Derde verantwoording voorzitter Veiligheidsregio IJsselland
Tekst van het document
Veiligheidsregio IJsselland Postbus 1453 8001 BL Zwolle
Datum: Onderwerp:
31 mei 2021, Zwolle Derde verantwoording coronacrisis
Geachte meneer/mevrouw, Voor u ligt conform afspraak de derde tussentijdse verantwoording. Toen het land in maart 2020 getroffen werd door het coronavirus had ik, en u waarschijnlijk ook niet, verwacht dat we nu ruim een jaar later nog steeds in de huidige crisisorganisatie zouden acteren. Het virus bleek grillig en hardnekkig en laat zich met moeite onder controle krijgen. De inwoners van Veiligheidsregio IJsselland, onze samenleving, heeft alles op alles gezet om het coronavirus eronder te krijgen. Met succes: in de zomer van 2020 keerden we langzaam terug naar een samenleving zoals we die kenden van voor het virus. En toch was het anders. We bleven afstand houden, twijfelden om een arm om iemand heen te slaan en konden niet naar de zomerse festiviteiten die onze regio kent. De zomer ging over in het najaar en in het najaar vond het virus zijn weg weer naar ons terug. Het bleek moeilijker, deze keer. Waar het prachtige zomerweer ons gunde dat we buiten bleven, dwongen de kou en regen die gepaard gaan met het najaar ons naar binnen. Het aantal besmettingen liep weer op, en met de besmettingen ook de beperkende maatregelen. Natuurlijk zetten onze inwoners de schouders er weer onder. Ik kan me blijven verbazen over de geweldige innovatiekracht van de ondernemers en instellingen in de regio. Maar er sloop ook verslagenheid in. Moeheid. Ongerustheid.
En hoe langer het duurde, hoe meer ik dit toe zag nemen. Doorzetten, de schouders eronder, aanpakken en naar elkaar om blijven kijken: het zit in het DNA van onze regio en voerde telkens de boventoon. Ik, maar ook uw eigen burgemeester, wij zijn daar ongelofelijk trots op. Het licht aan het einde van de tunnel brandt steeds feller. Het vaccineren loopt, en naar het nu lijkt heeft voor 1 juli iedereen een eerste prik gehad. Het openingsplan van het kabinet wordt, af en toe met een hapering, gevolgd of zelfs versneld. Die opluchting zie ik ook terug op de gezichten van de mensen om mij heen. Dat doet goed. Want nu weten we: samen slaan we ons hier doorheen.
In de afgelopen zestien maanden is hard gewerkt door het crisisteam van Veiligheidsregio IJsselland. Er is een ROT en RBT actief geweest en deze teams zijn bezet met kundige mensen die dag en (bijna) nacht hebben doorgewerkt. Met de ingang van de Tijdelijke Wet Maatregelen wordt schriftelijk verslag uitgebracht over de afgelopen periode aan de raden van de getroffen gemeenten. Dit doet de voorzitter in afstemming met de burgemeesters die deel uitmaken van het Regionale Beleidsteam. In dit verslag ga ik als voorzitter in op het verloop van de gebeurtenissen en op de besluiten die zijn genomen. In de komende tijd blijft er een ROT en RBT actief, zoals dit nu ook het geval is. We zullen u dan ook, zoals u van ons gewend bent, tussentijds blijven informeren middels de raadsbrief en andere middelen. Maar met het document dat nu voor u ligt, bied ik u de verantwoording aan van de afgelopen maanden. Namens de burgemeesters van Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle, en als voorzitter van Veiligheidsregio IJsselland. Hoofdlijnen Het verslag gaat in op het verdere verloop van de crisis rondom het coronavirus (COVID-19) en de besluiten die ik in de rol van voorzitter van Veiligheidsregio IJsselland heb genomen. Hoofdlijnen zijn: -
Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 Zorgcontinuïteit Testen Bron- en contactonderzoek; Vaccinatie; Maatregelen; Werkgroepen; Gebeurtenissen Openbare orde en veiligheid / Handhaving Leren omgaan met onzekerheden Informatie Communicatie Evaluatie COVID-19 Vanaf 1 mei 2021
Vragen over dit verslag zal ik graag beantwoorden, in overleg met de burgemeesters die deel uitmaken van het Regionaal Beleidsteam. Hoogachtend,
Peter Snijders, voorzitter Veiligheidsregio IJsselland
Derde verantwoording voorzitter Veiligheidsregio IJsselland, het verdere verloop van de crisis rondom het coronavirus (COVID-19) Tijdelijk wet maatregelen COVID-19 Per 1 december 2020 is de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 (Twm COVID-19) ingegaan. Met de komst van deze wet en bijbehorende regelingen kwam er een einde aan het tijdperk waarin de maatregelen waren opgenomen in noodverordeningen die regionaal door de Voorzitter van de Veiligheidsregio werd vastgesteld. De Twm COVID-19 is gericht op een balans tussen aan de ene kant een noodzaak van snelheid en flexibiliteit van handelen en anderzijds de noodzaak van democratische legitimatie en het waarborgen van de bescherming van grondrechten. Met deze wet wordt aangesloten bij de bestuurlijke verhoudingen die buiten crisissituaties van toepassing zijn. Dat wil zeggen dat bevoegdheden niet meer bij de veiligheidsregio’s, maar op gemeentelijk niveau zijn komen te liggen, met betrokkenheid van het lokale bestuur en controlemogelijkheden van de gemeenteraad. Concreet betreft het een wijziging/aanvulling van de Wet publieke gezondheid. Met de invoering van de wet liggen de bevoegdheden en verantwoordingsplicht in beginsel lokaal bij de burgemeesters.
