Eindrapportage quick scan energietransitie zwolle
Tekst van het document
/
Rapportage quick-scan versnelling energietransitie Zwolle Beperken van klimaatverandering is dé opgave voor deze generatie. In de geest van de afspraken in het Verdrag van Parijs wordt wereldwijd de urgentie gevoeld om in actie te komen en opwarming van de aarde tegen te gaan. In Nederland zijn deze doelstellingen vertaald in concrete afspraken in het Klimaatakkoord. De gemeente Zwolle heeft de doelstellingen uit het Klimaatakkoord omarmd en een ambitieus Programma Energietransitie opgesteld om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. In het nieuwe coalitieakkoord ‘Samen voor een waarde(n)volle toekomst’ is de ambitie opgenomen om deze doelstelling te versnellen naar 2040. AEF is gevraagd inzichtelijk te maken wat de mogelijkheden en condities zijn van deze versnelling, in termen van rolopvatting, instrumentarium en benodigde budgetten voor de gemeente, maar ook wat het vraagt qua inzet en financiële middelen van de belangrijkste externe stakeholders en wat daarvoor het draagvlak is.
Vraagstelling en proces
Scope. Om volledig klimaatneutraal te worden zijn aanpassingen benodigd in vijf
Vraagstelling. Het onderzoek dat AEF voor de gemeente Zwolle heeft uitgevoerd heeft
sectoren: gebouwde omgeving, elektriciteit, mobiliteit, industrie en landbouw. Voor dit
het karakter van een quick-scan. Doel is een eerste beeld van de consequenties van een mogelijke versnelling te geven dat kan dienen als basis voor het bestuurlijk gesprek. De vraagstelling voor de quick-scan luidt:
Breng op hoofdlijnen in beeld wat nodig is qua instrumenten, middeleninzet en rolopvatting van de gemeente om de energietransitie te versnellen, zodat Zwolle niet in 2050, maar in 2040 klimaatneutraal is en voer een verkenning uit hoe de belangrijkste samenwerkingspartners van de gemeente tegenover deze ambitie staan.
onderzoek is gekeken naar de gebouwde omgeving, elektriciteit en mobiliteit, omdat daar de grootste uitdagingen voor de gemeente Zwolle liggen. Binnen de gebouwde omgeving is gekeken naar de warmtetransitie, het isolatieprogramma, eigen maatschappelijk vastgoed en de aanpak van kantoren en bedrijventerreinen. Aanpak. Om in de quick-scan in een korte tijd op hoofdlijnen een beeld te vormen is de programma-aanpak naar 2050 en de daar voor benodigde rol, instrumenten en middelen als ijkpunt genomen. Afspraak was vanuit dit basispad de extra inzet voor een versnelling richting 2040 inzichtelijk te maken. AEF heeft binnen de reikwijdte van
1
deze quick-scan dus niet een programma
Transities kenmerken zich door een (lange)
met businesscase voor klimaatneutraliteit in 2040 uitgewerkt en doorgerekend. Voor de
aanloopfase, waarin nieuwe technieken
quick-scan is gebruik gemaakt van bestaande documentatie, plannen en businesscases.
duurt tot aan een kantelpunt, waarop
Deze zijn besproken met de betrokken ambtenaren. Daarnaast zijn gesprekken
adoptie mogelijk wordt. Dat is het moment
gevoerd met externe stakeholders. Ook is gekeken naar vergelijkbare voornemens tot
resultaatgerichte, netwerkende overheid
versnellingen in de gemeenten Amersfoort en Deventer.
deze bottom up te faciliteren en te
Beschouwing over de transitie
opkomen, aangejaagd door pioniers. Dat nieuwe technologieën rijp zijn en brede waarop een versnelling optreedt. De probeert de transitie mogelijk te maken door stimuleren en vervolgens door regie te versnellen (zie het transitiemodel van bureau DRIFT van de Erasmusuniversiteit). De komende jaren lijkt de energietransitie
De energietransitie. Om klimaatverandering
op het punt te zijn aangekomen om tempo
te beperken is een volledige afbouw van onze broeikasemissies noodzakelijk. Dit is een
te maken en gericht te sturen op uitrol van
uiterst urgente, maar ambitieuze opgave. Het vraagt om een enorme maatschappelijke
Energietransitie van de gemeente Zwolle een
transitie in onze omgang met energie: een drastische vermindering van energieverbruik
paradigma en versnelling mogelijk.
