zijn nu geen gebouwen op de lijst waarvoor hetzelfde speelt.

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 34

Heeft betrekking op

Onderzoek Cebeon Paginanummer: 28

Vraag

Hier wordt aangegeven dat de meeste referentiegemeenten een kleiner deel van hun uitkering afdragen aan de veiligheidsregio? Waarom is dit bij ons relatief hoog?

Antwoord

We hebben geen verdere onderbouwing van Cebeon ontvangen dus kunnen niet precies aangeven waar dit in zit. De bijdrage van Zwolle aan de Veiligheidsregio is voor 50% gebaseerd op de bijdrage algemene uitkering en voor 50% historische bijdrage (wat gaven we zelf uit toen de brandweer nog gemeentelijk was). Daarnaast voert de VRIJ maatwerk uit voor Zwolle. Misschien is de samenstelling van de andere veiligheidsregio’s wel anders, beroep vs vrijwilligers, de kosten van het Functioneel leeftijdsontslag (FLO) is voor Zwolle sterk toegenomen en valt niet onder de algemene verdeelsleutel. De afgelopen jaren heeft de VRIJ diverse bezuinigingen ingeboekt en is nieuw beleid gefinancierd met bestaand beleid.

Portefeuillehouder

Peter Snijders/ Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 35

Heeft betrekking op

Onderzoek Cebeon Paginanummer: 34

Vraag

Hier wordt aangegeven dat referentiegemeenten meer inkomsten uit OZB op woningen halen dan Zwolle. Wat zou de OZB extra opleveren als we de OZB in Zwolle op het niveau van de referentiegemeenten wordt gebracht? Het klopt dat drie van de vier refentiegemeenten een hoger tarief OZB-woningen hanteren dan Zwolle. Niet alleen de hoogte van het OZB tarief is relevant maar ook de gemiddelde WOZwaarde in de gemeente. Gemeenten met lage gemiddelde woz-waarden hebben over het algemeen hogere tarieven om deze lagere woz-waarde te compenseren. In onderstaande staat ziet u dat gemeente C aanzienlijk meer OZB voor een gemiddelde woning in rekening brengt, gemeente A heeft wel een veel hoger tarief maar door een lagere gemiddelde woz-waarde in de

Antwoord

opbrengst nagenoeg gelijk aan Zwolle. De andere twee gemeenten hebben een veel lagere opbrengst voor een gemiddelde woning. Zwolle zit met haar tarief i.r.t. gemiddelde woz-waarde dus redelijk in het midden. Als we kijken naar alle 100.000+ gemeenten dan zit Zwolle met een gemiddelde opbrengst van € 393,52 € 46.—boven het gemiddelde. Doordat Zwolle met afvalstoffenheffing en rioolheffing onder het gemiddelde zit van de 100.000+ gemeenten zijn de totale woonlasten (OZB, afval en riool) relatief laag. Gemeente A B C D Zwolle Gem 100.000+ gem

OZB-tarief woning 0,1305 0,1211 0,1105 0,0849 0,1047

OZB gem.woning 396,04 325,76 489,05 289,51 393,52 347,00

Gem. WOZ waarde 303.479 269.001 442.579 341.001 375.855

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

GroenLinks Nr. 36

Heeft betrekking op

MPV 2024 Paginanummer:11

Vraag

Hier wordt aangegeven dat gronden die intern overgedragen worden naar beheer openbare ruimte op 0 gewaardeerd worden. Waarom is dit? En wordt ergens de waarde van de volledige grondportefeuille bijgehouden?

Antwoord

Gronden ten behoeve van ontwikkeling worden gewaardeerd tegen (historische) aankoopprijs binnen de MVA (Materiele Vaste Activa). Gronden voor openbare ruimte worden voor EUR 0 gewaardeerd. Daarom geldt bij overdracht van gronden vanuit de MVA naar beheer openbare ruimte dat EUR 0 wordt gehanteerd en vindt een afboeking plaats binnen de MVA. De waarde van de grondportefeuille wordt alleen bijgehouden voor gronden die aangehouden worden voor een beoogde toekomstige ontwikkeling en worden geadministreerd binnen de MVA.

Portefeuillehouder

Arjan Spaans / Monique Schuttenbeld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=12eeec25-7289-494e-804d-fe375e65eeb2