Om voldoende uniformiteit na te streven is in IJsselland besloten de regionale crisisstructuur in stand te houden waarbij het Regionaal Operationeel Team (ROT, Regionaal Beleidsteam (RBT) en de werkgroepen onder leiding van de gemeentesecretarissen actief zijn. Op deze manier wordt regionale afstemming en uniformiteit in de uitvoering van de maatregelen beoogd en is er een regionale structuur ter ondersteuning van de gemeenten. Vanwege deze regionale afstemming is ook afgesproken dat de gemeenteraden drie keer per jaar een verantwoording ontvangen, via de lokale burgemeester, over de stappen die regionaal zijn gezet in de bestrijding van het COVID 19-virus. Zorgcontinuïteit In januari 2021 kregen we in Nederland te maken met een in het Verenigd Koninkrijk ontstane variant van het virus. Deze Britse variant is flink besmettelijker dan de tot dan toe in Nederland dominante variant. Dit leidde tot zeer verontrustende prognoses wat betreft de belasting van de zorgketen. Het was dus van belang om de zorgketen extra voor te bereiden op ernstige continuïteitsproblematiek. Hiervoor is op ROAZ-niveau een kernteam gevormd, waarin zorgorganisaties samen met het Netwerk Acute Zorg regio Zwolle en de GHOR-teams van IJsselland en Noord- en Oost-Gelderland een noodscenario ‘What if’ hebben voorbereid (ook wel bekend als Fase 3 noodscenario).
Parallel aan de start van dit kernteam heeft het GHORteam een aantal online bijeenkomsten voor de bestuurders van VVT-organisaties georganiseerd, om hen mee te nemen in wat er mogelijk op hen af zou komen. Ook landelijk waren op verschillende niveaus teams actief, om de activiteiten in de verschillende (ROAZ-) regio’s op elkaar af te stemmen en best practices te delen. Zowel de DPG als het GHOR-team hadden hier een actieve rol in. Testen De zeven testlocaties van GGD IJsselland draaien volop en zijn in staat ruim 6000 testen per dag te doen. De daadwerkelijke testvraag in de regio is overigens tot op heden niet boven de 3500 testen per dag gekomen en fluctueert bovendien flink. De testorganisatie is op volle
sterkte, de processen lopen soepel en de testbereidheid is redelijk tot goed. Door de grote capaciteit van de L-testlocatie in de IJsselhallen in Zwolle is de eerdere testlocatie aan de Ceintuurbaan in Zwolle gesloten. Bovendien kunnen mensen in Zwolle ook terecht voor een zogenaamde sneltest (de antigeentest) waarvoor direct achter de testunits labs zijn ingericht. Hiermee krijgen mensen met duidelijke klachten die geen onderdeel zijn van bron- en contactonderzoek, snel hun testuitslag. Ook het testen met prioriteit voor medewerkers uit de zorg en het onderwijs loopt goed. Deze prioriteitsdoelgroep kan zowel in Zwolle, als in Hardenberg of Deventer terecht. Het winterse weer zorgde een enkele dag in februari voor code rood waardoor de locaties moesten sluiten, wat met extra inzet en creativiteit is opgelost. De vraag naar thuisbemonstering blijft redelijk groot (voor mensen die niet mobiel zijn of erg ziek). Sinds maart werkt de GGD daarvoor samen met een externe partner. Bij lokale uitbraken is meerdere keren een pop-up testlocatie ingericht. In april is de testlocatie in Deventer verhuisd naar het Runshopping Centre De Snipperling. Op deze locatie werd op 11 mei tevens gestart met sneltesten. Met het opengaan van de scholen, de kinderopvang en later de buitenschoolse opvang zijn er veel kinderen (complete groepen en klassen) naar de testlocaties gekomen.
Voor de jongere kinderen zijn kinderteststraten ingericht. In april doen de zelftesten en toegangstesten hun intrede. Bij een positieve testuitslag worden mensen alsnog verwezen naar de GGD voor een betrouwbaarder PCR-test. Bron- en contactonderzoek GGD IJsselland heeft veelal het bron- en contactonderzoek volledig kunnen doen. De organisatie is daar stevig voor uitgerust. De uitdaging was en is om steeds mee te bewegen met de bijna dagelijkse verandering in richtlijnen. Alleen in de piek van de tweede golf en korte tijd tijdens de derde golf in combinatie met de vele kinderen/scholen is soms gekozen voor een lichtere, meer risico gestuurde, variant van bron- en contactonderzoek. Dit betekent dat in die gevallen niet alle nauwe contacten op de voet gevolgd worden. Medio maart-mei zijn veel groepen, klassen en soms een enkele school in quarantaine gegaan. Waar mensen enerzijds blij zijn met het persoonlijke contact en de gelegenheid vragen te kunnen stellen, treedt anderzijds ‘coronamoeheid’ op en werken mensen minder goed mee. De meeste clusters trof de GGD aan in werksituaties (zogenaamde maakindustrie), in het onderwijs en bij mensen thuis. Het minder goed navolgen van de maatregelen, maakt dat mensen meer nauwe contacten hebben, wat het bron- en contactonderzoek complexer maakt.
