Concept convenant cultuur 2021-2024 landsdeel Oost-OCW
Tekst van het document
Cultuurconvenant 2021 - 2024 Ministerie van OCW – Stedelijke regio’s Landsdeel Oost De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelend als bestuursorgaan, hierna te noemen: minister van OCW, en Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer Peter Drenth en hierna te noemen: provincie Gelderland, Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer Roy de Witte en hierna te noemen: provincie Overijssel, Burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder voor Cultuur, de heer Hans de Vroome en hierna te noemen: gemeente Arnhem, Burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder voor Cultuur, de heer Noël Vergunst en hierna te noemen: gemeente Nijmegen, Burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder voor Cultuur, de heer Detlev Cziesso en hierna te noemen: gemeente Apeldoorn, Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder voor Cultuur, de heer Carlo Verhaar en hierna te noemen: gemeente Deventer, Burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder voor Cultuur, mevrouw Hester
Veltman-Kamp en hierna te noemen: gemeente Ede, Burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder voor Cultuur, de heer Jeroen Diepemaat en hierna te noemen: gemeente Enschede, Burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder voor Cultuur, de heer Bas van Wakeren en hierna te noemen: gemeente Hengelo, Burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder voor Cultuur, mevrouw Monique Schuttenbeld en hierna te noemen: gemeente Zwolle, mede namens cultuurregio Zwolle, Hierna te noemen: partijen, Overwegende dat: -rijk, provincie en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de culturele infrastructuur in Nederland;
-algemene afspraken tussen de minister van OCW, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn vastgelegd in het op 21 mei 2012 ondertekende 'Algemeen Kader Interbestuurlijke Verhoudingen Cultuur'; -partijen met het oog op de gewenste beleidsafstemming gesprekken hebben gevoerd over de uitgangspunten voor het cultuurbeleid uit de nota Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021-20241 en over de politiek-bestuurlijke prioriteiten op landelijk, regionaal en lokaal niveau en Route Oost 2.0; -het wenselijk is dat overheden gezamenlijk afspraken maken over de beleidsprioriteiten en verantwoordelijkheden in het cultuurbeleid in de periode 2021-2024, -er in Landsdeel Oost vijf stedelijke regio's actief zijn die (op verzoek van de minister van OCW) elk een eigen cultuurprofiel met ambities hebben opgesteld: Ede-Wageningen, Twente, Stedendriehoek, Regio Zwolle en 025 Arnhem Nijmegen; -er in Landsdeel Oost een keten is van opleidingen, productiehuizen, gezelschappen en podia, die onderling veel samenwerken, ook over de grenzen van gemeenten, stedelijke regio's en provincie heen; -er in Landsdeel Oost ruimte is voor ontwikkeling, experiment en netwerkvorming.
Deze ervaring, kennis en expertise wordt ingezet voor een innovatieve en weerbare Nederlandse culturele sector; -partijen zowel op het niveau van het Landsdeel Oost als specifiek per stedelijke regio afspraken vastleggen.
1 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/beleidsnota-s/2019/06/11/uitgangspunten-
cultuurbeleid-2021-2024/Uitgangspunten+Nieuw+Cultuurstelsel+.pdf
KOMEN OVEREEN: Paragraaf 1. Algemene bepalingen, geldend voor alle partijen; Artikel 1 Partijen bevorderen dat zij over en weer voldoende geïnformeerd zijn over het te voeren beleid op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Paragraaf 2. Gezamenlijke verantwoordelijkheid, geldend voor alle partijen; Artikel 2 Gesubsidieerde instellingen 1. De in de bijlage 1 opgenomen instellingen zijn onderdeel van de landelijke culturele basisinfrastructuur en partijen beschouwen de subsidiering van deze instellingen gedurende 2021 tot en met 2024 als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. 2. Partijen zetten zich ervoor in de hoogte van de subsidie van de in artikel 3.1 bedoelde instellingen niet naar beneden bij te stellen gedurende de looptijd van het convenant en gedurende de looptijd van de subsidieperiode. Partijen gaan met elkaar in gesprek wanneer een van de betrokken partijen van plan is de subsidie van de in artikel 3.1 bedoelde instellingen, gedurende de looptijd van het convenant en gedurende de looptijd van de subsidieperiode, wel naar beneden bij te stellen. 3. Partijen zullen de in het eerste lid bedoelde instellingen subsidiëren door middel van beschikkingen die waar wenselijk op elkaar aansluiten. Artikel 3 Cultuureducatie 1. Partijen zetten zich samen in voor de versterking van de kwaliteit van cultuureducatie. 2.
Zij doen dit onder meer door het programma ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ in 2021-2024 te continueren en door het bestuurlijk kader 2013-2023 te onderschrijven. In 2021-2024 is er binnen het programma ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ extra aandacht voor kansengelijkheid, aansluiting bij curriculum.nu, aansluiting binnen- en buitenschools aanbod, meer mogelijkheden voor het voortgezet onderwijs en het mbo. 3. Deelnemende gemeenten en provincies matchen het door het ministerie van OCW beschikbaar gestelde bedrag (0,79 ct. per inwoner, in totaal 13,5 mln. per kalenderjaar) met eenzelfde bedrag per inwoner. Met een aantal partijen zijn specifieke afspraken gemaakt, het matchingsbedrag voor deze partijen bedraagt 0.55 ct. per inwoner. Afspraken over de financiering zijn vastgelegd in de adhesieverklaring ten behoeve van de aanvraag bij het Fonds voor Cultuurparticipatie. 4. Partijen gaan gedurende de looptijd van het convenant (2021-2024) in overleg over een bestuurlijk kader Cultuur en Onderwijs vanaf 2024. Artikel 4 Cultuurparticipatie 1. Partijen spannen zich in om, in samenwerking met het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) en het FCP, de doelen uit het programma Cultuurparticipatie 2021-2024, zoals beschreven in bijlage 2, te behalen. 2.