de transitie. Dat maakt voor het programma overgang naar een nieuw sturings-
en verduurzaming van de energie die nog benodigd is. Het doel is daarmee bekend, maar de weg daar naartoe nog niet. De energietransitie is een complexe en ingrijpende opgave voor de stad en haar bewoners. Alle facetten van het dagelijks leven worden hierdoor geraakt: hoe we wonen, werken en ons verplaatsen. Het is daarmee niet slechts een technische opgave, maar vraagt ook veel op organisatorisch, financieel en sociaal vlak. Daarom is een gefocuste, maar adaptieve aanpak voor de verschillende sectoren noodzakelijk, met heldere (tussen-) doelstellingen voor maatregelen en effecten. Tegelijkertijd is het zaak daarvoor draagvlak onder bewoners, bedrijven en instellingen te hebben en behouden.
Sturen en plannen in een transitie De klimaatopgave vraagt een fundamentele transitie in het energiesysteem. Het oude systeem is niet meer houdbaar en zal in enkele decennia worden vervangen door een geheel ander systeem – bronnen,
In 2018 heeft de gemeente Zwolle haar strategie uitgewerkt in het Programmaplan energietransitie. In dit document zijn de doelen voor de gemeente richting klimaatneutraliteit in 2050 opgenomen en de sporen waarlangs deze te realiseren benoemd. De gemeente ziet zichzelf daarbij als procesregisseur, met name op gebied van de gebouwde omgeving en duurzame opwek van energie via de regionale energiestrategie (RES). Hiermee stelt zij zich op als een responsieve en netwerkende overheid (zie kader vierkwadrantenmodel). De gemeente sluit zich aan bij de nationale doelen, jaagt het daarop gerichte proces aan en faciliteert
Maatschappelijke transities zijn niet
dat. Zij kiest actief gebruik te maken van de energie in samenleving bij instellingen en
voorspelbaar en lineair, maar complex en
bewoners.
technologie, businessmodellen, gedrag.
dynamisch. Ze zijn niet top-down te plannen.
2
Het vierkwadrantenmodel Bij het denken over de rol van de gemeente is het vierkwadrantenmodel van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) behulpzaam. Het model onderscheidt vier paradigma’s aan de hand van twee assen: een overheid die primair randvoorwaarde-gericht is versus één die gericht is op resultaten en een overheid die vooral vanuit haar eigen rol denkt versus een overheid die vanuit de samenleving denkt. Zo onderscheidt het NSOB de rechtmatige overheid die voor de samenleving algemeen geldende juridische kaders stelt, de presterende overheid die in de jaren ’90 het denken beheerste en vanuit een eigen doelstelling actief stuurt en kaders stelt, de netwerkende overheid die in samenwerking met de samenleving haar doelen realiseert en de responsieve overheid, die vooral het speelveld organiseert waarbinnen burgers en organisaties hun doelen kunnen formuleren en nastreven.
kaders opleggen die de financiële lasten expliciet bij de eigenaren neerleggen. Deze instrumenten zullen meer vragen van het draagvlak onder bewoners en institutionele partners in de stad. Bovendien vergt het een grotere inzet van financiële middelen – naar verwachting meer en eerder dan vanuit de rijksoverheid beschikbaar zal komen.