In de besmettingscijfers zien we de afgelopen tijd duidelijk het positieve effect van het vaccineren, ouderen op hoge leeftijd komen steeds minder voor in de bron- en contactonderzoeken en er zijn nog nauwelijks uitbraken in verzorgings- en verpleeghuizen. Vaccinatie Op 9 december kregen de GGD’en te horen niet pas medio juni 2021, maar al eerder ingezet te worden voor de coronavaccinaties. Doel was toen nog te starten met oudere kwetsbare personen. Na een voorbereidende periode waarbij GHOR IJsselland een coördinerende en verkennende rol had, richtte GGD IJsselland vanaf begin december een projectgroep en stevige projectorganisatie in en stelde een projectleider aan. Toen bleek dat Pfizer/BionTech, in eerste instantie te bewaren was op extreem lage temperaturen, als eerste vaccin
beschikbaar zou komen en zelfs al begin januari, kregen de GGD’en de opdracht te starten met het vaccineren van zorgmedewerkers, te beginnen die in de langdurige zorg. Zij waren in staat naar vaccinatielocaties toe te komen, in plaats van andersom. Eind december waren de processen, de eerste vaccinatielocatie (IJsselhallen in Zwolle) en de werkwijze rond werving van personeel binnen GGD IJsselland op orde. Dat de coronavaccinaties volgens alle richtlijnen en binnen de geldende maatregelen een ander proces is dan andere groepsvaccinaties waarmee de GGD ervaring heeft, maakte de voorbereidingen op alle vlakken uitdagend. De ziekenhuizen mochten een selecte groep COVID-medewerkers al zelf vaccineren vanaf 4 januari. De informatie en opdrachten rond het vaccineren tegen Covid-19 was en is veranderlijk. Want al gauw kwamen daar de ouderen bij die mobiel genoeg zijn om naar een vaccinatielocatie te komen. Ouderen die in instellingen wonen zijn veelal door eigen instellingsartsen gevaccineerd met het vaccin Moderna. Naast zorgmedewerkers (eerst langdurige zorg) kwamen 90-plussers en zelfs 100-plussers als eersten naar de vaccinatielocaties: eerst alleen de IJsselhallen in Zwolle, al gauw ook de Evenementenhal in Hardenberg. Met winters weer was er een helpende hand of een ondersteunende schouder van de brandweer, beveiligers en GGD-medewerkers.
De GGD-vaccinatieorganisatie is voortdurend verder opgeschaald passend bij de landelijke opdracht van dat moment, waarbij het priktempo volledig afhankelijk was van de goedkeuring, toelevering en landelijke verdeling van vaccins over de regio. Naast Pfizer is de GGD gaan vaccineren met AstraZeneca, wat onderweg vertraging opliep doordat in Europees verband nader onderzoek werd gedaan naar bijwerkingen. Na het opnieuw vaccineren van zorgmedewerkers met dit vaccin, is gekozen voor het inzetten ervan voor 60-plussers, waardoor de GGD alleen zorgmedewerkers ouder dan 60 of anderen voor een tweede prik nog vaccineert met dit vaccin. Huisartsen in Overijssel konden vanaf 31 maart vaccins AstaZeneca bestellen om mensen van 60 tot en met 64 jaar te vaccineren. In mei werden ook de vaccins Moderna (op slechts enkele GGD-locaties) en Janssen ingezet in de GGD-vaccinatielocaties. De landelijke vaccinatiestrategie verandert voortdurend, waardoor de opdracht aan de GGD’en ook steeds werd en wordt aangepast. Cruciaal is de verwachte beschikbaarheid van vaccins, die aanvankelijk in te lage aantallen werden geleverd. Door de opschaling bij de GGD, denk aan de logistiek en het personeel dat klaarstaat, konden groepen die aanvankelijk door de huisarts gevaccineerd zouden worden, nu naar de GGD voor hun vaccinatie.