De minister van OCW stelt voor het programma Cultuurparticipatie in de jaren 2021-2024 jaarlijks een bedrag van € 5,075 miljoen beschikbaar. 3. Het FCP voert de meerjarenregeling Samen Cultuurmaken 2021-2024, Samen werken aan cultuur voor iedereen (Stcrt. 2020, 30490), uit. Initiatieven worden gefinancierd door matching met middelen van gemeenten, provincies of andere publieke en/of private partijen. Hoe de matching dient plaats te vinden, is opgenomen in de meerjarenregeling. Artikel 5 Decentralisatie-uitkering Beeldende Kunst en Vormgeving 1. De minister van OCW zet de decentralisatie-uitkering Beeldende Kunst en Vormgeving uit de periode 2017-2020 onder dezelfde voorwaarden voort in de periode 2021-2024. 2. De gemeenten die partij zijn bij dit convenant beschouwen het elk als hun verantwoordelijkheid om middelen die zij ontvangen uit een decentralisatie-uitkering Beeldende Kunst en Vormgeving te matchen. Artikel 6 Publieke collecties Partijen erkennen het belang van behoud, beheer en de toegankelijkheid van publieke collecties voor het publiek van vandaag en in de toekomst. Partijen hebben als eigenaar van publieke collecties elk een eigen verantwoordelijkheid en zetten zich hiervoor in door:
1. 2. 3.
Het bevorderen van het bruikleenverkeer langs de lijnen van de Code Bruikleenverkeer (2017), zie bijlage 3. Het bevorderen van het behoud en beheer. Zorgvuldige omgang met collecties met een koloniale context en roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog door onder meer: a. Aandacht voor het behoud en beheer van koloniale collecties, inclusief herkomstonderzoek; b. b. elkaar te informeren over landelijk en lokaal beleid. Voor het informeren wordt eerst op ambtelijk niveau contact gezocht.
Artikel 7 Samenwerkingsverband publieksdata 1. Partijen delen hun kennis over publieksdata voor zover nodig met de taskforce2 samenwerkingsverband publieksdata. Deze inspanning is gericht op het versterken van marketing en datagebruik ten behoeve van culturele instellingen. 2. Partijen zetten zich in tijdens de periode 2022-2024 om het samenwerkingsverband publieksdata vorm te laten krijgen. Voornoemd samenwerkingsverband wordt vormgegeven door een taskforce. Daarnaast houdt deze taskforce tevens de regie op het samenwerkingsverband. In de periode 2022-2024 is de taskforce samengesteld. Artikel 8 Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie 1. Partijen onderschrijven samen het belang van Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie voor de kwaliteit van de sector, zullen dit belang uitdragen en de sector ondersteunen in de toepassing van deze codes. 2. Partijen spreken vanuit de principes van gezamenlijke en complementaire verantwoordelijkheden af om toepassing van de codes en omgang met de subsidievoorwaarden te monitoren onder de eigen meerjarige subsidierelaties, en bij aanleiding ook te spreken met de meerjarig gesubsidieerde instellingen. 3.
Bij vragen en zorgen over de codes onderschrijven partijen samen de rol van de hoeders van de codes als inhoudelijke en onafhankelijke experts, te weten Cultuur+Ondernemen, Kunsten ’92 in samenwerking met Platform ACCT en het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA). 4. Partijen spreken af, vanuit het principe van gezamenlijke verantwoordelijkheden, dat toepassing van de codes door de instellingen wordt nageleefd. Artikel 9 Cultureel erfgoed en ruimtelijke ontwerp 1. Partijen spreken onderling het belang uit van een goede en zorgvuldige omgang met cultureel erfgoed binnen het proces van ruimtelijke ordening en de inzet van ruimtelijk ontwerp hierbij. De Erfgoedwet, de Omgevingswet, de Nationale Omgevingsvisie en de daaraan verbonden programma’s, het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp, de Omgevingsagenda’s en de verstedelijkingsstrategieën bieden hiervoor het kader. 2. Partijen gaan bij de implementatie van de Omgevingswet kennis en ervaringen uitwisselen om te komen tot een goede inbedding van cultureel erfgoed in de dagelijkse praktijk. 3. Partijen zullen zich inspannen om een breed publiek te betrekken en zich hierbij mede te laten inspireren door de uitgangspunten van het verdrag van Faro. Artikel 10 Archeologie 1.