Versnellen in de praktijk Gemeenten Deventer en Amersfoort hebben zichzelf in respectievelijk 2009 en 2018 een ambitieus doel gesteld om hun energietransitie in 2030 af te ronden. Door het krappe tijdspad werden zij gedwongen een ‘vliegende start’ te maken met het opstellen van planvorming, faciliteren van besluitvorming en (in)richten van hun ambtelijke organisatie. Recent zijn beide gemeenten tot de conclusie gekomen dat 2030 technisch, juridisch en financieel niet haalbaar is. Op basis van dit inzicht zijn (of worden) de (eind)doelstellingen bijgesteld naar 2050, met tussendoelstellingen voor 2030 (en overige mijlpalen) als concrete toetsmomenten van de voortgang. Ondanks dat de ambitieuze doelstelling niet bereikt wordt, heeft het stellen hiervan een verkenning van het ‘terra incognita’ dat doorkruist moet worden opgeleverd. Dit heeft wel degelijk geleid tot ‘versnelling’ door de bewustwording van de omvang van de opgave waar de energietransitie ons voor
Wat vraagt versnelling? In 2040 klimaatneutraal zijn vraagt een verschuiving van het paradigma: van een netwerkende, responsieve overheid naar een presterende, netwerkende overheid. Met meer regie vanuit de gemeente om het momentum in de stad te verhogen en te richten op concrete doelen per sector (bijv. aantal van het gas gehaalde woningen per collegeperiode). Om meer regie te voeren moet de gemeente het gehanteerde instrumentarium uitbreiden: Niet alleen stimuleren, maar ook reguleren, kaders stellen. Die krijgen vorm in juridische kaders met een veel minder vrijblijvend, dwingend karakter. Het vraagt ook het actief subsidiëren van onrendabele toppen, of
stelt en de noodzaak daar vanuit de gemeente actief en gericht op te sturen.
Beschrijving van de sectoren In de quick-scan heeft AEF per sector gekeken naar de opgave, de huidige aanpak en wat er nodig is om deze te versnellen. Gebouwde omgeving - warmtetransitie. Er zijn ongeveer 60.000 woningen in Zwolle, waarvan er zo'n 5.000 reeds zijn verduurzaamd. Dat maakt dat er nog 55.000 woningen dienen te worden verduurzaamd om de woningvoorraad klimaatneutraal te maken. Deze opgave is groot. Met name het isoleren van bestaande bouw om deze geschikt te krijgen voor een duurzame 3
warmtebron. Op basis van de transitievisie
Voor het aansluiten van de woningen wordt
warmte (TVW) uit 2020 is de inschatting dat ongeveer 25% van de woningen ligt in een
vanuit ervaringen in de pilotwijken een bijdrage aansluitkosten (BAK) van € 4 tot
wijk, waar een warmtenet wordt aangelegd. Voor de rest wordt gekeken naar een
5.000,- per woning verwacht (totaal tussen 60 en 75 mln euro). Deze bijdrage zal van de
individuele oplossing (zie onderstaande figuur). Er zijn drie pilotwijken aangewezen
woningeigenaren moeten komen, tenzij de gemeente kiest om daar een bijdrage aan te
(tezamen goed voor 10.000 woningen) waarin beproefd wordt hoe de wijkgerichte aanpak
leveren.
er in Zwolle uit kan zien. Voor de ontwikkeling van wijkwarmteplannen wordt uitgegaan
Voor de individuele all electric oplossingen is de investeringsopgave sterk afhankelijk van
van 2 jaar doorlooptijd. Vanuit het wetsvoorstel gemeentelijke instrumenten warmte-
de huidige mate van isolatie (minimaal label A benodigd). Op basis van de meest recente
transitie krijgt de gemeente de bevoegdheid om 8 jaar na vaststellen van zo’n plan het gas
inzichten gaan we uit van een gemiddelde investering per grondgebonden woning van
af te sluiten. In de huidige TWV (2020) bestaat nog geen planning voor de transitie van de
ruim € 45.000 voor isolatie en ruim € 13.000,voor installatie van een warmtepomp. Voor
wijken in Zwolle.