Vanaf april gaat dat om mensen met het syndroom van Down en morbide obesitas (BMI > 40). Vanaf 6 mei betreft dit ook de griepprikgroep, mensen met een medische indicatie, naar schatting landelijk gezien 1,5 miljoen mensen. Pfizer bleek en blijkt betrouwbaar qua leveringen en opdracht aan de GGD’en was dan ook per 1 april klaar te zijn voor 1,5 miljoen vaccinaties per week. Voor GGD IJsselland betekende dit 45.000 vaccinaties per week. Deze vraag schoof op naar later in april, ook omdat AstraZeneca niet kon worden ingezet zoals eerder gepland. Om die reden – het beperkte aantal beschikbare vaccins - startte de GGD pas op 12 april met vaccineren in de drie al gereed zijnde vaccinatielocaties in Dalfsen, Deventer en Kampen. GGD IJsselland kreeg meerdere malen duizenden extra vaccins toebedeeld, doordat tijdslots voor afspraken in de regio erg snel volliepen. De GGD’en hebben de opdracht gekregen vanaf eind mei in staat te zijn 2 miljoen vaccinaties per week te zetten. Voor GGD IJsselland komt dit neer op ongeveer 61.000 vaccinaties per week. Dit getal is gebaseerd op het aantal inwoners in de regio die een
vaccinatie nodig hebben, in eerste instantie in de leeftijd van 18 tot 60 jaar, nu de ouderen veelal al gevaccineerd zijn. Met name de periode april/begin mei gebruikte de GGD om alle processen nog te vervolmaken, zodat locaties en medewerkers de grote groep mensen eind mei en in juni zo efficiënt mogelijk kan vaccineren. Doel is dat iedereen die dat wil in elk geval één keer gevaccineerd is begin juli. Van het Janssen-vaccin is overigens maar één vaccinatie nodig. Ook rond het vaccineren veranderen de richtlijnen voortdurend, wat het nodig maakt te anticiperen op veranderingen zoals medische indicaties, wijze van opzuigen van vaccins, etc. Samenwerking met apothekers, organisaties voor eerste hulp, ziekenhuizen en huisartsen maken dat de regionale vaccinatiestrategie stevig is, dat organisaties van elkaar leren en elkaar goed weten te vinden, zodat de uitdagende vaccinatieopdracht gezamenlijk kan worden geklaard. De GGD speelt hier een coördinerende en trekkersrol in. Waar in een tijd van schaarste van vaccins de vraag (en nood) veel groter is dan het aanbod, komt er ook een moment dat de vaccinatiebereidheid wellicht minder wordt. Het zicht daarop is nog onvoldoende, doordat de vaccinaties door andere partijen dan de GGD’en administratief nog niet zijn verwerkt. Daardoor is de vaccinatiegraad per Veiligheidsregio of zelfs gemeente nog niet inzichtelijk.
Landelijk bereidt het ministerie van VWS campagnes op maat voor om de verschillende doelgroepen te bereiken en te motiveren zich te laten vaccineren. Maatregelen Gedurende de afgelopen periode heeft het kabinet een aantal keren nieuwe maatregelen, maar ook een aantal versoepelingen afgekondigd. Deze zijn telkens vastgelegd in de regeling behorende bij de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19. Halverwege december 2020 ging de strengste lockdown tot dan toe in. Scholen en kinderopvang gingen dicht, contactberoepen waren verboden, niet-essentiële winkels moesten hun deuren sluiten, bij eet- en drinkgelegenheden mocht alleen nog worden afgehaald, alle publiek toegankelijke gebouwen moesten gesloten blijven, thuisbezoek werd beperkt tot maximaal 2 personen en sporten in groepsverband mocht alleen voor jeugd en alleen buiten. Eind januari kwam daar de avondklok nog als extra maatregel bij. De invoering van de avondklok zorgde voor veel onrust in Nederland. Ook in IJsselland kwam het tot rellen in met name Zwolle. Vanaf 8 februari kwamen de eerste versoepelingen. Zo gingen de basisscholen weer open, mochten de middelbare scholieren weer (deels) naar school, konden niet-essentiële winkels op afspraak weer open, werden contactberoepen weer toegestaan en kwamen er meer mogelijkheden om te sporten.
Meest recent is hier nog een aantal versoepelingen aan toegevoegd: de opening van de terrassen binnen bepaalde tijden, de opening van de nietessentiële winkels, kan het Hoger Onderwijs weer deels open en is het advies voor het aantal personen dat thuis ontvangen kan worden verhoogd van 1 naar 2 personen. En begin juni gaan de versoepelingen nog verder door. De uitleg van de maatregelen en de uitvoering daarvan, leverden in de praktijk veel vragen op. Deze vragen zijn vooral afgehandeld door de gemeenten. Afstemming over de uitvoering van de maatregelen vond veelal plaats in de regionale werkgroepen, bijvoorbeeld op het terrein van evenementen, sport, horeca, cultuur en handhaving. Ook werd er regelmatig met juristen vanuit Zwolle en Deventer en met omliggende regio’s afgestemd. Op een aantal onderdelen was behoefte aan een regionale lijn. Deze werd via de werkgroepen en het ROT voorbereid
en vervolgens in het RBT besproken. Waar nodig werd deze ook in de lokale colleges of beleidsteams besproken. Het ging hierbij onder andere om een regionale lijn op het terrein van: - Markten: regionaal hebben we de bloemenverkoop op markten toegestaan, omdat bloemen ook buiten bij reguliere bloemenwinkels verkocht mochten worden. - Uitvaarten: regionaal was de lijn al afgesproken dat 1e en 2e graads familieleden en maximaal 10 personen extra bij een uitvaart aanwezig mochten zijn, ook als daarmee het toegestane maximaal aantal personen overschreden werd. - Sporten op sportaccommodaties: met de verruiming op het terrein van sport heeft de regio IJsselland bepaald dat deze verruiming niet alleen gold voor sporten op sportaccommodaties maar ook in de openbare ruimte. - Om middelbare scholen zoveel mogelijk de ruimte te geven om op 1,5 meter les te kunnen geven, is regionaal bepaald dat ook bijvoorbeeld theaters en andere publiek toegankelijke gebouwen die nog gesloten moeten zijn, voor het doel onderwijs ingezet kunnen worden. - Waar dat binnen de lokale winkeltijdenregeling paste, is met de feestdagen (zoals Kerst en Pasen) meegewerkt aan een ruimere openingsstelling zodat er meer spreiding mogelijk was voor de winkelbezoekers.