Partijen onderschrijven het belang van één digitaal loket voor de aanlevering van de digitale archeologische opgravingsdocumentatie en zetten zich, met inachtneming van de kaders van de Erfgoedwet, in voor de versterking van de één-loket benadering van het landelijk loket ArcheoDepot. 2. Partijen gaan gedurende de looptijd van het convenant in overleg over hoe informatie uit het ArcheoDepot, zoveel als wettelijk mogelijk, toegankelijk gemaakt kan worden ten behoeve van een breed publiek en willen daarbij aansluiten bij de Faro-uitgangspunten. Artikel 11 Interbestuurlijk toezicht op erfgoed Partijen gaan in gesprek over de uitkomsten van de inventarisatie die de Inspectie voor Overheidsinformatie en Erfgoed heeft gedaan naar het Interbestuurlijk Toezicht op erfgoed en zullen waar nodig afspraken maken om hier zo goed mogelijk invulling aan te geven. Artikel 12 Gezamenlijk visie cultuurbeleid 2025-2028 Partijen zetten zich in, met inachtneming van ieders rollen en verantwoordelijkheden, om een 2 Zie bijlage 2 Toelichting bij artikelen
gezamenlijke visie voor het cultuurbeleid vanaf 2025 uit te werken met oog voor specifieke ontwikkelingen en kansen van de stedelijke regio’s. Partijen trekken samen op om dit cultuurbestel 2025-2028 vorm te geven. Artikel 13 Cultuur in tijden van crisis 1. Partijen voeren overleg ten behoeve van het afstemmen en samenwerken met betrekking tot het herstel van de culturele en erfgoedsector uit een crisis die is ontstaan door externe factoren. Hierbij wordt beleid zo veel mogelijk afgestemd. 2. Partijen voeren overleg over het veranderen in de voorgenomen activiteiten van de door partijen gesubsidieerde instellingen als gevolg van de beperkende overheidsmaatregelen gedurende de coronacrisis. Paragraaf 3. Landsdeel Oost, geldend voor alle partijen; Artikel 14 Route Oost en de cultuurprofielen stedelijke regio’s 1. Partijen onderschrijven de ambities van Landsdeel Oost zoals beschreven in Route Oost 2.0 en de ambities van de vijf stedelijke regio's zoals vastgelegd in elk cultuurprofiel (beiden zijn in de bijlage te vinden). 2. Indien er door veranderende omstandigheden nieuwe afspraken gemaakt dienen te worden over de instellingen genoemd in artikel 2, eerste lid, onderzoeken partijen of en hoe Route Oost 2.0 hierbij betrokken kan worden. Artikel 15 Talentontwikkeling Partijen erkennen het belang van het stelsel voor talentontwikkeling in Landsdeel Oost.
Het betreft de samenhangende keten van onderwijsinstellingen, kunstvakonderwijs (ArtEZ), creatief MBO, productiehuizen, presentatieplekken, gezelschappen, podia, musea, (BIS)instellingen en festivals. Voor de regio is het essentieel dat de continuïteit en doorontwikkeling van dit samenhangend stelsel is gewaarborgd. Artikel 16 Jeugdpodiumkunsten De partijen informeren en betrekken elkaar bij het onderzoek naar en de oplossingen voor de invulling van de functie jeugdtheater. De ervaringen van de proeftuin over jeugdpodiumkunsten worden hierbij meegenomen. Paragraaf 4. Stedelijke cultuurregio Zwolle, geldend voor de minister van OCW en partijen tekenend namens de stedelijke cultuurregio Zwolle; Artikel 17 Regio Zwolle 1. De Culturele Regio Zwolle benut haar bijzondere positie van 4 provincies en 22 gemeenten door de betekenis van cultuur voor de sociale binding, de economie en recreatie en toerisme te versterken, in samenwerking met ondernemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. De regionale samenwerking is relatief nieuw en wordt verder ontwikkeld en verdiept. OCW wordt op de hoogte gehouden en waar nodig betrokken. 2. Door de bijzondere positie van de regio Zwolle zijn er verschillende gradaties en uitingsvormen van cultuur.
Om binnen deze diversiteit de effectiviteit van samenwerking te vergroten, wordt de focus gelegd op 1) talentontwikkeling, cultuureducatie en cultuurparticipatie; 2) erfgoed; 3) broedplaatsen. De 22 gemeenten, de 4 provincies en de culturele instellingen werken samen in een netwerkconstructie waarbinnen kennisdeling, deskundigheidsbevordering en het uitvoeren van gemeenschappelijke programma’s plaatsvindt. OCW wordt op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van het netwerk en waar nodig betrokken. Paragraaf 5. Stedelijke cultuurregio Twente, geldend voor de minister van OCW en partijen tekenend namens de stedelijke cultuurregio Twente; Artikel 18 Regio Twente 1. Regio Twente investeert in de doorontwikkeling van succesvolle initiatieven op het gebied van innovatie, kunst en technologie om het culturele ecosysteem in de regio te versterken. OCW wordt op de hoogte gehouden en waar relevant betrokken. 2. Regio Twente werkt, met de inzet van de middelen uit de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 (RAOCCC), aan het vergroten van de wendbaarheid en weerbaarheid van de culturele sector tijdens het herstelproces Covid-19. Er zijn verschillende mogelijkheden om deze middelen in te zetten – bijvoorbeeld het vormen van een regionaal fonds waarbij ook behoefte kan zijn aan ondersteuning door de Provincie Overijssel.
Regio Twente en Provincie Overijssel verkennen dit gezamenlijk. OCW wordt op de hoogte gehouden en daar waar
relevant betrokken. Paragraaf 6. Stedelijke cultuurregio Stedendriehoek, geldend voor de minister van OCW en partijen tekenend namens de stedelijke cultuurregio Stedendriehoek; Artikel 19 Regio Stedendriehoek 1. Regio Stedendriehoek omarmt haar bijzondere geografische ligging (met de Veluwe aan de westkant en de IJsselvallei als bindende factor zijn we verdeeld over twee provincies) en zet in op samenwerking binnen en buiten haar grenzen. Regio Stedendriehoek gaat met de betrokken overheden, inclusief OCW, in gesprek over het verder vormen van een verbindende zone tussen Oost en West Nederland. 2. Binnen regio Stedendriehoek trekken we samen op, op het gebied van vijf programmalijnen: 1. Levend erfgoed, 2. Podiumtalent in klassiek, pop, theater & dans, 3. Kunst & landschap, 4. Festivals & evenementen en 5. Papier & Literatuur. De ontwikkeling van de stedelijke regio wordt gemonitord door informatie hierover te delen en feedback te vragen tijdens de tweemaandelijkse overleggen met de regio’s. Paragraaf 7. Stedelijke cultuurregio 025 Arnhem Nijmegen, geldend voor de minister van OCW en partijen tekenend namens de stedelijke cultuurregio 025 Arnhem Nijmegen; Artikel 20 Regio 025 Arnhem Nijmegen 1. In 2018 heeft regio 025 Arnhem Nijmegen een Groeidocument opgesteld vanuit beide steden, instellingen en provincie met als uitgangspunt 'eerst succes maken, dan succes delen'.
