CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

D66 - Beantwoording technische vragen

Raad Raadsdebat 24 juni 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Beantwoording technische vragen4.023 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gesteld door fractie

D66 (vraag 1)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 6 (Hoofdlijnen / Lange lijnen)

Vraag

Het college wil kijken welke woningbouwprojecten versneld kunnen worden. Daarnaast worden er stappen gezet op vlak van mobiliteit, parkeren en voorzieningen. Is in al die projecten ook een logische volgordelijkheid aangebracht en zo ja, hoe ziet die er dan uit?

Antwoord

Een logische volgorde van projecten is nu nog niet gemaakt aangezien deze van veel factoren afhankelijk is. De gebiedsontwikkelingen kennen daarbij ieder een eigen dynamiek en planning. Er wordt gewerkt aan een dashboard waarin de hoofdlijnen van deze planningen in samenhang wordt gepresenteerd. Daarnaast worden thematische programmeringen (wat, wanneer, waar in de stad) nader uitgewerkt, expliciet gekoppeld aan de bestuurlijke prioriteiten (woningbouw). De diverse (beleids)inspanningen worden dus zodanig gericht dat ze maximaal ondersteunend te zijn voor de versnelling van de woningbouw. Dat qua samenhang bij elkaar brengen is één van inspanningen die vanuit stedelijke regie gaat ontstaan.

Portefeuillehouder

Dorrit de Jong

Gesteld door fractie

D66 (vraag 2)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 6

Vraag

Welke successen (inhoudelijk, financieel) kunt u benoemen uit de pilot Samenspel in de Wijk en het relatie- en scheidingsteam?

Antwoord

Beide pilots zijn geëvalueerd. Deze evaluaties zijn ook aangeboden aan de gemeenteraad. Hierin zijn de successen van de pilots te lezen.

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen

Gesteld door fractie

D66 (vraag 3)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 9

Vraag

“Daarnaast verwachten we door te investeren in arbeidsparticipatie op termijn (2027/2028) structureel € 1,5 miljoen te kunnen besparen op de bijstandslasten.” Is het een risico om hierop te rekenen? Hoe groot wordt dat risico ingeschat en waarvan is dat afhankelijk?

Antwoord

Door het aanbrengen van meer focus op werk en door de ketenoptimalisatie willen we onze inwoners, die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering of die kwetsbaar zijn op hun werk of op school, beter in beeld krijgen en beter kunnen ondersteunen. We zetten in op het verhogen van de uitstroom van inwoners naar betaald werk door de eigen dienstverlening te optimaliseren en de ketensamenwerking met partners aan te passen aan de nieuwe trends en aan de behoeften van werkgevers. Door deze investeringen verwachten we dat het beroep op de bijstand gefaseerd zal afnemen. Hiervoor is de besparing (taakstelling) op de bijstandslasten ingeboekt. We realiseren ons, dat we dat niet alleen kunnen oplossen. Het realiseren van een

besparing op de bijstandslasten is immers niet alleen afhankelijk van een ingezette lijn en interventies; er zijn ook externe, autonome factoren die een belangrijke rol spelen waar we geen grip of invloed op hebben. Desalniettemin is de ingezette lijn uit de visie op arbeidsparticipatie en arbeidsmarktbeleid gekoppeld aan een taakstelling. Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

D66 (vraag 4)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota hfst. 3 pag. 10

Vraag

Kijkend naar het Ravijnjaar, de verwachte afname inkomsten grondexploitaties en de nog onbekende uitkomst van Inzicht naar Focus: na 2027 is het nog onzeker qua bestedingsruimte (structureel en incidenteel). Toch wordt er voor gekozen om weerstandratio naar 100% te zetten en 25% MPV resultaten te gebruiken ondanks de nog onzekerheden na 2027 die worden beschreven.

Kan het college toelichten op basis van welke criteria en risico’s de keuze voor een weerstandsratio van 100% voldoende vindt en de MPV resultaten wilt inzetten?

Antwoord

Er is nog geen rekening gehouden met 25% toekomstig MPV resultaat in de berekening van het weerstandsvermogen. Hier ligt ruimte om de weerstandscapaciteit aan te vullen. Met de raad is een normratio afgesproken van 80%. (raadsbesluit bij begroting 2018) De thans voorgestelde ratio van 100% acht het college voldoende omdat de risico’s zijn geactualiseerd en we ten opzichte van de normratio ruimte houden om eventuele onvoorziene risico’s op te kunnen vangen.