- Eind april is besloten om bibliotheken de mogelijkheid te geven om ruimte te bieden voor middelbare scholieren die eindexamen doen om hun voorbereiding daarop in de bibliotheek te doen. Werkgroepen Om te zorgen voor een goede regionale afstemming en waar nodig besluitvorming, zijn in het afgelopen jaar verschillende regionale werkgroepen gevormd, Hierin zijn alle gemeenten en eventuele partners zoals politie vertegenwoordigd, De volgende werkgroepen zijn actief: - Werkgroep Horeca - Werkgroep Evenementen - Werkgroep Sport - Werkgroep Cultuur - Werkgroep Handhaving - Werkgroep Nazorg Hieronder een korte terugkoppeling van hetgeen besproken is in deze werkgroepen in de afgelopen periode: Werkgroep Horeca Bij het wekelijkse inloopoverleg wordt gekeken naar alle horeca gerelateerde zaken in coronatijd. Hier is onder andere aan de orde gekomen hoe om te gaan met vergunningen, overkappingen op terrassen, vergroten van terrassen, etc. Ook is hier gekeken naar hoe de interpretatie is van de nieuwe maatregelen per 28 april, waarbij de terrassen gedeeltelijk open mochten. Afgestemd is hoe daar mee om te gaan en goede voorbeelden uit te wisselen. Werkgroep Evenementen Twee keer per week is er een inloopoverleg waar lopende zaken rondom evenementen worden besproken (bijvoorbeeld rondom Sinterklaas, Paasvuren): wat mag wel en wat kan
niet, hoe gaan andere gemeenten hiermee om en hoe kunnen we voor de verschillende evenementen één lijn aanhouden. De werkgroep heeft het stuk “Wat als evenementen weer mogen” opgesteld, waarin vooruit gekeken wordt naar het moment dat er weer vergunningen mogen worden verleend. Werkgroep Sport De werkgroep sport overlegt op ad hoc basis met elkaar. De afgelopen periode ging het vooral om de onderwerpen: - Afstemming geldende maatregelen schaatsen - Aanwijzen openbare ruimte als gebied om te kunnen sporten naast buitensportaccommodaties - Na openstelling basisonderwijs, afstemming huisvesting gymonderwijs binnen. Verder zijn er losse vragen en onderwerpen voorbij gekomen die gezamenlijk zijn besproken en beantwoord. Werkgroep Cultuur Voor de werkgroep cultuur geldt hetzelfde als de werkgroep sport. Op het terrein van cultuur was er de afgelopen periode (bijna) niets mogelijk, waardoor de afstemming ook beperkt was. De werkgroep is vooral gebruikt om te spreken over de periode na corona, hoe de samenwerking in de regio ook dan versterkt kan worden. Werkgroep Handhaving De werkgroep handhaving is in 2020 opgestart om de wijze van handhaving van de coronamaatregelen af te stemmen en ervaringen te delen. De leden van de werkgroep kijken wekelijks terug op de gebeurtenissen in de afgelopen week en blikken vooruit op de vermoedelijke speerpunten voor de komende week.
Casuïstiek wordt aan elkaar voorgelegd en de consequenties van tussentijds wetswijzigingen voor de handhavingspraktijk worden besproken. Er is veel gesproken over de interpretatie en de handhaving van de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19. Daarbij zijn de volgende onderwerpen de revue gepasseerd: - Onderscheid publieke plaatsen – besloten plaatsen - Click & collect bij winkels - Verboden groepsvorming - Recreatieve vaartuigen - Take away en bezorging - Groepsaccommodaties - Kamperen - Evenementen - Drive thru’s - Warenmarkten - Zonnestudio’s - Jeugdactiviteiten Naast deze algemene onderwerpen is in het eerste kwartaal van 2021 in het bijzonder nog gesproken over: - Evaluatie jaarwisseling, in het bijzonder aanpak carbidschieten en jeugdketen - Betogingen - Drukte op het ijs (regionaal afwegingskader ijsbanen en schaatstochten) - Landelijke verkiezingen
-
Handhaving avondklok Protesten tegen avondklok (ongeregeldheden) Drukte tijdens Koningsdag Openstelling terrassen
Werkgroep Nazorg In januari 2021 is in opdracht van het RBT de werkgroep Nazorg van start gegaan. De werkgroep is een samenwerking tussen Veiligheidsregio, gemeenten en GGD en richt zich op de psychosociale impact van de coronacrisis. De doelen van de werkgroep zijn 1. Inzicht bieden in psychosociale impact coronacrisis door monitoring & onderzoek 2. Verbinding tussen gemeenten, GGD en zorgketen bevorderen door onder meer initiatieven en activiteiten binnen gemeenten in beeld te brengen. Hiervoor kent de werkgroep Nazorg drie subwerkgroepen te weten 1) monitoring en onderzoek, 2) uitwisselen best practices en 3) verbinding zorgketen In de periode van januari tot en met mei heeft de werkgroep het volgende gedaan: - Schrijven plan van aanpak inclusief presenteren concept- en eindversie - Verzorgen presentaties stand van zaken en voortgang - Verzorgen presentaties uitkomsten onderzoeken rondom de impact van de coronacrisis Gebeurtenissen In het Regionaal Operationeel Team en het Regionaal Beleidsteam is ook gesproken over de wijze waarop de gemeenten invulling gaven aan een aantal bijzondere gebeurtenissen in de afgelopen periode. Jaarwisseling Eind 2020 had met name de jaarwisseling speciale aandacht.