Het is nu tijd om voor ‘delen’ en te verbreden naar de regiogemeenten en regio-instellingen. Dat betekent een doorontwikkeling van regio 025 Arnhem Nijmegen die zijn weerslag vindt in een door de regio gedragen visie en ambitie. OCW wordt hiervan op de hoogte gehouden en daar waar relevant betrokken. 2. Regio 025 Arnhem Nijmegen werkt in het kader van het herstelproces Covid-19 aan een transitieagenda gericht op wendbaarheid en weerbaarheid van de sector via transitie en innovatie. In het licht van deze transitieagenda kan er behoefte zijn - bijvoorbeeld bij de digitale transitie aan ondersteuning door OCW. OCW wordt op de hoogte gehouden en daar waar relevant betrokken. 3. De opgedane kennis en lopende ontwikkelingen in de proeftuinen in regio 025 Arnhem Nijmegen, met name op het gebied van duurzame mode, pop, publieksparticipatie, jeugdtheater en -dans, zijn relevant voor OCW en de andere stedelijke regio’s. Er vindt daarom afstemming en kennisuitwisseling plaats over de uitvoering en opgedane leerervaringen. 4. Regio 025 Arnhem Nijmegen en OCW bevorderen samenwerking en uitwisseling op internationaal gebied, met name met de grenslanden van Nederland onder meer via regelingen voor internationale samenwerkingsprojecten. Paragraaf 8.
Stedelijke cultuurregio Ede-Wageningen, geldend voor de minister van OCW en partijen tekenend namens de stedelijke cultuurregio Ede-Wageningen; Artikel 21 Regio Ede-Wageningen 1. Regio Ede-Wageningen gaat samen met provincie Gelderland aan de slag met een verdieping van het huidige profiel zodat dit o.a. bij kan dragen aan landelijke thema’s op het gebied van cultuur. Regio Ede-Wageningen ontwikkelt een strategische visie voor de stedelijke regio inclusief een investeringsagenda en delen de conceptversie met OCW zodat feedback vanuit landelijk perspectief kan worden meegenomen. De ontwikkeling van de stedelijke regio wordt gemonitord door informatie hierover te delen en feedback te vragen tijdens de tweemaandelijkse overleggen met de regio’s. 2. De regio Ede-Wageningen zet in op meer samenwerking binnen en buiten de regio ten aanzien van een divers aanbod in de regio. Regio Ede-Wageningen zet in op een vervolg op de proeftuin, dit door de opgedane kennis en lopende ontwikkelingen af te stemmen met de provincie en OCW. Paragraaf 9. Provincie Gelderland, geldend voor de minister van OCW en provincie Gelderland; Artikel 22 Provincie Gelderland 1.
De provincie Gelderland zet zich in om die regio’s, die niet als stedelijke cultuurregio’s worden aangemerkt, desgewenst te betrekken bij de doorontwikkeling van het cultuurbeleid zodanig dat ook deze regio’s aansluiting houden op de landelijke ontwikkelingen. Voor Gelderland gaat het daarbij om de Achterhoek, Noord Veluwe en het Rivierenland. 2. Provincie Gelderland en OCW erkennen de mogelijkheden in de samenwerking met het
buitenland. De nadruk ligt hierbij met name op samenwerking met overheden en instellingen in de Duitse grensstreek. Paragraaf 10. Provincie Overijssel, geldend voor de minister van OCW en provincie Overijssel; Artikel 23 Overijssel Matchingsregeling verbreding en vernieuwing 1. Provincie Overijssel en OCW spreken af om met de jaarlijkse bijdrage van OCW aan de provincie Overijssel van een zesde deel van 2 miljoen een extra impuls te geven aan de culturele infrastructuur in de provincie. Samen met de Overijsselse stedelijke regio’s en het Rijk investeren we in een meerjarig programma gericht op versterking van de (regionale) infrastructuur en in het bijzonder de middenstructuur. 2. De zes provincies die onderdeel zijn van de matchingsregeling Verbreding en Vernieuwing en het ministerie van OCW hebben, in de periode 2021-2024, jaarlijks ambtelijk overleg en minimaal een keer in deze vier jaar een bestuurlijk overleg met de 6 provincies gezamenlijk, over de ontwikkeling van de culturele infrastructuur in de 6 provincies. Paragraaf 11. Gezamenlijke afspraken, geldend voor alle partijen; Artikel 24 Onderzoeksinformatie Partijen voorzien elkaar van resultaten van relevant (evaluatie)onderzoek over de onderwerpen van dit convenant. Waar mogelijk wordt samengewerkt bij nieuw onderzoek.