appartementen liggen deze investering lager: ruim € 40.000,-, respectievelijk bijna € 8.000,voor de installatie. De totale investeringsopgave om de woonwijken in Zwolle in 2040 klimaatneutraal te zijn bedraagt maar liefst ruim € 2,5 miljard - ongeveer € 150 miljoen euro per jaar. Tegen over deze investeringen staan besparingen op de energierekening. Bovendien worden deze investeringen deels gesubsidieerd door het rijk. Voor 2023 en 2024 met 1 miljoen euro. Deze bijdrage is echter lang niet genoeg om de investeringen te dekken. De gemeente heeft op dit moment nog geen businesscase waarin de benodigde investeringen per woning worden afgezet tegen de besparingen op de energiekosten en de subsidies van het rijk. De woningeigenaren zullen zelf fors moeten bijdragen, tenzij de gemeente er voor kiest om deze investering (deels) voor haar rekening te
Om +/- 15.000 huizen op het warmtenet aan te sluiten is een warmtebedrijf noodzakelijk. Het warmtebedrijf moet bij wet voor minimaal 50% + 1 aandeel in publieke handen zijn. De oprichting en het operationeel inrichten van zo’n publiek warmtebedrijf is een forse opgave. Het zal nog enkele jaren vergen. Op basis van de gegevens over de eerste wijken raamt AEF de bruto-investering in het warmtebedrijf voor de hele stad rond € 200 mln (excl. geothermiebron, subsidies). Voor deze investering is vanuit de gemeente tussen € 30 en 60 mln risicodragend kapitaal nodig.
nemen. Voor de investeringsbereidheid van woningeigenaren is van belang dat er duidelijkheid is over bijdrage die het rijk en de gemeente aan de maatregelen kunnen en willen leveren Daarnaast is helderheid nodig over het moment dat in wijken geen gas meer wordt geleverd om eigenaren in staat te stellen om de benodigde investeringen in de verduurzaming van hun woning te plannen en uit te laten voeren op natuurlijke vervangingsmomenten. Om in 2040 volledig van het gas af te zijn is een programmatische aanpak, een sterkere regierol vanuit de gemeente en aanvullende kaderstelling vanuit het rijk noodzakelijk. In 4
de komende twee collegeperioden moeten
Voor klimaatneutraliteit bestaat een aantal
aansluitende op de drie pilotwijken alle wijkwarmteplannen op- en vastgesteld
definities. De gemeente Zwolle werkt vanuit
worden. Dit komt neer op +/- 7 per collegeperiode (17 in totaal).
beleidsdocumenten en monitors. Daarbij
de definitie die gangbaar is in nationale wordt gekeken naar de uitstoot als gevolg van energie- en landverbruik binnen de
Naast vergroten van de uitvoeringskracht
gemeente (scope 2).
moet de gemeente bereid zijn om de wettelijke mogelijkheden in te zetten om het
Voor nieuwbouw van woningen en
gas af te sluiten (WGIW) en de investeringsopgave voor huiseigenaren deels te
commercieel en maatschappelijk vastgoed
subsidiëren. Landelijk is afgesproken dat corporaties de
kaders die energieneutraliteit voorschrijven
verduurzaming van sociale huurwoningen voor hun rekening nemen. Dit moet passen
Voor oudere gebouwen – bijv. oudere
binnen de kaders voor een gezonde financiële balans die het Waarborgfonds
en voor de klimaatdoelstellingen niet nodig
Sociale Woningbouw bewaakt. Voor corporaties in Zwolle is de transitie naar klimaatneutrale woningen in 2050 een zeer grote opgave. Versnelling achten zij binnen de kaders niet haalbaar. Er lijkt op dit moment bij hen geen ruimte en draagvlak te
sluit de gemeente aan bij de (inter-)nationale (Bijna energieneutrale gebouwen - BENG). bestaande woningen – is het zeer kostbaar alle gebouwen volledig energieneutraal te maken. De energietransitie is zeer kostbaar. Om deze tegen laagst maatschappelijke kosten te realiseren is het verstandig het energieverbruik niet volledig te reduceren, maar deels ook te verduurzamen.
bestaan om af te wijken van hun bestaande strategie richting 2050. Met particuliere
Gebouwde omgeving – eigen vastgoed. De
verhuurders zijn geen aanvullende afspraken gemaakt over de oplossingsrichting, timing
gemeente Zwolle is eigenaar van 162 gebouwen en verantwoordelijk voor nieuw-
en financiering van verduurzaming. Dit zal grotendeels geregeld moeten worden via de
bouw, vervanging en renovatie van 98 scholen. Al deze gebouwen moeten worden
kaders voor particulieren en de wijkwarmteplannen.
geïsoleerd en voorzien van een duurzame warmtebron.