Dit gold voor de wijze waarop carbid-schieten als traditie toch een plek kon krijgen tijdens de jaarwisseling, maar ook de inzet van politie en handhaving werd zowel regionaal als lokaal besproken. Ter voorbereiding op de jaarwisseling is een apart ROT ingericht, zodat adequaat regionaal voorbereid en ingegrepen kon worden als dat noodzakelijk was. Het RBT heeft in januari geconcludeerd dat de jaarwisseling op een aantal incidenten na, goed verlopen is. Schaatsen Voor het eerst in jaren was het in Nederland weer mogelijk om te schaatsen op natuurijs. Om dit in goede banen te leiden, hebben alle gemeenten de richtlijn van de KNSB gevolgd. Met name in de kop van Overijssel was het op een aantal dagen wel druk, maar dit heeft niet geleid tot vervelende situaties. Over het algemeen is het schaatsen goed verlopen en was het voor veel mensen een welkome afleiding in deze lockdown. Deze periode was er veel bestuurlijke druk vanuit het land om het NK schaatsen op natuurijs toe te laten. Hieraan werd geen gehoor gegeven. Verkiezingen In maart vonden de Tweede Kamer verkiezingen plaats. Deze zijn vooral lokaal voorbereid en waar nodig regionaal afgestemd. Net als in de rest van Nederland zijn de verkiezingen in IJsselland goed verlopen.
Voorbereiding op Koningsdag, Lintjesregen, Dodenherdenking en Bevrijdingsdag De voorbereidingen op bijzondere vieringen en herdenkingen vonden vooral lokaal plaats, maar regionaal is afgestemd dat deze sober zouden worden ingericht. Daarbij zijn de landelijke lijnen die hierover in het Veiligheidsberaad zijn afgestemd als leidraad genomen. Testen voor Toegang Het kabinet wil de samenleving weer gecontroleerd openen na de strenge lockdown. In het voorjaar van 2021 zijn er verschillende praktijktesten met zogenaamde Fieldlab evenementen geweest. Het doel hiervan was leren over het gedrag van grote groepen bezoekers van verschillende soorten evenementen. En manieren vinden om mensen op een zo veilig mogelijke manier bij elkaar te laten komen, zodat het coronavirus zich niet verder kan verspreiden. In de regio IJsselland hebben geen Fieldlab evenementen plaatsgevonden. Daarnaast zijn in april 2021 in de cultuur-, sport- en recreatiesector pilots met Testen voor Toegang geweest. Bezoekers krijgen dan toegang tot evenementen en activiteiten door een negatief corona testbewijs te laten zien. De pilots waren er om te bepalen hoe testen de samenleving kunnen helpen openen. Ook in IJsselland hebben in een aantal gemeenten pilots Testen voor Toegang plaatsgevonden. Dit gold voor Deventer, Zwolle en Ommen. Het ging om pilots in musea, theaters, casino en op een camping.
Ook in mei vonden een aantal pilots Testen voor Toegang plaats. Het ging hierbij om een handbalwedstrijd in Raalte en een casino in Zwolle.
Openbare orde en veiligheid / Handhaving Handhaving van de maatregelen was vooral een lokale aangelegenheid en een samenspel tussen politie en lokale handhavers. De regionale afstemming vond plaats in de werkgroep Handhaving (zie eerder). De monitoring van de naleving en handhaving vond wekelijks plaats, waarbij zowel de regionale als landelijke monitor gevoed werd. Over het algemeen kunnen we aangeven dat de naleving van de maatregelen in de gehele periode op ‘oranje’ stond en de handhaving op ‘groen’. De handhaving van de maatregelen heeft veel extra inzet gevraagd van politie en handhavers. Met name de periode rond de invoering van de avondklok was intens, zeker met de rellen die in Zwolle plaatsvonden. De meeste boetes zijn in deze regio uitgedeeld voor het overtreden van de avondklok, gevolgd door het overtreden van de maatregel op het terrein van groepsvorming. Algemeen beeld handhaving Hoewel een groot deel van de bevolking zich houdt aan de geldende maatregelen constateren we dat het draagvlak langzamerhand afneemt. Afgelopen periode hebben de gemeentelijke handhavers en de politie meermaals opgetreden tegen overtredingen van de COVID-19 maatregelen en diverse illegale feesten beëindigd. Ook is er vaker dan normaal opgetreden tegen overlast, vaak veroorzaakt tijdens een dergelijk feest.
We signaleren een toename van spanningen en andersoortig sentiment in de samenleving, dit uit zich onder andere door een toename van het aantal demonstraties wat plaatsvind. Ook in IJsselland vonden afgelopen periode diverse demonstraties plaats, zonder dat dit leidde tot grote ongeregeldheden.
In de periode tussen 1 december 2020 en 1 mei 2021 waarschuwde de politie in het district IJsselland 658 keer voor een overtreding van de COVID-19 maatregelen, 2.813 keer werd er een bekeuring opgemaakt voor het overtreden van COVID-19 maatregelen. Handhaving avondklok De invoering van de avondklok had ook in ons gebied grote impact. In eerste aanleg was de politie primair belast met de handhaving van deze maatregel. In een aantal (grotere) gemeenten hebben ook gemeentelijke handhavers gecontroleerd op de avondklok. De politie was vooral in de periode direct na de invoering extra zichtbaar aanwezig in het publieke domein en actief met handhaven. De politie en waar mogelijk de gemeentelijke handhavers zetten hiervoor extra capaciteit in om de maatregel daadwerkelijk te bekrachtigen, een duidelijk signaal af te geven richting de maatschappij en een bijdrage te leveren aan de acceptatie en naleving van de avondklok. Dit vergde een grote inspanning van de handhavers. Na verloop van tijd is de inzet van politie gerichter geweest, gebaseerd op actuele informatie, context van het gebied en het naleefgedrag en sentiment van de bevolking. Het handhavingskader was daarbij gericht op verbaliserend optreden. Dit zette het verbindende karakter van de politie en gemeentelijke handhavers onder druk, daar zij vaker repressief heeft moeten optreden dan gebruikelijk.