Artikel 25 Monitoring De voortgang van de afspraken van dit convenant worden halverwege en aan het eind van de looptijd van het convenant geïnventariseerd en vastgelegd. OCW neemt initiatief tot deze monitoring, waaronder het agenderen van voortgangsgesprekken. Artikel 26 Mededinging en aanbesteden Het toepassen en uitwerken van dit convenant of daaruit voortvloeiende maatregelen mogen niet strijdig zijn met Europese of nationale mededingings- en aanbestedingsregels. Artikel 27 Onderzoek informatie Partijen houden elkaar actief op de hoogte van relevant (evaluatie) onderzoek over de onderwerpen van dit convenant. Waar mogelijk wordt samengewerkt bij nieuw onderzoek. Artikel 28 Monitoring Partijen voeren halverwege de beleidsperiode overleg over hetgeen wat in dit convenant is bepaald. Paragraaf 12. Slotbepalingen Artikel 29 De afspraken in dit convenant zijn niet in rechte afdwingbaar. Artikel 30 Dit convenant treedt in werking nadat partijen dit convenant hebben ondertekend, en werkt terug tot 1 januari 2021 en eindigt op 31 december 2024. Partijen treden uiterlijk een jaar voor het beëindigen van dit convenant in overleg over eventuele voortzetting van het convenant.
Artikel 31 Indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen die van dien aard zijn dat dit convenant billijkheidshalve behoort te worden gewijzigd, treden partijen over een eventuele wijziging van dit convenant in overleg. Artikel 32 Wanneer een partij het convenant schriftelijk opzegt, eindigt het convenant voor beide partijen. Artikel 33 De aan dit convenant gehechte bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het convenant. Artikel 34 Binnen 6 weken na het ondertekenen van dit convenant wordt de zakelijke inhoud daarvan
gepubliceerd in de Staatscourant. Den Haag, Mevrouw Ingrid van Engelshoven, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
de heer Peter Drenth, gedeputeerde voor Cultuur van de provincie Gelderland,
de heer Roy de Witte, gedeputeerde voor Cultuur van de provincie Overijssel,
de heer Hans de Vroome, wethouder voor Cultuur van de gemeente Arnhem,
de heer Detlev Cziesso, wethouder voor Cultuur van de gemeente Apeldoorn,
de heer Carlo Verhaar, wethouder voor Cultuur van de gemeente Deventer,
mevrouw Hester Veltman-Kamp, wethouder voor Cultuur van de gemeente Ede,
de heer Jeroen Diepemaat, wethouder voor Cultuur van de gemeente Enschede,
de heer Bas van Wakeren, wethouder voor Cultuur van de gemeente Hengelo,
de heer Noël Vergunst wethouder voor Cultuur van de gemeente Nijmegen,
mevrouw Monique Schuttenbeld, de wethouder voor Cultuur van de gemeente Zwolle.
Bijlage 1 bij het cultuurconvenant 2021-2024 Ministerie van OCW – Landsdeel Oost Toelichting bij de artikelen Bijlage 1.1 behorende bij art. 2 Culturele Basisinfrastructuur 2021-2024 (bedragen in euro’s per jaar) Gezamenlijk gefinancierde instellingen in de periode 2021-2024, naar Stedelijke Cultuurregio, behorende bij artikel 2.
In euro’s per jaar (afgerond op 100 euro), loon/ prijspeil 2020 NAAM INSTELLING
OCW
GEMEENTE ARNHEM
GEMEENTE NIJMEGEN
PROVINCIE GELDERLAND
PROVINCIE OVERIJSSEL
025 Arnhem Nijmegen Stichting Introdans
3.247.200
€ 116.844
Stichting Toneelgroep Oostpool
2.984.600
€ 67.588
Stichting De Nieuwe Oost
823.600
€ 82.470
Stichting Sonsbeek & State of
481.000
€ 422.071
€ 60.000
€ 582.482
105.700
€ 281.320
105.700
€ 510.327
450.000
€ 150.000
Fashion Stichting Popwaarts
411.800
Stichting Museum Arnhem en
264.100
€ 20.000 € 2.979.424
€2.319.927
€ 67.980
€ 25.000
stichting Museum Het Valkhof Kam (gezamenlijke aanvraag) Stichting Kultuurbarbaar Stichting Phion**
237.700 Zie ‘Stichting
€ 975.650
Phion’, kolom regio Twente OCW
GEMEENTE
GEMEENTE
ZWOLLE
PROVINCIE OVERIJSSEL
Stedelijke Cultuurregio Zwolle Stichting Hannema-de Stuers
264.173
€ 700.000
€1.292.000
Fundatie OCW
GEMEENTE
GEMEENTE
PROVINCIE
PROVINCIE
ENSCHEDE
DEVENTER
OVERIJSSEL
GELDERLAND
Regio Twente Stichting Phion
7.971.160
950.000
Stichting Nederlandse Reisopera
5.036.252
200.000
Stichting theater Sonnevanck
877.055
317.616
Stichting Planetart
356.814
58.650
Stichting Tetem kunstruimte
317.007
150.000
€ 100.000
Stedendriehoek Stichting De Nieuwe Oost
Zie ‘Stichting
45.000
De Nieuwe Oost kolom regio 025
* Phion is gevestigd in Enschede en Arnhem. Aanvraag voor BIS is gedaan vanuit adres in Enschede; derhalve is BIS-bedrag bij Enschede opgenomen.
Bijlage 1.2 behorende bij art. 5 Artikel 5 Cultuurparticipatie Kunst en cultuur dragen bij aan de veerkracht, welzijn en gezondheid van mensen en zij vervullen een rol in de sociale basis van de maatschappij. Tegelijkertijd is cultuurdeelname nog niet vanzelfsprekend voor iedereen. Het programma Cultuurparticipatie 2021-2024 streeft daarom naar inclusieve cultuurparticipatie, voor iedereen toegankelijk, waarbij beperkingen geaccepteerd worden door een passend aanbod. Het programma cultuurparticipatie is een uitwerking van bestuurlijke afspraken tussen Rijk (OCW), gemeenten (Vereniging Nederlandse gemeenten, VNG) en provincies (Interprovinciaal Overleg, IPO). Het programma krijgt vorm in een samenwerking tussen het Ministerie van OCW, het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) en het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP). Het programma kent drie belangrijke pijlers: een meerjarige subsidieregeling, onderzoek en kennisdeling en communicatie/campagne. Een programmatische en lerende aanpak staat centraal. Zo kan ingespeeld worden op actuele ontwikkelingen en het realiseren van de doelstelling. Het programma start vanuit lokale initiatieven. De beoogde deelnemers beslissen mee over de uitwerking. Dit betekent dat inhoud, aanpak en doelgroep per gemeente verschillen. Er is ruimte voor maatwerk in schaal en bereik.