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

D66 (vraag 5)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota hfst. 3 pag. 11

Het college stelt voor om de rentevoordelen van de ontvangen rijksgelden te gebruiken om kostenstijging van bouwontwikkelingen (deels) te compenseren. Dit lijkt uit te gaat van de huidige (gunstige) rente, maar beschrijft niet het risico van dalende rentes. Welke impact voorziet het college voor de aanvulling van de SIA?

Antwoord

Op dit moment is de rente redelijk stabiel. Het voorstel is het rentevoordeel op vooruitontvangen rijksgelden aan de SIA toe te voegen, een hoog of laag rentepercentage bepaalt dan alleen de hoogte van de toevoeging aan de SIA. De toevoeging geldt alleen voor de periode waarin sprake is van vooruitontvangen rijksgelden, op het moment dat de gemeentelijke investeringen plaatsvinden gekoppeld aan de vooruitontvangen gelden dan verdwijnt/verlaagt het rentevoordeel. Maar dan verdwijnt ook het risico op kostenstijgingen omdat de aanbesteding al is geweest en de uitvoering gaande is.

Zoals aangegeven vindt hiermee deels compensatie plaats van prijsontwikkelingen,. Daarnaast houden we in de SIA een bepaald bedrag in reserve om kostenontwikkelingen op te vangen. In hoeverre lagere rente doorwerkt in lager kostenstijgingen is lastig te zeggen. Kortom het risico wordt als beperkt gezien.

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

D66 (vraag 6)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 13 (Groeiend Zwolle)

Vraag

College wil inzetten op stedelijke regie. Hoe gaat dit in de praktijk gestalte krijgen en hoe wordt de raad daarbij betrokken? Valt onder deze term regie ook het maken van kwalitatieve afwegingen om juist de snelheid erin te houden? Zwolle streeft altijd naar zo hoog mogelijke kwaliteit op alle terreinen maar is dat bij het maken van meters altijd haalbaar voor alle aspecten. Zo niet, waar vindt dan de afweging plaats?

Antwoord

Stedelijke regie is gericht op meer sturing op stedelijke ontwikkeling, door vanuit inen overzicht issues en dilemma’s in en tussen gebiedsontwikkelingen, snel op tafel te krijgen en voorzien van gerichte adviezen aan college en vervolgens de raad. Het college wordt hiermee in staat gesteld een kwalitatieve afweging te maken en een voorstel voor een keuze/besluit voor te leggen aan de raad.

Portefeuillehouder

Dorrit de Jong en Gerdien Rots

Gesteld door fractie

D66 (vraag 7)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 13

Vraag

“Dit houdt in dat we keuzes maken over de gebieden en projecten heen en sturen op samenhang tussen de verschillende gebiedsontwikkelingen. Hiervoor is meer inzicht nodig in de voortgang van onze gebiedsontwikkelingen om beter te kunnen sturen.” Welke inzichten ontbreken op dit moment en hoe gaan die inzichten worden verkregen? Hoe gaan die inzichten helpen om keuzes te maken?

Antwoord

Momenteel wordt al gewerkt aan het verbeteren van inzichten in gebiedsontwikkelingen, bijvoorbeeld t.a.v. planning en kosten van woningbouw, aanleg infrastructuur, inrichting publieke ruimte etc. Deze kunnen we nog onvoldoende relateren aan stedelijke programmeringen en planningen voor woningbouw, de mobiliteitstransitie, netcongestie, cultuur, onderwijs, tijdelijke maatregelen bereikbaarheid, beschikbare financiële middelen en ambtelijke capaciteit. Deze programmeringen zijn in ontwikkeling of worden ontwikkeld. Het gaat dus om de relaties tussen gebieds- en locatieontwikkelingen en een bovenliggend stedelijk beeld. Door meer en beter in-/overzicht komen knelpunten eerder naar voren waarvoor keuzes nodig zijn.

Portefeuillehouder

Dorrit de Jong en Gerdien Rots

Gesteld door fractie

D66 (vraag 8)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 15

Vraag

Welke stappen zijn er samen met de netbeheerders gezet om netcongestie te verminderen? En wat gaat er de komende 5 jaar gebeuren?