Klimaatneutraliteit als doelstelling In het nationale Klimaatakkoord, het programma Fit for 55 van de Europese Commissie en het daarop aansluitende coalitieakkoord voor het kabinet wordt gestuurd op klimaatneutraliteit in 2050. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan is het doel dat er netto geen emissie van broeikasgassen meer plaatsvindt. Het draait daarbij om uitstoot van CO₂ en andere broeikasgassen als methaan. Deze komen vrij overwegend als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen voor energiegebruik en als gevolg van landgebruik – met name ontlasting in veeteelt en ontbinding in veengebieden.
Voor het eigen vastgoed zijn in de Routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed (2021) de benodigde werkzaamheden voorzien op natuurlijke vervangingsmomenten in de economische levenscyclus om zo in 2050 klaar te zijn. De benodigde investeringen daarvoor bedragen ongeveer € 350 mln, voor het gehele maatschappelijk vastgoed in Zwolle, waarvan € 150 mln voor het vastgoed in gemeentelijk bezit1. Van deze investeringsopgave is € 70 mln bedoeld voor het CO₂-neutraal maken van deze gebouwen. Deze investeringen zullen in de komende jaren voor een groot deel geactiveerd moeten worden als kapitaallasten. Die zijn nu nog niet gedekt op de gemeentelijke begroting en drukken daar nog gedurende 40 jaar op. Bij versnelling moet de investeringen
1
Zie factsheet iov. gemeente Zwolle opgesteld door Republiq
5
al voor 2040 gedekt worden. Bovendien loopt
Elektriciteit. In de RES heeft de regio West-
dit bedrag naar verwachting verder op door vervroegde afschrijvingen en vervangings-
Overijssel zich ten doel gesteld uiterlijk in 2030 1,8 TWh duurzame energie op te wekken. De
momenten.
gemeente heeft zichzelf ten doel gesteld 1.200 TJ duurzame energie op te wekken in 2025. In 2022
Voor scholen blijkt uit het integraal huisvestingsplan (IHP) uit 2020 dat er een grote
was hiervan 35% gerealiseerd en 18% in onderzoek. Voor latere jaren zijn er nog geen
inhaalslag nodig is om bestaande gebouwen te moderniseren, inclusief verduurzaming
concrete doelstellingen gesteld. AEF heeft nog geen doorrekening en bijpassende doelstelling
naar minimaal bijna energieneutraal (BENG). De benodigde investeringen hiervoor worden
aangetroffen voor het volume opwek van duurzame energie om als gemeente energie-
geraamd op € 250 mln tot 2035. Hiervoor is nog geen structureel budget gereserveerd.
neutraal te zijn. Uit de Zwolse energiemonitor blijkt dat In 2020 ongeveer 6.000 TJ energie werd
Het IHP laat zien dat de additionele dekkingsopgave leidt tot structurele kapitaalasten van
verbruikt in de gemeente. Het realiseren van klimaatneutraliteit vraagt een programmering
ongeveer € 10 mln. Versnelling vraagt om het opschroeven van het tempo van de
van energiebesparing en realisatie van duurzame opwek met een zeer ambitieus
modernisering, het naar voor halen van de investeringen en opschroeven van eis naar
volume.
Energieneutraal Gebouw (ENG). Hiervoor bestaat nog geen businesscase.
Groot punt van zorg zijn de capaciteit en congestie van het elektriciteitsnet in de
Gebouwde omgeving – kantoren en
toekomst. Voornaamste uitdagingen om deze knelpunten op te lossen zijn het verzwaren van
bedrijventerreinen. Ongeveer 50% van de energie in de gemeente Zwolle wordt
hoogspanningsstation Frankhuis en bijplaatsen van 10 middenspanningstations en minimaal
gebruikt voor verwarming en bedrijfsprocessen door bedrijven, waarvan 90% door
300 tot 350 compactstations verspreid over de stad. Deze hebben een ruimtebeslag van
grootverbruikers en 10% door het MKB. Voor kantoorgebouwen geldt het nationale
respectievelijk +/-1000 m2 en +/- 35m2. Dit heeft een grote ruimtelijk impact.
bouwbesluit en de Europese Energy Performance of Buildings Directive, die
Deze uitbreiding vraagt het uiterste van de planmatige en technische capaciteit bij Enexis.