In totaal werden er door de politie in IJsselland 2.000 bekeuringen voor de overtreding van de avondklok geschreven. Avondklokrellen Na het instellen van de avondklok waren er op diverse plekken in het land én in ons gebied ongeregeldheden. Op diverse plekken in IJsselland hebben we middels preventieve inzet van politie, gemeentelijke handhavers en partners orde verstoringen kunnen voorkomen. Alleen in Zwolle hebben op 25 januari grootschalige ongeregeldheden plaatsgevonden, waarbij onder andere met vuurwerk en stenen werd gegooid. Dit leidde tot vernielingen en er raakten een aantal politiecollega’s gewond. Dit heeft zowel tijdens als nadien geleid tot de aanhouding van diverse verdachten. In de daaropvolgende avonden is escalatie voorkomen door jongeren die bij de ongeregeldheden waren aangesproken of gecontroleerd te bezoeken, samenkomsten in de publieke ruimte tegen te gaan middels het verbaliseren hiertegen en het toepassen van noodbevoegdheden.
Leren omgaan met onzekerheden Tijdens een crisis is vooruitdenken essentieel. Het verloop van de coronacrisis kent veel onzekerheden, en dwingt ons te leren hoe hier mee om te gaan. In navolging op de sessies in het najaar, zijn in het begin van 2021 enkele scenariobijeenkomsten georganiseerd onder leiding van een crisisdeskundige. Zowel in het RBT als met de ROT-leden is vooruit gekeken. Welke scenario’s treden er mogelijk op en hoe kunnen we hiermee omgaan? De komende periode kenmerkt zich door het afbouwen van maatregelen, wat een grote impact heeft op de samenleving. Daarnaast is er begonnen met de uitrol van de vaccinatiestrategie. We hebben ons voorbereid voor op een zware derde golf, vanwege onder andere besmettelijkere variant(en) van het coronavirus. Ondertussen werd er vanuit het Rijk nagedacht over een exit-strategie of (her)openingsplan. In het RBT is bovendien de bestuurlijke rol nadrukkelijk beschouwd. Waar ligt de bestuurlijke kracht en welke waarde voegen we als RBT toe? Omgaan met onzekerheid, aan de hand
van de theorieën van onzekerheidskunde, was een belangrijk thema. Dit leverde ons meer inzichten op zodat we ons beter konden voorbereiden op wat er op ons af kan komen, nu en in de toekomst. Informatie Typerend aan deze langdurige crisis is de continue stroom aan ontwikkelingen en nieuwe informatie die zowel regionaal als lokaal geduid moet worden. Vanuit de crisisorganisatie is hiervoor een Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) ingericht. Een multidisciplinair informatiepunt en -proces. Vanuit het VIC wordt (via LCMS) één actueel beeld van de situatie verzorgd, wat gedeeld werd in het ROT en RBT. Tevens is dit beeld beschikbaar voor directe (netwerk)partners binnen en buiten de crisisorganisatie. Vanuit het VIC werden contacten onderhouden met de gemeenten, veiligheidsregio’s, partners en het LOT-C. Daarnaast werd er coördinatie gezet op regionale of lokale uitvragen o.a. ten behoeve van het Veiligheidsberaad en het Regionaal Commandanten Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV). Het LOT C was onder andere verantwoordelijk voor het onderhouden van het landelijk situatiebeeld. Monitoring van de regionale ontwikkeling van de pandemie, werd door zowel de GGD, de GHOR als het VIC van Veiligheidsregio IJsselland gedaan. Vanuit het VIC werd in samenwerking met de GGD, GHOR, politie, gemeenten en communicatie wekelijks de CoronaMonitor opgeleverd.