Antwoord

Na de zomer zal de raad een raadsbrief ontvangen waarin we duiden wat we gaan doen om met Enexis het netwerk te verzwaren en welke mogelijkheden we zien om er slimmer mee om te gaan. Tevens duiden we de voorbereiding van mogelijke gemeentelijke keuzes bij verdergaande netcongestie.

Portefeuillehouder

Arjan Spaans

Gesteld door fractie

D66 (vraag 9)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 16

Vraag

Er wordt aangegeven dat onduidelijk is welke CO2 reductie wordt bereikt met de middelen die worden ingezet tot 2030. Waarom is dat niet duidelijk en op welke wijze kan dit wel inzichtelijk maken?

Antwoord

De gebouwen in de stad Zwolle zijn niet in gemeentelijk bezit. Indien woningbezitters of ondernemers overgaan tot verduurzaming van hun gebouw is onduidelijk in welke mate de gemeente daaraan bijdraagt. In het rapport van APPM (raadsdebat 3 juni 2024) zijn alle maatregelen gescoord, ook op bijdrage aan CO2-reductie. Daaruit komt naar voren dat de uitvoering aardgasvrije wijken een relatief hoge bijdrage levert. Bij de uitvoering hiervan kunnen we in de energiemonitor (voortgangsrapportage) de CO2reductie indicatief duiden op basis van de bespaarde hoeveelheid CO2 per pand/woning.

Portefeuillehouder

Arjan Spaans

Gesteld door fractie

D66 (vraag 10)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 15

Vraag

Waar is de Halfjaarrapportage Energietransitie, zoals aangenomen per motie op 10 november 2023?

Antwoord

Afgelopen half jaar is veel ambtelijke capaciteit gaan zitten in de totstandkoming van het ambitiepakket. Met uitwerking van het ambitiepakket werken we ook aan de nieuwe monitor. Een beperkte verbetering van de monitor ontvangt u in november, vanaf 2025 ontvangt u een vernieuwde monitor (die samenhangt met het ambitiepakket), deze monitor blijven we vervolgens via een groeimodel ontwikkelen.

Portefeuillehouder

Arjan Spaans

Gesteld door fractie

D66 (vraag 11)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota, hoofdstuk 6

Vraag

Klopt het dat voor cultuur en evenementen de uitgaven voor het grootste deel incidenteel bekostigd wordt. Hoe wil het college garanderen dat “Zwolle een aantrekkelijke stad is voor onze bewoners en onze bezoekers?”

Antwoord

De begroting cultuur bestaat uit structurele middelen. Met de perspectiefnota wordt voorgesteld daarbij € 650.000 structureel en € 400.000 incidenteel voor 4 jaar beschikbaar te stellen. De verdeling van de structurele en incidentele middelen voortkomend uit de PPN wordt nu gemaakt en wordt uitgewerkt in het begrotingsvoorstel 2025.Met de invoer van de BIS per 2025 worden de gehonoreerde instellingen voor vier jaar ondersteund. Alleen subsidies vanuit de projectregelingen zijn echt incidenteel. De beschikbare middelen voor evenementen worden verdeeld via drie subsidieregelingen voor evenementen. Evenementen kunnen hierop subsidie aanvragen en elk jaar wordt het beschikbare geld voor Kunstevenementen en Evenementen via deze weg verdeeld. Voor de culturele kernevenementen wordt de subsidie vanaf 2025 voor vier jaar gesubsidieerd. Op deze manier wordt beoordeeld welke evenementen aan deze doelstelling bijdragen. Met de bestaande middelen cultuur, aangevuld met de middelen voor cultuur en evenementen vanuit de perspectiefnota, blijft Zwolle een stad met een gedegen culturele basisinfrastructuur. De grote culturele instellingen hebben geen ruimte om te groeien en weinig ruimte om te ontwikkelen, maar ze kunnen wel een groot deel van hun activiteiten blijven uitvoeren en daar ook veel Zwollenaren mee bereiken.

