CDA - Zorgen over uitbreiding winkelcentrum Stadshagen
Tekst van het document
Aan: College B&W Gemeente Zwolle Door: Maxim van der Veen, Arie Schaap- CDA Zwolle Art. 45 vragen: Zorgen over uitbreiding winkelcentrum Stadshagen. De Zwolse CDA-fractie maakt zich zorgen over de uitblijvende start van de uitbreiding van winkelcentrum Stadshagen. In 2022 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan vastgesteld, en in 2024 heeft de Raad van State alle bezwaren die zijn ingediend tegen de bouw afgewezen. Daarmee is de vrijgemaakt voor de uitbreiding van het winkelcentrum. Toch is er tot op heden geen zichtbare voortgang, terwijl de groei van Stadshagen deze uitbreiding op korte termijn noodzakelijk maakt. Ondernemers en inwoners hebben onze fractie benaderd met hun zorgen. De huidige voorzieningen schieten tekort voor het snel groeiende Stadshagen en het winkelcentrum blijft ondertussen sterk achter in deze groei. De CDA fractie vreest dat nog verdere vertraging leidt tot hogere kosten, bijvoorbeeld door indexatie en stijgende bouwprijzen en dat meer middelen benodigd zullen zijn om de uitbreiding te realiseren. Daarnaast bereiken ons signalen dat instanties die zich hadden gecommitteerd aan de stadsfoyer – een belangrijk onderdeel van de uitbreiding – zich terugtrekken. De CDA fractie vraagt daarom helderheid van het college over de status van de uitbreiding van het winkelcentrum. Wij stellen de volgende vragen: 1.
Wat is de precieze reden dat de bouw van de uitbreiding nog niet is gestart, ondanks dat alle juridische procedures in 2024 zijn afgerond en het bestemmingsplan al in 2022 is vastgesteld? Wat is de huidige planning van de bouw van de uitbreiding? 2. Welke afspraken heeft het college gemaakt met de ontwikkelaar(s) over de startdatum van de bouw en worden deze afspraken nageleefd? Zo nee, waarom niet en wat gaat het college hieraan doen? 3. Welke concrete stappen heeft het college sinds de uitspraak van de Raad van State in 2024 ondernomen om de bouw te laten starten? Heeft het college de ontwikkelaar(s) aangesproken op hun verantwoordelijkheid en zo ja, met welk resultaat? 4. Kan het college garanderen dat de vertraging geen verdere financiële tegenvallers veroorzaakt door stijgende bouwkosten en indexatie? Zo nee, hoe hoog zijn de extra kosten en bij wie ligt deze verantwoordelijkheid? 5. Klopt het dat instanties zich terugtrekken uit de stadsfoyer? Zo ja, welke instanties betreft dit en welke gevolgen heeft dit voor de haalbaarheid en financiering van de stadsfoyer? Welke stappen onderneemt het college om deze ontwikkeling te keren?