Het rijk stelt voor het programma Cultuurparticipatie in de jaren 2021-2024, jaarlijks een bedrag van € 5,075 miljoen beschikbaar. Het Fonds voor Cultuurparticipatie voert de vierjarige regeling Samen Cultuur Maken uit. Initiatieven worden gefinancierd door matching met middelen van één of meerdere van de volgende partijen: gemeenten, provincies of andere publieke en/of private partijen.
Bijlage 1.3 behorende bij art. 7 Artikel 7 Publieke collecties Meer achtergrondinformatie over dit artikel is te vinden in de brief aan de Tweede Kamer van 13 november 20203.
3 https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=074b8179-2c1b-458a-a956-
3ac339d23f16&title=Stand%20van%20zaken%20moties%20en%20toezeggingen%20met%20betr ekking%20tot%20cultuur.docx
Bijlage 1.4 behorende bij art. 8 Artikel 8 Samenwerkingsverband publieksdata In de Uitgangspuntenbrief cultuurbeleid benoemt de minister het belang van data voor publieksbereik. Zij kondigt een onderzoek aan naar een samenwerkingsverband publieksdata in de cultuursector. Dit onderzoek is in augustus 2020 afgerond. Uit de eindrapportage blijkt dat er grote kansen zijn voor de cultuursector om met gebruik van data het publieksbereik te versterken. Het gaat hierbij om inzicht in de diverse groepen bezoekers en niet bezoekers en de beste manier om deze groepen te benaderen. Samenwerking is hierbij van groot belang om versnippering van deskundigheid te voorkomen. Gezien de complexiteit van de opgave wordt in 2021 een taskforce in het leven te roepen om de verdere invulling van dit samenwerkingsverband vorm te geven. Over de invulling hiervan is het gesprek nu gestart. Komend jaar is het van belang om de bestaande kennis te bundelen en uit te werken in een samenwerkingsverband die culturele instellingen verder helpt bij het bereiken van een nieuw en divers publiek.
Bijlage 1.5 behorende bij art. 9 Artikel 9 Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie De Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie zetten zich in voor een gezonde en veerkrachtige sector, met het veld als initiatiefnemer en regiehouder. Elk van deze codes heeft een eigen focus: de Governance Code Cultuur richt zich op goed bestuur en toezicht in de sector, de Fair Practice Code op een stevigere arbeidsmarktpositie van mensen werkzaam in de sector en de Code Diversiteit en Inclusie op representatie van de brede diversiteit van de Nederlandse samenleving in de culturele en creatieve sector. De codes dienen om een kader te geven voor discussie over en ontwikkeling van de maatschappelijke verantwoordelijkheden, met inzet van gedeelde principes, algemene gedragsregels en aanbevelingen. Beheer van de codes, inclusief agendering, kennisontwikkeling, monitoring, evaluatie en actualisatie, is de verantwoordelijkheid van de voorgenoemde hoeders van de codes, in samenwerking met experts en met de vertegenwoordigers, instellingen en werkenden uit de sector. Daar waar overheden of fondsen de codes als subsidievoorwaarde hebben, is het monitoren van de subsidievoorwaarde de verantwoordelijkheid van de betreffende overheid of fonds.
Naleving van de codes is de verantwoordelijkheid van de sector zelf, in de eerste plaats werkgevers, toezichthouders en ondernemers.
Bijlage 1.6 behorende bij art. 11 Artikel 11 Archeologie In het artikel wordt gesteld: “met inachtneming van de kaders van de Erfgoedwet” omdat altijd voldaan moet worden aan onder meer de verplichtingen van aanmelding en afmelding van onderzoeken. Daarnaast stellen we in het artikel “zoveel als wettelijk mogelijk”, omdat in het kader van Unesco 2001 geen locatiegegevens van wrakken gedeeld mogen worden.
Bijlage 2 bij het cultuurconvenant 2021-2024 Ministerie van OCW – Landsdeel Oost Achtergrondinformatie stedelijke cultuurregio’s Regio Zwolle De Stedelijke Cultuurregio Zwolle omvat 22 gemeenten uit 4 provincies en valt samen met de Regio Zwolle. In Regio Zwolle werken we bestuurlijk en ambtelijk samen op basis van regionale opgaven in een netwerk van ondernemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Cultuur is voor de Regio Zwolle belangrijk omdat het bijdraagt aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en inwoners. Cultuur zorgt voor sociale binding en stimuleert de economie en recreatie/toerisme. De samenwerking op cultuur is nieuw en nog volop in ontwikkeling. In de komende jaren bouwen we verder aan de samenwerking en verdiepen deze. We zijn daarin flexibel en voorkomen overlap. Zo maken de Drentse gemeenten onderdeel uit van het VGD (Vereniging Drentse Gemeenten), en ook voor de gemeenten uit Gelderland en Flevoland geldt dat zij betrokken zijn bij provinciale samenwerkingsverbanden op het gebied van cultuur. Onze focusgebieden voor de samenwerking binnen de Stedelijke Cultuurregio Zwolle zijn: -Talentontwikkeling, cultuureducatie en –participatie -Erfgoed -Broedplaatsen De samenwerking bestaat uit kennisuitwisseling en deskundigheidsbevordering. Maar ook uit het realiseren van gemeenschappelijke programma’s. In wisselende samenstelling.