Op het gebied van diversiteit, levendigheid en de ontwikkeling van nieuw aanbod is een aantal gezelschappen en platforms stabiel en in staat om landelijke cofinanciering aan te vragen. Er is wel sprake van een lichte inperking van de activiteiten ten opzichte van 2024. Ook behouden we de voedingsbodem voor jonge makers en ontwikkelingen in de stad met een basis van regelingen. Zwolle wordt een stad met een smalle doch stevige culturele basis. De mogelijkheden voor instellingen en makers om bijvoorbeeld verbinding te maken met het sociaal domein en in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen zullen beperkt zijn. [Zie ook de bijlage van Raadsbrief ‘Afwegingen perspectiefnota cultuurbeleid 2025-2028’ van 18 juni.]

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

D66 (vraag 12)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer 21:

Vraag

We willen meer menselijke maat, meer samenspraak met de inwoner, meer oog voor de brede context, meer preventie. Wat gaan we minder doen? En hoe vaak is er in 2023 een Doorbraakmethode toegepast?

Antwoord

We doen sommige dingen meer met als resultaat dat we andere dingen minder (hoeven) te doen:

Zo maken we een onderscheid tussen algemene/collectieve vormen van ondersteuning enerzijds en individuele ondersteuning anderzijds. Bij de eerste groep kijken we periodiek per activiteit of ondersteuningsvorm wat de inzet is en welke resultaten dit oplevert. Dat doen we bijvoorbeeld via periodieke gesprekken met partners in de stad die subsidie ontvangen, of we doen dat bij evaluaties van beleid of projecten. Soms leidt dit ertoe dat we bepaalde activiteiten stopzetten of bijstellen. Bij individuele vormen van ondersteuning ligt dit anders. In principe dienen we volgens de wet ondersteuning aan inwoners te bieden als dat nodig is. Het kader daarvoor wordt gevormd door de wet en de gemeentelijke verordeningen. Met de beweging die we maken in de koers en het onderliggende beleid proberen we te bereiken dat inwoners deze individuele ondersteuning minder nodig hebben. Dat doen we enerzijds door te zorgen dat er meer algemene en collectieve vormen van ondersteuning zijn waarvan alle inwoners gebruik kunnen maken, bijvoorbeeld ‘Goede Dagen’, waardoor er minder individuele dagbesteding nodig is. En anderzijds door gericht te sturen op een afname van bepaalde individuele vormen van ondersteuning. Voorbeelden hiervan zijn vooral: de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis (in plaats van wonen in een instelling weer thuis wonen met passende ondersteuning).

En de beweging naar 0 uithuisplaatsingen van kinderen. Zo is het aantal eerste verwijzingen naar Jeugdhulp met verblijf de afgelopen jaren sterk gedaald (van ongeveer 350 per jaar in 2020 naar 80 in 2023). Hoe vaak de doorbraakmethode in 2023 precies is ingezet, is niet apart geregistreerd en daarmee niet goed in beeld te brengen. 2023 was een overgangsjaar waarin het team getraind is in de werkwijze. De doorbraakmethode is geïntegreerd in de werkwijze van de uitvoering van het Sociaal Domein (SWT/ inkomensondersteuning en Burgerzaken), waarbij maatwerk wordt toegepast als dat nodig is. Dat kan op verschillende manieren, waaronder met de doorbraakmethode, maar bijvoorbeeld ook met de ‘omgekeerde toets'. Portefeuillehouder

Michiel van Willigen/ Dorrit de Jong

Gesteld door fractie

D66 (vraag 13)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 22

Vraag

Voor het sociaal domein wordt zowel structureel als incidenteel budget gereserveerd. Vanaf 2026 wordt structureel 700.000 beschikbaar gesteld voor het sociaal wijkteam (waarvan ca. 200.000 voor samenspel in de wijk, in 2025 incidenteel). Kan worden uitgesplitst welke bedragen per jaar gereserveerd worden voor het SWT en waar deze gelden voor gebruikt gaan worden?

Antwoord

Bij de begroting volgt een bestedingsvoorstel voor de inzet van deze middelen.

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen

Gesteld door fractie

D66 (vraag 14)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 23

Vraag

Voor jeugd wordt meerjarig structureel geld en in 2025 incidenteel geld gereserveerd. Kan worden aangegeven waar deze gelden voor gebruikt gaan worden?