voorschrijft dat nieuwe kantoren als BENG worden gerealiseerd en bestaande kantoren
Dit beeld herkennen wij voor de nationale en regionale netbeheerders in het hele land.
voor 2024 moeten worden verduurzaamd naar label C. Deze kaders moeten door de
Netbeheerders zetten zich op de (inter-) nationale arbeidsmarkt maximaal in om hun
gemeente worden gehandhaafd.
capaciteit te vergroten. Om deze ambitie te realiseren binnen de te verwachten beschikbare
Op bedrijventerreinen pakt de gemeente een stimulerende en faciliterende rol, bijvoor-
capaciteit is het noodzakelijk dat de gemeente per wijk een keuze voor een warmteoplossing
beeld door samen met Enexis en ondernemersverenigingen actief te kijken naar
maakt en een planning voor de realisatie van warmteplannen opstelt - en ook voor de laad-
pilots voor gedeelde laadinfrastructuur en smart energy hubs. Voor versnelling is de
capaciteit in wijken. In de realisatie is het nodig deze via een soepele vergunningsprocedure en
gemeente sterk afhankelijk van nationale en Europese richtlijnen. Tot die tijd kan de
bijbehorende bewonersparticipatie te faciliteren. Als aan deze randvoorwaarden wordt
gemeente de investeringsplicht met terugverdientijd binnen 5 jaar strenger handhaven
voldaan kan volgens Enexis de warmtetransitie in Zwolle voor 2040 gerealiseerd worden, maar
en aanvullende kaders stellen voor nieuwe bedrijven in het eigen omgevingsbeleid (met
alleen als niet gelijktijdig ook wordt ingezet op verduurzaming van bedrijventerreinen én
groot risico op weglek van investeringen naar andere gemeenten).
uitbreiding van levering van duurzaam opgewekte elektriciteit aan het net.
6
Mobiliteit. De transitie in de sector mobiliteit
uit de intensivering voor de uitvoering van het
kent twee hoofdlijnen: de transitie naar zeroemissie voertuigen en de transitie in het
klimaatbeleid bij het nationale coalitieakkoord (2021). De verwachting van AEF is dat deze
mobiliteitssysteem naar selectieve mobiliteit en gebruik van modaliteiten met een laag
intensivering zal oplopen naar 5,7 mln in 2030. De apparaatskosten voor het Klimaatbeleid
energieverbruik.
zullen de komende jaren sowieso oplopen. Op basis van het onderzoek naar de apparaats-
Zero-emissie mobiliteit De transitie naar zeroemissievoertuigen wordt gedreven door EU-
kosten van het Klimaatbeleid dat AEF heeft uitgevoerd voor de Raad van het Openbaar
regelgeving die verkoop verbiedt van fossiele auto’s per 2035. Volledige uitfasering van
Bestuur ramen wij de benodigde inzet om in 2050 klimaatneutraal te zijn op € 5,9 mln.
fossiele auto’s zal naar verwachting 20 jaar duren. Het eigen wagenpark zal naar verwachting grotendeels zijn verduurzaamd voor de introductie van een zero-emissie zone in
Raming apparaatskosten klimaatbeleid Zwolle in 2030 op grond van landelijk onderzoek voor ROB Sector
Doel 2050
Coördinatie & overhead
€ 1.6 mln
€ 2,4 mln
Wijkaanpak
€ 2,2 mln € 0,6 mln
€ 4,4 mln € 0,9 mln
€ 0,2 mln € 0,1 mln
€ 0,4 mln € 0,2 mln
Duurzame opwek
€ 0,5 mln € 0,7 mln
€ 0,7 mln € 1,0 mln
realiseren. Versnellen van het uitfaseren van fossiele voertuigen is mogelijk met het uit-
TOTAAL
€ 5,9 mln
€ 10 mln
breiden van de zero-emissie zone en het aanscherpen naar particulieren. Dit heeft een
Als de gemeente wil versnellen naar klimaatneutraliteit in 2040 schatten wij de
stadscentrum in 2025. Om zero-emissie voertuigen te faciliteren is grootschalige uitrol van laadinfrastructuur noodzakelijk, door de stad en op eigen terreinen. Dit kan marktconform en eventueel aangejaagd worden door het stimuleringsprogramma van de provincie. Om de transitie te versnellen is het goed mogelijk de laadinfrastructuur eerder te
