G. Bijlage uitleg wijzigingen RSJ
Tekst van het document
BIJLAGE : Gemeenschappelijke regeling RSJ In de gemeente Zwolle zijn we onderdeel van vier grote gemeenschappelijke regelingen; GGD IJsselland (GGD), Omgevingsdienst IJsselland (OD), Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (RSJ) en Veiligheidsregio IJsselland (VRIJ). De besturen van deze gemeenschappelijke regelingen hebben in de afgelopen periode voorstellen tot wijziging van hun eigen gemeenschappelijke regelingen afgerond. In deze bijlage zijn de belangrijkste wijzigingen met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling van RSJ opgenomen. De gemeenschappelijke regeling van RSJ voorziet daarnaast van een extra update. Op deze manier worden de onderdelen van de gemeenschappelijke regeling in overeenstemming gebracht met de praktijk. 1. De gemeenschappelijke regelingen voorzien in het versterken van de betrokkenheid van gemeenteraden- en raadsleden De volgende instrumenten worden in de gemeenschappelijke regeling van RSJ aangeboden om de betrokkenheid van de gemeenteraden- en raadsleden te vergroten: • Gemeenschappelijke (raads-) adviescommissie Conceptvoorstel is om samen met afgevaardigden van raden en colleges te verkennen op welke manier(en) de betrokkenheid van raden bij de GR-en in IJsselland gestructureerd vorm en inhoud kan worden gegeven, zonder een regionale adviescommissie in te stellen, zoals de wet die noemt.
• Zienswijzeprocedure begroting De ontwerpbegroting toezenden aan de gemeenteraden op een zodanig moment, dat de zienswijzetermijn voor het zomerreces kan worden afgerond. • Overige zienswijzen De mogelijkheid die de gemeenteraden hebben om hun invloed uit te oefenen, bevinden zich rondom het beleid op het thema jeugd in de eigen gemeente. Op basis daarvan vinden de werkzaamheden van RSJ IJsselland plaats. RSJ IJsselland heeft daarom opgenomen dat er géén mogelijkheid bestaat tot het opnemen van overige zienswijzen. • Inspraak (participatie) De wet verlangt een afspraak over participatie. De gedachte is, dat inwoners ook bij gemeenschappelijke regelingen in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun mening over beleid of de uitvoering daarvan kenbaar te maken. Voor het RSJ wordt voorgesteld deze mogelijkheid niet op te nemen omdat hiervoor hetzelfde geldt als voor overige zienswijzen. Het RSJ neemt geen dusdanige besluiten waarover inspraak kan worden vorm gegeven. Ingezetenen van deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen inspreken bij de eigen gemeente op het moment dat het thema jeugd daar aan de orde is. • Evaluatie
Dit artikel biedt de mogelijkheid om de GR-en op één of meer onderdelen te evalueren, bijvoorbeeld als meerdere deelnemers daarom verzoeken. Het bestuur zal dan een evaluatievoorstel aan de deelnemende colleges voorleggen. •Actieve informatieplicht Opdracht aan het bestuur om de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen te geven die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze inlichtingen worden schriftelijk of digitaal verstrekt. • Uittreding Wijziging van de regels voor uittreding op basis van de volgende hoofdpunten: 1. een gemeente kan een proces tot uittreding in gang zetten door een voornemen daartoe te doen; 2. na ontvangst van een voornemen tot uittreding a. laat het bestuur een inventarisatie uitvoeren van o.a. de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding. De uitkomsten vormen de basis voor een concept-uittredingsplan. b. wijst het bestuur een onafhankelijke adviseur aan, die in opdracht van het bestuur een concept-uittredingsplan voorbereidt. 3. het uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties, die gedurende een periode van vijf jaren het directe gevolg van de uittreding zijn. Het noemt de financiële verplichtingen (o.a. de te betalen uittreedsom) voor de uittredende gemeente.
Aangegeven moet worden hoe de uittreedsom zo laag mogelijk gehouden kan worden, bijvoorbeeld door overname van personeel, activa en contracten. Ook de financiële gevolgen voor de andere gemeenten worden in beeld gebracht. 4. uitgangspunten voor uittreding: a. de uittredende gemeente draagt alle kosten, onder aftrek van eventuele baten, die gedurende 5 jaren het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding; b. de kosten voor de werkzaamheden aan het uittredingsplan komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden; 5. het concept-uittredingsplan wordt om een reactie voorgelegd aan de gemeente, die wil uittreden. Na ontvangst daarvan stelt het bestuur het uittredingsplan vast. 6. nadat het uittredingsplan is vastgesteld neemt de betrokken gemeente een definitief besluit over uittreding. Na een opzegtermijn van 1 jaar gaat de uittreding in op 1 januari van het volgende kalenderjaar. De financiële verplichtingen gaan dan ook in. 2. De gemeenschappelijke regeling van GGD, OD en VRIJ wordt op enkele onderdelen in overeenstemming gebracht met de praktijk. Voor RSJ worden er geen andere wijzigingsvoorstellen voorgesteld dan wijziging voorgesteld vanuit de WGR.