Antwoord

We kijken vooral welk perspectief (positief vooruitzicht) passend is bij een jongere die betrokken is bij criminaliteit en waar de jongere het meest bij gebaat is. Het gaat hierbij onder andere om passend interventieaanbod zoals het inzetten van ervaringsdeskundigen of individuele maatwerktrajecten, en preventieve activiteiten zoals versterking van preventie op scholen en bewustwording, bijvoorbeeld Halt en Veilig in en om school (VIOS). Bij het in kaart brengen welk perspectief passend is, staat leren en ontwikkelen centraal. De incidentele middelen zijn bedoeld voor programmamanagement en het leren en ontwikkelen binnen de opgave jeugd.

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen | Peter Snijders

Gesteld door fractie

D66 (vraag 15)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 26 (Staat van de organisatie)

Vraag

Er gaat nu geïnvesteerd worden in de ondersteunende diensten. De ambtelijke organisatie wordt verder versterkt. Aangegeven wordt dat afdelingen te groot zijn geworden voor de aansturing door één afdelingshoofd. Er wordt een begin gemaakt met versterking van het management. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven dat mensen die kunnen helpen bij woningbouw en stedelijke ontwikkeling in de komende jaren worden aangetrokken. Wat is in meerjarenperspectief nu het verbetertraject voor de organisatie?

Antwoord

De versterking van de organisatie beschouwen we als essentieel voor een toekomstbestendige ambtelijke organisatie. In de komende jaren richten we ons op het verbeteren van ons strategisch vermogen, versterken van de uitvoeringskracht en -capaciteit en de integraliteit in onze aanpak. Dit raakt dus niet alleen capaciteit maar ook de manier van werken. Hiervoor wil de organisatie zich onder andere ontwikkelen op het gebied van goed opdrachtgever- en opdrachtnemerschap, leiderschap, datagedrevenheid en integrale samenwerking.

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

D66 (vraag 16)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota Paginanummer: 26 (Staat van de organisatie)

Vraag

Als het management versterkt moet worden, mede omdat de span of control te groot is geworden, wordt er dan ook gekeken naar de organisatiefilosofie?

Antwoord

Het doorontwikkelen van de organisatiefilosofie is an sich geen doelstelling, maar maakt onderdeel uit van de organisatieontwikkeling als geheel. Momenteel ligt de

focus op doorontwikkeling van Zwols Leiderschap in praktijk en de concretisering en explicitering van de sturende rollen, in verbinding met de formele mandaat – en bevoegdhedenstructuur. Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

D66 (vraag 17)

Heeft betrekking op

Perspectiefnota

Het college stelt dat er nog 200 mEUR ongedekt is in de SIA na verrekening van de ambities bouwprojecten en gebiedsontwikkelingen in categorie A t/m C. T.o.v. van de actualisatie in 2023 zijn de wensen toegenomen. Daarnaast zijn er ook nog geen voldoende middelen voor de ambities op verduurzaming van het eigen vastgoed, de onderwijshuisvesting (en verduurzamingsopgave) en de versterking van de eigen gemeentelijke organisatie welke meermaals is aangehaald als remmend effect op andere ambities domeinen. Kortom, veel is nog niet gedekt. Welke puzzel moet er nog gelegd gaan worden wanneer gaat deze gelegd worden en hoeveel aanvullende dekking denkt het college nog nodig te hebben voor al deze plannen?

Antwoord

De toekomstige nog te dekken structurele investeringsvraag (de komende 5 -8 jaar) voor de langjarige opgaven wordt thans ingeschat op 25 tot 30 miljoen. De incidentele investeringsvraag voor de SIA is thans geraamd op 200 miljoen, waarvan 50 miljoen gedekt kan worden uit de SIA. Ook hier is sprake van investeringen in de komende 5 tot 8 jaar. Het gaat hierbij om investeringen op de kortere en langere termijn. In de puzzel om dekking te vinden zullen we onder andere kijken naar de mogelijkheden om rijksgeld te benutten, maar zullen we ook naar onze eigen begroting (bestaand beleid) kijken. Onder andere via het project van Inzicht naar Focus proberen we zicht te krijgen op de mogelijkheden binnen het bestaand beleid. Daarnaast verwachten we volgend jaar beter zicht te hebben om de financiële effecten van de gewijzigde financieringssystematiek van het rijk voor de jaren na 2028. Andere oplossingsmogelijkheden zijn inkomstenverhoging of ambities bijstellen. De verdere puzzel zal de komende jaren worden gelegd.