zeer ingrijpend karakter naar de inwoners en de concurrentiepositie van de gemeente. Mobiliteitstransitie. De transitie naar meer gedeeld en collectief vervoer vraagt om een regionale mobiliteitsstrategie. Belangrijkste randvoorwaarden is het uitbreiden van de capaciteit van het Openbaar Vervoer, met nationale en provinciale investeringen. Daarnaast ondersteunen maatregelen als het stimuleren van deelauto’s en afspraken over het stimuleren van duurzame mobiliteit met werkgevers. Ten aanzien van mogelijk flankerend beleid lijkt betalen naar gebruik de meest effectieve maatregel om autogebruik op nationaal niveau af te remmen. Introductie hiervan staat gepland voor 2030. Om langzaam verkeer beter te kunnen accommoderen kunnen aanvullende lokale investeringen benodigd zijn, zoals de aanleg of verbreding van fietsroutes. Apparaatskosten. In 2023 zijn 19,6 FTE werkzaam bij de gemeente voor de uitvoering van het programma Energietransitie (€ 3,2 mln). Deze worden voor € 1,0 mln structureel bekostigd uit eigen middelen en voor € 2,3 mln
Isolatie Eigen vastgoed Economisch vastgoed Mobiliteit
Doel 2040
apparaatskosten op circa € 10 mln in 2030. Dit betref een zeer globale raming op basis van landelijke data. In bovenstaande tabel is deze raming op basis van het landelijk model uitgesplitst naar de lijnen in het programma.
Wat zijn onze conclusies? De klimaatcrisis stelt de samenleving voor een grote transitieopgave en vraagt intensief samenspel tussen de gemeente en haar omgeving De doelstelling om klimaatneutraal te zijn in 2050 is zeer urgent, maar ook ambitieus. Het vraagt een grote transitie van de hele samenleving: overheid (rijk, provincie, gemeente), bedrijfsleven, instellingen en burgers. Het is belangrijk dat de gemeente actief invulling geeft aan haar regierol in samenspel met partners in stad en de rest van haar omgeving. De richting van die transitie is helder, de route nog niet. Het vraagt een gefocuste, maar adaptieve aanpak, waarbij constant op basis van de ervaringen lessen worden getrokken en wordt bijgestuurd.
7
Versnellen van de energietransitie vraagt een
waarin ook particulieren geen gebruik mogen
resultaatgericht sturingsparadigma Versnellen van de energietransitie naar 2040
maken van fossiel aangedreven vervoer, realisatie van elektriciteitsinfra ook bij weerstand
vraagt dat de gemeente zich in de termen van het NSOB transformeert van een responsieve,
vanuit woonwijken, opleggen van normen voor de energietransitie in het omgevingsplan, inzet
netwerkende overheid naar een presterende, netwerkende overheid. Dat betekent dat de
daarvan voor vestigingseisen en afdwingen van duurzame investeringen bij bedrijven. Deze
gemeente niet alleen moet stimuleren en aanjagen, maar ook leiden, afdwingen en
maatregelen zullen het draagvlak voor de energietransitie bij de belangrijkste partners en
bekostigen.
bewoners in de stad stevig onder druk zetten.
Hoeksteen van een resultaatgericht sturingsparadigma is een strakke
Daarnaast vraagt het forse extra financiële inzet om wijkaanpakken en benodigde isolatie en
programmatische aanpak De huidige wijze van sturing door de gemeente
installatie van alternatieve warmtebronnen te subsidiëren, het eigen vastgoed en scholen te
sluit aan bij de programmadoelstelling, het instrumentarium en budget van het rijk voor de
verduurzamen (boven op het huidige tekort in meerjarenhuisvestingsprogramma’s) en de
energietransitie. De gemeente faciliteert de beweging bij bewoners, instellingen, bedrijven in
uitvoeringscapaciteit uit te breiden. Op basis van de huidige nog globale programmaplannning en
stad. Het is niet mogelijk om binnen deze kaders een eigen koers richting 2040 te varen. Daarvoor
businesscases gericht op klimaateutraliteit in 2050 is niet aan te geven hoe groot de extra
is een strakkere programmatische aanpak nodig met doelstellingen, vertaald in inspanningen per
inzet om in 2040 klimaatneutraal te zijn zal zijn. Naar onze raming zal deze uitvallen in de orde
sector met een (mijlpalen)planning, business cases en budgetten. Ook in een dergelijke
van enkele tientallen miljoenen per jaar.