Communicatie Communicatie moet logisch zijn, ethisch verantwoord én empathisch. In onze communicatie hebben we de focus gelegd op het vertellen van het eerlijke verhaal. We hebben ons hierbij gericht op de realiteit, de gevoelens in de samenleving en de informatiebehoefte enerzijds en hebben aan de andere kant ruimte gegeven voor het verhaal van de burgemeesters in de gemeenten. Essentieel voor de communicatie is een sterke verbinding tussen de veiligheidsregio en de lokale communicatieteams voor de doorvertaling. Naast dat communicatie alle landelijke communicatiemiddelen actief heeft doorgezet in deze regio, heeft communicatie de volgende vertaling voor onze regio gemaakt: -
-
-
-
een communicatieplan over corona voorjaar van 2021; een wekelijkse, transparante regionale duiding via de regionale Corona Monitor https://www.vrijsselland.nl/coronavirus/coronamonitor/ en drie keer per week via Corona Actueel https://www.vrijsselland.nl/coronavirus/coronaactueel; perswoordvoering via persberichten over specifieke regionale situaties, na elke RBT vergadering een persbijeenkomst en een regionale kernboodschap voor burgemeesters. Hierbij gaven we duiding aan de actualiteit van bijvoorbeeld oud en nieuw, periode tijdens schaatsen, lockdown en versoepelingen, verkiezingen, communicatie rondom de feestelijke momenten en ook berichten rondom de rellen in de regio; informatievoorziening richting inwoners en gemeenten via de sociale media en websites van de Veiligheidsregio IJsselland en GGD IJsselland, verzorgen van meest gestelde vragen maar ook via raadsbrieven na elke RBT vergadering ; het delen en verspreiden van persoonlijke lokale corona-verhalen via de gemeenten en via een vlog op RTV Oost vanuit de operationeel leider waarin een inkijkje in de crisisorganisatie werd gegeven;
-
-
-
campagnes maken en verspreiden zoals een eigen jongerencampagne (met een uniek bereik van 60.000 jongeren) en uitingen rondom het houden aan de basisregels als ook diverse lokale campagnes zoals #voorwiedoejijhet, coronaproat, veerkracht, coronabulletins, acties en tal van andere lokale activiteiten; intensieve samenwerking tussen gemeenten, de veiligheidsregio en de GGD met structurele bijeenkomsten waarin informatie en best practices met elkaar gedeeld zijn ter inspiratie en om van elkaar te leren. Daarnaast hebben we begeleidde doorleefsessies met elkaar gehad die leidden tot een verdere vertaling en invulling van de communicatie in de toekomst; het opstarten van de communicatie in de werkgroep Nazorg.
Evaluatie COVID-19 In maart 2021 presenteerde de crisisorganisatie een uitgebreide zelfevaluatie, waarin zowel de sterke als ontwikkelpunten van de multidisciplinaire inzet werden beschreven en geduid. De zelfevaluatie is opgesteld op basis van brede documentatie van maart 2020 t/m maart 2021. Er is onder andere gebruik gemaakt van de actie- en besluitenlijsten van de multidisciplinaire crisisteams (RBT, ROT), tussentijdse evaluaties, verantwoordingsdocumenten en crisisorganisatiebrede enquêtes. Doel van deze zelfevaluatie is om ons te helpen te reflecteren op de wijze van (samen)werken en daar waar nodig de crisisorganisatie te verbeteren. De mooie voorbeelden en leerpunten dragen bij aan het verbeteren van huidige processen en werkwijzen tijdens de nog lopende crisissituatie. Daarnaast bieden de opgedane ervaringen ook na de coronacrisis kansen als het gaat om het versterken van het crisismanagement in de regio IJsselland. De kern die naar voren komt uit de zelfevaluatie, is dat de regionale crisisorganisatie goed staat: de samenwerking tussen de regionale crisisteams, GGD en de gemeenten zijn na een periode van gewenning verankerd in mooie coöperatieve afspraken waarin men elkaar weet te vinden wanneer dat nodig is. Wat opvalt, is hoe positief de crisisfunctionarissen spreken over de sfeer in de crisisteams en het onderlinge vertrouwen.
Dat is ook wat IJsselland kenmerkt; een constructieve instelling van alle betrokkenen, de bereidheid om met elkaar tot oplossingen en standpunten te komen en de gezamenlijke wens om het beste te doen voor onze inwoners. De zelfevaluatie levert ook leerpunten op waar processen en werkwijzen verbeterd zijn of nog kunnen worden, bijvoorbeeld op onderwerpen als continuïteit en mentale weerbaarheid. Het voordeel van een langdurige crisis is dat we deze aanbevelingen direct kunnen oppakken en implementeren. Wat deze zelfevaluatie laat zien is dat we op een constructieve en prettige wijze met elkaar samenwerken, waarbij het gegroeide en bestendige vertrouwen in de regionale samenwerking veel kansen biedt voor de toekomst. Vanaf mei 2021 Deze derde verantwoording voor de periode tot 1 mei 2021 betekent nog niet het einde van de coronacrisis. We gaan stappen vooruit in het landelijke openingsplan. Zelfs sneller dan verwacht; op 5 juni gaat stap 3 van kracht met uitzicht op vervolgstappen eind juni. Met een verder oplopende vaccinatiestrategie worden de maatregelen steeds meer versoepeld en successievelijk opgeheven. Wij bereiden ons in onze regio dan ook voor op deze verdere versoepelingen door samen door te praten over de kansen en uitdagingen waar we na de coronacrisis voor staan.
Stapje voor stapje vooruit naar een hernieuwde samenleving waarin we weer echt in verbinding met elkaar kunnen komen. Het lijkt er namelijk wel op dat we ons leven verder met corona moeten inrichten.
In navolging van het afschaffen van de maatregelen zal ook de crisisstructuur een andere vorm / frequentie krijgen. In ons RBT van 19 mei hebben we vooruitgekeken, hoe we de frequentie van de ROT en RBT overleggen verminderen, maar aan blijven sluiten bij de landelijke besluitvorming en gesprekken in bijvoorbeeld het Veiligheidsberaad. Natuurlijk blijven we de situatie nauw monitoren; dat laten we niet los. Uiteraard houden we u op de hoogte middels raadsbrieven en verantwoordingen, zoals deze. Mogelijk is de komende verantwoording de laatste in deze reeks waarin we dan enkele lessons learned op kunnen nemen.