Portefeuillehouder

Paul Guldemond

Gesteld door fractie

D66 (vraag 18)

Heeft betrekking op

BERAP Sociaal Domein Doel 1.2.1. Vraagverheldering en verwijzing passende ondersteuning Blz. 8

Vraag

De pilot (samenspel in de wijk) ronden we in 2024 af. De werkwijze voeren we structureel door. De nieuwe werkwijze vraagt extra capaciteit. Voor hoe lang is er extra capaciteit nodig? En gaan we ook stoppen met andere werkwijzen in de drie stadsdelen?

Antwoord

De nieuwe manier van werken vraagt meer capaciteit van het SWT (brede systemische analyse + meer eigen inzet). Dit geldt ook voor de drie nieuwe stadsdelen en past in de (aangescherpte) opdracht van het SWT. Bij de begroting volgt een bestedingsvoorstel.

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen

Gesteld door fractie

D66 (vraag 19)

Heeft betrekking op

BERAP Sociaal Domein Doel 2.1.3. Inkomensondersteuning Blz. 15

Vraag

Het gebruik van de kindregeling is gestegen met 45%. Hoe is dat voor de andere armoederegelingen?

Antwoord

Per inkomensregeling verschilt het gebruik. De doelgroep verschilt ook per regeling. In de verantwoording over 2023 is per inkomensregeling aangegeven hoeveel inwoners er in 2023 gebruik van hebben gemaakt. Kort samengevat is het gebruik van Individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand ongeveer gelijk gebleven in 2023 t.o.v. 2022. Het gebruik van het participatiefonds is licht afgenomen en sporten via Jeugdfonds Sport sterk gestegen. Voor het Jeugdfonds sport geldt dat vanaf 2023 de inkomensgrenzen zijn opgehoogd naar 130% van het sociaal minimum en is de leeftijdsgrens verruimd tot en met 23 jaar.

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen

Gesteld door fractie

D66 (vraag 20)

Heeft betrekking op

Berap 2024-1 Doel 5.2.1. Economische positie

Vraag

Aanvraag zomerkermis. De verwachting is dat de gemeente in 2025 en 2026 ook een bijdrage moet verstrekken. Waar hebben we het dan over? Hoe steekt de gemeente hier beleidsmatig in?

Antwoord

Het college heeft er voor gekozen om de zomerkermis te verplaatsen van de binnenstad naar park de Wezenlanden. Het college vindt het belangrijk dat de Zwolse zomerkermis succesvol en aantrekkelijk is op deze locatie voor Zwollenaren. Daarvoor moet geïnvesteerd worden in sfeerbepalende zaken in het park (aankleding, horeca, communicatie, verblijfsklimaat). In nauwe en goede samenwerking met de kermisexploitanten is en wordt daaraan gewerkt. Als de kermis weer aantrekkelijk wordt en goed bezocht, dan zal dat leiden tot hogere pachtinkomsten waardoor de tekorten zullen dalen met de bedoeling dat dit uiteindelijk leidt tot een zomerkermis met een sluitende begroting. Omdat dit echter niet in één jaar is te realiseren, is langere termijn beleid vereist. Het college gaat daarbij uit van een termijn van drie jaar waarvoor een investering nodig is van ongeveer € 133.000.

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

D66 (vraag 21)

Heeft betrekking op

Berap 2024-1 Doel 6.2.1. Een passend woningaanbod

Vraag

Scholtenserf. De plankosten komen terug en de kosten voor de kruising delen gemeente en ontwikkelaar. Desondanks zijn de aanvullende uitgaven € 174.000. Het sluit niet op elkaar aan. Kan dat toegelicht worden?

Antwoord

De plankosten bedragen € 75.000,-. Deze kosten worden volledig verhaald op de ontwikkelaar. Het aanpassen van het kruispunt is geraamd op € 207.000,-. De ontwikkelaar draagt € 33.000,- bij aan deze aanpassing. Daarmee komen de aanvullende uitgaven op € 174.000,-.