Doel van onze stedelijke cultuurregio is niet om het collectief leidend te laten zijn maar op basis van gedeelde kansen en belangen elkaar te versterken. Vanuit de aandacht voor ieders eigen identiteit bouwen we samen aan een gemeenschappelijke infrastructuur voor cultuur in onze regio. Regio Twente De Stedelijke Cultuurregio Twente bestaat uit de 14 Twentse gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, RijssenHolten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. De talrijke verenigingen, de grote culturele instellingen, de kunstenaars en creatievelingen die in de steden en daarbuiten actief zijn geven Twente haar kleur. We willen daar blijvend in investeren. Niet alleen vanuit lokaal belang, maar juist ook vanuit een regionale blik. Door te verbinden, door samen te werken en door af te stemmen wordt het geheel meer dan de som der delen. We richten ons in de komende periode op: 1. Innovatie, kunst en technologie Cultuurregio Twente streeft naar een cultureel ecosysteem waarin de link tussen cultuur, kunst en hightech wordt gelegd. Met oog voor de tradities die de gemeenten in de regio Twente verbinden en voor de sociale cohesie en binding binnen gemeenschappen.
Voor diversiteit in de regio Twente en het behoud van creatieve talenten is ruimte nodig voor experiment en is het van belang om te investeren in de doorontwikkeling van succesvolle initiatieven, zoals de creatieve broedplaatsen en de proeftuin Maakplaatsen-Generators. We zien kansen zoals samenwerking tussen de creatieve broedplaatsen en opleidingen. Met ruimte voor digitalisering en nieuwe verdienmodellen. 2. Cultuureducatie en –participatie Met het oog op de innovatie van de regio is het van belang talent hiervoor al vroeg te ontwikkelen. Cultuureducatie en techniekeducatie spelen een belangrijke rol: beiden zijn noodzakelijk om de nodige 21e-eeuwse vaardigheden te ontwikkelen. Daarom investeren we in een goed afgestemd en toegankelijk aanbod van cultuur- en techniekeducatie. De wisselwerking tussen de grote en kleine organisaties, professioneel en amateur, is wat de cultuurregio Twente zo rijk maakt. Zij vervullen een cruciale rol bij het maken van logische verbindingen tussen bijvoorbeeld het sociale domein, onderwijs, economie, toerisme en cultuur. De uitgangspunten daarbij zijn: Het stimuleren van samenwerking tussen instellingen en dat instellingen elkaar helpen.
-
Aandacht voor structurele versterking en ondersteuning van het amateurveld. Het stimuleren van kennisuitwisseling op het gebied van cultuureducatie en -participatie Professionele instellingen pakken hun rol als aanjager Versterking van de samenwerking tussen cultuur en sociaal domein.
3. Wendbaar en weerbaar Cultuurregio Twente werkt aan het vergroten van de wendbaarheid en weerbaarheid van de culturele sector. Door Covid-19 komt deze ontwikkeling in een stroomversnelling. In het licht van herstelproces Covid-19 kan er behoefte zijn aan ondersteuning door het Rijk en de Provincie, bijvoorbeeld in het vormen van een regionaal fonds. De partijen verkennen dit gezamenlijk. Regio Stedendriehoek Binnen de Regio Stedendriehoek is sprake van een rijk cultureel en erfgoedklimaat met voor elke stad en elke streek binnen de gemeenten Apeldoorn, Deventer en Zutphen zijn eigen specifieke kenmerken en zijn eigen regionale functie. De Regio Stedendriehoek ligt geografisch in een bijzonder gebied waar veel kan samenkomen. Met de Veluwe aan de westkant, de Achterhoek aan de oostkant en de IJsselvallei als bindende factor zijn we verdeeld over twee provincies. Samen optrekken met de regio Zwolle ligt, niet alleen qua ligging, maar ook inhoudelijk voor de hand. Er liggen kansen om ons als verbindende zone tussen Oost en West Nederland verder te ontwikkelen. Waar we binnen de regio samen kunnen optrekken en elkaar kunnen versterken is verwoord in vijf programmalijnen: A. Levend Erfgoed: Aandacht voor de historische achtergrond, beheer en behoud, hergebruik & herbestemming en kunstzinnige uitingen. B.
Podiumtalent in Klassiek, Pop, Theater & Dans: Inzet op samenwerking en verbinding tussen culturele partners en kunstvakopleidingen, de combinatie van opleidings- en productieplekken en ontwikkelkansen voor jonge makers en gevorderde amateurs C. Kunst & Landschap: Kunst in de openbare ruimte wordt ingezet om de identiteit en het landschappelijke karakter van de regio te onderstrepen. D. Festivals & Evenementen – Culturele programmering: Evenementen en festivals in de regio dragen bij aan en versterken het reguliere aanbod. E. Papier & Literatuur: De literaire en industriële geschiedenis en collecties spelen een belangrijke rol onder meer in evenementen en tentoonstellingen Voor een compleet overzicht van het culturele profiel in de stedendriehoek wordt verwezen naar: Profiel Cultuurregio Stedendriehoek, 18 okt 2018. Voor de verdere ontwikkeling van deze programmalijnen is het volgende van belang Ad A. Ondersteun behoud en herbestemming en stimuleer innovatie in de beeldtaal van erfgoed Ad B. Stimuleer talentontwikkeling, zowel lokaal, regionaal, als bovenregionaal Ad C. Ondersteun de voortzetting van de proeftuin Kunst & Landschap als dragers van identiteit en samenwerking Ad D. Ondersteun het lokale en regionale festivalaanbod met een eigenwijs, vernieuwend, maar ook toegankelijke programmering voor inwoners en bezoekers Ad E.