gefocuste aanpak zijn een adaptieve aanpak en intensief samenspel met partners in de stad
Het draagvlak bij partners voor versnellen naar 2040 is beperkt
zondermeer noodzakelijk. Een dergelijke strakkere vorm van programmatisch sturen
Bij een aantal belangrijke maatschappelijke partners, als woningcorporaties en de regionale
biedt in de ogen van AEF ook waarde om gericht te sturen in een strategie naar klimaat-
netbeheerder bestaat er groot commitment voor de energietransitie, maar is het draagvlak voor
neutraliteit in Zwolle in 2050.
versnelling naar 2040 beperkt. Deze partners lopen aan tegen harde grenzen wat voor hen
Versnelling naar 2040 lijkt niet mogelijk zonder verregaande eigen inzet van
realiseerbaar is en zij ontraden daarom deze versnelling. Bij actieve bewoners bestaat er veel
dwingende regelgeving en omvangrijke budgetten aanvullend aan het Europese en
steun voor deze versnelling. AEF verwacht echter dat het ingrijpend karakter van de benodigde
nationale instrumentarium Bij versnelling is de gemeente qua instrumen-
maatregelen grote invloed zal hebben op het draagvlak bij bewoners, instellingen en bedrijven
tarium afhankelijk van de EU en het rijk voor kaders richting woningeigenaren en bedrijven
breder in de stad.
(isolatie/verduurzaming van bedrijfsprocessen) en automobilisten (uitfasering fossiele auto’s).
Slotconclusies
Deze nationale en internationale kaders zijn gericht op klimaatneutraliteit in 2050 Ze sorteren
enorm, maar dat is de transitieopgave voor
niet tijdig effect om Zwolle in 2040 klimaatneutraal te krijgen.
De urgentie van de energietransitie is gemeenten als Zwolle ook. Onze quick-scan levert het beeld op van een grote gemeente die hard aan de weg timmert met de
Deels kan dit worden opgevangen door inzet van
transitie, maar ook nog zoekend en lerend
stimulerend en meer dwingend instrumentarium vanuit de gemeente. Daarbij valt te
is daarmee goed vergelijkbaar is met andere
denken aan: het verplicht afsluiten van gas in woonwijken, het instellen van zero-emissiezone
werkt aan deze opgave. De gemeente Zwolle 100.000+ gemeenten.
8
De gemeente stelt erg ambitieuze doelen, maar werkt tot nu toe vanuit een stimulerende rol die daarbij niet past. Voor realisatie van klimaatneutraliteit in 2040 is een ander sturingsparadigma, die van een regisserende overheid, noodzakelijk. De versnelling ten opzichte van het landelijk transitiepad van 2050 naar 2040 wordt niet ondersteund door Europese en nationale kaders en budgetten. Het zal veel van de stad en de gemeente vragen qua inzet en draagvlak. De belangrijkste randvoorwaarde om regisserend te kunnen zijn is een verder uitgewerkt plan (programmatische aanpak) met inspanningen en mijlpalenplanning per programmalijn. Daarnaast hanteert de regisserende overheid een meer dwingend instrumentarium en een veel forsere inzet van budget. Op basis van de huidige wijze van sturen en inrichting van het programma is het onmogelijk goed te kwantificeren hoeveel extra regelgeving en budgetinzet noodzakelijk is. De vraag of een dergelijke versnelling haalbaar en wenselijk is, kan alleen worden beantwoord als de route en het programma richting 2050 eerst robuust is uitgewerkt. AEF meent dat zo’n robuuste uitwerking no regret is. Sterker, het kan de energietransitie in Zwolle een sterke boost geven. Voordat dat heeft plaatsgevonden al koersen op een versnelling richting 2040 acht AEF niet realistisch.
9