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

D66 (vraag 22)

Heeft betrekking op

Berap 2024-1 Doel 7.1.2. Fysieke voorzieningen

Vraag

Dekking kosten zwerfafval. Waarom gaan we de zwerfvuilvergoeding eenmalig inzetten voor 800 zwerfvuilvrijwilligers? En hoe gaat dat dan in de toekomst?

Antwoord

In de jaren 2012-2022 werden zwerfvuilgelden uit het verpakkende bedrijfsleven via ROVA ingezet via het programma MooiSchoon. ROVA is hiermee gestopt per 2023. Daarmee zijn alle zwerfvuilvrijwilligers uit de gemeente Zwolle, overgedragen aan de gemeente. In afwachting van nieuwe gelden uit het verpakkende bedrijfsleven hebben wij in 2023 een overbrugging aangevraagd en in 2024 hebben wij deze extra gelden hiervoor ingezet. In de jaren 2023 en 2024 hebben wij aan een eigen zwerfvuilprogramma gewerkt. Vanaf eind 2024 komt er een nieuwe regeling vanuit het verpakkend bedrijfsleven voor het verwijderen van Single Used Plastics uit de buitenruimte (de SUP-regeling). Daar worden deze kosten dan weer structureel uit gedekt. Het doel is om de beschikbare middelen vanuit het verpakkend bedrijfsleven voor de bestrijding van zwerfafval zo goed mogelijk in te zetten en daarmee het zwerfvuil binnen de gemeente Zwolle terug te dringen.

Portefeuillehouder

Arjan Spaans

Gesteld door fractie

D66 (vraag 23)

Heeft betrekking op

Berap 2024-1 Paginanummer: 43

Vraag

Kan de renovatie van het Wheeme gebouw gedaan worden zonder dat dit bij het vaststellen van een invulling nog weer tot extra aanpassingskosten leidt? Kan dat dan kostendekkend verhuurd worden? De renovatie betreft met name de buitenkant van het gebouw, zoals het dak en de gevel. Na vaststelling van de invulling zullen er nieuwe investeringen moeten plaatsvinden om deze functie mogelijk te maken, zoals bijvoorbeeld in de toegang, eventueel een lift en in het sanitair. Er wordt nu voorgesteld beide trajecten gescheiden uit te voeren, omdat de renovatie van de buitenkant niet langer kan wachten. Het scheiden van beide trajecten leidt niet tot significant hogere kosten. Het kostendekkend verhuren van een dergelijk complex en rijksmonumentaal gebouw zal erg lastig worden. Dit is ook onze ervaring bij andere, vergelijkbare, complexe gebouwen in onze vastgoedportefeuille.

Antwoord

Portefeuillehouder

Monique Schuttenbeld

Gesteld door fractie

D66 (vraag 24)

Heeft betrekking op

Berap 2024-1 Bijlage Voortgangsrapportage Projecten

Vraag

Ieder project is ideaal gesproken begonnen met een planning. Uit deze rapportage is niet op te maken hoe het met die planningen staat. Kan aangegeven worden hoe het met die planningen staat en wat de consequenties zijn van het niet halen van de oorspronkelijke planningen? Het projectenboek MPV 2024 geeft een beter zicht, maar ook daar is geen zicht op de consequenties van vertraging op eventueel daarmee samenhangende andere projecten.

Antwoord

In de Voortgangsrapportage worden de planningen niet expliciet vermeld, omdat deze vanwege tal van factoren voortdurend wijzigen. We geven wel aan wat we hebben gedaan en wat we gaan doen om de belangrijkste mijlpalen op de langere termijn te gaan halen. Indien we uit planning dreigen te lopen en dit consequenties heeft voor het behalen van de afgesproken mijlpalen en/of relaties met andere projecten, zal dit veelal gemeld worden in de toelichtende tekst.

Portefeuillehouder

College

Gesteld door fractie

D66 (vraag 25)

Heeft betrekking op

Halfjaarrapportage Sociaal Domein Paginanummer: 15

Vraag

We hebben twee essentiële bewegingen, waaronder ‘Nul uithuisplaatsingen’. Hoeveel kinderen zijn in 2023 uithuisgeplaatst?

Antwoord

In 2023 kregen 80 Zwolse jeugdigen voor het eerst jeugdhulp met verblijf.

Portefeuillehouder

Michiel van Willigen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=671b3b0e-5ba9-4b93-8486-8952cf057e03