Stimuleer de regionale profilering op papier & literatuur, een onderwerp met sterke wortels in de regio Regio 025 Arnhem Nijmegen We zien 025 als één omvangrijke ‘cultuurmarkt’, die wordt bediend door de sterke kansen van Arnhem, Nijmegen en de regio te bundelen. We maken daarbij gebruik van onze eigenheid en complementariteit: dat wat bindt wordt versterkt en dat wat onderscheidt wordt gekoesterd. We doen dit samen als gemeenten, provincie én het culturele veld. Onze culturele ambities maken onderdeel uit van en dragen bij aan de Regionale Agenda van de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen. Hierin wordt gewerkt aan vijf maatschappelijke opgaven waarbij groei hand-in-hand gaat met een ontspannen leefkwaliteit. Als 025 streven wij ernaar om tot een breed en divers cultuuraanbod te komen dat zo optimaal mogelijk aansluit bij de wensen en behoeften van bestaand en nieuw publiek. We hebben hierop
zeven ambities geformuleerd binnen drie thema’s: 'voor en met ons het publiek', 'de sector versterken' en 'samen sterker', met daaraan gekoppeld verschillende proeftuinen. In de komende periode hebben wij de volgende prioriteiten: 1. Verbreding naar de regio: in 2018 is een Groeidocument opgesteld vanuit beide steden, instellingen en provincie met als uitgangspunt 'eerst succes maken, dan succes delen'. Het is nu tijd om voor ‘delen’ en te verbreden naar de regiogemeenten en regio-instellingen. Dat betekent een doorontwikkeling van 025 die zijn weerslag vindt in een door de regio gedragen visie en ambitie. OCW wordt hiervan op de hoogte gehouden en daar waar relevant betrokken. 2. Transitieagenda: in het kader van het herstelproces Covid-19 werkt 025 aan een transitieagenda gericht op wendbaarheid en weerbaarheid van de sector via transitie en innovatie. In het licht van deze transitieagenda kan er behoefte zijn - bijvoorbeeld bij de digitale transitie - aan ondersteuning door OCW. Partijen verkennen dit gezamenlijk. 3. Kennisdeling: de opgedane kennis en lopende ontwikkelingen in de proeftuinen in 025, met name op het gebied van duurzame mode, pop en publieksparticipatie en jeugdtheater en – dans, zijn relevant voor OCW en de andere stedelijke regio’s. Er vindt daarom afstemming en kennisuitwisseling plaats over de uitvoering en opgedane leerervaringen. 4.
Invulling van de functie jeugdtheater: dat is op dit moment een vraagstuk. 5. Internationalisering: bevorderen van samenwerking en uitwisseling op internationaal gebied, met name met de grenslanden van Nederland. Hierbij is van belang dat matchingsregelingen die internationale samenwerkingsprojecten tot doel hebben, worden doorgezet en vereenvoudigd. Regio Ede-Wageningen Ede en Wageningen vormen samen het kennishart van de regio Foodvalley, een regio van 8 samenwerkende gemeenten die de ambitie hebben om topregio te zijn en blijven op het gebied van agrifood. Met kunst en cultuur willen we de aantrekkelijkheid van de stad vergroten op maatschappelijk, artistiek en economisch gebied. We willen kunst en cultuur beschikbaar en toegankelijk maken voor inwoners van alle leeftijden, in het bijzonder voor de jeugd. We willen de culturele levendigheid in het gebied bevorderen, daartoe willen we een zo divers mogelijk aanbod beschikbaar stellen voor een zo breed mogelijk publiek. Ook willen we meer afstemmen en samenwerken, zowel binnen als buiten de regio, zodat originaliteit en diversiteit gewaarborgd blijft. Dit is onder andere van belang in het kader van de ambities van het programma Foodvalley 2030 en in het kader van de groei van ons inwoneraantal.
Om onze agrifood-ambities én onze stedelijke groei zodanig te faciliteren dat het huidige niveau van ons woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft is het van belang dat het huidige culturele voorzieningenniveau meegroeit met de ambities van de regio. Ontwikkelkansen tekenen zich af langs 3 lijnen: de inbedding in de omringende natuur van de Veluwe, de lijn van het erfgoed, dat het complete historie omvat van Wereldoorlogen en bevrijding, en de lijn van ontwikkeling van voedsel en voedselinnovatie. In de komende periode zien we de volgende prioriteiten: We werken uit hoe we met cultuur kunnen bijdragen aan de ambities uit het programma Foodvalley 2030. We maken een verdere verdieping/uitwerking van het huidige cultuurprofiel, zodat er een visie ligt voor cultuur in de regio Ede-Wageningen in relatie met de ambities Foodvalley 2030 inclusief een investeringsagenda. Hierbij kijken we ook nadrukkelijk naar samenwerkingen buiten de regio. Ook maken een verkenning op welke onderwerpen we ons in de toekomst willen (gaan) onderscheiden. Denk aan beeldende kunst, talentontwikkeling/ broedplaatsen, samenwerking op het gebied van (film)educatie en participatie van jeugd, vervolg op de proeftuin, het vergroten van de inbedding van jeugdpodiumkunsten en inzetten op netwerken in de regio (verder) versterken, bijvoorbeeld door de inzet van cultuurmakelaars.